www.markiske.tk - blog

WWW.MARKISKE.TK

BLOG - DR - FOTO'S - GEDICHTEN - PROJECTEN - Q-BASIC - WEGWIJZERS - ZVEA



Gezocht (en gevonden): poŽtisch werk omtrent 700 na Chr.

Wie de geschiedenis der poŽzie erop naslaat, zal opmerken dat grote werken met een haast ijzeren regelmaat verschijnen: ten eerste het gilgamesh-epos, uit ruwweg 1100 voor Chr., dan Homer, zeg 500 voor Chr., daarna Vergilius met zijn Aeneis, zo tussen 0-100 na Chr., dan een gat rond 700 na Chr., om daarna weer door te gaan met Dante (1300), en te eindigen met het vuurwerk van Rimbaud, de Canto's van Pound/Neruda, rond de drempel der eeuw. Vreemd, dat vroeg-middeleeuwse gat. Ja, Shakespeare heeft later zijn best gedaan, maar qua chronologie blijft het gat bestaan; is er niets om het dichterlijk te vullen?

Ja, dat is er: Beowolf - hoe kon ik dat niet eerder weten, niet beter zien in vroeger tijd? Hoe moet ik het weer ooit vergeten?


Weg & Wis, 66 gedichten

Keer op keer het komische idee dat de bundel Weg & Wis globaal klaar is. Ha, nog ff, alsof de kosmos ooit af is, het heelal, het zijnende zijn en, als we toch bezig zijn, het niet-zijnde ook. Dan dit weer anders, dan weer dat, het gaat maar door ... dus, zoals dat gaat, vorige week (maand?!) wat gedichten gepend in de geest van Hegel en co., en, zoals dat gaat met dien bundel die vreet als een zwart gat: hap-hap, en hup, het ploft erin. Zoals ook wat muzerijen. Alles uiteraard geschikt en herschikt.

De bundel telt nu zo'n 66 gedichten, als een soort dubbele Dante. Logisch, het draait immers (oa) om een spiraalsgewijze pelgrimstocht, hoog-hoger-hoogst (en beyond that too), ja, een lemniscaat in verticale zin (maar ook horizontaal, en dwars, elke as deelt eigen waarheid mee); het begint met 14 a 15 kruisstaties, dan 33 gedichten in de geest van Dante opgedeeld in driemaal 11, gevolgd door 't achteloze cirkelen van een Mobiusring, doorkruist door den duizelingwekkende dodensprong. Is dat alles? Nee, want na die sprong (en cirkeling) begint het pas echt door de personages (en de lezer) op scherp te zetten dmv drievoudige (de)kalibratie. Goed, heeft de eerbiedwaardige pelgrim deze positionering glansrijk doorstaan, dan staat ie stevig en wel in de schoenen om de daaropvolgende worsteling met Hegel en co. (x3) tot een goed eind te brengen. Jah, het leven van een pelgrim is geen eitje, maar alle ontberingen blijken blessings in disguise in het licht van de daverende synthese, waar alle draadjes en draden uitmonden in zero en infinity. Tenslotte een kort exposť - dan, helder maar grijzer, rond maar weer ...


PoŽtisch bakerpraatje II

Hoewel ik geen dagboek bijhoudt (of in mijn geval: nachtboek), hou ik wel flarden van zinnen, woorden en zulk soort talige entiteiten in de gaten. Bevalt hetgeen ik hoor of lees, heeft het de juiste smaak, dan wordt het gekriebeld op een kladje, getyped in een digital device, you name it. En soms, als de sterren goed staan en de elementen zijn min of meer in harmonie, ga ik ervoor zitten - met het nodige schuiven, schikken, passen en meten tover ik dan een vers tevoorschijn. Men moet wat.

Yadda yadda.

Misschien is dichten niets dan dit: het knopen van taal en concepten, het opspannen van wat wereld heet. In dat opzicht ben ik in goed gezelschap; was het niet Faverey die opmerkte dat het (hem) erom ging een structuur te stellen, een sculptuur van taal? Ongetwijfeld span ik de beste man nu voor mijn karretje, en een authoriteitsargument is nooit jutje-van-het, maar naar de geest is het waar, en daar gaat het nu even om. Ongeveer. En als ik het wel heb, was het dezelfde Faverey die min of meer letterlijk opmerkte dat het om het even was of hij schreef: een hond steekt de straat over, of, op de bomen zit mos. Juistem!

Zo stond in Weg en Wis eerst de regel "ook de haan die niet kraait kent de loop der zon", wat later veranderd in "d'ivoren grijns der gifgroene maagd", elders werd "de modale polen tellen op tot ťťn" "Kollummerkat strooit met sterrenstof"; het is hetzelfde en toch niet-hetzelfde. Harry Mulisch, die een leerdicht schreef met de jaloersmakende titel "wat poŽzie is", zou trots op me zijn. Tussen haakjes, wat dat bundeltje betreft: het geheim van wat poŽzie is, blijft geheim - hoe meer men haar blootlegt, hoe groter haar raadsel. Diep logisch. Immers, poŽzie is een vrouw, jah, poŽzie en vrouw zijn twee kanten van dezelfde medaille - in de gevleugelde woorden van hare A.: wat is een vrouw?! God, is een antwoord wenselijk, mogelijk?


PoŽtisch bakerpraatje I

Wat poŽzie is weet ik amper, wat goede poŽzie is nog minder. Stel, ik scheur een blz uit een telefoonboek, stuur het naar een poŽzietijdschrift, en ze plaatsen het, geldt die blz dan als poŽzie? En, reŽeler, ze plaatsen het niet, dan geen poŽzie? Maar, als het-zijn van poŽzie afhankelijk is van de plaatsing in een tijdschrift, of, iets wordt gebundeld en uitgegeven door uitgeverij blah, is die daad dan de act die ergens wel of geen poŽzie van maakt? Of omdat de lezers van deze of gene publicatie het lezen als poŽzie - en hoe doet men dat, iets lezen Šls poŽzie?! Kan ik op eigen houtje een bladzij uit het telefoonboek scheuren en kiezen om dat te lezen als poŽzie? Kan ik een appel lezen als poŽzie? Een ei? Tjah. En alvorens de lezers van een publicatie een bepaalde tekst lezen (als poŽzie), is de keus door de redactie al gemaakt om zus of zo tekst wel of niet te publiceren, en bij een jah, het te publiceren als poŽzie - wat zijn de criteria van de redactie? Scheppen zij poŽzie door de act, daad van het plaatsen van tekst x in publicatie y, waarna tekst x als bij toverslag gedicht x wordt? Of is een tekst, op grond van zichzelf, al of niet poŽzie, inherent? Valt er een soort (interne?) definitie te geven, van wat wel of niet telt als poŽzie?

Er wordt wel gezegd dat een uitgever een poortwachtersfunctie heeft: zij geven (als 't goed is) niet te pas & te onpas alles uit, maar wat zij uitgeven is poŽzie, telt als poŽzie. Komt dat door hun uitgeven; of komt het doordat wat zij uitgeven Łberhaupt al poŽzie was toen het bij hun op de mat viel, en al het andere (why? hoezo, waarom?!) domweg in de prullenbak verdween.

Ik heb het aan uitgevers gevraagd, maar met een afdoend antwoord zijn zij tot dusver niet op de proppen gekomen. En oke, misschien kan dat ook niet; als poŽzie zou voldoen aan een definitie, zou het weinig anders zijn dan een ikea-bouwpakket, mechanisch in elkaar te zetten, c'est tout - al is dat een simplificatie, niet alles dat voldoet aan een definitie kan huphuphup, als een bouwpakket, in elkaar worden gezet. Maar, als een tekst te boek staat als poŽzie, wordt die tekst (vaak) als zodanig herkend ťn als zodanig gelezen. En soortgelijk, van dat wat als poŽzie wordt gelezen, wordt opgemerkt dat het poŽzie is.

Dit heeft wat weg van een cirkelredenering. Feit is dat veel poŽzie als zodanig wordt herkend en gelezen volgens de merites van het genre. En nieuwe poŽzie dan, waarom wordt dat ook ge(s)teld als poŽzie? Wellicht omdat het verwantschap ademt met wat tot dusver al bekend was als poŽzie, er is familiegelijkenis tussen de oude tekst(en) en de andere, nieuwe tekst, ergo, ze delen een levensvorm, de levensvorm "poŽzie-zijn" om precies te zijn. Is het relevant om poŽzie als poŽzie te labelen?

Deels. Ja, omdat poŽzie in het algemeen, eventueel in het bijzonder, een andere leesstrategie vergt dan zeg het lezen van een handleiding, een roman, een weblog of de krant. Een graduele schaal die wiebelt tussen analytisch en associatief. Nee, omdat het labeltje op zichzelf er niet toedoet, op z'n best een categorie van een bepaald type tekst aanduidt, maar daarmee nog weinig tot niets meedeelt over de desbetreffende tekst zelf; hoe die werkt, wat die zegt of niet zegt, wat er staat of niet staat.

Terzijde. Hare muze M. was ooit flink verbolgen omdat ik, simpele filosoof, het waagde een geschrift van haar hand "tekst" te noemen. Heiligschennis! Alsof ik in plaats van die generieke aanduiding voor wat zij geschreven had, perse per definitie specifiek het label "poŽzie" had moeten gebruiken; dat ik door de term "tekst" te gebruiken haar geschrift onrecht aandeed - niet dat ik het met haar eens was, immers, een geschrift tekst noemen is een van de meest algemene aanduidingen mogelijk, daarmee is nog niets gezegd over wat voor soort tekst iets specifiek "is", welk specifiek label matcht met die tekst; maar, het kwaad was al geschied: haar tekst niet ronduit poŽzie noemen, hield naar haar idee een negatief waardeoordeel in, terwijl ik in beginsel haar geschrift zo neutraal mogelijk wilde benoemen, juist om het niet het onrecht aan te doen het in de "verkeerde" categorie te plaatsen. Haar tekst was zo nieuw, zo radicaal anders, dat het wellicht een heel nieuw hokje vergde, iets waarbij de categorie "poŽzie" (voor zover die bestaat, hence dit betoog) schraal zou afsteken. Maar dat dus terzijde.

Het label om een tekst te framen in een bepaalde categorie, de issues daarmee hierboven al kort aangestipt, doet er enkel toe in zoverre de lezer daarmee een hand wordt geboden met welke leesstrategie de tekst te lijf te gaan. Het label op zichzelf zegt weinig tot niets over de tekst zelf, qua kwaliteit, qua urgentie, qua relevantie, qua radicaliteit, enz enz. Misschien is het onzinnig om eindeloos te brainstormen wat poŽzie is, wanneer iets als gedicht geldt en telt, en gaat het om het scherpkrijgen wanneer en hoe een tekst ertoe doet - wat maakt een tekst de moeite van het lezen, bestuderen, mee in de weer zijn, waard; niet dat men teksten zou moeten turven op zulke criteria en daar dan bingo mee dient te spelen, wel als (hulp)middel om scherpe teksten te onderscheiden van flauwe hap, ja, een losse methode om het kaf te onderscheiden van het koren, en zo dagelijks, nachtelijks, een stevige portie leesvoer te kunnen smaken. Ik zeg met opzet een "losse" methode, omdat de echt werkelijk geniale teksten elke turfing te boven gaan, voldoen aan hun eigen wetten, zichzelf tot maat en voorbeeld zijn. Men zou dit Łberteksten kunnen noemen. Of er ook zoiets als ŁberpoŽzie bestaat, laat ik momenteel even in het midden. Hoewel, het korte antwoord is dat dit poŽzie is die zich zijn eigen wetten stelt, voldoet aan zijn eigen criteria, zichzelf tot maat en voorbeeld neemt, zijn eigen blauwdruk is. Tegelijk speelt de vraag of zulke eigengereide poŽzie geldt als poŽzie, en, why?!

Ik, als gezegd eenvoudig filosoof, heb geen idee. Wel weet ik, keer op keer heb ik het reeds herhaald, dat een goede tekst het doet bliksemen in de kop, mij een onnavolgbaar gevoel geeft van "huh?!", paars-heldere raadsels voorschotelt, en, my mind opens to every conceivable point of view. Ofwel, bij monde van H.: er was een donder, een bliksem, een slag toen ik je las; ik ben veranderd, een ander, weg van waterpas. Niet dat ik, of u, nu weet wat poŽzie is, of goede poŽzie, maar boeit zulks?!


Marsman, een requim

Marsman. Het zal een kleine 20 jaar terug zijn, dat ik hem ervoer als een vlam, een vuur, een stromend stuk natuur. Muze J. was vol enthousiasme over hem, en ik, dichter in de dop, hoe kon ik anders dan ook enthousiast raken - ja, als dichter ben ik zeker ontbrand aan hem. Tegenwoordig voel ik nog wel de gloed van zijn jeugdverzen, maar zijn latere werk heeft voor mij afgedaan; en wat het vroegere werk betreft, om eerlijk te zijn lukt het me niet om daar een touw aan vast te knopen, het heeft iets slordigs, er staat in wezen nix, het leest als extatisch gegalm in de holle ruimte, er klinkt evenwel een toon van jeugd, van bruisen in de kosmos - en, de plastiek blijft wonderlijk vreemd, ademt raadsel, zoals in Heerscher: de tijd werd paars.



Een tijdje terug heb ik zijn verzameld werk herlezen, een nogal ad-hoc keuze door hemzelf samengesteld in 1938, de beste man was toen 38 en zou daarna nog maar ťťn bundel schrijven: tempel en kruis. Had hij langer geleefd, hij zou ongetwijfeld andere keuzes hebben gemaakt, zoals hij wekelijks, dagelijks tot andere keuzes kwam qua de organisatie van zijn bundels, gedichten. Dan weer moest het strikt chronologisch, dan weer thematisch, en omdat bepaalde gedichten zowel thema A als B hebben, geschreven over een periode van jaren, spreekt het voor zich dat zo'n project nooit echt zal kunnen slagen - het was Du Perron die zich hier flink over opwond, want de stelligheid van Marsman in zijn verzen had maar weinig van doen met de draaikonterij van hem als bundelaar en zijn eindeloos zwalkende poŽtica. Elke verzameling louter een subjectief iets, een bouwwerk stoelend op de luim van de dag. Dat een dichter dichten kan, maakt nog niet dat hij bundelen kan. Ahum hum ...

Ook weet ik niet of hij, bij nader inzien, wel dichten kan. Veel van zijn gedichten hangen als los zand aan elkaar, het etiketje "slordig" dat Slauerhoff aankleeft, zou beter passen op Marsman. Misschien moet men extatische kreten van de vreugde van jong-zijn ook niet messcherp willen close-readen. Hannemieke Stamperius Postma deed dat wel in haar grondige dissertatie "Toetsing van een Ergocentrisch Interpretatiemodel" en hield bar weinig over. Het verkruimelde onder haar borende geest.

Helaas - tien jaar terug vond ik mevrouw HSM een oude zeur, nu geef ik haar min of meer gelijk. En het werk van de dichter na zijn vulkanische jeugdverzen? Tja, Arjen Peters noemt Marsman's latere werk 't werk van een oude sok; daarin huist een kern van waarheid. Heb ik dan jaren en jaren terug voor niks het dungedrukte verzameld werk van een vriend afgetroggeld; heb ik de bundeling verspreid gepubliceerde gedichten "achter de vuurlijn van de horizon" voor niks in huis gehaald? Nou?

Zo erg is 't niet, op dat moment waren zijn gedichten brandstof voor mijn geest, maar nu ben ik ouder, wijzer en grijzer. Ligt mijn jeugd dan achter mij? Dunno, maar ik heb intussen de leeftijd waarop Marsman zelf ervoor koos om zijn drie periodes van dichten achter zich te laten, ja, veel van zijn werk als gepasseerd station zag; 't is niet voor niks dat hij zo'n 30% van zijn productie in zijn eigen selectie van verzameld werk achterwege liet. Ik geef toe, hij heeft dat goed gezien, sterker, 90% van zijn werk is gedateerd, onhoudbaar, maar ach, geldt dat niet voor elke dichter? Toch is het in literair historisch opzicht goed, waardevol dat zijn werk in omloop blijft, zoals men ook niet direct de sporten van een ladder wegzaagt als men weer een treetje hoger komt. En, het moet gezegd, de bloemlezing van Goedegebuure leest fris; indachtig de oer-wens van Marsman, is het een thematisch-chronologische ordening. Het galmt en rammelt, maar, de gloed van jeugd brandt na 100 jaar nog fier - dat mag er zijn. Jah, de tijd is een zeef, Marsman (b)lijkt een kleinere dichter te zijn dan waar zijn eigen tijd hem voor hield, zijn "monumenta literaria neerlandica" zal niet verschijnen, maar Groots en Meeslepend is een monument, geen mausoleum, van en voor een dichter die dichtte op leven en dood, wiens werk ons het vuurwerk doet voelen van dansen met de kosmos.


3 Pebbles

Een kiezel is een kiezel is een kiezel - ergo, three times a pebble.


klimaatverandering.wordpress.com

https://klimaatverandering.wordpress.com


Gerry & The Pacemakers - Ferry Cross The Mersey (1965)


WEG & WIS #zoveel

WEG & WIS is weer 'ns upgedate. De bundel behelst een talige pelgrimstocht, waarbij de personages kruislings in elkaar overvloeien, gericht op licht en vlammen, elkaar ademen. Spiraalsgewijs komen ze verder en hoger, en beyond that too!

Prutsen aan een bundel heeft veel weg van aardappels telen en rooien. Je stopt een idee of een gedachte in de dichter, zoals een aardappel in de grond. Dan is het een kwestie van wachten, en als het moment daar is, breekt de dichter zich open, zoals de boer de grond. En ipv dat er aardappel na aardappel tevoorschijn komt, komt er gedicht na gedicht uit de dichter. En als het klaar is, en de laatste aardappel wordt geraapt, is 't toch niet klaar en komt er nog een hele rits tevoorschijn. En nog wat.

Zo blijf ik gedicht na gedicht ophoesten. En zoals men aardappels bereidt door ze te schillen, dan te koken of bakken, zo ga ik aan de slag met het ruwe werk, bonkige dichtsels, en probeer er poŽzie van te maken. Kruiden toevoegen, dit combineren met dat, ja, zoals de heer Rikus Waskowsky stelt: dichten is net als koken: / je pleurt maar wat in de pan / als je koken kan.

Om eerlijk te zijn dacht ik dat Weg & Wis wel zo'n beetje klaar was half 2016. Mooie publicatie in Meander, en c'est tout, maar nee. Wat er in Meander staat, is at best de helft van het eerste deel. Eind 2016 was dat eerste deel "af", en heel 2017 schreef ik aan iets dat later het tweede deel bleek te zijn; samen Weg & Wis?! Nee, zo rechttoe-rechtaan gaat dat niet. Ha!

Enter 2018. Net als in 2017 schreef ik iets waarvan ik 't idee had dat het op zichzelf stond. Verkeerd gedacht. Met het nodige knippen en plakken paste het naadloos bij de eerdere delen van de bundel. Of nou ja, naadloos, proppen en persen zou een betere term zijn, maar men moet wat. Niet dat het soelaas bood, scherven en snippers bleven achter in het archief - te goed om weg te gooien, maar te onpasbaar om aan de bundel toe te voegen. En langzaam maar zeker vergat ik die brokstukken.

Enter 2019. Een mooi moment om Weg & Wis gereed te maken voor de poŽzieweek eind januari. Zou er ruimte zijn om ook op te nemen wat ik begin 2019 schreef? Hup, terug in de steigers en puzzelen maar weer. Plots vielen de brokken archief op de goede plek, plots paste dit en dat ook. Een vreemd gevoel, alsof men op zijn dooie akkertje dingetjes in elkaar flanst en merkt dat alles in elkaar te zetten is tot een werkende machine, een organisme. In de poŽzieweek ging het naar de drukker.

Maar, vrouwe muze is een wonderlijk geval; zij laat zich niet temmen door de tijd: de kalender en de klok zijn aan haar niet besteed. Begin februari weer twee dichtsels, toen weer twee, zo ongeveer. Zou Weg & Wis (zeg 60 gedichten) klaar zijn nu?

Wat valt er daarna nog te schrijven? Niet dat ik er uberhaupt expliciete ideeŽn op nahoudt wat te schrijven, hoe, of waarom - meestal schrijf ik gewoon een eind heen; met flink passen, meten en buigen en prutsen en dergelijke, wordt het soms tot iets dat het daglicht kan verdragen. Spontaan maakwerk, zogezegd. Of andersom. Weg & Wis is denk ik een synthese van mijn hang-up(s) qua identiteit cq maskers en maskerades, spiritualiteit, M., het woord en de wereld, wat niet al en meer dan dat.

Een lukrake optie is de Tarot verwerken - en dan niet 22x een praatje bij elk plaatje - maar iets maken met de magie ervan: het poŽtisch rechtdoet, de ongrijpbare flonkering scherp stelt, 't helder raadsel omzet in een zuiver, klaar bundeltje.

En de zwarte zon maar schijnen.


Nationale Gedichtenweek

U heeft het vast gemerkt; het is nationale gedichtenweek! De kranten staan er bol van, en meer dan overal en vaker dan altijd struikelt men over de dichters en hun prachtige, stralende, ware gedichten ... was het maar zo'n feest - het is stilte troef. Niet dat stilte een zwakte is, integendeel, maar iets meer poŽzie in the air, met name in deze week, graag, laat/doe maar komen!

Normaal haal ik rond nu het vsb-bundeltje "de 100 beste gedichten van ..." in huis, maar hun initiatief is gestopt, net voor de 25ste editie. Niet dat ik er vaak over te spreken was, maar het bood steevast een mooi moment om los te gaan op de huidige poŽzie, ergo, het gebruikelijke 95% boeh, 5% hoera! Maar wat weet ik ervan, ik ben geen kenner maar mij, en zelfs dat niet.

Het is het oude liedje: alles is al 'ns gezegd! En niet alleen alles, maar meer dan dat. Kortom, er is, en wordt, teveel gezegd, en geschreven, en gedicht, en getikt, en getyped. Het adagium van Pound, "make it new", biedt weinig soelaas; als er al iets nieuws wordt gemaakt, gebakken, gebrouwd, betekent dat nog niet dat dat nieuwe kwaliteit heeft. Wel is het zo, dat als het oude niet goed is, dat men dan iets nieuws moet doen, zou moeten doen, maar dat binnen het streven naar goed, beter, best, niet omwille van "new, dus let's go!" Komen we weer bij de kwestie: wat is goed, beter, best? Het antwoord laat zich raden.

Wat mij betreft is goed (niet dat "goed" goed genoeg is, maar we moeten ergens beginnen, toch?) iets dat totaal is, urgent, radicaal, relevant, levend & ademend. Iets zonder compromis, zonder water-bij-de-wijn, niet dertien-in-een-dozijn. Iets dat is hoog-hoger-hoogst, en hup, daar dan bovenuit. Ongetwijfeld vraag ik het onmogelijke, maar wie de sterren wil bereiken zal moeten mikken op voorbij de sterren, dan komt men een heel eind. Moderne dichters mikken op de wolken, en helaas maar al te vaak op de lach. Tjah. Het dagelijks leven en humor boeien mij niet, althans, dan kan ik net zo goed leven, waarom dan nog een dichtbundel cq gedicht lezen als het daarom zou gaan? Het motto van "alles is kunst" (kan kunst zijn, in reeŽle, afgezwakte zin), is geniaal, maar hier niet echt van toepassing. PoŽzie moet niets, maar gezapig-zijn, nein nein nein! Dus.

Wat wel? Vaak hoort men de opmerking "die dichter heeft het raak gezegd, precies zo is het" - als ik een gedicht lees dat precies zegt waar het op staat, val ik in slaap (tenzij het de waarheid zegt, maar geen gedicht zegt de waarheid, immers, het is kunst ... al ben ik de eerste om toe te geven dat dat onderscheid in strikte zin onhoudbaar is, en mocht een gedicht toch (de) waarheid zeggen, hoei). Maar god. Een goed gedicht stelt waar? Een goed gedicht maakt waar? Een goed gedicht is waar?!

Dylan zingt ergens (in High Water) de frase: "you can't open your minds boys, to every conceivable point of view" - en toch is dat precies, exact, give or take a bit, wat een gedicht moet zijn, moet doen. Een goed gedicht geeft bliksem in de kop, kakelende kortsluiting (the good kind). Lees ik een gedicht en voel ik een onbevattelijke "huh", dan weet ik dat het gedicht deugt. Is deugen goed genoeg? Geen idee, maar het is iets, is meer dan 95% van de gedichten geeft/doet ... en als het een beetje meezit, gaat zo'n gedicht wisselwerking(en) aan met de rest van de bundel (en vv), met alles wat bestaat, doet mee in 't netwerk van zijn en onzijn. Dus, inkt en papier (en tijd) niet verspillen! Weg met "make it new", en omarm "make it real".


Dichters en Kenners

"De Fries Tsead Bruinja is door een commissie van dichters en kenners voor de komende twee jaar benoemd tot zevende Dichter des Vaderlands." - aldus teletekst.

Dichters EN kenners dus. Phew. Want dichters zijn zelf natuurlijk geen kenners, dichters doen maar wat, dat weet iedereen - als een dichter zou weten wat die deed, zou het maakwerk zijn, een truc, een mechanisch klompendansje. Het is maar goed dat we in dit land echte, ware kenners hebben. Nu zal de poŽzie bloeien als nooit tevoren, al moet gezegd, zonder dichters zijn we nergens. Iemand moet het doen vonken, doen bliksemen in de kop, moet het onzegbare openen, waarmaken.



www.markiske.tk is in handen van Mark Iske en bevat zowel dit als dat, en is groener dan groen door te bestaan uit 100% gerecyclede electronen.