www.markiske.tk - zvea

WWW.MARKISKE.TK

BLOG - DR - FOTO'S - GEDICHTEN - PROJECTEN - Q-BASIC - WEGWIJZERS - ZVEA



ZELFPORTRET VAN EEN ANDER

Mark Iske is de naam - geboren naar het schijnt tijdens een ijzige nacht in een wit-wit landschap onder de volgele maan. De eerste 8 of 9 jaar van zijn leven zijn niet opmerkelijk te noemen, de periode daarop even onopmerkelijk. Gedichten begon hij te schrijven rond de gezegende leeftijd dat Rimbaud dichten voor gezien hield; Zweden was 2004; de beweging van Dylan besefte hij tegen zijn 27ste.

Het lot in de hand, is hij een doler op het naamloze pad der vormloze tao; zijn doel is de doelloosheid - indachtig de God van Nescio.

In het leven van alledag drinkt hij graag thee, maar een thee-o-loog is hij (vooralsnog) niet. Wel filosoof (UvA - 2007), verwondering zal het dus niet wekken dat er tig boeken in zijn huis slingeren (en een wish-list); hij twijfelt onafgebroken of het beter is om bijna alles te weten van iets (specialist) of iets van bijna alles (generalist). Keuzes, keuzes. Zijn streven is het om niemand te zijn, om dat te vinden en te voelen en te geloven en aan te hangen waar het beste bewijs voor is, los van zijn deels willekeurige smaak en/of voorkeuren, om dat te doen wat het relevantste is (wat dat ook wezen mag). Elk weekend leest hij evenwel trouw de DD.

Zijn liefde ademt muze M.; structuur, toeval en chaos (en vice versa), fractals, origami; klassiek-chinese filosofie; de wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand door zolderramen, langs de lucht bewegen; Sugimoto's seascapes en sparks; Escher; Chema Madoz; het stampen van een dieselmotor op stoom; de etherische stem van deze en gene; de geur van de muze op de zevende dag van de week.

's Nachts, als de duivels slapen en de heksen slapen aan hun staarten, droomt hij wat hem bij dag ontgaat; immers, hij mist meer dan hij meemaakt. Sommige van zijn (waarzinnige?) projecten schemeren in schriftjes, kakelen in de krochten van (on)gecrashde schijven, vinden nu en dan hun weg in het aanzien van het wereldwijde web, zijn toovertuin. Het verschil tussen onkruid en kruid? Woeker en levendigheid! Het verschil tussen onkruid en kruid? Woeker en levendigheid!

--- --- ---

Toen ik jong was, een jaar of acht, negen, wilde ik professor worden. Wist ik veel dat dat de titel was van iemand die werkt aan een universiteit, onderzoek doet, colleges geeft, vaak in een specifiek vak. Ik dacht dat het iemand was die alles wist van alles, een vonkende geleerde van a tot z, van 0 tot 1, en vice versa.

Nu weet ik wat ik toen bedoelde. Een intellectueel. Maar dan wel een echte. Iemand die dit en dat leest, begrijpt, en die kennis niet enkel passief stapelt maar ook actief in verband brengt met wat dan ook. Nee, brandweerman, piloot of politieagent heb ik nooit willen worden. Ook geen voetballer. Astronaut wel.

En uitvinder. Geen idee waarom, ik hou helemaal niet van knutselen, aan handenarbeid had ik op school ronduit een hekel. Maar het idee iets nieuws te bedenken, een lamp, een tablet, ja, die richting. Rond die tijd wilde ik ook stratenmaker worden, ik hield en houd van de regelmaat en het ritme van strak gelegde tegels; iets te maken dat noodzakelijk past en klopt. Later droomde ik van schaapsherder en boswachter.

Tijdens mijn studie wilde ik alles tegelijk studeren. Wiskunde hier, informatica daar, filosofie zus, kunst zo. Bijvakken in kosmologie, esthetica, literatuur, wat niet al. Uiteindelijk was de UvA zo ruimdenkend om al die vakken niet te beschouwen als de dwaalwegen van een dolende ziel, maar als een chaotische manier van Bildung, en een en ander samen te voegen onder de noemer filosofie. Ik weet niet of ik me een filosoof voel, wat is eigenlijk een filosoof; als het iemand is die concepten bedenkt en doordenkt, kritisch, mwah, dan misschien deels. Ik ben min of meer versnipperd, weet niet wie of wat ik ben, en of ik wel een ik heb, wat een 'ik' dan ook wezen mag.

Maakt 't uit? AvdB leerde van HC (hier had ook kunnen staan, x leerde van y, de voorbeelden zijn legio) om het concept van 'het ik' te wantrouwen, de versplintering ervan te omarmen en exploiteren. Muze M. heeft dezelfde overtuiging. Hebben zij gelijk? Een 'ik' beperkt alles wat men kan zijn tot een 'zelfje', wat is de waarde van het zijn van een 'zelf' als men alles kan zijn en wezen? Misschien dat ik ooit nog 'ns m'n concept van identiteit uitwerk, waarbij identiteit niet essentieel en/of existentieel in kaart wordt gebracht, maar via verbanden, relaties, knooppunten, context, in een kruislingse (zelf-)reflexieve wisselwerking.

In het ideale geval zou ik wetenschapper willen zijn, filosoof, kunstenaar (en liefhebber, van muze M.) - is er iets waar dit samenkomt? Tientallen briefjes en kladjes heb ik slingeren met honderden ideeen erop, de tienduizend dingen van het taoisme, zoiets.

--- --- ---

Wil ik werkelijk de tao-te-tjing vertalen? Waarom? Er zijn al zoveel versies en varianten, op de bijbel na is het boekje van Lao-tze wereldwijd het meest vertaald. De Zhuang-tze dan? Het verband tussen de 'leer' van het taoisme en inzichten van Zarathustra, daar iets mee doen? Nescio, Thoreau, Basho? En ook heb ik al tijden het halve plan om de 15jarige reeks 'de 100 beste gedichten van ...' te plunderen en daar weer een 100voudige selectie van te maken. De biografie van Nescio is al in grote lijnen geschreven. En elke nacht een haiku van Basho maken? Misschien als ik tachtig ben, kalligrafisch, met mevrouw muze bij het vuur.

Over chaos is helder geschreven door James Gleick, over (de) informatie ook. Big data? Knopen? En het heelal is in kaart gebracht door Stephen Hawking en Brian Greene. Hans Faverey is door deze en gene al uitgebreid tegen het licht gehouden, en de vele verschillende (dwaal)wegen van (de) moderne poezie at large zijn al opgetekend in de veeldelige serie poems for the millenium, en wat betreft een inventarisatie van allerlei taoistische geschriften, dat is grondiger dan grondig gedaan door niemand minder dan Kristofer Schipper, ook bestaat er reeds een tweedelige encyclopedie van het taoisme en het synthetische daoism handbook.

Over origami is al een prachtige website, en eigenlijk weet ik niet eens hoe diep ik werkelijk van origami houd. Verdwalen in doolhoven en labyrinthen? Hermann Kern is de man die je zoekt. Mythen? Sir James Frazer en Joseph Campbell, who else? Ik hou van dada, en minimale kunst. Bibliotheken zijn erover vol gepend. Borges? Same story, maar dan anders. Gertrude Starink's bundel de Weg naar Egypte? Alleen te begrijpen door het zelf te lezen, hoewel Peter Keijsers hier en daar wat handige wegwijzers geeft. En oh, er is een tijd geweest dat ik mijn eigen doolhof wilde bouwen, in q-basic, vol spiegels en sleutels, kaarsen en klokken, in abstractie niets dan symbolen en schakelaars, de schoonheid van marmeren wiskunde. En priemgetallen; en pi en e en i, en binair dit en dat, maybe fuzzy logic. De kern van het heelal ademt ruis.

--- --- ---

In weerwil van bovenstaande opsomming, streef ik (deels) naar opheffing, afwezigheid. Er is alles in de wereld het is alles, wist Lucebert al. 't Kan denk ik geen kwaad om af en toe iets weg te halen, een beetje te wieden in de volle veelheid van het zijn. Het scheppen, maken van afwezigheden. Ondingen, nothings; wegmaken, negatieve ontologie, wissen. De bundel N.I.L. zet een stap in die richting: missen, vermissen, mitsen en maren. Maar het moet radicaler, intenser. Omschrijven naar nullen, het concept van M.?!

Ik hou van gaten, afwezigheden, van dat wat er niet is. Geen idee waarom, redenen heb ik niet, al zijn er vast oorzaken aan te wijzen.

Een deel van mijn handelen zonder handelen bestaat niet uit het maken van dingen, maar integendeel uit het weg-maken van dingen, in de meest letterlijke zin van het woord. On-dingen, no-things. Er is zoveel in de wereld dat op z'n tijd iets doen verdwijnen, opheffen cq wissen, adem-ruimte laat aan wat er wel is. En dan, er is niets mis met wat er niet is, het taoïsme staat bol van de voorbeelden waarin het nut van het nutteloze wordt bezongen, waarin het heil van leegte ter sprake komt; de holheid van een kom, de ruimte tussen de vier muren van een huis, enz.

In veel van mijn gedichten probeer ik steevast niets te schrijven. Beweer ik onverhoopt toch iets, dan schrijf ik eerder of later met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het omgekeerde. Opheffen, annihileren. Ook qua identiteit probeer ik niet deze of gene te zijn, maar deze en gene, of liever nog: niemand. Kleurloos en transparant. Dat zus en zo mij complex noemen, begrijp ik niet. Het is mijn paradoxale streven naadloos te rijmen met de wereld, ergo de wereld te zijn, en tegelijkertijd er los van te staan.

Ergo, ik hou van (on)mogelijkheden, een geniale uitspraak in dit verband is: en ik wist door een keus verloren / elk ander verlokkelijk bestaan. Afwezigheid is ronduit sublimatie. Leegte is bruisende potentie.



www.markiske.tk is in handen van Mark Iske en bevat zowel dit als dat, en is groener dan groen door te bestaan uit 100% gerecyclede electronen.