Arie-Jan

Mulder

 

... biddelen ...  - WAT?!?

Biddelen

‘Biddelen’, wat is dat? Zoek het op in een woordenboek en je vindt niets. Dat klopt, want het is een nieuw woord. Het is een samentrekking van ‘bidden’ en ‘wandelen’ en betekent dus biddend wandelen.
Taalkundig gezien is biddelen een zogeheten intensivum: het tussenvoegsel ‘el’ in het woord geeft aan dat iets herhaaldelijk, telkens weer of steeds een beetje wordt gedaan. Vergelijk bijvoorbeeld hinken en hinkelen: hinkelen is telkens weer met kleine stapjes hinken. Of trappen en trappelen: trappelen is steeds opnieuw een trapje geven. Zo betekent biddelen: telkens weer een beetje bidden. Een prachtig woord dus!
Sommige mensen horen er ook het woord ‘bedelen’ in. En dat is grappig, want bedelen is ook een intensivum van het woord bidden (dat vroeger gewoon ‘vragen’ betekende). Bedelen is dus telkens opnieuw een beetje vragen. En dat is wat met biddelen ook bedoeld is: steeds opnieuw een beetje bidden. En dat doen we dan in dit geval al wandelend.

Het woord is ontstaan in Purmerend. Daar is de laatste jaren een toenemende evangelische betrokkenheid op de stad ontstaan. Daarmee bedoel ik dat allerlei mensen van allerlei kerken steeds meer hart krijgen voor deze stad waar zij wonen. Men zoekt elkaar op in allerlei vormen van samenzijn en zoekt naar manieren om de stadgenoten te bereiken met het evangelie. God heeft daarbij op verschillende tijden en gelegenheden bemoedigende woorden en beelden gegeven.
Bij zo’n ontwikkeling is gebed ook van wezenlijk belang. Maar dat is lastig. Probeer maar eens een gebedsbijeenkomst te organiseren. Dan zie je dat daar in het algemeen maar heel weinig mensen voor komen. Toch zijn we betrokken bij onze stad en willen we ook bidden. Hoe moet dat dan aangepakt worden?

De oplossing werd gevonden in wat we nu ‘biddelen’ noemen. Het is heel eenvoudig: je vraagt een gelovige kennis om samen met jou een half uurtje biddend door de stad te lopen. Dat is een prettige manier van bidden en je doet het wanneer het jou uitkomt. En daarna ga je weer naar huis. Maar een volgende keer vraag je weer iemand anders voor zo’n half uurtje biddelen. En na afloop ga je weer uit elkaar met het voornemen om ieder bij een volgende gelegenheid weer iemand anders te vragen om samen te biddelen. En dat hoeft natuurlijk niet perse iemand van je eigen kerk te zijn. Integendeel, als je iemand van een andere kerk uitnodigt kan dat juist heel verfrissend en samenbindend zijn.
En verder weet je natuurlijk nooit wat er gebeurt: in principe loop je biddend rond, maar je groet misschien ook mensen en je raakt misschien wel eens met iemand in gesprek. Maar het doel is vooral om te bidden. En dat gaat eigenlijk vanzelf: loop je langs het stadhuis, dan bid je voor de overheid. Passeer je een verzorgingshuis dan bidt je voor zieke en oude mensen. In het uitgaanscentrum bid je voor de mensen die daar hun heil zoeken. De mogelijkheden zijn legio.

En het mooie is dat niemand iets hoeft te organiseren. Je hoeft je alleen maar zelf te herinneren dat het weer eens tijd wordt om gezellig met iemand te gaan biddelen. En de rest wijst zich vanzelf. Geen samenkomsten, geen gebouwen, geen organisatie, geen paperassen, gewoon telkens twee mensen die even lopen te bidden. En doordat iedereen telkens weer iemand anders meevraagt, kunnen op een heel eenvoudige manier toch ontzettend veel mensen gemobiliseerd worden.
Biddelen, een heel makkelijke manier om geregeld te bidden en om telkens even een moment te hebben met een andere medegelovige, ook uit andere kerken. Is het niet prachtig?
 

[start] [boek avondmaal] [boek Voorgangers] [Biddelen] [preken en bijbelstudies] [columns] [gedichten] [muziek] [persoonlijk] [kloosterdagen] [Havenlicht] [verwijzingen] [contact]