|
Caravan vraag & antwoord |

|
Gastechniek |
|
Gasstel Gasstelpakkingen Waarom Anders zuigt de brander valse lucht en dit geeft bij het abrupt uitzetten van het gas een terugslag ( een knal met een steekvlam uit de luchttoevoerpijp ) Ook brand er vuur tussen de branderdeksel en pakking ( kleine vlammetjes rond de brander deksel ) Maar de pakkingen zijn heel Kromme branderdeksels geven hetzelfde effect, neem een velletje fijn schuurpapier ( korrel 210 ) leg deze op een vlakke ondergrond draai de branderdeksel over het schuurpapier ( 8 rondjes draaien ) en kijk of de onderkant van de branderdeksel na twee rondjes het schuurpapier gehele heeft geraakt. Kijk of ook de vieze oude pakkingresten verwijderd zijn, zo niet herhaal het een paar keer. Zijn de branderdeksel echt extreem krom, ze wiebelen, vervang ze dan. Voor je het geheel weer monteert maak het aanrechtblad schoon, blaas/zuig de luchttoevoerpijpjes schoon. Strip een enkel stukje stroomsnoer 2 cm af en maak van de koperen draden een raggertje en maak hiermee de pijpjes vrij van spinnenrag en vuil. Pakkingen vervangen Vet de nieuwe pakkingen in met zuurvrije vaseline ook de pootjes waarover je de branderdeksel draait invetten. Draai nu de branderdeksel voorzichtig vast. ( denk erom de pootjes breken gemakkelijk af )
De Drukregelaar (afb. 1.) De werking van de drukregelaar kan het beste worden beschreven aan de hand van deze tekening.
Het gas stroomt links onderaan (aanvoer) binnen, passeert de afsluiter en stuit dan op een afsluitklep. Die afsluitklep is d.m.v. een hefboom verbonden met het membraan. Het membraan wordt door een veer naar beneden geduwd. Hierdoor wordt met een hefboom de afsluitklep geopend, Nu kan er gas stromen onder het membraan. Door de druk van het gas wordt het membraan tegen de veerspanning in omhoog geduwd. Via de hefboom wordt daardoor de afsluitklep gesloten. Het gas dat onder het membraan zit stroomt intussen naar de verbruiker, waardoor de druk afneemt en de veer de afsluitklep weer kan openen. Als het gas blijft stromen omdat er een apparaat op gas in werking is, ontstaat er een evenwicht tussen de druk van de veer en de druk van het gas onder het membraan. De afsluitklep blijft iets open om dit evenwicht in stand te houden. Wordt de gaskraan van de verbruiker gesloten dan stroomt het gas onder het membraan niet meer weg en wordt de afsluitkraan dicht geduwd. De druk in de leiding blijft gehandhaafd op de door de veerspanning ingestelde druk. Wordt de gaskraan weer geopend, dan valt de druk onder het membraan weg en kan er weer gas stromen.
Bij het comprimeren (drukverhoging) van het gas komt warmte vrij, denk aan een fietspomp. Het expanderen (drukverlaging) van gas kost warmte. Omdat in de drukregelaar het gas expandeert, koelt de drukregelaar af.
De Thermische beveiliging (afb. 2.) De thermische beveiliging is aanwezig op alle apparaten die op gas werken. Het is daarom belangrijk dat men weet wat de beveiliging doet en hoe deze werkt.
De thermische beveiliging bedient een elektromagnetische klep die is aangebracht in de leiding achter de bedieningskraan. Is de Bedieningskraan open dan zit de klep nog dicht, zodat er geen gas stroomt. Om de klep te openen is een heel klein elektrisch stroompje nodig. De benodigde spanning wordt opgewekt in een thermokoppel. Een thermokoppel bestaat uit twee stripjes van verschillend metaal, die hecht met elkaar zijn verbonden. Wordt het thermokoppel warm, dan ontstaat een klein spanning- verschil tussen de beide materialen en dit spanningsverschil is voldoende om de elektromagnetische klep te openen.
Het thermokoppel is te zien bij de brander, het is het pennetje dat in de gasvlam steekt.
Is de brander warm, dan is de klep open, waait de vlam uit dan wordt de brander koud en sluit de klep, zo eenvoudig is het.
Om de brander aan te steken, zodat deze automatische het thermokoppel kan opwarmen, moet via de omloopleiding gas worden toegevoegd. Een klep in deze omloopleiding wordt geopend door op de bedieningsknop te drukken. Laat men de knop los, dan zorgt een veer ervoor dat de knop weer wordt gesloten.
Dit merkt u als u iets te weinig geduld heeft om te wachten tot het thermokoppel heet is, dan gaat de vlam vanzelf weer uit en moet de procedure worden herhaald.
Bij een goed werkend apparaat zal het indrukken van de bovengenoemde knop niet langer dan 30 seconden in beslag nemen.
Het controleren van de vlam beveiliging De sluittijd van een vlambeveiliging is de tijdsduur tussen het uitblazen/uitwaaien van de waakvlam/brander en het tijdstip van het geheel gesloten zijn van de gastoevoer naar de brander uit gedrukt in seconden. Bij het controleren van de thermo-elektrische beveiliging wordt de totale sluittijd opgenomen. De sluittijd mag bij een (beveiligt) toestel 60 Seconden zijn, duurt het langer dan duidt dit op een onvoldoende onbeveiligd toestel. Is het korter de 6 sec dan is het toestel niet bedrijfszeker.
Oorzaak: 1) Een defect thermo-element 2) Een te grote overgangsweerstand in het thermo-stroom circuit. 3) Een defecte magneetspoel. 4) Een te grote weerstand tussen het weekijzer en het ankerplaatje (vet).
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|