Bewegingen in brein en bewustzijn
Aantekeningen bij waarnemen in een binnenwereld
Op het beeldscherm voor me zie ik een kiekje. Met een speciale scanner is
de foto herwonnen van een oud negatief. Op de foto zijn drie mensen te
zien. Eén daarvan ben ik. Ik was toen een jaar of tien en ik zit aan een
tafel. Ik kijk naar dat jongetje. Zie ik echt mijzelf?
Ik inspecteer de andere twee. Ze zien er niet wezenlijk anders dan ikzelf uit. Buitenkanten van
mensen. Toen ik daar aan die tafel zat, was dit natuurlijk heel anders. Ik beleefde de situatie van
binnenuit. Zo is het altijd. Als je naar je eigen gezicht wijst, wijs je in je eigen ervaring niet naar
je hoofd, maar wijs je bij jezelf naar ‘binnen’. De buitenkant ken je alleen uit de spiegel of van
foto’s. Je kunt je eigen ogen niet direct zien.
Hier, ‘binnen’, komt alle informatie van de zintuigen bijeen. Hier woont de waarnemer. Hier geeft
het brein vorm aan wat waargenomen wordt. Hier duiken gedachten op en worden gevoelens
bijgemengd. Bepaalde ervaringen worden opgeslagen en herinnerd en gemixt met wat nieuw
binnenkomt. Hier is het brandpunt van wat ik ervaar als ‘ik’. Dit centrum lijkt in de borstkas te
liggen, vlakbij waar ingehouden adem blijft. Maar hierbinnen is geen lichaam. Binnen is hier
feitelijk geen ‘binnen’, want er is alleen dat wat zenuwweefsel van buiten binnenbrengt, zodat er
alleen nog ‘buiten’ is. Enkel het denken maakt onderscheid. Als dat stil is geworden, is er niets
anders dan dit.
Dit centrum is geen middelpunt, want limieten zijn er niet. Hier is het altijd nu. Dit is grenzeloos
bewustzijn.
Dag jongetje. Waar ben jij nu?