De atalanta is een trekvlinder die jaarlijks vanuit het Middellandse Zeegebied over bergen en zeeën naar het noorden vliegt.
De vlinder is een sterke vlieger die zelfs tegen de wind in nog gericht kan trekken. Verder is bekend dat de soort tijdens de trek ook 's nachts in het donker vliegt.
De vlinders die in april-mei in Nederland aankomen, zijn over het algemeen verkleurde en gehavende exemparen. Ze leggen eieren die vanaf juli een nieuwe generatie
vlinders leveren. In de zomer worden deze aangevuld met nieuwe trekkers. Afhankelijk van het weer plant een deel zich nogmaals voort (tweede generatie).
De vlinders vliegen tot ver in oktober. Zij zijn het talrijkst aan het einde van de zomer (september), en worden dan aangetroffen op
de vlinderstruik, konninginnekruid, distels, bloeiende klimop, rottend fruit (o.a. rotte appels) en het wondsap van bomen.
Een deel van de vlinders trekt in de herfst
weer naar het zuiden. De rest blijft hier achter, en sterft als het gaat vriezen. Echter, er komen
tijdens zachte winters ook waarnemingen van vlinders voor in de maanden januari, februari en maart.
De eieren worden één voor één aan de bovenkant van de voedselplant gelegd.
De rups leeft op grote brandnetel, en soms ook op kleine brandnetel en hop. Hij leeft tussen een samengesponnen blad. Als dit is uitgedroogd, dan verhuist hij naar een nieuw blad waarvan hij een nieuw
'huis' maakt.