Om
half 10 's ochtends kwamen we op het vliegveld van Da Nang aan, waar we
een taxi vonden die ons voor $ 6 naar Hoi An wilde brengen. Een prima
prijs voor zo'n eind rijden. De rit was ongeveer 30 km en
met een gangetje van 40/50 km/uur duurde dat best lang. De auto zag er ook
niet echt uit of ie harder kon. De raampjes konden al niet meer dicht en
het regende. Heel handig. Gelukkig deed de toeter het nog wel en die werd
ook hier weer veelvuldig gebruikt. Als die het niet meer doet, dan hoor je
er echt niet bij als automobilist in Vietnam.
Hoi
An is een plaats met een mooi centrum, waar meteen opvalt wat de meeste
mensen hier doen: kleren maken. Als je door een winkelstraat loopt word je
van alle kanten aangeschoten door meisjes met de vraag: "Wanna look
at my shop?". Het is bezaaid met kleermakers. Zoek nu maar eens een
uit. Wij wilden wel kleren laten maken, maar ze lieten ons niet bepaald
rustig kijken zonder dat ze ons enorm op de zenuwen werkten. Uiteindelijk
zijn we binnengelopen bij een zaakje dat buiten het centrum lag, in de
straat van ons Hotel Phu Thingh II.
We
hebben nogal wat uitgezocht aan blousen, overhemden, pakken, broeken en
jassen. Een uur zijn we in de winkel geweest tot 16.00 uur en de volgende
ochtend om 09.30 uur konden we langskomen om alles te passen. We wisten
dat het snel zou gaan, maar dit was wel supersnel! En dat voor $ 4
per blousje en $ 6 per overhemd. Later bleek wel dat de kwaliteit
natuurlijk gerelateerd was aan de prijs: langer dan een jaar kun je er
niet mee doen. De stof pluist aan alle kanten en de knopen vallen er snel
af. Wat wil je ook voor deze lage prijzen.
Na
het avontuur bij de kleermaker, dachten we dat het veilig was om dat ook
bij de schoenmaker uit te proberen. Niet zo'n goed idee geweest. We hebben
hier allebei een paar gympen gekocht. Ik een paar leren laarsjes en Taco
leren bootschoenen. De gympen gingen nog, maar de laarsjes en de
bootschoenen waren een complete mislukking. Het geval wil dat Vietnamezen
heel goed dingen na kunnen maken, maar bij een kleine wijziging, gaat het
de mist in. Ik wilde een lagere hak dan het voorbeeld dat ze in de winkel
hadden staan. Die lagere hak hadden ze gebruikt, maar verder wel het model
van de laars met de hoge hak. Resultaat: laarsjes met omhoogwijzende
neuzen. Uiteindelijk heb ik toch maar de hoge hakken er onder laten
zetten. Mijn lievelingsschoeisel is het nooit geworden...
Als
je in Hoi An bent, kom je meestal ook wel in het Cham tempelcomplex My Son
(mooie berg) terecht. Een eind rijden landinwaards. We hadden een excursie
geboekt in Hoi An voor $ 6. In de bus bleek voor sommigen pas, dat dit
alleen voor het vervoer heen en terug was en dat de entree (50.000 dong / €
3) nog moest worden betaald. Ons was het al wel verteld. Wij waren vanaf
dag 1 in Vietnam al zo wijs dat je hier moet opletten wat iets kost. Het
complex op zich vonden wij niet super-spectaculair. Veel was er namelijk
verwoest. Niet alleen door de Amerikanen in de Vietnamoorlog, ook door
eerdere oorlogen met Chinezen en Khmer. Het Communisme is ook niet goed
geweest voor het complex. Steen was gemeenschappelijk goed en mooi
materiaal om huizen mee te bouwen. Wat nou, cultuur. Op dit moment zijn ze
heel hard op weg om zoveel mogelijk weer terug te brengen in de oude
staat. Ze hebben nog flink veel te doen!
De
terugweg naar Hoi An ging per boot via een dorp dat leeft van
pottebakkerij, een botenmaker (waar boten worden gemaakt van prachtig
tropisch hardhout...) en een school voor houtsnijders.
Redelijk op tijd waren we toen weer terug in ons hotel, waar we lekker
hebben gezwommen. Dit was ons enige hotel waar een zwembad bij zat, dus
daar moesten we wel gebruik van maken. Nog een heerlijk koud biertje
gedronken en in de stad heel lekker gegeten. De volgende dag zouden we
naar Hanoi gaan.