LichtDicht > Dicht 17-32 > 25 - ADE-MSC-HOM-MEL : II verso

< ^ >

GENESIS


Dit is momenteel geestgrond, benevens water,
lucht, licht en vuur; de geestkleur ijkt stralend
koans, mengt exotisch wit, eigenlijk natuurlijk
morgenrood. Bestaat kunst om samen te ijlen?

O, het strekken van de zondag, beseffende dat
als Eva gaat, wij de allerlaatste heilgroet zullen
brengen aan zij die scheiden gaan. Zal de geest
van de tijd wisselen met een geest van ruimte?

BINAIR


Zo godsgruwelijk waar, steeds, met in deze ene hand
asgrijze, let wel, grijs is ook een kleur, eieren. Rechts
ontrafelt iemand, misschien u, als ik het niet ben, wat
rest. Plant ook schaduwen, oogst, na vijf letters, licht!

Blijft alsnog de vraag onbeslist hoe het verschil tussen
ons met schemer samenhangt. Kruispunt, knooppunt,
via de wisselwerking van i-deeltjes? Nul is die kans in
het geheel niet, hoewel absoluut zeker ook geen één.

MORO


Niets is mooier dan een oester van ijs met een helroze
matglans, met elf stuks ervan kan men zelfs jongleren;
maar wij, wij zijn het kind van eenzaamheid en bloed,
zwermen als die siamese tweeling van leisteen en stro.

Onze moeder? Een vergeten vrouw met een vreemde
naam: dolend, raadselend, oplossend. Op de mokerhei
spookt het rond haar hutje - lavendel woekert, ijsraven
krassen, en valer dan haar nachtboek is haar tijdspiegel.

MYTHOS


U was gelukkig, had een kop vol vuur, deelde
zomaar het geheim van de grijze zee met mij,
vol vertrouwen dat ik ga slapen als ik moe ben
en dan complex droom. Zo simpel, zo samen.

Te heilig. 2 is een priemgetal. Zo ademt mijn
zoveelste kwartaal van wartaal. Zij intussen, is
weer een ander, steeds een ander, behalve dan
wie zij wil zijn - iemand ergens die dat merkt?