Het Heelheidprincipe en de opkomst van een creatief wereldbeeld

 

Benedict M. Broere (eerder gepubliceerd in Gamma-extra 2000, Stichting Teilhard de Chardin)

 

"  De kosmos openbaart zich in een nieuwe gedaante als een wonder van organische eenheid en continue creativiteit. Welke cultuur zal uit dit wereldbeeld geboren worden?"

- Max Wildiers[1]

 

“Het universum is niet minder dan de uitwerking van het plan van een allesvermogende God-Architect; het is eerder méér. Het is het resultaat van de interactie van myriaden creatieve gebeurtenissen, samengebonden van binnen uit en gericht op schoonheid en harmonie.”

- Jan Van der Veken[2]

 

Bent u een automaat mevrouw/meneer? Een moleculaire machine? Bent u (sorry, dit moet even) helemaal dood als u dood bent? Verdampt, opgelost, opgegaan in een niets als had u nooit bestaan? Bent u een ding dat puur gericht is op eigen overleving en reproduktie? Een 'iets' dat zich moet handhaven in een arena waarin alleen de sterkste overleeft? Is uw bestaan volstrekt doelloos, zinloos, het produkt van toeval en natuurlijke selectie? Bent u in wezen een nihilist en/of relativist als het gaat om morele waarden en de zin van het bestaan?

 

Een spelend kind

Mensen die dit soort vragen met een volmondig 'ja' beantwoorden, zijn bewust of onbewust aanhanger van het sinds de dagen van Newton en Descartes opgekomen mechanistisch, materialistisch en reductionistisch wereldbeeld. Vooral wetenschappers, meer speciaal biologen, denken dat mensen en dieren niets anders zijn dan elkaar beconcurrerende automaten, biochemische constructies, machinale dingen die een wereld bewonen die in haar geheel een machine is, qua karakter niet verschillend van een klok, computer of motor. Wat betekent dat onze leefwereld, in feite niets anders is dan een machinaal heen en weer schuiven van energie en informatie. Een activiteit die in essentie nergens toe dient, en die volledig op zichzelf staat, omdat er niets is dat er zin aan geeft, geen algemeen streven of doel, geen bezieling, helemaal niets. Het is allemaal slechts een toevallige samenloop van omstandigheden, een zielloos lot uit de loterij, een, in de woorden van Stephen Jay Gould, 'schitterend evolutionair ongeluk'.[3]

 

Dit nu is de gangbare visie, het mechanistisch en nihilistisch wereldbeeld. Het is een interpretatie van de werkelijkheid die naar veler mening beperkt is en het resultaat is van een eenzijdige zienswijze. De fout zit hierin dat het één of een bepaalde groep van aspecten van de werkelijkheid oppakt en uitvergroot, om vandaaruit het geheel of delen (mens, natuur) van de werkelijkheid te verklaren, inclusief onze ervaring van de werkelijkheid. Dit is de reductionistische methode, het denken in termen van 'niets anders dan', waarbij complexe, fascinerende en levende verschijnselen en ook reële en levendige religieuze ervaringen worden gereduceerd tot bijvoorbeeld: genen, atomen, driften, toeval, concurrentie, individuen, hallucinaties, enzovoort.

 

Deze aanpak of manier van denken staat onder druk, althans een groeiend aantal mensen stoort zich aan de absurditeit die het met zich mee brengt. Dat men bijvoorbeeld zegt: mensen maken intelligente machines, die vertonen 'mens-achtig' gedrag, conclusie: de mens is een machine.

 

Meer en meer is er in de wetenschap een neiging om, ingaand tegen deze trend van reductie en fragmentatie, de verschillende feiten in een breder verband te plaatsen, meer interdisciplinair te denken en meer aandacht te geven aan het holistische aspect van de diverse processen in natuur en cultuur - denk hierbij aan de opkomst van de zgn. wetenschap van de complexiteit.[4]

 

Door deze verbreding van het aandachtsveld is er ook interesse ontstaan voor ideeën uit religie en mystiek, en krijgt men steeds meer het vermoeden dat de aldus breder geïnterpreteerde werkelijkheid beter aansluit bij de natuur, zoals die de afgelopen eeuw in het wetenschappelijk onderzoek tevoorschijn getreden is. Het nieuwe beeld van de werkelijkheid dat op dit moment bezig is te ontstaan, is naar alle waarschijnlijkheid meer adequater, meer met de werkelijkheid overeenkomend, meer werkelijk dan het de werkelijkheid reduceren tot machine, toeval en concurrentie.

 

De meer integrale kijk op de wereld biedt niet alleen een waarschijnlijk veel adequater, maar ook een veel interessanter en kleurrijker panorama, aantrekkelijk voor de mens als creatief wezen. Het is een wereldbeeld waarin de voorheen in het mechanistische denken zo afwezige creativiteit en schoonheid en zinvolheid weer een belangrijke rol spelen.

 

De onderlinge verbindingen van resultaten van experimenten en onderzoekingen in fysica, chemie, biologie, psychologie en economie maken aannemelijk dat, samengevat:

 

- niet materie maar bewustzijn de basis is van het bestaan; dat de materiële wereld door middel van een voortdurend co-concentrerend denken tot bestaan komt en tot ontwikkeling wordt gebracht[5];

 

- dat het bestaan geen structuur is (als van een machine) maar een proces, een organisme, waarvan alle samenstellende delen samenwerken voor de instandhouding en ontwikkeling ervan (Whitehead, procesdenken[6]);

 

- voorts dat er een bewustzijn suggererende doelgerichtheid is in dat bestaan, een denken dat ontwikkeling zoekt richting grotere diversiteit, complexiteit en schoonheid, algemeen een grotere kwaliteit[7] (Teilhard de Chardin[8], omega[9]);

 

- en tevens dat dit bestaan zich ontwikkelt volgens een waarschijnlijk holografische en dialectische orde, waarmee een essentiële informatie bedoeld wordt die betrekking heeft op het geheel en elk deel van de werkelijkheid (Bohm, impliciete orde[10]) en die te maken heeft met de creatieve samenwerking van bepaalde tegenpolen in die werkelijkheid (Koestler, integratie en differentiatie[11]).

 

De verandering in zienswijze is dus op z'n zachtst gezegd aanzienlijk. De 'shift' van het darwinistische en mechanistische wereldbeeld naar het holistische en creatieve wereldbeeld, betekent in feite een verandering van karakter, van klimaat, tijdgeest, metaforisch gezien de verschuiving van bijvoorbeeld een locomotief met goederen- en personenwagons, een electrisch aangedreven speelgoedtreintje, naar iets dat leeft en groeit en creatief is, bijvoorbeeld het spelende kind zelf. Het betekent dat er meer en meer de opvatting ontstaat dat het karakter van de wereld eerder overeenkomt met dat van een spelend kind dan met dat van een trein. De wereld is eerder iets creatiefs dan dat het een machine is.

 

God is klank, groei, muziek in de maak

Er zijn de laatste decennia al heel wat boeken op de markt verschenen, waarvan de auteurs neigen naar een meer creatieve interpretatie van de werkelijkheid, zich afzettend tegen de nog altijd dominante mechanistische interpretatie van de werkelijkheid. Om enkele van deze auteurs te noemen, met een of enkele van hun werken: Paul Davies (Blauwdruk van de kosmos, The mind of God), Willis Harman (Omwenteling), Brian Swimme (Ontwakend heelal), Peter Russell (Wereldbrein, Het witte gat in de tijd), Ken Wilber (Oog in Oog, Een nieuwe werkelijkheid, De integratie van wetenschap en religie, Een beknopte geschiedenis van alles), Joachim-Ernst Berendt (Nada Brahma [God is klank, groei, muziek in de maak]).[12]

 

Ook Nederlands-talige auteurs doen van zich spreken, bijvoorbeeld: Max Wildiers (Theologie op nieuwe wegen, Kosmologie, De vijf vreugden van de geest, Zo vrij is de mens)[13], Jan Van der Veken (Een kosmos om in te leven, Denken aan al wat is), Gerard Bodifée (Aandacht en Aanwezigheid, Het vreemde van de aarde), Hein Stufkens (Heimwee naar God).[14]

 

Klassiek inmiddels is De Aquarius Samenzwering van Marilyn Ferguson, een zeer toegankelijk, informatief en 'alles' tezamenbrengend werk. Het is een boek waarin practisch iedereen aan bod komt die een bijdrage heeft geleverd aan de opkomst van het nieuwe, holistische en creatieve wereldbeeld. En dat de voorlopige neerslag vormt van een zeer brede, naar integratie van de menselijke ervaring, en naar harmonie met de werkelijkheid zoekende, kijk op de wereld.[15]

 

Het betreft een wereldbeeld waarvan je zou kunnen zeggen dat het zich organiseert vanuit materiaal dat afkomstig is uit zowel wetenschap als religie. Maar dat evenwel bewust voorbij gaat aan al te letterlijke interpretaties van religieuze leringen, en aan ook sciëntistische en atheïstisch-materialistische opvattingen.[16] Daarbij vormt het, gezien de diversiteit van ideeën van de bijdragende auteurs, nog lang geen logisch coherent geheel. En ook is de empirische onderbouwing niet altijd even bevredigend. Echter temidden van deze creatieve turbulentie begint er toch wel een grote lijn zichtbaar te worden. Namelijk de idee van een wereld die, in een miljarden jaren omvattend evolutionair proces, wordt omvat en ontwikkeld door een creativiteit, iets dat maakt, leert en ontdekt, een God die, veel meer dan in de eerdere religies, in harmonie is met de wetenschappelijke werkelijkheid.

 

Het heelheidprincipe

Deze nieuwe visie op de werkelijkheid, en de verscheidenheid van haar contribuanten, komt vooral ook weer naar voren in Het heelheidprincipe van Anna Lemkow.[17]    Zij geeft een duidelijk overzicht van de trend die aanwezig is bij een niet gering aantal wetenschappers, de shift of omslag van een mechanistisch, materialistisch en reductionistisch wereldbeeld, naar een holistisch en creatief wereldbeeld. Zij beschrijft practisch geheel het spectrum van gebieden waarin de omwenteling in denken plaatsvindt, in o.a. de fysica (quantumfysica, relativiteitstheorie), in de chemie (Prigogine, chaostheorie), in de biologie (Augros & Stanciu, Lovelock), de neurologie (Sperry, Ornstein) en psychologie (PSI, Grof). En zij verwijst ernaar hoezeer de ontdekkingen in de diverse disciplines in de richting gaan van een werkelijkheid zoals die, weliswaar in andere bewoordingen, beschreven wordt in mythe, religie en mystiek. De grote lijn doortrekkend komt zij tot de opvatting dat de holistische visie de mens niet alleen dichter bij deze werkelijkheid brengt, maar toegepast in economie en politiek voor de mens ook een betere wereld kan betekenen, met minder grote verschillen in rijk en arm en een duurzamer relatie met de natuur.

 

Een belangrijke attractie van het boek vormen de citaten van protagonisten van het nieuwe holistische denken, o.a. David Bohm (bekend van Heelheid en de Impliciete Orde), Ken Wilber (de grote theoreticus van de transpersoonlijke psychologie), Whitehead (die de werkelijkheid ziet als een creatief proces) en Teilhard de Chardin (die Darwins evolutietheorie omvormde tot een creatieve ontwikkeling richting een universeel omega). Interessant is bijvoorbeeld de volgende uitspraak van de filosoof Haridas Chaudhuri, een citaat waar ik het volledig mee eens ben en dat misschien wel de belangrijkste taakstelling van de komende tijd bevat:

 

"Onze eeuw vraagt dat we religie ontdoen van zijn bovennatuurlijkheid, onwereldsheid, pessimisme en dogmatisme. Religie moet opnieuw worden opgebouwd als een krachtige toewijding aan idealen als waarheid, schoonheid, liefde, sociale rechtvaardigheid, economische kwaliteit, politieke vrijheid en internationale vrede... Het moet opgebouwd worden als een klaroenstoot voor de zelfontwikkeling van de mens als een vrije en creatieve eenheid van het kosmische geheel, als een uniek brandpunt van het Opperwezen... als een optimistische bevestiging van het leven in deze wereld, met een vibrerend gevoel van geworteld zijn in het eeuwige en een creatieve visie op zijn toekomst."[18]

 

Heelheid en heelheidsbewustzijn

Lemkow noemt heelheid de sleutel tot de holistische en nondualistische filosofie, die inhoudt dat het bestaan gedragen wordt door één allesbevattende Grond (die je God zou kunnen noemen, of Brahman, of Tao), en dat alle tegenpolen, geest-materie, licht-donker, yin-yang, in zich verenigt, en aldus maakt dat er strikt genomen geen scheiding is tussen bijvoorbeeld:

 

- mens (denken) en werkelijkheid, waarmee in feite de subject-object-splitsing, zoals in zwang geraakt sinds Descartes, wordt opgeheven (fysici spreken wel van de 'dood van de toeschouwer');

 

- tussen elementaire 'deeltjes/golven' onderling (zoals blijkt in de quantumfysica); al de quarks, neutronen, electronen enz. manifesteren zich als patronen van puntvormige trillingen in een veld van energie;

 

- tussen individuen en consumenten in maatschappij en markt (naast egoïsme is er altruïsme, naast concurrentie is er samenwerking); wat betekent dat geheel de sociaal-darwinistische idee van het 'recht van de sterkste' uitermate eenzijdig is, wat ook zichtbaar is in de natuur, waarin er naast concurrentie ook samenwerking is, het leven in symbiose en de samenwerking van de verschillende leden van een groep;

 

- en tussen planten en dieren en planeten en sterren; het vormt alles tezamen één groot zich ontwikkelend systeem, en absoluut gezien heeft elk deel van de werkelijkheid invloed op alle andere delen van de werkelijkheid.

 

Heelheid impliceert voor Lemkow het denken in termen van gehelen, samenhangen, relaties en verbindingen, dit op basis van de gedachte (of mystieke intuïtie) dat er een wereld-tot-bestaan-brengende Grond is die allesverbindend is. Dit laatste is waarschijnlijk de meest natuurlijke opvatting die opkomt bij een goed ontwikkeld heelheidsdenken en -ervaren: dat je weet dat de wereld leeft, zoals de aboriginal dat weet, en de eskimo en verder iedereen die daar gevoel voor heeft. Daarnaast geeft het heelheidsdenken ook sociaal en/of ecologisch bewustzijn (beide gebaseerd op medeleven, verbondenheid) - wat echter niet betekent dat deze vormen van bewustzijn, mystiek, sociaal en ecologisch, per se samen gaan.

 

Heelheid is eigenlijk een mentaliteitskwestie, je ervaart het in meer of mindere mate of je ervaart het helemaal niet. De grote moeilijkheid bij de omwenteling in denken die plaatsvindt is dan ook dat deze paradigmaverandering afhankelijk is van de mate van flexibiliteit van het bewustzijn van mensen nieuwe ideeën te verwerken, nieuwe ervaringen op te doen, eigenlijk nieuw bewustzijn te ontwikkelen.

 

Je zou kunnen stellen dat de huidige toestand in de westerse wereld, compleet met wat daarin positief en negatief is - bloeiende en welvarende cultuur, maar ook afbraak van natuur, armoede, nihilisme, criminaliteit - voor een belangrijk deel het resultaat is van een bepaalde vorm van bewustzijn, en dat een wending ten goede een verandering van dit bewustzijn vereist. Lemkow spreekt in dit verband van een nieuw type bewustzijn dat in opkomst is, maar dat moet oproeien tegen de zo dominante stroom van overdreven egocentrisme, zakelijkheid, meedogenloosheid, korte-termijn-denken en een wereldbeeld van materialisme, nihilisme en survival of the fittest. Het ziet er naar uit dat de toekomst van de westerse wereld, en misschien wel van de mensheid als geheel, afhankelijk is van de mate waarin dit extreme deel ervan, deze Wille zur Macht (Nietsche), in staat is bij zichzelf meer heelheidsbewustzijn te ontwikkelen.

 

Creatief bewustzijn en creatief wereldbeeld

Waarom het weer een vrouw is, Anna Lemkow, die een dergelijk 'alles-met-alles-verbindend' boek geschreven heeft? Misschien is dit een mooie bevestiging van de theorie die zegt dat vrouwen meer relaterend zijn dan mannen, meer verbindend en holistisch, synthetisch, integrerend, omdat bij hen dit verbindend bewustzijn in het algemeen meer dominant is dan bij mannen. Dit bewustzijn is als het ware een Grote Weefster die allerlei veelkleurige kralen samenbrengt in een groot en schitterend geheel. Het verbindend bewustzijn, minder of meer ontwikkeld, maakt dat mensen zich deel kunnen voelen van een geheel, of dat nu een relatie is, of een gemeenschap, een cultuur, een planeet, het universum, of de hele werkelijkheid, God. Dit 'verbinden', zo blijkt uit onderzoek, speelt een belangrijke rol in creatieve processen, naast uiteraard het vermogen om kritisch en analytisch te denken.[19]

 

In essentie beleven we tegenwoordig de opkomst van een nieuw soort verbindend bewustzijn, een door het onderzoek van de werkelijkheid weer acceptabel geworden heelheidsbewustzijn, dat met het individualistische en rationele bewustzijn kan gaan samenwerken in de ontwikkeling van meer en meer creatief bewustzijn en een creatief wereldbeeld.

 

Noten

 

1. Gerard Bodifée (keuze van de teksten), Zo vrij is de mens. Max Wildiers, kerngedachten uit zijn werk, Pelckmans, Kapellen, 1996, p. 71.

 

2. Jan Van der Veken, Een kosmos om in te leven. Het nieuwe gesprek tussen kosmologie en geloof, DNB Pelckmans, Kapellen, Kok Agora, Kampen, 1990, p. 106.

 

3. "Buiten onze schuld, en zonder enige kosmische opzet of bewuste bedoeling zijn we, bij gratie van een schitterend evolutionair ongeluk genaamd intelligentie, de rentmeesters van de continuïteit van het leven op aarde geworden." Wim Kayzer, Een schitterend ongeluk, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1993, p. 109.

 

4. Zie bijvoorbeeld: Roger Lewin, Complexiteit. Het grensgebied van de chaos, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1993; Fritjof Capra, Het levensweb. Levende organismen en systemen: verbluffend nieuw zicht in de grote samenhang, Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen, 1996; Paul Davies, Blauwdruk van de kosmos. Het scheppend vermogen van de natuur bij de ordening van het heelal, Contact, Amsterdam, 1991; Paul Davies, Het vijfde wonder. De zoektocht naar de oorsprong van het leven, Ten Have, Baarn, 1999; Roger Penrose, De nieuwe geest van de keizer. Over computers, de menselijke geest en de natuurwetten; Ilya Prigogine & Isabelle Stengers, Orde uit chaos. De nieuwe dialoog tussen de mens en de natuur; Stuart Kauffman, Eieren, straalmotoren en paddestoelen. Zelforganisatie als de verborgen sleutel tot evolutie, Hermann Haken, Erfolgsgeheimnisse der Natur. Synergetik: Die Lehre vom Zusammenwirken, James Gleick, De derde wetenschappelijke revolutie. Zie ook internet: International Society for the Systems Science Homepage.

 

“Einstein zei ‘De Heer is vernuftig, maar niet kwaadaardig’. We staan nog maar aan het begin van het ontwikkelen van een wetenschap die de evoluerende, opduikende orde kan verklaren die ik uit mijn raam zie, van de spin die haar web weeft, de prairiewolf die op de bergtop verscholen zit, tot mijn vrienden en mezelf op het Santa Fe-instituut en elders (...) Wij maken allemaal deel uit van dat proces; het heeft ons geschapen en wij scheppen het. In den beginne was het Woord - de Wet. De rest volgt daaruit en wij nemen daaraan deel.”

Stuart Kauffman, Eieren, straalmotoren en paddestoelen. Zelforganisatie als de verborgen sleutel tot evolutie, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1996, p. 335.

 

5. Zie onder andere: Sef Kicken, Bewustzijn als basis. Een holistische visie op wetenschap en bewustzijn, De Toorts, Haarlem, 1991; Willis Harman, Omwenteling. Een wereldomvattende verandering in het denken, Lemniscaat, Rotterdam, 1988; Larry Dossey, Het bestaan van de ziel. De verbinding tussen mystiek, religie, natuurkunde en geneeskunst, Kosmos, Utrecht/Antwerpen, 1989.

 

6. Zie het hoofdwerk van Whitehead, Process and Reality. Zie o.a. Wat gebeurt er in Gods naam? Een nieuwe kijk op wereld, God en religie vanuit het procesdenken van Alfred North Whitehead van Thomas E. Hosinski; Doet God ertoe? Een interpretatie van Whitehead als bijdrage aan een theologie van Gods handelen van Palmyre M.F. Oomen; Denken over God en wereld onder redactie van Willem B. Drees. Zie ook de artikelen van Ben Crul en Ko Kleisen in GAMMA. Zie het werk van Max Wildiers (o.a. Kosmologie, Theologie op nieuwe wegen, De muziek der sferen, De vijf vreugden van de geest) en Jan Van der Veken (o.a. De dynamiek van de religie, Een kosmos om in te leven, Denken aan al wat is, God en wereld). En zie: H. Berghs (red.), Denk-wijzen 1. Een inleiding in het denken van E. Levinas, L. Wittgenstein, A. Whitehead, J. Habermas.

 

Jan Van der Veken: "Whitehead zelf noemde zijn visie, uiteengezet in Process and Reality, 'philosophy of organism'. Dat organisch, creatief Geheel is voor hem geen machine, maar een Gebeuren van eenwording, gericht op het tot stand brengen van esthetische harmonie." Jan Van der Veken, Denken aan al wat is. Een hedendaagse fundamentele wijsbegeerte, Van Gorcum, Assen, Universitaire Pers, Leuven, 1994, p. 261.

 

7. Interessant hierbij is bijvoorbeeld: William H. Calvin, De rivier die tegen de berg opstroomt. Een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens, Bert Bakker, Amsterdam, 1993.

 

8. Zie zijn hoofdwerk Het verschijnsel mens en de Bibliotheek Teilhard de Chardin verschenen bij Het Spectrum. Zie ook het werk van bijvoorbeeld Bernard Delfgaauw (Teilhard de Chardin) en Max Wildiers (o.a. Teilhard de Chardin, Kosmologie, Zo vrij is de mens). Zie voor een inleiding tot het werk van Teilhard de Chardin de EXTRA-GAMMA nr. 5, Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955. Zijn leven, zijn werken en de betekenis van zijn visie op evolutie voor onze toekomst, met teksten van Ko Kleisen en Theo Smits, met achterin een overzicht van het werk van Teilhard, secundaire literatuur, websites en organisaties. Als aanvulling op de lijst van secundaire literatuur verwijs ik naar nog: ir. D.L.N. Vink, Het verschijnsel leven. Mechanisme en metamorfosen, Wetenschappelijke Uitgeverij, Amsterdam, 1969; Th. Dobzhansky, Een bioloog over de laatste vragen (hoofdstuk VI De synthese van Teilhard), Pantoscoop - Wetenschappelijke Uitgeverij, Amsterdam, 1969.

 

Pierre Teilhard de Chardin werd veel gelezen en bestudeerd in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In de decennia daarna is de belangstelling voor zijn werk belangrijk teruggelopen, met als oorzaken waarschijnlijk toch het speculatieve en mystieke karakter van zijn werk en de algemene secularisering enerzijds, en de tegenwerking van de aan orthodoxe leringen vasthoudende RK-Kerk anderzijds. Tegenwoordig echter blijkt de algemene strekking van zijn visie, die misschien wel het meest weer te geven is met zijn wet van toename in complexiteit en bewustzijn, onmisbaar in het nieuwe, zich allerwegen aandienende, creatieve wereldbeeld.

 

Zo is de naam 'Teilhard' te vinden in heel wat teksten op het internet. Bijvoorbeeld de zoekmachine Megazoek geeft bijna twaalfduizend documenten in honderd webverbindingen. (Ter vergelijking: Karl Popper geeft ± 19.000 documenten, Karl Marx ± 10.000 documenten, en Plato ± 23.000 documenten.) Opvallend daarbij zijn de vele artikelen waarin Teilhard in samenhang wordt gebracht met dit nieuwe medium. Interessant is bijvoorbeeld Cyberspace and the Dream of Teilhard de Chardin door John R. Mabry, of bijvoorbeeld de website Pierre Teilhard the Chardin and Cyberconsciousness. Interessant is zeker ook de website van de door Teilhard geïnspireerde Peter Russell, auteur van o.a. Wereldbrein (Global Brain). En als u dan toch aan het surfen bent op internet, kijk dan eens in de mooie site van Brian Swimme, met aanbod van videofilms over het creatieve universum. Interessant zijn ook bijvoorbeeld de Teilhardpagina's in Great Thinkers and Visionaries, Philosophere Publishers en Philosophers Corner, met verwijzing naar boeken als: Ursula King, Spirit of Fire. The Life and Vision of Teilhard de Chardin, 1998, en: Noel Roberts, From Piltdown Man to Point Omega: The Evolutionary Theory of Teilhard de Chardin (Studies in European Thought, vol. 18), te verschijnen in januari 2001. Voor verdere websites zie de EXTRA-GAMMA nr. 5 hierboven.

 

“Teilhard de Chardin vatte de evolutionaire worsteling op als een goddelijke kracht die het universum voortstuwde van materie naar geest, van geest naar persoonlijkheid, en ten slotte, voorbij persoonlijkheid, naar God.”

Karen Armstrong, Een geschiedenis van God. Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam, Anthos, Baarn, Ronald Cohen, Amsterdam, 1995, p. 424.

 

C.W. Dugmore: "Misschien is de grootste apologeet voor het Christendom in de moderne wereld onder de rooms-katholieke schrijvers Teilhard de Chardin (1881-1955) geweest, een erkend deskundige op wetenschappelijk gebied en priester van de roomse kerk. Zijn meest bekende boek is Het verschijnsel mens, maar Het goddelijk milieu is een nog diepzinniger boek."

 

C.W. Dugmore: "Paus Paulus VI beschreef hem als 'een onmisbare man voor onze tijd.'" Geoffry Parrinder (red.), De Grote Godsdiensten. Historisch en actueel, met onder andere Hindoesme, Boeddhisme, Jodendom, Christendom, Islam, Amsterdam Boek, 1974, p. 386-387.

 

"De ster die de wereld verwacht, zonder nog haar naam te kunnen uitspreken, zonder precies haar ware transcendentie te kennen, zonder zelfs de meest geestelijke, de meest goddelijke van haar stralen te kunnen onderscheiden, is noodzakelijkerwijs Christus zelf naar Wie onze hoop uitgaat." Pierre Teilhard de Chardin, Het goddelijk milieu. Essay over het innerlijk leven, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1964, p. 133.

 

9. Een belangrijk idee in het werk van Teilhard is het punt omega, dat ontleend is aan een uitspraak van Jezus: "Ik ben de Alfa en de Omega." (Openbaringen 22:13) Teilhard ziet in het omega een ideale toestand die de mensheid in de toekomst kan bereiken in de verdere uitbouw en eenwording van de zgn. noösfeer, het collectief bewustzijn van de mensheid. In een mystiek visioen ziet Teilhard in deze ideale toestand de kosmische Christus verschijnen, die een wereld vertegenwoordigt van vrede, geluk en liefde. Deze ontwikkeling van toenemende complexiteit en bewustzijn voortdenkend, spreekt hij echter van een volkomen omega dat uiteindelijk zal verschijnen in de voltooiing van het universum in de synthese van voorafgaande omega's/ middelpunten. Teilhard de Chardin: "Allereerst kan men zich in alle ernst afvragen of het leven, door de toenemende spanning van de geest over het aardoppervlak, er op een goede dag niet in zal slagen op vernuftige wijze de spijlen van zijn aardse gevangenis te doorbreken - hetzij door middelen te vinden om andere, onbewoonde hemellichamen te bezetten - hetzij door een psychische verbinding tot stand te brengen (een nog duizelingwekkender gebeurtenis) met andere middelpunten van bewustzijn in de ruimte. De ontmoeting en wederzijdse bevruchting van twee noösferen. [...] Het bewustzijn bouwt zich tenslotte op door de synthese van planetaire eenheden. Waarom niet in een heelal waar de 'melkweg' als maat-eenheid geldt?" "Het heelal voltooit zich in een synthese van middelpunten, volstrekt in overeenstemming met de wetten van vereniging. [...] Dit is volkomen het punt Omega." Pierre Teilhard de Chardin, Het verschijnsel mens, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1965, p. 255 (HIII-3) en 264 (Epiloog-1).

 

Overeenkomstig Teilhards wet van toenemende complexiteit-bewustzijn, ontwikkelt de wereld zich tot steeds indrukwekkender en meer omvattende levensvormen. Voor de mens betekent dit in de toekomst een steeds grotere expansie in het universum. De futuroloog Adrian Berry: "Als we terugkijken naar het verleden, naar de tijd waarin voor het eerst vuur werd gebruikt voor koken en verwarming, kunnen we een lijn doortrekken naar het heden, die de geschiedenis van een zich steeds verder ontwikkelende technologie aangeeft. Ik heb in dit boek getracht aan te tonen, dat het volkomen redelijk is, die lijn ook in de toekomst door te trekken en te veronderstellen dat onze activiteiten zich tot in het melkwegstelsel zullen uitstrekken. In een tijdsbestek van misschien twintigduizend jaar zullen we de weg hebben afgelegd van grot en lemen hut naar het imperium van de Melkweg." Adrian Berry, De komende 10.000 jaar. Een visie op de toekomst van de mens in het heelal. p. 243, Wetenschappelijke uitgeverij bv, Amsterdam, 1974.

 

Bij deze expansie kan men zich voorstellen dat het leven steeds groter delen van het universum zal omvatten, toewerkend naar het uiteindelijke omega, het ultieme en meest sublieme van de schepping. Peter Russell: "Als de tien miljard sterrenstelsels in het heelal zich in de loop van duizenden miljoenen jaren niet alleen zouden ontwikkelen tot galactische super-organismen, maar ook met elkaar zouden gaan communiceren, zou het laatste stadium van de evolutie kunnen aanbreken - een Universeel super-organisme [Omega]." Peter Russell, Wereldbrein, Ankh-Hermes, Deventer, 1983, p. 209.

 

Interessant in dit verband nog te vermelden zijn bijvoorbeeld: Nico Baaijens, De toekomstmens. Een verbijsterend uitzicht op de verre toekomst, Ankh-Hermes, Deventer, 1978; Joël de Rosnay, De symbiotische mens. Visie op het derde millennium, Addison Wesley Longman Nederland BV, 1998. Zie ook bijvoorbeeld het werk van Freeman Dyson, o.a. Infinite in All Directions, en Frank Tipler, De fysica van de onsterfelijkheid. Bij het laatste echter zou ik mijn commentaar willen aanbevelen, zoals weergegeven in: Benedict Broere, AOS CONCREET III; CREATIVITEIT, GAMMA jrg 7, nr 1, februari 2000.

 

10. Zie: David Bohm, Heelheid en de impliciete orde, Lemniscaat, Rotterdam, 1985; Michael Talbot, Het holografisch universum, Kosmos, Utrecht/Antwerpen, 1992.

 

11. Zie: Arthur Koestler, De menselijke tweespalt, Van Gorcum & Comp., Assen, De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen, 1981. Zie ook bijvoorbeeld: Christopher Markert, Yin-Yang. Het dynamisch evenwicht in ons leven, Het Spectrum, Utrecht/ Antwerpen, 1985; Sukie Colegrave, Androgynie. Eenheid van het vrouwelijke en het mannelijke, Lemniscaat, Rotterdam, 1979; Marcel Messing, Symboliek. Sleutel tot zelfkennis, Van Gorcum, Assen/Amsterdam, 1977; Dr. R.J. van Helsdingen, C.G. Jung, Kruseman, Den Haag, 1974 (voor werken van Jung zelf, zie o.a. uitgeverij Lemniscaat te Rotterdam).

 

12. In het verlengde hiervan zijn zeker ook interessant bijvoorbeeld: Fritjof Capra (De Tao van fysica, Het levensweb, Belonging to the universe), Arthur Koestler (De menselijke tweespalt), Morris Berman (De Terugkeer van de Betovering), Gary Zukav (De dansende Woe-Li meesters), Amaury de Riencourt (Het oog van Shiva), Jean Guitton (God en de wetenschap), David Loye (De sfinx en de regenboog), Konrad Lorenz (Onze laatste kans), Al Gore (De wereld in de waagschaal), Augros & Stanciu (De nieuwe biologie), David Peat (Synchroniciteit), Keith Ward (God, toeval en noodzaak), Jacob Needleman (Kosmische intuitie), Rupert Sheldrake (De wedergeboorte van de natuur, Trialogen op de rand van het westerse denken), Kitty Ferguson (De dobbelstenen van God), Arthur R. Peacocke (Van DNA tot God), John Polkinhorne (Quarks, chaos en christendom).

 

13. Echte aanraders bij het werk van Max Wildiers zijn: Max Wildiers, De vijf vreugden van de geest, Pelckmans, Kapellen, 1995, en: Gerard Bodifée (keuze van de teksten), Zo vrij is de mens. Max Wildiers. Kerngedachten uit zijn werk, Pelckmans, Kapellen, 1996. In heldere bewoordingen verschijnt hier een spiritueel en artistiek wereldbeeld met speciale aandacht voor het werk van Pierre Teilhard de Chardin en Alfred North Whitehead.

 

14. Andere in dit verband interessante auteurs zijn bijvoorbeeld: Allerd Stikker (Tao, Teilhard en Westers Denken), Sef Kicken (Alternatieve wetenschap, Bewustzijn als basis), Paul Revis (Filosofie van het numineuze), Ulrich Libbrecht (Comparatieve filosofie), Sjoerd Bonting (Schepping & evolutie), J.J.W. Berghuys (Mens en kosmos); Willem B. Drees (Heelal, mens en God), C.W. Rietdijk (Experimenten met God), Mirjam Maas (Gaia: machine of organisme), J.W. Hovenier, H.J. Boersma, P.P. Kirschennmann, H.R. Plomp, M.A. Maurice (De plaats van aarde en mens in het heelal); C.E.M. Struyker Boudier (Morgen is het zondag), F.J.K Soontins (Natuurfilosofie en milieu-ethiek), Herman N. Teuben (De nieuwe openbaring van de kosmische evolutie), Jan Boelens (Het tijdeloos gesprek), A. van den Beukel (De dingen hebben hun geheim), Peter Kampschuur (De man zonder navel).

 

15. Zie op internet de mooie en informatieve site van Marilyn Ferguson (te vinden met bijv. Megazoek).

 

16. “Dat nieuwe, moderne wereldbeeld wordt een synthese van ratio en geloof, waarvan alleen de extreem atheïstisch-wetenschappelijke en de orthodox-bijbelgetrouwe denkers zich zullen distantiëren.” Nico Baaijens, De toekomstmens, p. 185.

 

17. Anna Lemkow, Het heelheidprincipe. De dynamiek van heelheid in wetenschap, religie en samenleving, Uitgeverij der Theosofische Vereniging in Nederland, 1995. Zie internet: Wholeness Seminar 2000, a compilation of quotes.

 

18. Haridas Chaudhuri in Het heelheidprincipe, p. 262.

 

19. Men spreekt wel van divergente en convergente processen, waarbij de eerste betrekking heeft op het vermogen allerlei ideeën met elkaar te verbinden om aldus nieuwe en relevante ideeën te vinden, terwijl het tweede betrekking heeft op het vermogen allerlei problemen te analyseren en heel gericht een oplossing te zoeken. Zie: Mihaly Csikszentmihalyi, Creativiteit. Over flow, schepping en ontdekking, Boom, Amsterdam, 1998.