|
Bijlage: veel gestelde vragen
Waar komt de term ‘avondmaal’ vandaan?
Het bijbelse woord voor avondmaal is het Griekse woord deipnon. Het is een heel gewoon woord, dat staat voor een maaltijd, die men 's avonds in kleine of grotere kring (met gasten) gebruikte. Het heeft daarmee wel in zich dat de maaltijd door een gastheer werd aangericht. Wat wij nu kennen als ‘avondmaal’ heet in de NBG en NBV dan ook de maaltijd van de Heer. Het is duidelijk dat de gastheer van deze maaltijd de Heer is. De term avondmaal, die wij nog steeds gebruiken, komt uit de Statenvertaling, die ‘kuriakos deipnon’ vertaalde met ‘des Heeren avondmaal’.
Wat betekent de uitdrukking ‘heilig avondmaal’?
Deze uitdrukking komt niet in de bijbel voor. Het avondmaal is wel een heilige zaak. Maar heilig is niet hetzelfde als formeel of plechtig of het trekken van een speciaal gezicht. Dat past ook niet bij een vreugdemaal.
Heilig betekent eigenlijk zoiets als ‘van een andere orde’, ‘van een andere categorie’. Heilig avondmaal betekent een maaltijd die heilig is, namelijk afgezonderd voor de Heer, geheel aan hem gewijd. Het woord heilig brengt ons soms in ‘sacrale sferen’. Dat is niet goed, want dat is een gevoelsmatige en niet een geestelijke zaak. Wij buigen voor Gods heiligheid, dat is: zijn onbegrijpelijke bijzonderheid, zijn anders zijn dan al het andere, zijn grootheid. Dat is een toestand van het hart, niet van de plooien in ons gezicht, speciale kleding of iets dergelijks. En voor wie gelooft is niet alleen avondmaal of kerkgang, maar eigenlijk het hele leven eredienst geworden.
Hoe vaak moet het avondmaal gevierd worden?
In de begintijd van de kerk werd het dagelijks gevierd, maar er zijn geen concrete bijbelse voorschriften voor de frequentie van viering. Wat in het avondmaal gevierd wordt, het koningschap van Christus in ons leven, is wel iets dat wij ons dagelijks moeten inscherpen. Vaak avondmaal vieren kan ons daar bij helpen.
Wie mag het avondmaal bedienen?
Dat is een verkeerde vraag. Het avondmaal wordt niet bediend. Er is sinds het offer van Golgotha geen onderscheid tussen geestelijken en leken. Alle gelovigen kunnen dus met elkaar het avondmaal vieren. Zie hoofdstuk 13.
Was de wijn bij het avondmaal alcoholisch?
Ja, zie 1 Korinte 11 waar men letterlijk dronken blijkt te zijn van het gebruik van de wijn (ook al werd de wijn verdund met water gedronken). Maar uiteindelijk gaat het om de betekenis van de wijn. Brood en wijn zijn symbolen en kunnen eventueel vervangen worden. Zie hoofdstuk 23.
Moet iedereen uit dezelfde beker drinken?
Geestelijk wel, maar feitelijk is het niet helemaal zeker of men echt uit dezelfde beker dronk. Misschien gebruikte men ook wel een schenkkan waaruit men de eigen beker vulde. Er zijn ook mensen die om redenen van hygiëne liever uit aparte bekertjes drinken. Het is goed om daar rekening mee te houden. Onze gemeenschap is ook niet rechtstreeks met elkaar, maar met God. In hem zijn wij verbonden. Het is dus niet per se nodig om uit dezelfde beker te drinken. Ook hier gaat het weer om de betekenis.
Moet het brood letterlijk gebroken worden?
Het breken van het brood was een gewoonte in bijbelse tijden. Dat had ook te maken met het soort brood dat men gebruikte, platte ronde broden. Wij gaan tegenwoordig heel anders om met brood. Het is ook niet de bedoeling om de viering van het avondmaal in de tijd van het Nieuwe Testament ‘na te spelen’. Het gaat om de betekenis.
Wat voor brood moet er gebruikt worden?
Ongezuurd brood, wit brood, bruin brood, matzes, koeken, enz. enz. Zie hoofdstuk 23.
Jezus zegt ‘dit is mijn lichaam, …. dit is mijn bloed’. Moeten we dat letterlijk opvatten?
Geen sprake van! Jezus vergelijkt zichzelf in de evangeliën met een deur, met water, met brood, met een herder, met een vreemdeling, met een gevangene, met een dief, met een dienaar, met licht, met een weg, met een wijnstok enz. Is er iemand die dat allemaal letterlijk neemt? Hier vergelijkt hij het brood en de wijn met wat zijn lichaam zal ondergaan. Brood en wijn zijn een teken.
Als ik iets tegen iemand heb, mag ik dan avondmaal vieren?
Bij deze vraag wordt vaak Mattheus 5:23,24 geciteerd: Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Ten eerste gaat dit er vooral over dat een ander iets tegen jou heeft, en niet andersom. Jezus zegt dat je die persoon in de gelegenheid moet stellen jou lief te hebben. Jij moet het goedmaken. Dat hoort onze dagelijkse praktijk te zijn. Ten tweede spreekt Jezus hier duidelijk over de offers in de tempel. Het avondmaal gaat vooral over het volbrachte offer en de vreugde daarna. Verder is de vraag naar het toetsen van onszelf beantwoord in hoofdstuk 20.
Waarom moet het anders? Ik ervaar diepe vreugde en devotie in de huidige avondmaalsviering.
Onze handelingen, woorden en gebruiksvoorwerpen bij het avondmaal zijn symbolisch. Waar het om gaat is wat de Heer voor ons heeft gedaan. Dat is waar onze vreugde vandaan komt. Maar sommige van onze symbolen en gebruiken zijn minder geschikt in het licht van wat we in de bijbel lezen. Wanneer ons inzicht toeneemt, is het verstandig om ook onze manier van doen aan te passen. Tenslotte is dat een uitdrukking van de manier waarop we naar de dingen kijken. En we moeten natuurlijk ook opletten dat we onze diepe gevoelens aan de Heer zelf verbinden, en niet aan de vorm van onze eredienst.
Is het niet oneerbiedig om tijdens het avondmaal met elkaar je ditjes en datjes te bespreken?
We zijn misschien niet zo gewend om ons hart met elkaar te delen tijdens de kerkdienst. Maar in Handelingen lezen we dat men gemeenschap had. Dat was geen abstract begrip, maar een levende werkelijkheid. Men at en sprak met elkaar. Dat zal over alle dingen van het leven gegaan zijn: de dingen van de dag, maar ook de goede en slechte tijden die men meemaakte.
Moeten we allemaal tegelijk het brood eten en de wijn drinken?
In Korinte was het wel een erg wanordelijke toestand, maar ook in andere gemeenten zal niet alles strak geregeld zijn geweest. Er waren altijd mensen met verschillende werktijden, en er waren bijvoorbeeld gezinnen met kinderen, die soms aandacht vroegen. De oudsten en opzieners waren in de eerste tijd ook vooral procesbegeleiders, net zoals in de synagoge in die tijd. Er was geen strakke centrale leiding vanaf het podium. En ‘ieder had iets…’, dus er gebeurde van alles. Wij zouden het nu waarschijnlijk een nogal rommelig geheel vinden. Omdat wij kerkdienst en avondmaal de laatste eeuwen strak georganiseerd hebben, kunnen we het gevoel hebben dat wat meer spontaniteit oneerbiedig is. Maar dat is vooral een kwestie van gewoonte; eerbied zit in het hart.
|