algemeen
De witvlakvlinder komt in tal van biotopen door
heel Nederland voor. Er zijn 1 tot 3 generaties per jaar. De vlinder vliegt van eind juni tot begin november. Het mannetje vliegt overdag. De
vrouwelijke vlinder heeft een groot, dik lichaam en heel kleine verschrompelde
vleugelstompjes, ogen, antennen en zuigtong. Zij kan niet vliegen en blijft veelal op de
cocon zitten waar zij uitgekomen is. Op deze plaats paart zij met het mannetje. Daarna legt
zij haar eieren op de cocon.
De rups leeft in mei en juli - augustus op tal van loofbomen en
struiken, o.a. els, eik, sleedoorn, meidoorn en roos. Hij verpopt in een cocon waarin hij zijn haren verwerkt.
Het ei overwintert. Soms overwintert de pop.
Omdat de vrouwelijke vlinder zich nauwelijks beweegt, vindt de verspreiding van de witvlakvlinder
vooral plaats in het rupsstadium. Van de grotere rups is de actieradius erg klein. De belangrijkste
verspreiding over grote afstand gebeurt wanneer de zeer jonge rups door de wind wordt meegevoerd.
Aantal generaties
Gewoonlijk 1 generatie per jaar.
Vliegtijd vlinders
Juni tot begin september; soms komt er nog een partiële
tweede generatie in oktober voor. In bepaalde jaren kan er zelfs nog een 3de
generatie optreden.
Verspreiding
In Nederland en België overal een min of meer algemene soort.
Belangrijke kenmerken rups
Op de achterlijfssegmenten 4 tot en met 7 komt op elk
segment een zeer opvallende, heldergele, witte of bruinkleurige haarborstel
voor op het midden van de rug. De kleur van de vier borstels op de rugzijde van de rups is dus variabel.
Op segment 1 (achter de kop) draagt de rups een paar naar voren wijzende
borstels van lange, zwarte, gepluimde haren.
Op segment 11 (geheel achteraan) bezit de rups een identieke haarborstel, die
hier op het midden van de rug staat en naar achteren wijst. Kop: glimmend zwart.
Kenmerken vlinder
Zeer duidelijke verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes: De mannelijke
vlinders vliegen normaal overdag. --- De vrouwtjes zijn echter vleugelloos en
zodanig passief of bewegingsloos, dat ze de zelfs nog de eieren afzetten op de
oude, lege cocon, waar ze zelf zijn uitgekropen.
Overwintering
Als ei.
Ei-afzetting
In juli of augustus in grote groepen op de cocon.
Rupsen-tijd
Deze komen pas in het volgende jaar uit en voeden zich in juli
-augustus.
Verpopping
De rupsen verpoppen aan de twijgen of in scheuren van de schors
in stevige kokons, waarbij de beharing van het lichaam in het spinsel wordt
verwerkt.
Voedselgewassen
Vrijwel elke loofboom of struik.
Tekst: A.J.Wit, Wageningen.
|