religieReligie

opzijnbest.nl

opzijnbest.nl

filosofieFilosofie

LOGOS / MAAT / REDE / IDEE

Logos AND Heraclitus

Filosofie AND Logos

Logos  synoniemen.net

Een korte geschiedenis van de rede

Heraclitus over de natuur

Stoa del Sol

 

CREATIEVE KOSMOS

Het Heelheidprincipe 

Donald Wachtel

Thomas Berry

Journeyoftheuniverse

Duane Elgin   Peter Russell

Ervin Laslo   Barabara Marx Hubbard

Michael Dowd   Brian Swimme

Stuart Kauffman  Paul Davies

Procesfilosofie  Integral

Theistic evolution

Panentheism   Vitalism

Emergence   Solovjov   Bergson

Vladimir Vernadsky

Pierre Teilhard de Chardin

Connie Barlow The Great Story

James N. Gardner   Biocosm

HUMANITY: A WORK IN PROGRESS

Simon Conway Morris

Joël de Rosnay   Adrian Berry

Robert Wright

Huib en Adelheid Kortekaas

Charles Jencks

Canandanann  Jonathan Bethel

Omegapoint.org

Cees Dekker: Geleerd en gelovig

Elisabeth Sahtouris

Thomas Berry

Rupert Sheldrake

Gerard Bodifee  Hein Stufkens

Max Wildiers   Jan Van der Veken

Berhard Delfgaauw

Het heilige en het sublieme

Willigis Jäger  Allan Wallace

Arthur Peacocke  John Polkinghorne

Marilyn Ferguson

Fritjof Capra  Gary Zukav

Joachim-Ernst Berendt

Ken Wilber  Robert Pirsig  Alan Watts

Romantiek  Morris Berman

Willis Harman  New Age

Allerd Stikker  Amaury de Riencourt

Leo Zonneveld   Amit Goswami

Huis voor Zingeving

Earthlight.org

Henryk Skolimowski

Harry Ansems  Kosmopolis

David Steindl-Rast  Edward O Dodson

Vrije Gemeente   Emergentie en synergie

Biocomplexity   Omega Point Gallery

Canandanann   Ray Kurzweil

Ray Kurzweil  James Gardner  Brian Greene

Brian Greene  Barbara Marx Hubbard

Transhumanisme   Ode  Het verschijnsel mens

Mary Coelho  Noosphere video

Teilhard de Chardin and transhumanism

’Biosphere’ by Jennifer Athena Galatis

Biospherology   Paolo Soleri

Global Conscious Project

Rupert Sheldrake

 

 

REFLECTIE / DISCUSSIE

Filosofieblog

Hans Achterhuis over Ayn Rand

Andre Klukhuhn   Charles Taylor

Iain McGilchrist  Iain McGilchrist video

Soul Searching Wij zijn ons brein?

Atheisme is afwijking, ongevoeligheid

Das Philosophische Quartett

Islam religie van vrede ??  video

Ad Verbrugge   Der erschöpfte Planet

God on trial   De irrationaliteit van reductionisme en materialisme

Iain McGilchrist wiki

IainMcGilchrist Wall Street Journal

Iain McGilchrist interview

Geloof & Wetenschap

Prof. Harald Lesch glaubt an Gott

Gregg Braden   Zin van het leven

Emergence   Diederik Ebbinge (19.20)

Carel Brendel   Bloody Harvest

Ik ben mijn brein

 

 

BREIN / BEWUSTZIJN / CULTUUR 

Jill Bolte Taylor  Iain McGilchrist

Related talks   The Split Brain Student

What kind of thinker are you?

Jeremy Rifkin   Joep Dohmen

Andre Klukhuhn   Richard Nisbett

Charles Taylor   Human Development Reports Trends   Persvrijheid

The Healthy Wealthy Corner

The Divided Brain and the Making of the Western Culture   Wiki  Cerebral Hemisphere

Huston Smith  Het Westen, India, China

Huston Smith on scientism

Ervin Laszlo  Club of boedapest

Bill Gates on energy    

 

 

NADA BRAHMA

Steve Reich    M for 18M CD Trailer

Joep Franssens  — Harmony of the Spheres

Bach    Fugue in G-Minor BWV 578

Mozart    Symfony 40 in G Minor KV 550

Wagner    Siegfrieds Funeral Music

Bruckner    Symphony No. 9, 3rd Mov. 1/2

Dr Droxy    Ravenstein

Glenn Miller    Moonlight Serenade

Widor    Toccata 5th Org. Sym. Op. 42-1

Ennio Morricone    Once upon a time

Ludwig van Beethoven    Sym. 5, Allegro

Moszkowski    Étincelles Op. 36 No. 6

Ich tuh dir weh    Rammstein

Bruckner    Sym. 9, Adagio

Beach Boys    Wouldn’t it be nice

Bach   Gigue Partita 1

The Rosenberg magic

Peteris Vasks  —  Musica Dolerosa

 

 

LINKS

Aardecirkel.jouwpagina.nl Healing…

Bewustwording-startkabel.nl Spiritualiteit…

Butterflywings.linkoverzicht.be Filosofie…

De Alternatieve Startpagina Interessante…

Esoterie.Start.be Diversen…

Esoterie-Startkabel.nl  A

Ethiek.verzamelgids.nl Varia

Een-betere-wereld.jouwpagina.nl Inspiratie

Filosofie-bestewebgids.nl Online…

Filosofie.opzijnbest.nl Filosofie

Filosofie.startpagina.nl filosofen

Filosofie-Startkabel.nl Persoonlijke…

Filosofie Overzicht Divers

Filosofie.uwpagina.nl Filosofie…

Filosofie.verzamelgids.nl Online…

Filosofie.jumppage.nl Online…

Geestelijkwelzijn.jouwpagina.nl Inspirerende… 

Goden.startpagina.nl Wetenschap…

Healing.startkabel.nl  Boeken & Auteurs

Hier-en-nu.jouwpagina.nl Artikelen

Holistisch.jouwpagina.nl Publicaties

Leer-jezelf-kennen.jouwpagina.nl Spiritualiteit

Levende Gedachten Links—Herakleitos

Natuur-Startkabel.nl Natuurfilosofie

Newage.ikwilhetnu.nl Filosofie

New-age.Startkabel.nl Boeken

New-age.2link.be Boeken…

New-Age.Start.be Spiritueel

Newage.verzamelgids.nl New-Age Alg.

Religie.opzijnbest.nl Filosofie

Religie.startpagina.nl Werkstukken

Religie.Verzamelgids.nl Wetenschap

Start spiritueel Holisme

Spiritualiteit Beginthier.nl/ H… spiritualiteit

Spiritualiteit.Coolbegin.com Boeken

Spiritualiteit.openstart.nl Bewustwording

Spiritualiteit.Startpagina.be Waarheid… 

Spiritualiteit.startpagina.nl Spirituele…

Spiritualiteit.goedhegin.nl Filosofie

Spiritualiteit.2Link.be  Filosofie

Spiritueel—Startkabel.nl Boeken

Spiritueel-verzamelgids Spiritueel

Spiritueel.jouwverzamelaar.nl Boeken

Spiritueel.webdraad.nl Diversen

Theosofie.verzamelgids.nl Boeken…

Wijsheden - linkpagina Filosofie

Wijsheid.besteoverzicht.nl  Wat is wijsheid

Zelfkennis.vindhetviahier.nl  artikel… Zelfonderzoek.jouwpagina.nl Inspirerende…

Zin Startze.nl Zingeving

 

 

  

Vanaf haar oorsprong bij de oude Grieken betekent filosofie de vraag naar wijsheid, maat of logos, die de mens in harmonie brengt met de kosmos. Deze website geeft een voorstel van nadere uitwerking van de logos in de vorm van het principe aos. Met uitersten als analyse-en-synthese, verstand-en-gevoel en ontbinding-en-groei, wijst dit aos op het natuur scheppende samenwerken van tegengestelde maar complementaire processen, op basis waarvan we onze creativiteit kunnen ervaren als ingebed in een creatieve werkelijkheid. Het is aldus dat dit aos laat zien hoe wij in harmonie kunnen zijn met de kosmos en kunnen meewerken aan de verdere ontplooiing van deze kunst in wording.

 

 

 

 

Aos, variatie en omega

Over de wereld als kunstwerk in wording

Benedict Broere

 

De hierna volgende tekst is een samenvatting en verdere uitwerking van de artikelen over aos gepubliceerd in GAMMA, het tijdschrift van de Stichting Teilhard de Chardin. © Benedict Broere, 1996-2011, Nederland.    

 

 

 

“… wie u trouw blijft, weet hoezeer geneest

het peinzen, dat bij u te rade gaat, —

En zoekt en buigt zich over, tot hij leest

de zin, die in uw stroom geschreven staat.”

           Ida Gerhardt, uit het gedicht ’Troost der rivier’

*P. Sars en P. van Tongeren (red.), Zin en Religie. Wijsgerige en theologische reflecties rond de zinvraag, Ambo, Baarn, 1990, p. 113.

 

“De logos toont ons de zinvolle samenhang, de betekenis van het geheel wordt door de logos blootgelegd.”

           Charles Vergeer 

*Charles Vergeer, Over het begin van de filosofie, Damon, Best, 1996, p. 45.

 

 

 

 

Inhoud

 

Inleiding

1  ‘Chaos’ en Aos

2  Het concept ‘Logos’

3  Onze gebroken werkelijkheid

4  Is onze creativiteit een variatie op aos ?

5  Zijn wiskunde en natuur een variatie op aos ?

6  Creatieve cultuur in creatieve natuur

7  Medeschepper, co-creator

 

 

 

#

Inleiding

 

Uitkijkend op de natuur van een mooi park, het park Sonsbeek in Arnhem, zitten daar A en S op een bankje, met voor zich een meer en aan de rand daarvan een forse rij bomen, en in het water vele kwakende eenden en enkele zwanen en ook nog een paar ijverig in ’t rond tastende waterkoeten. Het is vooral S die verbaasd kijkt naar de grote diversiteit in die natuur, maar die ook gaandeweg de indruk krijgt dat het allemaal één geheel is, één wereld, één leven. Waartegen A veel meer aandacht heeft voor de delen die hij ziet en die hij ook, zij het wat afstandelijk en bijna onverschillig, weet te benoemen met een ‘kijk dit is dit en dat is dat’, zodat elk aspect van wat hij ziet z’n eigen naam heeft en verhaal. Het maakt dat voor de één het park haast is als een schilderij waar je in zit en in opgaat, waarnaast voor de ander het park is als een verzameling details, die één voor één uit het geheel zijn op te nemen en waarover elk apart een eigen verhaal is te vertellen. Het is aldus zeer verschillend, dit ervaren, van enerzijds A en anderzijds S, zoals dat ook blijkt in het volgende vragen:

 

“Wat is”, zo plotseling S, “de zin van het leven? Wat is de zin van bestaan van al deze natuur?”

“Is dat niet een wat onzinnige vraag?”, antwoordt A, ineens alert en bijna verontwaardigd.

“Nee hoor,” zegt S, “voor mij niet. Nog eens: wat is de zin van het leven? Wat is de zin van het bestaan? Wat is de zin van bestaan van jou, van mij, van de wereld, het universum, alles? Wat is de zin ervan dat het er allemaal is?”

 

“Nou,” zegt A, “het zal je teleurstellen, maar voor mij heeft het leven helemaal geen zin, zoals ook het bestaan in het algemeen geheel zonder zin is. Leven en bestaan, al wat is, het hele universum, het doet er niet toe, het maakt niets uit dat het er is of dat het er helemaal niet is. Het heeft allemaal geen betekenis in zichzelf. Het kan er net zo goed niet zijn. Zin, zin van leven, dat is iets, dat bedenk je voor je zelf, vanuit je zelf, wat je maar leuk vindt. Je hebt daar dat leven en bestaan helemaal niet voor nodig.“

 

Nu was het de beurt aan S om zich verontwaardigd te voelen, of om eigenlijk een bepaalde gedeprimeerdheid te voelen, een verlies van energie haast. Ze zuchtte en begon: “Maar A, wij zitten er in, wij bewonen dit leven, wij zijn als leven ondenkbaar zonder dit bestaan. Wij zijn er deel van, wij zijn er een vorm van, wij zijn een vorm van natuur in de natuur. En ik vraag mij af wat het eigenlijk allemaal voorstelt, waar het toe dient, wat de betekenis ervan is.”

 

Vervolgens meldt zich nog iemand anders in deze samenspraak, een meer harmonieus persoon genaamd ‘O’, een karakter dat meestal als laatste spreekt, maar dat dan met een spreken komt waarin het voorafgaande is verenigd op een hoger niveau. O begint aldus: “Is het misschien mogelijk dat ‘zin’ zich melden kan in verschillende vormen, en dat er een zin is die heel specifiek alleen de jouwe is, maar dat er een gelijkvormige maar meer algemene zin is die steekt in die veel grotere wereld waar we deel van zijn?”

S: “Een zin waar je je op kan oriënteren of door kan laten inspireren?“

A: “Of juist een zin die je op jezelf betrekt, als het je uitkomt, als je er iets in ziet.”

O: “Het zal iets zijn dat het gevoel geeft van ‘thuiskomen’, dat je aankomt op de plek waar je reeds bent, dat je je bestemming vindt.”

 

De zin van alles

 

Is het mogelijk meer thuis te komen in de wereld? Is het mogelijk meer te zijn die we zijn en waar we deel van zijn? Is het mogelijk meer in harmonie te zijn met de zin van het bestaan? Dit lijken vreemde vragen in een wereld waarin velen inmiddels denken dat het bestaan zonder zin is en dat ‘zin’ iets is dat je zèlf moet maken of dat moet volgen uit je eigen project van bestaan. Waarnaast anderen nog vasthouden aan overgeleverde vormen van zin, die meestal volgen uit traditionele religie of afsplitsingen daarvan. Maar is het dan mogelijk even te doen alsof, alsof er misschien wèl een zin van bestaan is, en alsof die zin van bestaan te denken is en misschien wel meer van het bestaan is dan die welke we al kennen? Want het is toch zo dat we met al onze verschillende vormen van zin van bestaan een wereld bewonen die we niet zelf bedacht hebben, niet zelf gemaakt. De natuur voltrekt een geheel eigen bestaan, een eigen zin en bewegen en manier van ontwikkelen, een eigen manier van zijn. En als mens kan je daar van alles bij denken, vormen van zin die meer eigen voorkeuren volgen, eigen ideeën van goed en juist en waar, en het is goed dat die diversiteit er is. Maar je kan niet maar elke vorm van eigen zin van bestaan uitleven en dan verwachten dat je duurzaam in dat bestaan mogelijk bent. Het is bijvoorbeeld zeer wel mogelijk dat de idee dat het bestaan zonder zin is, je brengt tot een ernstige verwaarlozing van de natuur. Zoals het ook zeer wel mogelijk is dat de idee dat alleen een hemels bestaan er werkelijk toe doet, je kan brengen tot een verwaarlozing van de natuur. Waarnaast het ook zeer wel mogelijk is dat de ego-centrische idee van najagen van enkel individualistische doelen, je brengt tot een ’samenleven’ van schrijnende tegenstellingen in rijk en arm. Waartegenover de collectivistische idee van heil uit groepsdenken eenzelfde schrijnende tegenstelling genereert, plus nog heel veel repressie van anders denken.

 

De natuur volgt een bepaalde zin, een richting van bewegen, en hoewel ieder mens een eigen zin kan zoeken en naleven, een eigen manier van leven en vormgeven van bestaan, lijkt het er op dat daarentegen ons samenleven in grotere aantallen een bepaalde afstemming vraagt van ons bestaan op het bestaan in het algemeen. Zozeer als dat zeker geldt in de huidige situatie van een mens die in aantal en consumptiepatroon een steeds grotere impact heeft op de planeet. Want het lijkt mij toch zeer wel voorstelbaar wat er gebeurt als we teveel ons bestaan inrichten vanuit bijvoorbeeld teveel een nihilistische onverschilligheid, of teveel een religieuze wereldverzaking, of teveel het individu, of teveel het collectief, enzovoort. De cultuur zal instorten, de kwaliteit van bestaan zal afnemen, het leven zal terecht komen in een spiraal van verval. Is het daarom zinvol te vragen naar hoe wij het best onze gezamenlijke zin van bestaan, onze algemene manier van bestaan, onze organisatie van ons samenleven en cultuur genereren, kunnen afstemmen op de manier van bestaan van het bestaan in het algemeen? Mij lijkt het zeer wel zinvol die vraag te stellen, naar hoe wij het best kunnen samenleven, meer in harmonie met elkaar en met het bestaan in het algemeen.

 

De Logos

 

Ik ga er daarbij van uit dat wij mensen daadwerkelijk iets gemeenschappelijks hebben met elkaar en met het verdere universum. Het is iets dat heel algemeen is en dat maakt dat er een harmonie mogelijk is in ons bestaan met elkaar en met de ons omringende werkelijkheid. Het is een gemeenschappelijke dat onze heel algemene zin van bestaan verbindt met die van het bestaan in het algemeen. Met de filosoof Max Wildiers en met eigenlijk heel de traditie die teruggaat tot de oude Grieken, ga ik er namelijk van uit dat ’de maat van de kosmos’ ‘de maat van de mens’ is, en dat wij gemeenschappelijk hebben met elkaar en met de natuur een diepe logos of maat of algemene wetmatigheid die denkbaar is de basis te vormen van heel het zich ontwikkelende universum. *Max Wildiers, Kosmologie in de westerse cultuur. Historisch-kritisch essay, DNB/Pelckmans / Kok Agora, Kapellen / Kampen, 1988, p. 284.

 

Het is volgens deze diepe logos in alles dat de natuur bestaat en zich ontwikkelt, zich beweegt en groeit, en aldus een richting en zin heeft, een traject of streven of weg te gaan. En ook is het in deze logos dat er een betekenis schuilt, een idee van waarom de wereld er is, dat zij er daadwerkelijk is en er niet maar niet is. Zoals er in deze idee de rijkdom schuilt van de variatie van de wereld en van de variatie van onze interpretaties van die wereld, onze vele religies en filosofieën. Zoals ongetwijfeld deze logos ook de spanning bevat van de dialectiek op basis waarvan de wereld zich ontwikkelt, zich ontplooit naar waarschijnlijk een steeds complexer wereld, een steeds meer levende wereld.

 

Je zou kunnen zeggen dat het hier gaat over een set van heel algemene spelregels, dat ons in staat stelt om beter dan nu al het geval is, het spel te spelen, het spel van het bestaan, het leven, de werkelijkheid.  Daarbij kennen we natuurlijk al het een en ander aan spelregels, aan wetten en constanten, bijvoorbeeld de wetten van Newton, de Wetten van Maxwell, de Wetten van de Thermodynamica, enzovoort. Vaak heel mooie en beknopte samenhangen waarachter in variatie enorme werelden van complexe werkelijkheid schuil gaat. Maar hier gaat het om iets dat uitermate essentieel en beknopt en algemeen is, maar dat tegelijkertijd wel rijk genoeg is om daar een natuur uit te denken. Je zou kunnen zeggen dat het hier gaat over zoiets als het ta ta ta taa van de Vijfde van Beethoven, het thema of motief van een van de meest creatieve symfonieën ooit gecomponeerd. En dat het gaat over zin en betekenis, het waarom, het waartoe, datgene waar geheel dat bestaan mee bezig is. Het gaat over de heel algemene zin en manier van bestaan, waarop wij ons kunnen afstemmen teneinde te gedijen in dat bestaan. Het gaat over de zin en manier van leven, waar volgens en waarmee wij zinvol en harmonieus zouden kunnen leven.  

 

Ken u zelve

 

In de Westerse cultuur werd de vraag naar hoe het best in harmonie te zijn met de kosmos voor het eerst expliciet gesteld door de oude Grieken. Althans, deze vraag is natuurlijk verschenen in vele culturen en vormt zo de basis van grote mythen en religies. Maar de Grieken gingen dermate creatief en vruchtbaar om met deze vraag, dat wij nog steeds hun antwoorden bestuderen. Zij zien zich bijvoorbeeld als deel van een kosmos, een ordelijk geheel, een sieraad of mooie schikking, een kunstwerk. En zij zien het als mogelijk om zinvol en harmonieus daarin te bestaan vanuit een diepgaand inzicht in dat bestaan, een inzicht dat zij tegelijk ook dachten als inzicht in jezèlf en je cultuur als déél van die natuur, als deel van dat bestaan. Zij zagen het dus als mogelijk om met dat diepe inzicht in natuur en mens en cultuur, te komen tot een bepaalde harmonie en overeenstemming van cultuur en natuur.

 

Kenmerkend voor het Griekse denken zijn spreuken als ‘ken u zelve’ en ‘Alles met mate’, die staan geschreven op de tempel van Delphi als uitdrukking van het streven naar inzicht dat helpt het eigen bestaan in harmonie te brengen met het bestaan in het algemeen. Het zijn oproepen die deel zijn van het eerste begin van wat we tegenwoordig kennen als filosofie en wetenschap, en die nog steeds actueel zijn, gegeven een mens die zijn bestaan vormgeeft vanuit nog maar weinig dat lijkt op een matigend en harmoniserend inzicht. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de huidige toestand van overbevolking en natuurverval, dan zou je niet zeggen dat het ons al gelukt is dit bestaan tot een zinvol en harmonieus thuis te maken. Niet dat het mogelijk is ooit alle conflict en risico uit het menselijk bestaan weg te nemen, want dat lijkt mij een volstrekte illusie; zeker ook omdat tegenstellingen en tegenspraak inherent deel lijken te zijn van dat bestaan en ook de motor vormen van dat bestaan. Maar het moet toch mogelijk zijn tot een samenleven te komen dat niet maar lijkt aan te sturen op een ineenstorting van natuur en vervolgens cultuur, of dat in ieder geval meer constructief en zinvol aanwezig is in juist die natuur.

 

In een verontrustend boek over de gevaren die de mensheid bedreigen, schrijft de hoogleraar astrofysica Sir Martin Rees: “Ik denk dat de kans dat onze huidige beschaving het einde van de huidige eeuw haalt, niet groter is dan 50%.” Rees ziet grote risico’s in de diverse technologische ontwikkelingen — biotechnologie, nanotechnologie, superintelligente computers, enzovoort - vanwege de mogelijkheid van ontsporing of van regelrechte catastrofen, alsof de mens krachten oproept die hij niet kan beheersen en die zijn bestaan ernstig zullen bemoeilijken of zelfs eindigen. Bekend is daarnaast het reeds in de jaren zeventig van de vorige eeuw verschenen Rapport van de Club van Rome, dat duidelijk maakt dat we op een koers zitten van overbevolking en natuurverval. Zo schrijft de filosoof Robert Heilbroner aan de hand van dit onderzoek: “Wij zijn begonnen aan een periode waarin snelle bevolkingsgroei, het bestaan van alles-vernietigende wapens en het afnemen van de hulpbronnen gedurende lange tijd de internationale spanningen op gevaarlijke wijze zullen opvoeren.” Het betreft dan een proces dat in het eigen microbestaan van vele persoonlijke levens nauwelijks een rol speelt. Maar het is de optelsom van het gedrag van vele culturen en miljarden mensen, dat steeds meer een resultaat geeft als door de genoemde auteurs gevreesd. Waarbij nog komt dat de macht die schuil gaat in techniek, dit gezamenlijk effect lijkt te versterken tot onoverzienbare proporties. *Martin Rees, Onze laatste eeuw. Overleeft de mens de 21e eeuw? Het Spectrum, Utrecht, 2003, p. 15; Robert L. Heilbroner, Onderzoek naar onze toekomst, Het Spectrum, Utrecht / Antwerpen, 1974, p. 83.

 

‘Alles van waarde is weerloos,’ dichtte de kunstschilder en poëet Lucebert. Is de wereld van waarde? Zijn wij mensen van waarde? Als mens en wereld niet waarde zijn, waarom zou je je dan inspannen voor een betere wereld? Als wij maar vreemden zijn in een zinloos universum, waarom zou je je dan inspannen voor het leven daarin en het toekomstig leven? Buiten alle mogelijke rampen van komeetinslagen, niet te stuiten ziekten, vulkaanuitbarstingen, enzovoort, is de laatste mens waarschijnlijk de onverschillige mens, de mens die het allemaal niets kan schelen.

 

De huidige destructieve impact van de mens op een fragiele planeet, het is onmiskenbaar dat daar iets wringt en dat het één niet duurzaam denkbaar is met het ander. Waarmee het er sterk op lijkt dat er een diepe disharmonie is tussen de mens en de natuur en dat er een tekort is aan inzicht in hoe het best onze zin en richting van bestaan in te richten naar de zin en richting van bestaan van de natuur. Zodat het er op lijkt dat wij, misschien nu wel meer dan ooit tevoren, behoefte hebben aan een grotere mate van zelfkennis, willen wij in staat zijn onszelf te overleven en te bestaan in dit grotere bestaan. Waarmee opnieuw in zicht komt de opdracht ’ken u zelve’, zoals de filosoof Socrates ons die voorhield, Socrates, de filosoof die door het orakel van Delphi genoemd werd als de wijste onder de filosofen.

 

Bloeiende cultuur en bloeiende natuur

  

Is het mogelijk te komen tot een, zoals de Griekse filosoof Heraclitus dat omschreef, wet of orde of schoonste harmonie, een logos? Is het mogelijk te komen tot een verbindend patroon, een set van ideeën die ons verbindt met elkaar en die ons allen verbindt met alles dat er is? Heraclitus zag het als gunstig om met behulp van deze logos ons bestaan om te vormen tot iets dat meer in harmonie is met het bestaan in het algemeen. En op zich is dat niet zo verwonderlijk, want de natuur lijkt overal daar waar dat maar mogelijk is een optimaal bestaan na te streven, een volheid van leven, een uitbundige biodiversiteit en schoonheid in expressie. Zodat de gedachte opkomt dat een je spiegelen van het eigen bestaan aan de algemene manier van bestaan van de natuur, zal resulteren in een gelijke volheid van leven, een gelijke kwaliteit van bestaan.

Zijn er vervolgens voorbeelden te geven van succesvol gedijen van ons mensen in vormen van samenleven en genereren van cultuur? Is het mogelijk te wijzen op cultuur die een hoge mate van kwaliteit suggereert, in bijvoorbeeld niveau van welvaart en welzijn en creativiteit en veelzijdigheid, en die een zekere mate van bloei suggereert die vergelijkbaar is met kwaliteitsvolle natuur. In aanmerking komen dan bijvoorbeeld culturen als die van Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland, Nederland, Canada, Duitsland, enzovoort, die al vele jaren hoog scoren in bijvoorbeeld de Human Development Reports, en waarin per land gekeken wordt naar resultaten wat betreft volksgezondheid, onderwijs en welvaartspeil. Met deze culturen lijkt het er dus op dat er daarin een kwaliteit verschijnt die te vergelijken is met die van bloeiende natuur.   Althans, als je kijkt naar de heel basale leefomstandigheden, dan zie je een kwaliteit die je in heel veel andere cultuur niet zo in die mate vinden kan.

Je kan je vervolgens afvragen of het mogelijk is de daarin schuilgaande algemene manier van bestaan te achterhalen en dit in samenhang te brengen met de algemene manier van bestaan van bloeiende natuur. Of anders gezegd: Is het mogelijk te onderkennen wat in essentie kwaliteitsvolle cultuur verbindt met kwaliteitsvolle natuur? Is het mogelijk het algemene patroon daarin vast te stellen, de algemene manier van leven, de algemene zin van bestaan?

Mijn idee is dat dat inderdaad mogelijk is, dat het mogelijk is althans een voorstel te doen voor een dergelijk algemeen patroon, en dat het vervolgens mogelijk is te onderzoeken in hoeverre het betrekking heeft op de natuur en op de cultuur en op ook onszelf en op datgene wat wij denken van natuur en cultuur en onszelf. Dit voorstel houdt dan in een principe aos, dat een acronym is van ’analyse’, ’omega’ en ‘synthese’, en dat betrekking kan hebben op bijvoorbeeld ’destructie, ’product’ en ’constructie’, of bijvoorbeeld ’ontleding’, ’idee’ en ’integratie’, of bijvoorbeeld ’divergent’ en ’centrum’ en ’convergent’. De hierna volgende beschrijving ervan leunt zwaar op dit soort associatie. Het gaat mij dus niet zozeer om de in de filosofie gebruikelijke analyse, het dieper-graven-naar en uiteen-leggen-van en aldus zichtbaar maken van verborgen aspecten van het bestaan. Met het principe aos gaat het daarentegen om juist het overeenkomstige in dat bestaan.     

Het hier te beschrijven principe aos gaat dus over een idee of essentiële samenhang die bedoeld is de algemene zin en manier van bestaan van de natuur weer te geven. Zodat het daarmee gaat over een uitermate vereenvoudigde representatie van het proces van bestaan dat ook wijzelf zijn en waar wij deel van zijn. Zodat het daarmee gaat over iets algemeen wetmatigs waarmee wij onze cultuur in overeenstemming kunnen brengen met de natuur. 

Variatie op een thema, kunstwerk in wording

Het aos wordt vervolgens gedacht als primaire orde en thema van variatie, vanuit de veronderstelling dat het universum een variatie is op dit essentiële thema. Elk deel en geheel van het universum is daarmee een variatie op dit thema. Waarmee ook elk mens een variatie is op dit thema en ook ons samenleven en onze cultuur. Zodat het niet meer dan logisch is dat het mensenbestaan het best gedijt als het zich in dat bestaan richt naar de orde volgens welke het bestaan in het algemeen zich ontwikkelt. Met andere woorden: is de cultuur als deel van een spel, dan is het niet meer dan logisch, dan dat het zich richt naar de regels van dat spel, naar de regels van de natuur. Juist om te gedijen in dat spel. Om daar kwaliteitsvol in te kunnen bestaan. 

Het betreft hier natuurlijk een metafoor, maar bijvoorbeeld Manfred Eigen en Ilya Prigogine spreken vanuit hun onderzoek van chaotisch-onvoorspelbare en complexe processen, over het universum als ware het een spel of kunstwerk in wording. Het betekent dat zij op basis van hun bevindingen het voorheen dominante paradigma van  machine en materie verlaten hebben en hebben ingeruild voor de idee dat het universum onvoorspelbaar is als een spel schaak en zich ontwikkelt als een schilderij of symfonie. Want in plaats van een naar toekomst en verleden voorspelbaar en gedetermineerd uurwerk, lijkt het universum eerder een proces van evolutie en inventie, van streven naar rijkere expressie en groter schoonheid en complexiteit en bewustzijn. Zo schrijft de filosoof Jan Van der Veken op basis van dit recent wetenschappelijk onderzoek: “De beste metafoor om over het wordende heelal te spreken is niet langer een mechanisme of een uurwerk, maar een spel of een kunstwerk.“ En ook schrijft hij: “Het universum is niet langer een mechanisme. Het is eerder een kunstwerk, of, waarom niet, een geschiedenis, ’een verhaal’: het verhaal van het Leven dat zich in deze kosmos ontplooit op een onvoorstelbaar schitterende wijze, en dat niet echt als een ongeluk kan worden afgedaan.” *Jan Van der Veken, Denken aan al wat is. Een hedendaagse fundamentele wijsbegeerte, Van Gorcum, Assen, Universitaire Pers, Leuven, 1994, p. 108 en p. 273.

 

Is het daarmee mogelijk al onze cultuur te zien als een kunst die eigenlijk het best gedijt als het zich richt naar de grotere kunst van de natuur? Als wij deel zijn van de natuur, en als wij niet, zoals heel veel moderne filosofie denkt, er maar als een vreemd en verdwaald voorwerp in zijn, dan kan het niet anders dan dat wij er pas werkelijk in zijn als wij ons richten naar haar algemene zijn. En dan zal het zeker zo zijn dat onze grote variatie in ervaren en cultuur en wereldbeeld een afspiegeling is van de grote variatie die we aantreffen in de natuur.  

 

Een voorstel van verbindend patroon

 

Het gaat in dit essay over het voorstel van een, zoals de filosoof Heidegger dat aanbeveelt, tegelijk tonen en beschrijven van de logos of samenhang die ons mensen verbindt met elkaar en met de verdere werkelijkheid. Het gaat hier over een wijsheid, sophia, die ‘niet louter draait om het kennen van losstaande feiten, maar om het vermogen deze onderling en op een samenhangende en gestructureerde manier met elkaar in verband te brengen.’ Wat dus betekent dat het hier gaat over een associatie en patroon, een combineren en zien in samenhang. Het gaat dan ook steeds over de vraag: wat verbindt ons met alles en wat verbindt alles met iedereen? Vervolgens gaat het daarmee over, naar mijn inschatting, een zin die ‘te maken heeft met heil in de oorspronkelijke zin van heilzaam, helend’ en over religie die terugbindt ‘met de grond van alles’. Althans, het gaat over dit alles, in een proberen dit ook daadwerkelijk gestalte te geven. *Ellen Geerlings, Het oog in de storm. Wegwijs in de filosofie, Boom, Amsterdam, 2007, p. 173; Julia Annas, Filosofie uit de klassieke oudheid. De kortste introductie, Het Spectrum, Utrecht, 2003, p. 80; P. Sars en P. van Tongeren (red.), Zin en religie. Wijsgerige en theologische reflecties rond de zinvraag, Ambo, Baarn, 1990, p. 84-85.

 

Ik ben mij er daarbij van bewust dat een dergelijk voorstel haast gedoemd is onzichtbaar te zijn in een denkklimaat dat bijzonder argwanend is jegens juist het denken van samenhang. Althans, in bijvoorbeeld de fysica wordt er in het geheel niet moeilijk gedaan over de mogelijkheid van bijvoorbeeld een snarentheorie als integratie van op zich al heel algemene krachten en theorieën. Maar in de filosofie wordt alles dat neigt naar ’groot verhaal’ en ‘essentie’ ingeschat als ’totalitair’ en ’gevaarlijk’. Waarmee het net is alsof men ergens voorgoed verboden heeft gebruik te maken van het in ieder mens aanwezige vermogen tot patroonherkenning.

 

Speciaal in het postmodernisme zie je dat juist de fragmentatie wordt gezocht en haast voorgeschreven, de veelheid van opinies en verhalen, de vrijblijvende meningen en verhaaltjes. Zo benadrukt de Franse filosoof Jean-François Lyotard het pluralisme van vele filosofische standpunten om zich daarmee af te zetten tegen de neiging om al die ’eilanden’ tot eenheid te maken, die hij ziet als totalitair en destructief. Waarnaast de filosoof Bart Voorsluis in een reflectie op het postmodernisme, schrijft dat in dit postmodernisme de werkelijkheid ’wezenlijk pluralistisch van aard’ is, en dat we niet weten hoe te bepalen wat waar is en wat niet waar. Hij schrijft bijvoorbeeld dat de ‘omvattende zin’ verdwenen is, en dat we leven in een wereld van vele verschillende ’interpretaties van de werkelijkheid’, en dat al die interpretaties van gelijke waarde zijn, maar dat we daarmee niet meer weten wat ’waar’ is, omdat ons daartoe een ’eenduidig criterium’ ontbreekt. *Dominique Folscheid, De grote filosofen. Met een nawoord van Jan Bor, Aristos, Rotterdam, 1988, p. 138; Bart Voorsluis (red.), Spiritualiteit en postmodernisme, Meinema, Zoetermeer, 2000, p. 8.

 

Het is evenwel de vraag of hier niet volstrekt ongewild getracht wordt een gevaar te bezweren met een strategie die eerder negatief is dan positief, in die zin dat heel erg gekeken wordt naar wat men niet wil, maar met verwaarlozing van dat wat juist algemeen wenselijk is. Als gekeken wordt naar bijvoorbeeld de Millenniumdoelen van de Verenigde Naties, die betrekking hebben op het terugdringen van armoede en onderontwikkeling wereldwijd, betreft dit ideaal dan een ‘opinie’, een ‘vrijblijvende mening’? Iets dergelijks geldt ook de Holocaust. Dat betreft een puur tegen het leven ingaande vernietiging. Als mens, als vorm van leven, moet je daar toch een over de individuele opinie uitreikende idee over hebben?

 

Het uitermate benadrukken van pluralisme lijkt sterk op het eerder aangestipte benadrukken van het individu, dat in extreme vorm leidt tot een onwenselijke vorm van cultuur. Zoals het tegenovergestelde extreme collectivisme leidt tot niet minder wenselijke cultuur. En ook het daarmee vaak samenhangende totalitarisme leidt tot onwenselijke cultuur. Het onderscheid lijkt evenwel vooral daarin te liggen dat er een verschil is tussen laten we zeggen ’stoppen voor rood licht’ en ’wel of niet geloven in een leven na de dood’. Het eerste volgt uit het algemeen inzichtelijke nut van manier van samenleven, waarna het tweede veeleer een niet te controleren opvatting is.

 

Het is vervolgens van belang er op te wijzen dat het hier te beschrijven principe aos een gelijk onderscheid maakt, van althans wijzen op pragmatische en weerlegbare processen, met daarnaast het vrijblijvend voorstellen van een omvattende zin en betekenis. Het betreft met andere woorden een patroon dat is ontwikkeld op basis van generalisaties die opkomen vanuit de diverse wetenschappen, maar dat in z’n algemeenheid reikt naar een gebied dat breder is dan die wetenschappen, een gebied van laten we zeggen ‘werkelijkheid’. Dus voor een belangrijk deel is het mogelijk vanuit aos uitspraken te doen die ook daadwerkelijk weerlegbaar zijn en dus gaan over wetenschappelijk onderzoekbare werkelijkheid. Waarnaast er vanuit datzelfde aos ook uitspraken mogelijk zijn die te maken hebben met het juist niet controleerbare, bijvoorbeeld wat betreft een omvattende zin en betekenis. Het eerste lijkt mij toch van belang kennis van te nemen, waarnaast het tweede veel meer gezien moet worden als voorstel van zin dat eventueel kan inspireren.     

 

Een principe van oriëntatie

 

Is het mogelijk om op basis van patroonherkenning een grote omvattende samenhang te denken? Op basis van wetenschappelijk onderzoek naar de diverse vormen van werkelijkheid, in fysica, chemie, biologie, psychologie, ontwikkeling van cultuur, religie, filosofie, enzovoort, is het zeer wel mogelijk gebleken te komen tot heel inzichtelijke en elkaar ondersteunende generalisaties. Vervolgens lijkt het dan zeer wel mogelijk om op basis van deze generalisaties te komen een bepaalde samenhang, patroon of structuur. Het aos is een principe van variatie dat in heel algemene zin bepalend lijkt voor alle lagen van de werkelijkheid. Het is bijvoorbeeld als volgt bepalend voor de domeinen natuur, bewustzijn en cultuur:

 

AOS

Analyse     Synthese

Omega

Natuur

Verval     Opbouw

Natuur

Bewustzijn

Ontleden    Integreren

Creativiteit

Cultuur

Verval    Groei

Cultuur

 

Bij wijze van eerste verklaring zie je dan in de natuur bijvoorbeeld dat praktisch alles zich ontwikkelt in processen van opbouw en verval, van integratie van stoffen tot bijvoorbeeld een boom, en van uiteindelijk ook weer desintegratie van die boom in een proces van uiteenvallen en vergaan. In het menselijk bewustzijn zie je eenzelfde samenwerken van integratie en ontbinding in bijvoorbeeld het analytisch onderscheiden van vele details en aspecten van grotere gehelen, en het aldus die aspecten als het ware losdenken van die gehelen, in een beweging van ontbinding, van segregatie, van ontleding, en het vervolgens die losse details en waarnemingen integreren tot coherente gedachten en ideeën en zelfs theorieën en wetten, in een beweging van synthese, van vereniging en integratie. Vervolgens zie je ook in de cultuur dit samenwerken van integratie en ontbinding van mensen, middelen en grondstoffen tot huizen en fabrieken, wegen en bruggen, politiek, economie, expressie in kunst, religie, filosofie, enzovoort. De stad Parijs bijvoorbeeld, is gegroeid in en bestaat elke dag, in een samenwerken van integratie en destructie, verzameling en spreiding, convergent en divergent, synthese en analyse.

 

Het gaat hier dus over een idee die tamelijk rigoureus abstraherend een essentie toont van samenwerken van tegengestelde maar complementaire processen. Het is dan mede vanuit Heraclitus’ omschrijving van deze processen, èn vanuit daarop gelijkende typeringen door andere filosofen en wetenschappers, dat ik deze processen benoem met de woorden ’analyse’, ’synthese’ en ‘omega’. Waarmee het een orde betreft die meest algemeen bepalend is voor de processen die plaatsvinden in de natuur en in daarmee ook ons bewustzijn en onze cultuur. Het aos is aldus een in ons bewustzijn werkzame orde die maakt dat wij mensen heel basaal zijn afgestemd op het bestaan in de natuur, en die wij ons bewust zouden moeten zijn om beter in staat te zijn ons bestaan meer in harmonie te brengen met het bestaan in het algemeen. Het aos kan aldus gezien in ons bestaan de betekenis krijgen van een algemeen principe van oriëntatie, op basis waarvan het ons mogelijk is ons samenleven te sturen naar een grotere kwaliteit van leven, precies zoals dat het ideaal was van de oude Grieken.

 

Een principe van wijsheid en leven    

 

Het gaat hier dus over een inzicht aos, dat ons vanuit een groter besef van de tegenstrijdige maar complementaire processen analyse en synthese in ons bewustzijn en in natuur en cultuur, kan brengen tot een groter kwaliteit van leven, een meer zinvol leven, een leven meer in harmonie met het bestaan waar we deel van zijn. Het aos wijst daarbij op een samenwerken van beide vermogens dat creatief is en dat in de natuur de basis vormt van een streven naar volheid van leven, zoals zij in onze cultuur de basis kan vormen van een grotere kwaliteit van samenleven en volheid van bestaan.

 

Met dit principe aos gaat het om een samenwerken van processen van analyse en synthese, dat overal aanwijsbaar is in de natuur en dat daarmee ook kenmerkend is voor ons bewustzijn en voor de daaruit gegenereerde cultuur. Het aos wijst daarmee op een creatieve spanning tussen tegenpolen, waarmee wij voortdurend te maken hebben in ons bestaan. Het betreft een dialectiek die geheel de natuur doortrekt en waarin die natuur bestaat en zich ontwikkelt. Zodat het ons een spiegel voorhoudt van manier van bestaan die ons wijs is na te volgen in ons eigen bestaan.

 

Je zou daarom met aos kunnen spreken van een samenwerken van tegendelen en daaruit voortkomend de diversiteit en kwaliteit van de natuur. Het doet denken aan bijvoorbeeld het yin en yang en daaruit het al, of het zwart en wit en daaruit de foto, of de verticaal en de horizontaal en daaruit de Mondriaan, enzovoort. Je zou ook kunnen zeggen dat alle natuur om ons heen en ook ons eigen lichaam en bewustzijn en de daaruit volgende cultuur inclusief de vele vormen van wereldbeschouwing, dat dit alles een variatie is op het centrale thema aos. Waarmee het is als een drie-eenheid die heel algemeen en in variatie de basis vormt van de ontwikkeling van diversiteit en kwaliteit die we zien om ons heen. Zodat het verleidelijk is te denken dat we met de wereld te maken hebben met iets dat lijkt op een spel of muziek of kunst in wording. Alsof alles dat ons omringt en ook wij zelf het best te beschrijven is in termen van ‘kunst’ en ‘creativiteit’. Waarmee ook wijzelf, wij creatieve wezens, niet beter te duiden zijn dan als gezocht en gevraagd een rol te spelen in dit kunstwerk in wording. Wat maakt dat mogelijk dit medescheppen, dit co-creëren, heel algemeen de zin is van ons bestaan.

 

Het aos gaat over het creatieve van tegengestelde maar complementaire processen in psyche en cultuur en over het daarmee in harmonie zijn met overeenkomstige tegengestelde maar complementaire processen in de natuur. Het wijst daarmee niet naar een als ideaal te bereiken bestaansvorm waarin dat tegenstrijdige is opgeheven, want het ideaal is juist het in harmonie zijn met het tegenstrijdige en creatieve van de werkelijkheid en het aldus nastreven van een kwaliteitsvolle balans van dat tegenstrijdige. Anders gezegd: met aos gaat het er om hoe onze dynamiek van bestaan meer in harmonie kan zijn met de algemene dynamiek van bestaan waar wij deel van zijn. Het gaat erover hoe onze stroom van bestaan zich het best kan voegen naar het grotere, zich ontplooiende bestaan. Het aos is een voorstel van wijsbegeerte die, zo de filosoof Dr. J.J.G.A. Kockelmans, niets anders kan zijn dan steeds weer “een poging om door een kritische reflectie van de menselijke ervaring op zichzelf het zijn der zijnden op een waarlijk authentieke wijze aan het licht te doen treden.” Waarbij het ‘zijn der zijnden’ is als de bron en zin van bestaan, ‘de wortel en het centrum’, van wat er is, van wat er gebeurt. *Dr. J.J. G.A.  Kockelmans, Over de zin der wijsbegeerte, Lannoo, Den Haag, 1963, p. 36, 37.

 

De inhoud van de verdere tekst is globaal als volgt. In hoofdstuk 1  Chaos en aos, wordt nader ingegaan op de disharmonie tussen de culturen en tussen het geheel van die culturen en de natuur. Wat verbindt ons met elkaar en wat houdt ons juist zo gescheiden? En wat vervreemdt ons zozeer van de natuur, terwijl wij toch zelf zijn niets anders zijn dan een vorm van natuur?

 

Vervolgens ga ik in hoofdstuk 2  Het concept ‘Logos’ nader in op het verschijnen van de Logos in de filosofie van Heraclitus en de doorwerking ervan in filosofie en religie. We hebben hier te maken met zo ongeveer de belangrijkste idee in heel het Westerse denken, een idee evenwel, en daarop ga ik in in het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 3  Onze gebroken werkelijkheid, waarop tegenwoordig praktisch een taboe rust het in welke vorm dan ook te denken.

 

In ‘hoofdstuk 4  Is onze creativiteit een variatie op aos? begint dan het eigenlijke onderzoek en betoog, waarin ik probeer te laten zien dat het aos zeer wel te denken is als werkzaam in ons bewustzijn en aldus maakt dat wij mensen creatief zijn en dat het daarmee ook aanwijsbaar is in al onze cultuur.

 

Waarna ik in in het daaropvolgende  ‘Hoofdstuk 5  Zijn wiskunde en natuur een variatie op aos ?’ probeer aannemelijk te maken dat het aos ook daadwerkelijk bestaan kan als heel algemene samenhang in het universum, zodanig dat zij de basis vormt van de wiskunde en van de aldus daaruit afgeleide wetten en constanten en van algemeen de processen van opbouw en ontbinding die we zien in de natuur. Bij deze twee hoofdstukken zou je kunnen zeggen dat het eigenlijk steeds gaat om de vraag: Als de wereld een spel is, is het aos dan denkbaar als haar meest algemene spelregel?

 

In de laatste hoofdstukken, ‘Hoofdstuk 6  Creatieve cultuur in creatieve natuur’ en ‘Hoofdstuk 7  Medeschepper, co-creator’, probeer ik dan tot conclusies te komen, wat betreft respectievelijk een als meest wenselijk te denken vorm van samenleven, en het perspectief dat aos biedt aan zin en betekenis, wat betreft de mogelijk verdere ontwikkeling van de wereld en onze mogelijke rol daarin.

 

Is het ons mogelijk samenhang te denken in een gebroken wereld? Is het ons mogelijk meer deel te zijn van een zinvolle en kwaliteitsvolle werkelijkheid? Is het ons mogelijk meer thuis te zijn in datgene waarin we reeds aanwezig zijn? 

 

 

 

 

#

Hoofdstuk 1  ‘Chaos’ en aos

 

Het was in 1989 dat de Muur viel in Berlijn en dat er een eind kwam aan de belangrijkste ideologische tegenstelling van de 20e eeuw, namelijk die tussen kapitalisme en communisme. Het sovjet-communisme stortte in omdat het ondanks veel goed bedoeld idealisme een onmenselijk en onhoudbaar experiment was gebleken. Bovendien had de welvaart en vrijheid net over de grens in het Westen, miljoenen kameraden in de ‘socialistische heilstaat’ het idee gegeven een wrede grap te bewonen. En zo werden we, dit aanschouwend, en vaak met tranen in de ogen, getuige van een wereldhistorische gebeurtenis, dat na al die verhitte discussies en demonstraties tegen wapenwedloop en atoomoorlog en films in de trant van ‘Dr. Strangelove’ en ‘On the beach’, nu plotseling de lucht leek op te klaren. Dat inderdaad, na de ineenstorting van de Sovjetunie, het er op leek dat de wereld in orde was, dat zij ‘af’ was, althans open stond voor overal dezelfde welvaart en vrijheid en democratie en mensenrechten. Het was een gebeurtenis die de filosoof Francis Fukuyama inspireerde tot het schrijven van een boek dat door velen begrepen werd als verkondiging van ‘het einde van de geschiedenis’ en de triomfantelijke overwinning van het kapitalisme en neo-liberalisme. En dat terwijl Fukuyama het eigenlijk heeft over een manier van samenleven die zich kenmerkt door democratische vertegenwoordiging en die al lange tijd voor een relatief grote welvaart en welzijn zorgt in heel wat Westerse landen en waarover hij dus terecht schrijft: ”… we kunnen ons geen wereld indenken die wezenlijk verschilt van de huidige en tegelijk beter is.” Waarnaast men elders schrijft over Fukuyama’s stelling: “Fukuyama gaat ervan uit dat er na de val van het communisme geen andere toestand van de geschiedenis meer denkbaar is dan die van de burgerlijke rechtsorde, waarin de eisen van het individu enerzijds en de eisen van het algemeen belang anderzijds tot een kennelijk niet te overtreffen synthese hebben geleid.” *Francis Fukuyama, Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, Contact-Olympus, 1992, p. 72; Konrad Paul Liessmann, De grote filosofen en hun problemen, Lemniscaat, Rotterdam, 2000, p. 117; zie ook bijvoorbeeld de Wikipedia Democratie-index, met interessant daarnaast in Wikipedia de corruptie-index.

 

Gedurende ruim een decennium leek het er dus op dat de westerse democratie, de christen-democratie, de sociaal-democratie, de liberale vrijheden en welvaart en mensenrechten, en zeker ook de zekerheden wat betreft gezondheidszorg, huisvesting, veiligheid en inkomen, dat dat alles het ideologische pleit gewonnen had en dat het voortaan aan de verdere wereld als voorbeeld gesteld kon worden. Zodat je de wereld kan verkondigen: Sluit u aan bij die mix van markt en verzorgingsstaat, van wetenschap en wereldbeschouwelijke pluraliteit, van rechtsstaat en multiculturele diversiteit, en u zult gelukkig worden, u zult daar wel bij varen en welzijn ervaren. Maar toen kwamen de aanslagen in New York, en er kwamen al die andere aanslagen, in o.a. Londen en Madrid. Met in het verlengde daarvan de gruwelijke oorlogen in Irak en Afghanistan. En  met daar tussendoor steeds maar berichten over financiële crisis en nog meer terrorisme en oprakende grondstoffen en klimaatverandering.    

 

De aanslagen van 9-11 en vooral de aanslag op New York en het instorten van de Twin Towers, maakten voor heel de wereld manifest de verongelijktheid van een levensvorm, het islamisme, dat heel anders denkt over de mens en het bestaan, dan wat in het grote proces van globalisering overwegend wordt uitgedragen aan kapitalisme en consumentisme. Men kon zich in de grotendeels seculiere en moderne Westerse cultuur dan ook nauwelijks een voorstelling maken van de mentaliteit en het gedachtengoed van de aanslagplegers, zozeer als het een anachronisme lijkt, zozeer misplaatst als het lijkt in de Moderne Tijd. Het bracht dan ook met een schok het besef, dat de romantische idee van ‘Alle Menschen werden Brüder’, zoals dat hier en daar na het vallen van de Muur voorzichtig weer gedacht werd, naïef is en weerlegd is door weerbarstige werkelijkheid en dat de wereldsamenleving nog ver verwijderd is van een vreedzaam naast elkaar bestaan van mensen en culturen.

 

De spanning tussen rijk en arm, waaruit in de eerste plaats de tegenstelling kapitalisme en communisme is voortgekomen, is er nog altijd en is wereldwijd gezien groter dan ooit. Zozeer als er ook de spanning is tussen enerzijds een materialistisch en nihilistisch bestaan en anderzijds een bestaan in het licht van een religieus ervaren. Waarbij nog komt de haast frontale aanval van cultuur op natuur, van een mens die vanuit zelfzuchtige motieven en een volstrekt nihilistische opvatting over natuur, een steeds ingrijpender beroep doet op de natuur. Zodat het zeer wel gerechtvaardigd is de vraag te stellen of wij mensen wel in staat zijn onszelf te overleven, en of het ons trouwens wel iets kan schelen, dat bestaan en voortbestaan van mens en natuur. Want bekeken door de ogen van bijvoorbeeld een onderzoeker van complexe en zelforganiserende processen, lijken wij zeer wel creatief en in staat tot kwaliteitsvolle cultuur, maar zijn wij daarnaast nog zozeer verdeeld en destructief jegens elkaar en jegens natuur, dat de kans niet groot lijkt dat wij daadwerkelijk zullen arriveren op onze natuurlijke plek in het grote geheel van het universum.  

 

Kloven, breuken, vervreemding en conflict

 

De globalisering blijkt dus niet maar een onbekommerd aaneen schuiven van landen en volken om gezamenlijk het bestaan op deze planeet vorm te geven. Zij vertegenwoordigt eerder een problematische en conflictrijke moderniteit, doortrokken als zij is van praktisch onoverbrugbare verschillen en daaruit volgend eindeloze conflicten. De hoogleraar ethiek Joep Dohmen schrijft in een inleiding op werk van de filosoof Charles Taylor, dat we, zo Taylor, nu meer dan ooit tevoren te maken hebben met spanningen ‘tussen cultuur en natuur, tussen vrijheid en verbondenheid, individu en gemeenschap, hechting en onthechting’. Waarbij het gaat over spanningen ‘die tot op de dag van vandaag niet alleen de westerse wereld, maar inmiddels zelfs de gehele wereld beheersen. Charles Taylor zegt daarnaast aangaande het religieus fundamentalisme en het daaraan zo vaak gekoppelde geweld: “Het is een mythe te denken dat wij niet allebei, zowel de geseculariseerde verlichte geesten als de gelovigen, deel zijn van het probleem.” *Charles Taylor, Bronnen van het zelf. De ontstaansgeschiedenis van de moderne identitieit, Lemniscaat, Rotterdam, 2009, p. 11 en p. 22.

 

Moeten we solidair zijn met de medemens? Of moeten we precies datgene doen dat alleen het eigen belang dient? Moeten we nog iets van de natuur bewaren voor toekomstige generaties? Of moeten we gewoon maar alle natuur omzetten in te consumeren spullen? Moeten we het bestaan zien als iets dat er werkelijk is en dat ergens mee bezig is, of is het maar het zinloze decor van onze eigen allerindividueelste projecten? De drijvende kracht in het proces van globalisering lijkt vooral een economische, die op zich is opgebouwd uit belangen die met weinig scrupules mensen en natuur omzetten in projecten van materialistische cultuur en met de focus op winsten en consumeren. Zodat de wereld een object lijkt dat middel is in de handen van weinig grote spelers en aldus wordt omgezet in concentraties van rijkdom en welvaart voor ook weer beperkte aantallen en dat al doende het geheel van de natuur steeds maar verder afbreekt. Zodat het is alsof het geheel van natuur en cultuur en ook toekomstige cultuur niet deel is van het veld van aandacht en betrokkenheid en zorg, althans niet binnen het overheersende project van zoveel mogelijk gewin binnen een zo kort mogelijke tijd.

 

De filoso0f Peter Sloterdijk spreekt van een kloof die zich heeft ingezet sinds Descartes en zijn benadrukken van het Ik dat uitkijkt op een machineachtige wereld. In een weergave hiervan schrijven de filosofen Rob Devos en Hans Achterhuis, dat de moderne, subject-centrische filosofie ‘de band tussen het subject en de wereld’ heeft verbroken. Zodat ‘de klassieke logos, de gemeenschappelijke noemer van de zelfbeleving en de wereldbeleving, is verloren’, en de natuur is geobjectiveerd tot ‘maak-werk, iets dat door het subject bewerkt, geproduceerd wordt’. Wij hebben niet meer die idee, die je nog ziet bij de Grieken, die ons bindt met elkaar en met de natuur, en die maakt dat het persoonlijke ervaren wordt in het perspectief van een grotere betekenis en zin. We zijn meer als losse atomen die de wereld afgrazen en opeten en aldus weg consumeren. *Hans Achterhuis, Jan Sperna Weiland, Sytske Teppema, Jacques de Visser [red.], Denkers van nu, Veen, Diemen, 2005, p. 318-319.

 

Van die kloof spreekt ook de filosoof Heidegger en hij benadrukt het belang van het opnieuw denken en articuleren van een Logos die is als een ‘tonen’ van de mens in zijn ’dasein’, zijn samenhang met de omringende werkelijkheid. Waartegenover hij juist als problematisch ziet die analyserende en alles tot ding makende blik op de wereld, dat afstandelijke ervaren waarin uiteindelijk mens en natuur verdingt worden tot object. Om zo de basis te vormen van een door techniek overheerste cultuur, die zich richt tegen de mens en de natuur en tegen leven en bestaan in het algemeen. *Ellen Geerlings, Het oog in de storm. Wegwijs in de filosofie, Boom, Amsterdam, 2007, p. 172 e.v.

 

Heidegger spreekt in dit verband van een ‘zijnsvergetenheid’ en van een noodzaak het Zijn opnieuw te denken in het tonen van haar Logos, haar samenhang. Hij ziet die ‘zijnsvergetenheid’ als het nihilisme, ‘de geschiedenis van het uitblijven van het Zijn.’ En hij ziet dit in samenhang met juist die verdingende blik op de wereld, op de natuur en op ook de mens. De hoogleraar filosofie Herman Berger schrijft hierover:

 

“Het Sein en het Dasein zijn een relationele eenheid. De mens is Dasein inzover hij de oproep van het Sein verstaat en eraan beantwoordt. Op de vraag: hoe is de mens zèlf bij de werkelijkheid, als dat niet primair door de beleving is?, zou Heidegger antwoorden: door niet van zichzelf en van de werkelijkheid weg te lopen maar werkelijk Da te zijn. En daartoe is de mens in staat: hij is Dasein. Authentiek existeert hij uitsluitend als hij aan de roep van het Zijn beantwoordt. Maar juist als Dasein is het hem óók mogelijk van zichzelf vervreemd te raken en weg te zijn. En hij is weg als hij de wereld als zijn maaksel beschouwt.”

 

*W. Weischedel, Filosofie door de achterdeur, Fontein, 1976, p. 272; Herman Berger, Werkelijkheid, aandacht en mystiek, Damon, 2006, p. 106.

 

Is de wereld als een vreemd en zinloos object vóór ons, of zijn wij ín die wereld en mèt die wereld, wereld mèt die wereld, natuur mèt die natuur? Zijn wij blind voor het Zijn, omdat wij het gereduceerd hebben tot uiteindelijk een exploiteerbaar object? Of staan wij ervoor open, in het vermoeden dat het mogelijk is authentiek daarin te zijn? Is het ons mogelijk te komen tot een meer ek-sisteren dan in-sisteren, een meer ‘verschijnen vanuit’ dan een ‘onszelf opdringen aan’. Is het ons mogelijk meer te zijn met het Zijn, al dat is, dan dat we vervreemd zijn van dat Zijn, als verloren atoom in een zinloos bestaan? Is het ons mogelijk onszelf meer ‘open te stellen voor’ en ‘te verschijnen in’, dan dat we enkel maar ‘observeren’ en ’onderwerpen’, ‘analyseren’ en ‘manipuleren’? De hoogleraar filosofie Dominique Folscheid:

 

“De essentie van de mens (Dasein) bestaat in zijn existentie in de zin waarin hij zichzelf openstelt voor de opening van het Zijn, verwijst naar de extatische aanwezigheid van het Zijn, zoals dat zich als ’opgehelderd’ vertoont in het er-zijn: de mens ek-sisteert. In plaats van te ek-sisteren kan de mens weigeren, verstarren, zichzelf tot subject en maat van ieder zijnde nemen: in-sisteren. Het drama van de mens is zijn afkeer voor het mysterie van het Zijn die hem brengt tot vergetelheid van zichzelf en dwaling.” *Dominique Folscheid, De grote filosofen, Aristos, Rotterdam, 1988, p. 122.

 

Ondertussen zal ongetwijfeld de vraag zijn gerezen wat nu precies bedoeld wordt met dat Zijn en wat daar zo belangrijk aan is. Wat kan het voor ons als bewoners van een eigenlijk door-en-door postmodern sceptische en nihilistische wereld betekenen? Interessant is het dan te kijken naar ook de veelgelezen filosoof-historicus Hans Joachim Störig en zijn weergave van Heideggers filosofie - enkele citaten:

 

De filosofie tot op heden heeft steeds gevraagd naar het zijnde in het geheel en naar het hoogste zijnde, namelijk God, maar niet naar datgene waardoor al het zijnde pas een zijnde kan zijn: naar het Zijn. Dit Zijn echter is zelf geen ding, geen zijnde, het kan als de diepste bron van al het zijnde in het geheel niet meer als een ’voor-werp’ voor ons gesteld worden. Omdat het Zijn niet te objectiveren is, omdat het werd gehouden voor het meest lege, algemene en vanzelfsprekende, heeft de filosofie het probleem van het Zijn verwaarloosd, ’vergeten’ (Heideggers verwijt van de ‘zijnsvergetenheid’); men is voorbijgegaan aan het fundamentele onderscheid tussen al het zijnde en het Zijn. Dit onderscheid noemt Heidegger de ’ontologische differentie’. Er is een weg om dichter bij het Zijn te komen: wij moeten het Zijn van de mens, door Heidegger ‘Dasein’ (er-zijn) genoemd, onderzoeken, ondervragen. Want de mens is van alle zijnden datgene wat het ‘Zijn’ altijd al, zij het ook onduidelijk, heeft verstaan.

 

“… dat in Heideggers late geschriften het begrip van het ‘heilige’ een grote rol speelt: ‘de denker spreekt over het Zijn, de dichter noemt het het heilige’ …”

 

“Het Zijn is de dragende grond, de allesdoordringende zin van het Zijn.”

(Vervolg op pagina 2)

Tekstvak: Home
Tekstvak: Home
Tekstvak: Home

1 – 9

Wat is de diepere idee in alles?

Wat is de zin van het bestaan?

 

Wat verbindt ons met elkaar en met

alles dat er is?

 

Wat zijn de regels van het spel, het grote spel dat gaande is?

 

Wat is de Maat,

de Logos, de Idee van het Goede?

 

Wat is het Zijn?