www.markiske.tk - blog

WWW.MARKISKE.TK

BLOG - DR - FOTO'S - GEDICHTEN - PROJECTEN - Q-BASIC - WEGWIJZERS - ZVEA



Tarrant, Iske en Aiken

Momenteel lees ik Bring me the Rhinoceros van Tarrant - zen koans that will save your life. Het is een alleraardigst boekje, de koans zijn bekend en vreemd tegelijk, de inzichten ware wijsheden zonder (me) evenwel iets nieuws te verkondigen, maar, 't is fijn dat iemand de moeite heeft genomen dit en dat eens overzichtelijk bij elkaar te brengen. Een andere verdienste ervan is dat het me Weg & Wis weer 'ns in handen deed nemen, wat steevast samenvalt met onder handen nemen. Lang verhaal kort: twee afdelingen verwijderd (8 dichtsels), de kiem van iets wat komen gaat ... er broeit, kortom, nieuw werk; en, die amputatie maakt Weg & Wis helderder, compacter en strakker dan ooit, een mooi moment om 'm rond St-Juttemis met uitgeverij Nachtwind te verbinden. Wie niet kan/wil wachten, alhier de e-versie van Weg & Wis.

Ook ben ik bezig met de Collected Poems van Conrad Aiken. Heel zijn leven heeft de beste man zich bezig gehouden met kwesties als: wat betekent het om te bestaan, te zijn, om iemand in het bijzonder te zijn, alsook in het algemeen uberhaupt om (er) te wezen, ook houdt hij bewustzijn tegen het licht en onderzoekt hij de wisselwerking tussen bewustzijn en wereld - deze samenvatting doet zijn werk geen recht, het beste is om het zelf te lezen, zo samen met Aiken op onderzoek uit te gaan; hij is een dichter met hersens, zonder dat die hersens het poëtische en de poëzie in de weg zitten. Ergo, een ware meester.


Vrijheid, en kaders / grenzen

't Stukje "Why I'm ..." was niet 123 de bedoeling, maar ach, beDOELing - 't woord zegt het al - ik moet het eerste "doel" nog tegenkomen dat niet leidt tot kokervisie. Maar hey, het stukje staat er en 't staat er goed. Niet dat het klopt tot in de puntjes, maar dat hoeft ook niet. Het is ook, en vooral, de weergave en ademing van een mindset, een vrij eigenwijze wijze van zijn.

Enfin. Vrijheid. Vrijheid is leuk en aardig, maar het is maar één kant van de medaille (een medaille met tientallen kanten, mind you). Vroeger staarde ik mij vooral blind op die vrijheid-kant, nu besef ik (ahum hum) dat vrijheid, als zodanig, pas bestaat bij de gratie van een kader, context, et cetera. Zonder tegengewicht kan vrijheid ontaarden in (haast) alles, wat niet per definitie verkeerd is, maar het vallen (en de val) in de valkuil van vrijblijvendheid ligt dan wel erg loerend op ons pad.

Vergelijk het met een spel, en spelregels. Bijvoorbeeld schaken. Zonder spelregels, blijft er van het spel schaken maar bar weinig over, wat zeg ik, niets. Wie de spelregels van schaken wegneemt, houdt het schuiven van stukken over een bord over, en wellicht dat niet eens, men kan de stukken buiten het bord om laten bewegen, de paarden verdrinken, de torens opblazen, de lopers doen struikelen, en de koningin, ach de koningin ... en het bord? Men kan het breken, velden veranderen, het bord naar eigen inzicht kleuren, enz. Allemaal prima, maar schaken mag 't niet heten. Spelregels maken het spel tot spel.

Dus, as said, vrijheid is maar één kant van de medialle, maar zonder kader waarbinnen die vrijheid zich kan manifesteren, bewegen, ontaardt zij al snel in vrijblijvendheid. Een kakafonische chaos van om 't even wat. Vrijheid, kader, (en betekenis) zijn domweg met elkaar verweven - zoals 't filosofisch zo mooi heet: zij constitueren elkaar, scheppen wederzijds structuur.

En de titel van dit stukje dan, die grenzen?! Wel, ik denk dat een kader een goed iets is, het is de bestaansvoorwaarde voor vrijheid (als zodanig), maar de relatie tussen vrijheid en kader is losjes; als vrijheid dat wil, kan ze hier wat krimpen, daar wat groeien, en de kaders bewegen met haar mee. Het is een dynamisch gebeuren. Grenzen daarentegen, zijn - uit hun aard - star. Vrijheid die zich "beweegt" binnen grenzen, ontaardt op den duur in een systeem, een krakend (barstend?!) mechaniek, god, organisch dansen ho maar.

Het heeft even geduurd voor ik mij bewust werd van deze dynamiek (die ongetwijfeld minder strikt is dan ik haar hier doe voorkomen, sterker, wellicht is zij intussen - als welhaast elk filosofisch gebeuren - gedeconstrueerd. Leuk en aardig dat deconstrueren, maar het filosofisch gereedschap dat er mee gemoeid is, heeft desondanks binnen bepaalde contexten soms wel degelijk waarde cq nut, al is het uiteraard goed om te beseffen dat zeg gereedschap A niet perse universele geldigheid heeft; wat niet wil zeggen dat het per definitie niet als B gebruikt zou kunnen worden). Onbewust (bewust-onbewust, een waardeloze psychologische erfenis) wist ik het al langer. Mijn beste bundels zijn al jaren diegene waarbij de gedichten erin deel zijn van een (on)bepaald kader, met 't kader zelf bestaand bij de gratie van de gedichten in zo'n bundel. En vice versa.

Wat mijn nieuwe bundel betreft ben ik nu aan 't brainstormen over een framework om daarbinnen - hup - aan de slag te gaan, zeg tarot, zeg oerwoorden, zeg dierenriem. Zonder kader vaart geen bundel wel - dit was hetgeen wat ik wilde zeggen, ooit, oorspronkelijk, in plaats van deze paar stukjes. Maar goed, het staat er, en dat is ook wat waard ... hajewiet.


Why I'm (not) a Taoïst ...

Op een feestje werd mij ooit gevraagd: waarom het taoïsme, waarom taoïst willen wezen? 't Beste antwoord: waarom niet ... waarom een andere overtuiging aanhangen, die dit en dat van je eist, die een enkel maatje keurslijf heeft waar men zich met pijn en moeite in moet wringen, en waarbij men en-passant zichzelf dient te amputeren om maar in de overtuiging te passen.

Dank je feestelijk. Als het taoïsme al een hokje is, dan eentje - als concept - elk hokje constructief brekend, ook het eigen.

Sleutelwoord van het taoïsme is wat mij betreft vrijheid. Vrijheid om vrij te zijn van elk keurslijf, welk keurslijf dan ook, om ruwweg te zijn (of niet te zijn) wie men wil (of niet wil). Nix geboden, nix dogma's, nix doe dit & laat dat. Taoïsme ademt eenvoud, is meer een wegstrepen dan een toevoegen, 't tegendeel van een gebruiksaanwijzing cq houvast van/voor het leven, god nee, men "moet" 't zelf weten/invullen, er is geen kant-en-klaar-keurslijf, immers, het taoïsme (h)erkent de fundamentele autonomie, eigenheid en vrijheid van elk en ieder - doelen en richting?! Zelf weten ... maar, het is de weg die telt. Een weg die niet(s) wil voorschrijven, maar elke fris-en-fruitige wandelaar aanmoedigt het eigen levenspad te schrijven, het eigen pad waar te maken. Hoe? Via humor, fonkelende paradoxen, 't nut van 't nutteloze, wu-wei, spontaniteit en het natuurlijke, enz.

Er zijn geen wegwijzers / alles is wegwijzer. Het taoïsme neemt in wezen niemand bij de hand, stelt niet zo en zo, is in dat opzicht de moeilijkste van alle levensovertuigingen, het werpt eenieder 100% op zichzelf terug, elk en ieder is in het taoïsme radicaal zijn eigen kompas, zijn eigen kaart, zijn eigen gebied om te ontdekken en te ontginnen - nu en dan in interactie met anderen, dan weer alleen. Nix moet, alles mag (mits het geen schade teweeg brengt). Vrijheid, maar, geen vrijblijvendheid.

De vrijheid (en verantwoordelijkheid) van de taoïst is radicaal. Het raakt deels aan het existentialisme, met zijn slogan: de mens is gedoemd vrij te zijn - en dus, heeft de plicht zelf zin aan 't (eigen) bestaan, toe te kennen - in en aan het bestaan zelf, niet in 't licht van een god dit en dat, zus en zo. Wie fundamenteel vrij is, moet het fundamenteel zelf doen. An easy way out, wat wil deze of gene god, guru, van mij, is er niet. Zonder Grote Vingerwijzer is alles in principe prima. Taoïsme is simpel!

Niet dat de taoïst de plicht heeft zin toe te kennen aan het zijn. De taoïst heeft wel wat anders te doen; het gaan van het pad, het leven stap voor stap leven en zo zelf het pad des levens waarmaken. Alles bestaat en leeft naar eigen "aard". Logisch dat het taoïsme niet gebiedt doe dit, laat dat - de aardigheid is nou juist dat elk en ieder zijn eigen aard heeft, one-size-fits-all voorschriften doen elke eigen aard tekort/teniet. Niemand zit op amputatie te wachten, autonomie staat hoog in 't vaandel. Er is geen manier om het goed of fout te doen, het is beyond good and evil, men "kan" niet anders dan 't eigen pad gaan/maken.

De vrijheid van de taoïst is er in gelegen, de fundamentele potentie van diepe vrijheid, naar eigen inzicht (vrij!) in te vullen.

Dit gezegd hebbende, wil ik nog zeggen: de ware taoïst is geen taoïst (daar issie veels te vrij voor, te uniek) - hij/zij zal er (als taoïst) zorg voor dragen, dat zijn/haar (al dan niet herhaalde) gedragingen niet platslaan in een systeem (bv, 't taoïsme).

---

Meer lezen?!

Steve Coutinho - An introduction to Daoist philosophies


Klassieke chinese poëzie in 1920-voud

Klassieke chinese poëzie moet het hebben van suggestie, wat er gezegd wordt wordt impliciet gezegd, hoe het gezegd wordt is beknopt. Eén en ander leidt ertoe dat zulk werk niet makkelijk te vertalen is, de "grens" tussen zuiver hertalen wat er staat en (over)interpreteren is flinterdun, sterker nog, die grens bestaat zo goed als niet. Zelfs zonder vertalen bestaat dit punt ... de ene oude wijze zal een bepaald vers anders lezen, kennen, begrijpen en wat niet al, dan de andere. De ene legt associatie zo, de ander nadruk zus. Geen enkel gedicht is gelijk voor twee lezers, zelfs niet voor een enkele lezer op een ander moment, of zelfs op hetzelfde moment. Dit is universeel aan sterke poëzie: het is een gegevenheid, de lezer kan er alle kanten mee op.

In veel goede poëzie speelt de spanning tussen wat er staat en wat het betekent een sleutelrol. Een goed gedicht meldt niet wat het betekent, dan is het kitsch, noch zegt het louter wat er staat, dan is het een verslag. Een waar gedicht geeft zich bloot, volledig, zonder terughoudendheid, zonder zich evenwel bloot te geven. Er blijft altijd wat te raden, toch is er geen rest. Heb ik nu criteria gegeven voor een goed gedicht? Nee, integendeel - elk geslaagd gedicht ademt steevast zijn eigen spelregels.

Enfin. Terug naar China. Eén van de bekendere gedichten uit die drieduizendjarige culturele traditie is (de) hertenkamp. Wie kent het niet? Het is van de hand van Wang Wei, en in het gedicht zijn een berg, licht, rust, een woud en mos. Maar dat zegt zowel teveel als te weinig. Eliot Weinberger heeft zo'n 19 vertalingen verzameld, en kraakt als een droogstoppel pur sang versie na versie af: te expliciet, te veel, te weinig, te nadrukkelijk, te vrij. Hij wijst met zijn rode pennetje en wijst af, en laat het na zelf met een versie te komen. Waarom zou hij? Het origineel van Wang Wei is zijn eigen volmaakte blauwdruk, is een stralende diamant met duizenden facetten, en elke vertaling is weinig anders dan de belichting van steeds een ander facet. Ik vond 'm eerst erg streng, later moest ik toegeven dat hij gelijk heeft, en, en passant leert hij ons goede poëzie ipv rijmelarij.

En toch, en toch. Hoewel ik weet mij literair op glad ijs te begeven, kruipt het bloed van de dichter waar het kan gaan. Dus:

Hertenkamp, De

De berg, alleen - geen mens te zien,
te horen stemmen van her; laat licht
flikkert door het bladerdak & kaatst
zich kerend' op 't groene mos benee.

- Wang Wei, vert. M. Iske

---

Martin de Haan, Landschappen voor Wang Wei


Pseudoniemen, heteroniemen en babobsjka's

Life isn't about finding yourself, it's about creating yourself ...

Bob Dylan bestaat niet.

De man die wij kennen als Bob Dylan (BD) werd in 1941 in de late lente geboren als Robert Allen Zimmerman (RAZ). Deze persoon RAZ creeerde (en creeert - he not busy being born is busy dying) uit muziek, cultuur, de kunsten en de letteren, invloeden links en rechts, personen zus en zo, oa de persoon BD. Ergo, de persoon RAZ speelt de persoon BD, maar spelen is te zwak uitgedrukt - het is belichamen in het kwadraat. RAZ is BD; BD "is" een rol die RAZ nooit ofte nimmer uitstapt, niet on stage, niet off stage, en - as far as we know - niet privé en niet in zijn slaap. In 1962 werd spelen definitief tot zijn, toen Robert Allen Zimmerman bij de burgerlijke stand werd omgezet in Bob Dylan. Maar ach, what is in a name? Wel ...

De beste man trad daarvoor al jaren op als BD (en een sliert andere namen), en is dat blijven doen. Niet als de persoon BD, maar als afsplitsingen van hem, persona, allen getooid met de naam BD. Je zou kunnen zeggen - hoe schematisch dan ook - dat de folkie, de rocker, de country-man, de born-againner, de world-wary poet of rock&roll, elk en ieder allemaal dragend de naam BD, elk en ieder persona zijn die worden gespeeld, belichaamd, you name it, door de persoon Bob Dylan. Goed - dat, ongeveer, is wat een acteur doet, al is het dan weer zo dat een acteur elk van zijn persona een eigen naam laat dragen, en ten tweede dat een acteur zijn persona speelt. In dit geval echter, is de persoon Bob Dylan elk en ieder van zijn persona's, 't is method acting to the bone, het is kruipen in een personage en beyond that too. Het is het zijn van personage dit en dat.

Maar, deze persoon Bob Dylan, deze speler/zijnder van zijn personages - die hij zelf script, cast en belichaamt - bestaat zelf slechts bij de gratie van twee polen. Enerzijds de genoemde embodied personage's en persona, anderzijds achter de schermen de onzichtbare meesterpoppenspeler die ooit was RAZ, die als persoon de persoon Bob Dylan script, cast en belichaamt; nooit of te nimmer is deze man uit zijn rol gevallen, wat niet verwonderlijk is, want hij, RAZ, speelt niet BD, nee, ik zeg het ten overvloede, deze persoon RAZ zijt de persoon BD. En waar deze persoon BD wordt overladen met prijzen voor zijn creaties, tot uitvoer gebracht door elk van zijn persona's met de naam BD - persona's die zelf op hun beurt creaties zijn, behelsen, voor 't voetlicht brengen - is het in the end RAZ (die als zodanig niet bestaat) die in wezen aan alle touwtjes trekt.

Ook aan de touwtjes van de alter ego's die BD zelf weer de wereld in brengt, zoals Elston Gunnn, Tedham Porterhous, Blind Boy Grunt, Robert Milkwood Thomas, Boo Wilbury, the writer Sergei Petrov and producer under the name Jack Frost.

Ik wil een diepe, diepe buiging voor RAZ maken, in het paradoxale besef dat ik hem daarmee tekort doe, want het impliceert dat I can see trough his mask(s), en de persoon BD niet zie als een persoon op zichzelf (as far as dat uberhaupt bestaat) maar als een belichaamd (n)iemand - en dat is dus flauw, want de persoon BD is zo allround, zo compleet, dat het flauw is te doen of het een personage is als elk ander, ipv zelf een persoon als wie dan ook, als ieder ander, als niemand anders. Dus, feli!


Plaag en groene groei

https://klimaatverandering.wordpress.com

The world’s problems, from climate change to military conflict to social inequality, all can be traced directly back to the fact that an economic system predicated on the notion that “greed is good,” and that the perpetual need for growth will always take precedence over absolute fixed limits of natural resources (land and its mineral contents; water; sunlight), presents an impossible conundrum that is only addressable by confronting capital head-on. [...] EVERY – repeat EVERY – major social problem of our time can in one way or another be tracked back to its roots in an economic model that privileges power and competition, demands ever expanding markets in the face of fixed natural resources and fundamentally divides one group of humans from others in order to accomplish its goals. That all has to change, and to change now. - Aldus Ron Silliman

Is de mens(heid) een plaag? Het antwoord is totaal JA. Ja, sterker, de mens(heid) is dé plaag dezer tijd, het antropoceen. En als het de mens niet is, dan toch op zn minst het huidige economische systeem, het woekerende, wurgende kapitalisme. Deze tijd zou met goed recht kapitaloceen genoemd kunnen worden. Goed, het kapitalisme heeft "ons" veel gebracht, maar de werkelijke kosten van dat bladgoud en die blingbling wegen amper tot niet op tegen de kosten ervan. Met name de kosten in morele en ecologische zin. Uiteindelijk heeft slechts een klein groepje enig "voordeel" (en ook dat is relatief), de rest betaalt de prijs, is de dupe. Corruptie, machtsuitwassen, terreur, armoede, geweld als status quo, ondermijnen van diversiteit, van het leven zelf en levensomstandigheden, ondermijnen van de meest basale levensvoorwaarden. God, 't leek zo'n werelddeal, eindeloze gouden bergen, maar nu puntje bij paaltje komt, is men verder van huis dan ooit, raakt eenieder meer en meer op drift, stort men tenslotte met lege handen ter aarde op een dode, rokende, uitgeputte en uitgewoonde planeet.

Het systeem moet om, de rem moet erop. Met (minstens) 200km/u afrazen op een blinde muur is nooit een goed idee. En de rem erop is niet genoeg, ook afremmen is uiteindelijk een one-way ticket to hell. Er moet structureel iets gebeuren. Iets? Er moet van alles en nog wat gebeuren, en meer dan dat. Ontworsteling aan de wurggreep van het kapitaal, een op poten zetten van een ecologisch verantwoorde wijze van zijn/doen; denk donut-economie, denk circulaire economie, denk groen. Dus niet eindeloze groei op een eindige planeet, niet het eindeloos (as far as "possible") exploiten (en aldus vernietigen) van bronnen, natuur, leven; geen rupsje-nooitgenoeg, wel een economie ondergeschikt aan ecologie, in dienst van het leven en welzijn.

In de woorden van Hickel en Kallis, betreffende de kwestie of groene groei mogelijk is, bij monde van Ewald Engelen:

[...] beleid dat uitgaat van oneindige groei in een eindige wereld en blind vertrouwt op onzekere technologische innovatie om ons te redden van ecologische rampspoed is onverantwoord en daarmee immoreel. Beter is het om te streven naar reductie van onze ecologische voetafdruk door minder en anders te consumeren, de eenzijdige beleidsfixatie op economische groei te vervangen door een nadruk op ontwikkeling en voorspoed, en niet langer te streven naar meer maar naar beter.

Ik kan door- en doorgaan, duizenden bronnen geven the same story: uitbuiting natuur leidt tot massaal uitsterven van soorten en afnemende leefbaarheid op aarde. Dat is geen mening, maar de harde, feitelijke uitkomst van jarenlang VN-onderzoek!

De feiten zijn bekend, maar de feiten an-sich zijn niet genoeg - 't moet gaan om doen, nu, waarmaken van verandering! Het idee van de oude Marx die zei dat filosofen de wereld interpreteren (en ook zonder filosoof te zijn kan iedereen met ogen, oren, en een brein (be)vatten dat het momenteel goed mis gaat), maar, alle filosofen ten spijt, als het er echt om gaat, komt het erop aan haar te veranderen. Niet dat ik perse fan ben van ingrijpen en alles op de schop, soms is het 't beste om iets te laten lopen, maar soms, als iets duidelijk kuurt, is niets-doen wel degelijk verkeerd, een vorm van verwijtbare nalatigheid.

Bron: Overwhelming evidence shows global biodiversity in crisis


Gezocht (en gevonden): poëtisch werk omtrent 700 na Chr.

Wie de geschiedenis der poëzie erop naslaat, zal opmerken dat grote werken met een haast ijzeren regelmaat verschijnen: ten eerste het gilgamesh-epos, uit ruwweg 1100 voor Chr., dan Homer, zeg 500 voor Chr., daarna Vergilius met zijn Aeneis, zo tussen 0-100 na Chr., dan een gat rond 700 na Chr., om daarna weer door te gaan met Dante (1300), en te eindigen met het vuurwerk van Rimbaud, de Canto's van Pound/Neruda, Weg & Wis van ene M. Vreemd, dat vroeg-middeleeuwse gat. Jah, Shakespeare heeft erg haar best gedaan, maar qua chronologie blijft het gat bestaan; is er niets om het dichterlijk te vullen?

PS: het is er: Beowolf - hoe kon ik dat niet eerder weten, niet beter zien in vroeger tijd? Hoe moet ik het weer ooit vergeten?


Weg & Wis, we zullen doorgaan: 66 gedichten ...

Keer op keer het komische idee dat de bundel WEG & WIS globaal klaar is. Ha, nog ff, alsof de kosmos ooit af is, het heelal, het zijnende zijn en, als we toch bezig zijn, het niet-zijnde ook. Dan dit weer anders, dan weer dat, het gaat maar door ... dus, zoals dat gaat, met een bundel die vreet als een zwart gat: hap-hap, en hup, 't ploft erin.

De bundel telt nu zo'n 66+ gedichten, als een soort dubbele Dante. Logisch, het draait immers (oa) om een spiraalsgewijze pelgrimstocht, hoog-hoger-hoogst (en beyond that too), ja, een lemniscaat in verticale zin (maar ook horizontaal, en dwars, elke as deelt zijn eigen waarheid mee); eerst een exposé, dan 14 a 15 kruisstaties, dan 33 gedichten in de geest van Dante opgedeeld in driemaal 11, gevolgd door 't achteloze cirkelen van een Mobiusring, doorkruist door de duizelingwekkende dodensprong, en ontknoopsel. Hierna begint het pas echt door de personages (en de lezer) op scherp te zetten met dubbele (de)kalibratie; o, heeft de eerbiedwaardige pelgrim deze initiatie doorstaan, dan blijken alle ontberingen blessings in disguise in het licht van de daverende synthese, een singulariteit - dan, helder maar grijzer, rond maar weer ...

Enfin. Alles zo recent "afgerond", dat het mij niet duidelijk is of het nou gister, vandaag, of zelfs morgen was. Tegelijk voelt het zo ver, als ware het geschreven door een ander - wat tot op zekere hoogte klopt: de bundel maakt het zelf tot ander; ik, welk ik dan ook, is nu vele levens verder ... en het gebeuren van vóór Weg & Wis? Dunno, 't is licht- en lichtjaren her!


Poëtisch bakerpraatje II

Hoewel ik geen dagboek bijhoudt (of, des dichters: nachtboek), hou ik wel flarden van zinnen, rafelwoorden en zulk soort talige entiteiten in de gaten. Bevalt hetgeen ik hoor of lees, heeft het de juiste smaak, dan wordt het gekriebeld op een kladje, getyped in een digital device, you name it. En soms, als de sterren goed staan en de elementen zijn min of meer in harmonie, ga ik ervoor zitten - met het nodige schuiven, schikken, passen en meten tover ik dan een vers tevoorschijn. Men moet wat.

Yadda yadda.

Misschien is dichten nix dan dit: het knopen van taal en concepten, het opspannen van wat wereld heet. In dat opzicht ben ik in goed gezelschap; was het niet Faverey die opmerkte dat het (hem) erom ging een structuur te stellen, een sculptuur van taal? Ongetwijfeld span ik de beste man nu voor mijn karretje, en een authoriteitsargument is nooit jutje-van-het, maar naar de geest is het waar, en daar gaat het nu even om. Ongeveer. En als ik het wel heb, was het dezelfde Faverey die min of meer letterlijk opmerkte dat het om het even was of hij schreef: een hond steekt de straat over, of, op de bomen zit mos. Juistem!

Zo stond in Weg en Wis eerst de regel "ook de haan die niet kraait kent de loop der zon", wat later veranderd in "d'ivoren grijns der gifgroene maagd", elders werd "de modale polen tellen op tot één" "Kollummerkat strooit met sterrenstof"; het is hetzelfde en toch niet-hetzelfde. Harry Mulisch, die een leerdicht schreef met de jaloersmakende titel "wat poëzie is", zou trots op me zijn. Tussen haakjes, wat dat bundeltje betreft: het geheim van wat poëzie is, blijft geheim - hoe meer men haar blootlegt, hoe groter haar raadsel. Diep logisch: poëzie is een vrouw, jah, poëzie en vrouw zijn twee kanten van dezelfde medaille. Dus? QED! In de gevleugelde woorden van la A.: wat is een vrouw? God, is een antwoord wenselijk, mogelijk?!


Poëtisch bakerpraatje Ia & Ib

Wat poëzie is weet ik amper, wat goede poëzie is nog minder. Stel, ik scheur een blz uit het spoorboekje, stuur het naar een poëzietijdschrift, en ze plaatsen het, geldt die blz dan als poëzie? En, reëeler, ze plaatsen het niet, dan geen poëzie? Maar, als het-zijn van poëzie afhankelijk is van de plaatsing in een tijdschrift, of, iets wordt gebundeld en uitgegeven door uitgeverij blah, is die daad dan de act die ergens wel of geen poëzie van maakt? Of omdat de lezers van deze of gene publicatie het lezen als poëzie - en hoe doet men dat, iets lezen áls poëzie?! Kan ik op eigen houtje ritsrats een bladzij uit het spoorboekje scheuren en kiezen om dat te lezen als poëzie? Kan ik een appel lezen als poëzie? Een ei? Tjah. En alvorens de lezers van een publicatie een bepaalde tekst lezen (als poëzie), is de keus door de redactie al gemaakt om zus of zo tekst wel of niet te publiceren, en bij een jah, het te publiceren als poëzie - wat zijn de criteria van de redactie? Scheppen zij poëzie door de act, daad van het plaatsen van tekst x in publicatie y, waarna tekst x als bij toverslag gedicht x wordt? Of is een tekst, op grond van zichzelf, al of niet poëzie, inherent? Valt er een soort (interne?) definitie te geven, van wat wel of niet telt als poëzie?

Er wordt wel gezegd dat een uitgever een poortwachtersfunctie heeft: zij geven (als 't goed is) niet te pas & te onpas alles uit, maar wat zij uitgeven is poëzie, telt als poëzie. Komt dat door hun uitgeven; of komt het doordat wat zij uitgeven überhaupt al poëzie was toen het bij hun op de mat viel, en al het andere (why? hoezo, waarom?!) domweg in de prullenbak verdween.

Ik heb het aan uitgevers gevraagd, maar met een afdoend antwoord zijn zij tot dusver niet op de proppen gekomen. En oke, misschien kan dat ook niet; als poëzie zou voldoen aan een definitie, zou het weinig anders zijn dan een ikea-bouwpakket, mechanisch in elkaar te zetten, c'est tout - al is dat een simplificatie, niet alles dat voldoet aan een definitie kan huphuphup, als een bouwpakket, in elkaar worden gezet. Maar, als een tekst te boek staat als poëzie, wordt die tekst (vaak) als zodanig herkend én als zodanig gelezen. En soortgelijk, van dat wat als poëzie wordt gelezen, wordt opgemerkt dat het poëzie is.

Dit heeft wat weg van een cirkelredenering. Feit is dat veel poëzie als zodanig wordt herkend en gelezen volgens de merites van het genre. En nieuwe poëzie dan, waarom wordt dat ook ge(s)teld als poëzie? Wellicht omdat het verwantschap ademt met wat tot dusver al bekend was als poëzie, er is familiegelijkenis tussen de oude tekst(en) en de andere, nieuwe tekst, ergo, ze delen een levensvorm, de levensvorm "poëzie-zijn" om precies te zijn. Is het relevant om poëzie als poëzie te labelen?

Deels. Ja, omdat poëzie in het algemeen, eventueel in het bijzonder, een andere leesstrategie vergt dan zeg het lezen van een handleiding, een roman, een weblog of de krant. Een graduele schaal die wiebelt tussen analytisch en associatief. Nee, omdat het labeltje op zichzelf er niet toedoet, op z'n best een categorie van een bepaald type tekst aanduidt, maar daarmee nog weinig tot niets meedeelt over de desbetreffende tekst zelf; hoe die werkt, wat die zegt of niet zegt, wat er staat of niet staat.

---

Welaan dan. Hare muze M. was ooit flink verbolgen omdat ik, simpele filosoof, het waagde een geschrift van haar hand "tekst" te noemen. Heiligschennis! Alsof ik in plaats van die generieke aanduiding voor wat zij geschreven had, perse per definitie specifiek het label "poëzie" had moeten gebruiken; dat ik door de term "tekst" te gebruiken haar geschrift onrecht aandeed - niet dat ik het met haar eens was, immers, een geschrift tekst noemen is een van de meest algemene aanduidingen mogelijk, daarmee is nog niets gezegd over wat voor soort tekst iets specifiek "is", welk specifiek label matcht met die tekst; maar, het kwaad was al geschied: haar tekst niet ronduit poëzie noemen, hield naar haar idee een negatief waardeoordeel in, terwijl ik in beginsel haar geschrift zo neutraal mogelijk wilde benoemen, juist om het niet het onrecht aan te doen het in de "verkeerde" categorie te plaatsen. Haar tekst was zo nieuw, zo radicaal anders, dat het wellicht een heel nieuw hokje vergde, iets waarbij de categorie "poëzie" (voor zover die bestaat, hence dit betoog) schraal zou afsteken. Maar dit terzijde.

Het label om een tekst te framen in een bepaalde categorie, de issues daarmee hierboven al kort aangestipt, doet er enkel toe in zoverre de lezer daarmee een hand wordt geboden met welke leesstrategie de tekst te lijf te gaan. Het label op zichzelf zegt weinig tot niets over de tekst zelf, qua kwaliteit, qua urgentie, qua relevantie, qua radicaliteit, enz enz. Misschien is het onzinnig om eindeloos te brainstormen wat poëzie is, wanneer iets als gedicht geldt en telt, en gaat het om het scherpkrijgen wanneer en hoe een tekst ertoe doet - wat maakt een tekst de moeite van het lezen, bestuderen, mee in de weer zijn, waard; niet dat men teksten zou moeten turven op zulke criteria en daar dan bingo mee dient te spelen, wel als (hulp)middel om scherpe teksten te onderscheiden van flauwe hap, ja, een losse methode om het kaf te onderscheiden van het koren, en zo dagelijks, nachtelijks, een stevige portie leesvoer te kunnen smaken. Ik zeg met opzet een "losse" methode, omdat de echt werkelijk geniale teksten elke turfing te boven gaan, voldoen aan hun eigen wetten, zichzelf tot maat en voorbeeld zijn. Men zou dit überteksten kunnen noemen. Of er ook zoiets als überpoëzie bestaat, laat ik momenteel even in het midden. Hoewel, het korte antwoord is dat dit poëzie is die zich zijn eigen wetten stelt, voldoet aan zijn eigen criteria, zichzelf tot maat en voorbeeld neemt, zijn eigen blauwdruk is. Tegelijk speelt de vraag of zulke eigengereide poëzie geldt als poëzie, en, why?!

Ik, als gezegd eenvoudig filosoof, heb geen idee. Wel weet ik, keer op keer heb ik het reeds herhaald, dat een goede tekst het doet bliksemen in de kop, mij een onnavolgbaar gevoel geeft van "huh?!", paars-heldere raadsels voorschotelt, en, my mind opens to every conceivable point of view. Ofwel, bij monde van H.: er was een donder, een bliksem, een slag toen ik je las; ik ben veranderd, een ander, weg van waterpas. Niet dat ik, of u, nu weet wat poëzie is, of goede poëzie, maar boeit zulks?!


Marsman, een requim

Marsman. Het zal een kleine 20 jaar terug zijn, dat ik hem ervoer als een vlam, een vuur, een stromend stuk natuur. Muze J. was vol enthousiasme over hem, en ik, dichter in de dop, hoe kon ik anders dan ook enthousiast raken - ja, als dichter ben ik zeker ontbrand aan hem. Tegenwoordig voel ik nog wel de gloed van zijn jeugdverzen, maar zijn latere werk heeft voor mij afgedaan; en wat het vroegere werk betreft, om eerlijk te zijn lukt het me niet om daar een touw aan vast te knopen, het heeft iets slordigs, er staat in wezen nix, het leest als extatisch gegalm in de holle ruimte, er klinkt evenwel een toon van jeugd, van bruisen in de kosmos - en, de plastiek blijft wonderlijk vreemd, ademt raadsel, zoals in Heerscher: de tijd werd paars.



Een tijdje terug heb ik zijn verzameld werk herlezen, een nogal ad-hoc keuze door hemzelf samengesteld in 1938, de beste man was toen 38 en zou daarna nog maar één bundel schrijven: tempel en kruis. Had hij langer geleefd, hij zou ongetwijfeld andere keuzes hebben gemaakt, zoals hij wekelijks, dagelijks tot andere keuzes kwam qua de organisatie van zijn bundels, gedichten. Dan weer moest het strikt chronologisch, dan weer thematisch, en omdat bepaalde gedichten zowel thema A als B hebben, geschreven over een periode van jaren, spreekt het voor zich dat zo'n project nooit echt zal kunnen slagen - het was Du Perron die zich hier flink over opwond, want de stelligheid van Marsman in zijn verzen had maar weinig van doen met de draaikonterij van hem als bundelaar en zijn eindeloos zwalkende poëtica. Elke verzameling louter een subjectief iets, een bouwwerk stoelend op de luim van de dag. Dat een dichter dichten kan, maakt nog niet dat hij bundelen kan. Ahum hum ...

Ook weet ik niet of hij, bij nader inzien, wel dichten kan. Veel van zijn gedichten hangen als los zand aan elkaar, het etiketje "slordig" dat Slauerhoff aankleeft, zou beter passen op Marsman. Misschien moet men extatische kreten van de vreugde van jong-zijn ook niet messcherp willen close-readen. Hannemieke Stamperius Postma deed dat wel in haar grondige dissertatie "Toetsing van een Ergocentrisch Interpretatiemodel" en hield bar weinig over. Het verkruimelde onder haar borende geest.

Helaas - tien jaar terug vond ik mevrouw HSM een oude zeur, nu geef ik haar min of meer gelijk. En het werk van de dichter na zijn vulkanische jeugdverzen? Tja, Arjen Peters noemt Marsman's latere werk 't werk van een oude sok; daarin huist een kern van waarheid. Heb ik dan jaren en jaren terug voor niks het dungedrukte verzameld werk van een vriend afgetroggeld; heb ik de bundeling verspreid gepubliceerde gedichten "achter de vuurlijn van de horizon" voor niks in huis gehaald? Nou?

Zo erg is 't niet, op dat moment waren zijn gedichten brandstof voor mijn geest, maar nu ben ik ouder, wijzer en grijzer. Ligt mijn jeugd dan achter mij? Dunno, maar ik heb intussen de leeftijd waarop Marsman zelf ervoor koos om zijn drie periodes van dichten achter zich te laten, ja, veel van zijn werk als gepasseerd station zag; 't is niet voor niks dat hij zo'n 30% van zijn productie in zijn eigen selectie van verzameld werk achterwege liet. Ik geef toe, hij heeft dat goed gezien, sterker, 90% van zijn werk is gedateerd, onhoudbaar, maar ach, geldt dat niet voor elke dichter? Toch is het in literair historisch opzicht goed, waardevol dat zijn werk in omloop blijft, zoals men ook niet direct de sporten van een ladder wegzaagt als men weer een treetje hoger komt. En, het moet gezegd, de bloemlezing van Goedegebuure leest fris; indachtig de oer-wens van Marsman, is het een thematisch-chronologische ordening. Het galmt en rammelt, maar, de gloed van jeugd brandt na 100 jaar nog fier - dat mag er zijn. Jah, de tijd is een zeef, Marsman (b)lijkt een kleinere dichter te zijn dan waar zijn eigen tijd hem voor hield, zijn "monumenta literaria neerlandica" zal niet verschijnen, maar Groots en Meeslepend is een monument, geen mausoleum, van en voor een dichter die dichtte op leven en dood, wiens werk ons het vuurwerk doet voelen van dansen met de kosmos.


3 Pebbles

Een kiezel is een kiezel is een kiezel - ergo, three times a pebble.


WEG & WIS #zoveel

WEG & WIS is weer 'ns upgedate. De bundel behelst een talige pelgrimstocht, waarbij de personages kruislings in elkaar overvloeien, gericht op licht en vlammen, elkaar ademen. Spiraalsgewijs komen ze verder en hoger, en beyond that too!

Prutsen aan een bundel heeft veel weg van aardappels telen en rooien. Je stopt een idee of een gedachte in de dichter, zoals een aardappel in de grond. Dan is het een kwestie van wachten, en als het moment daar is, breekt de dichter zich open, zoals de boer de grond. En ipv dat er aardappel na aardappel tevoorschijn komt, komt er gedicht na gedicht uit de dichter. En als het klaar is, en de laatste aardappel wordt geraapt, is 't toch niet klaar en komt er nog een hele rits tevoorschijn. En nog wat.

Zo blijf ik gedicht na gedicht ophoesten. En zoals men aardappels bereidt door ze te schillen, dan te koken of bakken, zo ga ik aan de slag met het ruwe werk, bonkige dichtsels, en probeer er poëzie van te maken. Kruiden toevoegen, dit combineren met dat, ja, zoals de heer Rikus Waskowsky stelt: dichten is net als koken: / je pleurt maar wat in de pan / als je koken kan.

Om eerlijk te zijn dacht ik dat Weg & Wis wel zo'n beetje klaar was half 2016. Mooie publicatie in Meander, en c'est tout, maar nee. Wat er in Meander staat, is at best de helft van het eerste deel. Eind 2016 was dat eerste deel "af", en heel 2017 schreef ik aan iets dat later het tweede deel bleek te zijn; samen Weg & Wis?! Nee, zo rechttoe-rechtaan gaat dat niet. Ha!

Enter 2018. Net als in 2017 schreef ik iets waarvan ik 't idee had dat het op zichzelf stond. Verkeerd gedacht. Met het nodige knippen en plakken paste het naadloos bij de eerdere delen van de bundel. Of nou ja, naadloos, proppen en persen zou een betere term zijn, maar men moet wat. Niet dat het soelaas bood, scherven en snippers bleven achter in het archief - te goed om weg te gooien, maar te onpasbaar om aan de bundel toe te voegen. En langzaam maar zeker vergat ik die brokstukken.

Enter 2019. Een mooi moment om Weg & Wis gereed te maken voor de poëzieweek eind januari. Zou er ruimte zijn om ook op te nemen wat ik begin 2019 schreef? Hup, terug in de steigers en puzzelen maar weer. Plots vielen de brokken archief op de goede plek, plots paste dit en dat ook. Een vreemd gevoel, alsof men op zijn dooie akkertje dingetjes in elkaar flanst en merkt dat alles in elkaar te zetten is tot een werkende machine, een organisme. In de poëzieweek ging het naar de drukker.

Maar, vrouwe muze is een wonderlijk geval; zij laat zich niet temmen door de tijd: de kalender en de klok zijn aan haar niet besteed. Begin februari weer wat dichtsels, toen nog een paar, recht zo die gaat ... zou Weg & Wis domweg klaar zijn nu?

Wat valt er daarna nog te schrijven? Niet dat ik er uberhaupt expliciete ideeën op nahoudt wat te schrijven, hoe, of waarom - meestal schrijf ik gewoon een eind heen; met flink passen, meten en buigen en prutsen en dergelijke, wordt het soms tot iets dat het daglicht kan verdragen. Spontaan maakwerk, zogezegd. Of andersom. Weg & Wis is denk ik een synthese van mijn hang-up(s) qua identiteit cq maskers en maskerades, spiritualiteit, M., het woord en de wereld, wat niet al en meer dan dat.

Een lukrake optie is de Tarot verwerken - en dan niet 22x een praatje bij elk plaatje - maar iets maken met de magie ervan: het poëtisch rechtdoet, de ongrijpbare flonkering scherp stelt, 't helder raadsel omzet in een zuiver, klaar bundeltje.

En de zwarte zon maar schijnen.


Nationale Gedichtenweek

U heeft het vast gemerkt; het is nationale gedichtenweek! De kranten staan er bol van, en meer dan overal en vaker dan altijd struikelt men over de dichters en hun prachtige, stralende, ware gedichten ... was het maar zo'n feest - het is stilte troef. Niet dat stilte een zwakte is, integendeel, maar iets meer poëzie in the air, met name in deze week, graag, laat/doe maar komen!

Normaal haal ik rond nu het vsb-bundeltje "de 100 beste gedichten van ..." in huis, maar hun initiatief is gestopt, net voor de 25ste editie. Niet dat ik er vaak over te spreken was, maar het bood steevast een mooi moment om los te gaan op de huidige poëzie, ergo, het gebruikelijke 95% boeh, 5% hoera! Maar wat weet ik ervan, ik ben geen kenner maar mij, en zelfs dat niet.

Het is het oude liedje: alles is al 'ns gezegd! En niet alleen alles, maar meer dan dat. Kortom, er is, en wordt, teveel gezegd, en geschreven, en gedicht, en getikt, en getyped. Het adagium van Pound, "make it new", biedt weinig soelaas; als er al iets nieuws wordt gemaakt, gebakken, gebrouwd, betekent dat nog niet dat dat nieuwe kwaliteit heeft. Wel is het zo, dat als het oude niet goed is, dat men dan iets nieuws moet doen, zou moeten doen, maar dat binnen het streven naar goed, beter, best, niet omwille van "new, dus let's go!" Komen we weer bij de kwestie: wat is goed, beter, best? Het antwoord laat zich raden.

Wat mij betreft is goed (niet dat "goed" goed genoeg is, maar we moeten ergens beginnen, toch?) iets dat totaal is, urgent, radicaal, relevant, levend & ademend. Iets zonder compromis, zonder water-bij-de-wijn, niet dertien-in-een-dozijn. Iets dat is hoog-hoger-hoogst, en hup, daar dan bovenuit. Ongetwijfeld vraag ik het onmogelijke, maar wie de sterren wil bereiken zal moeten mikken op voorbij de sterren, dan komt men een heel eind. Moderne dichters mikken op de wolken, en helaas maar al te vaak op de lach. Tjah. Het dagelijks leven en humor boeien mij niet, althans, dan kan ik net zo goed leven, waarom dan nog een dichtbundel cq gedicht lezen als het daarom zou gaan? Het motto van "alles is kunst" (kan kunst zijn, in reeële, afgezwakte zin), is geniaal, maar hier niet echt van toepassing. Poëzie moet niets, maar gezapig-zijn, nein nein nein! Dus.

Wat wel? Vaak hoort men de opmerking "die dichter heeft het raak gezegd, precies zo is het" - als ik een gedicht lees dat precies zegt waar het op staat, val ik in slaap (tenzij het de waarheid zegt, maar geen gedicht zegt de waarheid, immers, het is kunst ... al ben ik de eerste om toe te geven dat dat onderscheid in strikte zin onhoudbaar is, en mocht een gedicht toch (de) waarheid zeggen, hoei). Maar god. Een goed gedicht stelt waar? Een goed gedicht maakt waar? Een goed gedicht is waar?!

Dylan zingt ergens (in High Water) de frase: "you can't open your minds boys, to every conceivable point of view" - en toch is dat precies, exact, give or take a bit, wat een gedicht moet zijn, moet doen. Een goed gedicht geeft bliksem in de kop, kakelende kortsluiting (the good kind). Lees ik een gedicht en voel ik een onbevattelijke "huh", dan weet ik dat het gedicht deugt. Is deugen goed genoeg? Geen idee, maar het is iets, is meer dan 95% van de gedichten geeft/doet ... en als het een beetje meezit, gaat zo'n gedicht wisselwerking(en) aan met de rest van de bundel (en vv), met alles wat bestaat, doet mee in 't netwerk van zijn en onzijn. Dus, inkt en papier (en tijd) niet verspillen! Weg met "make it new", en omarm "make it real".


Dichters en Kenners

"De Fries Tsead Bruinja is door een commissie van dichters en kenners voor de komende twee jaar benoemd tot zevende Dichter des Vaderlands." - aldus teletekst.

Dichters EN kenners dus. Phew. Want dichters zijn zelf natuurlijk geen kenners, dichters doen maar wat, dat weet iedereen - als een dichter zou weten wat die deed, zou het maakwerk zijn, een truc, een mechanisch klompendansje. Het is maar goed dat we in dit land echte, ware kenners hebben. Nu zal de poëzie bloeien als nooit tevoren, al moet gezegd, zonder dichters zijn we nergens. Iemand moet het doen vonken, laten bliksemen in de kop, moet het onzegbare openen, waarmaken.



www.markiske.tk is in handen van Mark Iske en bevat zowel dit als dat, en is groener dan groen door te bestaan uit 100% gerecyclede electronen.