Veel verschillende verhalen uit hetzelfde kamp

Voorwoord

Deze kroniek is geschreven omdat ik van mijn vader en van vele anderen heb begrepen hoe mensen zich ten onrechte de macht over anderen kunnen toeëigenen, manipuleren, kleineren en aanzetten tot dwangarbeid. En hoe mensen die deze vernederingen hebben moeten ondergaan zich daar zeer lange tijd voor kunnen afsluiten. Veel mensen die werden afgevoerd bouwden een muur om zich heen. Een muur waar niemand overheen mocht kijken. Die muur kon en kan niemand neerhalen, behalve zij zelf.
Het boek bevat feiten en verhalen over een in hoofdzaak gemeenschappelijke gebeurtenis die individueel soms zeer verschillend is ervaren: de ‘hel van Rees’. De bedoeling van kroniek en bijgevoegde documentatie is het verstrekken van informatie over de razzia’s die plaatsvonden in de gemeente Apeldoorn op 2 oktober, 8 oktober en 2 december 1944, de dodelijke beschieting van één van de twee treinen, het verblijf in het dwangarbeiderskamp van Rees, de vlucht van vele tientallen mannen en hun thuiskomst; vaak nog met de kleren aan die ze al op 2 december droegen.

Zwijgen

Mijn vader was zestien jaar toen hij naar het kamp Rees werd getransporteerd. Hij heeft daar zijn jeugd verloren. Daar werd zijn ‘muur’ opgebouwd. Hij ging als kind van huis en kwam terug als een geharde, niets ontziende man. Onder de dwang van Rees was hij iemand anders geworden. Er had daar een totale karakterwijziging bij hem plaatsgevonden, met slechts één doel: overleven! Hoewel zijn deportatie plaats vond in 1944, kon hij er pas over praten vanaf het jaar 2000. Daarvòòr verklaarde hij de vele littekens aan zijn knieën en andere delen van zijn lichaam met: ‘Ik ben in mijn jeugd uit de boom gevallen’.
Totdat de muur afbrokkelde. Steen voor steen werd verwijderd. Achter de muur kwam de waarheid aan het licht. Steeds meer gesprekken, steeds meer openheid, mijn vader kwam los. Hij openbaarde zijn karakter. Maakte duidelijk waardoor hij zo hard was. Waarom hij zo behulpzaam was naar anderen toe. Tenminste als ze het, in zijn ogen, verdienden .

disbergVernietigend

< Vader Arend Jan Disberg in 2001 weer even terug in Rees.

Rees was geen kamp zoals de vernietigingskampen in Polen en Duitsland, waar de joden naar toe werden gedeporteerd. Gelukkig niet, anders waren er nog veel meer doden gevallen.
In Kamp Rees werden wel mensen vernietigd. In de laatste weken van het bestaan van het kamp gingen er elke dag tussen de drie en negen mensen dood, van de honger, de dysenterie, van uitputting of als gevolg van slaag. In het kamp Rees bestond geen respect voor andermans leven. Daar gold het recht van de sterkste en de slimste. De overlevenden kwamen broodmager thuis, onder de luis en de meesten ziek, met bevroren ledematen enzovoort; haast onherkenbaar voor hun familieleden.
Thuis waren er de achterblijvers, die in het ongewisse werden gelaten, niet wisten waar hun dierbaren waren en wanneer en hoe ze zouden terugkeren.
Het is moeilijk om iets te beschrijven dat je zelf niet hebt meegemaakt. De gevolgen van met name de razzia van 2 december 1944 zijn echter te belangrijk om het gevaar te lopen dat de getuigenissen erover verloren gaan.

Veel verhalen

‘Het’ verhaal van Rees bestaat niet. In Rees werden mensen uit alle delen van Nederland, maar ook uit bijvoorbeeld Rusland en Polen, gedwongen tot het verrichten van arbeid voor Duitsers. Er zijn vele verhalen met veel gemeenschappelijke kenmerken, maar desondanks verschillend, want ieder individu heeft zijn eigen verhaal.
Over het kamp zijn verschillende boeken gepubliceerd. De auteur heeft het kamp meestal zelf meegemaakt of maakte gebruik van bronnen van iemand die het heeft ervaren. Zo heb ik het boek ‘De hel van Rees’ van Jan Krist gelezen – een niet te overtreffen titel, die feilloos aangeeft hoe het toeging in het kamp. Maar zijn verhaal wijkt af van wat de Apeldoorners in Rees hebben meegemaakt. Krist was een oud-brandweerman, die de leiding had over de groepen die werden aan- en afgevoerd. Hij schrijft dat hij niet zelf aan de schop heeft gestaan. Dat maakt een enorm verschil. Zijn boek lijkt meer een beschrijving van een kamp in het kamp. De Apeldoorners leefden daarbuiten. Zij werden dagelijks afgevoerd om onder mensonterende omstandigheden buiten hun dwangarbeid te verrichten. Hun eigen ervaring is meestal ‘nog erger’. Dat doet niets af aan de waarde van het boek van Krist. En ook het uitstekend gedocumenteerde boek ‘De Sinterklaasrazzia van 1944’ van journalist Dick Verkijk, dat in oktober 2004 verscheen, is het lezen waard.
Deze kroniek omvat meer dan honderd persoonlijke verhalen, maar ook veel achtergronden: originele documenten, persoonlijke brieven, afschriften van correspondentie tussen overheden of vertegenwoordigers, politierapporten, dagboekfragmenten, dodenlijsten, rechtbankstukken en dagbladartikelen tot verslagen van de reunies die kampbewoners en hun naastbestaanden in Rees hebben gehouden.
Opvallend is, dat in hetzelfde kamp zo veel verschillende verhalen mogelijk waren. Een enkele keer wordt melding gemaakt van een kerstviering, terwijl het overgrote deel van de dwangarbeiders niets daarvan heeft gemerkt. Sommige Apeldoorners kregen brieven en/of pakjes, andere niets en de niet-Apeldoorners al helemaal niet. De belangrijkste taak die iedereen zich had opgelegd was ‘overleven’. Wat geen plaats kon vinden in het boek is weergegeven op de bijgevoegde CD. Maar alle documentatie die kan worden vergaard geeft samengevoegd nog maar een stukje weer van de barre werkelijkheid. Want die is niet te beschrijven.

Persoonlijke ervaringen

Mijn vader was niet de enige die, tot kort voor zijn overlijden, over Rees niet praten kon. Ruim honderd ex-dwangarbeiders en/of mensen die zich hen kunnen herinneren hebben in deze kroniek hun ervaringen weergegeven. Veel familieleden klagen dat ze er weinig van weten, omdat er thuis domweg niet over gesproken werd .
Het is niet aan de samensteller van de kroniek om te oordelen of de verhalen foutjes bevatten. Ik ben geen schrijver. Ik zoek, vind en noteer en natuurlijk probeer ik de waarheid te achterhalen. Soms echter is er meer dan slechts één waarheid. Iedereen die is gedeporteerd heeft zijn eigen verhaal en dus zijn eigen waarheid. Iedere betrokkene heeft de gebeurtenissen op zijn eigen manier ervaren en zestig jaar na dato zijn er lacunes in de herinnering. Het is goed dat de verhalen worden opgeschreven voordat ze definitief verloren zouden gaan.
Ik hoop dat we die mensen met deze kroniek de steun kunnen geven die ze verdienen. De mannen die zijn weggevoerd en de mensen die achter moesten blijven. Maar ook hoop ik dat we nu eens leren dat ook vandaag nog, overal ter wereld, dezelfde gebeurtenissen plaatsvinden; dat machtswellustelingen onschuldigen dwingen voor hen te werken en daardoor beslissen over het leven en welzijn van anderen. Je hoeft maar het journaal te kijken of je ziet of hoort wel zaken die overeenkomen met wat er gebeurde met de mensen die in 1944 uit Apeldoorn werden gedeporteerd.

Emotionele gesprekken

De kroniek is mede tot stand gekomen met behulp van het Gemeentearchief Apeldoorn (nu CODA), door het beschikbaar stellen van o.a. de informatie in de kroniek ‘Apeldoorn in de Tweede Wereldoorlog’, die is samengesteld uit dagboekfragmenten, politierapporten, krantenknipsels, het archief van burgemeester Pont en andere toen actuele bronnen. Verder is er informatie gehaald uit andere boeken en kranten en het medium internet. Ook hebben overheidsinstanties, zoals de openbare bibliotheken, het Nederlandse Rode Kruis, het Nationaal Archief, de diverse gemeenten enz. hun bijdrage geleverd.
Maar het allerbelangrijkste is het feit dat vele mensen hebben gereageerd op oproepen in de media om informatie te verstrekken. Velen hebben mij hun persoonlijke verhaal verteld, mondeling of schriftelijk. Soms vond ik thuis een origineel verslag over de deportatie en het verblijf in Rees, dat spontaan door de brievenbus was gegooid.
De gesprekken waren meestal zeer emotioneel. Vaak konden ex-dwangarbeiders na vele jaren eindelijk hun eigen verhaal kwijt. Sommige mensen stopten halverwege het gesprek, omdat ze het moeilijk vonden om verder te praten, maar uiteindelijk maakten ze het af en waren blij hun hart gelucht te hebben. Sommige ervaringen zijn anoniem of op verzoek in het geheel niet gepubliceerd. Iedereen die belde, schreef of het verhaal in persoon vertelde, heeft aan de deportatie van opa, vader, man, broer of zoon een zeer emotionele herinnering. Velen hebben eronder geleden en lijden er nog onder. Want ook voor de thuisblijvers die in het ongewisse waren van het lot van hun geliefden, is het een zware tijd geweest.
Maar iedereen was blij dat de dwangarbeiders uit Apeldoorn nu eindelijk eens onder de aandacht kwamen. Velen hoopten op de publicatie van hun verhaal in een kroniek en op de oprichting van een monument. Dat gaf mij weer de moed en de zin om door te gaan. Opdat zij niet zullen worden vergeten.
In de verhalen van de mensen worden namen genoemd. Iedereen heeft het recht om zijn zegje te doen. Het is niet de bedoeling om anderen daarmee te schaden. In een oorlogssituatie werd destijds gehandeld zoals men dacht te moeten handelen. Het was een tijd, die wij nu gelukkig niet meer kennen. Een tijd waarin je dingen doet of nalaat die eigenlijk niet bij je karakter pasten of waartoe je gedwongen werd. Het is niet aan ons om daar nu nog mensen op te (ver)oordelen.

Monument

In Rees staat al enige tijd een monument voor de Nederlandse dwangarbeiders. Het doet me deugd dat er op 2 december 2004, precies zestig jaar nadat er in Apeldoorn een zinderende spanning heerste vanwege de razzia die toen aan de gang was, een monument is onthuld voor de dwangarbeiders 1940 –1945. We zijn de gemeente Apeldoorn daar heel erg dankbaar voor.

Ik wil u mijn eigen lijfspreuk meegeven:

Hij die in het verleden leeft, heeft geen oog voor de toekomst.
Hij die alleen voor de toekomst leeft, heeft van het verleden niets geleerd.
Dus leer van gisteren, gebruik dat vandaag en kijk uit naar morgen.

Tenslotte zeg ik iedereen dank die mij belangenloos heeft geholpen bij het voorbereiden van deze kroniek. Ook dank ik mijn vrouw en de rest van mijn gezin. Iedereen steunde mij altijd en overal en vond het goed dat ik uren, dagen en zelfs weken op pad was.

Arend Jan Disberg

Arend Jan Disberg werd voor zijn initiatieven om te komen tot de oprichting van de Stichting Dwangarbeiders 1940-1945, het monument dat op 2 december 2004 werd onthuld bij het stadhuis en zijn inspanningen om dit boek te kunnen realiseren op 2 december 2005 onderscheiden met de erepenning van de gemeente Apeldoorn.

Terug naar begin | Verder naar achtergrond


Andere websites:
World Webcam Monitor | Publicaties | Arnhem Spookstad | 100 jaar Apeldoornse Courant | Mijn boekwinkeltje