|
nergens aanwijzen in de concrete werkelijkheid.
De wiskundige Kurt Gödel toonde aan dat uitgebreide wiskundige redeneringen ontwikkeld op basis van enkele intuïtief als waar ervaren aannames of axioma's, uitspraken kunnen bevatten die waar zijn maar niet rijmen met de omringende redenering en daarmee de gehele redenering doen wankelen. Reden waarom wiskundige waarheid een veel diepere bron lijkt te hebben dan je met logisch redeneren of uitwerken van algoritmische regels bereiken kan. Waarmee bijvoorbeeld ons intuïtief 'inzien' dat de Rechte Lijn de kortste verbinding is tussen twee punten, of dat elk getal een opvolger heeft dat ook een getal is, of dat aan elkaar evenwijdige lijnen elkaar niet snijden, lijkt te verwijzen naar juist een diepe wetmatigheid in het menselijk denken.
Mij lijkt het dan mogelijk te wijzen op het principe aos, zoals dat zeer wel bepalend lijkt te zijn voor onze cognitieve processen, en op basis waarvan het mogelijk is die zeer algemene meetkundige vormen als Punt, Lijn, Cirkel, enzovoort, te ervaren als haast vanzelfsprekende uitgangspunten bij het opzetten van wiskundige redeneringen. De wiskundige Piet Wesseling schrijft: "De wiskunde kan dus niet op eigen benen staan. Vertrouwen op de consistentie van de axioma's, en de overtuiging dat het zin heeft met bepaalde axiomastelsels verder te gaan, moet men vanwege de stelling van Gödel baseren op buiten-wiskundige gronden." En de natuurkundige Juleon Schins schrijft: "… wie ervan uitgaat dat het menselijke wiskundige waarheidsoordeel via een algoritme totstandkomt, stuit vroeger of later op een ongerijmdheid. Er is dus in de mens een niet-algoritmisch vermogen dat verantwoordelijk is voor zijn waarheidsoordeel." *Cees Dekker, Ronald Meester, René Woudenberg (red.), En God beschikte een worm. Over schepping en evolutie, Ten Have, 2006, p. 345; Cees Dekker, Ronald Meester, René Woudenberg (red.), Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie, Ten Have, 2005, p. 282.
Het is dus mogelijk zo dat wij intuïties als 'twee evenwijdige lijnen zullen elkaar nooit snijden' en 'elke gebeurtenis heeft een oorzaak', als waar ervaren vanuit de werkzaamheid van aos in onze psyche. Het geeft, denk ik althans, een betere verklaring dan de door Immanuel Kant naar aanleiding van deze intuïties ontwikkelde Zuivere Rede. Want dan worden die intuïties gezien als voortkomend uit een a priori (voorafgaand aan de ervaring) in ons bewustzijn aanwezige 'matrijs' of 'bril' die maakt dat wij de wereld ervaren zoals wij haar ervaren. Zodat het eigenlijk niet de wereld is die wij ervaren, maar datgene dat wij via die 'matrijs' of 'bril' als wereld ervaren.
Het is evenwel de vraag of Kant met zijn Zuivere Rede niet teveel systeem heeft gegeven, of dat dit systeem juist niet algemeen genoeg is, niet universeel genoeg is, teveel aan tijd en plaats gebonden is. De universitair hoofddocent rechtsfilosofie Ann Ruth Mackor schrijft hierover: "Kants overtuiging dat de brillenglazen van de mens universeel en onveranderlijk zijn, is mede een gevolg van het feit dat Kant--met vele van zijn tijdgenoten--meende dat Euclides, Aristoteles en Newton de universele grondbeginselen van respectievelijk de wiskunde, de logica en de fysica hadden blootgelegd. Anderhalve eeuw later was er--na de ontwikkeling van de niet-aristotelische logica en niet-klassieke fysica--weinig over van het vertrouwen in de opvatting dat er universele mogelijkheidsvoorwaarden voor kennis bestaan, laat staan in de aanname dat de mens die voorwaarden met zekerheid zou kunnen kennen." *Martin van Hees, Else de Jonge, Lodi Nauta [red.], Kernthema's van de filosofie, Boom, Amsterdam, p. 149.
Desalniettemin is het nog steeds zo dat we op basis van genoemde diepe intuïties in staat zijn aan wetenschap te doen en algemeen in staat zijn ons inmiddels complexe bestaan in dit universum vorm te geven. En dan lijkt het er toch op dat met het principe aos iets in beeld komt dat zodanig universeel is, dat het bron en thema van variatie kan zijn binnen de verscheidenheid van wiskundige 'gereedschappen' en wetenschappelijke wetten en vormen van mentaliteit en cultuur en wereldbeschouwing. En dat het vervolgens ons in heel algemene zin in staat stelt het ons omringende universum te bewonen, juist omdat het misschien wel zo is dat dit universum zelf in algemene zin bestaat volgens en is voortgekomen uit dit principe aos. Is het dus zo dat wij die genoemde diepe intuïties als waar ervaren omdat ons bewustzijn is ingericht volgens de centrale orde op basis waarvan ook de wereld in het algemeen is ingericht? Het lijkt er op. Zoals het er op lijkt dat ooit iets enorm creatiefs vanuit aos de wiskunde ontwikkeld heeft, en vervolgens daaruit de wetten en constanten die blijken in het gedrag en de vormgeving van het universum. We zullen het evenwel niet met zekerheid weten, want daarvoor moet je een absoluut zicht hebben op de werkelijkheid, en die is ons niet gegeven.
Aos en de groei van Omega
Na het bedenken van de wiskunde, van althans het in het leven roepen van de eerste denkgereedschappen daarvoor, is het verleidelijk om de blik helemaal om te keren, om iets te zeggen over de mogelijke vervulling en vervolmaking van dit universum. Althans de gedachte dat er mogelijk een toegroeien is naar een vervolmaking in een zeer verre toekomst, komt op als je kijkt naar de beweging van ontwikkeling van dit universum. Dit universum groeit in complexiteit, en dit groeien in complexiteit geeft een verhaal dat, zeker als je daar ook de ontwikkeling van leven op de planeet Aarde bij betrekt, bijzonder overtuigend is.
Als je bijvoorbeeld kijkt naar die grote boog van ontwikkeling van laten we zeggen Big Bang tot Neil Armstrong, dan zijn hierin de volgende stappen van groei in complexiteit te onderscheiden: Energie, Quarks, Atomen, Sterrenstelsels en sterren, Supernovae, Zwaardere atomen, Melkweg, Zon, Aarde, Maan, Mineralen, Complexe moleculen, Algen, Fotosynthese, Zuurstof in atmosfeer, sneeuwbalaarde, Eukariotische cellen, Tweemaal sneeuwbalaarde, Cambrische explosie, Trilobieten, Kwallen, Sponzen, Cephalopode, Brachiopode, Zeelelies, Eurypterus, Psilophylon, Eerste gewervelde landdieren, Supercontinent Pangea, Trias, Sauriers, complexere mineralen, Nothosaurus, eerste kikvors, varens, Jura, Archeopterix, Brontosurus, Krijt, Iguanoden, Ginkgo, Magnolia, Uitsterven Sauriers, Zoogdieren, Bloemplanten, Hoefdieren, Coniferen, Mammoet, Reuze hert, Mensachtigen, Vuur maken, Einde laatste ijstijd, Overgang jagen-verzamelen naar landbouw en veeteelt, Wiel, schrift, Stonehenge, Hierarchie, Specialisatie, Handel, Staten, Piramiden, Filosofie, Grote religies, Latijns alfabet, Moderne Wetenschap, Democratie, Gemengde Economie, Ruimtevaart en Transhumanisme. *Zie bijvoorbeeld: Fred Spier, Geschiedenis in het Groot. Een alomvattende visie, Amsterdam University Press / Kritak, Amsterdam / Leuven, 1999; Bill Bryson, Een heel kleine geschiedenis van bijna alles, Atlas, Amsterdam / Antwerpen, 2008; John Reader, Het begin. De eerste 3,5 miljard jaar van het leven op aarde, Gaade, Veenendaal, 1987.
Het is de paleontoloog en theoloog Pierre Teilhard de Chardin die voor het eerst deze enorme beweging van groei in complexiteit van het universum, extrapoleerde naar een ver toekomstig moment van ultieme complexiteit en kwaliteit van bestaan, dat hij als priester en mysticus associeerde met Jezus Christus, met een kosmisch Christus-bewustzijn, en dat hij naar diens woorden 'Ik ben de Alpha en de Omega', de omschrijving meegaf van het woord 'Omega'. Teilhard probeert dus hiermee al speculerend de beweging van ontwikkeling van het universum te extrapoleren naar een toekomstig te bereiken ultieme en sublieme. Een punt Omega dat eindeloos ver weg verscholen is in de toekomst, maar dat zeer wel mogelijk is ooit te verschijnen, als het leven vanuit verschillende plaatsen in het universum steeds meer materie opneemt en omzet in een groter leven, en dat aldus ooit geheel het universum tot leven brengt.
Teilhard de Chardin zag evenwel het Omega als iets dat in de toekomst zal verschijnen op de planeet Aarde, als de culturen zich meer aaneensluiten, en er aldus een planeet-omspannende wereldcultuur ontstaat. In verband hiermee sprak hij van de opkomst van de noösfeer, de denksfeer of informatie-sfeer die zich gaat vormen binnen de biosfeer, de dunne schil van natuur en cultuur rondom de planeet Aarde. Te denken is dan aan het steeds hechter zich aaneensluitende netwerk van steden en wegen en daarbinnen zeker ook het internet, zozeer als het miljarden mensen verbindt in steeds groter informatiestromen. Hij speculeerde daarnaast ook over een zich verder verspreiden van het leven over steeds groter delen van het universum. Hij schrijft: "Allereerst kan men zich in alle ernst afvragen of het leven, door de toenemende spanning van de geest over het aardoppervlak, er op een goede dag niet in zal slagen op vernuftige wijze de spijlen van zijn aardse gevangenis te doorbreken--hetzij door middelen te vinden om andere, onbewoonde hemellichamen te bezetten--hetzij door een psychische verbinding tot stand te brengen (een nog duizelingwekkender gebeurtenis) met andere middelpunten van bewustzijn in de ruimte. De ontmoeting en wederzijdse bevruchting van twee noösferen… Op het eerste gezicht kan dit een onzinnige veronderstelling lijken; maar wat doet zij anders dan het psychische opnemen in een orde van grootte, welker geldigheid voor de materie niemand meer in twijfel trekt. Het bewustzijn bouwt zich tenslotte op door de synthese van planetaire eenheden. Waarom niet, in een heelal waar de 'melkweg' als maateenheid geldt?" *Pierre Teilhard de Chardin, Het verschijnsel mens, Het Spectrum, 1962, p. 240.
Dergelijke gedachten achtte Teilhard te speculatief om verder uit te werken, en in zijn tijd van denken en schrijven -- eerste helft 20e eeuw -- was er ook niet zoveel reden om aan ruimtevaart te denken en aan kolonisatie van andere planeten. Maar inmiddels is het juist wel heel normaal geworden om te denken dat de mens nog maar de kiem is van een beschaving die zich ooit zal uitstrekken over grote delen van de Melkweg, en dat dit, een dergelijke expansie van het leven, nog maar het begin vormt van een het universum doortrekkend leven waarvoor inderdaad de 'melkweg' als maateenheid geldt. Zo schrijft de futuroloog Adrian Berry reeds begin jaren zeventig vorige eeuw: "In een tijdsbestek van misschien twintigduizend jaar zullen we de weg hebben afgelegd van grot en lemen hut naar het imperium van de Melkweg." *Adrian Berry, De komende 10.000 jaar. Een visie op de toekomst van de mens in het heelal, Wetenschappelijke Uitgeverij, Amsterdam, 1974, p. 242.
Het was uiteraard onvermijdelijk dat Teilhard als priester en jezuïet met zijn visie in botsing zou komen met de nogal conservatieve Katholieke Kerk. Waarnaast uiteraard de (marxistisch-)materialistische wetenschappers er al helemaal niets van wilden weten, zozeer als zij in Teilhard de grootst mogelijke ketter zagen wat betreft hun metafysica. Maar het lijkt er op dat de katholieke kerk inmiddels meer welwillend zijn denken beziet, en dat in ieder geval zijn ideeën diep zijn doorgedrongen in het denken dat het universum beziet in een perspectief van Big Bang tot Omega, in een groei van steeds groter complexiteit en bewustzijn en kwaliteit. Zie bijvoorbeeld het werk van Thomas Berry, Brian Swimme en Peter Russell. *Michiel Doorn, Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Een introductie in het werk en gedachtegoed van Thomas Berry. Met een voorwoord van Ervin Laszlo, Ecoawareness, Amsterdam, 2010; Brian Swimme, Ontwakend heelal. Dialoog over schepping en heelal, Bres, Amsterdam, 1984; Peter Russell, Wereldbrein. De Aarde ontwaakt, Ankh-Hermes, Deventer, 1983.
Zelf ben ik jaren geleden geïnteresseerd geraakt in Teilhard de Chardin, juist omdat hij aan dat universum een perspectief geeft als ware het een kunstwerk in ontwikkeling of een symfonie in wording. Zodat het helemaal niet meer die deprimerende machine is, dat willekeurige en zinloze universum, zoals materialistische wetenschappers dat zozeer benadrukken. In de visie van Teilhard komt het universum tevoorschijn als iets dat leeft en dat zich ontwikkelt naar groter leven, en waarin je jezelf deel kan voelen van iets creatiefs, iets inspirerends, iets moois in ontwikkeling. Het doet denken aan bijvoorbeeld het concept van de 'onbewogen beweger', zoals dat bedacht is door Aristoteles, met God als de doeloorzaak van alle activiteit in de wereld, als een hoos eroomenon (als iets dat bemind wordt) of hoos orekton (als iets dat begeerd wordt). Zoals het ook doet denken aan de 'idee van het goede' van Plato, dat als een hoogste principe al het bestaande omspant en zijn richting wijst. *Harrie Willemsen (red.), Woordenboek filosofie, Van Gorcum, Assen, Maastricht, 1992, p. 307; Prof. Dr. R. Bakker, Lof en daad, geluk en rede in het Griekse denken, Bijleveld, Utrecht, 1957, p. 48.
Daarnaast doet de Christus-gestalt denken aan ideeën van eenheid, heelheid, harmonie en schoonheid. En dat dit zeer wel te associëren is met de heelheid en schoonheid van bijvoorbeeld kerken en kathedralen, synagogen, moskeeën, tempels en paleizen. Zozeer als zij ook te verbinden is met muziek van bijvoorbeeld Bach, Mozart, Beethoven, Bruckner, Wagner, Mahler, Moussorgsky, Strawinsky en Debussy. Zodat het niet al te moeilijk is om in een fantasie en verbeelding dit visioen van omega te zien als steeds meer te voorschijn komend in nog onvoorstelbaar mooie expressies van toekomstige wereld en in een uiteindelijk sublieme staat van zijn in de zeer verre toekomst. Onder sommige kunstenaars is er althans zeer wel het besef gerezen dat er zich in hun kunst iets meldt dat compleet uitstijgt boven eigen tijd en plaats en dat te maken heeft met mogelijkheid van werkelijkheid. De componist Richard Wagner schrijft bijvoorbeeld: "Muziek is een tweede openbaring van de wereld, het onuitsprekelijk klinkend geheim van het zijn." *Kunstenaars over kunst. Uitspraken verzameld door Arjen F. de Groot, Kairos, Soest, p. 67.
Omega en meer omega
Het lijkt er op alsof dit universum er op is ingericht om een steeds complexer en briljanter 'muziek' voort te brengen, een steeds briljanter vorm van biologie en levendiger leven. Waarbij je onwillekeurig moet denken aan wat er allemaal mogelijk is met bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, intelligente computers, intelligente ruimteschepen, enzovoort. Dat er ooit wezens verschijnen groter dan planeten, en die een architectuur generen groter dan sterren. En dit alles lijkt misschien maar sciencefiction en tot ver in de toekomst speculeren. Maar het betreft een visie die boeit en inspireert, en die plots dat universum van eindeloze aantallen sterren en sterrenstelsels in een perspectief plaatst van groei in schoonheid en leven. Zozeer als wij mensen heel concreet reeds gericht zijn op groei en schoonheid en leven, en zozeer als toekomstige levensvormen dit enorme werk kunnen realiseren.
Het is die artistieke en mystieke verleidingskunst die mij heeft aangetrokken tot die grote boog van Big Bang naar Omega die je ziet bij Teilhard, die symfonie en groei die in de verre toekomst die schitterende voltooiing brengt. En die mij in het denken over aos ertoe bracht te kiezen voor het Omega als derde idee en als vrucht van het samenwerken van analyse en synthese. Ik zag mij met deze keuze evenwel genoodzaakt om dit concept 'Omega' een meer algemene inhoud te geven, meer in overeenstemming met juist het algemene karakter van de principes analyse en synthese. Zozeer ook als Teilhard zèlf suggereert dat dit omega iets is dat algemeen tevoorschijn komt in het samenwerken van middelpuntzoekende energie en middelpuntvliedende energie. *Pierre Teilhard de Chardin, Het verschijnsel mens, Het Spectrum, Utrecht / Antwerpen, 1962, p. 45.
In het concept aos denk ik namelijk het omega als het product van het samenwerken van de processen analyse en synthese, zoals die in alle eenheden van expressie aanwijsbaar zijn. Zodat het niet slechts gaat om een toekomstig het geheel van het universum omvattend maximum in expressie, of om een toekomstig te bereiken stadium in de ontwikkeling van mensheid en planeet aarde. Maar het betreft dan in het algemeen geheel dit universum èn elke vorm van expressie binnen dat universum, elke quark, atoom, molecuul, cel, vezel, organisme, samenleving, stad, cultuur, planeet, ster, enzovoort. Juist omdat heel dit universum is opgebouwd uit in elkaar grijpende delen en gehelen, en uit samenwerkende processen van analyse en synthese, van splitsen en integreren, ontbinden en organiseren, afbreken en opbouwen, isoleren en verbinden, verspreiden en concentreren, individualiseren en socialiseren, fragmenteren en versmelten, enzovoort.
Vervolgens zag ik mij genoodzaakt om aan dit concept Omega ook mee te geven dat het Omega méér present is in de grotere kwaliteit van expressie, als om daarmee een verklaring te geven voor de algehele trend van groei in complexiteit van het universum, die wat mij betreft ook een groei in kwaliteit is van het universum. Want volgens mij is het zo dat praktisch iedereen het er over eens zal zijn dat wij nu na ruim 13,7 miljard jaar een universum bewonen dat veel interessanter en rijker is dan het universum van een miljard jaar geleden. Zoals dat op zijn beurt interessanter was dan het universum van twee miljard jaar geleden. Dat weer interessanter was dan dat van drie miljard jaar geleden, enzovoort. Zo zien we dat het leven op Aarde pas goed begon met de Cambrische Explosie nu ongeveer 500 miljoen jaar geleden. En dat bijvoorbeeld bloemen verschenen pas ongeveer 100 miljoen jaar geleden. En dat de eerste mensen verschenen ongeveer 2 miljoen jaar geleden. De wereld werd steeds complexer, althans doorheen crises en extincties ontwikkelde zich het leven naar een steeds groter verscheidenheid van planten en dieren en naar uiteindelijk ook de mens en zijn vele culturen.
Als je daarom de wordingsgeschiedenis van dit universum als in een film aan je ogen voorbij laat glijden, dan zie je dat zij steeds interessanter wordt. Vanaf de flits van het begin zie je dus eerst het vuurwerk van exploderende sterren en de vorming daarin van de meer complexe atomen, met ondertussen ook de vorming van het kosmisch 'schuim' opgebouwd uit eindeloze aantallen sterrenstelsels. Als je vervolgens inzoomt op het kleine stofje genaamd planeet Aarde, dan zie je dat ook daar de wereld zeer veel interessanter wordt, met de ontwikkeling van eencelligen naar meercelligen, naar dus de bacterie, de amoebe, de Cambrische explosie, vissen, planten, insecten, amfibieën, reptielen, zoogdieren, vogels, bloemen, enzovoort. Met uiteindelijk het verschijnen van wij mensen, met onze veelzijdige expressie in cultuur.
Het omega is dus alles in de wereld, maar het is méér in de grotere kwaliteit van wereld en het is meest in de uiteindelijk ultieme expressie van wereld, zoals het aos in variatie alles is in de wereld maar meer is in ons abstracte begrip ervan, en het meest is in de oorsprong van de wereld. Vandaar ook de titel van dit essay, 'Aos. Variatie en Omega', dat betrekking heeft op het aos als het algemeen thema van variatie van het zich ontwikkelende universum en met Omega als het hoogtepunt ervan. Waarmee we ons bevinden in een creatief worden dat zich op basis van uiteindelijk aos toe beweegt naar méér omega en naar het uiteindelijke Omega.
Negentropie, syntropie, zelforganisatie
Teilhard de Chardin's idee van dit toe bewegen naar groter complexiteit en bewustzijn en kwaliteit wordt onderschreven door wat men noemt 'negentropie', een toename in organisatie en samenhang, dat daarmee de tegenhanger is
|
|