NIEUWE APELDOORNSCHE COURANT


28 October 1918

Ernstige muiterij in de Harskamp

Harskamp Een soldaat op wacht bij de afgebrande barakken na afloop van de muiterij in de Harskamp (Foto Nederlands Instituut voor Militaire Historie, via Boekje Pienter) >

Een helle gloed aan den Westelijken avondhemel omstreeks 6 uur, deed Zaterdagavond een fellen brand vermoeden. De plaats waar was aanvankelijk onbekend.
In de Hoofdstraat groepten menschen tezamen, turend en gissend, tot langzamerhand het nieuws de ronde deed: de Harskamp staat in brand, er is muiterij uitgebroken, de soldaten hadden de barakken in brand gestoken.
Naarmate 't later werd, groeide de onrust in het dorp. In de Hoofdstraat schoolde men in dichte drommen bijeen. Er was een atmospheer van iets ernstigs, dat gebeurd was, doch waarvan men den omvang nog niet kende.
Drommen nieuwsgierigen drongen om enkele soldaten, die, per fiets uit de Harskamp gekomen, opzienbarende verhalen deden over een opstand, die in het kamp zou heerschen. Een toeval bracht ons in aanraking met een soldaat, die gejaagd vertelde van muiterij, brandende barakken en geplunderde cantines. Telefonische navraag in Hoenderloo bevestigde dit verhaal. De telefonische verbinding met de Harskamp was verbroken.
Geen kwartier later of we schoten, toen we de nu overvolle Hoofdstraat achter ons hadden, met een flinke vaart per auto de donkeren nacht in, het gebeuren op de verre heide tegemoet. Op de Eendracht al dadelijk het ongewone: een troep van twee honderd man, die, sommigen gepakt en gezakt, anderen blijkbaar zoo weggeloopen, zonder overjas, op hun klompen, dorpswaarts gingen. Even later weer een troep en weer dat ongewone.
Stoppen en ondervragen was n. Het oorspronkelijke verhaal werd in bijzonderheden bevestigd. Muiterij veroorzaakt door onvoldoende eten, cantines geplunderd en in brand gestoken. Kapitein De Vries zou den raad gegeven hebben het veege lijf te bergen, wat ze zich geen tweemaal hadden laten zeggen en nu waren ze dan op weg naar Apeldoorn. Wat er dan verder gebeuren moest? Kwam er niet op aan, als ze dr maar vandaan waren!
Telkenmale tijdens onze snellen tocht, naar Hoenderloo, verschenen van die groepen in het felle licht van onze lantaarns. Ze schoven voorbij om in de dikke duisternis te verdwijnen. 't Werd zoo een tocht als langs een deel van een leger in aftocht.
Naarmate we voortjakkerden klom onze spanning. Het slapende Hoenderloo voorbij tot in Otterloo, waar enkele hospitaalsoldaten waarschuwden voorzichtig verder te rijden, omdat 't in de directe nabijheid van het kamp onveilig werd.De verhalen, onderweg opgedaan, werden bevestigd. De toestand bleek van dien aard geweest te zijn, dat de minder ernstige zieken naar Otterloo moesten worden overgebracht en in de school gehuisvest, terwijl de ernstige naar Arnhem waren vervoerd.
Nu voorzichtiger wat vooruit, den nacht weer in. Tot bij een kromming van den weg we de eerste teekenen zagen van den brand. Geen oplaaiende vlammen, doch witte rookkolommen, die, in een breede streep langs de horizon, zich grillig en als witte nevels afteekenden tegen den zwarten nachthemel. 't Was als een verre prairie-brand of een brandend slagveld, ver weg. 't Had iets lugubers in deze inkt-zwarte omgeving, waarin onze lantaarns een fel-lichte streep wierpen en waardoor de duisternis des te dieper werd.
Het lugubere werd nog versterkt door onze latere indrukken. Een gebiedend ,,halt'' en gezwaai van lantaarns brachten onzen wagen tot staan. Eerst onder geleide van een officier mochten we verder rijden tot aan den ingang van het kamp, bij het wachtlokaal, waar een geweldige drukte heerschte. Commando's, gehinnik van paarden, heen en weer geloop van donkere gestalten, schijnsels van storm- en andere lantaarns, waarin het metaal van bajonetten dof glansde. In het flauwe licht van een olielamp de vage omtrekken van brancards. Op den achtergrond tusschen geboomte opflikkerende vlammen. Nu en dan klikklakten geweerschoten. Je voelde den onrust rondom, in het rumoer, de in het donker verdwijnende gestalten. Je hoorde, maar zag niets.
Majoor De Bruyn, die, aan het hoofd van een bataljon infanterie uit Milligen, zoo juist ter assistentie was aangekomen, was de eerste officier die ons zeer welwillend te woord stond. Veel kon hij niet vertellen. Alleen dit, dat manschappen in opstand waren gekomen, cantines hadden geplunderd en barakken in brand gestoken, dat het kamp van muiters was gezuiverd en dat nu rondom sterke posten waren uitgezet om de terugkeer van muiters te verhinderen. Strenge consignes waren gegeven, niemand werd er in gelaten. De geweren waren met scherp geladen. Een verzoek om den kampcommandant te mogen opzoeken, moest hij afwijzen. Voor onze eigen veiligheid. Er werd nog geschoten en licht zou een wat zenuwachtige post ons een kogel kunnen nasturen. Waarom we wijselijk niet verder aandrongen.
Een tweetal vaandrigs, die ooggetuigen waren geweest, deden ons een verhaal van het gebeurde. Reeds geruime tijd heerschte er ontevredenheid onder de manschappen over de slechte cantine-exploitatie, waarover ook de officieren slecht te spreken waren en over te weinig eten. Donderdagavond uitte zich deze ontevredenheid in het tweede bataljon, waarvan manschappen het bureau van den regiments-commandant met steenen bombardeerden. Dank zij een regenbui kwam 't niet tot verdere wanordelijkheden. Vrijdagavond herhaalde zich het verzet. De officierscantine werd bestormd en de inventaris vernield. Zaterdagmorgen werd als gewoonlijk dienst gedaan, doch na het eten kwamen er relletjes, die tegen 4 uur in formeele muiterij oversloegen. Aanvankelijk werden de bevelen niet opgevolgd, men weigerde aardappels te jassen en meer dergelijke. Tot een stelletje belhamels de soldatencantine begon te plunderen en er den brand in staken. Toen was de muiterij volkomen. Op de cantine volgden nog enkele barakken, die eveneens in vlammen opgingen. 't Moet er eenigen tijd een janboel geweest zijn. De muiters schoten of rameiden met knuppels de boel in elkander. De officieren waren de macht kwijt.
Aan 1en luitenant Vonk gelukte 't ten slotte, bijgenstaan door den 2en luitenant Evers en de vaandrigs Reyenga en Thijssen, een 20-tal manschappen van de voortgezette opleidingsschool bij elkaar te krijgen. Met deze geringe macht is luitenant Vonk er in geslaagd een einde aan de muiterij te maken. Hij gelastte in de lucht te schieten, waarbij de muiters met scherp schoten, gelukkig zonder iemand te treffen - de Drentenaren zijn slechte schutters. Op het meest kritieke moment ging bovendien het electrisch licht uit. Luitenant Vonk zuiverde het kamp van de muiters. Een 2500 man werd het kamp uitgejaagd of vluchtten in alle richtingen, zwierven over de heide, in de richting van Apeldoorn, Ede, Lunteren en Barneveld. De troep hoofdaanleggers ontkwamen over een sloot aan de achterzijde van het kamp.
't Moet eenige oogenblikken als 't ware een veldslag geweest zijn: geschreeuw, fluitende kogels en loeiende vlammen van den brand, die zich allengs uitbreidde. Aan blusschen werd niet gedacht. Onder deze moeilijke omstandigheden werden de zieken in Otterloo in veiligheid gebracht omdat 't zich liet aanzien aanvankelijk, dat het geheele kamp zou worden platgebrand. Gelukkig is 't zoover niet gekomen.
Toen wij ruim negen uur ter plaatse kwamen, was er dan infanterie uit Milligen en artillerie uit Ede en kwamen juist een paar escadrons huzaren uit laatstgenoemde plaats aan. Als spookgestalten, hoog op hun paarden gezeten, gleden ze aan onze auto voorbij.
Kort daarna zijn we weggereden uit het kamp, dat was als een belegerd kamp. De onrust hing er nog van alle kanten. Geloop en geroep, hinneken en trappelen van paarden en hier en daar opvlammen van het vuur en het knetteren van geweerschoten, een bewijs dat 't nog allesbehalve veilig was achter de boomen, waar we het kamp wisten. Toen onze auto voortzoemde, Arnhem tegemoet, hing nog aan den donkere horizont het gordijn van lichte dampen, als van een prairiebrand of van een slagveld....
Na middernacht waren we terug in het rustige Apeldoorn, waar 't dien Zaterdagavond buitengewoon druk en rumoerig was geweest. De hier uit de Harskamp aangekomen soldaten moesten onder dak gebracht worden. Een deel kreeg kwartier bij particulieren, een ander deel op het politiebureau. Op 1 uur 's nachts arriveerde nog een man of 25, die eveneens in het politiebureau huisvesting kregen. Een aantal hunner vertrokken gistermorgen naar het Noorden, doch werden in Zwolle aangehouden.
In den loop van den morgen arriveerden gewapende wielrijders-patrouiles, later versterkt door gewapende marechausses, die de weggeloopenen aanhielden. In den namiddag werden zij in massa naar de Harskamp teruggebracht.
In de loop van den morgen deden hier de wildste geruchten de ronde. Er zouden 60 dooden en gewonden zijn en luitenant Vonk zou vermoord zijn geworden. We kunnen al deze geruchten gelukkig tegenspreken. Integendeel, er zijn gelukkig geen slachtoffers te betreuren, hetgeen is te danken aan het feit, dat de heldhaftige eerste-luitenant Vonk zijn mannen bevel gaf, in de lucht te schieten.
De oproerige Drentenaren waren buitengewoon slechte schutters. Bovendien weigerde, toen de verwarring het grootst was, de motor, die het kamp van electrisch licht voorziet. Een groot gedeelte der omgeving, waar geen brand woedde, was zoodoende in diepe duisternis gehuld, waardoor het onmogelijk werd, zuiver te schieten. Ware het licht blijven branden, dan zou het aantal slachtoffers waarschijnlijk legio zijn geweest.
Het meerendeel der oproermakers heeft zich, nadat er gevuurd werd, uit de voeten gemaakt door de sloot, die achter het kamp loopt. Tot aan hun schouders waadden zij door het water.
Gisteren brachten we opnieuw een bezoek aan de Harskamp, waar het omstreeks half twee rustig was. Het ging er gemoedelijk toe en niets herinnerde aan de revolutionnaire tooneelen van Zaterdag. In de buitenlucht gebruikten de gerequireerde hulptroepen, zoowel manschappen als officieren, hun middagmaal en majoor De Bruin at met smaak een portie uit de soldatenmenage.
De manschappen, die Zaterdag de vlucht namen, zijn gisteren voor een deel teruggekeerd. Er werden er opgepikt te Amersfoort, Ede en Apeldoorn. Honderden vluchtelingen hebben de nacht bij particulieren doorgebracht. Vanmorgen kwam het bevel, dat zij weer naar het kamp terug moesten keeren. Pogingen om van Apeldoorn naar Groningen af te reizen, werden te Zwolle en Assen verijdeld. Hoeveel er te fiets naar het Noorden zijn vertrokken, valt moeilijk te zeggen; hun aantal wordt op honderd geschat. Natuurlijk is het zeer moeilijk deze op te sporen, hetgeen tot nog toe dan ook niet is gelukt.
Hulp is Zaterdag verleend door een afdeeling van het 1e bataljon 12e regiment infanterie, bestaande uit te Milligen gelegeerde Groningers; het 2e bataljon 11e regiment infanterie onder kapitein Quadekkers uit Ede; een batterij veld-artillerie zonder geschut onder bevel van kapitein jhr. Quarles van Ufford; een sterke wielrijderspatrouille onder bevel van kapitein v.d. Lely, van het 12e regiment infanterie uit Milligen; een wielrijderspatrouille van 15 marechaussees uit Apeldoorn; uit Arnhem kwamen eenige inspecteurs van politie, 2 Roode Kruis-auto's van de divisie onder den divisie-arts, overste Koster, die echter weer vertrok toen hulp niet noodig bleek. In den nacht van Zaterdag op Zondag bezocht de divisie-commandant, generaal-majoor Kist, met den chef van den staf, overste Palm, het kamp.
Er zijn in totaal vijf barakken afgebrand. Het archief van het kamp is tijdig in veiligheid gebracht. De Harskamp staat onder commando van den kolonel Mazel, die, evenals overste Jeekel en de majoors Blom, Hasselbach en Den Vos, tijdens de onlusten aanwezig waren.
Een ooggetuige deelt aan het M.O. omtrent het transport van gevluchte muiters van Amersfoort naar de Vlasakkers nog het volgende mede: Te Amersfoort wilden de manschappen den trein nemen in de richting Drente, waar het meerendeel hunner woonachtig is. Inmiddels waren op het station Amersfoort maatregelen getroffen o.a. door kennisgeving aan de militaire autoriteiten, zoodat al spoedig een vijftigtal gewapende militairen aanwezig waren om een oogje in het zeil te houden. De trein naar Groningen bood helaas niet voldoende plaats en de spoorweg-ambtenaren te Amersfoort wisten de vluchtelingen tevreden te stellen met het vooruitzicht op een extra-trein, die hun gezamenlijk naar Groningen zou vervoeren. Deze toezegging werd met hoera-geroep ontvangen! Nadat de gewone trein aldus ongehinderd vertrokken was, reed inderdaad de extra-trein voor. De Harskampers stapten vroolijk in en bemerkten niet, dat de locomotief inmiddels omreed om hen niet naar Groningen doch naar.... de Vlasakkers, de groote legerplaats te Amersfoort, te voeren, waar de gefopte haasjes een onverwacht onderdak vonden.
Te Amersfoort had de rebellie aanstekelijk gewerkt. Een aantal mannen van het 1ste regiment (hetzelfde dat in de Harskamp aan 't muiten sloeg) die te Amersfoort vertoefden voor de opleiding, heeft gistermorgen in de infanteriekazerne de keuken bestormd. Ze namen er boter, brood en vleesch weg, en toen sergeant-majoor Wegeling, die juist Zaterdag adjudant-officier van de week was geworden, zich met eenige andere onderofficieren daartegen verzette, werd hij z getrapt en geslagen, dat hij zich, deerlijk toegetakeld, onmiddellijk te bed moest begeven. Later op de dag is echter ook te Amersfoort de rust weergekeerd.

wordpress visitor counter