
Inleiding
Rome bezichtigen is kunst
beleven: je kunt onder de indruk raken van de proporties van gebouwen, van de
verfijning van een beeldhouwwerk of van de krachtige compositie van een
schilderij. Rome is vele eeuwen het artistieke centrum van de wereld geweest,
waar topkunstenaars de richting van de kunstgeschiedenis veranderden.
Maar Rome bezichtigen is ook
kunst lezen. Veel kunstwerken hebben een onderwerp, een thema en zelfs een
boodschap aan de kijker. Sommige willen de kijker iets leren, andere geven hun
complexe inhoud alleen prijs aan diegenen die ontwikkeld genoeg zijn om haar te
kunnen ontcijferen. Voor de inhoud van de kunstwerken werd vooral geput uit
mythologische en historische verhalen uit de oudheid, uit de Bijbel en uit de
geschiedenis van het Christendom. Die verhalen hebben de meeste bezoekers van
Rome niet meer paraat. Bovendien hebben ze weinig voeling meer met de manier
waarop in het verleden complexe gedachten door middel van symbolen in een
allegorisch beeld werden omgezet. Dat is jammer, want kunst kijken wordt pas
compleet als je ook weet wat je ziet.
Iconografie
Bij deze praktische opdracht
ga je vooral kijken naar de iconografie van kunstwerken in Rome. Dat wil zeggen
dat je de kunstwerken van hun inhoudelijke kant bekijkt: wat stelt het voor, wat
wil het zeggen? Iconografie komt uit het Grieks: eikoon = beeld, grafein = (be)schrijven.
Het is de verzamelnaam voor beelden, verhalen en symbolen die in kunstwerken
voorkomen, maar ook de naam van de wetenschap die daarnaar studie verricht.
Kunstenaar en
opdrachtgever
Je zult merken dat de
kunstenaar daarbij niet zo’n grote rol speelt. Het hangt van de kunstenaar af
hoe (mooi) een kunstwerk eruit ziet en in hoeverre het kunstwerk het beoogde
effect heeft. In het verleden was het meestal de opdrachtgever (en betaler) die
bepaalde waar het kunstwerk over ging. Daarom zegt het thema van een kunstwerk
veel over wat de opdrachtgever in zijn persoonlijke of beroepsleven belangrijk
vond. Vaak is er ook een duidelijk verband tussen kunstwerk en de plaats waar
het te zien is (of te zien moest zijn). Tegenwoordig zijn dat soort verbanden er
vaak niet meer: kunstenaars maken wat er in hen opkomt; hun schilderijen hangen
in de musea, galerieën of huiskamers van degenen die ze toevallig het geld waard
vonden.
Opdracht
Je gaat je alleen of met z’n
tweeën verdiepen in de iconografie van een monument in Rome. Het gaat steeds om
monumenten waar een uitgebreid verhaal achter zit. Verderop vind je een lijst
met monumenten waaruit je kunt kiezen. Je moet het werk vooral in de lessen KCV
proberen te doen. Besteed die lessen dan ook goed!
Je maakt de opdracht in twee
etappes:
1. Schriftelijk
werkstuk – bepaalt voor 50% het cijfer van de PO
Met behulp van de
geadviseerde literatuur bestudeer je het monument, met name de iconografie
ervan. Door middel van een analyse van minimaal tien elementen van het kunstwerk
probeer je de boodschap te reconstrueren die de opdrachtgever en de kunstenaar
op de kijker over wilden brengen.
Je werkstuk bevat de
volgende onderdelen:
- Een korte
kunsthistorische schets: wie heeft het kunstwerk gemaakt, wanneer, met welke
techniek? Als je het leuk vind kun je ook kort ingaan op de betreffende
kunststroming en op de receptie van het kunstwerk (was het wereldschokkend?
Is het nog populair?).
- Een beeld van de
opdrachtgever (als die bekend is): wie was het, wat was zijn functie, wat
vond hij belangrijk in het leven? Je kunt ook nader ingaan op de tijd waarin
het kunstwerk tot stand is gekomen: hoe zat de maatschappij toen in elkaar,
wat vond men belangrijk? Was er een speciale aanleiding om het kunstwerk te
maken?
- De plaats van het
kunstwerk: stond/staat het op een belangrijke of symbolische plek? Heeft de
ruimte waarin het zich bevindt een bepaalde functie?
- De iconografie van
het kunstwerk: beschrijf in zijn algemeenheid wat er is afgebeeld. Licht er
minimaal tien (en niet al teveel meer dan tien) elementen uit die je nader
beschrijft. Beschrijf ook de symbolische lading van de elementen. Zorg
ervoor dat je de elementen zo kiest dat de hoofdzaken van het monument in
ieder geval naar voren komen. Voor een onbetekenend maar interessant of
grappig detail mag je ook wat plaats reserveren. De omvang van de elementen
kan sterk verschillen. Soms is er zoveel te zien op een kunstwerk, dat je
grote stukken globaal moet behandelen. Anderzijds kan één klein details de
boodschap van een kunstwerk totaal veranderen. Baseer je zoveel mogelijk op
de aangeboden literatuur, maar aarzel niet om een eigen theorie op te werpen
als die een beetje verdedigbaar is (Zet er wel even bij dat je hem zelf
bedacht hebt).
- De boodschap van het
monument, zo mogelijk in de vorm van een uitspraak van de opdrachtgever,
bijvoorbeeld Mussolini, die met de gebouwen rond het Mausoleum van Augustus
zoiets zei als: ‘Zoals het Romeinse Rijk uitgroeide van een bescheiden start
tot de grootsheid van Augustus, zo zal Italië succesvol zijn in het
waarmaken van zijn voorbestemde grootsheid door een mix van noeste arbeid,
sterke gezinnen, zorg voor elkaar en functioneel geweld’ Zorg dat deze conclusie duidelijk voorvloeit
uit je beschrijvingen. Geef zo nodig extra toelichting.
- Je mening over het
monument: wat vind je van het kunstwerk? Kun je je vinden in de boodschap?
- Korte impressie van
hoe het uitvoeren van deel 1 van de opdracht verlopen is.
- Literatuurlijst.
Noteer alle bronnen die je hebt geraadpleegd. Bij boeken: auteur(s), titel,
jaartal, paginanummer(s); bij websites: volledige url. Bij een naslagwerk
vermeld je onder welk lemma je de informatie gevonden hebt. Een zoekmachine
(bijv. Google) is geen bronvermelding, slechts een middel om bronnen te
vinden. Overigens is het niet de bedoeling van de opdracht om zelf bronnen
te vinden. Het mag wel, maar veel belangrijker is wat je met de aangeboden
informatie doet.
Let op bij:
- Tekst: Ga er bij het
(be)schrijven van uit dat de lezer geen enkele voorkennis heeft en dus geen
rare gedachtesprongen kan maken. Schrijf verzorgd Nederlands. Schrijf in je
eigen woorden. Plagiaat levert (indien opgemerkt) minpunten op. Plagiaat
zonder bronvermelding is fraude en kan je het cijfer 1 opleveren. Pas zeker
op met uitwerkingen van precies deze opdracht die op het internet
circuleren: maak je eigen werkstuk! Als je een
stuk tekst letterlijk wilt citeren, moet duidelijk zijn dat een citaat volgt
en waar het vandaan komt. Voor citeren komen vooral oudere bronnen in
aanmerking, bijv. fragmenten van klassieke schrijvers of bijbelteksten.
- Plaatjes: lever
duidelijke plaatjes bij de elementen die je beschrijft. Op internet zie je
veel thumbnails: kleine plaatjes die een groter plaatje in het vooruitzicht
stellen. Deze zijn als illustratie ongeschikt. Zorg voor plaatjes waar je
wat detail op kunt zien. Zoom eventueel in op details door stukken van een
plaatje weg te snijden (bijv. in Word of met Paint). Zorg dat het verband
tussen tekst en plaatje duidelijk is (bijv. door opmaak of nummering).
- Kopiëren en printen
in de mediatheek: mag op kosten van het vak, maar met mate!
- Opmaak, afwerking:
zorg dat je werkstuk netjes en goed leesbaar is.
Werk in
Word, Powerpoint of html.
- Inleverdatum: zie
studiewijzer. Iedere werkdag
te laat kost je een punt.
Dit is de beoordeling van de mate waarin het je gelukt is je werk goed te
organiseren.
Met verschillen in
moeilijkheidsgraad tussen de onderwerpen wordt bij het beoordelen rekening
gehouden.
2. Presentatie in de
klas – bepaalt ook voor 50% het cijfer van de PO
Aan de hand van de
opmerkingen die je van je docent krijgt bij het schriftelijk werkstuk, stel je
de inhoud of opbouw van je betoog bij.
Vervolgens presenteer je je
analyses en conclusies in de klas, waarbij je het verhaal vooral vertelt en je
publiek hun aantekeningen maken aan de hand van plaatjes. Je maakt daarom
gebruik van:
- digitale plaatjes die
met een beamer of op een smartboard geprojecteerd kunnen worden. Zorg dat de
plaatjes in de goede volgorde staan.
- een handout (1 à 2
vel van twee kantjes) met afbeelding(en) waarbij het publiek aantekeningen
kan maken of waarbij de belangrijkste steekwoorden al staan. Zorg
zelf voor kopieën voor alle klasgenoten.
- je eigen woorden, zo
nodig ondersteund door een briefje met steekwoorden (maar vooral de getoonde
plaatjes!). Probeer er een pakkend en overtuigend verhaal van te maken!
Voor de voortgang van de
lessen is het belangrijk dat een presentatie gegeven wordt op de datum die
ervoor staat. De datum wordt minimaal een week van tevoren bekend. Bij ziekte
van één groepslid, moet het andere groepslid toch presenteren (natuurlijk weet
je waar het over gaat). Vertraging door het ontbreken van plaatjes of handout
levert strafpunten op.
Bij de beoordeling van de
presentatie speelt ook mee in hoeverre je iets positiefs hebt gedaan bij de
kritische opmerkingen die bij je schriftelijke werkstuk geplaatst waren.
Naar
aanleiding van de presentaties bestuderen we hoofdstukken uit ‘Rome leven met
het verleden’. De handouts van de meeste presentaties zullen deel uitmaken van de
stof van het SE.
Veel plezier met de
opdracht!
LIJST
VAN ONDERWERPEN met literatuur (zie ook Literatuurlijst Algemeen hieronder)
[De url's
zijn gecontroleerd en aangevuld in november 2011]
 |
ONDERWERP 1:
Augustus van Primaporta
Er is opvallend veel te vertellen over dit ene beeldhouwwerk!
Vergelijk het ook kort met een ander teruggevonden beeld van keizer
Augustus: de Augustus van Via Labicana.
|
 |
ONDERWERP 2: Ara Pacis Augustae
|
 |
ONDERWERP 3: Boog van Titus
Dit is
geen groot of lastig onderwerp. Daarom is, ten behoeve van de
moeilijkheidsgraad, het gebruik van Flavius Josephus (p.490 e.v.) verplicht
|
 |
ONDERWERP 4: Leven van
Christus (15e eeuwse kunstenaars) in de Sixtijnse Kapel (Vaticaan)
Let op: dit gaat dus NIET over het
plafond van de Sixtijnse kapel!
Het kan zijn dat je niet van alle
fresco’s van het leven van Christus goede plaatjes vindt. Dat is
geen ramp. Gebruik het Nieuwe Testament!
|
 |
ONDERWERP 5: Zaal van Constantijn (Stanze van Rafael in Vaticaan)
Probeer een totaalboodschap uit de
gehele zaal te halen, inclusief plafondschilderingen.
|
 |
ONDERWERP 6 : Mozaïeken op
triomfboog en absis in basiliek S(anta).Maria Maggiore
Let op: in de S.Maria Maggiore
zitten in het schip (d.w.z. meer vooraan in de kerk) ook veel kleine
mozaïeken. Die hoef je niet te behandelen. Let op bij eventueel
surfen: er zijn meer kerken in Italië die S.Maria Maggiore heten. Om
de plaatjes op eigen kracht te kunnen ‘lezen’ zul je eerst een beeld
moeten hebben van de kinderjaren van Jezus en de rol van Maria
daarin (Dat zijn in totaal maar een paar bladzijden in het Nieuwe
Testament)
|
 |
ONDERWERP 7: Viering
(koepel, pijlers daaronder, altaar, baldakijn) van St.Pieter door Michelangelo,
Bernini e.a.
|
 |
ONDERWERP 8:
Vierstromenfontein (Fontana dei Fiumi) op Piazza Navona en Trevifontein (Fontana di
Trevi)
Behandel beide fonteinen apart.
Besteed in ieder geval ook aandacht aan de voorstellingen in reliëf
aan de Trevifontein.
|
 |
ONDERWERP 9: Plafond van
kerk Sant’ Ignazio door Pozzo
Beperk je niet tot het plafond
boven het schip, maar betrek ook de plafonds meer achter in de kerk
in je verhaal. Eventueel kun je ook nog aandacht besteden aan de
altaren in het transept.
|
 |
ONDERWERP 10: Stanza della
Segnatura van Rafael (Vaticaan)
Bepaal één boodschap voor de gehele
ruimte, inclusief plafond. Daarbij kun je lang niet ieder detail
behandelen!
|
 |
ONDERWERP 11: Plafond van
Sixtijnse Kapel (Vaticaan) door Michelangelo
Dit onderwerp gaat niet over de
wand met het Laatste Oordeel!
|
 |
ONDERWERP 12: Het Laatste
Oordeel (Michelangelo) in de Sixtijnse Kapel (Vaticaan)
Let op: dit gaat dus NIET over het
plafond van de Sixtijnse kapel!
|
 |
ONDERWERP 13: Monument voor Victor Em(m)anuel
Je werkstuk mag een flinke
component Italiaanse geschiedenis van de 19e eeuw
bevatten, toen Italië één land werd. Twee van genoemde websites zijn heel
goed maar in het Italiaans. Maar met een Italiaans woordenboek (of
een vertaalwebsite) erbij en een beetje gezond verstand kom je heel
ver.
|
 |
ONDERWERP 14
MAG JE NIET KIEZEN; de Villa Farnesina staat niet op het
reisprogramma
ONDERWERP 14: Klassieke
verhalen in Villa Farnesina door Rafael e.a.
Besteed in ieder geval aandacht aan de Loggia van Amor en Psyche.
Fresco’s over andere verhalen naar keuze.
|
| |
|
LITERATUURLIJST ALGEMEEN
ROME
ICONOGRAFIE
Vragen of suggesties?
