Welkom

Over Ad

Hier wonen we

Cambrils - Spanje

Onze hond(en)

Hobby 's

Blaasmuziek

Recepten

Gastenboek

Links naar interessante site's:

 
       
       
 
                 
     
                                                                
Mijn voornaam is afgeleid van dit heerschap: Arend dus.
Later afgekort tot Ad
                                   
                                  A(ren)d zelf
Deze foto van mij werd genomen op mijn 65e verjaardag 8 december 2004.
Dat betekent dat ik dus van mijn pensioen geniet.
Ik was al een aantal jaren met "pre-pensioen" maar met het behalen van deze leeftijd werd het dus echt en ga ik (ook) van mijn AOW genieten.
Ik zei tegen Monique, mijn echtgenote,: "nu beginnen de vette jaren"!
De verjaardag was gezellig druk met familie en vrienden.
Of de kwaliteit van de "trappist",  of de  kwaliteit van de stoel was er debet aan, maar vriend Henk zakte op mijn verjaardag door de stoel!
 
 
Ja, 65 jaar geleden zag de wereld er wat anders uit denk ik.
Ik ben toen geboren in Nieuw Weerdinge, een dorpje in de gemeente Emmen in Drenthe niet ver van de Duitse grens.
Mijn vader, geboren in 1897, was daar veldwachter wat destijds de benaming voor een (dorps)politieman was.
Toen ik een jaar of vier was is hij bij de gemeentepolitie van Hoogeveen in dienst gekomen,dus dat werd verhuizen.
Zodoende heb ik het grootste deel van mijn jeugd doorgebracht in Hoogeveen.
Van de ongeveer 4 jaar daar in Nieuw Weerdinge weet ik me nog wel het een en ander te herinneren. Het was/is een dorp wat voor een groot deel beheerst werd door de landbouw.
                                                                                      
                                       Vader "in dienst" ; op achtergrond een van de grote boerderijen
Er staan/stonden prachtige, heel grote boerderijen en eveneens prachtige, heel kleine arbeidershuisjes. Die boerderijen hebben/hadden allemaal hele grote stukken land veelal in het verlengde van de boerderij aan de achterzijde.
Ik vond het als klein manneke al heerlijk om bij de boeren rond te scharrelen en "mee te helpen"!
Fantastisch was het, om in de hooitijd, als het hooi van het land naar de boerderij werd gebracht, mee te mogen en dan nog wel boven op de hoge berg hooi op de kar.
                
Zo'n kar was een wipkar, meestal blauw geverfd en voorzien van twee grote wielen, met houten spaken aan de achterzijde en aan de voorkant een kleiner (stuur)wiel, dat was geplaatst onder de "trekboom".
                        
                         Een maaimachine
En in de tijd dat het koren werd gemaaid. Je zag dan dat de twee paarden voor de maaimachine de grootste moeite hadden om die werkende machine voort te trekken. Je zag het aan de gespannen ruggen en de duidelijk zichtbare spierbundels van de
paarden. De boer die de paarden leidde, zat op een verend zitje op de machine en moest opletten op de paarden en op het maaien.
Om 9.00 uur 's morgen was het altijd "schaft" en dan aten de boeren hun meegebrachte boterhammen met spek en dronken daarbij koffie die in een geëmailleerd koffiekruikje was meegenomen.
          
Mijn geboortehuis met de familie er voor. Deze arend zat toen nog in "het ei". Aan de achterzijde is nog juist iets te zien van het cellengebouw.
Ons huis in Nieuw Weerdinge stond naast de oprijlaan van het daarachter gelegen kerkhof. Ik herinner me nog goed de begrafenissen die ik vaak langs zag rijden. Ik vond het een eng gezicht, zo'n zwarte wagen met allerlei zwarte doeken met franjes. Op de bok zat de koetsier en mende de paarden die omhangen waren met zwarte kleden waarin ooggaten zaten van waaruit de paardenogen je kwaad aankeken(dacht ik altijd). De aanspreker liep voorop en had een grote zwarte steek op zijn hoofd  en zag er zeer impossant uit.
Achter ons huis was een apart gebouwtje waarin twee arrestantencellen waren met tralies in de deuren zo dik als een flinke leverworst. Tijdens de oorlog werden er nogal eens vluchtelingen in gezet. Deze waren in Duitsland weten te ontvluchten maar waren dan in Nederland aangekomen vaak ontdekt en opgebracht door landwachters of Duitsers. Ze werden dan in afwachting van verder transport bij ons in de cel gezet. Ik heb me laten vertellen dat het een keer is voorgekomen dat, wanneer de landwachters de volgende morgen hun "buit" wilden ophalen, de in dit geval Franse vogels, gevlogen waren…
Mijn vader had een alibi vanwege dienst ergens anders en voor de rest wist alleen moeder waar de betreffende sleutel hing….
Voor het huis was een kanaal, het Weerdinger Kanaal. Door de landerijen liepen ook kleine vaarten, de zg.wijken die allemaal uitkwamen op het "grote" kanaal.
Het kanaal was aangelegd voor het vervoer te water van vooral, turf en aardappelen. In de wijken en het kanaal werd ook gevist en 's zomers werd er gezwommen. 's Winters werden er zelfs, wanneer er voldoende ijs was, schaatswedstrijden verreden.
Naast ons, aan de andere kant van de kerkhoflaan, woonden onze buren, voor mij: ome Jan en tante Marie. Ik heb ze ook nooit anders genoemd.
Van mijn oudere zussen heb ik wel eens gehoord dat dat mijn 2e stel ouders waren. Ik scheen bij hen ongeveer net zoveel tijd te vertoeven als bij ons zelf thuis.
Toen we eenmaal in Hoogeveen woonden ben ik zolang ze leefden, elke vakantie wezen logeren bij ome Jan en tante Marie. Ik sliep dan in de voorkamer in een bedstee. In de andere bedstee sliepen ze zelf en de enige slaapkamer met een tweepersoonsbed was voor hun enige zoon Bennie,die zeker 20 jaar ouder was dan ik.
           
 
Ome Jan was machinist bij de Coöp. Dorsvereniging, dat betekende dat hij 's winters de machines onderhield terwijl hij in het dorsseizoen druk was met het regelen van het dorsen. De eigenlijke dorsmachine werd aangedreven door de tractor van ome Jan en was daarom middels brede leren banden verbonden met een of meerdere poelie's? of aandrijfwielen van de tractor. Ik vond in mijn optiek,de dorsmachien een griezelig apparaat. Het apparaat dat het stro perste was voor mij net een roofdierenkop die telkens naar beneden stootte.
 
Hoogeveen
In Hoogeveen heb ik de laatste oorlogsjaren meegemaakt.
Het huis naast het onze,van de familie Bruins Slot de vervener , was gevorderd door de Duitse weermacht en daar waren Duitse militairen ingekwartierd.
Uiteraard hoorde ik thuis wel eens negatieve dingen over de Duitsers, en ik herinner me nog als de dag van gisteren dat, toen ik eens langs een groepje Duitsers liep die daar voor dat huis stonden te praten, een flinke klodder spuug op een van de groene broekspijpen achterliet.
Nooit vergeet ik meer het geluid van het  het raspen  rrrrrrrt  rrrrrrrt  rrrrrrrrtttt van de Duitse spijkerlaarzen die meteen achter me aankwamen. Ik vloog met een noodgang de bijkeuken in waar mijn moeder net de was stond te doen aan een grote houten wasbok met daarop een teil en bovenop een wringer.
Toen de Duitser ook binnen stormde stond ik inmiddels al bij moeder achter de rokken.
De zeer kwade Duitser dreigde dat hij me mee zou nemen maar moeder kreeg het voor elkaar dat dat niet gebeurde. Wel moest ik met mijn vingers, de nog steeds aanwezige, witschuimige spuugklodder van de broekspijp verwijderen. Ik heb die klodder nog altijd op mijn netvlies gebrand staan! En al is het 60 jaar geleden, ik vind nu nog altijd, dat het  een prachtexemplaar van een klodder was!!)
Of het bangheid van moeder was of als een soort straf weet ik niet meer maar ik mocht 5 dagen niet naar buiten.
                                 
                                  Marcherende Duitse soldaten
Een van de bezigheden van een vier- a vijfjarig jongetje was toen ook het meelopen met de door de straat marcherende, meestal ook zingende pelotons Duitse soldaten.
Helemaal geweldig was het dan, als je aan de hand van de "hoofdman" mee mocht lopen. Blijkbaar waren de negatieve gedachten over de Duitsers bij mij toen naar de achtergrond verdrongen.
Ik herinner me nog liedjes als: Heidemarie en Erica, die ik ver na de oorlog ook nog wel eens heb horen zingen en verder ook niets te maken hadden met de nazi's.
We woonden in de van Echtenstraat tegenover het oude jodenkerkhof. Ik weet nog dat  mijn zus Dicky en ik eens voor het huis op straat stonden, er lagen toen nog klinkers, en toen beschoten zijn. Althans, daar leek het wel op.Ik keek richting Hoofdstraat en zag daar een lichtflits en hoorde naast mij een raar geluid. We zijn, ik denk door moeder, meteen snel naar huis geroepen en voelden ons weer veilig. Maar wat was dat schrikken. Mijn broer Wim heeft later gezien dat naast de plaats waar wij stonden, een kogel in het wegdek was afgeketst. Hij heeft de kogel later terug gevonden, een eindje verderop richting de molen van Thomas. Later heb ik gehoord dat het een verdwaalde kogel uit een vliegtuig moet zijn geweest want er kwamen op dat moment net een heleboel vliegtuigen over. Die schenen trouwens wel eens meer met kogels te strooien want ik ben ook eens een keer door mensen in de Bentinkslaan (van Dorsten) bij hen in huis gehaald tijdens zo'n vliegtuigaanval. Wij speelden destijds vaak ik het park daar. Er stond een ronde muziekkiosk op een soort heuveltje. Dat heuveltje was begroeid met lage sparren, dus een ideale plek om te spelen.
Van de bevrijding kan ik me nog herinneren dat we eens naar de van Limburg Stirumstraat zijn gelopen toen daar de Canadese bevrijders in lange colonne's  geparkeerd stonden.Dat was voor ons, kleine mannekes natuurlijk een geweldig gebeuren. Soms mocht je bij de mannen boven op een van de tanks klimmen. En jonge jonge, wat hadden die lui een lekker wittebrood; en dan die chocolade!!
Ook de noodrantsoenenbiscuits gingen er in als koek.
Carl Schroter met collega's op de tank tijdens een rustpauze.
Er kwamen geregeld geallieerde militairen in hun vrije tijd bij ons thuis om wat huiselijke gezelligheid op te doen.
De oudere leden van ons gezin, hebben na de oorlog nog lange tijd met verschillende van hen contact onderhouden.
In 2003 ben ik met een zus van me, Tine, naar Canada geweest en heb daar nog een zoon van één van deze tijdelijke "huisgenoten" ontmoet. Zijn vader Carl Schroter,  links op de tank op bovenstaande foto, was toen helaas al weer negen jaar geleden overleden en we hebben daar gezamenlijk nog zijn graf bezocht..
 
Graf van Carl Schroter.  Links onder zijn regimentswapen.
                                           
 
                                    
 
Toen de bevrijding eenmaal een feit was, was het op het grote schoolplein van onze
school aan de Bentinckslaan een waar paradijs voor ons. Allerlei oorlogsspul van de Duitsers was daar achtergebleven. Wat een feest, om op een vierling-mitrailleur aan het stuurwiel te draaien waarbij de vier naar de lucht gerichte lopen prachtig meedraaiden.
5e of 6e klas,
ik herinner me nog vele namen: van boven naar beneden en v.l.n.r.:  …,    …,  geert trompetter,…, …, jantinus spitse,gerrit-jan rundervoort, …, henk wams,ina naber, tineke bruins slot,…van zwol,…, greetje leegstra, coby hoving,…,  …, alie jansen, …, jannie huisman, …, meneer broersma, …, dickie bosman, meta fictorie, stientje baas, dinie plakke, annie van velzen, fennie haak, greta rump, jannie vossenberg,…,  jannie nieuwenhof, bart vegter, jan wassen, …, gerrit-jan rundervoort2, ad bergsma, chris? van veen, corrie de kluyver, henk reinders, geert bakker,
liggend: jan bootsma, wicher zinger, en jaap pinkster
                              
 
                                                       
Van de lagere schooltijd herinner ik me nog goed de eerste klas, ik zat op de zg. aprilschool, in september begon er nog een schooljaargang. In de eerste klas hadden we juffrouw Boer. Ze had een stok van ca. 70 cm. lang met een zilveren knop aan de bovenkant. Ik zal het best verdiend hebben maar ik heb met die stok eens zo'n ongenadig pak slaag op mijn billen gehad dat ze 's avonds thuis helemaal blauw waren. Ik meen me te herinneren dat moeder toen nog verhaal is gaan halen bij juffrouw Boer.
Ook bij Hoogeveen was veel landbouw en ook daar was ik graag bij de boeren te vinden. Achter de Beatrixstichting waren weilanden. Daar had boer Zwiggelaar van de Bentincksdijk ook een weiland met koeien. Bij het melken 's avonds was ik er ook weer eens bij en stond bij de kop van een koe die juist gemolken werd. Die koe heeft waarschijnlijk met zijn kop tegen mij aan geduwd waardoor ik in het prikkeldraad belandde. Ik heb totaal niets gevoeld van pijn of zoiets maar 's avonds thuis zag ik na wc bezoek dat heel mijn onderbroekje rood van het bloed was. Moeder er bij en die constateerde dat ik een flinke gapende wond  van zo'n drie centimeter in mijn rechterbil had, waarschijnlijk veroorzaakt door het prikkeldraad.
Ja, en toen moest dat blijkbaar gehecht worden want ik moest mee naar Dr.Kooiman in de Bentinckslaan. Dr. Kooiman werd altijd Pietje Puck genoemd. Hij reed in een kleine auto, een Minor, en had altijd een sigarenstompje in zijn mond.
Goed, dr.Kooiman heeft drie of vier krammen geplaatst en daarmee was de wond weer gesloten. Uiteraard staat het litteken nog altijd achter op mijn rechterbil als een stille herinnering aan die koe, en aan Pietje Kooiman natuurlijk.
Hoogeveen had in die tijd een grote veemarkt, eerst op de plaats waar nu het winkelcentrum de Tamboer(?) in de Kerkstraat is en later meer richting Willemskade.
Bij ons in de straat woonden twee joodse familie's, Cohen en de Levie, allebei veehandelaren.
Wanneer het marktdag was, was er voor ons werk aan de winkel want dan moesten de koeien vanuit de weilanden, vaak aan de Bentincksdijk, naar de markt gebracht worden. Dat ging te voet en elke jongen kreeg dan aan aantal koeien met een om de horens bevestigd touw(de leide) en zo werden we in colonne opgesteld en gingen aldus naar de markt. Het aantal te leiden koeien verschilde en was aan leeftijd en ervaring van de jongens gebonden. De jongsten, zoals ik kregen er twee maar de oudere, en meer ervaren jongens leidden er vier en in sommige gevallen wel vijf.
We kregen daarvoor een dubbeltje per koe uitbetaald van Joop de Levie.
Een bekende "koedrijver" in die tijd was de al wat oudere Herman Kreeft. Voor ons was dat min of meer een "beroeps". Hij mankeerde iets aan zijn ogen want zijn hoofd stond atijd iets naar achteren gericht, net of hij altijd naar boven keek. Er waren jongens die hem de sterrenkijker noemden.
Ook kwam ik vaak op de vrije woensdagmiddagen bij boer Stam op Alteveer no.75.
Ook de zoon van dokter Duymaer van Twist, Lo, was daar vaak van de partij. Met de zoon van Stam, Henk, zijn we vele malen meegeweest om te melken of hooien heel ver achter de boerderij waar de landerijen lagen. Annie de dochter van Stam had volgens mij een van de eerste Solexen. Lo en ik mochten daar een keer op rijden. We waren een jaar of 10…in de Blankenslaan bij de boerderij van Arend Blanken. Annie was mank maar probeerde ons desondanks toch bij te houden omdat we niet te hard mochten…
 
We speelden ook vaak in de tuin van het grote huis van Lo's ouders op de Hoofdstraat 28. Ze hadden een ontzettend grote tuin in onze ogen. Als Lo geroepen werd door zijn moeder als we weer eens achter in de tuin aan het spelen waren dan hoorde je van verre de roep van zijn moeder: "Lo… Loooooo". Ook Corrie de Kluyver was daar vaak bij aanwezig. Corrie is later met zijn ouders geëmigreerd naar Canada. We hebben ook nog een tijd Engelse les gekregen van mevrouw Duymaer van Twist. Misschien heeft Cor daar later nog profijt van gehad daar in Canada.
Ook met klasgenoot Geert Trompetter speelde ik vaak in de vrije tijd. Zijn vader Eppe, was veehandelaar en ze woonden in een boerderij op de Wolfsbosstraat, ik geloof no. 26. Ik heb daar verschillende keren kalfjes geboren zien worden en zelfs wel eens meegeholpen met "trekken". Er ging dan een lus van "koetouw" om de reeds buiten gekomen kalverpootjes. Aan het einde van het touw zat een rond stuk hout dat je met beide handen vast hield; dan de voeten tegen de rand van de "gruppe" en dan achterover en maar trekken met z'n tweeën of soms met drieën.
Met Geert ben ik toen we een jaar of twaalf waren, in de vacantie eens het hele IJsselmeer rond gefietst. We overnachtten in jeugdherbergen en hebben er een dag of vier, vijf over gedaan.
Ook met Jantinus Spitse speelde ik regelmatig, zijn ouders hadden aan de overkant van het kanaal in de Wolsbosstraat een klein houten boerderijtje. Om er te komen moest je over de "bok" lopen die daarvoor vóór hun huis overdwars in het kanaal lag.
Zomers gebeurde het vaak, dat we om 4 uur 's morgens al met moeder naar het Spaarbankbos fietsten. In het gedeelte, rechts van de weg, waren een paar kleine zandverstuivingen, althans daar leek het wel op. Wij noemden het: De zeven heuveltjes. En daar werden dan de meegebrachte boterhammen opgepeuzeld; ook kon je daar mooi spelen bij de er vlakbij liggende schietheuvel die nog in de oorlog door de Duitsers werd gebruikt. Later ging de Hoogeveense politie er ook schietoefeningen houden.
Achter het Spaarbankbos was de heel grote heide waar we in onze vrije tijd dikwijls naar toe gingen, per fiets of te voet, om er te zwemmen in de daar liggende heideplassen.
Helaas is er van die hei niet zo heel veel meer over. Wel de tegenwoordig genoemde Boerveense plassen.
Mijn liefde voor de muziek beleefde ik niet alleen bij de rondmarcherende zingende Duitse soldaten, ook als de trommelslager 's zondagsochtends door de straten trok met zijn oude koperen dieptrom was ik vaak van de partij en liep zijn hele ronde met hem mee.
Met de handen diep in de zakken loop ik mee met de trommelslager. En in de maat hoor! Rechts bij de boom Henk Otten van Transportbedrijf. Net het hek binnenlopend Hendriksen, de schoonzoon van Jan Bork Van Pet, Achter mij een zoontje van de kousendokter, die destijds gevestigd was in de Gr.Kerkstraat naast Luxor. De "trommelslager" is al honderden jaren een fenomeen  in Hoogeveen. Bedoeld om de mensen op te wekken om naar de kerk te komen.
                                    
Ik heb dat in de beginne gedaan toen de oude Strijker nog trommelslager was, later toen Obe Lemstra het (trommel)stokje had overgenomen, heb ik dat nog lange tijd volgehouden.
                            
Maar ook als DOS,(Door Oefening Sterk?) zoals de Hoogeveense Harmonie toen heette een mars door de straten hield was ik meestal van de parij. Het is zelfs een keer voorgekomen, dat ik mee mocht lopen ergens achterin, ik moest dan de muziekboekjes dragen en was zo trots als een pauw. Ik herinner me nog Freek Kattouw die trompet speelde evenals Corrie Moeke. Jan ten Hoorn Boer zie ik nog voor me met de grote dieptrom, evenals de zoon van Scholten,  die een groentekwekerij hadden aan de noordzijde van het kanaal aan de Willemskade en de kleine trom werd bespeeld door van der Willigen (?) van de grafstenenzaak. Men had in die tijd nog niet de beschikking over uniformen maar ze waren allemaal getooid met een witte pet. In onze ogen een ijscopet omdat de ijscoverkopers ook een dergelijk hoofddeksel droegen.
De dirigent was de heer Steffen die aan het Omkanaal woonde. Ze repeteerden destijds in een oude joodse kerk? of school die stond in een achterafstraatje naast Zaadhandel v.d.Wal. Ik vraag me af, of dat de Westerkerkstraat was. Ook de padvinderij maakte gebruik van dit oude gebouw.
Even verderop in dat straatje was ook het gemeentelijk slachthuis gevestigd. Menigmaal in de week werden daar verkopen gehouden van z.g. noodslachtingen. Daar werd dan vooraf bekendheid aan gegeven door een rondfietsende man, (was dat de heer Bos?) met een grote bel die in elke straat een paar keer riep dat er om zo en zo laat een vleesverkoop zou plaatsvinden.
Om het meestal in grote getale opgekomen publiek in goede banen te leiden was hierbij altijd iemand van de politie aanwezig.
Het politiebureau was destijds in de Grote Kerkstraat, naast de openbare school, daarnaast was meen ik, het gebouw van sociale zaken.
Als er soms arrestanten in de cel zaten, moesten die uiteraard te eten hebben. Die aten dan mee met wat de pot schaftte bij ons thuis. Bij het opscheppen van onze borden schepte moeder dan een extra bord op met aardappels, vlees, groenten en jus. Een pannendeksel op het bord, vervolgens inpakken in een dikke laag oude kranten en dan moest één van ons dat snel naar het bureau brengen waar het dan nog lekker warm kon worden genuttigd door de arrestant. Die mocht dan vaak, heb ik gezien, zijn cel uit en zijn "prakkie" eten in een apart kamertje.
Hieronder een foto van het toenmalige politiekorps met o.a. burgemeester Tjalma en de toenmalige korpschef adjudant Meulenberg.
                                 
De namen kan ik nog zo uit mijn zak schudden:
Boven v.l.n.r. van Eeks, Eshuis,van Oosten,Wildeboer,Jeuring,achterneef Jannes Bergsma, Wessel,
Middelste rij: mijn zus Dicky Bergsma (adm.) J. de Weerd, Dries, J.Kuik, Dol, Duinkerken,van Roon, Hofstra,Spit, Huizing, Zanting, Lok (adm.)
Zittend: Braaksma, de Ruiter,  vader Bergsma, burgemeester Tjalma, adj. Meulenberg, De Groot en v.d.Laan.
Aan de Hoofdstraat naast de toenmalige Zomer Zelfbediening woonde Thomas. Die verzorgde de van Gend en Loos- ritten in Hoogeveen. Dat ging toen nog met paard en wagen. Er waren twee paarden en twee wagens. Op de grootste wagen reed de oude Knol. Zijn paard was een dik belgisch trekpaard. Op de andere wagen reed zijn zoon, Klaas Knol en die had een iets kleiner paard genaamd "Nellie". Waar de "oude" Knol , met zijn belgische knol altijd heel rustig aan reed kon je zoon Klaas af en toe met Nellie door de straten zien galopperen. Hij sloeg dan wel eens met zijn stok plat op de laadvloer van de wagen en dan vloog Nellie er weer vandoor en in de hoogste versnelling. Een prachtig gezicht. Meerdere malen heb ik mee mogen rijden, in ruil voor wat pakjes afgeven vanaf de wagen.
Ook een bekende figuur in die tijd was Marten Meinen, "Stationskruier No.1" Hij had een handkar waarvan het deksel aan de bovenkant met zink bekleed was. De kar was ook voorzien van een bord waarop zeer duidelijk werd aangegeven dat men hier echt met  "Stationskruier No1" te maken had! Hij werd regelmatig geplaagd en sloeg dan van woede met zijn grote stok, die hij altijd bij zich had, boven op het deksel van de kar wat een ontzettende herrie gaf.
Hij bracht met zijn kar, de bagage van de treinreizigers naar het door hen opgegeven adres. Ik geloof dat het tarief, een kwartje per koffer was. In aanmerking genomen dat hij er soms een heel eind voor moest lopen, was dat alleszins goedkoop.
De Nieuwe Drentse Courant werd toendertijd bezorgd door Lous v.d.Kooy. Als we aan Lous vroegen: "Lous breng je de kranten weer rond"? dan antwoordde Lous steevast : "Neehee, vierkant".
Met een beetje goed weer kon je aan de Hoofdstraat altijd Adriaan van de Ruit aantreffen met zijn ijscokar; zijn vader had een ijscomakerij in de Wilheminastraat,  hij stond meestal ter hoogte van kapper Nieuwenhof.
Vlak naast de ijsbereiderij van v.d.Ruit had je klompenmakerij Benjamins, daar moest je, als het weer tijd was, naar toe om de maat te laten opnemen waarna er een paar klompen op maat voor je werden gemaakt.
De kleuterschool heb ik nog gedeeltelijk bezocht in een oud pand op de hoek van de Hoofdstraat en de Raadhuisstraat tegenover slagerij Bruins. Ik zat in de klas beneden er was geloof ik, nog een klas via een oude krakkemikkerige trap op de eerste verdieping. De juf was juffrouw Ella Winkel, die helaas veel te jong is overleden.
De lagere school aan de Bentinckslaan, Rechts op de foto huis huis van, toen nog, meester Bos, het hoofd der school.
In de eerste klas zat ik dus bij juffrouw Boer (van de stok!) 2e klas, juff. H.Wielenga, (deed het niet met een stok maar met een meetlatje op je uitgestoken vingers!), 3e meester O.Lemstra, 4e juff. Reiziger, 5e mevr. v.d.Veen en de 6e klas de hoofdmeester meneer Broersma,  meester Bos was toen al verhuisd.
Daarna naar de ULO, in eerste instantie in een lokaal op de eerste verdieping, later in het nieuwe gebouw aan de Jhr. De Jongestraat.
Dat werd geen succes. Ad zat meer met zijn gedachten buiten de school in de natuur dan bij de algebratekens van meneer Bootsma op het bord.
Na het tweede jaar in de tweede klas gaf ik de pijp aan Maarten en trad in dienst bij bakker Kramer aan de Kanaalweg waar ik al langere tijd zaterdags voor mijn zakgeld had meegeholpen en zodoende al enigszins het klappen van de zweep kende.
Moeder heeft een paar witte schoten voor me gemaakt en een wit bakkersmutsje en zo begon ik daar voor Fl. 12,50 per week.
's Morgens vroeg eerst brood bakken en daarna het brood naar de klanten brengen.. Dat heette "venten".
Eerst per transportfiets met voorop een grote vierkante mand vol met broden. Aan het stuur hingen nog diverse karabiezen met beschuit, koekjes, koek en meerdere zaken.Later toen de zaken wat beter liepen kreeg ik een echte bakfiets.
Met die bakfiets ben ik later nog eens een keer de bocht uitgevlogen op de Hoofdstraat.
In die tijd was die in het midden voorzien van grote grasperken met daartussen doorgangen. Waarschijnlijk jeugdige overmoed, deed mij een keer te snel een bocht van 180 graden nemen waardoor bakfiets en bestuurder geheel omsloegen waardoor een deel van de lading op straat terecht kwam. Ik zal ongetwijfeld met een rood hoofd de broden weer terug hebben gezet en stapvoets mijn weg hebben vervolgd.
De prijs van het brood was toen:een wit brood 42 cent, een grijs(regeringsbrood) 39 cent en een tarwebrood 38 cent. Een rol beschuit, b.v. van Boscher beschuitfabriek in Zuidwolde kwam op 29 cent en een half pond gemengde koekjes 75 cent.
Tegenwoordig heb ik de draad weer opgepakt en zo  bak ik nu  elke week weer drie broden en ik voelde meteen bij de 1e keer, zo'n 10 jaar geleden, dat ik het niet was verleerd.
 
Er was een klein aantal klanten dat het geleverde brood meteen betaalde.De meeste klanten betaalden zaterdags het brood van de hele week. Daarom had je in je grote geldtas in het voorste vak je opschrijfboekje zitten met voor elke klant een blaadje waar je de aflevering op noteerde.Mede daarom was de zaterdag een drukke dag met al dat afrekenen. Vrijdagsavonds telde je dan al voor elke klant het saldo van de afgelopen week bij elkaar zodat je zaterdags tenminste niet die hele lange rij op hoefde te tellen.
Dat venten vond ik gezellig want onderweg kwam je veel bekende collega's tegen: bakkers, of melkboeren. Ook ventte er nog een olieboer: nl. Albers van de Noorderweg.
Verder zag je kaasboer Feijer vaak. Die had een prachtige bakfiets waarop de aanwezige kazen keurig waren opgeborgen achter glazen deurtjes aan weerszijden.
Dan kon je ook nog geregeld visboer Baas tegenkomen. Die had een speciale roep terwijl hij langzaam door de straten reed: zoute of zuuuure haring!
De melkboeren hadden de melkpullen op de bakfiets staan. Die pullen waren aan de onderkant voorzien van aan koperen aftapkraantje dat de melkboer door middel van een sleutel kon openen. Of de melkboer haalde de melkpannen of melkkokers af bij de deur of de huisvrouwen liepen met die attributen naar de melkboerkar. De melkboer was verplicht om dan zijn litersmaat via deze kraan te vullen en in de pan te ledigen. Omdat dat te lang duurde, schepten de melkboeren liever hun litersmaat vol via de bovenkant van de pul. Maar owee als een toevallig passerende politieagent dat zag. Dan was het boete betalen.
De kruideniers, althans sommige, brachten de boodschappen toendertijd nog thuis. Een paar dagen voor deze bezorging gingen de kruideniersbedienden de klanten langs met het boodschappenboekje. Voor elke klant was er zo'n boekje. Wij waren klant bij S.Westra in de Kerkstraat en een van de bedienden was Jan Baas, de zoon van de visboer.
Jan Baas kwam dan gezellig binnen zitten en noemde aan de hand van eerdere bestellingen zijn hele rijtje boodschappen af. Als moeder dan een artikel hoorde wat ze nodig had zei ze dat en schreef Jan dat in het boekje. En een paar dagen later werd alles keurig in karbiezen per transport-mandfiets of per bakfiets thuis bezorgd.
Ook de groentenboeren ventten hun handel uit naar de klanten. Dat heb ik trouwens niet zo lang meer meegemaakt. Toen we nog in de van Echtenstraat woonden hadden we Neutel als groentenboer. Neutel woonde aan de Coevorderstraatweg vlak voor Noordscheschut en deed alles met paard en wagen. Zijn "kidde" heette (ook al) Nellie.
Nellie kon af en toe ontzettend grote plassen laten vallen die dan lekker lang bleven stinken. Ook de paardenvijgen kwam je op straat natuurlijk veel meer tegen dan tegenwoordig.
Ja wat kwam je dan nog meer tegen. O ja, de slagersjongens, die hun waren ook vaak per mandfiets rondbrachten.
Ik herinner me nog heel goed een collega nl. Geert Woldendorp. Die ventte voor bakkerij Broekema van de Schutstraat. Ik denk dat die van alle venters wel de meeste klanten had. Hij had, vooral zaterdags, zijn bakfiets wel zò volgeladen dat hij bijna niet vooruit kon komen omdat het zo zwaar geladen was. Hij was meestal aan het fluiten tijdens zijn werk en men noemde hem dan ook "de fluitende bakker". Er was een tijd, dat men verzoekplaatjes voor de ook toen al populaire geheime zenders kon opgeven bij "de fluitende bakker".
Ook kwam je de huisartsen regelmatig tegen. Dokter van de Wal en dokter Duymaer van Twist hadden allebei een grote Amerikaanse slee. Dr. Van de Wal Jr, die later ook een praktijk was gestart, begon aanvankelijk zijn visites op een gewone herenfiets. Aan de lastdrager was een stang bevestigd waaraan zijn dokterstas hing. Hij is/was getrouwd met Heleen Pruys, de dochter van de chirurg die op het terrein van ziekehuis Bethesda woonde.
En zo was het vroeger gezellig werken, buiten op straat.
   
 
Mil. Dienst:
 
Mijn diensttijd heb ik doorgebracht bij het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. De eerste vier maanden in de Frederik Hendrikkazerne in Vught, een lange reis per militaire trein, en de laatste 14 maanden in de Westenbergkazerne in Schalkhaar bij Deventer. Op de stations liepen de kelners nog met grote houten dienbladen met een pot koffie langs de treinen en schonken dan koffie in een papieren bekertje voor de klanten achter de geopende coupéramen. Het station in Meppel had wat dat betreft een zeer goede naam. Het was soms vermakelijk om te zien hoe hard de kelners met de al rijdende trein mee moesten rennen om hun geld van de koffie nog te beuren; ik geloof overigens niet dat daar ooit door de soldaten misbruik van werd gemaakt.
Tijden de parate weekenden waren we vaak zondags'morgens te vinden in het Schalkhaarse café "De Lindeboom".
                      
Op een zondagmorgen in de tuin van de Lindeboom met Trees de dochter van de kastelein.
 
Wanneer we een "paraat weekend" hadden, het weekend dat je niet naar huis mocht, gingen we vaak met een heel peloton meedoen aan wandelmarsen die door het hele land werden gehouden.
                                       
                                       Links door de bocht voor het Hoogeveense raadhuis
Zo hebben we ook nog een keer de Gen.Crerartoch mee gelopen in Hoogeveen.
Ook was het wel leuk om mee te doen aan een erewacht b.v. bij bezoeken van buitenlandse staatshoofden. We stonden dan in ceremonieel tenue, zwarte broek, rode tuniek met hoge boord en een zwarte hoge helm.Weken er voor werd er al druk voor geoefend.
 
 
 
 
In de "Eerste Rust" voor "Huis ten Bosch" tijdens een bezoek van de Sjah van Perzië.
 
                                
 
Terugmarcherend vanaf "Huis ten Bosch".                Ik in "Gala".
Voorop de Compagniescommandant
Kapitein A.P.A van Daalen.
Door ons altijd Apa genoemd
 
 
 
Onze Drumband
 
 
Oud en nieuw viel net in een "paraat weekend" dus binnenzitten. Groot feest  op de kamer desalniettemin!
 
 
 
"Show(bink)foto" gemaakt in La Courtine
 
Tijdens deze diensttijd zijn 3 weken doorgebracht in La Courtine in Frankrijk waar destijds de grote oefeningen werden gehouden. Toen ik 2 jaar na het afzwaaien weer op herhaling moest, was dat weer drie weken La Courtine, wat nog gezelliger was dan de eerste keer. Dit mede door het weerzien van vele oude maten van vroeger. Met enkelen van hen heb ik nog steeds contact, o.m. met Wim Kaim die destijds mijn pelotonscommandant was.
Later ben ik bij Philips in de beveiliging terecht gekomen waarbij ik diverse standplaatsen heb gehad. Begonnen in Eindhoven natuurlijk, daarna overplaatsing naar Almelo, waar ik tegen mijn zin heen moest "maar ik was vrijgezel", dus was dat voor de leiding eenvoudiger . Maar na drie maanden mocht ik toch terug naar Eindhoven. Daarna na een paar jaar naar Weesp waar ik sneller een woning zou krijgen dan in Eindhoven, ik was inmiddels verloofd. Toen dat na 10 maanden ook niet te realiseren bleek, werd ik weer terug gehaald naar Eindhoven. Enige tijd later werd ik overgeplaatst naar Roosendaal waar we 16 jaar fijn hebben gewoond. Daarna nog 12 jaar naar een Philipsvestiging in Den Haag.We woonden die laatste periode in 's-Gravenzande. Vooral Monique vond het daar geweldig en dan met name vanwege het dichtbijgelegen strand. Ze was dan ook veelvuldig op het strand en in de zee te vinden.
 
De toenmalige groep Bedrijfsbeveiliging van Philips Telecom Industrie in den Haag
 
Na de prepensionering daar, zijn we weer terug gekeerd naar Brabant waar we nu sinds 13 jaar wonen in het dorpje Maarheeze. En het moet gezegd worden, het is hier toch wel een heel stuk rustiger dan in de drukke randstad.
We zijn in de gelukkige omstandigheid om een huisje in Spanje te hebben en brengen daar een groot deel van het jaar door. In mijn werkzame deel van mijn leven zijn we daar ook heel vaak geweest waarbij er heel wat (weekend)diensten zijn geruild met collega's om een zo'n lang mogelijk aaneengesloten periode daar te zijn.
Monique en ik zijn al ruim 40 jaar getrouwd en hebben een zoon en een dochter en inmiddels 3 kleinkinderen.
                                                 o-o-o-o-o-o