LichtDicht > Dicht 17-32 > 26 - ADE-MSC-HOM-MEL : IV verso

< ^ >

1981


Eh, la dichteres van de wittere tint van bleek,
mist een e. Haar naam is nu een token zonder
zijn, een groet van iemand zonder identiteit -

de poëzie verwacht momenteel haar 'dubbel',
zonder nare gekkenlach en zonder talent voor
emoties: contreien waar elk woord louter een
dankbare begrenzing van het alfabet betekent.

NESCIO


Het waarom kruipt langs de muren,
schuift zich tussen kieren, en onder
invloed van het weer gebeurt niets:

het zont niet en het buit net zomin.

Is dit hoe de as van Thoreau zich in
de handen wrijft, is dit het verschil?

RITUEEL


Ook sprinkhanen wassen hun handen, maken
muziek. En als tranen langs hun snuiten glijden,
zijn die negen van de elf keer grijs, grijs als gras.

Beter is het om een boemerang te zijn, gewoon
een boemerang van glas, en dan, na het werpen,
niet terug te keren, maar, god mag weten waar,
op avontuur te gaan. Iets met kevers en albino's.

KWESTIE

driewaardige logica: jah, weet niet, neen

Kansen, Goden, niet zelden met de ervoor, bestaan
die, is zulks sublimatie, als Hemingway onder de brug
op zijn vissersschuit, de zomer qua een bollend rokje?

Verlangen is anders, is vluchtig, is wierook. Misschien
een symptoom van een ziekte en misschien ook
niet. Zo valt alles kil te (ont)kennen, zonder twijfel.