|
Caravan vraag & antwoord |

|
Wettelijke eisen & artikel |
|
Technische en gebruikseisen aanhangwagens van 750 kg t/m 3.500 kg Gebruikseisen van combinaties
Algemeen Aanhangwagens moeten: 1) Overeenstemmen met de gegevens op het kentekenbewijs (dan wel het registratiebewijs tot 1-9-03) en de gegevens in het kentekenregister 2) Een op een vast voertuigdeel ingeslagen identificatienummer hebben (voorheen een chassisnummer); 3) Per 1 september 2003, een goed leesbare en niet-afgedekte kentekenplaat hebben. Hierop moet het zelfstandige kenteken van de aanhangwagen staan met kenmerk en unieke code. Bestuurder De bestuurder van de personenauto moet met lading op de aanhangwagen voldoende uitzicht hebben naar voren en opzij, en door spiegels op het links en rechts naast en achter hem gelegen wegdek. Koppeling De verticale druk onder de koppeling mag niet hoger zijn dan door de fabrikant aangegeven. Aanhangwagen en lading De vervoerde lading mag niet van de aanhangwagen kunnen vallen. Losse lading moet goed zijn afgedekt. De lading mag in principe geen scherpe delen hebben die gevaar kunnen opleveren bij een botsing. Overig Opklapbare delen aan de buitenkant van een aanhangwagen moeten tijdens het rijden goed vastzitten. Trekgewicht De te trekken aanhangwagenmassa die staat vermeld op het kentekenbewijs mag niet worden overschreden.
Algemene bouwwijze De dragende en versterkende delen van chassis en carrosserie van de aanhangwagen mogen niet zijn gescheurd of gebroken. En zij moeten goed zijn bevestigd en niet ernstig geroest of vervormd. Bovenbouw De bovenbouw van de aanhangwagen moet deugdelijk zijn bevestigd aan het onderstel. Laadvloer/-ruimte De ondersteuning van de laadvloer of -ruimte moet deugdelijk zijn. Elektrische bedrading De elektrische bedrading van de aanhangwagen moet deugdelijk zijn bevestigd en geïsoleerd.
Afmetingen en massa’s Aanhangwagens mogen 12 meter lang, 2,55 meter breed en 4 meter hoog zijn. Middenasaanhangwagens van voor 1 juli 1967 en middenasaanhangwagens van na 30 juni 1967 maar vóór 1 januari 1987, met een toegestane maximum massa tussen de 2500 kg en 3500 kg mogen 10 meter lang zijn. Middenasaanhangwagens van na 31 december 1986 mogen 12 meter lang zijn.
Lengte van personenauto en daardoor voortbewogen aanhangwagen De combinatie van personenauto en aanhangwagen mag niet langer zijn dan 18 meter. Lading 1) De lading mag: niet meer dan één meter aan de achterzijde uitsteken. 2) Niet vóór de auto uitsteken. Trekgewicht De te trekken aanhangwagenmassa staat vermeld op het kentekenbewijs (voorheen op het aanvullingsblad). Deze massa mag niet worden overschreden. Let op! Het maximale trekgewicht van een trekhaak kan een beperkende factor zijn. Breedte van personenauto plus aanhangwagen en lading De breedte van de personenauto en aanhangwagen inclusief lading mag niet groter zijn dan de maximum toegestane breedte van de personenauto of aanhangwagen. Lading van personenauto’s mag niet meer dan 20 cm aan elke zijkant uitsteken.
Assen Algemeen De assen van de aanhangwagen moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet ernstig zijn geroest. Bovendien mogen de assen geen breuken, scheuren of ernstige vervormingen hebben. Fuseepennen, -kogels en overige draaipunten moeten deugdelijk zijn bevestigd en niet te veel speling hebben. Stofhoezen mogen niet zodanig zijn beschadigd dat zij niet meer afdichten. Wiellagers De lagers mogen niet te veel speling vertonen. Slijtage en/of beschadiging mag niet hoor- of voelbaar zijn. Wielbasis De wielbasis van de aanhangwagen mag niet meer afwijken dan 1% van de waarde zoals vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister. Wielen De wielen moeten met alle bouten of moeren zijn bevestigd en mogen niet zijn gescheurd of ernstig zijn vervormd.
Ophanging Algemeen De bevestiging van de schokdempers en de veren van de aanhangwagen mogen niet ernstig zijn geroest. Banden De banden van de aanhangwagen moeten voldoen aan een aantal eisen. De belangrijkste zijn de volgende; 1) Er mogen geen beschadigingen tot op het karkas en uitstulpingen voorkomen 2) De profieldiepte moet minimaal 1,6 mm zijn 3) Banden mogen niet worden opgesneden. Behalve als zij zijn voorzien van het opschrift ‘Regroovable’ of het teken 4) Op een as mag geen combinatie van radiaal- en diagonaalband voorkomen 5) Spijkerbanden zijn niet toegestaan. Veersysteem Het veersysteem van de aanhangwagen moet goed werken. De onderdelen mogen geen breuken of scheuren hebben.
Reminrichting Algemeen Onderdelen van de reminrichting moeten deugdelijk zijn bevestigd. Ze mogen geen breuken of scheuren hebben. De bevestigingen mogen niet ernstig zijn geroest. Trommelrem Bij een wiel met trommelrem mag in ongeremde toestand de rem van de aanhangwagen niet slepen. De dragers of bevestigingen van de remvoering mogen de remtrommel niet raken. Oplooprem Als een aanhangwagen een losbreekreminrichting heeft, moet deze goed functioneren. Indien de oplooprem is voorzien van een automatische blokkering voor het achteruitrijden, moet deze goed functioneren. Parkeerrem Een aanhangwagen moet zijn voorzien van een goed functionerende parkeerrem.
Carrosserie Algemeen De deuren en laadbakkleppen van aanhangwagens moeten goed sluiten. Afscherming De aanhangwagen mag geen scherpe delen aan de buitenzijde hebben. De wielen/banden moeten goed zijn afgeschermd en mogen niet aanlopen. De aanhangwagen moet zijn voorzien van een zijdelingse afscherming.
Verlichting Algemeen De lichten van de aanhangwagen moeten deugdelijk werken. Verlichtingsarmaturen en onderdelen daarvan moeten deugdelijk zijn bevestigd. De glazen moeten in goede staat, niet bespoten, geverfd of bewerkt zijn. Retroreflectoren mogen geen gebreken hebben die de functie beïnvloeden.
Combinatie van personenauto en aanhangwagen Als een aanhangwagen getrokken wordt, moet de trekkende personenauto één zijrichtingaanwijzer hebben aan elke zijkant. De functies van de verlichting van de aanhangwagen moeten overeenstemmen met die van het trekkende voertuig.
Minimale remvertraging van een combinatie op een nagenoeg droge en ongeveer horizontale weg in m/s Voetrem van de personenauto 4,0 m/s Handrem van de personenauto 1 m/s
Verbinding tussen aanhangwagen en personenauto Algemeen Onderdelen van de verbinding mogen niet zijn geroest, met uitzondering van oppervlakteroest. Delen van de koppeling mogen bij ontkoppeling of losraken het wegdek niet raken. Koppeling, trekdriehoek of trekboom moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet gescheurd, gebroken of erg versleten zijn. Middenasaanhangwagens tot 1.500 kg die geen losbreekreminrichting hebben, moeten een deugdelijk bevestigde, niet vervormde, niet gescheurde, niet gebroken of niet erg versleten hulpkoppeling hebben.
Verbinding van personenauto met aanhangwagen In gekoppelde toestand moet de kogelkoppeling nagenoeg horizontaal liggen. Bij het verbreken van de verbinding moet de rem van de aanhangwagen automatisch gaan werken, tenzij een hulpkoppeling is gemonteerd. Er mag geen belemmering door delen van de reminrichting, delen van de elektrische installatie en van de koppeling optreden, en voor zover aanwezig de hulpkoppeling.
Personenauto’s en aanhangwagens die één of meerder van de hieronder genoemde wijzigingen in de constructie hebben ondergaan, moeten opnieuw worden goedgekeurd voordat zij weer mogen deelnemen aan het wegverkeer. Deze keuring dient te worden gedaan door de RDW.
Het betreft wijzigingen van: de carrosserie/inrichting; de carrosserie voor gebruik door en vervoer van een gehandicapte; de wielbasis; de afstand tussen het hart van de koppeling en de achterzijde van een aanhangwagen; het aantal assen; de spoorbreedte (vergroting) bij personenauto’s; het remsysteem voor gebruik door een gehandicapte; de stuurinrichting voor gebruik door een gehandicapte.
Chassisraam art.5.12.3 Geen breuken en scheuren. Geen vervorming of corrosie die de stijfheid en de sterkte in gevaar brengt.
Assen art 5.12.18 Moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigt, en mogen geen breuken, scheuren of aantasting door corrosie vertonen. De assen mogen geen vervorming of beschadigingen of aantasting door corrosie hebben die de sterkte en het rijgedrag in gevaar brengen.
Veersysteem art 5.12.28 Caravans moeten zijn voor zien van een goed werkend veersysteem. En zij mogen geen breuken, scheuren of ernstige aantastingen van corrosie vertonen, en moeten deugdelijk zijn bevestigt. Schokdempers moeten deugdelijk zijn bevestigt en goed werken.
Reminrichting art 5.12.31 Een reminrichting moet deugdelijk met de doorvoor bestemde bevestiging– en borgmiddelen zijn bevestigt. Niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast. Het mag niet beschadigt, gebroken of gescheurd zijn, en mag geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen. De wielen moeten in ongeremde toestand in beide vrij kunnen draaien zonder dat de remvoering aanloopt. De remtrommel mag bij het remmen alleen worden geraakt door de remvoering. De noodzakelijke bewegingsvrijheid van de remonderdelen mogen niet worden beperkt. De automatische blokkering van de oplooprem (achteruit rijden) moet goed functioneren.
Wiellagers art 5.12.20 Mogen niet te veel speling vertonen. Verschijnselen van slijtage of beschadiging mogen niet hoorbaar of voelbaar zijn.
Kogelkoppeling art 5.12.67 De sluit- en borginrichting moet goed functioneren, de onder delen mogen niet vervormd zijn.
Banden art 5.12.27 Het loopvlak mag niet zijn voorzien van metaal of ander materiaal voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid wat dezelfde eigenschappen bezit als metaal. De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. Er mogen geen uitstulpingen zichtbaar zijn. Het loopvlak moet over de gehele band ten minste 1,6 mm bedragen. Banden mogen niet op gesneden zijn (aanduiding Regroovable.) De banden van dezelfde as moeten dezelfde karkas structuur hebben. Het draagvermogen (load-index) moet overeen komen met de as last op de kentekenregistratie. Het loopvlag mag tijdens het rijden geen metalen delen bevatten die naar buiten kunnen uitsteken.
Welke verlichtingseisen gelden er vanaf 1 januari 2005 voor aanhangers lichter dan 750 kg Naast een mistachterlicht is voor aanhangers <750 kg ook ingegaan dat zij twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde moeten hebben als zij breder zijn dan 2,10 meter. Zijmarkeringslichten moeten aanwezig zijn als ze langer zijn dan 6 meter. Dit staat in artikel 5.13.51 van het Voertuigreglement.
|

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|