Bron: "Introduktion to Weak Opening systems" door Lukasz Slawinski en Stanislaw Ruminski (editie juni 1979, sommige delen stammend uit 1967)

 

Paradox van het moderne bieden

Bridgespelers vinden nieuwe systemen en conventies uit. Hoewel zelfs de meest uitgekiende en kunstmatige systemen niet het traditionele Culbertson of Acol op een overtuigende wijze te boven gaan en het enthousiasme of nieuwigheid daarvan verwarrend lijkt te werken. Indien een paar naar boven komt dat een kunstmatig systeem praktiseert is hun perfecte techniek de hoofdreden van hun succes, ondanks hun biedsysteem. In zekere zin betaalt iedere innovatie niet uit. Het genoten voordeel is tamelijk klein en vraagt veel investering in het ontwikkelen van een nieuw syteem, als zowel een bijkomende grote geheugenbelasting.

Is er dan een zichtbare stagnatie in de ontwikkeling van de biedtheorie en kan er dan niets nieuws en waardevols worden gedaan? Het schijnt zo. Maar wat zijn de redenen? Het gebeurt omdat de pogingen zich concentreren op tamelijk onbelangrijke, meestal technische, problemen. De oplossingen dragen niet bij aan een daadwerkelijke vooruitgang in de biedtheorie.

De navolgende fundamenten van systemen zijn nagenoeg onveranderd gebleven sinds het Culbertson tijdperk:

- 12-18 punten als basis van de openingsrange
- passen met zwakkere handen (of zwakke 2ev openingen)
- de wijze van distributie aangeven

De vooruitgang van de theorie blijft op de oppervlakte. Het tast bovengenoemde fundamenten niet aan. Maar deze zijn niet zo ideaal en solide als ze lijken. In tegendeel, ze bevatten heel wat verborgen tegenstrijdigheden en paradoxen. Laten we ze eens naar boven brengen!

 

De Paradoxen


De Paradox van de 12-18 puntenrange:

Waarom is vastgesteld dat 12 punten het minimum is voor een normale opening?

1) men meent dat zo'n sterkte genoeg kans geeft op het maken van een contract
2) algemeen geaccepteerd dat met die sterkte men gevrijwaard is van een catastrofale score

als dat zo is, waarom bieden we dan na een opening van de tegenpartij met de volgende handen?

AB973
V
764
VB82
KQ85
73
8
KB7632
AT753
KQ85
98
65

Per slot van rekening is het bieden met zulke handen veel gevaarlijker indien de tegenpartij reeds informatie heeft kunnen uitwisselen, dan de opening versus de onzekerheid van de tegenpartij inzake hun gezamenlijke sterkte.

 

De Paradox van de openings-Pas:

Tot nu toe is het Pas-bod niet beschouwd als een openingsbod. Vooralsnog mag het beschouwd worden als een ongebruikelijk bod, 1 stap lager dan het 1 bod.

Er mag opgemerkt worden dat, in dat gezichtspunt, er aan de orthodoxe betekenis van het Pas-bod twee serieuze zwakke punten kleven:

1) grote range in sterkte en diversiteit van de distributie
2) hoge frequentie (iedere 2e gift) en daardoor een lage graad van agressiviteit in de bieding gevend

 

De Paradox van het aangeven van de distributie:

De tot nu toe toegepaste methode om de distributie aan te geven is gebaseerd op opeenvolgende biedingen van lengte-kleuren. Is dat de beste wijze? Misschien zijn er betere manieren of op zijn minst gelijkwaardige. Zoals je onderstaand kan zien bevat de othodoxe lengte-kleur opening vitale zwakke plekken:

1) het vertelt (veel) over de geopende kleur, maar zegt absoluut niets over de zijkleur(en)
2) de tamelijke eenvoud van zo'n opening schept geen moeilijkheden voor de tegenpartij.

Conclusie:
De bovenstaande paradox volgt uit de diepgewortelde overtuiging dat de belangrijkste rol van het bieden is om je eigen goede contract te vinden:

Pas = geen vooruizicht op welk contract dan ook
1 = ik probeer het contract van 1 te maken
1 = ik probeer het contract van 1 te maken, etc.

Maar bridge is een spel tussen twee paren en het voorkomen dat de tegenpartij hun eigen goede contract zal vinden is bijna even belangrijk als het vinden van je eigen contract.
Deze tegenstelling leidt tot een simpel te trekken conclusie:

de huidige bied-axioma's dienen radicaal herzien te worden, anders wordt een werkelijke vooruitgang voorkomen en leidt het alleen maar tot overgecompliceerde biedsystemen

____________________________________________________________________________

 

De nieuwe grondstellingen qua taktiek

De tot nog toe gebruikte bied-axioma's bewijzen verre van perfect te zijn. Laten we eens proberen om
een paar nieuwe te introduceren.

 

Het principe van Leiderschap:

In het verloop van een bieding heeft gewoonlijk één speler van het paar (de leider) de overmacht
inzake het initiatief en is in een betere positie geplaatst om over het uiteindelijke contract te besluiten.
De leider neemt zijn partner aan z'n hand mee in de bied-sequentie en verplicht hem zijn hand te
omschrijven.
De Leider toont zijn hand alleen maar tot het hoogst noodzakelijke om zijn partner effectief te kunnen leiden.
Welke van de twee partners - de openaar of de antwoorder - zou de leider moeten zijn?

de leider zou die speler moeten zijn, die het eerst informatie over de hand van zijn partner ontvangt (gewoonlijk is dat de hand van de antwoorder)

De reden is heel eenvoudig: na de eerste omschrijving van de distributie weet deze meer over
partner's hand van vice versa. Dus hij krijgt de noodzakelijk informatie eerder (en dus op een lager
niveau) dan zijn partner, behoudens uitzonderingen (zoals Stayman na 1 )

de bieding zou geleid dienen te worden
door de sterkere hand

Dat is duidelijk: het is veel makkelijker naar weinig honneurs te informeren dan naar vele.



Het principe van maximale bemoeienis met de bieding:

Het vinden van je eigen beste contract dient niet het enige doel van een paar te zijn. Minstens zo
belangrijk is het voorkomen dat de tegenpartij dat eveneens doet en dat je een voorsprong hebt in
de uitwisseling van informatie. Hoe meer dat bereikt wordt, des te beter het is, want:

men dient zo frequent te openen als maar mogelijk is om de tegenpartij te belemmeren in hun bieding en hen te verhinderen in de uitwisseling van informatie

 

Het principe van maximale frequentie van die bemoeienis met de bieding:

Gezond verstand, gestaafd door mathematische beschouwing leidt tot de volgende conclusie:

de meest frequente handen dienen met de uiterste zorg behandeld te worden door het biedsysteem

 

De grondstelling van de zwakke opening:

de meerderheid van de openingsboden dient gereserveerd te zijn voor de 8-12 puntenrange handen

De grondslag daarvoor is helder: De 8-12 puntenrange is meer frequent dan 12-16 (uitgaande dat
10 punten het gemiddelde is). Deze grondstelling geeft dan de beste voedingsbodem om de drie reeds genoemde principes te realiseren: Leiderschap, Maximale bemoeienis en Maximale frequentie.

In dat kader dient eveneens de opening zelf bekeken te worden inzake de maximale frequentie.

Het principe van uniformiteit in het aangeven van distributie:

De klassieke manier van het aangeven van de distributie van een hand loopt volgens het successievelijk bieden van de lengte-kleuren. Indien er genoeg biedruimte is dan is de wijze waarop irrelevant. Maar indien de totale sterkte beider handen beperkt is (of indien de tegenpartij tussenbiedt) dan is het noodzakelijk om de vitale informatie zo snel mogelijk te verkrijgen. Welke wijze is dan de beste?
Bekijk eens de typische 1-opening. Die geeft informatie over de geopende kleur, maar de lengte van de andere kleuren is totaal onbekend - van 0-5. We weten relatief veel over één kleur, maar niets over de andere. Is dit tevredenstellen? Neen!

het openingsbod dient eveneens het mogelijke uniforme beeld van een hand te tonen.
De informatie over alle kleuren moet overgedragen kunnen worden

 

Het principe van wie het contract gaat spelen:

Het is niet voldoende om een goed contract uit te bieden. Het moet eveneens gespeeld worden door de juiste hand.

het eindcontrakt dient gespeeld te worden door:
- de leider van de bieding
- de speler met de sterkste hand

Dit principe realiseert ook de mogelijkheid om meer slagen te halen dan gepland, omdat

1) het zicht op de dummy geeft de tegenstander geen enkele toegevoegde waarde. Ze zien de hand die reed "verkocht" en omschreven is (via het leiderschap principe)
2) de uitkomst wordt naar de sterkere hand gedaan
3) het merendeel van de honneurs is beschermd

 

De grondstellingen inzake de korte kleur:

het openingsbod dient informatie te geven over de kortste kleur

Als we de kortste kleur weten, kunnen we hopen op een fit/fits in de andere kleuren. Dus we krijgen dat uniforme beeld van partner's hand: misfit in de ene kleur, fits in de andere kleuren.
Aan dat uniformiteits principe wordt hiermede voldaan. We weten inderdaad niet de langste kleur, maar we weten daarvoor in de plaats wèl de andere kleuren. Dit stelt ons in staat om de eigen hand te evalueren: is onze langste kleur nog zo waardevol?, kritische beschouwing van de honneurs in de kortste kleur, het tellen van de aftroefslagen.

het bod dat die kortheid aangeeft dient precies in die kleur te worden geboden

Conform het Leiderschap principe en het principe dat het contract door de leider dient te worden gespeeld. Aangezien de leider meestal de antwoorder is (via wederom het leiderschap principe) is het resultaat dat:
- de antwoorder het eindcontract dient te spelen

Om dit zo maximaal frequent te realiseren:
-de openaar moet dat bod bezet houden waarin de mogelijkheid tot een fit het kleinste is, of te wel de kortste kleur.

Deze korte kleur kan in een biedsysteem opgenomen worden op 3 manieren:
- een misfit versie
- een doubleton versie
- een singleton/renonce versie

hoe is afhankelijk van de aard van de korte kleur. De singleton/renonce versie lijkt het beste, aangezien deze normaliter in alle drie de kleuren minimaal een 3-kaart zal bevatten. Eveneens is de waardebepaling van de honneurs tegenover die singleton/renonce beter.

 

Het principe van een alternatieve betekenis:

Het is niet zo moeilijk voor te stellen dat boden meer betekenissen kunnen hebben indien deze voorals nog meer profijt opbrengen dan verlies. Bijvoorbeeld een 1-opening, betekende de Majors of de minors. Indien de tegenpartij tussenbiedt (je eigen kaart ziende) kan je de variant met een grote waarschijnlijkheid bepalen. Indien men past kan je naar de variant vragen. Het is moeilijk om precies dit principe te definiëren omdat alles samenhangt met de daadwerkelijke mogelijkheden. Hoewel :

boden met meer betekenissen zijn toelaatbaar indien deze 2 of meer volledig verschillende betekenissen behelzen

Zoals bijvoorbeeld in het Lambda systeem inzake 2-kleuren spellen:

1 = / òf /
1 = / òf /
1 = / òf /

 

Het principe van gissen:

Bridge is gebaseerd op statistiek. Dus het proberen om zo veel mogelijk succes te boeken, moet je niet angstig maken om een sporadisch aanzienlijk verlies te lijden. Of te wel:

de beslissingen gebaseerd op gissen over openingen die meer betekenissen hebben zijn toelaatbaar

Het spreekt vanzelf dat dit principe sterk verbonden is met het principe van de meerdere betekenissen.
Stel dat partner geopend heeft met het 1-bod, betekende 2 alternatieve 2-kleuren spellen t.w.
/ òf /, met op zijn minst een 5-4 verdeling.

Door naar je eigen distributie te kijken kan je beter gissen:- partner heeft de kleuren waarin wij minder kaarten hebben dan in de andere. Simulatie heeft uitgewezen dat je in 80% goed zit . Anderzijds (door niet onze eigen verdeling daarin mee te nemen) zouden we slechts 50% kans hebben. Dus 30% reeds gewonnen en dat voordeel is alleen maar het resultaat van een behoorlijke vaststelling van het 1-bod.

Daardoor win je eveneens biedruimte. We kunnen, zonder naar de distributie te vragen, kiezen om een 2-hoogte contract te spelen, of, indien er kans is op een manche, kunnen we een relay met het 1-bod geven.

Soortgelijke werking van het gis-principe kan je inzetten bij een opening aangevende twee alternatieve puntenranges (zoals 0-7 òf 17+).

 

Het principe van voorbereid te zijn op een ongebalanceerde opening:

Door middel van een voorbereidend bod, normaliter de lage openingen 1 en 1, verstaat men meestal dat de distributie gebalanceerd is. De praktijk voor een WOS (Weak Opening System) heeft echter bewezen dat:

een voorbereidend bod is alleen toelaatbaar indien het gaat om een ongebalanceerde hand

Een voorbeeld van zo'n opening is het 1-bod (uit het Anti-Delta of Regres systeem) dat aangeeft : een hoeveelheid aan distributies met iedere singleton/renonce. Als de tegenstander niet biedt dan is er geen enkel probleem een speelbaar contract te vinden. Indien ze dat wel doen: hoe meer ze bieden, des te meer weten we over de openingshand (gis-principe).

 

Het principe van informatie waarvan geen gebruik kan worden gemaakt:

Informatie gegeven door de biedingen dienen zodanig geselecteerd te worden dat deze meer van waarde zijn voor de partner dan voor de tegenpartij.
Bijvoorbeeld een openingsbod aangevend een 3- of 4-kaart schoppen geeft partner ongeveer evenveel bruikbare informatie als het duiden van een 5- of 6-kaart schoppen, maar laat de tegenstander in het ongewisse omtrent het vooruitzicht van hun eigen schoppen-contract.

de betekenis van een opening dient zodanig gekozen te worden dat de tegenstander zo min mogelijk informatie daarover ontvangt

 

Het principe van alternatieve Lengte van een kleur:

Behorende bij het alternatieve betekenis principe.

kortheid òf lengte in een kleur

Zoals toegepast in de systemen "No-Name" en de latere "Suspensor". 1 of 1 is:

1) Kort (niet meer dan een doubleton) in de geopende kleur
2) Lang (tenminste een 6-kaart) in de geopende kleur

____________________________________________________________________________

De technische merites en basis-sequenties in de compilatie reeds uiteengezet.
____________________________________________________________________________
© Slawinski/Ruminski - vertaald uit het Engels door MdB, pagina 2 t/m 12