algemeen
De wilgenhoutrups komt in heel Nederland voor. Hij leeft o.a. in bossen, verwaarloosde boomgaarden en in laanbomen.
De vlinder vliegt van eind april tot begin september. De rups leeft in het hout van diverse loofbomen (o.a. wilg, populier en fruitbomen). Hij doet 2 tot 4 jaar over zijn ontwikkeling. De rups is vaak aan te treffen op het moment dat hij de
stam waarin hij jaren geleefd heeft, verlaat en op zoek gaat naar een verpoppingsplaats. Hij is dan meestal zo'n 8-9 cm. lang.
schade
De rups van de wilgenhoutrups-vlinder behoort tot de zogenaamde Houtboorders (Cossidae)
en kan vooral aan de ondereinden van de stammen van diverse laan- en ook
fruitbomen meermalen ernstige vreterij-beschadigingen veroorzaken. Meest
gevoelig hiervoor zijn wilg, populier, els, es, linde, berk, eik en appel.
Voedselgewassen voor de rups in algemene zin: een grote verscheidenheid aan
loofbomen met inbegrip van fruitbomen.
De rupsen verspreiden een weeachtige, karakteristieke geur, die aan houtazijn
herinnert.
vliegtijd vlinders
De vlinders komen in 1 generatie per jaar voor en vliegen
vanaf half april tot eind augustus meest tegen de avond of 's nachts.
eieren
De wijfjes leggen haar eieren in korte rijen of in kleine hoopjes van 15
tot 50, in de schorsspleten, doorgaans aan de onderste stamdelen der bomen.
jonge rupsen
De jonge rupsjes dringen door de bast naar binnen op plaatsen,
waar verwondingen zijn aangebracht. Jonge rupsjes boren zich eerst tussen de
schors en het hout van de stam en zijn niet in staat om door een onbeschadigde
bast heen te dringen.
oudere rupsen
Oudere rupsen kunnen dit wel! Dit is zeer belangrijk, want op
deze manier kan een oudere rups van een aangetaste boom naar een nog gezonde
boom overlopen en voor verspreiding zorgdragen. De groter wordende rupsen
dringen dieper in de stam door tot in het kernhout, waarin ze grote gangen
knagen. Het duurt 2 tot 4 jaar voor ze tenslotte volgroeid zijn.
Belangrijke aantastingen door de wilgenhoutrups treden derhalve op, daar waar de
stammen der bomen vooraf op een of andere wijze zijn beschadigd. Voorbeelden: laanbomen en straatbomen langs
gemeentelijke- , provinciale- en Rijkswegen,
veelal door verkeer. Beplantingen van bomen op kampeerterreinen, recreatiecentra en in dicht bevolkte woonwijken door menselijke
activiteiten.
Goede invalspoorten voor jonge rupsjes vormen ook snoeiwonden en beschadigingen
door cirkelmaaiers.
Gevaar bij aangetaste, hoge, oudere laan- en straatbomen: Bij bomen, die door
ernstige aantasting onderaan bij de stammen zijn uitgevreten, uitgehold of
verrot komt het meermalen voor, dat bij storm, zware windhoos of windstoten deze
stammen plotseling dicht boven de grond afbreken en soms dwars over een rijweg
terechtkomen …… met alle gevaren van dien !!
Om nog maar niet eens te spreken van gevallen, waarbij ernstig aangetaste, aan
de stambasis verrotte, zware populieren- of wilgenbomen boven op een
nabijgelegen woning storten !!
Vraag: Wat is de reden waarom men dikke, oudere rupsen soms kruipend over de grond
aantreft ? Antwoord: Deze dikke, oudere rupsen worden soms toevallig “wandelende” over de grond,
straat, fietspad of tegelterras bij een woning gesignaleerd,
nadat ze de stam van een aangetaste boom hebben verlaten en dan druk op zoek
zijn naar een gezonde stam van een naburige boom.
Daarnaast kunnen ze als volgroeide exemplaren evenzo naarstig zoekende zijn naar
een geschikte verpoppingsplaats.
verpopping
De volgroeide rupsen verpoppen na 2 tot 4 jaar in een alleen uit
hout-knaagsel samengestelde cocon in een van de vraatgangen in de stam of in een
cocon in de grond, waarin gronddeeltjes en uitgeknaagd hout zijn verwerkt.
Tekst: A.J.Wit, Wageningen.
|