LichtDicht > Dicht 17-32 > 28 - ADE-MSC-HOM-MEL : VII recto

< ^ >

MORSE I


Hoeveel vraagtekens passen er in een bericht? Oneindig,
schrijft u met witte inkt op wit papier in een witte en pas
morgen verstuurde envelop. Gisteren las ik de brief al en
wilde Cantor citeren, maar wist van waanzin, zweeg dus.

MORSE II


Tot nu, het is weer nacht, ik schrijf tussen de schapen en
post mijn brief op de wolken, en waai weg, waai wegen;
weer zal ik geboren worden, weer zal ik een ander zijn -
een vlam die naar de hemel reikt, water dat hels ontaardt.

MORSE III


En u? Kwijt natuurlijk, als altijd, als overal, in taal, in zin,
dit heelal qua wat was, qua wat zal - het rijmt niet en het
spoort niet: uw harmonie der sferen vermengt schijn met
zijn; uw wezenswoord is daemon, te erfelijk is uw dood.

MORSE IIII


Waarom zingt de nachtegaal, breekt de uil uit zijn of haar
symboliek, maalt iemand om de gelouterde taal der drift?!