Verzetsgroep rooft oproep
Arbeitseinsatz van de pers
Op 29 september 1944 moest de krant "worden opengehouden" voor een bericht dat
de Arbeitseinsatz alle Apeldoornse mannen tussen 17 en 50 jaar zou inzetten aan
het IJsselfront. Op de drukkerij – waar de meeste medewerkers in die
leeftijdscategorie vielen – ontstond discussie of het bericht wel geplaatst moest
worden. Directeur Johan Wegener stelde zich in verbinding met het verzet en kwam
tot de conclusie dat de mannen door publicatie "nog tijdig maatregelen zouden
kunnen nemen zich hieraan te onttrekken".
Toen de pers op draaien stond werd het bedrijf echter door een andere verzetsgroep
overvallen en kreeg drukker Jan Ilbrink onder bedreiging van een revolver opdracht
de pers stil te zetten. De platen werden van de pers gehaald en in een wachtende
vrachtwagen geladen, de matrijzen verscheurd en het zetsel "in pastei gegooid". De
brokstukken weren begraven in de tuin van kruidenier Jan Westhof aan de Brinklaan
en na zijn overlijden in 1978 weer aan de Kanaalstraat bezorgd.
De leidinggevende functionarissen werden door de Duitsers verantwoordelijk
gehouden voor de overval. Directeur Jo Wegener "leefde daarna als ondergedokene,
terwijl mijn huis en inboedel verbeurd verklaard werden en voor een groot deel
verloren gingen". Waarnemend hoofdredacteur Roede kwam 'na eenige dagen van
vreeselijke spanning", onder het gat in de grond bij zijn huis, "afgedekt door een
triplexplaat waarop tabaksplanten waren gezet" vandaan, toen bleek dat "het
technisch personeel in groote angst en verlegenheid verkeerde".
De krant van 29 september is nooit verschenen. De oproep verscheen op
publicatieborden; pamfletten werden huis aan huis bezorgd. Het drama werd nog vergroot doordat de gevangenentrein op 3 december werd beschoten, waarbij doden en gewonden vielen. De werkkampen van Rees en Elten(zie 84, 260 en 278) werden gevreesde namen in
de Apeldoornse oorlogsgeschiedenis.