Saigon
heet eigenlijk Ho Chi Minh City, maar het grootste deel van de bevolking
blijft stug volhouden de stad Saigon te noemen. Dat zullen we op deze site
dan ook maar doen.
Onze eerste indruk van Saigon toen we
het vliegveld van Saigon uitkwamen was: druk! lawaai! warm! Het was
spitsuur toen we aankwamen en we werden omsingeld door honderden brommers
en ook nog wat fietsen. Er rijden wel auto's, maar nog niet echt veel.
Belangrijke regels in het verkeer: 1. wie groot is gaat voor; 2. niet
achter je kijken, maar vooral vooruit blijven kijken; 3. véél toeteren,
want dan weten ze dat ja achter ze zit. Het went gelukkig snel. Binnen
twee dagen durfden we op goed geluk de straat over te steken.
Al
op dag een begonnen we het avontuur een cyclo driver in dienst te
nemen. Riksja's heten hier cyclos en de berijders daarvan willen je graag
daarin vervoeren. Er zijn wat tips die je bij deze personen wel kunt
gebruiken. 
Tip 1: spreek een prijs af vóórdat je in zo'n ding stapt, óók als de
berijder vindt dat de plek daar niet zo geschikt voor is en óók al zegt
hij dat je niet hoeft te betalen als je het niets vindt.
Tip 2: laat je pas afzetten als je de plaats van bestemming zelf ook ziet.
Laat je niet afschepen met het verhaal dat het om de hoek is.
Verder is het een prima manier om je te laten vervoeren. Het is koeler dan
zelf lopen en ze laten je graag de bezienswaardigheden van de stad zien.
Veel van de cyclo drivers waren vroeger tolk voor de Amerikanen in de
Vietnamoorlog. Vrijwel het enige dat ze mochten doen na die oorlog, was
cyclo driver worden. Dat is de reden dat aardig wat drivers Engels
spreken. Verder spreken toch weinig mensen Engels.
Doordat
we meteen de eerste dag cyclo drivers (Loc en Tuy) hadden gehuurd, hebben
we meteen veel van de stad gezien. De Jade Emperor Pagoda was erg mooi.
Veel te zien. Hierna zijn we naar het War Remnants Museum geweest. Hier
stond het vol met oude tanks, vliegtuigen, bommenwerpers en ander
oorlogstuig. Ook waren er zalen vol met foto's van
napalmslachtoffers en oorlogstaferelen. Erg indrukwekkend. Toen we
uit dit museum kwamen zaten Tuy en Loc keurig op ons te wachten. Ze
brachten ons nog naar de kathedraal van Saigon en naar de rivier. De
laatste was voornamelijk vies en zwart. Mooi is anders. Aan het eind van
de rit wilden ze $ 35 per persoon ontvangen. Mooi niet! Na lang
onderhandelen is het $ 13 dollar voor 2 personen geworden. Nog te veel
denken we, maar voor ons nog wel acceptabel...
De
volgende dag zijn we te voet Saigon in gedoken. Heel eind gelopen en
uiteindelijk in de (botanische) dierentuin terechtgekomen. Wat een
heerlijke rust heerste hier! Geen toeterende brommertjes en zeurende
cyclodrivers. Hier hebben we (op kinderkrukjes) voor het eerst met stokjes
gegeten. Een noedelsoepje; meteen een goeie uitdaging met al die slierten.
Echt lekker was het, maar we moesten nog wel eventjes oefenen met die
stokjes. Later hebben we toch maar besloten om alleen te gaan eten waar de
stoelen enigszins westerse maten hadden. Niet alleen comfortabeler om te
zitten, maar over het algemeen was het hier ook schoner en er was over het
algemeen iemand aanwezig die Engels sprak, zodat we iets konden bestellen
waarvan we ook wisten wat we zo ongeveer gingen krijgen.
De
Cu Chi tunnels stonden op de derde dag op het programma. Met een busje
-vol- touristen werden we hier naar toe gebracht. We kregen uitleg over de
gangenstelsels die al in de tijd van de Franse bezetting waren gemaakt.
Zelf mochten we ook een tijdje door de tunnels kruipen, maar die waren
duidelijk niet voor onze grote westerse lijven gemaakt. 0,80-1.20 meter
hoog en 60 cm breed. Af en toe hing er een lamp, die je niet moest
aanraken wilde je geen schok krijgen. Dat was best moeilijk in zo'n krappe
omgeving. Die lampen hielpen niet echt veel. Degene die voor je kroop,
vulde bijna de hele gang, waardoor het toch volkomen donker was.
Soms kwam je een kamer tegen waar je kon staan. Verder was het er ook nog
enorm vochtig en heel warm. Dodelijk vermoeiend om er door te kruipen. We
mochten aan het einde van de rondleiding langs een paar korte gangetjes
van een paar meter een gang van 120 meter door kruipen. Halverweg was
gelukkig ook een uitgang. Na die 60 meter was ik al uitgeput en heb ik
dankbaar van die uitgang gebruik gemaakt. Taco heeft het wel de volledige
afstand volgehouden. En hij is nog een kop groter dan dat ik ben. Het is
niet voor te stellen dat de Vietnamezen hier tijden lang in gebivakkeerd
hebben.
Volledig onder het stof zijn we weer naar Saigon
terug gebracht.