BEHANGEN

Muren
behangen:
Om de muren te behangen is
het noodzakelijk om eerst de muren behangklaar te maken. Behangklaar maken wil
zeggen dat de muren eerst ontdaan moeten worden van eventueel behang en daarna
moeten de gaten en scheuren dicht gezet worden. Als de muren gereed zijn, maak
dan het behangplaksel aan met water zoals op de beschrijving van het pakje
staat. Nadat je het plaksel hebt aangemaakt kun je beginnen met behangen. Het is
noodzakelijk om eerst de rollen behang te controleren. Alle rollen moeten
eenzelfde serienummer hebben. Als je de hoogte van de muur hebt gemeten tussen
het plafond en de plint, neem deze lengtemaat met een extra marge van 5 á 10 cm
langer over op het behang.
Bij behang met grote patronen(rapport), moet je deze precies op elkaar leggen en
baan voor baan afsnijden. Leg het behang met de rugzijde naar boven te de rand
van de plaktafel, en de volgende baan er bovenop, maar dan tegen de andere rand
van de tafel. Smeer de baan in en vergeet niet om de randen goed in te smeren.
Sla de baan na het insmeren in elkaar en laat deze ca.10-15 minuten inweken.
Teken met behulp van een schietlood een loodlijn op de muur. Hou de baan met 2
handen vast en breng deze op de muur aan en wel precies tegen de loodlijn. Druk
de baan met een schone en zachte borstel vanuit het midden aan. Gebruik een
borstel om de naden goed aan te drukken. Verwijder eventuele
lijmresten onmiddellijk met een vochtige en schone spons. Snij nu de baan op
juiste lengte en druk nogmaals goed aan.
Behangen van sterk zuigende muren:
Muren die een sterk zuigende werking hebben, moeten eerst behandeld worden. Om te controleren of de muur sterk zuigend is pak je een plantenspuit gevuld met water. Sproei een stukje van de muur in en kijk of het water snel in de muur wegtrekt. Is dit het geval dan moet de muur eerst bewerkt worden met een voorstrijkmiddel. Het voorstrijkmiddel breng met een blokwitter op de muur. Als de muur goed gedroogd is kun je beginnen met behangen.