VLOEREN

Vloerdeel vervangen:
Als er een
vloerplank kapot of door midden gebarsten is kan men deze als volgt vervangen.
Boor een gat in de kapotte vloerplank van 10 mm. Zaag vanuit de kant waar de
veer van de plank zit de plank zover uit dat nodig is. Daarna zaag je ook haaks
op de plank langs de vloerbalk de vloerplank door tot aan de messing. Verwijder
de plank met behulp van een houtbeitel en klauwhamer. Let op dat je de
vloerplank ernaast bij de veer niet beschadigd. Sla tegen de vloerbalken die nu
in het zicht gekomen zijn een vuren lat van ca.22 x 50 mm met draadnagels stevig
tegen de zijkant aan. Indien de nieuwe vloerplank smaller zijn dan de
oude, dan is het noodzakelijk om er een balkje half onder de bestaande plank te
bevestigen.Dit kun je doen door met houtschroeven vanuit de bovenzijde het
balkje aan de bestaande vloer te schroeven. Is de nieuwe vloerplank van de
zelfde breedte, dan wip je met een houtbeitel de ernaast liggende planken iets
omhoog. Meet de lengte van de opening op en teken met een winkelhaak de nieuwe
plank af. Druk nu de vloerplank er tussen en sla met een klosje hout het stevig
aan.Als het geheel goed in elkaar past spijker je de vloerplank op de plaats van
de open
plek vast. Door de spijkers schuin in het hout te plaatsen, loop je niet de kans
dat het onder liggende hout splijt.
Kruipluik
maken:
Om onder de vloer te
kunnen komen kun je een z.g. kruipluik maken. Bepaal eerst de plaats van het
kruipluik. Kies bij voorkeur een plaats dat goed bereikbaar is en geen lastig
verplaatsbare bergmeubels staan. Maak het luik zodanig groot dat je er zonder
moeite doorheen kunt komen. Meestal is een luik 4 á 5 planken groot. De lengte
is afhankelijk van de onderlinge afstand van de vloerbalken. Waar de vloerbalken
zich bevinden kun je zien door de aanwezige spijkerkop gaten. Teken de omtrek
van het luik op de vloer af. Zet 2 lijnen in de vorm van een V op het luik als
paring. Op deze manier weet je later in welke volgorde de planken hebben
gezeten.Boor in de hoek een gat van ca.10 mm. Zaag met een schrobzaag of een
decoupeerzaag het luik op grote uit. Zaag de 4 vloerplanken dwars op de
lengterichting door. Met een schroevendraaier wrik je nu de planken
omhoog. Als je voorzichtig te werk gaat kun je van de planken een luik maken.
Voordeel is dat de planken precies op de plaats weer passen. Leg de planken weer
in elkaar met de onderkant boven. Schroef nu 2 latten dwars over de planken
vast. Plaats tegen de zijkanten van de draagbalken een lat van ca.22 x 50 mm.
Boor in het luik een gat van 20 mm om hierdoor het luik weer op te tillen.

Krakende vloer herstellen:
Krakende of piepende
vloeren kunnen zeer irritant zijn. Als dit het geval is dan moet je dat gedeelte
dat kraakt precies opsporen. Daar waar de vloer kraakt moet je nakijken of er
wel voldoende spijkers in zitten en deze goed vast zitten. Je kunt ook op deze
plek een paar houtschroeven erbij plaatsen. Deze manier bied vaak een grotere
oplossing omdat dit meestal beter vast zit.

Verende vloer opheffen:
Als een houten vloer middenin de lengterichting van de balken doorveert, is er meestal iets mis. Dit euvel komt vaak voor bij oude balklagen. Dit is vaak eenvoudig op te lossen. Kruip onder vloer en ga na of er in het midden onder de balken z.g. poeren zijn geplaatst. Als dit het geval is kijk dan of deze poeren de balken wel ondersteunen. Is dit niet het geval dan kun je met behulp van 2 wiggen alles weer omhoog brengen. Sla de 2 wiggen tegen elkaar in bovenop de poer zodat de vloer gedwongen wordt om omhoog te gaan. Zet nu de wiggen met een spijker vast aan de balk. Staan er geen poeren onder de balken dan kun je met behulp van betontegels deze maken. Leg één tegel op de grond in het zand en klop deze met een rubberen hamer aan. Plaats boven op de tegel een balkje en sla deze onder de balklaag om het geheel iets op te krikken tot op de goede hoogte. Herhaal dit onder elke balk die door buigt. Stapel nu ernaast tegels op elkaar totdat je de hoogte bijna bereikt hebt tot ongeveer 2 cm onder de balklaag. Als laatste plaats je weer 2 wiggen tegen elkaar in onder de balk totdat deze vast komt te zitten en zet ze weer met een spijker vast.

Vloerplaten
leggen:
Om vloerbedekking op een houten vloer te leggen moet je de vloer eerst voorzien van onderplaten. Er bestaan 2 soorten platen: Zachtboard platen kleur groen, afm.61 x 122 cm. Deze platen worden los op de vloer gelegd. Leg de platen bij voorkeur haaks op de vloerplanken. Deze platen hebben een goede isolerende en geluidwerende eigenschap. Er wordt ook wel hardboard als ondervloer toegepast. Dit zijn ook platen met een afm.61 x 122 cm. Leg deze platen met de ruwe zijde boven en haaks op de vloerplanken. Deze platen moeten echter wel vastgespijkerd worden. Spijker deze platen met een draadnagel van 25 mm lang om de 10 cm vast.
Vloer afkitten:
Voordat je
vloerbedekking laat leggen is het raadzaam om de naden die tussen de vloer en de
plint dicht te zetten. Je hebt vast wel eens gezien dat langs de plinten en bij
deuren de vloerbedekking een zwarte rand vertoont. Dit komt omdat er tussen de
plint en de vloer een kieren zitten. Langs deze kieren tocht het vaak en
hierdoor wordt de vloerbedekking zwart. Je kunt dit met een goedkope acrylaatkit
dicht kitten. Op deze manier voorkom je dat er huisstof in de vloerbedekking
blijft zitten.

Betonnen vloer
repareren:
De betonnen vloeren
in huizen zijn afgewerkt met een cementen dekvloer van ca.3 cm dik. Mocht er
beschadigde plekken in de vloer aanwezig zijn, dan kun je deze repareren met
zand en cement. Meng het zand en de cement met water zodat er een vochtige massá
ontstaat. Maak eerst de betonvloer vochtig met een handstoffer. Breng hierna de
zand/cement in de opening aan en druk dit met een troffel stevig aan. Met een
schuurbord schuur je de plek na totdat het mooi glad is.Laat nu alles 48 uur
drogen. Wat ook een manier is, als het sneller weer beloopbaar moet zijn, het op
te vullen met snelcement. Deze cement heeft eigenschap dat hij binnen 1 uur goed
uitgehard is, afhankelijk van de hoeveelheid en diepte van de beschadigde plek.
Maak niet te veel snelcement tegelijk aan, want dit wordt snel hard en is dan
niet meer te verwerken.
|
|||||||||||||||
Drempels vervangen:
Blanken houten
drempels onder deuren zien er naar verloop van tijd erg lelijk uit door
beschadigingen. Door ze goed te schuren en te lakken met een harde blanke lak
gaan ze weer jaren mee. Zien de drempels er zo lelijk uit dat lakken niet meer
mogelijk is, dan kun je deze vervangen door nieuwe. Haal de oude drempel er
voorzichtig uit. In oudere huizen zitten ze vaak vast met houtschroeven. Deze
schroeven kun je vaak gemakkelijk zien zitten. In nieuwe huizen zijn ze vaak
vastgezet met draadnagels welke in de zijkanten vanuit de drempel in het kozijn
bevestigd. Maak met een beitel een gleuf rondom de draadnagels en verwijder ze
dan met een nijptang. Leg de oude drempel over de nieuwe heen en trek met een
potlood een lijn op de nieuwe drempel. Zaag met een fijne houtzaag het
afgetekende uit. Pas de drempel in de deuropening of deze goed van maat is. Lak
deze nieuwe drempel 3 maal . Tussen elke laag lichtjes schuren. Zet vervolgens
de drempel met verloren kop nagels 2.0 x 40 mm vast.
Drempels ophogen:
Als er zich
tussen de deur en de drempel een te grote naad bevind, dan kun je deze ophogen.
Meet de naad op en verwijder de drempel. Spijker op de plaats van de
drempel een strook triplex van de juiste maat die je gemeten hebt onder de deur.
Plaats nu de drempel weer terug, maar voor je het geheel vast gaat zetten, eerst
controleren of de deur wel goed sluit en niet op de drempel aanloopt. Zet nu
alles weer vast.