LichtDicht > Dicht 17-32 > 28 - ADE-MSC-HOM-MEL : VIII recto

< ^ >

CELDELING

vergeten en zonder naam

Nu, na acht jaar gekanteld in de eeuwigheid,
gekluisterd in het lichtlediger, dansen, dwarrelen
vlaggen, en maar molenwieken, harten hagelen.

Plots - hier daar, dit dat: poëzie ijlt op weg, de,
steevast, met niets treurigers dan een ex,
van een, het haperend spookboek zwanger.

Sterren slapen. Ik ben drie jaar terug, vijf jaar verder.

GEEN ASWOLK I


Een steen is een kaart van tijd, een gestold stuk
toen, een schaduw van later; een onbegrepene,
een aan de zelfkant ijlende achteloos geslotene;
dit of dat, springend, zwevend, wolkvormend?

GEEN ASWOLK II


Dus, met het idee één of ander om te vormen,
van een steen weer een steen te maken, heb ik
de echo in haar gezicht gezocht, de weerklank
van de spiegel, het toonbeeld van overleven -

GEEN ASWOLK III


edoch, niets van dat alles vond ik, vond u. Een
vergissing: de smaak van de neon-zon is bitter,
zoals bitter de smaak heeft van de neon-zon ...

enfin, pluizige cactussen groeien onafgebroken
op onbekende gronden in onvervoegd gebied,
en wat het verschil betreft aangaande x en z: y.