Verslag van een rondreis door Kenya

Deel 2

Naar Terug naar Homepage Naar pagina met links

Naar
fotopagina Naar Info over Kenya Naar gastenboek

INHOUDSOPGAVE DEEL 2


  • DAG 13

  • DAG 14

  • DAG 15

  • DAG 16

  • DAG 17

  • DAG 18

  • DAG 19

  • DAG 20

  • DAG 21

  • DAG 22

  • DAG 23

  • 13e Dag,


    om kwart voor zes moeten we al weer aantreden. De nijlpaarden hebben ons, en ook de andere tenten, vannacht mis gehouden en zijn het kamp aan de noordkant gepasseerd. We hebben ze wel gehoord maar gelukkig niet gezien want dan hadden we het waarschijnlijk niet overleefd. Na het ontbijt met toast en jam vertrekken we om half acht richting Masai Mara. Ria neemt nog even afscheid van het schildpad en dan kunnen we. De weg die we moeten rijden is voor een groot gedeelte te vergelijken met een zandpad wat is aangelegd om Koni schokbrekers te testen. Alleen is deze testbaan wel een hele lange, zo'n vijftig kilometer. De mensen achterin hebben weer spontaan een abortus. We maken een stop in Nakuru en drinken weer koffie in dezelfde zaak waar we eerder ook al waren, een voormalig Engels koffiehuis. We eten er een soort appelflap bij, een van onze reisgenoten noemt dit een Nonnenvod. Maar ja hij komt tenslotte dan ook uit een ander deel van Nederland. Na nog wat ansichten te hebben gekocht gaat de reis weer verder. Het is weer behoorlijk heet vandaag met het zonnetje in de bus en toch wel een vermoeiend weekje achter de rug valt iedereen in de bus in slaap, behalve onze chauffeur Simon. Na een uur of twee komen we aan in Narok waar we kunnen lunchen en indien nodig geld wisselen. We lunchen in een voormalig Engelse lunchroom waar de vergane glorie van die tijd nog goed te zien is. De obers lopen in de pakjes die al wel een groot aantal scheuren vertonen. Maar de Engelsen zijn dan ook al zo'n drieëndertig jaar weg. De prijzen zijn echter nog wel op Engelse begrippen gestoeld en veel Kenyanen zie je er dan ook niet. Arie neemt een curry gerecht met echte frietjes en Ria en nog een aantal nemen een soort vlammetje met frietjes. De frieten zijn van Belgische kwaliteit en we wisten al bijna niet meer hoe lekker dat was. Na de lunch lopen we nog even door Narok en we merken ook hier weer dat we flink bekeken worden. Ook valt op dat we inmiddels in Masai gebied zijn, de kleding van de meeste mensen bestaat uit de bekende rode kleden en ook de oren, die hier nog verder uitgescheurd lijken, vallen op. De bus is geparkeerd bij een tankstation annex souvenirshop en Ria bestelt een armband van groene kralen die we op de terugweg uit Masai Mara kunnen ophalen. Verder kopen we nog een tweetal houten Masai koppen die we in de wacht slepen voor ongeveer 1/8 van de vraagprijs en nog een zeepstenen beeldje gratis. Handelen dus. Als inmiddels ook de rest van de groep gearriveerd is rijden we verder richting het park Masai Mara. De weg wordt hier weer steeds slechter maar we beginnen al snel zebra's, giraffen, wildebeesten en andere antilopen tegen te komen. Deze dieren trekken zich dus niks aan van de parkgrenzen en gaan en staan waar ze willen. Mooie plaatjes dus al voordat we in het park zijn. Om half zes arriveren we op de campsite die door Djoser is "gekocht" van de Masai. Deze plek wordt dus door hen onderhouden en als er geen gasten zijn mogen zij de bron die geboord is gebruiken. Na het opzetten van de tent, in een recordtijd van vijf minuten, kunnen we nog even genieten van het schitterende uitzicht over de vlakte en het Masai dorp. Om stil van te worden. De stemming in de groep is gelukkig weer wat opgeknapt na het gezeur van gisteren. Iedereen praat weer met iedereen alsof er niets gebeurd is. Het dreigt inmiddels te gaan onweren en de tenten worden extra goed vast gezet. In de verte zien we het al lichten. We eten aardappelpuree met een kotelet en een soort spinazie en fruitsalade na. Inge vertelt het programma voor de komende dagen en waarschuwt ook dat de twee bewakers, die geen woord Engels spreken, als het donker is en je uit je tent komt zullen achtervolgen als een schaduw. Rustig plassen is er dus niet meer bij. Het zal wel voor je eigen bestwil zijn met al die beesten in de buurt. Al kun je je afvragen wat ze kunnen doen met pijl en boog tegen een stel olifanten op doorreis. Hard weglopen waarschijnlijk. Inge vertelt ook dat ze wel eens in haar tentje bijna is platgedrukt toen een olifant de boom wilde eten waar zij met haar tentje voor stond. Later bleek dat er niet één maar een stuk of acht olifanten rondom haar tentje hadden gestaan. Ook heeft een groepje Fransen het een keer aan de stok gehad met een viertal leeuwinnen, die waarschijnlijk door de droogte geen ander voedsel konden vinden, en het dan ook wel heel erg interessant vonden om door het kamp te blijven lopen. Ze hebben dan ook maar in de bus geslapen. Als we 's avonds nog wat drinken is het echt aardedonker en Ria verliest nog een weddenschap met Robert omdat zij had gezegd dat het voor tien uur zou gaan regenen. Om tien over tien begint het te miezeren maar de onweer trekt voorbij. In de verte beginnen de hyena's hun nachtelijke concert en om half elf gaan we dan ook maar weer slapen




    14e Dag,


    Vandaag om kwart over zes op. Ria heeft niet zo best geslapen omdat ze eigenlijk hoge nood had maar er vanwege de bewakers niet uit wilde gaan. We blijven hier nog een nacht dus de tent kan blijven staan. Na het ontbijt met toast en ei gaan we om zeven uur op pad om onze eerste gamedrive te maken door het park. Na de gebruikelijke plichtplegingen bij de ingang van het park rijden we het eerste uur vrijwel zonder ook maar wild te zien, uitgezonderd de antilopen maar daar zijn we al weer aan gewend. Dit park is echter wel zo groot als Nederland en het wild verspreidt zich natuurlijk dagelijks over dit gebied en ook nog eens buiten het park. Na een uurtje begint het wild zich te vertonen en zien we hele grote groepen Impala's, giraffen en gazellen. Plotseling ziet Inge iets katachtigs en als we wat dichterbij komen is het een luipaard wat aan de wandel is. Als we er nog wat dichterbij willen rijden kruisen we een busje wat zich vast heeft gereden in een greppel. We trekken hem met onze bus eerst eruit voordat we verder rijden. We moeten nu weer even zoeken waar de cheetah heen is gegaan maar als we hem weergevonden hebben naderen we hem tot op zo'n drie meter afstand en hopen dat de foto's gelukt zijn. Verderop zien we nog een flinke groep olifanten en een stel kroonkraanvogels en weer grote groepen Tomson gazellen. Omdat het nu de heetste deel van de dag is en de meeste dieren een middagdutje doen gaan we terug naar het kamp om te brunchen. Joerica blijkt jarig te zij en trakteert op eerder stiekem gekochte cakejes en Nescafe koffie. Ze is vandaag 51 geworden. Na de lunch gaan we met onze bewakers van het kamp een wandeling maken van een uurtje door de omgeving. Tijdens deze wandeling merkt één van de bewakers een groepje olifanten op die tegen een berghelling tussen de bosjes staan. Je ziet eigenlijk alleen hun oren wapperen als verkoeling maar de bewakers hadden ze toch maar mooi opgemerkt. Als we verder lopen zien de andere bewaker nog een slang "wegglijden" en als hij wijst zie ik het ook nog. Het is volgens mij een zwart exemplaar van een meter of twee maar volgens anderen grijs en een metertje lang. Na terugkomst in het kamp kunnen we nog een uurtje luieren voordat we op de "late middag" game drive gaan. Als we weer in het park aankomen rijden we eerst een uurtje rond zonder eigenlijk een beest te zien. Even later zien we groep van zeker twintig olifanten met een aantal jongen en is onze dag al weer goed. Maar plotseling zien we een aantal busjes bij elkaar staan en we besluiten daar ook maar een kijkje te nemen al vinden we het eigenlijk niet leuk zoveel busjes rondom de dieren. Bij de plek aangekomen blijkt er een cheetah te zitten met een viertal jongen. Dit schouwspel hadden we niet willen missen zo schitterend. De moeder houdt de beestjes goed in de gaten en let eigenlijk nauwelijks op de busjes die op zo'n vijftien meter afstand staan. Inge is toch al best vaak in Kenya geweest maar heeft ook nog nooit een cheetah met jongen gezien. Als we verder rijden ziet iemand een regenboog aan de hemel verschijnen en wijst ook Inge op dat feit. Als Inge met haar verrekijker de hemel aftuurt ziet ze plotseling iets dat op leeuwen lijkt. Simon rijdt in de bedoelde richting en ja hoor een groepje leeuwen. Ze liggen heerlijk te zonnen en verveeld voor zich uit te kijken. Het is een groep van zes en zo te zien zijn het twee volwassen vrouwtjes met vier jongen waarvan we nog niet kunnen zien of het mannetjes of vrouwtjes zijn. Ze blijven rustig liggen alsof ze aan het poseren zijn. Als er meer busjes het in de gaten krijgen dat er iets te zien is vertrekken rijden we weer verder. Het begint nu al weer donker te worden en we moeten eigenlijk al om half zeven het park uit zijn en het is al bijna kwart over zes en nog minstens drie kwartier rijden. Opschieten dus. Even later zien we nog een drietal jakhalzen die op oorlogspad zijn. Ook stoppen we nog even om vanuit de bus een foto te maken van de ondergaande zon. Bij de poort krijgen we op onze kop omdat we zo laat zijn maar we krijgen geen bekeuring. We rijden nu snel door naar het kamp en ik dacht al gehoord te hebben dat er iets mis was met de bus en inderdaad blijkt er een achterband lek te zijn. Gelukkig is het een bus met dubbele achterwielen en konden we dus gewoon doorrijden. Aangekomen in het kamp zien we het in de verte al regenen en het duurt niet lang of het begint hevig te stormen en enorm te regenen. Wij zijn op dat moment in de tent en kunnen met ons hele hebben en houden de tent op de grond en droog houden. Ria dweilt en ik zorg ervoor dat de tent op de grond blijft. Het noodweer duurt al met al een half uurtje maar dat is genoeg om te tenten van de meeste mensen die niet in de tent aanwezig waren tot een soort zwembad om te toveren. De slaapzakken worden uitgewrongen en zo goed en kwaad als het kan bij het kampvuur gedroogd. Na het eten blijkt dat niet iedereen vannacht in hun tent kan slapen en ze zullen dus de nacht in de bus moeten doorbrengen. Het diner bestaat uit kip met rijst en ananas na en Joerica heeft voor wijn gezorgd. Ook heeft ze aan de sfeer gedacht en een twaalftal kaarsen op tafel gezet. Gezellige sfeer en apart zo midden in de bush. Na het eten discussieren we nog over een aantal dingen en om half elf gaan we plat. We hoeven morgen pas om zeven uur op omdat de chauffeurs eerst nog de band moeten wisselen en daar moet het wel licht voor zijn.




    15e Dag,


    Valentijnsdag maar geen cadeautje voor Ria. Vergeten. Sorry hoor, volgend jaar beter. Ria wordt wakker met de geur van pannekoeken in haar neus en dat vindt ze helemaal niet erg. Ze is er dan ook erg snel uit. Na het ontbijt vertrekken we om acht uur voor een grote game drive van circa zes uur. We blijven vandaag weer op deze plek dus we kunnen de tent lekker laten staan. We zien weer allerlei antilopen en veel olifanten maar een mannetjes leeuw en een zwarte neushoorn kunnen we helaas niet vinden. Na een flinke poos rijden komen we aan bij de hippo pool. Dit is een gedeelte van de rivier de Mara. Deze rivier vormt de grens tussen Tanzania en Kenya en is vooral bekend omdat de gnoes er tijdens de grote trek vanuit de Serengati naar Masai Mara deze rivier moeten oversteken. In de tijd dat ze dit doen is de rivier over het algemeen niet zo rustig als nu en er sterven dan ook een hoop dieren tijdens de oversteek. Ook de krokodillen pakken een gnoetje mee. Maar op dit moment is de rivier een rustig stromend watertje waarin een flink aantal nijlpaarden aan het badderen zijn. Deze beesten zijn erg leuk om te zien al blijven ze dan de gehele dag voor het grootste gedeelte onder water. Ze komen 's avonds pas uit het water om te grazen. Overdag is het te heet en daar kunnen nijlpaarden niet tegen omdat ze geen water maar bloed zweten. Ze eten per stuk zo'n zestig kilo gras per dag en de poep die ze daar van produceren wordt door middel van de staart in de rondte geslingerd als territorium afbakening. De kanten waar wij op lopen zijn bezaaid met poep en een dikke Duitser, ja het zal niet waar zijn, valt bijna met videocamera en al in de rivier. Hij zou een flinke hap zijn voor de krokodillen die dan ongetwijfeld zouden opduiken. Maar hij heeft geluk en alleen zijn broek en benen zullen een beetje naar poep hebben geroken. Naar de nijlpaarden zouden we echt uren kunnen kijken maar na een uurtje en twee glazen ranja verder wordt het tijd om verder te gaan. Er zijn nog steeds mensen die denken dat ze in de dierentuin zijn want een aapje wat rondscharrelt wordt bijna gevoerd met meegebrachte kaakjes. Gelukkig kunnen we het nog net voorkomen. OP de terugweg zit Ria een beetje te dutten maar als er geroepen wordt dat er een leeuw in beeld is schrikt ze toch wakker. Maar het blijkt een rotsblok te zijn, ze zien ook alles voor een leeuw aan. Om twee uur zijn we weer terug in het kamp en hebben we weer een heerlijke lunch met brood, kaas, ham, bananen en ranja. Na de lunch nog even een uurtje vrij en Ria gaat nog maar even een klein wasje uitspoelen en schrijven. Het is inmiddels trouwens weer bloedheet geworden. Om vier vertrekken we te voet naar het Masai dorp om, tegen betaling, een kijkje te nemen en foto's te maken. De Masai zijn inmiddels behoorlijk commercieel geworden en dat is onder andere te zien aan de reeds uitgestalde souvenirs als we het dorp betreden. Eerst beginnen de mannen van het dorp te zingen en vanuit stand zo hoog mogelijk op te springen. Dit is iets waar de Masai bekend om staan. De hoogte die ze springen valt een beetje tegen al moet ik bekennen dat ik het niet zou kunnen. Wat opvalt is dat hun benen geen kuiten hebben en vrijwel overal even dik zijn. Na de mannen doen ook de vrouwen nog even duit in het zakje door een nummertje te zingen en te dansen. We krijgen daarna een rondleiding door het dorp en onze gids vertelt dat de kraal is omgeven door prikkelbosjes om te zorgen dat er geen koeien worden gestolen door roofdieren maar ook andere stammen schijnen er een sport van te maken om koeien te stelen. Elke man in het dorp heeft zijn eigen ingang in de omheining. Ook kunnen we een kijkje nemen in één van de hutten. In de hut, die gemaakt is van takken met daar over heen een cement van mest en klei, is plaats voor de gehele familie in één ruimt die dienst doet als slaapkamer en tevens als keuken. Naast de ingang is nog een klein gangetje waarin het hele jonge vee de nacht doorbrengt. Gezellig en zonder afzuigkap ruik je tenminste wat je eet. De mannen mogen alle vrouwen uit hun leeftijdsgroep "gebruiken" en zijn er soms wel met acht getrouwd. Na de rondleiding is het dan tijd geworden om de souvenirs te bekijken en een aantal mensen koopt ook daadwerkelijk iets, ook al hebben ze volgens ons al heel veel andere dingen gekocht. Maar dat moeten ze natuurlijk zelf weten. Terug gekomen in het kamp zien we het in de verte al regenen en het duurt niet lang of het begint hevig te stormen en enorm te regenen. Wij zijn op dat moment in de tent en kunnen met ons hele hebben en houden de tent op de grond en droog houden. Ria dweilt en ik zorg ervoor dat de tent op de grond blijft. Het noodweer duurt al met al een half uurtje maar dat is genoeg om te tenten van de meeste mensen die niet in de tent aanwezig waren tot een soort zwembad om te toveren. De slaapzakken worden uitgewrongen en zo goed en kwaad als het kan bij het kampvuur gedroogd. Astrid en Ellis zijn er met hun tent het ergst aan toe, alles is echt zeiknat. Ook bij Yvon is alles nat want in haar tent hadden al eerder de bavianen een gat gescheurd. Door dat iedereen aan het lopen en organiseren is verloopt het eten heel rommelig. Na het eten blijkt dat niet iedereen vannacht in hun tent kan slapen en ze zullen dus de nacht in de bus moeten doorbrengen. Ook de koks hebben het niet droog gehouden en slapen dus in de bus. Nadat iedereen onderdak is en we wijntje voor de schrik hebben gedronken gaan we om tien uur plat. In de verte rommelt het nog steeds en het is te hopen dat de regen vannacht weg blijft.




    16e dag,


    Het weer heeft zich vannacht kalm gedragen en er is geen wolkje meer aan de lucht. De dieren hebben zich waarschijnlijk ook schuil gehouden want het was vannacht opmerkelijk stil. We werden al om half vijf gewekt en om het zo gezellig mogelijk te houden is er afgesproken om zo min mogelijk met elkaar te praten op dit vroege uur. Om kwart voor zes zijn alle natte spullen weer ingeladen en vertrekken we richting Narok. Door de regen van gisteren zijn de wegen veranderd in een modderpoel en we vorderen maar langzaam. Simon stopt af en toe om poolshoogte nemen van de situatie en één keer lijkt het er op dat we vast komen te zitten. Maar het gaat net goed en om half negen bereiken we Narok. We drinken koffie en de bestelde armbanden worden afgehaald. Weer doet de plaatselijke souvenirsshop goede zaken al is het dan nog erg vroeg. Sommige hebben spullen uit hun bagage gehouden die als ruilhandel kunnen dienen voor souvenirs. Wij kopen nog een tweetal houten maskers en krijgen er gratis een zeepstenen kikker bij voor één van onze kennissen die gek is van kikkers. We leren dus al aardig onderhandelen. Een ander lid van de groep is aan het bieden op een tweetal beeldjes die wij op de heenreis gekocht hebben voor 900 shilling. Ze heeft inmiddels al 1700 shilling geboden en ik wijs er op dat wij maar 900 hebben betaald. Ze breekt het bieden af en als ze na een kwartier weer terug gaat betaald ze ook 900 shilling. Nadat we een uurtje rijden schrikt de hele bus wakker van een enorme klap tegen de bus. We blijken een struisvogel te hebben aangereden die op slag dood is. Het beest stak over en terwijl het achter een busje aan de overkant was draaide hij zich om en wilde terug, onze chauffeur kon dat uiteraard niet zien en reed het beest dus aan. De bus is flink beschadigd, de voorruit is uit de sponning en een flinke deuk ter hoogte van de koplamp. Gelukkig voor ons is het beest niet door de voorruit naar binnen gekomen want dan was het leed niet te overzien geweest. Op het moment dat het gebeurde sliep Ria net even niet en stond net overeind om haar lange broek te verwisselen voor een korte en zag het dus gebeuren. De schrik zit er dan ook goed in.We rijden nu weer verder en stoppen onderweg bij een vieuwpoint op 2140 meter. We hebben nu een schitterend uitzicht over de Kerio vallei en de prijs van het uitzicht zit blijkbaar verwerkt in de prijs van de drankjes. De prijs is voor Kenyase begrippen belachelijk hoog maar je hebt hier verder niets dus nemen we het maar voor lief.
    De wegen worden nu weer wat beter omdat we in de buurt van Nairobi komen. In Nairobi moet Inge het één en ander regelen voor de volgende groep en de bus moet nagekeken worden of we er mee verder kunnen of dat de reserve bus moet worden opgehaald. Na een tijdje vertrekken we weer uit Nairobi richting onze laatste kampeerplaats in Nananga, vlakbij Amboseli National Park en dicht bij de Tanzaniaanse grens.Onderweg zien we nog de gevolgen van een ongeluk van een vrachtwagen die een aanrijding heeft gehad met een langs de weg loslopende ezel. De vrachtwagen is op z'n kant in de berm terechtgekomen en de ezel heeft het niet overleefd. Een enorme ravage is het gevolg. Na enkele uren rijden komen we aan op onze camp-site. Deze is behoorlijk luxe en de aanwezige douches worden veelvuldig gebruikt. Na




    17e Dag,


    Vandaag uitgeslapen tot half acht. Gisteravond konden we moeilijk in slaap komen en ook was het nogal rumoerig. Ook was er nog een geluid wat erg op een autoalarm leek. Het was een constant gepiep maar we weten niet welk dier hiervoor verantwoordelijk was. Ook de mensen die in de bar werkten wisten niet welk dier het was. De meningen liepen uiteen van een vogel tot een vleermuizensoort. Hier werden we ook niet wijzer van. Maar een irritant geluid was het wel. Het ontbijt is vandaag weer lekker Engels, gebakken spek met scrambled eggs en boterhammen met jam. Ook maken we een lunchpakket voor tussen de middag omdat we vandaag in Amboseli Park zullen lunchen. Om acht uur rijden we weg. Het is niet zo ver qua kilometers maar doordat de weg erg slecht en zeer hobbelig is doen we er ongeveer twee uur over om in Amboseli te komen. Onderweg stoppen we eerst nog om een blik op de Kilamanjaro te krijgen maar deze zit, zo als 90% van de tijd, in de wolken verscholen. Met het oog is er nog wel wat van te zien maar op de foto's zie je er, na later blijkt, helemaal niets van. Als we Amboseli naderen steken we een enorme zandvlakte over die deel uit maakt van het, nu droge, meer. Echter het is al lang geleden dat hier water heeft gestaan. Als we even stoppen om over de vlakte te turen zien we een prachtige fata morgana. Een heel raar gezicht en je ziet zelfs de bomen die "spiegelen" in het water. De foto's zijn later aardig gelukt en je kunt dit verschijnsel blijkbaar toch op de foto zetten. Aangekomen bij de ingang van het park krijgen we weer de gebruikelijke rituelen met stempels en dergelijke en onze bus wordt weer bestormd door een vijftiental vrouwen die hun souvenirs aanprijzen. Na een klein half uurtje is de ceremonie van inchecken weer voorbij en worden er nog snel een aantal deals met de verkoopsters gesloten. Amboseli is een park wat vooral bekend staat om z'n vele olifanten. Katachtigen zijn er niet veel omdat de vlaktes te open zijn om goed te kunnen jagen. Vooral de olifanten veroorzaken veel schade doordat ze de weinige bomen die er nog zijn als voedsel gebruiken en als ze klaar zijn met eten de boom gelijk met de grond gemaakt is. De omgeving zal dus ook langzaam veranderen in een woestijnachtig gebied waar de dieren steeds verder op pad moeten om eten en water te zoeken. Dwars door het gebied heen lopen een aantal groene "aders". Dit zijn plekken waar het smeltwater van de Kilamanjaro door de bodem omhoog komt. Dit zijn prachtige plekken en rijdend langs deze plekken zien we dan ook allerlei schitterende vogels. Olifanten staan tot hun middel in deze riviertjes en doen zich ook tegoed aan de waterplanten. Verder zien we nog veel zebra's en gnoes die zich allemaal in de buurt van het water ophouden. Om een uur of twaalf rijden we naar een soort uitkijkpost op een heuvel om te lunchen. In de uitkijkpost bevinden zich een tweetal militairen die van uit hier de grens met Tanzania in de gaten houden. Het gebeurt nog wel eens dat stropers over de grens komen om hun slag te slaan. Ze zitten hier behoorlijk afgelegen en een deel van de groep deelt uit medelijden hun boterhammen en limonade met hun. Het is op de heuvel verziedend heet en we zoeken dan ook bescherming achter en onder de houten uitkijktoren. Beneden zien we in het water de olifanten en ook nijlpaarden heerlijk badderen en we zijn behoorlijk jaloers. Als we weer weg gaan worden we beneden bij de bus verwelkomd door een flinke baviaan die denkt ook nog een graantje mee te pikken van onze lunch. Het is wel vreemd dat hij helemaal alleen is terwijl ze toch normaal gesproken in groepen leven. We rijden nu verder door het park richting een lodge waar Inge zal proberen om te regelen dat we gebruik mogen maken van het zwembad. Tijdens deze rit zien we nog veel olifanten en gnoes en allerlei soorten hertachtigen. Aangekomen bij de lodge heeft Inge het snel voor elkaar en als we per persoon zo'n vijf gulden betalen kunnen we een poosje badderen in het prachtige zwembad. Deze lodge die midden in het park ligt is werkelijk van alle gemakken voorzien en de drankjes zijn steen en steen koud. Wat een luxe. Als we de prijs van Inge vernemen die je betaald om hier te mogen vertoeven besluiten we toch maar om hier niet meer terug te komen. Je bent met z'n tweeën 500 gulden per nacht kwijt en dan blijkt dit nog zo'n beetje de goedkoopste lodge te zijn. Bij het zwembad lopen dan ook vooral dikke Amerikanen. Als we weer vertrekken bij de Lodge zien we in de verte steeds meer dieren die in grote groepen op de vlucht zijn. Als we na een kwartier in een zandstorm terecht komen weten we ook meteen waarom ze dit doen. We zien werkelijk geen hand meer voor ogen en de chauffeur moet regelmatig stoppen omdat hij niet meer kan zien waar we rijden. Het stof komt werkelijk overal doorheen en we bedekken onze gezichten met de natte handdoeken om te voorkomen dat we te veel stof binnenkrijgen. Binnen no-time zien we er dan ook weer smerig uit en zijn we voor niets wezen zwemmen. Na verloop van tijd wordt de zandstorm minder maar inmiddels is de lucht wel heel erg donker geworden en het begint dan ook al snel te regenen. Regenen is misschien niet het goede woord en is wolkbreuk meer van pas. Binnen no-time verandert de zandvlakte in een gebied waar waterstroompjes hun weg zoeken naar lagergelegen gebieden. Op sommige plekken is de weg het laagst gelegen en de de weg verandert al snel in een soort rivier waarin we een paar keer bijna vast komen te zitten. De bodem is door de grote droogte erg hard geworden en het water zakt dan ook niet meer in de bodem. Ook de ontbossing speelt hierbij een rol. Na een hobbelige rit van ongeveer anderhalf uur komen we weer terug bij de teneten. Het is inmiddels gestopt met regenen en de koks hebben gelukkig de tenten dichtgedaan die nog open stonden. Astrid heeft haar voet verzwikt over een tentharing en kan bijna niet meer lopen. Ze wordt dan ook om de beurt rondgedragen door de mannen van de groep. Ze geniet zichtbaar van deze aandacht. De verpleegsters van de groep wikkelen er een stevig verband om en weten zelfs nog wat ijs te bemachtigen om de zwelling tegen te gaan. Een bezoek aan een hospitaal zou niet overbodig zijn voor een foto maar daar moet je in Kenya toch wel een dag voor uit trekken en die tijd hebben we niet. Astrid wordt dus de hele tijd dan ook maar rondgesjouwd. Als we om tien uur gaan slapen is het al weer een poosje droog en de tent is allen een beetje klam geworden. Dit zal onze laatste nacht in de tent worden. Morgen gaan we met de bus naar Nairobi en van daar uit met de trein naar Mombasa. Welterusten.




    18e dag,


    Om zeven uur worden we wakker maar we hoeven pas om negen uur te ontbijten. Het weer is opgeknapt en van de regen van gisteren is niets meer te bekennen. We keuvelen wat en pakken de spullen weer opnieuw in. Arie z'n buikloop is weer redelijk onder controle al zegt hij nog last te hebben van een soort vulkaan die op het punt staat uit te barsten. De rest van de groep is nu ook besmet met de "vulkaanziekte" en de potjes Norit en de capsules gaan nu van hand tot hand. Toch nog een soort saamhorigheid in de groep dus. Na de spullen ingepakt te hebben rijden we via de Ngong Hills richting Nairobi en maken nog een tussenstop bij het huis van Karen Blixen waar de film Out of Africa is opgenomen. Het huis is schitterend gelegen in een prachtige Engelse tuin en is nu een museum. De streek waar Karen woonde is door haar geholpen met het opzetten van allerlei projecten zoals het organiseren van de gezondheidszorg. In de streek wordt zij dan ook zeer gewaardeerd en zijn vele straten en gebouwen naar vernoemd. We drinken nog wat in een oude Engelse thearoom met een schitterende tuin. De kaart geeft aan dat er verschillende soorten gebak te krijgen zijn maar alles blijkt "op te zijn " of er is er nog één van. Ook laat de koffie erg lang op zich wachten en het afrekenen is een drama op zich en de zakjapanner is nodig om 2 + 2 uit te rekenen. Maar goed, niet zeuren en blij kijken. Het regent tussendoor nog even tropisch maar daar hebben we nu niet echt last van omdat de wegen nabij Nairobi veelal geasfalteerd zijn. In Nairobi rijden we met de bus naar het treinstation waar we spullen van de bus afladen en ons verzamelen op het perron. Alle spullen goed in de gaten houden want bij de ingang van het station verschijnen allerlei lieden die wel even willen helpen met sjouwen, maar dan waarschijnlijk de verkeerde kant op. We hebben nog even de tijd om door Nairobi te lopen maar daar bedanken we voor door onze eerdere opgedane ervaringen in deze stad. We drinken nog wat en Inge gaat naar de stationschef om de kaartjes af te halen en zo goed mogelijke tijden te regelen om te eten in de trein. De indeling van de wagons wordt opgehangen en we hebben treinstel 2309, coupe D. Dat is bijna aan het eind van de trein en we moeten dus een eind lopen met onze bagage. Astrid wordt door een tweetal kruiers op een steekwagen geladen en zo naar de trein gebracht en ze geniet weer zichtbaar van al deze aandacht. Wij slapen met Theo en Robert in een coupe en Ria en ik nemen de onderste bedden zodat hun boven slapen. De treinen zien er nog goed uit al stammen ze nog uit de tijd van de Engelsen. De bedden zijn aardig breed en in de coupes is een kraantje, licht en een soort luchtverversingsventilator. Al met al dus best wel luxe. Om een uur of acht komt er een mannetje met een soort xylofoon door de trein die de eerste groep oproept om te komen dineren. Het dineren gebeurt in drie groepen. Wij behoren tot de eerste groep en lopen dus al waggelend door de rijdende trein naar de restauratie. Hier worden we opgewacht door een stuk of tien obers die door hun witte pakken nog zwarter lijken dan dat ze in werkelijkheid zijn. We nemen plaats aan een tafeltje van vier en de ossestaartsoep wordt opgediend. Dit gebeurt heel behendig en zonder spetteren ondanks dat de trein behoorlijk schommelt. Een kunst apart dus. Een lekker soepje en daarna kunnen we kiezen uit een drietal hoofdgerechten en we kiezen een vegetarische schotel met rijst, ook al omdat we onze darmen wat rust willen geven. De vegetarische schotel is lekker alleen zijn ze wel een beetje uitgeschoten met de kruiden. De tafels zijn keurig gedekt en er staat zelfs een bloemetje op tafel en er is zo hier en daar nog wat zilveren bestek. De tafelkleden zijn nog keurig wit maar al wel een keer of honderd gerepareerd, vergane glorie dus. Als toetje krijgen we een soort broodpap. Na het eten gaan we terug naar de coupe en is het de beurt aan Theo en Robert om te gaan eten en houden wij de spullen in de gaten. De trein is best wel lang en als we door de bochten rijden heb je een mooi overzicht over de lengte van de trein. De trein heeft ook nog een zogenaamde derde klas en deze bevindt zich aan het einde van de trein. In deze klasse zijn geen coupes maar daar worden de mensen gewoon ingepropt. Bij het instappen in Nairobi hebben we gezien dat deze mensen ook nog eens vol bepakt en gezakt in de trein stapten. Levende kippen en ganzen die aangeschaft waren op de markt in Nairobi werden ook meegenomen. De derde klas van de trein past niet meer in het station en de mensen moesten dus van het perron af en lopen via de rails naar de trein. Om een uur of elf gaan we proberen te slapen. De trein rijdt langzaam en wiegt zachtjes heen en weer dus dat zal wel lukken. Theo en Robert snurken zo beetje om de beurt en Ria trekt dus maar het laken over het hoofd om te kunnen slapen. Welterusten.




    19e Dag,


    Vannacht redelijk goed geslapen, al hoewel we een paar wakker zijn geweest van het gesnurk en ook op een gegeven moment van de regen die door het raam naar binnen kwam. Het raam was een beetje scheef waardoor het niet helemaal dicht kon, vandaar. Ook was Robert inmiddels bevangen met het "race" virus en vannacht heeft hij een paar keer geoefend. Om zeven uur komt de man met de xylofoon weer langs en we lopen meteen maar naar de restauratie om te ontbijten. Er blijken meer mensen vroeg op en we moeten even wachten voor we aan de beurt zijn. Het ontbijt bestaat uit toast en jam, een worstje en scrambled eggs en ook nog thee die getrokken is van teer. Zo sterk hebben we de thee nog nooit gedronken. Bij ons aan tafel zit een Pools echtpaar. Er zijn dus ook wel Polen die dit soort reizen kunnen maken. Ze hebben ook nog kennissen in Nederland en zijn al zo'n beetje de hele wereld rondgereisd. Ze zien er niet als rijke lui uit maar dat zegt dus blijkbaar ook niets. Naast ons zitten nog twee Nederlandse meisjes die als ze horen dat wij uit Nederland komen een gesprek aanknopen. Zij zijn op eigen gelegenheid aan het rondreizen door Kenya maar komen na iedere excursie of safari weer terug in hun hotel in Nairobi. Dit vraagt natuurlijk veel tijd en ze zullen zeker niet goedkoper uit zijn dan wij en hebben dan waarschijnlijk nog minder gezien ook. Na het ontbijt gaan we terug naar de coupé. Langs de spoorbaan zien we tientallen kinderen die op de 2 maal daagse trein staan te wachten in de hoop dat er nog wat snoepjes uit de trein worden gegooid. Ze zwaaien dan ook dat het lust is en rennen soms een heel stuk met de trein mee. De kleding die ze aan hebben is vaak kapot en ze lopen ook weer op blote pootjes. Om half tien rijden we Mombasa binnen. Het weer is na de regen van vannacht tot nu toe een beetje bedompt gebleven maar het is al wel benauwd. Op het station ook weer de gebruikelijke drukke taferelen van kruiers die een vrachtje zoeken maar we zijn daar inmiddels wel een beetje aan gewend. Op de parkeerplaats bij het station staat een busje op ons te wachten om ons naar Tiwi Beach te brengen. Door Mombasa rijdend valt ons op dat hier meer straathandel is dan bijvoorbeeld in Nairobi. Overal zijn kraampjes en mensen met handkarren vol met handelswaar. Mombasa ligt op een schiereiland en om naar Tiwi Beach te komen moeten we met een veerpont een rivier oversteken. Inge besluit om dit lopend te doen om een beetje feeling te krijgen met hoe anders het is met de veiligheid in Kenya dan in Nederland. Je moet je voorstellen dat er teveel haringen zijn dan er plaatsen zijn in de ton. De veerboot is dan ook afgeladen met veel te veel mensen en voordat je de boot betreed staan er dan ook borden dat je er niet mag fotograferen en er wordt ook streng op gecontroleerd. De overtocht is slechts een goeie honderd meter en gratis! Inge heeft ons wel gewaarschuwd om bij elkaar te blijven en alle waardevolle spullen in de bus te laten. Ook hier zijn de zakkenrollers zeer actief. Aan de overzijde zoeken we, een ervaring rijker, onze bus weer op en vervolgen onze weg. Na een klein half uurtje rijden verlaten we de asfaltweg en rijden over een smal zandpad richting onze bungalows aan het strand. Volgens Inge is de plaatselijke bevolking die we onderweg zien behoorlijk vijandig omdat ze worden verdreven door de rijke Kenyanen die aan de kust hotels bouwen en de mensen dus wegjagen van hun land. We kunnen ons dan ook de vijandigheid jegens ons dan ook wel begrijpen al zijn we er dan natuurlijk niet blij mee. Bij aankomst moeten we een uurtje wachten omdat de appartementen nog niet schoon gemaakt zijn en we krijgen van Inge een koel drankje aangeboden. De appartementen zijn geschakeld gebouwd en per twee huisjes is er dan één badkamer en toilet. Wij delen deze faciliteiten met Joke en Sjaak. De huisjes zien er verder eenvoudig maar compleet genoeg uit en vergeleken met de safari is dit natuurlijk een luxe. Verder is er op het complex nog een klein zwembadje aanwezig waar gretig door een ieder gebruik van gemaakt wordt. Inge raad ons af om ons te ver van het kamp te wagen en dit zeker niet in het donker te doen omdat zij onze veiligheid niet kan garanderen en er in het verleden al eens mensen behoorlijk zijn mishandeld en geluk hadden het er levend vanaf te brengen. Een mensenleven is in Afrika niet zo veel waard als bij ons en men draait je nek al zeer snel om als je weigert je waardevolle spullen af te geven. We besluiten dan ook maar om zo veel mogelijk lekker te luieren en niet te ver het strand op te gaan. De kust hier is gelegen op een rif wat bij laag water droog valt en op het strand ontstaan dan een aantal poelen waarin prachtige vissen en zeesterren achterblijven. Sommige poelen zijn zo groot en diep dat je er zelfs in kunt snorkelen. Al met al een prachtig gezicht. We gaan lekker luieren bij het zwembad en Ria beklaagt zich bij mij over het feit dat ze hier geen lekkere dingen verkopen om te snoepen. We wassen onze haren bij de douche van het zwembad en dat blijkt wel nodig te zijn want het verkleurt zelfs een beetje. Voor vanavond hebben we bij de receptie, op verzoek van Inge, alvast doorgegeven wat we vanavond willen eten en we verheugen ons nu al op de bestelde vis en salade. Als we met z'n allen gaan eten blijkt onze bestelling toch niet helemaal te zijn overgekomen want in plaats van twee porties vis en één salade voor ons tweeën blijkt er slechts één portie vis te zijn. We delen de vis en de salade is gelukkig niet al te klein zodat we toch wel genoeg hebben. Het is niet alleen bij ons verkeerd gegaan maar als iedereen aan het eten is blijkt dat ongeveer 70% niet het bestelde te hebben. Maar daarom niet getreurd, we zijn tenslotte in Kenya en mogen blij zijn dat we deze maaltijd voorgeschoteld krijgen. Na het eten tafelen we nog wat na en gaan we om een uur of elf, na nog een biertje, naar ons huisje en in de klamboe proberen te slapen.




    20e Dag,


    vandaag lekker uitgeslapen tot negen uur en ondanks de klamboe heeft Ria toch een muggebult en ook lopen er een aantal mieren door het bed. Na het douchen gaan we ontbijten. Het ontbijt bestaat uit toast met jam en thee. Aan rustig eten komen we echter niet toe omdat een zwerm wespen ook een vorkje willen meeprikken en ons zelfs achtervolgen als we een rondje lopen met onze boterham. Goede combinatie dus, eten en gelijk joggen. Na het ontbijt lopen we nog een keer over het rif dat nu weer droog ligt bij laag water. De poelen zijn net schitterende zeeaquaria maar dan in het echt. Je moet opletten waar je loopt omdat het hier en daar een beetje drassig is en het ook nog krioelt van de zeesterren en we zijn tenslotte lid van Greenpeache. Terug gekomen bij het zwembad raken we aan de praat met een Nederlands echtpaar wat op eigen gelegenheid naar Kenya is gekomen om het land door te trekken. Het blijkt ook weer dat het organiseren van deze trips een tijdrovende en zeker niet goedkopere aangelegenheid is. Het is ook wel weer even leuk om even bij te kletsen over Nederland want zijn drie dagen geleden pas vertrokken en weten dus alles over het weer en de Elfstedentocht die niet door ging. Als we om een uur of zes bij het zwembad weggaan hebben we aardig kleurtje opgedaan en voordat we met z'n allen vanavond gaan barbecuen gaan we eerst nog even een douche nemen. De barbecue is tevens het moment om afscheid te nemen van Joerica en Theo want zij blijven nog drie weken in Kenya om rond te reizen. De barbecue is echter aan Theo niet besteed want hij is flink ziek en ligt op een bed bij het zwembad onder een deken en zijn jas aan. Hij is vandaag tijdens een wandeling over het strand niet lekker geworden en ze besluiten dan ook maar om nog een dagje langer in dit appartement te blijven omdat ze op deze manier niet kunnen reizen. De barbecue smaakt prima en na het eten drinken we nog een biertje met Inge en Robert en laten nog eens de reis de revue passeren. Arie neemt overigens geen biertje want zijn darmen zij nog een beetje van slag. We gaan om twaalf uur slapen en komen tot de conclusie dat zo'n klamboe best wel heet is om onder te slapen. (Arie heeft vanavond, zonder dit aan Ria te vertellen, een kakkerlak van ongeveer 8 cm. gevangen op de wc).




    21e Dag,


    vanochtend om half negen opgestaan en het ontbijt blijkt noodgedwongen net als gisteren weer een "lopend ontbijt" te zijn omdat de wespen van gisteren ook weer present zijn. Na het ontbijt pakken we onze tassen weer goed in en we gaan vanavond weer met de trein naar Nairobi. Maar eerst brengen we vandaag nog door in de stad Mombasa. Om twaalf uur vertrekken we naar Mombasa en we moeten om zes uur weer op het station terug zijn. Robert en Astrid gaan met ons mee om de stad te bekijken. Eerst lopen we richting centrum en eten ons eerste ijsje van deze vakantie bij "Hardrock Cafe", dit is een keten die net als MacDonalds in alle grote steden van de wereld een vestiging hebben. Astrid kan nog steeds niet best lopen en we laten ons dus vervoeren met een taxi naar het voormalige fort Jesus. Robert neemt nog een kijkje in het fort maar dit blijkt niet echt de moeite waard. Alleen het uitzicht is mooi. Bij het fort staan een aantal "gidsen" te dringen om ons een rondleiding te geven door de smalle straatjes van de oude binnenstad. Eén van hen loopt met ons mee door de straten en vertelt het één en ander over de historie van Mombasa en natuurlijk ook waar we de mooiste souvenirs en sieraden kunnen kopen. Dit zijn natuurlijk de winkels van zijn vriendjes, maar dat ter zijde. De straatjes worden steeds smaller en volgens Ria gaan de mensen steeds onvriendelijker kijken en ze voelt zich dan ook helemaal niet op haar gemak. Als ze dan ook nog last van haar rug krijgt en ze bijna niet meer kan lopen gaan we maar zo snel mogelijk terug naar het fort. We betalen de gids en deze is het niet helemaal eens met het bedrag wat we hem geven maar hij is zelf zonder te vragen met ons mee gelopen dus hij moet niet zeuren. We drinken nog wat bij een kraampje en Astrid vindt de 50 shilling per drankje te veel en onderhandelt nu met de eigenaar. Maar net als bij de gids hebben wij ook niet gevraagd wat de drankjes kosten en we betalen dan ook maar. De tijd begint al weer aardig naar zes uur te lopen en we proberen een taxi te charteren om naar het station te gaan. We vragen aan een chauffeur van een echte Engelse taxi wat het kost maar Astrid vindt zijn prijs te hoog en in de veronderstelling dat hij wel achter ons aan zal komen lopen we een stukje richting station. De chauffeur houd echter voet bij stuk en laat ons lekker lopen. Het duurt dan wel een poosje voordat we een andere taxi kunnen charteren en het is inmiddels al over zestien. De taxi die ons nu naar het station brengt is ooit een Taaitaai geweest maar dat is niet meer te zien. Er zitten nauwelijks nog ramen in en de knopjes om de deuren open te doen werken niet meer. Een soort dodenrit dus. We komen echter ongedeerd op het station aan en vinden daar de rest van de groep weer terug. We halen de koffers op die we al op het station hadden afgeleverd en drinken nog een flesje cola voordat we om zeven uur (precies!) weer met de trein vertrekken. We hebben nu coupe B van wagon 2338. Aangezien Theo is achtergebleven delen we de coupe nu alleen met Robert. Ria en ik gaan als eerste eten terwijl Robert op de spullen past. Het diner bestaat uit een curry met rijst en fruitsalade van ananas, banaan en mango. We zullen dat heerlijke fruit missen als we weer thuis zijn. Het fruit smaakt hier toch weer net even lekkerder dan bij ons en van de ananas kun je zelfs het middelgedeelte opeten. Na het eten gaan we terug naar de coupe en als Ria besluit om te gaan lezen vallen haar ogen in de recordtijd van 13,45 seconden dicht al is het nog maar half tien. Voordat Robert terug komt van het diner liggen we dan ook al heerlijk te pitten in de zachtjes wiegende trein.




    22e Dag,


    Om half zeven komt de man met de xylofoon ons al weer wekken om te komen ontbijten. Snel even een beetje water tegen ons gezicht plenzen en dan maar ontbijten. Een simpel Engels ontbijt alleen is de thee weer zo zwart als teer en die drinken we dan ook maar niet op. Arie heeft goed geslapen maar Ria vond dat de trein nu veel schokkeriger reed en was vaak wakker geweest. Ook had Robert zijn zaklantaarn laten vallen wat een behoorlijke klap gaf. Tijdens het eten rijd de trein door een prachtig gebied en we zien de zebra's en Thomson gazellen grazen en de struisvogels rennen. Een prachtig gezicht. Om negen uur komen we aan in Nairobi waar onze bus, met Simon, op ons wacht om ons naar het hotel te brengen voor onze laatste nacht in Kenya. Het is heel erg stil op straat en als we aankomen in het hotel blijkt dat het vandaag de laatste dag is van de Ramadan en dat de meeste mensen feest vieren en daarom de winkels en banken gesloten zijn. Voor ons is dat niet zo'n probleem maar sommigen van de groep hadden er op gerekend dat ze nog naar de bank konden om geld te wisselen. Er wordt dus onderling veel geld gewisseld en Inge regelt ook nog een illegale geldwisselaar. Puntje bij paaltje komt alles weer goed en kan iedereen nog inkopen doen. Yvon en Joke en Sjaak kopen nog hun "laatste" inkopen en ook Robert koopt nog een groot mooi houten beeld. Yvon heeft toch wel gedurende deze reis de meeste cadeaus gekocht, schatten we zo in. We besluiten om toch nog maar even Nairobi in te gaan ondanks onze eerdere slechte ervaringen. Het gaat nu beter en dat komt natuurlijk ook omdat wij nu meer gewend zijn. In de markthal koopt Ria een tweetal kettingen voor 600 shilling terwijl de vraagprijs 1500 shilling per stuk was. Ook kopen we nog een tas en een speelgoedje van ijzerdraad en een T-shirt. De rug van Ria en de darmen van mij beginnen ook weer op te spelen en we zijn ook het onderhandelen weer zat en we gaan maar weer terug naar het hotel. Daar besluiten we om nog maar drie van de speelgoed fietsjes mee te nemen en Arie gaat nog even snel terug om deze te halen. Na al deze inspanningen doet het aansluitende middagdutje wonderen. Vanavond gaan we met de hele ploeg, behalve Peter en Nellie natuurlijk, eten bij de Carnivore. Om zeven uur rijden er drie taxi's voor om ons naar de Carnivore te brengen. Dit zijn natuurlijk geen echte taxi's maar "geregeld" door het hotel. Maakt niets uit we komen veilig aan bij het restaurant en de taxi's blijven wachten om ons terug te brengen. De Carnivore is een gelegenheid waar je allerlei soorten wild kunt eten en de prijzen zijn dusdanig dat er alleen toeristen en rijke Kenyanen komen eten. Het is een heel groot restaurant en als je binnenkomt is er een gigantisch vuur waar de diverse soorten vlees worden geroosterd. Vandaag staat er wildebeest, struisvogel, krokodil en zebra op het menu. Naast deze specialiteiten wordt er ook kip en lamsvlees rondgedeeld. De obers lopen met de vleesspiezen door de zaal en snijden bij een ieder die dat wil een brokje af. Dit alles gebeurt net zolang als het vlaggetje wat op tafel staat niet wordt omgelegd. Onbeperkt dus. De prijs van dit alles is zo'n 950 shilling per persoon wat ongeveer ¦30,-- is. Voor ons is dat niet veel maar voor de meeste Kenyanen meer dan een maandsalaris. Inge krijgt van de groep een envelop aangeboden en van ons een boek met daarin nog een geldelijke bijdrage. Dit doen we omdat er eerder gezeur is geweest over het bedrag wat een ieder zou bijdragen en we dit ook wel wat persoonlijker vinden. De taxi chauffeurs zijn al enkele keren wezen vragen of we klaar zijn en om elf uur zijn we zo ver. Ria is inmiddels zo'n zes keer naar het toilet geweest en de darm krampjes zijn dus ook bij haar toegeslagen. De rit terug naar het hotel gaat in sneltreinvaart maar desondanks toch goed en we maken ons op voor de laatste nacht, we proberen eerst nog de vele muggen te vangen maar op dit behang zie je echt niets en we gaan dan ook maar snel slapen.




    23e Dag,


    Na het ontbijt pakken we onze spullen in en maken ons op om te vertrekken. Inge moest al om zes uur op het vliegveld te zijn om de nieuwe groep op te halen. Het is dit keer maar een groep van vijf vrouwen en twee mannen. We horen nog even de laatste nieuwtjes uit Holland en krijgen steeds minder zin om terug te gaan als we horen dat er nog steeds sneeuw valt en de temperatuur onder nul is. Even maar niet aan denken dus. Simon komt met de bus voorrijden en de spullen die moeten worden ingeladen zijn aanmerkelijk meer dan toen we aankwamen op het vliegveld. Flink geshopt dus door een ieder. Als we richting vliegveld rijden komen we zelfs nog even in de file en het blijkt dat dit wordt veroorzaakt door een aanrijding. Er ligt een busje op z'n kop maar het blijkt zo op het eerste gezicht allemaal nog wel mee te vallen. Er is nog geen politie maar die zien we even later aan komen rennen, zonder zwaailicht. Ook de giraffen van de heenweg zien we weer wandelen. Op het vliegveld nemen we afscheid van Inge (snif, snif) en gaan vervolgens door de douane naar de tax free shops. Dit stelt niet veel voor en na het drinken van een cola gaan we dan maar richting vliegtuig. Ria vertrouwd nog steeds haar darmen niet dus dat kan straks een geren worden in het vliegtuig. Bovendien is ze niet de enige dus dat kan nog dringen worden bij de toiletten. Om kwart over twaalf gaan we lucht in en we hebben allebei nu al heimwee en zonder dat we dat uitspreken weten we dat we als we mogelijkheid hebben nog eens terug zullen keren. De vlucht naar Zürich verloopt rustig en met regelmatig hapjes en drankjes. Ria kijkt tussen de toilet bezoeken door nog naar de film Waterworld en als we aankomen in Zürich is het al donker geworden. Op de luchthaven hebben Ria en ik nog wel wat bekijks en dit zal komen doordat wij nog in onze korte broek lopen terwijl er buiten sneeuw ligt. We verkleden ons nu, al is het met tegenzin. Na een uur vertrekken we met een Fokker 100 richting Schiphol.
    Aangekomen op Schiphol valt het met de kou nog al mee en er ligt geen sneeuw meer. De auto staat geduldig te wachten en start in één keer. Na een voorspoedige reis komen we moe maar zéér voldaan thuis.


    Naar Terug naar Homepage Naar pagina met links

    Naar
fotopagina Naar Info over Kenya