INRICHTING
Voedsel                                                                               

Het soort voedsel wat de vissen moeten krijgen, hangt per vissoort af. Veel vissen doen het goed op vlok/droogvoer, afgewisseld met zo nu en dan wat levend voer als watervlooien. Tubiflex moet met mate worden gevoerd, daar te veel gevoerde tubiflex razendsnel in de bodem verdwijnt. Ook kunnen ze ziektes overbrengen naar de vissen, daar ze van nature in vervuild water leven, zoals rioolslib.

De bodemvissen moeten hun eigen voer krijgen. Dit zijn ‘schijfjes’ die naar de bodem zakken. Er zijn verschillende soorten van dit soort voer in omloop. Op de fotopagina vindt u enkele van deze voeders.

Voeren in het algemeen moet met mate gebeuren. Om de dag voeren is voldoende en niet meer dan de vissen in enkele minuten op kunnen. De beste tijdstip is tegen het einde van de middag. De vissen kunnen na het eten bijkomen van het eten alvorens de verlichting wordt uitgeschakeld.