www.markiske.tk - blog

WWW.MARKISKE.TK

BLOG - DR - FOTO'S - GEDICHTEN - PROJECTEN - Q-BASIC - WEGWIJZERS - ZVEA



WEG en WIS

WEG en WIS is een pelgrimstocht, een taoïstische pelgrimstocht in taal.

De eerste versie schreef ik begin 2016, misschien al eind 2015. Toen wist ik nog niet dat het dit zou worden, het groeide als het ware organisch: zo was er plots een weg, een wandelaar, een traject. In dat opzicht is de bundel niet alleen een verslag van een tocht, maar is het zelf ook die tocht. Rond half 2016 had ik het idee dat de bundel, qua queeste, voltooid was: zo'n zeven gedichten stuurde ik naar Meander, geheten Tralala. Helaas mist die versie de specifieke insteek van het pelgrimeren; niet dat het een slechte versie is, maar later is het aspect van de pelgrimage benadrukt, helderder in de verf gestoken.

Tegen het eind van 2016, begin 2017, was de bundel verdubbeld in lengte: 14 gedichten - daarmee aansluiting makend met de kruistocht van J. Ook de interactie van de verschillende gedichten (en delen) werd in die tijd - met terugwerkende kracht - scherper gesteld. Het maakt het weefsel van de bundel sterker. In die periode ontstond ook het idee om de pelgrimstocht rond te maken, na het laatste gedicht een beweging dwars naar het eerste gedicht. Zo'n queeste is een spirituele spiraal omhoog.

Zoals dat gaat, bleek de bundel van 14 dichtjes verre van af. Integendeel. Dat was in beginsel amper duidelijk, gedichten die ik in die periode schreef stonden eerst in de ene bundel, dan weer in de andere, en zo sprongen een hoop gedichten domweg stevig heen en weer. Begin 2017 werd duidelijk dat de bundel - voor oa het evenwicht - een tweede deel nodig had, en dat veel gedichten die ik in die periode schreef daar prima geschikt voor waren, dus hup, alles bij elkaar en puzzelen maar ...

Toen, door toedoen van het een en ander (en dit en dat en wat niet al en enzovoort), schreef ik een soort staartje, waarvan ik toen dacht dat het 't einde was van het tweede deel, en ook van de bundel in z'n totaliteit. Ha, verkeerd gedacht/gedicht.

Dat staartje bleek inderdaad een staartje te zijn, maar om precies te zijn het einde van het eerste deel van het tweede deel van de bundel. Dat werd duidelijk doordat de gedichten die ik vanaf half 2017 schreef nog steeds hoorden bij het project van de pelgrim die gaat om zich te groeien (in wisselwerking met anderen, de wereld en zichzelf, wat tot op zekere hoogte, and beyond that too, maybe, hetzelfde is). Sommige gedichten werden met terugwerkende kracht ingepast, andere werden hier en daar geplaatst, getest op hun kloppendheid op die positie, verwijderd en/of behouden, kortom: puzzelen in het kwadraat.

Al met al is het nu, eind 2017, een bundel die met grosso modo 33 gedichten (Dante!) staat als een huis. Het is mogelijk om een rechttoe-rechtaan pad te lopen van begin tot eind, en opnieuw, en weer ... maar ook zijn er zat zijpaden, tig sluiproutes, vele dwaalwegen; een route om zelf te ontdekken, om eigenhandig in kaart te brengen, ja, om oneindig geestelijk groeiend het eindeloze landschap te doorkruisen. Door en door! En dan op een hoger niveau weer, en hoger, en weer, en hoger ...

---

WEG en WIS


Lessons from Chomsky

The lessons I’ve learned from Chomsky have encouraged me to be more rational, compassionate, consistent, skeptical, and curious. Nearly everything I write is at least in part a restatement or application of something I picked up from Chomsky, and it feels only fair to acknowledge the source.


George Monbiot. How did we get into this mess? Politics, Equality, Nature.

“Without countervailing voices, naming and challenging power, political freedom withers and dies. Without countervailing voices, a better world can never materialise. Without countervailing voices, wells will still be dug and bridges will still be built, but only for the few. Food will still be grown, but it will not reach the mouths of the poor. New medicines will be developed, but they will be inaccessible to many of those in need.”

George Monbiot is one of the most vocal, and eloquent, critics of the current consensus. How Did We Get into this Mess?, based on his powerful journalism, assesses the state we are now in: the devastation of the natural world, the crisis of inequality, the corporate takeover of nature, our obsessions with growth and profit and the decline of the political debate over what to do.

While his diagnosis of the problems in front of us is clear-sighted and reasonable, he also develops solutions to challenge the politics of fear. How do we stand up to the powerful when they seem to have all the weapons? What can we do to prepare our children for an uncertain future? Controversial, clear but always rigorously argued, How Did We Get into this Mess? makes a persuasive case for change in our everyday lives, our politics and economics, the ways we treat each other and the natural world.

---

Download: George Monbiot - How did we get into this mess?

en als een kort voorproefje hoe de beste man schrijft en denkt: Everything Must Go.


Jeanette Winterson, Kunstmatige intelligentie versus het menselijk hart

Momenteel staan wij, mensen, bovenaan in de hiërarchie. Maar hoe lang nog? In rap tempo wordt er een onvoorspelbare tegenstrever ontwikkeld die we naar alle waarschijnlijkheid niet zullen kunnen beheersen. Dus.


Recente Poëzierecensies – november 2017 (1&2)

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poeziebesprekingen (I en II) bij elkaar gezet.


Bespreking Klecks van Gerrit Kouwenaar

Klecks bespreekt, zoals alleen klecks dat kan, het werk van Gerrit Kouwenaar en schetst, tussen de regels door, een poëtica.


Tower of Babel


Secretaresseprobleem

Dus.


Silhouetten op pad


November, altijd regen ...

Een druilerige dag in november, dus mooi weer om www.lichtdicht.tk up te daten, met dit dozijn bundels om precies te zijn: paut, Witland, Pharaon, UMAMI, Anceryl, N.I.L., Lodium, Qube, Maskaran, #cofveve, Weg en Wis en Flowww.


Recente Poëzierecensies – oktober 2017

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poëziebesprekingen bij elkaar gezet.


Ellis Veen - Health & Climate change and Biodiversity

Ellis Veen studeert Global Health aan de Maastricht University. Als essay kreeg zij de opdracht om (zogenaamd) te lobbyen voor twee stichtingen om het thema van "health" in de breedte op hun agenda te zetten. Hiertoe diept zij uit op welke basis gezonde "health" berust en, ergo, welke focus er nodig is om een fundamentele, functionele positie in te nemen in het veld:

In my efforts to lobby with the Bill & Melinda Gates Foundation and the EU I will focus on two environmental health determinants that I believe have the biggest impact on human health. These are Climate change and the loss of biodiversity. Climate change will affect human health in many ways, most of them with negative outcomes that will exacerbate inequities between the rich and the poor (McMichael et al. 2006; Haines et al 2005; Costello et al.2009). Direct threats to health come from heat waves, injuries from extreme weather events and infectious diseases, especially those that are vector borne (McMichael et al. 2006; Haines et al. 2005; Watts et al 2015). For example, both salmonella and cholera proliferate more rapidly at higher temperatures (McMichael 2006). Furthermore, floods and heavy rainfall facilitates entrance of sewage into waterways and drinking water supplies potentiating water borne diseases (McMichael 2006). Other indirect threats include risks to health from droughts, changes in regional food yields, disruption of fisheries, loss of livelihoods, population displacement and other social, economic and political disruptions (McMichael 2006; Watts et al.2015). The sea level has risen moderately in recent decades and population relocation has already started to take place in some of the Pacific islands. Such displacement often increases nutritional, physical and mental health risks (McMichael 2006).

Another important environmental health determinant is the loss of biodiversity. At the 2005 Millenium Ecosystem Assesment it was established that human induced changes have led to the loss of species. Animal and plant species are now vanishing 1,000 times faster than the normal evolutionary rate (Martens & Beumer 2015). Biodiversity affects our ecosystem and the benefits that we obtain from them that are essential to human health and well being (Diaz et al. 2006; WHO 2015; Cardinale et al. 2012; Keesing et al.2010). Well functioning ecosystems protect our health and biodiversity loss could increase human infectious diseases such as malaria, leishmiasis, shistosomiasisis and lyme disease (Alves & Rosa 2007; Keesing et al. 2010). At the same time biodiversity loss has direct effects on the availability of medicines and the potential discovery of new medicines. Plants and animals have been used as a source of medicines from ancient times and over 50% of commercially available drugs are based on bioactive compounds extracted from non-human species (Alves & Rosa 2007). With the emergent problem of antibiotic resistance our opportunities to find new lifesaving drugs are vanishing at the same rate as our species are disappearing.

As I lobby with the Bill and Melinda Gates Foundation and the EU to prioritize the environmental health determinants I will use a rights based approach. Health is a human right and therefore the right to the highest attainable standard of health is a globally shared responsibility (Gostin & Friedman 2013) Health and climate change investments should therefore be seen as the protection of the essential human right to health rather than a provision of charity. I also take a cosmopolitan view meaning that individuals as global citizens have an obligation to redistribute wealth for addressing threats to the welfare of others (Stapleton et al. 2013). According to Pogge (2005) rights are derived from within the structure of global society and from its institutions which in itself are unjust and exacerbating inequities. We see these inequities in climate change as well with the rich causing most of the problems and the poor suffering most of the consequences (Costello et al. 2009).

The huge impact that climate change and the loss of biodiversity have on human health show the importance of the environment. Health is a human right and we have a moral duty to protect our planet. By lobbying with the Bill & Melinda Gates Foundation and the EU the environmental health determinants will hopefully get a more prominent place on the global health agenda.


Kan artificiële intelligentie de natuur redden?

"Stel je voor: de natuur op aarde wordt behouden, en zelfs verbeterd. Uitgestorven diersoorten komen weer tot leven. En daar hoeft de mens eigenlijk niets voor te doen. Hij kan het beschermen en creëren van natuurgebieden overlaten aan de technologie." Hmm, symptoombestrijding qua crisis of meer dan dat? Een stuk dat tot denken aanzet, linksom en rechtsom.

Bron: de Groene Amsterdammer: Wildernis in algoritmen


De Reactor | Piet Gerbrandy - Steencirkels

De Reactor bespreekt de bundel Steencirkels van Piet Gerbrandy.


467 digitale dichtbundels, en het Liegend Konijn ...

Vooralsnog heeft Ooteoote nog geen recente poëziebesprekingen online gezet. Misschien om een mooi moment om eens een volledige bundel te lezen, of twee of meer, bij de digitale bibliotheek: 467 digitale dichtbundels, and counting ...

Ook interessant: Het Liegend Konijn, onder redactie van Jozef Deleu. Het bevat uitsluitend nieuwe gedichten uit geheel het Nederlandse taalgebied. Zowel bekende als debuterende dichters werken mee. Na tien jaar is Het Liegend Konijn een vaste waarde geworden in onze hedendaagse literatuur. Het is een uniek tijdschrift dat zeer wordt gewaardeerd. Enkele recensies: 'Het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn is steeds meer een echte waardemeter voor de hedendaagse poëzie geworden. Het Konijn is nu een Vlaamse reus, met een neus voor wat er in Vlaanderen en Nederland leeft.' (De Morgen) 'Het Liegend Konijn biedt een panorama van het hedendaagse poëzielandschap en bevat waardevol werk van onderling sterk verschillende dichters.' (De Standaard) 'Regels die nog kraken van versheid, waar de woorden van kenners en liefhebbers niet overheen zijn gegaan, die ongereptheid maakt Het Liegend Konijn zo aantrekkelijk.' (De Volkskrant) 'Voor wie wil weten wat er in de Nederlandstalige poëzie gebeurt, is Het Liegend Konijn onmisbaar.' (Vrij Nederland) Ergo, een tijdschrift om in te graven.


Leonard Nolens - Balans

Als dagboekenier vind ik Nolens uitgesproken werelds, als dichter een mompelende navelaar; het kan vriezen en dooien.


TAALKUNDE #6

Rechts het tjilpen van een kraai, links
het krassen van een duif, het houtige
koeren hier of daar van deze of gene
vlammende vogel. Sneller dan toeval,

de paradox van pi, het enigma van e,
en - last but not last - de kansgolf. De
smaak van kwikzilver, kristal, is bitter,

de klank van groen, zij ... de statistiek
mijmert spreken dat zingen verbeeldt.


Leesplank: Dawkins in tien boeken

Clinton Richard Dawkins is een Brits evolutiebioloog en schrijver, geboren in 1941 in Nairobi, Kenia. Hij studeerde biologie in Oxford en promoveerde in 1966 bij de Nederlandse Nobelprijswinnaar en etholoog Niko Tinbergen. Na werk in de VS werd hij hoogleraar in Oxford en kreeg hij bekendheid als schrijver van populair-wetenschappelijke boeken over baanbrekende inzichten in evolutie en leven, velen bestsellers. Van 1995 tot 2008 was hij de eerste Britse hoogleraar voor het Publiek Begrip van de Wetenschap. Hij staat bekend als strijdbaar atheïst en fervent rationalist.

The Selfish Gene (1976). Dawkins doorbraak, wetenschappelijk en bij het grote publiek. Biologen redeneren sinds Darwin over evolutie in termen van concurrentie en aanpassingen van dieren en planten. Volgens Dawkins zijn die slechts verpakking voor de genen die hen sturen en besturen.

The Extended Phenotype (1982). Uitbreiding van de genetische benadering van evolutie uit The Selfish Gene. Volgens Dawkins is de invloed van organismen op hun omgeving deel van die organismen. Voor de mens is dat zijn cultuur.

The Blind Watchmaker (1986). Eerste aanzet voor Dawkins uitgebreide verdediging tegen vooral religieuze scepsis en aanvallen van Darwins evolutietheorie. Die theorie, gebouwd op reproductie en aanpassing, is universeel en verklaart de soms zeer ingenieuze bouw van organen en organismen.

Climbing Mount Improbable (1996). Meer gedachten over de kracht van de evolutietheorie met speciale aandacht voor statistische tegenargumenten van critici.

Unweaving the Rainbow (1998). Lofzang op de rijkdom en pracht van de natuur en het universum. Centraal staat de ervaring dat meer kennis de natuur weliswaar onttovert, maar tegelijk ook laat zien hoe ongelofelijk kunstig het universum in elkaar steekt. Mooi zoals kunst mooi kan zijn. Titel refereert aan dichter John Keats, die Newton verweet regenbogen te beschrijven als niets meer dan lichtbreking.

The Ancestor's Tale (2004). Minutieuze, samen met researcher Yan Wong geschreven geschiedenis van het leven op aarde, van het heden terug naar het oerorganisme waar alles van afstamt. De mens is slechts een van de groeiende stroom pelgrims die vanuit andere afslagen in de evolutie het pas terug volgen.

The God Delusion (2006). Dawkins meest spraakmakende en controversiële boek, dat een lange tirade vormt tegen religie en bijgeloof en een lofzang op de ratio. Voor veel biologen een stap te ver in Dawkins engagement, dat ver voorbij de biologie reikt. Dawkins ontpopt zich als ambassadeur voor het atheïsme, onvermoeibaar de wereld over reizend. Centraal is zijn verwijt dat religie mensen de ruimte ontneemt om zelf te oordelen en na te denken over het bestaan en het universum.

The Greatest Show on Earth (2009). Terugkeer naar de biologie, maar met een politieke ondertoon: het dikke boek maakt systematisch gehakt van alle bekende argumenten die tegenstanders en sceptici tegen Darwins evolutietheorie aanvoeren.

An Appetite for Wonder (2013). Autobiografie over de aanloop naar de eigenzinnige wetenschapper die Dawkins werd, inclusief de bekentenis dat hij in zijn tienerjaren diepgelovig anglicaan was en hoe een leraar hem ooit onzedelijk betastte. Over zijn jeugd in Kenia ook en zijn markante promotor Niko Tinbergen.

Brief Candle in the Dark (2015). Tweede deel van Dawkins biografie, over zijn carrière als welbespraakte en scherpzinnige hoogleraar, schrijver, televisiemaker en publiek figuur, allemaal opgeschreven ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag. Over biologenruzies met giganten als wijlen Stephen Jay Gould, en over zijn soms scherpe toon die hijzelf eerder lichtvoetig noemt.

Dit jaar verscheen van Dawkins de essaybundel Science in the Soul, en de gereviseerde heruitgave van The Ancestor's Tale uit 2004, zojuist in Nederland uitgekomen als Het verhaal van onze voorouder (Nieuw Amsterdam), inderdaad zonder s.

***

Bron: de Volkskrant, Richard Dawkins - 'Het geloof is een systeem om mensen van prachtige inzichten af te houden'

Richard Dawkins - Complete Works + All Scientific Articles


Vogels bij Avond (A.V. | M.I.)


AROSA

Zeven dromen in zeven
schrikkelnachten. In een ervan

droomde ik te gaan
door stelsels van gangen
via deur na deur, tot

voorbij het zijn, zonder
te verwezen. In de
derde was zij met mij

totaal niets

dan samen een stroom. In
een andere het heelal

in vogelvlucht. In de zesde
de droom van E. of die
van u. Vier en vijf ongelijk
aan het doorwaken van de zevende.


#09 | H. Faverey - Gedichten 1962-1990 | Springvossen

...

[lees verder ...]


TAALKUNDE #5

Jagen op krabben, het, wat moet
men anders op een eiland als men
grijs gelezen heeft Faverey. Maar,
tot dusver ligt elke teerling op elf,

zoals morgen? Alles blijkt vandaag
wat het lijkt: een vis een vis, een
kat een kat, de flessenpost van M.,

een korrel zout waarin men ziet
heel het heelal - of is dat flauw?!


Weg en Wis (Gadamer in de bocht)

Weg en Wis is, zoals al vaker geschreven, een pelgrimstocht in taal. Steeds het idee dat de tocht af is en dan toch komt er steeds weer een stukje bij. Dat kan aan het eind zijn, zoals nu, of halverwege waarbij met terugwerkende kracht blijkt dat er een stukje tocht/pad domweg ontbrak. Dat wordt dan zo goed en zo kwaad als 't gaat toegevoegd, zo nodig pasklaar gemaakt, en hup, we kunnen (weer) door. Het begin van de bundel stelt het al: de weg is niet, de weg wordt.

Qua totaliteit geschiedt het doorlopen van de bundel spiraalsgewijs. Men leest, van begin tot eind, en aan het eind keert men weer terug naar het begin wat, vanaf de tweede keer lezen, niet meer louter een begin is maar ook een continuiteit behelst die voortborduurt op het eind ... en als het goed is, vallen er vanaf hier dan andere dingen te beleven als de eerste keer, omdat nu de context van heel de bundel meeresoneert. Het gevolg is dat ook het tweede gedicht de tweede keer anders zal zijn, net als het derde, kortom, heel de bundel. Wie dan de derde keer begint te lezen, met een andere tweede bundel achter de kiezen, zal merken dat ... enz. De bundel, en op die manier dus de talige tocht, is, met "andere" woorden, aldoor anders en toch gelijk.


0b (bundellegger Weg en Wis)

Licht uit, deur dicht: zich wegmaken en
aan de horizon een poot geven; zo zoek

elk/geen enkel systeem, tref hetgeen d’r
niet was, is, noch wezen zal. Er stroomt
water, flakkert vuur, warrelt wind, spint
aarde ... wat is de kans centraal te raken?

Drie regels nog. Drie regels. Drie. Lacht
er ‘n wezen dat rondgaat, namen neemt,
eieren gooit - een keizer, een zwerver?!

---

Weg en Wis


#08 | Bob Dylan - Tarantula

Tarantula breekt het "onderscheid" tussen geniaal en nonsens, radicaal en onomkeerbaar, indachtig: now's not the time to get silly, so wear your big boots and jump on the garbage clowns.

[lees verder ...]


Recente Poëzierecensies – september 2017 (1&2)

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poëziebesprekingen (I en II) bij elkaar gezet.


Update Weg en Wis XIa en XIb

Weer sterren - als gister, als morgen, geen
warrige bamboelatjes. Zich lezen, voorlopig

woord na frase. 't Verschil is zeg nul, niets
dat nog gewogen zal, gewist zal worden;

M. stelt te vatten andersom: de rozenkrans,
trapeze?

---

Hoor ... er klinkt geen maar, is geen maar,
wel wij.

Naast de gong en de rookberg, de tempel
van glas, waarin het masker zonder masker

zich heiligt. Mistvlagerij! Er zij geen wij,
zelf en/of ander. Het stromen van stroomsel.

---

Weg en Wis


Facebook wil de wereld verbeteren? - It Zucks!

Twee miljard mensen schenken blind hun persoonlijke gegevens aan Facebook, dat met de doorverkoop aan adverteerders inmiddels tientallen miljarden heeft vergaard ... Ondanks al het gepraat over het verbinden van mensen, het bouwen van gemeenschappen en het geloof in mensen is Facebook een reclamebedrijf.

[lees verder ...]


Update Weg en Wis X

Als filosofen als de vogels: zij
aan de sky, wij aan de feiten
vast. Wat valt er / te verzinnen,
te verbeelden; zich luisteren

naar hoog zingen, schrijven van
een abecedarium. Een gesprek,
dialoog in de geest van ene C. -

---

Weg en Wis


Bitcoins stinken niet - Hoe nieuwe geldsystemen en valuta de wereld veroveren

Overal wordt alternatief geld ontwikkeld. Bij crypto-currencies en lokale valuta als sandex en ethereum komt er geen overheid of bank meer aan te pas. Bedreigen die initiatieven het traditionele financiële universum?

[lees verder ...]


ASEM (bundellegger Covfefe)

M. bloeit zich zwart en wit
de wilde bloemen van ‘t hart;
zo bloot het veldboeket, dat
de morgen rood, roder wordt

en de dieren in en aan
het water roder nog: reigers,
reptielen, amfibieën, vissen,
libellen, zijden vlinders. Luid

de roep van de Loreley, en
de zee, de zee maar oeverloos
deinen - de wiekslag om de kim,

het eiland zonder naam, het
latijnse woord voor regenboog,
en ontdubbeld, schemerend’, M.

---

Vraag de dichter het verschil tussen het scheiden en onderscheiden van word & world, en hij of zij zal lachen, wijzen om te bewijzen, bladeren ... Geen beter gedicht / betere dichter, dan een appelboom, een appel, een pit, een appelboombos; of, vanzelfsprekend: adem - de taal des levens.

In mijn nieuwe dichtbundel "#covfefe" heb ik geprobeerd werkelijkheid en verbeelding ten opzichte van elkaar te wegen, en maken, scheppen, feiten en poëtica kruislings tegen het licht gehouden. En, wat is - eg. hoe functioneert - betekenis? De som verheldert concepten als waan en waar, en biedt tegelijk een inkijkje in de keuken qua het vormen van gedichten/gedachten.


Reissues - Inventory of digitized magazines

Reissues offers a stable archive of digitized journals and magazines primarily focused on poetry and poetics. This landing page will feature updated links to the full Reissues inventory as it continues to grow. Reissues is inspired by archival platforms ranging from Eclipse and UbuWeb to The Modernist Journals Project and The International Dada Archive. Just as Jacket2 is built upon the preservation of forty issues of John Tranter’s Jacket magazine, Reissues seeks to re-present periodicals in conversation with contemporary issues in poetics.

We publish fully searchable facsimile PDF editions, scanned in high resolution and organized with bookmarked content for easy navigation to individual works within each magazine. In addition to the PDF features, each issue is accompanied by a full listing of contents arranged by print pagination in an attempt to preserve original formatting where possible. Like PennSound, we focus on free distribution within fair use and permission-based parameters. Links to pages hosting the reissues follow below while the sidebar maintains a complete index to the collection.


Recente Poëzierecensies – augustus 2017 (2)

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poëziebesprekingen bij elkaar gezet.


John Asbery 1927-2017

John Asbery, wie kent hem niet, is dood. De beste man schreef zo'n 30 bundels, een roman of wat, en tig artikelen over kunst en wat niet al. Zijn gedichten waaieren alle kanten uit, hebben samenhang noch logica, ademen de helderheid van dromen. In zijn zestig jaar als dichter is hij uitgegroeid tot de grootste, meest besproken en gelauwerde dichter van deze tijd. Zelf heb ik nooit een bundel van hem van A tot Z kunnen lezen, al had dat amper enig verschil gemaakt, zo springerig is zijn werk. Hij schrijft als het ware het functioneren van het denken, het doen van mijmeren, het vlieden van dagdromen - realtime - zonder tot een gekristalliseerd iets te komen. Wie zijn werk leest, leest geen eindprodukt, maar een proces, de bewegingen van wat er maalt in de kop van de dichter, alsof men ook rondhangt in die kakelkop van hem. Zijn vertalingen van Rimbaud zijn zo dat men weet hoe R. geschreven zou hebben, ware hij engelstalig. Enfin. Lees: John Ashbery - Into the Dusk-Charged Air

wiki: John Asbery


Open brief aan Lieke Marsman

Op basis van dit stuk door Lieke Marsman, kon ik niet anders dan haar een open brief schrijven ...


#07 | J. Rothenberg (editor) - Poems for the Millennium I-V

Gij zult niet bloemlezen - dit gebod van Louis Th. Lehmann, is er een om in de wind te slaan. Goed, veel bundels zijn hecht geconstureerde kloppendheden, en dat uit ekaar trekken om een vaag thema te dienen van deze of gene bloemlezing, ja, dat is heiligschennis. Maar soms is een bloemlezing iets anders, iets groters. Dan werken alle gedichten hier en daar vandaan gehaald samen als een orkest, uiteraard met ruimte voor individuele toeters en bellen, maar ook in symphonische wisselwerking.

[lees verder ...]


VSB-Poëzieprijs stopt

De VSB-Poëzieprijs houdt ermee op. Niet dat ik altijd enthousiast was over hun boekjes - de 100 beste gedichten van 20xx - maar de boekjes in hun totaliteit geven een aardig helder overzicht van de stand van zaken in poëzieland door de jaren heen; en de losse boekjes, bevattend de 100 beste gedichten uit de jaarlijkse bundeloogst, geven een representatieve jaardoorsnede - goed, dan ben ik geen grote fan van het nivo, maar dat heeft ook, en vooral, te maken met het laaglandse poëzieklimaat; natuurlijk zijn er uitschieters, my goodness, en niet alles kan bliksemflitsend bijzonder zijn, maar ... blah blah blah.

Enfin.

De VSB houdt er dus mee op. De reeks van 1996-2017 staat vrolijk in m'n kast, zo'n 20 boekjes, en na volgend jaar zal daar nix meer bij komen. Voorafgaand aan de reeks, begin 1994, werden er twee soortgelijke boekjes uitgegeven door de VSB, maar dan de 100 beste gedichten van de eeuw van Nederland, en die van Vlaanderen. Misschien leuk om het oude project "de 100 beste gedichten van 1996-nu" stof af te blazen. Of de boekjes uit 1994 erbij betrekken? 25 Jaar met een omweg ...


Bob Dylan "Continuity Error" Absolutely the greatest Rock and Roll song ever.


Worstelende Wetenschap

De wetenschap staat onder druk. Verhalen over fraude en broddelwerk duiken regelmatig op. Wetenschappers moeten steeds harder concurreren om geld, waarbij het alleen maar lijkt te draaien om toppublicaties. Komen ze in het huidige klimaat nog wel aan waarheidsvinding toe? Om op deze vraag een antwoord te krijgen, duikt journalist Jop de Vrieze de komende drie maanden in de wereld van de wetenschap. De serie is nu ongeveer op de helft, de stukken tot nog toe staan hier.


Recente Poëzierecensies – augustus 2017 (1)

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poëziebesprekingen bij elkaar gezet.


Consumento ergo sum

Net zag ik de docu "overal spullen" uit 2011, waarin conceptueel kunstenares judith de leeuw al haar spullen telt, en mijmert (filosoferen kun je het niet noemen) over de vraag waarom ze zoveel spullen heeft, hoe en of ze er vanaf kan komen, en hoe spullen en economie zich tot elkaar verhouden. Ze vat haar tel-taak serieus op, en huurt zelfs een ruimte om al haar zooi onderdak te geven. Het blijkt dat de ruimte daartoe meer dan zes keer haar huis in beslag neemt qua oppervlak - gelukkig voor haar heeft een huis ook hoogte, dus kan ze alles toch kwijt. Het lijkt een project van weken te zijn, en ergens heeft het iets typisch westers om de luxe te hebben zich zolang bezig te houden met het tellen van spullen. Al gaat het daar niet om.

Waar gaat het dan wel om? En wat betekent het om tot 15.234 spullen te komen? Is het zinvol om elke punaise, elk bordje, elke sok, elk schaakstuk te tellen? Elk boek? Elk stuk bestek? Waarom dan niet elke suikerkorrel, elk zakje thee, elke druppel die de kraan te bieden heeft? En de spinnen in de badkamer, zijn dat ook dingen? Hun webben? En files op een computer, en mails? Waarom wel losse brieven tellen, maar mails niet? En de enveloppen om die brieven, en de postzegels?

De verhuizers die de spullen naar een loods brachten, vonden 100 dozen zooi normaal. Maar, wat is normaal, en waarom?

Normaal vind ik 't fijn als een docu vragen triggert, maar in dit geval heb ik het gevoel dat er veel nalatigheid is, dat er amper inzicht komt op wezenlijke kwesties. Welke dat dan ook moge zijn. Ach ja, oneindige groei op een eindige aarde ... humpf.


Recente Poëzierecensies – juli 2017 (2)

Zoals gewoonlijk heeft Ooteoote.nl ook deze maand weer een aantal poëziebesprekingen bij elkaar gezet.


TAALKUNDE #4

En insectenpoten dan, kubussen,
raten? Ware zij mij, o, wie dan
de ander? Wit langs blauw, met
daarvoor een vogel. Wat is dat,

vogel? Iets met een nest, een ei,
de tijd, zingen - boom, roos, vis,
ten vierde vuur ... daarna: dans,

een omtrekkende beweging rond
het kamp. Zij rivier, mij bamboe.


‘Dat zijt gij’. De filosofie van masker en niets van Harry Mulisch

Een poging om de essentie van mijn [Bart de Goeij] doctoraalscriptie van ruim 200 pagina’s terug te brengen tot één essay over de filosofie van masker en niets van Harry Mulisch. De leesbaarheid komt door dit twijfelachtige streven zonder enige twijfel ernstig in het gedrang, maar vanwege voldoende positieve reacties neem ik het stuk hier toch op. Wat erin staat klopt trouwens grotendeels.

‘Dat zijt gij’. De filosofie van masker en niets van Harry Mulisch


TAALKUNDE #3

Iemand, ik weet niet wie, ik noemt
hij / zij / het zich, ik ben ‘t denk ik
niet, smeekt alle Boeddha’s om niet
te sterven en de wereld niet donker

achter te laten: bloesem! Ik noem u
verwant aan Zhuang-Zi; de kleuren
der mistboog ontleent aan uw palet.

Nescio, met of zonder stem, hoor, u
de wolken, lavendel en kruidenthee.


#06 | Bill Bryson - a Short History of Nearly Everything

Met alle kennis die vandaag de dag bestaat, besef ik mij des te vaker hoe weinig ik eigenlijk weet - stel, het zou mogelijk zijn om te reizen naar de tijd van de oude Grieken, de Egyptenaren, de eerste bronstijdvolkjes, wat kan ik ze nou leren? Beheers ik genoeg wiskunde die wezenlijk verder gaat dan de stelling van Pythagoras, genoeg natuurkunde om ze de beginselen van Newton uit te leggen, het dansen van de planeten? Wat weet ik werkelijk van relativiteitstheorie en quantummechanica?

Ook qua scheikunde kom ik niet veel verder dan een stamelende Democritus; wat biologie betreft, misschien dat ik iets mompel over overerving, mutatie en selectie, maar wat kan ik zeggen over "dingen" als DNA, RNA, eiwitten, nucletoïden? Overtuigend onderbouwen waarom kapitalisme, als systeem, niet deugt? - als het al zover komt, de kiem der industriële revolutie zal ik niet zaaien, het bouwen van een stoommachine is aan mij niet besteed, laat staan een rekenaar a la Babbage. En, hoe bekend ben ik met Homer, Shakespeare en Dante? Grote lijnen, vaag, een regel hier en daar ...

[lees verder ...]


Dave van Ronk - River Come Down (1961)


TAALKUNDE #2

De nacht laat licht door, de taal
lekt betekenis. Stam, om maar
wat te noemen, tak en blad, de
strekking van schors. Beginsel

van de drie kwesties van Kant:
1 wat kan ik weten? 2 wat mag
ik hopen? 3 wat moet ik doen?

En mbt het verzoek van G.: wat
zegt meer licht als er nog licht is?


Verander de wereld, begin met een potlood

Met haar internationale bestseller Doughnut Economics valt Kate Raworth de gangbare economische wetenschap aan: markten zijn inefficiënt en groei is niet alles zaligmakend. ‘We hebben een ecologisch plafond en een sociale drempel.’

de Groene: Kate Raworth: iconoclaste van de economie


What Every Environmentalist Needs to Know About Capitalism

What Every Environmentalist Needs To Know about Capitalism tackles the two largest issues of our time, the ecological crisis and the faltering capitalist economy, in a way that is thorough, accessible, and sure to provoke debate in the environmental movement.

- korte bespreking
- lange bespreking


Climbing Up the Walls - Radiohead (acoustic guitar) by corescan

Radiohead's geniale plaat OK Computer bestaat 20 jaar. Er is nu een geremasterde versie uitgebracht, inclusief een tweede cd propvol b-kantjes, rarities, dingen die niet op of bij de originele OK Computer pasten maar die toch helemaal aansluiten bij de geest van die plaat, er een verdieping, verbreding, verrijking van vormen.

Hoewel elk nr. op OK-C bijzonder is, kan ik het niet nalaten op te merken dat ik één nr. van die plaat bijzonderder vindt dan de andere nummers: Climbing up the Walls. De waanzin, het onbestemde van degene die aan het woord is, het woekerende, de kortsluiting. Vanaf de eerste maat broeit er iets onder de oppervlakte dat op barsten staat - de ontlading onontkoombaar; en ergens lucht het op, die magnifieke distorted schreeuw aan het eind. En toch, had het niet impliciet moeten blijven?! Iets dat blijft knagen en onderhuids door- en doorgaat, een spanning die schreeuwt om ontlading (maar die uitblijft). In de versies die live worden gespeeld is de ontlading altijd expliciet, met nadrukkelijke lichteffecten, uit elkaar barstende kortsluiting - en een song die zo geladen is kan niet anders dan zich ontladen, ja, die moet zich ontladen. Maar, liever buiten de muziek om.

Hierboven een cover die zich inhoudt, waarbij de sluimerende kortsluiting des te indringender knettert en haunt. #no-escape


Poetry International: Poëzie Lezen met Ilja Leonard Pfeijffer

Veel blah en buh in deze lezing, maar vanaf 36.36 wordt het toch eventjes leerzaam; een kort lesje poëzie lezen, als ervaring.


Kunst als tegengif? - waarom en hoe?! III

Kunst als katalysator, trigger van werkelijke verandering. Misschien is het naïef te geloven dat kunst dat vermogen heeft, kan hebben, maar het is beter om ernaar te streven dan laf in de weer te zijn met kunst die zich committeert aan het bestel cq een windhandel is in vrijblijvendheid ...

Musea zijn in dat opzicht reservaten waar "kunst" welig kan tieren zonder dat de machthebber bang hoeft te zijn dat het ooit werkelijk mengt met de wereld en unverfroren aanzet tot oproer. Is het daarom dat kunst in een niche wordt gehouden, weg van degenen die er het meest baat van kunnen hebben, die het meest aangezet moeten worden tot verzet? Is het daarom dat kunst vooral aanwezig is in kringen waar men niet bang hoeft te zijn voor de opruiende werking van kunst, omdat die groep die zich met kunst inlaat of amper macht heeft, of zich niet zal laten opruien of verzetten, want zij hebben het prima voor elkaar, de touwtjes stevig in handen? Moet kunst met een randje weg uit de onschadelijk makende muren van het museum, muren die werken als een pantser tegen wat kunst in de echte wereld, in de samenleving, teweeg zou kunnen brengen?

Kunst, in de rol van tegengif, moet bijten.

Kunnen, moeten we een kunstwerk maken dat de kracht, 't momentum van kunst - nu klinisch achter dikke museummuren - verbindt met de werkelijke wereld? Kunst in een museum is op een bepaalde manier dode kunst: het doet nix, het staat daar maar zinloos te staan. Het museum bedt het werk in een context/setting die de angel uit het werk haalt. Kunst in een museum is als het ware gemuilkorfd; het kan niet bijten, al zou het willen. We zouden het project van Duchamp kunnen omkeren, dus niet alledaagse voorwerpen het museum inloodsen, want alles dat binnen de muren van het museum wordt gebracht stikt van de formica, maar juist kunstwerken uit het museum halen, kunstwerken de vrijheid geven - kunst in het wild te maken en het verbieden die kunst te laten confisqueren door het museum. Iets in de geest van Banksy maar dan nog een paar, zeg honderd, radicale stappen verder. En naast kunstzinnig verzet, ook zonder die "omweg" zeggen waar het op staat! Legitiem verzet!


Kunst als tegengif? - waarom en hoe?! II

Kunst - de "status" ervan - doet soms denken aan de nar in de middeleeuwen, die binnen bepaalde grenzen (waarom zijn die grenzen er, en waarom daar, en wie bepaalt dat?) kon zeggen wat hij wilde, en zo openlijk kritiek kon uiten op de koning plus aanhang (de macht) en het/hun beleid en dergelijke. Dat kon omdat hij niet serieus werd genomen, wat deed hij ertoe?

Door zijn "belachelijkheid" was de nar een ventiel om kritiek gecontroleerd af te voeren, zonder de portee van zijn kritiek te hoeven omarmen. Kortom, vrijblijvende kritiek. Wie heeft daar wat aan? Dan lachen de koning en co toch in hun vuistje? Zij kunnen stoom laten ontsnappen zodat de zooi niet escaleert, ontploft, maar intussen kan men lekker z'n gang blijven gaan, zonder zich ook maar in het minst geroepen te wezen werkelijke, wezenlijke verandering door te voeren, of te handelen naar de misstanden die de nar aan de kaak stelt. De nar, in zijn geïnstutionaliseerde hoedanigheid van onruststoker, wordt gereduceerd tot een rol, zijn kritiek geen reeële bedreiging want die kan worden weggewuifd als "ach het is de nar maar ..."- zo ademt hij onschadelijkheid, en als de nar op die wijze functioneert als een ventiel in dienst van "de koning" zodat de zooi daardoor niet escaleert, waardoor hij indirect dus (als ventiel ...) medeplichtig is aan het in stand houden van de status quo (want de zooi zou wellicht wel ontploffen als hij er niet was als ventiel, om gecontroleerd onrust te kanaliseren en zonder consequentie weg te geleiden), is hij dan niet eigenlijk een wapen in de handen van de koning die hem, de nar, “gebruikt”?

Zou de nar in verzet moeten komen, en zeggen: ik weiger een wapen te wezen, als ventiel gebruikt te worden, een ventiel te zijn waardoor ongenoegen kan ontsnappen en dat de zooi daardoor niet escaleert en alles een vorm van aanmodderen blijft; zou de ideale nar ontslag nemen, met als consequentie dat de druk op de ketel van het bestel zo hoog wordt, het ongenoegen zo groot, dat de zooi op den duur onontkoombaar zal ontploffen, met werkelijke revolutie tot gevolg, in plaats van afblazing van wat magere witte wolkjes stoom via de grollen van de nar - waardoor de broeiende ellende in wezen juist doorsuddert?!

Dus, of de nar/kunst zou ontslag moeten nemen, zodat er geen vrijblijvend stoom afblazen meer bestaat en de status quo moet reageren want anders ontploft, of de nar/kunst zou zich moeten ontworstelen aan de houtgreep van vermaak, en op de een of andere manier moeten afdwingen dat men hem serieus neemt, hem hoort, luistert naar de portee van zijn kritiek op het bestel, op de status quo - maar de kans bestaat dat de serieuze nar verboden wordt zijn “taak” nog uit te oefenen omdat er dan nix meer te lachen valt, maar alle ellende droevig en om te huilen klip en klaar op tafel wordt gelegd, en de koning zich moet “verantwoorden” - maar aan wie, en voor wie, als hij de machthebber is? Misschien als er niet meer gelachen wordt om de nar/kunst, men hem zo serieus neemt dat men waarde hecht aan zijn woorden, dat er bottom-up verzet komt? Dat zo sterk is dat de macht van de koning en co, die met name berust op conventie en niet-verzet van de onderdanen, gebroken wordt?!


Kunst als tegengif? - waarom en hoe?! I

Er wordt grif gezegd dat kunst belangrijk is - jah, een vereiste is (ideeen, gedachten en gedichten, wat niet al en meer), als tegengewicht tegen de hoeveel troep en rommel (gif!) die er elke dag over alles en iedereen wordt uitgestort. Tegengewicht tegen domheid. Tegen oppervlakkigheid. Tegen onverschilligheid. Tegen doodsheid, saaiheid. Tegen de zesjesmentaliteit. Er moet kleur zijn, levendigheid, bruisendheid, volheid van bestaan, diepgang: het woekerend gif behoeft tegengif. Het is en-en, het is en het tegenhouden van de gifmengers en gifmakers en gifverspreiders, zodat er minder gif in omloop is, komt, enz, en anderzijds het gif dat er is op te heffen, te neutraliseren, door tegengif!

Is kunst, kan kunst een tegengif zijn?

Maar waarom zou een legitiem, correct, onderbouwd, koosjer tegengeluid qua zooi, de vorm moeten krijgen van kunst? Is het mogelijk het rechtstreekser te zeggen, niet als tegengeluid, of is kunst de meest handige vorm om dit en dat te zeggen, op te merken, te beweren, voor het voetlicht te brengen? Is kunst de meest effectieve vorm van verzet, van tegengif? Is het daarom dat kunst niet serieus wordt genomen, wordt weggelachen door "rechts", kapot wordt bezuinigd, wordt daarom de burger wijsgemaakt dat kunst niks is, niks voorstelt en nooit iets van waarde zal wezen; dat het niets dan decadente onzin is; omdat mevrouw kunst, als ze serieus zou worden genomen, de macht heeft de status quo kapot te bijten, te breken, daartoe de aanzet zal (kunnen) geven? En door haar weg te zetten als ach, kunst, men haar op een bepaalde manier onschadelijk tracht te maken? Maar, geeft die vermeende “onschuld” van de kunst haar een vrijbrief dingen te doen die niet weggelegd zijn voor andere vormen van en qua tegengif? Geeft dat kunst een grotere vrijheid zich uit te spreken, zich te verzetten?

Maar wat is dat zich-uitspreken van kunst waard als er niet naar haar wordt geluisterd, als wat ze te zeggen heeft, de eis die kunst stelt om zich te verhouden tot het kunstwerk, tot zichzelf, tot de wereld, niet serieus wordt genomen?! Wat als kunst enkel vermaak en scherts ademt, chronisch wordt beschouwd als een omroeper van oproer die louter een beetje raaskalt?


#05 | Wooden Books - Trivium | Quadrivium

Ik zal een jaar of 17, 18 geweest zijn, toen de septem artes liberales op mijn pad kwamen. Om wiki te citeren:

De zeven vrije kunsten, oorspronkelijk bekend onder hun Latijnse naam septem artes liberales, waren zeven vakken die deel uitmaakten van het studieprogramma in antieke en middeleeuwse Europese scholen. Ze vormden met name het curriculum van middeleeuwse universiteiten.

Ze worden 'vrij' genoemd (Latijn: liber), omdat zij de opleiding van de vrije mens beogen; dit in tegenstelling tot andere leerprogramma's die worden nagestreefd voor economische doeleinden, is het niet hun doel om de student voor te bereiden op het verkrijgen van een inkomen, maar op de uitoefening van de wetenschap in de strikte zin van het woord, dat wil zeggen de combinatie van filosofie en theologie, bekend als scholastiek.

De SAL bestaan uit twee componenten: Trivium en Quadrivium.

[lees verder ...]


#04 | Martin Aigner & Günter M. Ziegler (editors) - Proofs from the Book

God heeft een boek. En daarmee bedoel ik niet de bijbel, want dat is een boek van mensen, dat is: sommige mensen - anderen zweren bij de Tao-Te-Ching, het evangelie van Zarathustra, sutra dit en sura dat. Of die boeken waarheid bevatten? Dunno. Ene P. vroeg reeds: wat is waarheid? En ene A., eeuwen eerder, had daarover al zijn woordje klaar: overeenkomst tussen bewering en de wereld. In de loop der tijd is daar aardig wat op afgedwongen, maar intuïtief leeft dat idee globaal nog steeds.

[lees verder ...]


#03 | RM Rilke - Letters to a Young Poet

Waarom dicht de dichter? Is dat een vraag als: waarom zingt de vogel, waarom waait de wind? Er zijn ongetwijfeld diepe en kleurrijke antwoorden te geven, maar ze raken niet aan het geheim van een zingende vogel, de waaiende wind, de dichtende dichter. De dichter dicht omdat hij dichter is - en waarom is de dichter dichter? Omdat hij geen handelaar in sponzen is, geen boswachter, geen reserve-brugwachter derde klasse. God, omdat hij iets moet zeggen en hij weet niet wat of hoe.

[lees verder ...]


#02 | W. Blake - the Complete Works

Kunst die goed is, lijkt meestal nergens op. Het is nieuw, het is uniek, het is anders, het kantelt het kennen op radicale wijze, geeft een nieuwe blik, zet de status quo op losse schroeven, neemt positie in en vraagt, nee, eist van de waarnemer om zich te verhouden - tot het kunstwerk, tot de wereld, tot alles. Intussen nestelt het kunstwerk zich al in/tegen de wereld; langzaam maar zeker mengen ze met elkaar: de wereld ietsje anders in de richting van het kunstwerk, het kunstwerk iets normaler (relatief gezien in contrast met de wereld die - in volle interactie met het kunstwerk - wat vreemder geworden zij) - toch is de wisselwerking nooit volkomen, compleet, volbracht; er blijft altijd een zuivere rest die niet oplosbaar is, die wezenlijk vreemd blijft, die met niets te vergelijken is.

[lees verder ...]


#01 | JL Borges - de bibliotheek van Babel

Het eerste boek uit de BvB dat ik met u wil delen is geen boek maar een kort verhaal.

De bibliotheek van Babel (Spaans: La biblioteca de Babel) is een kort-verhaal van de Spaanstalige Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges. Het verhaal werd voor het eerst gepubliceerd in 1941 in de bundel El jardín de senderos que se bifurcan (De tuin met zich splitsende paden), die in 1944 in zijn geheel werd het opgenomen in Borges’ verhalenbundel Ficciones (Fantastische verhalen). Het is losjes gebaseerd op een verhaal van de Duitse schrijver Kurd Laßwitz, "Die Universalbibliotek", uit 1901. Nagenoeg alle voor Borges kenmerkende thema's komen erin samen: oneindigheid, de onmogelijkheid om alles te weten en om de wereld en de waarheid te kennen, het kabbalistische redeneren, de metaforische labyrinten, enzovoort. Het concept van de oneindige bibliotheek valt samen met de aan Blaise Pascal ontleende opvatting die het heelal ziet als een bol, zonder omtrek en met elke plek als haar centrum. Duidelijk wordt dat een bibliotheek die alle mogelijke boeken omvat, maar zonder ordening, geen enkele waarde heeft. Als bibliotheek. Het is het verschil tussen info en data. Wat begint als een droom eindigt in dat opzicht als een nachtmerrie zonder weerga.

[lees verder ...]


Bibliotheek van Babel - best of

In boekenwinkels erger ik mij vaak groen en geel (en paars en erger) aan de poëziekast. Er staat vaak minder dan weinig, en wat er wel staat is vaak totale troep. Logisch, want 90% van alles is troep, en dat niet iedereen zo'n poetische fijnproever is als ik, en in dat opzicht liever rijmelarij van likmevesje koopt dan een obscuur werkje van laten we zeggen Matsui - het is zoals het is. Maar dat het geniale werk van Matsui niet op de plank staat, maar in plaats daarvan wel acht of negen bundeltjes van dichterlijke eendagsvliegen, en dat plank na plank na plank, zodat er zo'n 9* puike werkjes staan en 99 prut en flut, bah!

In de Bibliotheek van Babel is elk boek beschikbaar. Zinvol en zinnig, zinloos en onzinnig, en alles daartussenin. Dat is op de een of andere manier teveel van 't aanwezige. Op een helder moment bedacht ik een plan: wat als ik 100 degelijke boeken bij elkaar zet, ze streng doch enthousiast inleid, en in dat verhaaltje ook wat links geef naar achtergrond-info en verdieping en dergelijke. Zo gedacht, zo gedaan. Dus, de lijst is gemaakt, het eerste boek (verhaal) is besproken, nu die andere 99 nog ...

het Beste van Babel

* Steencirkels, P. Gerbrandy | Ja Nee, T. Oosterhoff | Anagrammen v/d Blote Keizer, T. Nuijts | Wonderbaarlijk Buigt Zich Over Water, T. Tellegen, en natuurlijk Gedichten 1962-1990, H. Faverey. Verder uiteraard P. van Ostaijen met een aantal bundels (maar geen volledig werk, tsskk!). Geen Achterberg. Wel een mager deeltje J. Mettes, maar compleet? Welnee, zoals evenmin HH ter Balkt te vinden is, of F. van Dixhoorn (die evenwel niet meer ruimte behoeft dan een halve cm, max.) - ook geen Crow van T. Hughes. Wel P. Neruda's Canto's. En ja, As, Vuur, van H. Knibbe staat er, maar dat is maar zo-zo. En van Pessoa staat er bitter, bitter weinig. Borges? Blake? Rimbaud? Mallarme? Moet ik doorgaan met deze treurige exercitie?!


TAALKUNDE #1

23 oerwoorden: een, twee, drie — als
de 22 oerletters, de eerste of de laatste
heilig onzegbaar, totaal onschrijfbaar,
als 23 chromsomen-paren. 1-2-3, dans.

3 werkwoorden: hebben, zijn, worden;
"word & world" te onderscheiden maar
niet te scheiden. Liefde. Als alles - als
vader, moeder, wereld, knekelhuis. Het

noemen van iemand's diepste Naam ...


Big Data en 23 oerwoorden

't Begon ermee dat ik mijn moeder vertelde dat er tig boeken zijn die ik graag had willen maken, en dan het geluk te hebben dat ze er al zijn. Want hoewel het absoluut waardevol is om een leven of langer met een onderwerp bezig te zijn, is het nadeel daarvan dat men dan zo weinig tijd overhoudt om zich met iets anders bezig te houden dan dat ene onderwerp; al zal, voor wie 't werkelijk groots en meeslepend aanpakt, de hele wereld in dat ene onderwerp zitten: de kosmos in je kopje thee.

Zo stond ik gezellig te monologiseren tegen mijn moeder onder het mom van boeken die ik graag zelf had willen schrijven, maar dat er gelukkig anderen zijn geweest die mij dat werk uit handen hebben genomen zodat ik in dit ene leven mij bezig kan houden met honderden verschillende dingen, in plaats van met elk afzonderlijk boek en/of onderwerp al een leven zoet te wezen. Toen vroeg ze: maar is er niet een standaardboek dat nog niet geschreven is, welke zou je nog kunnen maken?

Wat ontbreekt is een helder, degelijk boek over Big Data. Inclusief de filosofische en wetenschappelijke uitgangspunten qua conceptualisatie. De paar boeken over Big Data die ik totnogtoe ben tegengekomen, focussen vooral op de toepassing ervan, hoe het gebruikt kan worden voor marketing, het voorspellen van trends om daar zoals het een goede kapitalist betaamt, handig op in te spelen. Maar 't principe ervan, dat een verzameling data meer info bevat dan (op)merkbaar met het blote oog, mits de data verwerkt wordt met geautomatiseerde procedures en geavanceerde algoritmes, wordt zelden expliciet gemaakt.

Big Data verdient wat mij betreft een beter lot. Wat te denken van bv het analyseren van alle teksten ooit geschreven van toen tot nu op woordgebruik. Het resultaat is een lijst van 23 oer-woorden, die in alle talen, culturen, voorkomen, en waar alle andere woorden min of meer afstammelingen van zijn, verwanten, verhaspelingen, broers en zussen, neven en nichten - ze zijn als het ware de atomen die samen de bouwstenen vormen der talige wereld, de rudimentaire beginselen der taal. Puur door het analyseren en uitkammen van alle teksten ever is dit nu naar voren gekomen; taalwetenschappers hadden weliswaar al een vermoeden van het bestaan van een aantal kern-woorden, maar zo specifiek en expliciet als dit resultaat is dazzling.

Enfin.

Een dichteres als Hester Knibbe heeft die 23 oerwoorden tot inzet gemaakt van haar verse bundel: As, Vuur. Sommige van die woorden zijn "titel" van een reeks/cyclus, andere "titel" van een los gedicht, weer anderen in gedichten zelf opgenomen - en dat is het eerste deel van de bundel. In het tweede deel van de bundel wordt er iets anders gedaan dat op de een of andere manier wisselwerkt met het eerste deel, maar de 23 oerwoorden uit dat deel spelen in die interactie geen echte sleutelrol.

Ik vind het een gemiste kans. Een verwatering van wat een krachtig project had kunnen zijn: rechttoe-rechtaan een bundel van 23 gedichten, elk gekristalliseerd rond een oerwoord, en al die gedichten samen some sort of talig netwerk van de wereld die ze tezamen opspannen. Misschien dat zo'n bundel er ooit van komt, 't eerste (nulde) gedicht in die geest staat hierboven.

---

Big Data basic concepts and benefits explained
Beyond the hype: Big data concepts, methods, and analytics

Hester Knibbe - bespreking As, Vuur | Trouw
Hester Knibbe - bespreking As, Vuur | Meander Magazine


0a (bundellegger Weg en Wis)

De weg kwijt? Wijl de weg stap na stap,
stap voor stap, ontstaat. Wonderlijk. Te
ontstaan en vergaan - gelijk de gestalten

van de maan. De beweging naar de kim,
onderweg een wolf of wat, en, ver weg:
de zeven bruggen van de stad van Kant;
zes ervan in de as, en de zevende, ach ...

Het is lopen, lopen, lopen, lopen, lopen
voorbij de evenaar, de polen. Voorgoed!

---

Weg en Wis


Documentaire ‘De ontdekking van Mondriaan’


Stelling

Het afmaken van een kunstwerk is het afmaken van een kunstwerk ...


Tea-Topic: Welke 3 dingen zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

De stok, het mes, de bom? Los van de term "onbewoond eiland" (want er is altijd bewoning, maybe niet door mensen maar dat is iets anders dan sec onbewoond) zijn die drie de dingen hetgeen een westers mens naar mijn idee mee zou nemen, vanuit een wereldbeschouwing van dominantie, onderwerping, strijd. Het is ongetwijfeld geen toeval dat een van de meest vermaarde gedichten in de westerse literatuur wortelt in strijd, moord en doodslag (homer, de trojaanse oorlog), al is dat op een bepaalde manier "slechts" decor; het is een werk dat ook, en vooral, draait om broederschap, vertrouwen, liefde, wraak, noem maar op - het toont verschillende manieren van in de wereld staan (en doen). En de bijbel, ook best bloederig ...

Een minder aanwezige stroming in het westen, en te meer levend bij indignious natuurvolken, is het concept van verbinding, samenwerken met de natuur, geen oorlog van allen tegen allen, maar een team vormend; elkaar met wederzijds respect behandelen en bejegenen. Zij begrijpen dat de natuur niet iets is om te plunderen en leeg te roven onder het motto van meer meer meer, maar de bouwstenen bevat en geeft om (het) leven mogelijk te maken. Moeder natuur is geen bitch, nee, maar wie belachelijk met haar omgaat zal ervaren dat ze dan hard van zich af bijt en de mens met gelijke munt terug zal betalen.

Ik weet niet wat ik zou meenemen naar zo'n eiland, maybe neem ik wel nix mee, vanuit het idee dat daar alles is dat nodig is om te (over)leven. De rest is luxe, rommel, ballast, tarra. Al zal ik wellicht enkele boeken meenemen, als geestelijke bagage, als verbreding en verdieping van lichamelijk rondhangen daar. Geen boeken als escapisme, want ook de natuur is te lezen, juist de natuur is te lezen, maar als de andere kant van de levens-medaille: lichaam en geest - elkaar wederzijds versterkend.


Ear of the Cat


Weg en Wis, update

Weg en Wis dus, maar dat had u al gelezen. Update geschreven na het tea-topic hieronder, en het bladeren door het interview Absolutely Nothing dat Gyrus in februari hield met Joel Biroco welk een kijkje biedt in zijn wonderlijke wereldbeeld, en het hanteren van sleutelwoorden van Yves Bonnefoy die domineren in oa z'n werk "Gebogen Planken", en 't citeren van ene M.


Tea-Topic: wat maakt jou uniek?

Ten eerste veronderstelt die vraag dat er een jou (ik) is, en ten tweede dat dat zelf uniek is - ik betwijfel of ik besta, er ben; wat betekent het om een ik te zijn, een zelf, ben ik er, ben ik een ander? Bestaat een rivier, en zo ja, op welke wijze?

Als er al een of ander ik is, dan is dat niet perse uniek maar met name de verzameling eigenschappen die dat ik omkringen, die mij mij maken. Als a en b en c mij maken, is die configuratie van a en b en c dan uniek, of ben ik dat? En zo ja, hoe?!

En dan, al zou er een ik zijn en al zou dat uniek zijn, so what? Is het niet veel relevanter om een waardevolle wijze van zijn te wezen? Van nature ben ik het produkt van genen en omgeving, als een dobbelsteen die door een contingente samenloop van dit en dat op laten we zeggen "vier" is gekomen, en dan al groeiende en ontwikkelende die "vier" tot wasdom brengt. Ik zie niet in waarom 't relevant is om die "vier" tot ontplooiing te brengen als die min of meer is niets dan een toevalsprodukt; alsof iemand een willekeurig briefje kreeg toegestopt met zeg "x" erop en dan heel z'n leven bezig gaat zich waar te maken als "x". Als het relevanter, waardevoller is om "y" te wezen, "y" te worden, op basis van onderbouwde criteria, dan kan men het best dat toevallige x-briefje verscheuren en ernaar streven "y" te wezen, te worden, zich te realiseren als/tot "y"?! Zo ook met betrekking tot die dobbelsteen - waarom dag in nacht uit "vier" verzilveren, als men door een keus ook "zes" kan doen, en men indachtig het motto van de existentialist "men is wat men doet", stapsgewijs die "zes" zal worden, zijn ... volgens mij is er de plicht te optimaliseren naar vermogen, en als "zes" / "y" argumentatief aantoonbaar beter, waardevoller, relevanter zij dan "vier" danwel "x", dan lijkt het mij niet meer dan logisch om ernaar te streven die "zes" en/of "y" waar te maken. Amen.

nb: met "beter" bedoel ik dat 't ene geval binnen een zekere context (en een zeker doel, dat steunt op koosjere onderbouwing en dergelijke tov een ander doel) betere papieren heeft qua insteek en nastrevenswaardigheid en argumenten dan 't andere.


de Groene - Kruistocht tegen de Groene Kerk

Twijfelen doen ecomodernisten volop, maar helaas vooral aan de verontrustende voorspellingen van klimaatwetenschappers - niet dat ze de conclusies van het VN-klimaatpanel openlijk afwijzen. Hun scepsis is subtieler dan dat. Klimaatverandering is wel een probleem, stellen ze, maar niet hét probleem. De mens heeft wel eerder voor grote uitdagingen gestaan en telkens bracht onze inventiviteit redding. Geen reden tot alarmisme, dus. Opmerkelijk, want als we het meest recente rapport van het VN-klimaatpanel moeten geloven, zouden alle alarmbellen op vol volume moeten rinkelen: ‘Doorgaan met het uitstoten van broeikasgassen leidt tot verdere opwarming en vergroot de waarschijnlijkheid van ernstige, verstrekkende en onomkeerbare impact op mensen en ecosystemen.’ Een steviger waarschuwing zul je in wetenschappelijke rapporten niet snel tegenkomen.

---

de Groene - Kruistocht tegen de Groene Kerk


Gerrit Achterberg, een requim

Zeg een jaar of tien, vijftien terug kocht ik op de boekenmarkt van het Spui de verzamelde gedichten van Gerrit Achterberg; veel had ik over hem gehoord: de geladenheid van zijn taal, de intensiteit, het slaan van een onmogelijke brug naar een onbereikbare, verre vrouw, het verbond en de heilige drieeenheid van u, de dood en ik.

Welke (nederlandse) dichter is zo monomaan met zijn werk bezig geweest als hij? Dag in dag uit met zijn verzen in de weer, goed beter best: wat niet goed is, is niet geschreven. En: ik hoop te mogen hopen op het vers. Misschien dat ik het vandaag de dag af zou doen als aanstellerij, een pose, maar Achterberg was werkelijk een dichter tot op het bot, voor hem was dichten geen vrijblijvend cq doodernstig spel, maar een onafgebroken, voortdurende strijd op leven en dood, voorbij leven en dood.

Langzaam maar zeker kocht ik "meer" werk van hem, zoals Achtergebleven Gedichten, alsook de formidabele dubbelaar in cassette "Verzamelde gedichten, Nagelaten gedichten". En de kroon: Monumenta Literaria Neerlandica XI (1, 2, 3a, 3b) - met als boekenlegger een ansichtkaart uit het Letterkundig Museum waarop een handgeschreven gedicht van de beste man.

Achterberg tracht, gedicht na gedicht na gedicht, de afstand tussen zijn "ik" en de u, met in het midden pontificaal de dood, te overbruggen. Zijn verlangen, zijn streven om dat waar te maken, is fenomentaal. Die u kan alles en iedereen zijn, vaak een/de begeerde vrouw, soms de ander (in abstractie), de muze, soms een connectie met zichzelf. Rationeel weet Achterberg dat zijn project tot mislukken gedoemd is, talig de brug slaan tussen hier en daar is fysiek zo goed als onmogelijk. Maar als dichter gelooft hij met zijn totale wezen, elke vezel, in zijn project. Elk vers de ultieme poging "de dood" teniet te doen, de brug te slaan tussen twee uiterste polen (die evenwel, op een haar na, in elkaars verlengde liggen, elkaar zo goed als raken).

En toen, ergens, sloeg ik om. De spanning in z'n werk tussen hem geloven en weten dat wat hij wil niet kan, verdween op het moment dat hij zelf begon te geloven dat het echt zou kunnen waar hij naar streefde, van een act op de grens tussen waanzin en waarzin kantelde hij naar waanzin in zijn overtuiging echt te kunnen doen waarnaar hij streefde. En juist zijn overtuiging, ontdaan van het snijdende besef dat hij met iets "onmogelijks" bezig is, was, maakte hem wat mij betreft ongeloofwaardig, een handige handelaar in waan, ten prooi aan zijn eigen truc, gevallen in de val van zijn eigen vakkundigheid. De paradox is dus dat ik hem meer geloofde toen hij zelf nog ergens, in de diepte van zijn wezen, voorbij zijn vezeldiepe overtuiging, wist dat hij streefde naar het onmogelijke. Goed, soms gonst er nog weleens een regel door de kop, zoals "symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods" of "ik ben van zoveel glas dat elke stem een steen is en een barst", maar de magie van weleer (te vinden tussen brokken kreupelrijm en formuleringen die grenzen aan wartaal, verdampend in het ijle) is uitgewerkt.

Het werk uit zijn laatste jaren, hoe hecht doortimmerd ook, mist de overtuiging; hij weet dat hij met een dichterlijk project bezig is dat never-ever waar zal (kunnen) worden; en juist dat gebrek aan totale overtuiging, aan monomane gedrevenheid, de "twijfel" overschreeuwend, maakt dat men dat werk weliswaar kan bewonderen om de volhardende wilskracht, maar het neigt naar modelspoorbaanwerk, niet meer de gedoemde geladenheid, 't heilige moeten, van de vroege, bezeten Achterberg.

En toch ...

Afgelopen week haalde ik Nieuw Commentaar op Achterberg in huis. Ik lees het door en probeer te luisteren wat het zegt, maar het gaat langs me heen; de relevantie van het onderzochte ontgaat me, de relevantie van de bevindingen. Het onderzoek had ook niet gedaan kunnen worden, de wereld zou en zal niet anders draaien. Uren hebben de hoge heren van de literatuur hun pennen geslepen om iets zinnigs op te merken over zijn werk, en de bottomline, wat mij betreft, is: so what?! Wat maakt het uit dat er "verwantschap" bestaat tussen 1001-nacht en zijn thematiek, wat doet het ertoe dat dit, wat geeft het dat dat?!

Misschien, wellicht, ligt het aan mij. Ik ben een ander nu. Ook Marsman is grotendeels een gepasseerd station. Mulisch the same. Borges weet soms nog diep te raken, maar (meer dan) de helft van zijn werk heeft voor mij afgedaan. Zou ik weer de lezer van toen willen zijn, die wezenloos duizelde en doolde in een vage trance qua Borges' Bibliotheek van Babel - geen idee. Natuurlijk hoeft niet elk werk de wereld te kantelen, dat kan ook niet. Sommig werk deed dat in het verleden voor mij, en in dat opzicht heeft het toen reeds zijn taak voor mij volbracht, als dat niet zo belachelijk hooghartig zou klinken. De hoop (en het vertrouwen) is er dat ook in de toekomst zulk werk af en toe zal opduiken, dat mijn wereld tot kantelen brengt, de schroeven uit de status quo slaat, een bredere visie op de zooi brengt en aanwakkert dan de vastgeroestheid van vandaag.

Achterberg gloeit soms nog wat na. Maar het felle licht van vroeger, dat is nu grijzer, fletser. Soit. Het is zijn werk (onder andere) dat mij heeft doen groeien, gemaakt heeft tot wat ik nu ben; ik ben ontgroeid aan zijn werk met wat er voor mij uit te oogsten was, de voedzaamheid heeft mij goed gesmaakt. Soms tref ik nog een verdwaalde knol, de zeldzame keren dat ik wat rondscharrel op het woekerende veld van Achterberg, maar in z'n totaliteit ben ik verder, adem ik de dag van morgen ...


Poëzie - een praatje opgevangen achter de schermen (in the back of my mind)

Poëzie komt in duizenden geuren en kleuren en wat niet al. Zoveel dichters, zoveel gedichten. En ook elke dichter an sich schrijft veelal tig verschillende soorten en smaken gedichten. De één maakt bouwwerken van woorden, de ander propt elk gedicht vol toespelingen, allussies, dubbelzinnigheden, kennis en eruditie, weer een ander overlaadt z'n gedichten met gedachten, en nog een ander schrijft bekentenis-dichtsels. En dan is er ook nog candlelight-prut - en het is de vraag of het één beter is dan het ander? Misschien niet qua genre, elk gedicht kan goed zijn, topic op stijl of wat ook staat daar los van, feit is dat een gedicht goed moet zijn. Maar wat is een goed gedicht? Een gedicht dat samenvalt met zijn eigen blauwdruk.

Juist.

Maar, ik wil het hier voor de verandering 'ns niet hebben over wat ik een goed gedicht vindt. Zoveel dichters, zoveel ideeën - en er kan dagen, maanden, jaren over gepraat worden, zonder een stap verder te komen, of miljoenen stappen verder en bij het volgende gedicht kan dan blijken dat het toch ook weer helemaal anders kan, en toch goed is, werkt ... en is het werkelijk zo belangrijk om te inventariseren waarom een goed gedicht werkt en een slecht gedicht niet? En zijn slechte gedichten wel gedichten, want ze voldoen dan toch niet aan een aantal basis-criteria, als die er al zijn, als alles een gedicht kan zijn? Want, al weet iemand enkele algemeenheden uit wat bijzondere gedichten te persen, dan nog is dat geen recept voor het volgend; elk gedicht is uniek, volgt zijn eigen recept, al zijn er uiteraard verwantschappen en familiegelijkenissen tussen dit en dat.

Toch denk ik dat het wel degelijk zin heeft om over gedichten en dichten te denken, niet dat het samenvalt met de ervaring die het lezen van een gedicht is/kan zijn, wel kan het die ervaring verdiepen. Wie meer weet heeft van het bos waar men rondloopt, wie meer kennis heeft, zal meer opmerken en zodoende dat bos dieper voelen, dieper beleven, dieper ervaren.

Om voor en namens mijzelf te spreken: veel gedichten die ik maak zijn niet geschreven als verwijzing of verwerking van iets in de wereld cq de werkelijkheid, you name it. Ze zijn, met andere woorden, zelf een stuk werkelijkheid, want taal, waarvan die dingen gemaakt zijn, is zelf een stuk werkelijkheid, de wereld, with whatever that conjures up. En ja, woorden hebben nu eenmaal betekenissen, dat is eigen aan woorden - een kat is een kat en een vis is een vis. Maar waarom zou ik wat al bestaat in de wereld in de vorm van atomen, zoals een kat op de mat, willen herhalen in de vorm van letters en woorden? Dat is weer dat monster(tje) van referentie. Als een dichter schrijft: de kat zit op de mat, en het is hem puur erom te doen dat te melden, dan voegt wat hij met de talige werkelijkheid tot stand brengt, bouwt, weinig tot niets toe aan wat reeds bestaat - zij het in dus een andere substantie. Of iets atomair of literair bestaat is mij als dichter om het even, de verdubbeling van het atomaire door het literair te maken/kleien (of omgekeerd), kan mij gestolen worden. Een vis van atomen is "hetzelfde" als een vis van letters, en jah, filosofisch gezien is dat totale onzin, maar als dichter heeft het voor mij amper, om niet te zeggen geen, meerwaarde atoomstructuren te herhalen maar dan gemaakt van letters. Het talige moet een eigen (meer)waarde ademen ...

Waarmee ik niet wil zeggen dat ik poëzie die gaat over de stand van zaken in de wereld, de status quo op losse schroeven zet, invalshoeken kantelt en verbreedt, visie(s) verdiept, inzichten en ideeën uitdraagt, slecht zou vinden. Integendeel, zulk soort poëzie juich ik van harte toe. Maar maken kan ik 't niet, al zou ik het proberen - elke dichter zingt zoals hij of zij gebekt is.

Goed.

Maar waarom schrijf ik dan? Wie zit er op hemelhoge pirouette-draaiende structuren te wachten als de wereld in brand staat, rook en vuur - de lucht onadembaar, het water ondrinkbaar, het land onvruchtbaar?! Dat moet gemeld worden, dag en nacht, en er moet gestreden worden, ook dag en nacht. Toch ... poëzie heeft het recht meer te zijn dan inzetbaar voor de goede zaak, zelfs de meest wezenlijke zaak. Maar, dat poëzie dat recht heeft, betekent zulks dan ook dat het moreel juist is om dat recht te verzilveren, of heeft iedereen met de huidige ecologische crisis (die zich alleen maar zal verdiepen en verbreden als er zo doorgegaan zal worden als nu) de plicht te zeggen: leuk dat de poëzie kan en mag wezen wat ze wil, maar het is totaal niet relevant om bezig te zijn rondjes te tollen, 't enige relevante is dag en nacht, onafgebroken, de barricaden op, he hoor mij ho simultaan op de brandtorens, en tjah, wat valt daar tegenin te brengen? Het moreel juiste doen is een autonome plicht, dat behoeft verder geen onderbouwing, hoogstens dient betoogd te worden wat het moreel juiste is, maar met het leven op aarde (en de aarde zelf) op het spel staande (spel, wat een woord ...) lijkt het mij volkomen evident dat vechten, knokken, alles om de vitaliteit te behouden en te versterken, de juiste morele houding is. Eenieder heeft de plicht te strijden vóór het leven.

En toch, en toch. Poëzie is meer dan de verkondiger van wat er gaande is, van gebeurtenissen, van zaken die in de soep lopen en kwesties die ons staan te wachten, maar poëzie is ook zelf een feit, een gebeurtenis. Poëzie maakt gebruik van de talige eigenschappen van taal om zijn ding te doen, om te wezen wat het is, om te stromen hoe het doet, en elk (goed) gedicht werkt niet "alleen" op het niveau van wat het zegt, maar ook (en vooral) hoe het dat zegt. Klank, rijm, assonantie, alliteratie, ritme, binnenrijm, buitenrijm, dubbelzinnigheden, regelmaat met grillige ontsporing(en), et cetera. Poëzie is taalmuziek.

En ondanks dat poëzie in het algemeen, gedichten in het bijzonder, prima dit en dat te vertellen heeft/hebben, en sterker nog, dat dat erg waardevol kan zijn, ontstijgt een gedicht wat mij betreft qua betekenis aan wat het letterlijk met zoveel woorden "zegt". Het draait ook om ambiguïteit, meerduidigheid, gelaagdheid, messcherpe vaagheid waardoor woorden en regels tegelijk dit en tegelijk dat kan betekenen, soms zelfs tegelijkertijd. Een gedicht "moet" mijns inziens de mogelijkheid bieden dat het dieper geduid kan worden dan qua wat er aan de oppervlakte met zoveel woorden (of zo weinig) genoemd wordt; niet dat de lezer mag verdraaien wat er staat, wel dat associëren, combineren, resonantie met dit en dat meer betekenis genereert, schept; dat een regel of woord een domein van kennis ontsluit en een andere regel, of woord, een ander domein, en dat ze in hun doorsnede iets interessants opleveren, een geladen opspanning van een kennisveld zus en zo dat voordien niet bestond.

Zoiets.

Vergelijk het met een in 't water gegooide steen. Dat zijn de woorden, de regel(s), de dingen die ter sprake worden gebracht - maar, zo'n steen gaat kringen geven in de rivier (het water, dat is niemand en iedereen). En die kringen gaan weer met elkaar wisselwerken, botsen tegen de oever en keren weer terug, en wisselwerken dan met zichzelf, hun voorgangers en nagangers; golf na golf, laag na laag, ontstaan er zo ketens en met elkaar interacterende patronen en structuren, die zelf betekenis zijn en op hun beurt weer betekenis genereren. Betekenis in de brede zin van het woord, niet parafraseerbaar maar precies daar bestaande, ontstaande waar het water speelt en de zon z'n schittering strooit. Het gedicht op papier is als het ware "slechts" de trigger om het ware gedicht tot leven te brengen, klotsend en kabbelend in alle lezers samen, de som van alle rimpelingen en kringen en golven in die die rivier, een proces dat door en door en doorgaat, met nieuwe duidingen, nieuwe associaties, (kruis)verbanden, met elke lezer en zijn of haar gedachten en gevoelens, met elk gedicht, met elke "steen" - en het water maar stromen en woelen en kringen. The wilder the better. En tegelijk is elk gedicht perfect gekristalliseerd evenwicht, een zuiverheid zonder rest waar alles inzit, kraakhelder tot voorbij de bodem zonder een bodem te hebben. Zoals Faverey zei:

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkehout -

Daar is veel over te zeggen, daar zijn dikke boeken over te schrijven, maar ik wil het (voor nu) hierbij laten. Ik dank u, amen.


LichtDicht

LichtDicht - hèt overzicht van m'n foto's en gedichten, vooralsnog enkel gedichten 2001-2012. Het adres: www.lichtdicht.tk


Nogmaals klimaat, en weer en weer en weer ...

Vandaag, op de wereldwijde dag van People's Climate March, kreeg ik een dringende mail: de vaquita sterft uit - een schuw zeezoogdier dat lijkt op een kleine dolfijn. Sneu en diep treurig. Er moet absoluut gestreden worden om het beste beestje (er zijn er wereldwijd nog maar 30) te redden, om de visnetten te verbieden waarin ze stranden, worstelen om eruit te komen, en dan in een strijd op leven en dood vaker wel dan niet verdrinken. MAAR!!!

En die andere 199 diersoorten dan? Er sterven 200 diersoorten per DAG uit, elke dag weer, grotendeels het gevolg van het industrieel kapitalisme, tomeloze groeizucht, ecologische verdrukking, ondrinkbaar water, onadembare lucht, hebzucht, de blinde wil van meer meer meer - langzaam maar zeker sterft het leven op de planeet uit, de planeet zelf ook, prognoses van wetenschappers (Guy McPherson, Derrick Jensen, Lierre Keith enz) geven de aarde nog een jaar of 30, 50, 100 maximaal, dan is de aarde een dode sintel zinloos tollend om de zon. Want niet alleen maakt industrieel kapitalisme (dat draait om geldmaximalisatie, niet levensmaximalisatie cq biodiversiteit, en om groei en groter groter grootst op een eindige aarde) alles kapot, het verbruikt alles, ook helpt het fundamenteel om zeep de voorwaarden, de sleutelbouwstenen die leven nodig heeft om uberhaupt te bestaan door oa een extreme over the top uitstoot van miljarden tonnen co2 (als gevolg van het achteloos verbranden van fossil fuels (zoals olie, gas en kolen) om het systeem van het industrieeel kapitalisme maar te laten draaien), het tot een gatenkaas (en erger) maken van de ozonlaag, het vernietigen van de biotoop van het leven, Enz enz enz.

En die 200 diersoorten per dag, dat is nog maar het begin van de ellende, de vooravond van de grootste massa-uitsterving die de aarde qua leven, en de aarde als levend wezen ook (Gaia-Theorie, James Lovelock), tot dusver heeft gekend, een record dat tot in alle eeuwigheid in de boeken zal blijven, want daarna is het afgelopen, klaar, schluss, einde verhaal!

Dus ja sneu zo'n vaquita, nog sneuer die kleine 30 stuks, maar het is slechts het topje van het topje van de ijsberg (binnenkort is de vraag: wat is een ijsberg, ze smelten harder dan sneeuw in de zon); hun uitsterven - met hun 199 broertjes en zusjes van ander leven op aarde, 200! diersoorten per dag, 6000 per maand, meer dan 70.000 diersoorten per jaar - is een symptoom, het willen voorkomen is symptoombestrijding. Er zijn drastischer maatregelen nodig om het leven op aarde te behouden!

En al hebben drastische, radicale maatregelen maybe een kans van 20% om te slagen, als we nix doen of "enkel" symptomen bestrijden, dan blijft de ziekte die industrieel kapitalisme heet, chronisch voortwoekeren (of nou ja, chronisch, 50 jaar, dan is het finito!) - laten we van bedrijven eisen dat ze zich niet alleen om geld en groei bekommeren maar ook om het naleven van de morele plicht om de biodiversiteit (en het leven!) te behouden, van politici eisen dat zij verantwoordelijkheid nemen en wetten maken waarbij uitbuiting, slopen, doden en vermoorden van de planeet (en het leven erop) extreem strafbaar wordt - want hoewel big business/het grootkapitaal enkel luistert naar het schreeuwen van het geld en meer meer meer, hebben ze zich wel aan wetten en regels te houden (maar dan moeten die er wel zijn). En last but not least, ook elke consument zelf heeft verantwoordelijkheid, door niet grijpgraag (en liever helemaal niet) produkten te wensen/eisen (als ware het een recht om wat dan ook te willen, de prijs die ervoor betaald moet worden "het uitroeien van het leven op de planeet en de planeet" een lachertje: nee nee nee!), door geen lifestyle te leven die draait op een voortmodderend systeem van dood en verderf.

Lees, informeer, en spreek politici, bedrijven, boeren, burgers en buitenlui, aan op hun verantwoordelijkheid. Want iedereen is mede-verantwoordelijk voor het leven op aarde, de biodiversiteit, de continuiteit van het leven op aarde. Stop kortom met het blindelings meedoen (en meewerken) aan een systeem dat draait op het uitstoten en verbranden van meer dan absurd veel fossil fuels (meer dan factor 2 qua wat de aarde per jaar kan verwerken) en zodoende het leven op aarde verpest, voor ons, voor onze mede-planeetbewoners, en voor miljoenen komende generaties, miljarden dieren en planten, die anders never ever het licht van de zon zullen zien, never ever het wuiven van wouden zullen voelen, never ever het zwalpen van de zee ...

http://www.deepgreenresistance.org


END CIV Resist Or Die (Full)


Weg en Wis, update

Wijwater. Lopend vuur. Onder
de zolen yin en yang. Terugkomen
is niet hetzelfde als blijven, bij
een brug verwoord. Valt er iets

te melden over het spiraliseren
van ‘t onontcijferbare lot, uw
spiegel en echo, over het niet ont-
mantelen van ... O, alles is hoe

het is. Rollenspel kraakt. Wake.

---

Zo simpel de hemel: de aarde, ja
‘t water spiegelt gestalten, de maan /
verlicht, heimwee alsook heimat,
enig samenzijn ... tussen beiden

kuren en citroenen. Houden van
is niet destructief. Niet. Verstaat
u dat, dit, mij, niet. Gaat ontkomen

heilig hand in hand; en als, talig dan
ons ontvlammen? Ver(ant)woord, adem.

---

Blikseminslag, kortsluiting, meltdown. Gras,
ettig, bomen waaien, water stroomt. Het

wortelen van fruit buiten ‘t paleis, de stem
van pygmeeën, balkende en trompetterende
pinguïns, poolijs (noords van aard) / het

zich voor de geest halen van de vorm van
fractale atomen, tinteling van het masker
van glas. Waartoe wuiven en wenken wegen,
waarheen, waarvoor - k-a-r-m-a kwadraat.

---

Weg en Wis - steeds denk ik dat de bundel nu toch echt af is, en dan et un moment dada, is het toch niet af ... hajewiet.


Charles Baudelaire - Les Fleurs du Mal

Met Les Fleurs du Mal (1857) van Charles Baudelaire blies er een nieuwe wind door de Franse poëzie. Zijn bloemen van het kwaad wasemden schoonheid en verderf uit. Voor zijn Zwarte Venus, de mulattin Jeanne Duval, trok de dichter alle erotische registers open. Thema’s als prostitutie, sadisme en fetisjisme schokten de goegemeente zozeer dat een Parijse rechtbank hem prompt veroordeelde. Deze bloemlezing biedt de vijftig beste verzen uit de bundel. Meestervertaler Paul Claes brengt een eerbetoon aan de volmaakte versvorm, de suggestieve klankeffecten en de associatieve beeldspraak van het origineel. De uitwaaierende symboliek maakt elk gedicht volgens de criticus LJ Austin ‘een raam dat uitzicht biedt op het oneindige’. Een inleiding, een biografie en een commentaar vervolledigen deze poëtische presentatie van de grootste Franse symbolist.


Bob + Joan = Golshifteh

 


Derek Walcott 1930-2017

Derek Walcott dood - nooit iets van de beste man gelezen, vandaag toch maar een bundel(tje) van hem opgepakt: Omeros.

12 boeken van DW
De wiki-page van DW
En, het onvolprezen BookZZ :)


Parabel

Er was eens, in een niet bij name genoemd land, een koning. En die koning had alles, meer dan alles zelfs, maar één ding had hij niet: de lach. Het was niet dat zijn koninkrijk hem zorgen baarde: de velden bloeiden, de burgers blaakten, vrede fladderde rond en rond als een vlinder. Ook verveelde hij zich niet, hoe kon hij: elke dag had meer minuten dan uren en meer seconden dan minuten, en nog vond hij elke dag te kort, maar hemels schuiven met zon en maan, dat mocht de oude Afwezige doen - hij de Aarde, Hij de rest.

Hij droomde, wandelde, dichtte, schaakte en droomde weer. Clowns lieten hem huilen, danseressen vermoeiden hem, gasten van ver, ach; soms zong hij mee met losbandige troubadours, kladderde hij op doeken van zondagsschilders, filosofeerde hij eindeloos over het wezen der wereld en de rol daarin van dit en dat, deze en gene, maar lachen, dat deed i niet.

En hoewel de koning een goede koning was (die zich inspande om zich overbodig te maken) werd hij het helemaal zat, tot zot toe - hoe moeilijk was dat nou, lachen, van het kleinste, melkmuilende kind tot knarsige, tandeloze oudjes: lach alom. Zo kwam het dat hij een beloning uitloofde van honderd goudstukken voor wie hem lachen liet; oh, een glimlach, desnoods een halve, een mona-lisa-achtig-iets? Anders: kop eraf. En hup, daar stormden en stroomden grijnzende goudzoekers zijn marmeren paleis binnen, met moppenboekjes en belletjes en dingen en dwaze ideeën om de koning maar tot lachen te brengen, om, na een wankel ogenblik van beiden, roem- en koploos af te druipen naar het ijle Onbekende.

Zeven jaren is zeven maal driehonderdvijfenzestig dagen maal twaalf uren maal zestig minuten, is meer dan twee miljoen doden. En dat om tienduizenden, honderdduizenden, ja, miljoenen goudstukken, voor één lach, een enkele glimlach, een sierlijk-stijgende buiging van de lippen.

En toen kwam zij, ging voor de koning zitten in kleermakerszit, en keek, en luisterde, en ademde, en deed alles wat een vrouw doet als zij niets doet.

De volgende dag waaiden de vlaggen, schalden de trompetten, en zij zei ja en hij zei ja en ze lachten nog lang en gelukkig ...


Mooi citaat van S. van S.

Wie de schouders nonchalant ophaalt of de handen onschuldig omhoog steekt en zegt ‘Ik doe gewoon mijn werk’ ontkent zijn invloed. Gewoon is geen begrip op een plek waar de ruimte divers wordt gedeeld en werk is geen opdracht van een baas. Werk is geen excuus voor de beweging die je (niet) maakt. Are you doing your work? vroeg de Amerikaanse ‘black, lesbian, mother, warrior, poet’ Audre Lorde. Ze bedoelde niet: ben je wel productief? Je werk is de betekenis die later vormt.


GAAN BEGRIJPEN EN WOEDEND ZIJN SAMEN?

Een sterke bespreking van Oosterhof's bundel "Ja Nee" met interessante kruisverwijzingen naar de toestand in de wereld.


Bob Dylan - "Soon" March 11,1987 "The Gershwin Gala"


Weg en Wis

Weg en Wis - het idee van de bundel is een papieren pelgrimstocht; vol taoïsme en (zelf)ontplooiing en (zelf)verlies en zichzelf ontstijgen en tot ontwikkeling en groei brengen via het proces vd (pelgrims)tocht.


Three Faces of Power

A few years ago, I had an interesting conversation with George Draffan. We were talking about civilization, power, history, discourse, propaganda, and how and why we all buy into the current unsustainable system. George said he really likes the social and political model called “the three faces of power.”

He said, “The first face is the myth of American democracy, that everyone has equal power, and society or politics is just the give and take of different interest groups that come together and participate, with the best ideas and most active participants winning. This face says that the losers are basically lazy.

The second face says it’s more complex than that, that some groups have more power than others, and actually control the agenda, so that some things, like the distribution of property, never get discussed.

The third face of power is operating when we stop noticing that some things aren’t on the agenda, and start believing that unequal power and starvation and certain economic and social decisions aren’t actually decisions, they’re ‘just the way things are.’ At this point even the powerless perceive unjust social relations as the natural order.” He paused before he said something that has haunted me ever since: “Conspiracy’s unnecessary when everyone thinks the same.”

D. Jensen - Endgame I, 48/49

Lukes 3 Dimensions of Power, by kyle


Renie Spoelstra


Betreffende feiten

... All this adds up to a depressing picture for those of us who aren’t ready to live in a post-truth world. Facts, it seems, are toothless. Trying to refute a bold, memorable lie with a fiddly set of facts can often serve to reinforce the myth. Important truths are often stale and dull, and it is easy to manufacture new, more engaging claims. And giving people more facts can backfire, as those facts provoke a defensive reaction in someone who badly wants to stick to their existing world view.

“This is dark stuff,” says Reifler. “We’re in a pretty scary and dark time.”

We journalists and policy wonks can’t force anyone to pay attention to the facts. We have to find a way to make people want to seek them out. Curiosity is the seed from which sensible democratic decisions can grow. It seems to be one of the only cures for politically motivated reasoning but it’s also, into the bargain, the cure for a society where most people just don’t pay attention to the news because they find it boring or confusing.

Bron: Tim Harford , in: 'The problem with facts'


Sinéad O'Connor - Troy (Pinkpop Festival 1988)


De destructieve mens, een filosofisch essay over klimaatverandering door M. de Boer

Een van de zaken die me het meest aan het hart gaat is klimaatverandering. Omdat dit het meeste impact heeft op het welzijn van de aarde, en daarmee ook op de mensen en dieren. Als de aarde over honderd jaar opgebrand en verdampt is, zijn er ook geen mensen die erop kunnen leven. Om nog maar te zwijgen wat voor radicale gezondheid gevolgen het veranderde klimaat de komende decennia op mensen en dieren kan hebben. Lees verder ...


Heeft de Nederlandse politiek nog oog voor het internationale verhaal?

'De allergrootste problemen zijn juist niet nationaal. Hoe kan het dat populisten zich niet bezighouden met ecologische zaken en de toekomst van de planeet? Dat is op het eerste gezicht onbegrijpelijk. Maar als je het nationale hebt omarmd als de allesbepalende factor, zie je bepaalde kwesties blijkbaar niet meer. Er ontstaat een bijziendheid waarbij niet alleen het buitenland, maar ook de lange termijn uit het oog wordt verloren.'

---

Bron: Volkskrant - Jan Willem Duyvendak


Hoe kan ik duurzaam leven?

        We weten het eigenlijk allemaal wel: onze planeet is overbevolkt, de grondstoffen raken op, bomen worden gekapt en de zeeën zijn bijna leeg en vervuild. De één voelt zich geroepen als activist achter walvisjagers aan te jagen. De ander luistert braaf naar een kennis met geitenwollen sokken aan, maar maakt zich eigenlijk het liefst zo snel mogelijk uit de voeten als het over duurzaamheid gaat. Toch denkt filosoof Henk Manschot, verbonden aan het Kosmopolis instituut van de Universiteit voor Humanistiek, dat we allemaal een band hebben met de natuur. Ieder op zijn of haar eigen manier. Manschot gaat in deze hoorcollegeserie niet in op de praktische discussies en standpunten. Hij graaft dieper. Hij onderzoekt hoe we van binnenuit een houding kunnen ontwikkelen die van duurzaam leven geen opgave maakt, maar een vanzelfsprekendheid.

DEEL 1: VOORBIJ DE PRAKTIJK, MET NIETZSCHE

Manschot begint met een beschouwing op de manier waarop de ecologische crisis is verbonden met onze gevoelens van angst en onzekerheid. Hierbij is de filosoof Friedrich Nietzsche onze gids. Nietzsche nam aan het eind van de negentiende eeuw al waar dat de moderne mens steeds verder van de natuur af kwam te staan. Hij voelde goed aan hoe dit inwerkte op allerlei onderhuidse spanningen in de samenleving. De ecologische crisis lijkt voor Nietzsche een onherroepelijk onderdeel te zijn van het moderne leven. Dit werkt Manschot uit aan de hand van Zarathustra.

DEEL 2: NIEUWE PERSPECTIEVEN

De band met onze natuurlijke omgeving is in de loop van de geschiedenis natuurlijk wezenlijk veranderd. De afgelopen eeuw zijn er twee mijlpalen geweest die een nieuwe dimensie gaven op onze kijk op de aarde: de evolutietheorie en de ruimtevaart. Manschot vertelt hoe zij ons perspectief letterlijk en figuurlijk hebben beïnvloed.

DEEL 3: NAAR PLANETAIR DENKEN

Volgens Manschot hebben de ecologische crisis en de nieuwe perspectieven op de mens en de aarde consequenties voor onze levens- en wereldbeschouwing. Niet in de minste plaats voor het humanisme dat de mens altijd centraal stelt Hij ziet het als opdracht om ons binnen het grotere geheel van het leven op de planeet te positioneren. En dan van daaruit te gaan kijken naar ons zelfbeeld, moraal, gevoel voor verantwoordelijkheid en religieus besef. Alles wijst er op dat we een ruimere visie, een nieuwe beschouwing op het leven nodig hebben.

Bron: UvH - Hoe kan ik duurzaam leven?


Bob Dylan - Most of the Time

"Most of the time” is het roze olifantje in actie: ik denk niet aan haar, niet tijdens het werken, vrijen, slapen en eten. Maar wie tijdens die dingen merkt dat hij niet aan haar denkt, denkt toch aan haar.

Of misschien zit de ik ergens stil in een hoekje, denkt aan haar, en merkt dat hij tijdens het rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan (wat grosse modo het leven heet) werkelijk niet aan haar dacht, zodat hij naar waarheid kan stellen: most of the time ...

Maar, dat laat niet onverlet dat some of the time hij wel degelijk aan haar denkt. Is het zo onschuldig of zit er meer achter?

Waarom zou iemand luid en duidelijk roepen dat diegene most of the time niet denkt aan iemand? Moet de ik zich bewijzen, en zo ja, aan wie? Aan zichzelf? Wil hij zichzelf wijsmaken dat hij klaar met haar is, bezig is haar achter te laten, dat hij haar vroeger lief had, toen minder lief, toen liever niet, en tenslotte door is gegaan met zijn leven (whatever that may be) en minder en minder aan haar denkt? Maar als dat zo is, prima voor hem, maar dan is het toch op z’n minst aardig opmerkelijk dat diegene dat ons, de wereld, luidkeels te kennen geeft.

Wie houdt hij voor de gek, probeert hij voor de gek te houden? Ons, de wereld, zichzelf? Want wie spreekt hij eigenlijk aan?

Het is in elk geval niet de haar, er is geen you tot wie hij zich richt, de you aan wie meestal niet gedacht wordt. Maar, hoewel hij haar niet aanspreekt, vindt hij het misschien toch een prettig idee dat zij, via wie weet welke wijnranken, te horen krijgt dat hij niet denkt aan haar. Meestal dan toch.

Of zegt hij het omdat hij zijn nieuwe liefje duidelijk wil maken dat hij die ex van hem, dat monster, zo goed als vergeten is, want: most of the time ... maar, waarom zou dat expliciet gemaakt moeten worden aan die nieuwe vriendin? Ze kan toch ook gewoon aan hem merken dat hij blij is met zijn nieuwe vlam, door zijn doen en laten? Blijkbaar merkt ze het niet echt, dat is: niet voldoende, dus ergens gaat er iets mis in de communicatie van zijn liefde voor haar. Dus bewijst hij haar lippendienst, met woorden, maar ja, in liefde gaat het om daden (en de daad).

Hoe dan ook, soms denkt de ik nog aan haar. Waarom is dat? En, op wat voor een manier denkt hij dan aan/over haar?

Met genegenheid, vol liefde en/of haat, met snijdende pijn? Heeft de haar de hem een trauma gegeven? De haar mag dan wel geen open wond meer zijn, maar een wond is het zeker nog, of, op zijn minst een litteken dat, als we tussen de regels lezen, meer doet dan af en toe een beetje jeuken.

En toch; het is niet dat de ik a pig without a wig is. Hij kan opvallende dingen, zoals lachen in het gezicht van de mensheid; dat is nogal wat, in het besef van wat een totale puinhoop, chaos en bak ellende de mensheid er op deze planeet van maakt - iemand die dat kan, en toch blijkbaar niet in staat is om de een of andere zij, Zij, te laten rusten in de kop, god, dat moet dan wel een extreem bijzonder iemand zijn, want wie kan lachen in het gelaat van de mensheid, die kan zoveel pijn opzij zetten en verdragen, die moet dan toch ook wel in staat zijn om het denken aan iemand niet meer te doen? Blijkbaar niet.

Of, een andere mogelijkheid, hij kan lachen in het gezicht van de mensen, omdat hij een acteur is, en ons wil doen geloven dat het lachen is wat hij doet, maar dat hij er diep in zijn hart heel anders over denkt. Een acteur die ons, we lazen het al, nadrukkelijk wil doen geloven dat hij slechts zelden aan haar denkt. Meneer is een clown, een grappenmaker.

Of, wat ook kan, het verlies van die haar sloeg een gat in hem. Wat anderen het leven noemen, of domweg de mensheid, noem alles maar op, heeft voor hem niet langer betekenis. Het bestaat niet meer, hij voelt het niet meer, de connectie en affectie ermee is weg. De ellende van de mensheid, het laat ‘m koud ... hij kan ertegen lachen, hij kan zich er “onverschillig” toe verhouden, want het weet hem niet te raken, nee, hij kan niet meer geraakt worden - ergens van binnen is hij een steen, van steen geworden. Zoveel warmte spat er niet van hem af, het herhaalde most of the time qua het niet aan haar denken, impliceert het soms wel aan haar denken, maar het is denken, het is geen voelen!

De ik die in het lied aan het woord is, heeft wel iets weg van de ik uit Love Sick, die weinig anders doet dan zijn verdriet eruit lopen als was hij op een heuse pelgrimstocht door eindeloos grijze, grauwe, verregende straten. Tussendoor geeft hij sneren aan de haar die naar zijn idee niet deugt, niet te vertrouwen is; hij uit de wens dat hij haar liever niet had ontmoet - behoorlijk loos alarm, want aan het eind komt met een snik het hoge woord eruit: i don’t know what to do / i’d give anything to be with youhouhou (dit terzijde, maar dat eind is een beetje een zwaktebod, het hoge woord was al zo duidelijk aanwezig overal dat het onzinnig is om dat nog eens met zoveel woorden uit te spreken, ik snap niet dat Dylan dat dan toch doet, tekstuele vakman als hij is, want wat we van hem weten uit ander werk is dat hij geen last lijkt te hebben van zijn geweten als hij ergens een los eindje laat slingeren, of iets openlaat, of ambigu, enz).

Enfin. De ik lijkt (?!) nog steeds gek op de haar, de vraag die knaagt: waarom zegt hij dat dan niet ronduit?!

--- --- ---

Ook meneer Marnix schreef over dit lied, en een jaar of twee terug de heer Atwood eveneens.


Amarant revisited (en Weg en Wis en passant ook)

Zoals dat gaat, dacht ik dat de bundel Amarant klaar was, en zoals dat gaat, bleek dat niet zo te zijn.

Een paar maanden terug dacht ik ook al dat de bundel klaar was - de paar gedichten die ik sindsdien schreef, pasten half-wel, half-niet erbij, en adhoc vulde ik elk hoekje en gaatje van Amarant ermee. Een tweeslachtig resultaat, uiteraard; dus daarnet heb ik al dat "nieuwe" spul eruit gehaald, en zie: het bundeltje knapt er zienderogen van op. Er was nog exact een gaatje vrij; afgelopen week had ik iets geschreven waarvan ik toen geen flauw idee had wat ermee aan te moeten, maar pats, het blijkt naadloos, feilloos en als gegoten te passen op precies dat ene plekje: Amarant

Maar jah, die losse gedichten. De verwijderde gedichten. Het nieuwe werk. Wat daarmee te doen?

Heb alles bij elkaar gezet. Via wat wild gepuzzel, blijken deze werkjes goed te passen in 't tweede deel, deeltje oneindig dus, van de Weg en Wis bundel.


Biografische poëzie

Wie gedichten schrijft, wordt vaak biografisch gelezen en geduid. Want die ik in die gedichten, dat is de dichter toch?! En die gevoelens, hemeltjelief, het is me wat. En elke dichter roept vervolgens: nee, dat ben ik niet, die ik, dat is een personage, en die anderen in m'n werk, dat zijn ook personages. En wat die gevoelens betreft, een gedicht wordt gemaakt van woorden.

Goed, het kan zo zijn dat biografische kwesties linksom of rechtsom een rol kunnen spelen, maar uiteindelijk is het gedicht zelf het enige ding, in samenhang met de bundel en eventueel het oeuvre, dat via de act van het lezen betekenis genereert, dient te genereren. De artistieke kracht van dit of dat gedicht, bundeltje, bestaat in de wisselwerking tussen werk en lezer, de biografie van de maker is irrelevant bij het bepalen, ervaren, ondergaan van de kracht, door de lezer, van die wisselwerking.

Ik hoop dus van harte dat men Amarant niet biografisch leest. Het is mythologisch, waarbij de gedichten, in wisselwerking met de lezer, werken - sterker nog, ik zou ze beschouwen als mislukt als er pas stroom op de gedichten komt te staan omdat de lezer ze verknoopt met M.: ik heb iets waars willen schrijven dat los is van mij als ik, iets waarachtigs dat in resonantie met de lezer een luid gonzend electrisch krachtveld genereert; jah, het maken van poëzie is het waarmaken van mythologie.


Hoera voor Bob Dylan

Grammy#68, Best Historical Album, voor The Cutting Edge 1965-1966: The Bootleg Series, Vol.12 (Collector's Edition)


Light of Nature vs Human Light


De betekenis van het leven - de evolutie volgens Yuval Noah Harari

De macrogeschiedenis van Yuval Noah Harari gaat niet over mensen, maar over de mensheid. En hij concludeert dat ze beschikt over ‘supervermogens’ die in het verleden waren voorbehouden aan goden. Enter Homo Deus, de mens-god ...

Op de groene Amsterdammer een uitgebreide bespreking van het werk van Yuval Noah Harari. Big history met een bite!


Over Dada. Een geschiedenis van Hubert van den Berg

Volgens de bespreking een tot op zekere hoogte tekortschietend boek, maar als reactor-artikel waardevol om de vele links.


DE IDENTITEITSCRISIS VAN DE POËZIEBLOEMLEZING

Een van de belangrijke functies van een poëziebloemlezing is het bieden van een overzicht van een genre dat per definitie verspreid ligt over talloze tijdschriften en dichtbundels. In één enkel boek – zij het meestal een dik boek – wordt de lezer wegwijs gemaakt in de historische ontwikkeling, de verschillende stromingen en de opeenvolgende generaties van dichters van een bepaald taalgebied. De bloemlezing maakt daarenboven een kwalitatieve keuze uit een voor de buitenstaander niet te overziene productie van gedichten. Wat voorligt – zo kan je uit deze beschrijving opmaken – is het beste wat de poëzie in een bepaald taalgebied gedurende een bepaalde periode heeft voortgebracht. [lees verder op de Reactor]


Gedichtenweek

Gedichtenweek, hoera! Het thema dit jaar is humor, leuk.

Elk jaar krijg ik meer en meer jeuk van de gedichtenweek, maar waarom, de intentie is goed: poëzie in het zonnetje zetten, jan en alleman er bekend mee maken. Wil ik dat poëzie zich onttrekt aan de wereld, hoog in haar ivoren toren? Zeker niet - wat mij betreft mag poëzie gaan over wat dan ook, en het mag ook nergens over gaan, als het sowieso al ergens over gaat; het mag schreeuwen, gillen, zwijgen, zingen, allemaal best. In de toren, buiten de toren, mij zul je niet horen mopperen, nee, ik zal juichen, joelen en de loftrompet steken over alle poëzie die zich tracht waar te maken, die ernaar streeft waar te wezen, dat is: poëzie die ademt, leeft. Maar het kirren van oh en ah bij elke halfbakken regel, elke misgeboorte en elk gedrocht, god, bij elk dood en doods gedicht, dat maakt de gedichtenweek voor mij ongenietbaar. Het is het bejubelen van rottende rommel die de naam poëzie niet of amper waardig is, en het in de kou laten staan van het enige dat die naam verdient: ware poëzie; ik wil niet pretenderen dat ik dat kan maken, of wie ook, maar het is iets om naar te streven, als some sort of richtlijn, indachtig de waarste poëzie die er is cq de wereld zelve: een appelboom, stralen van de zon, een pinguïn, volle maan, een kiezel ...

Steevast weer de knagende vraag: hou ik misschien gewoon niet van poëzie? Maar ... de vroege Marsman dan, Faverey, het zingen van Dylan, Aiken's preludes, de Hendrik de Vries van krochten en kieren, spoken en heksen, mevrouw muze en haar levendigst liefhebben, haar diepste denken, de werveldans van sterren en atomen, d'ivoren glimlach van den stillen knaap?!

Ik moet denken aan Nietzsche, en zijn idee dat degeen die eindeloos roept: nee-nee-nee, dat die in feite de felste ja-zegger is.


Wereld van de Poëzie in kaart

De tekst vormt het begin van een sporentocht, een parcours dat eveneens een initiatie is en daarna een traject kan worden - aldus de ronkende woorden waarmee "Wereld van de Poëzie in kaart" wordt voorgesteld. Waar ken ik dat toch van?!


Het was een nacht ...

Het was een nacht, als duizend-en-een andere nachten - tot schreeuwend-oranje zwaailichten hun gillende vlammen sloegen tegen de kalkige muren van mijn stee, en - daarvoor, daarna - heel Amsterdam verdween in een cocon van het diepste zwart, de diepste stilte: nacht. Waren die schietende zwaalichten waarschuwingen geweest, het signaal van een revolutie, onderdeel van het gebeuren dat gaande was? Vlug, een wollen vest om en hup, gaan: naar buiten, de tuin door, de straat in.

Nergens licht: geen lantaarns, geen flakkerend kaarsje achter een duister raam, overal wezenloos donker. Geen wagens meer met oranje op hun dak en ook geen andere; geen fietsers, geen voetgangers: niemand. Geen verbaasde buren, geen vogels en geen katten - alles uitgestorven, niets. Achter de takken van een stakerige boom het fletsgeel van een magere maan.

Was dit het? Een wereld zonder stroom, zonder beschaving, zonder anderen? Dode huizen, verlaten wegen - de roerloze stilte van een verlaten heelal. Waar was iedereen, al het leven (op de onverzettelijke bomen na) als bij toverslag verdwenen? Links was niks te zien dan zwart, rechts zo mogelijk nog minder; wat als het zo zou blijven? Doodvriezen? Hoe aan eten te komen, wat te doen om de tijd te vullen? Musea bezoeken, elk boek in huis halen dat ... elk huis in welke stad dan ook? Lezen in de stapels en stapels gedichten, kladjes, opzetjes, gedachten van hare muze. Een leven lang leesvoer. Wat en hoe anders?

Oeverloos dolend door mijn blok, joeg de wind door mijn vest. Nog steeds niemand. Hoe kon dit, deze kosmische grap van leegte en afwezigheid. Dit was precies David Markson's boek Wittgenstein's Mistress, waarin de naamloze ik eindeloos doolt over een totaal verlaten Aarde. Haar zoon: weg. Haar man: weg. Haar vrienden, vijanden en de anderen: weg. Allemaal. Om de eenzaamheid te verdrijven schrijft ze brieven, hersenspinsels, gaat ze in gesprek met alle boeken die ze ooit gelezen heeft, alle personen en personages (wat hetzelfde is) die ze ooit kende, kent, en zal kennen - god, brieven aan wie, en, waarom?

Ze is de enige - de enige en niemand en iedereen.

Ineens begreep ik haar manische schrijven, haar stille roepen richting wie-weet-wat, ik voelde het. Een half uur deze Aarde, zwijgend en afwezig, prima, maar na een uur zonder richting te stappen door mijn wijk begon het te knagen, en na twee uur werd het menens. Kon dit dagen, weken, jaren zo doorgaan? Intussen werd ik gevolgd door twee katten, of volgde ik hun - het was tenminste iets. Iets? Alles! Hoe blij die vrouw zonder naam zich moest voelen toen ze die kat zag bij het Colloseum, dacht te zien, hoopte te zien, wilde zien. Een kat met maar één oog; natuurlijk noemt ze hem Argos: zijn is gezien worden!

Intussen was ik koud tot op het bot. Ik moest naar binnen, de laatste restjes huiselijke warmte plukken. In de deuropening keek ik om - nog steeds niets en niemand, en, ook geen katten meer. In bed mompelde ik wat over het bed delen met de zon, 'wijl de straling van iets - een nieuwe zon, een nieuwe dag? - zich rood, groen en blauw door de gordijnen begon te slaan ...


Midden op een heldere dag.

Langs alle gevels bloost roest.
De evergreen bloeit;
de kaktus doet het ook.
Ik hoor de zee druisen.
De tijd dringt.
De tijd is kort.

Als morgen vrijdag de 13e
op 29 februari valt,
mag een aan polsen, enkels
of nek gehangene de beul
ook ten dans kunnen vragen.

---

Hans Faverey, Chrysanten, roeiers


Invention of Nature ~ Alexandra Wulf

The Invention of Nature werd nogal enthousiast ontvangen in 2015. Wat mede zal komen door een omissie in de Angelsaksische cultuur. Door liefst twee wereldoorlogen is alles wat naar Duitse cultuur riekt er zo goed als vergeten. Kon Andrea Wulf evenwel overtuigend aantonen dat latere kopstukken uit het Britse en Amerikaanse natuuronderzoek nogal schatplichtig waren aan die ene avontuurlijke Pruisische kamerheer. Humboldt muntte weliswaar niet zelf het begrip ‘ecosysteem’, maar hij wees een navolger wel de weg naar dit idee dat alles in de natuur met elkaar samenhangt. En daarmee ook dat de mens niet eindeloos van de natuur nemen kan, zonder dat dit gevolgen hebben zal.

Zal dus ook aan het succes van deze uitgave hebben bijgedragen dat het mode is om de opwarming van de aarde aan menselijk handelen te verwijten. Het boek past goed in het huidige idee dat de aarde veel makkelijker gekwetst kan worden dan gedacht. Wat dan zwaarte krijgt door het besef dat dit al een oude idee is. Van mensen bovendien die wel meer goed hadden gezien. [bron: BoekLog]


Het sneeuwt

maar het sneeuwt niet meer.
Toen het begon te sneeuwen
ben ik naar het raam gelopen;

heb ik mij verloren gelopen.

In die tijd ongeveer,

vlak voor de sneeuw weer
begon te vallen, grote, steeds
langzamere vlokken in,
moet het opgehouden zijn

ook met sneeuwen.

---

Hans Faverey, Meander Klassiekers | De Gids


Deathstyle, posted by M., source: pp. 203-205 of chapter entitled The Real World from “What We Leave Behind”

Any solution that springs from the (most often entirely unconscious) belief that the culture is more important than the world (or that the culture is real and the real world exists only as a backdrop and a source of raw materials) will not solve the problem. One more example. I posted this section of the book to a global warming list serve, and one of the activists there replied (and as with [William] McDonough, I’ve put my responses to some particulars in endnotes), “If you feel civilization is the problem, then you need to have a realistic and practical solution. If your idea of a solution is to have 5 billion people behave as lemmings and jump in the ocean you could see why most people would respond with a ‘you first.’”

I find his response interesting because it reveals the precise inversion of reality we’ve been talking about. When I suggested that civilization needs to go, he immediately equated that with human suicide. I wasn’t talking about humans being exterminated. I was talking about ending civilization. He and I don’t speak the same language. The same is true for many members of this culture. We do not even agree on the answers to the most basic questions: What is real? What is primary? What we are trying to save? Hell, not only do we not agree on the answers, we don’t even agree on what these questions mean. So I’ve started making a translation dictionary. Here are my first four entries: when I say world many people in this culture hear industrial capitalism; when I say the end of the world they hear the end of industrial capitalism; when I say civilization they hear human existence; and when I say the end of civilization they hear the end of human existence. But those are not at all the same. Worse, as we’ve laid out, within this culture the world is consistently less important than industrial capitalism, the end of the world is less to be feared than the end of industrial capitalism, civilization is more important than human existence, and the end of civilization is more to be feared than the end of human existence. It’s insane. Literally. I’m sorry to have to be the one to break this news, but the planet is more important than this fucking culture.

And of course these thinkers care more about this culture than the planet: that’s how this culture has taught us to feel (or more accurately to not feel) and to think (or more accurately, to not think). This culture could not have gotten to this point of planetary crisis without inculcating most of its members into this perspective. And this perspective is really fucking stupid.

And it’s really fucking insane.

And it really doesn’t work. Industrial capitalism can never be sustainable. It has always destroyed the land upon which it depends for raw materials, and it always will. Until there is no land (or water, or air) for it to exploit. Or until, and this is obviously the far better option, there is no industrial capitalism. Industrial capitalism is a social construct. Civilization is a social construct. It’s embarrassing to have to write this, but you can’t have a social construct—any social construct—without a real world. The real world is the independent variable. Our social constructs—any social constructs—must be dependent variables. Our social constructs— any social constructs—must conform to the real world. Our social constructs must make the real world a better place, a more diverse, more resilient place, a healthier place. If they don’t, they will destroy the world— the real physical world. And if we allow social constructs to destroy the real, physical world, well, then once again the world would be better off had we never been born. We must destroy that which destroys the real physical world. How do you stop or at least curb global warming? Easy. Stop pumping carbon dioxide, methane, and so on into the atmosphere. How do you do that? Easy. Stop burning oil, natural gas, coal, and so on. How do you do that? Easy. Stop industrial capitalism. When most people in this culture ask, “How can we stop global warming?” that’s not really what they’re asking. They’re asking, “How can we stop global warming, without significantly changing this lifestyle [or deathstyle, as some call it] that is causing global warming in the first place first place?” The answer is that you can’t.

It’s a stupid, absurd, and insane question.

To ask how we can stop global warming while still allowing that which structurally, necessarily causes global warming—industrial civilization— to continue in its functioning is like asking how we can stop mass deaths at Auschwitz while allowing it to continue as a death camp. Destroying the world is what this culture does. It’s what it has done from the beginning. How can we stop global warming?

You know the answer to that.


Nieuwe analyse metingen zeetemperatuur bewijzen: aarde warmt sneller op

Lang waren metingen vanaf schepen al wat klimaatonderzoekers wisten over de temperatuur van de oceaan. Volgens experts lagen die data zozeer te hoog, dat we nu ten onrechte denken dat het meevalt met de stijging. [lees verder]

Allemaal goed en wel dat constateren van temperatuur (of beter: helemaal niet goed en wel) en de energie die men steekt in het juist ijken van de metingen, maar belangrijker nog is: aan de slag met die informatie, het te interpreteren, te beseffen dat het foute boel (aan het worden) is, en als de bliksem over te gaan tot actie, ander beleid, doorbreken status quo, enz. Ik blijf verbaasd dat de media wekenlang volstonden met korrelgate, dat het 't gesprek van de dag was, dat iedereen riep om verbod, maar dat met betrekking tot klimaatverandering, waarvoor a. harder bewijs is en b. de impact oneindig keer erger en groter is dan die paar korrels (als die al een impact hebben ...), dat de kwestie bij jan en alleman amper leeft/serieus genomen wordt.

D. Jenssen, S. McMillan - 50 things you can do to stay in denial


The Man Who Wasn't There by Anil Ananthaswamy

The Man Who Wasn't There is a book in the tradition of Oliver Sacks, a tour of the latest neuroscience of schizophrenia, autism, Alzheimer’s disease, ecstatic epilepsy, Cotard’s syndrome, out-of-body experiences, and other disorders—revealing the awesome power of the human sense of self from a master of science journalism.

Anil Ananthaswamy’s extensive in-depth interviews venture into the lives of individuals who offer perspectives that will change how you think about who you are. These individuals all lost some part of what we think of as our self, but they then offer remarkable, sometimes heart-wrenching insights into what remains. One man cut off his own leg. Another became one with the universe.

We are learning about the self at a level of detail that Descartes (“I think therefore I am”) could never have imagined. Recent research into Alzheimer’s illuminates how memory creates your narrative self by using the same part of your brain for your past as for your future. But wait, those afflicted with Cotard’s syndrome think they are already dead; in a way, they believe that “I think therefore I am not.” Who—or what—can say that? Neuroscience has identified specific regions of the brain that, when they misfire, can cause the self to move back and forth between the body and a doppelgänger, or to leave the body entirely. So where in the brain, or mind, or body, is the self actually located? As Ananthaswamy elegantly reports, neuroscientists themselves now see that the elusive sense of self is both everywhere and nowhere in the human brain.


Edge.org

If the scientific method can be defined as those practices best suited for obtaining knowledge in a particular field, then science itself is simply the body of knowledge obtained by those practices.

De Edge-vraag van dit jaar: "WHAT SCIENTIFIC TERM OR CONCEPT OUGHT TO BE MORE WIDELY KNOWN?"


2017!

Waarde lezer, de beste wensen voor 2017!

Elk jaar neem ik mij voor geen voornemens te maken, en elk jaar sluipen er toch weer een aantal in - die na een week of wat weer vergeten worden. Dit jaar is het anders, het is tijd om grondig werk te maken van klimaatdingen en dergelijke.

2016 was het jaar dat klimaatverandering, milieu-issues, noem maar op, van een marginaal topic in een hoek van een krant, een zijdelingse opmerking in een gesprek hier en daar, verschoof richting mainstream. Nog steeds bar weinig, te weinig, maar: een begin. Het is te hopen dat de aandacht ervoor de norm zal worden, dat het elke dag in de krant genoemd zal zijn, elke dag op het nieuws te zien en horen, elke dag het gesprek van de dag bij de koffie-automaat. En dat niet alleen!

Naast greentalk linksom en rechtsom, overal en onafgebroken, is het tijd voor actie. To put our money where our mouth is - een beter milieu begint bij jezelf, maar dat zelf is iedereen, in samenwerking. Wij maken het verschil! Zoals Obama het zei:

"We are the first generation to feel the effect of climate change and the last generation who can do something about it"

---

Derrick Jensen - Zolang de trekvogels maar blijven komen

Fred Magdoff - What Every Environmentalist Needs to Know About Capitalism

En natuurlijk ook: Deep_Green_Resistance-wikipedia | Deep Green Resistance News Service



www.markiske.tk is in handen van Mark Iske en bevat zowel dit als dat, en is groener dan groen door te bestaan uit 100% gerecyclede electronen.