| W e l k o m . . .
Op 20 maart
2003 werd onze zoon
Tom Djurre Philips geboren.
Tot 3,5 jarige leeftijd ontwikkelde hij zich vrijwel normaal. Tom was
een
levendige peuter die liep, speelde, zelfstandig at en ons de oren van
het hoofd
kletste. In december 2006 werd bij hem de progressieve
stofwisselingsziekte
Jansky Bielschowsky/NCL II vastgesteld. NCL II gaat gepaard met diverse
klachten zoals epilepsie, afnemende spierkracht en het verlies van
eerder
opgedane vaardigheden zoals praten en eten . Wij hadden
nog nooit van deze
ziekte gehoord en wisten niet
dat er in Nederland ziektes voorkomen waarvoor geen behandeling of
medicijnen
bestaan die het proces kunnen stoppen.
Het besef dat
wij aan de
zijlijn moesten toekijken hoe onze
zoon sprongen achterwaarts in plaats van voorwaarts maakte, kwam snel
omdat Tom
al gauw meer aanvallen van epilepsie kreeg, problemen met eten had en
afhankelijk werd van een rolstoel. Steeds als we aan een fase gewend
waren
diende een nieuwe zich al weer aan. Dit ging vaak gepaard met korte en
langere
ziekenhuisopnames.
In een
tijdsbestek van
anderhalf jaar veranderde onze Tom in
een totaal zorgafhankelijk kind. Een hectische periode waarin bovendien veel
hulpmiddelen zoals tilliften
geregeld moesten worden. Vrienden richtten de Stichting Tom On the Move
op en
wisten met hulp van velen voldoende geld in te zamelen voor een
schitterend
aangepaste bus, waarmee we mobiel bleven.
We pasten ons
huis aan en
werden bij de zorg steeds meer
ondersteund door een groep professionals. Dit Tomteam bestond uit
verpleegkundigen
en activiteitenbegeleiders die met hart en ziel samenwerkten om de
kwaliteit
van leven voor Tom zo hoog mogelijk te laten zijn. Veel van de
teamleden waren
jaren betrokken bij het wel en wee binnen ons gezin.
De verzorging
gebeurde sinds
2008 hoofdzakelijk vanuit huis.
Tom wisselde stabiele periodes af met minder stabiele weken, waarin een
longontsteking of opvlammende epilepsie op de loer lagen. Samen pasten
we het
activiteiten programma en de verzorging hierop aan. Dat was maatwerk.
Omdat Tom
niet meer duidelijk kon maken wat hij wilde, werd het vertalen van zijn
wensen
en behoeften een specialistische job.
Het afscheid
nemen van steeds
weer een stukje Tom bracht
veel verdriet met zich mee. Toch slaagden we er in om vooral de
positieve kanten
van het leven te zien en kreeg genieten de afgelopen jaren een nieuwe
dimensie.
Het was niet in de laatste plaats Tom zelf die deze positieve energie
steeds
weer voedde. Hij genoot van muziek, mooie verhalen, er op uit gaan en
mensen
ontmoeten. Ook al kon hij zelf steeds minder, hij liet zijn omgeving
zijn ogen,
handen en voeten zijn. Soms trakteerde Tom ons op een glimlachje. Dat
waren
momenten van groot geluk.
We leidden
ondanks alles een zo
normaal mogelijk
gezinsleven. Samen op de bank, gezellig “kletsen”
aan tafel of genieten van de
buitenlucht. Maar ook uitstapjes naar een concert of de bioscoop, opa
en oma of
gewoon boodschappen doen. Dat kon natuurlijk alleen als Tom stabiel
genoeg was.
Via een weblog konden andere mensen in ons leven meekijken. Mensen voor
wie ons
leven net zo onbekend was als voor ons enkele jaren geleden.
Op
19 maart 2011 stierf Tom, één dag voor zijn
achtste
verjaardag aan de gevolgen van een longontsteking.
|