Jongensdroom
Gedroomd had ik,
van anders dan slechts dood.
Schepen
voeren huiswaarts;
Matrozen beschonken
en
alle zeeën onderkotsend,
bedreven zij de traagheid
als geen ander.
Ik keek dat zo eens aan,
vanaf mijn troon
hier op de rotsen
en
wonderschoon
was hij
die alles zei wat ik niet wilde horen.