Home

Pag6

vanuit het onderliggende, en 'holisme' betekent dat het geheel meer is dan de som der delen. Bijvoorbeeld het gedrag van 'golven' en 'draaikolken' in water is niet af te leiden uit het onderliggende H20-molecuul, net zomin als 'autorijden' te verklaren is vanuit bougies en zuigers. Juist omdat het hier gaat om iets dat zich als geheel nieuw voordoet, opkomt, emergeert, met informatie die niet is af te leiden vanuit de onderliggende samenstellende delen. Dus net zoals de transparantie van diamant of het zwarte van grafiet verwijzen naar iets nieuws ten opzichte van de eigenschappen van het koolstofatoom, zo is bijvoorbeeld een stad meer dan maar een verzameling huizen en straten, en is een mens meer dan maar een verzameling organen en botten, en is 'voetbal' meer dan maar spelers en gras en een speelveld. De theoretisch natuurkundige Sander Bais vermeldt dat mogelijk ook 'leven' een emergent verschijnsel is. (Sander Bais, De Natuurwetten. Iconen van onze kennis, Salomé -- Amsterdam University Press, 2005, p. 52.)

Een diepe Logos of 'Theorie van Alles' lijkt dus onmogelijk tot stand te brengen vanuit een via sociologie, psychologie, biologie en chemie, reductionistisch herleiden van bijvoorbeeld de wetgeving van de Europese Unie en haar lidstaten, naar uiteindelijk de allerkleinste samenstellende objecten en krachten van dit universum. Juist omdat in heel die hiërarchie emergenties zijn aan te wijzen, waarvan de informatie niet is af te leiden vanuit de onderliggende samenstellende delen. Het is als het willen beschrijven van de Eiffeltoren vanuit alleen het ijzer waar zij van gemaakt is, zonder te kijken naar het algemene bouwplan volgens welke zij gemaakt is, en zonder te kijken naar ook de aanleiding van haar constructie. Het algehele fenomeen omvat meer dan waar naar gekeken wordt, en wordt dus tekort gedaan, met als resultaat een onvolledige verklaring.

Je zou ook kunnen zeggen dat hier een analyse-dominante fixatie op de details en delen en diepere delen, enzovoort, stuit op de weerbarstigheid van de natuur die in haar verklaring vraagt om ook een meer holistische aanpak, met meer aandacht voor de gehelen en hun eigen emergente eigenschappen. Wat ook de manier van benaderen is die gevolgd is in de totstandkoming van het principe aos. Althans intuïtief is de weg ingeslagen van patroonherkenning temidden van de ideeën die relevant leken. Zodat uiteindelijk een centrale idee verscheen, die naar mijn mening als plausibel gedacht kan worden via variatie betrekking te hebben op alle delen en gehelen van dit universum.

Dus in een vergelijking zou je kunnen zeggen dat de huidige idee van een 'theorie van alles' als het ware de 'boom' en 'stam' en 'takken', enzovoort, wil verklaren vanuit uiteindelijk de cellen waaruit een boom is opgebouwd. Daarentegen heeft het aos in variatie betrekking op cellen, vezels, wortels, takken, bladeren, stam en boom. Het betreft een andere manier van kijken naar werkelijkheid, van niet slechts 'alles' willen verklaren vanuit quarks en krachten, maar van het integreren van informatie betreffende de verschillende niveaus waarin zij bestaat. Juist omdat de natuur in haar wijze van bestaan, met emergente eigenschappen in hogere vormen van complexiteit, laat zien dat een werkelijke Logos of 'Theorie van alles' alleen op een dergelijke manier tot stand is te brengen.

Het is evenwel te verwachten dat vanuit de verschillende mentaliteiten en metafysica's het laatste woord hierover nog lang niet gezegd is, en er mensen zullen zijn die vanuit een reductionistisch fysicalisme en fixatie op de delen zullen volhouden dat 'alles' verklaarbaar is, neen,
moet zijn, vanuit uiteindelijk quarks en krachten. Maar nogmaals, reeds vroeg in de 20e eeuw zag bijvoorbeeld de beroemde fysicus A.S. Eddington het onmogelijke hiervan. Hij schrijft: "Wanneer het leven met het bewustzijn in verband wordt gebracht, zien we dat we op een volkomen ander terrein aangeland zijn. Voor hen die ook maar enigszins vertrouwd zijn met de wetten van de chemie en de fysica klinkt het idee dat voor de wereld van het bewustzijn dezelfde soorten wetten zouden gelden, even dwaas als de suggestie dat een land met behulp van grammaticawetten geregeerd zou kunnen worden." (Lawrence LeShan, Parapsychologie en de moderne wetenschap: van Newton tot ESP, Mirananda, Den Haag, 1985, p. 74.)

Het ik en het Vele

Het compartimenteren en specialiseren, de subject-object-splitsing en de neiging om 'alles' te willen verklaren vanuit de meest kleine delen ervan, het heeft allemaal te maken met een bepaalde eenzijdigheid in het denken. Die volgens mij zeer wel in samenhang te brengen is met een mentaliteit van splitsen en fragmenteren, isoleren en deconstrueren, concentratie op de delen en de delen van de delen. En een ongevoeligheid voor en zelfs vijandigheid jegens het denken van samenhangen en gehelen. Of juist een gretigheid om het complexe emergente te willen verklaren vanuit het onderliggende en samenstellende. Of om alle denken te reduceren tot niet meer dan willekeurige subjectieve notie. Zodat je kan zeggen dat hier
de cognitieve analyse haar onweerstaanbare drang toont om de wereld op te blazen tot het Vele. Het vele van planten en dieren en cellen en quarks en atomen, het vele van wetenschappelijke disciplines en subdisciplines en specialisaties en specialisaties van specialisaties, het vele van subjectieve perspectieven en voorkeuren en wereldbeelden en rituelen en gebruiken, het vele van een wereld die inderdaad bestaat in vele lagen van veelheid, en waarop wij met onze cognitieve analyse nog lang niet zijn uitgekeken.

Voor evenwel het denken van de samenhang van mens en wereld, en voor vervolgens het denken van het principe AOS en de patronen en associaties waarop zij gebaseerd is, moet ik juist een beroep doen op het vermogen tot synthese, het vermogen om naast de details en delen ook de gehelen en samenhangen te denken. Om daarmee het spoor te kunnen volgen doorheen het hele domein van natuur en menselijk bewustzijn en cultuur. En ik volg dan het wetenschappelijk onderzoek dat zegt dat de natuur bestaat als één geheel, als één complexe zich ontwikkelende trilling, met emergente eigenschappen op hogere niveaus van complexiteit, en waarin wij zijn als sprekende natuur en als ook cultuur-scheppende natuur.

Niet a niet b maar abc

Ik wil hier trouwens snel het misverstand voorkomen dat de mentaliteit van analyse uitsluitend iets negatiefs zou zijn, want met die cognitieve analyse gaat het over een manier van ervaren van het zelf en de wereld in de moderne westerse cultuur, die veel goeds heeft gebracht wat betreft grotere vrijheden en belangrijke wetenschappelijke inzichten. Maar in de huidige toestand van de cultuur lijkt zij te zijn doorgeschoten in haar ontwikkeling, zodat zij een obstakel is in het komen tot een meer abstract en algemeen inzicht in wat het is waar wij mensen deel van zijn. Althans als het gaat om de diepere idee die mensen en culturen met elkaar verbindt, en die ook de cultuur verbindt met de natuur en het wijdere universum, dan is deze idee, dit concept Logos, haar praktisch onzichtbaar als relevant om te denken, zodat zij daarmee een belangrijk obstakel vormt in het begrijpen van Aos, dat zich hier presenteert als voorstel voor deze Logos. 

Als tweede voorbehoud wil ik hier aan toevoegen, dat ik met dit signaleren van een teveel aan analyse niet wil zeggen dat hier dan van de weeromstuit vooral de tegengestelde synthese bepleit zal worden. Niet alleen omdat daarmee een hele rits van heel andersoortige problemen en extremen in beeld komt, bijvoorbeeld overdreven collectivisme en/of de illusie een collectieve 'Waarheid' te bezitten, maar ook omdat juist dit principe AOS een zoeken betekent naar een constructief en evenwichtig samenwerken van de mentaliteiten van analyse en synthese. Bovendien is het in juist dit misschien verwarrende ambivalente samenwerken van de cognitieve tegengestelden analyse en synthese dat het omega verschijnt, in bijvoorbeeld het creatieve, en in vervolgens kunst en cultuur, in de 'dansende ster' waar Nietzsche van spreekt.

Is er een logos of meest algemeen thema van variatie of verbindend patroon of centrale orde, enzovoort, werkzaam in de wereld om ons heen en in ons zelf? En is dit principe aos deze idee der ideeën of sophia of ene in het vele? Allereerst de vraag naar het aos werkzaam in ons bewustzijn: Is er een algemene orde werkzaam in ons ervaren van wereld? En is dat een Logos, een aos, een orde die verwijst naar eenzelfde orde in algemeen de natuur?




4.  AOS IN PSYCHE EN CULTUUR

"We zijn zelf de entiteiten die moeten worden geanalyseerd."
Martin Heidegger (Bryan Magee,
Het verhaal van de filosofie [The Story of Philosophy], Standaard Uitgeverij, Antwerpen, Sesam/Anthos, Amsterdam, 1999, p. 212.)

"Het conflict tussen wetenschap en geloof dat sinds de zeventiende eeuw het westerse denken verscheurt, vloeit voort uit de elkaar ontlopende visies van een analytische en een intuïtieve wereldbeschouwing. Wetenschap spreekt over een begrip door ontbinding van de wereld, geloof over een begrip door vereniging met de wereld."
Gerard Bodifée,
Aandacht en aanwezigheid: Over creativiteit in een onvoltooide wereld, DNB/Pelckmans Wereldbibliotheek, Kapellen, 1991, p. 119.

Het moderne wetenschappelijk onderzoek van het menselijk bewustzijn maakt duidelijk dat er wel degelijk een logos-achtige ordening te onderscheiden is in het menselijk bewustzijn. Te noemen is dan specifiek het in 1981 met de Nobelprijs bekroonde onderzoek verricht door de psycholoog
Roger Sperry naar de werking van de hersenen, dat leidde tot het inzicht dat globaal gezien in de linkerhersenhemisfeer cognitieve processen plaats vinden als spreken, luisteren, lezen, rekenen en redeneren, processen die zich kenmerken door het onderscheiden of los denken van delen uit gehelen, en die algemeen worden aangeduid met het woord analyse, het uiteenleggen van een geheel in zijn samenvattende delen. Waarnaast we zien dat de rechterhersenhemisfeer beschikt over cognitieve vermogens als muzikaliteit, ruimtelijk inzicht en patroonherkenning (bijvoorbeeld het herkennen van een gezicht), die processen betreffen waarin steeds veelheden van delen worden samen gezien of ervaren, en waarvoor men juist het woord synthese gebruikt, het integreren van losse delen tot een samenhangend geheel.

Het komt er dus op neer dat onze hersenhemisferen, de twee delen van onze cortex waarin in belangrijke mate ons denken plaats vindt, elk een bepaalde specialisatie hebben. Namelijk aan de
linkerkant, links achter onze ogen, het vermogen om dingen uiteen te denken, te ontleden en in detail te bekijken, het vermogen ook om afstand te nemen en ego te ervaren en dingen te objectiveren. Met aan de rechterkant juist het vermogen wereld empathisch te ervaren, daarmee één te zijn, en daarmee solidair te zijn, en met vervolgens ook het vermogen om dingen te integreren, om ze samen te denken, te combineren en te verbinden en als geheel te denken, ze als gevat te zien in een patroon of orde of samenhang. Ondergebracht in een schema geeft dit bijvoorbeeld het volgende:

links -- rechts
ontleden, analyse -- integreren, synthese
stukje bij beetje bekijken -- het geheel ineens zien
agressie, concurrentie -- samenwerken, solidariteit
tijd in seconden delen -- tijd is nu, een stroom
taal, taalanalyse -- ritueel, beeld
praten, redeneren -- non-verbaal
modellen, schema's -- het praktische directe
meten is weten -- wijsheid, ervaring
berekenen, logica -- patronen, muziek
object-wereld -- innerlijke wereld
logische representatie wereld -- intuïtie, mystiek


Vervolgens komt dan met dit schema duidelijk naar voren dat het hier niet maar een verschillende aanleg betreft voor bijvoorbeeld logisch redeneren of gitaar spelen, maar dat er naargelang het accent van de activiteiten in het menselijk brein ook twee verschillende en tegengestelde mentaliteiten en manieren van ervaren van werkelijkheid te onderscheiden zijn. Roger Sperry schrijft hierover: "Bij de mens heeft elke hersenhelft zijn eigen waarnemingen, gewaarwordingen, gedachten en ideeën, die geïsoleerd zijn van overeenkomstige ervaringen in de andere hersenhelft… In allerlei opzichten blijkt elke ontkoppelde hersenhelft zijn eigen, afzonderlijke geest te hebben." (Philip Carter en Ken Russell, Brein in balans. Hersengymnastiek voor beide hersenhelften [Workout for a balanced brain], Librero, Kerkdriel, 2002, p. 8.)

Je kan dus stellen dat ons verbale, sprekende, redenerende, talige en rekenende linkerbrein ons bij een dominantie van die analytische en scheidende en fragmenterende activiteit ook meer het besef geeft van het een van anderen en de wereld afgescheiden
individu zijn, met vervolgens de wereld daarbuiten en op afstand als het te beheersen en te ontleden 'ding' of 'object', dat verklaard kan worden vanuit enkel de samenstellende delen, en waar je onverschillig of onbetrokken op uitkijkt. Waarnaast een grotere dominantie van de rechterhersenhemisfeer, met dus dat integratieve en verenigende en holistische ervaren van alles, ons meer het idee geeft van het déél zijn van iets groters, een groter geheel, en van het daar één mee zijn, van het daarin opgenomen zijn als ware je deel van een groot zich ontwikkelend Leven.

De filosoof Jostein Gaarder weet dit fenomeen heel mooi duidelijk te maken in zijn beroemde roman
De wereld van Sofie, in die zin dat hij Sofie laat proeven van twee flesjes met denksap, de ene gevuld met blauw sap en de andere met rood sap. Het effect van die sapjes is dan dat als zij proeft van het rode sap, dat dan de wereld ineenvloeit tot één geheel, waarin alles met alles samenhangt en één is en een bewustzijn lijkt, een groot ik; waartegen het proeven van het blauwe sap juist het tegenovergestelde effect geeft, in die zin dat de wereld uiteen valt in eindeloos veel delen en details en met tegelijk ook de groei van het besef een individu te zijn, een enig en uniek persoon, de enige mens die Sofie Amundsen is. Vervolgens verbindt Gaarder deze effecten met enerzijds het 'pantheïsme' en de 'eenheidsfilosofie', de 'wereldgeest van de romantici' en de filosofie van Hegel, en met anderzijds het sterke besef een individu te zijn en individuele verantwoordelijkheid te hebben (Kierkegaard, Sartre, existentialisme), en met ook het hebben van een scherp oog voor de rijkdom aan details die er te vinden is in de natuur (wetenschappelijk onderzoek). Zodat er daarmee duidelijk een verband ontstaat tussen het onderzoek van Sperry en de relaties die Gaarder schetst -- in schema:

Analyse -- Synthese
Blauw sap -- Rood sap
Fragmentatie -- Integratie
Oog voor detail -- Eenheidservaren
Ik, Individu -- Alles is wereldgeest


(Jostein Gaarder,
De wereld van Sofie. Roman over de geschiedenis van de filosofie, Houtekiet/Fontein, 1994, p. 402 e.v.)

Je kan hier dus spreken van twee tegengestelde vormen van ervaren van jezelf en de wereld om je heen, twee verschillende perspectieven en vormen van duiding, twee verschillende en tegengestelde vormen van leven en bestaan en denken over alles, die de achtergrond vormen van menig misverstand en discussie en conflict zelfs, en die in allerlei variaties al eeuwenlang manifest zijn in de menselijke geschiedenis. Illustratief zijn hierbij bijvoorbeeld de volgende citaten, als expressie van de mentaliteit en manier van ervaren van werkelijkheid van respectievelijk vooral de cognitieve analyse en de cognitieve synthese:

ANALYSE-DOMINANT


"Ik ben een denkend ding, dat wil zeggen een ding, dat twijfelt, bevestigt, ontkent, een beetje begrijpt en veel niet weet, wil en niet wil, en ook voorstellingen maakt en ervaart."
René Descartes (R. Descartes, Meditationes de prima philosophia, (derde meditatie); Prof. Dr. Ben Vedder, Reader Metafysica, Radboud Universiteit, 2003.)

"Ik ben niets dan een pakket percepties."
David Hume (Philip Stokes, Filosofie. 100 Essentiële denkers, Atrium / Elmar, Rijswijk, 2003, p. 85.)

"Sla acht op uzelf. Keer uw blik af van alles wat u omgeeft en wendt u naar uw innerlijk. […] Er is van niets dat buiten u is sprake, maar alleen van uzelf."
Johann Gottlieb Fichte (Jan Bor & Errit Petersma [red.] en Jelle Kingma (beeldred.), De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en de oosterse filosofie, Contact, Amsterdam / Antwerpen, 1996, p. 289.)

"Het intellect kent geen gebondenheid… Ik zal nooit iets anders kennen dan het subjectieve universum: Mijzelf…"
Henri Ner (Anton Constandse, Het soevereine Ik. Het individualisme van Lao-Tse tot Friedrich Nietzsche, Meulenhoff, Amsterdam, 1983, p. 160.)

"We kennen slechts één bron die direct wetenschappelijke feiten onthult -- onze zintuigen."
Ernst Mach (Philip Stokes, Filosofie. 100 Essentiele denkers, Atrium / Elmar, Rijswijk, 2003, p. 125.)

"Ik besta, en alles wat niet-ik is, is louter fenomeen en lost op in fenomenale verbindingen."
Edmund Husserl (Bryan Magee, Het verhaal van de filosofie [The Story of Philosophy], Standaard Uitgeverij, Antwerpen, Sesam/Anthos, Amsterdam, 1999, p. 210.)

"De oude verbintenis is verbroken; de mens weet eindelijk dat hij alleen staat in de onverschillige oneindigheid van het Heelal waaruit hij toevallig is opgerezen."
Jacques Monod, Toeval en onvermijdelijkheid. Proeve van een natuurfilosofie van de moderne biologie, Bruna, Utrecht / Antwerpen, 1971, p. 166.

"De mens is niet slechts zo zoals hij zichzelf uitdenkt, maar zoals hij wil dat hij is en zoals hij zichzelf ontwerpt na de existentie, zoals hij wil zijn na die sprong in de existentie; de mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt."
Jean-Paul Sartre (Jan Bor & Errit Petersma [red.] en Jelle Kingma (beeldred.), De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en de oosterse filosofie, Contact, Amsterdam / Antwerpen, 1996, p. 353.)

"Onze genen hebben ons gemaakt. Wij dieren zijn hun wegwerp overlevingsmachines. De wereld van de genenmachine is er een van wilde competitie, meedogenloze exploitatie en valsheid."
Richard Dawkins, The Selfish Gene, Granada, 1978.

"We komen heel wat te weten omtrent deze complexe biologische machines door uit te zoeken hoe ze erin slagen om aan het ijle niets een woonplaats en een naam te geven."
Pascal Boyer, Godsdienst verklaard. De oorsprong van ons godsdienstig denken, De Bezige Bij, Amsterdam, 2002, p. 429.

"Alleen een theorie die het bewustzijn verklaart in termen van onbewuste gebeurtenissen, is in staat het bewustzijn te verklaren."
Daniel Dennett, Het bewustzijn verklaard, Contact, 1995, p. 498.

SYNTHESE-DOMINANT


"Alles heeft te maken met al het andere."
Leonardo da Vinci (Michael J. Gelb, Denken als Leonardo da Vinci, De Kern, Baarn, 1999, p. 237.)

"Mystiek: uit ervaring weten, dat alles op de een of andere wijze samenhangt, dat alles in oorsprong één is."
Bruno Borchert, Mystiek. Het verschijnsel, de geschiedenis, de nieuwe uitdaging, J.H. Gottmer, Haarlem, 1989, p. 9.

"Mystiek is een woord dat een bepaald gebeuren aangeeft, waarbij een grens tussen schepper en schepsel vervaagt, als een donkere streek in een landschap waarover de zon doorbreekt."
Lea Wijnberg, Peter Warnaar, Religieuze ervaring. In de spiegel van het bewustzijn, Semper Agendo, Apeldoorn, p. 101.

"Heel zijn wil zeggen omhuld zijn door een gevoel van het goddelijke in een goddelijke kosmos."
Henryk Skolimowsky, Het theater van de geest, Mirananda, Den Haag, 1992.

"Het universum, en speciaal planeet Aarde, is een gemeenschap van subjecten, niet een verzameling objecten."
Thomas Berry, The Great Work

"Mij spreekt het al dat leeft."
Guido Gezelle
(Max Wildiers,
De vijf vreugden van de geest, p. 21.)

"Nu ik in de Geest zie, zie ik dat ik het Al ben,
Ik ben in de hemel en op aarde, in water en lucht;
Ik ben in dieren en planten;
Ik ben een foetus in de baarmoeder en een die nog niet ontvangen is en een die geboren is;
Ik ben overal."
(Upanishads; Maria Gabriele Wosien, De magische dans. Ontmoeting met de goden, De Haan, Bussum, 1974, p. 30.)

"Het verstand kan de boom niet kennen. Het kan alleen maar feiten of informatie over de boom kennen. Mijn verstand kan jou niet kennen, alleen etiketten, oordelen, feiten en meningen over jou. Alleen Zijn kent direct."
Eckhart Tolle, De Kracht van het Nu, Ankh Hermes, Deventer, 2001, p. 56.

"Deze intuïtieve kennis komt voor uit een innige samensmelting van de geest met de realiteit. Het is kennis, die niet wordt verworven via de zintuigen of door middel van symbolen, maar die tot stand komt door te zijn. Het is bewustzijn van de waarheid van de dingen door identiteit. We worden één met de waarheid, één met het object van kennis. Het gekende object wordt niet gezien als een object buiten het zelf, maar als deel van het zelf."
Sarvepalli Radhakrishnan, An Idealist View of Life. (Jan Bor & Errit Petersma [red.] en Jelle Kingma [beeldred.], De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en de oosterse filosofie, Contact, Amsterdam / Antwerpen, 1996, p. 363.)

"Zuivere ervaring is identiek aan onmiddellijke ervaring. Wanneer je de eigen bewustzijnstoestand direct ervaart, is er noch (sprake van) een subject noch (van) een object; kennis en het object ervan zijn volledig één. Dit is de meest zuivere vorm van ervaring."
Nishida Kitaro, Zen no Kenkyu. (Jan Bor & Errit Petersma [red.] en Jelle Kingma [beeldred.], De verbeelding van het denken. Geillustreerde geschiedenis van de westerse en de oosterse filosofie, Contact, Amsterdam / Antwerpen, 1996, p. 366.)

De citaten betreffen uitspraken die zijn als sonderingen in een breed gevarieerd en veelkleurig veld van mentaliteiten en vormen van cultuur en wereldbeschouwing. Met als globaal onderscheid daarin de uitspraken die verwijzen naar een dominante cognitieve analyse en focus op de delen in plaats van de gehelen van de wereld, met daaruit volgend een sterk ontwikkeld zelfbesef, een drang tot competitie met anderen, een neiging tot het object maken van wereld en medemensen, een neiging dat object te verklaren vanuit zijn kleinste delen en krachten, enzovoort. Met daarnaast de uitspraken die veel meer een expressie zijn van een bewustzijn waarin de verschillende delen van de wereld worden ervaren als gevat in grotere gehelen en een grootste geheel, en met daarbij het besef dat men daar zelf ook volledig deel van is, geheel één is met dat geheel, dat levende geheel, die levende werkelijkheid.

En net zozeer als in de natuur processen van analyse leiden tot delen die zich losmaken uit gehelen (in bijvoorbeeld energie-uitstraling) of gehelen die uiteen vallen in hun samenstellende delen (verval, ontbinding), zo zien we dat processen van analyse in het menselijk bewustzijn leiden tot een scherper zien van de vele aspecten van de wereld, bijvoorbeeld de details van een landschap of tekst, en tot ook een groter besef van los staan en op afstand staan van anderen en de wereld, en tot dus ook het ontwikkelen van een drang tot vrijheid en autonomie en concurrentie met andere ego's, en tot het ervaren van de wereld als een doods object, een te ontleden en manipuleren en beheersen 'ding', waarmee dus geheel de in de moderne westerse cultuur zo dominerende samenhang van -ismen als individualisme en materialisme en nihilisme tevoorschijn komt.

Waartegen natuurlijk de dominantie van cognitieve processen van synthese verwijst naar processen van integratie en verbinding, zoals die in de natuur zijn aan te wijzen in tal van processen (bijvoorbeeld van planeetvorming en van groei van organismen), en zoals die in het menselijk bewustzijn leiden tot een gevoel van diepe verbondenheid met andere mensen, en met dieren en planten, en met de natuur in het algemeen, en met het leven van bijvoorbeeld voorouderen en geesten en goden, of met een ene God of Principe, of met een goddelijke natuur, zoals dat in allerlei variaties kenmerkend is voor premoderne westerse cultuur en niet-westerse cultuur, en zoals dat in ook de moderne westerse cultuur zeer wel is aan te treffen.

Je zou dus kunnen zeggen dat hiermee de mentaal-cognitieve achtergrond tevoorschijn komt van die tegenstelling tussen enerzijds de visie van de wereld als 'machine' en als verzameling zinloos heen en weer bewegende materie, met anderzijds die visie met de wereld meer als een 'leven' en 'expressie van creativiteit' en 'Bron van creativiteit in het algemeen en van uiteindelijk ook je eigen creativiteit'. Wat betekent dat dit klaarblijkelijk verschil in wereldbeschouwing niet maar een kwestie is van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek, maar dat daar ook een rol in speelt de verschillende mentaal-cognitieve achtergrond en daarmee samenhangend de verschillende manieren waarmee wij die wereld ervaren en verwoorden. Zodat er op basis van onze globaal gezien twee belangrijkste cognitieve vermogens analyse en synthese, een onderscheid is te maken, die te koppelen is aan die zo verschillende vormen van ervaren en wereldbeschouwing.

Het betreft hier een fenomeen dat zich heel algemeen voordoet in de menselijke psyche en het menselijk samenleven, en dat een belangrijke rol speelt in discussies over bijvoorbeeld het wel/niet bestaan van God, het wel/niet voortleven na de dood, het wel/niet naleven van de mensenrechten, het wel/niet duurzaam omgaan met de natuur, het wel/niet instellen van menswaardige sociale voorzieningen, enzovoort. Maar dat eigenlijk als bepalende factor nog niet echt gezien wordt, of ook wel gewoon genegeerd wordt. En dit is eigenlijk eigenaardig, want niemand zal betwijfelen bijvoorbeeld dat er globaal verschillen in mentaliteit zijn aan te wijzen in het publiek van Heavy Metal of André Rieu of Modern Klassiek. Mensen verschillen in hun manier van ervaren van de werkelijkheid, en die verschillen komen tot uiting in een heel rijk gevarieerd repertoire van ervaren en gedrag en expressie en van dus ook wereldbeschouwing. Waarmee het al een enorme stap vooruit zou zijn als bijvoorbeeld mystieke ervaring niet maar gezien wordt als een vorm van dwalen of product van indoctrinatie of zelfs uiting van pathologie, maar als één van de mogelijke vormen van ervaren van werkelijkheid van waaruit de mens zijn bestaan verklaart en vorm geeft. Het weg verklaren of wegrationaliseren van religie en mystiek, zoals je dat ziet bij bijvoorbeeld Freud, en zoals dat tegenwoordig ook te vinden is bij Richard Dawkins, is eerder een rechtvaardiging van eigen mentaliteit en wereldbeeld dan dat het zich bezighoudt met werkelijkheid. Zo schrijft de auteur Andrew M. Greeley in een boek over 'mystiek' en de receptie daarvan in de moderne 20e eeuwse samenleving:
"In een gerationaliseerde, geformaliseerde, gebureaucratiseerde, wetenschappelijke, technologische wereld was de mysticus een afwijkende, abnormale, maatschappelijk mislukte figuur. Ook nu nog bestaat het sociaalwetenschappelijk onderzoek naar een verklaring van het verschijnsel mystiek voor een groot deel uit pogingen deze weg te rationaliseren." (Andrew M. Greeley, Extase. Een vorm van gewaarworden [Ecstasy. A way of knowing], De Toorts, Haarlem, 1974, p. 8.)

Zo valt het op dat in een boek met als titel
'Godsdienst verklaard', de antropoloog Pascal Boyer spreekt van mensen als 'biologische machines', die er cognitief op zijn ingericht om aan het 'ijle niets' een religieuze inhoud te geven. Waarmee hij blijk geeft van een mentaliteit en materialisme dat ook een rol speelt bij bijvoorbeeld de filosoof Daniel Dennett en zijn boek 'Het bewustzijn verklaard', waarin hij stelt dat bewustzijn alleen te verklaren is in termen van onbewuste hersenprocessen. Maar in beide gevallen lijkt het eerder een spreken vanuit een mentale eenzijdigheid en dominantie van de analytische wijze van kennen. Je zou ook kunnen zeggen dat de ene vorm van hersenactiviteit de andere niet ervaart en dus niet begrijpt en niet waardeert, en daarom maar wegverklaart en pathologiseert. Wat dan blijk geeft van een onbegrip dat te vergelijken is met bijvoorbeeld de eerste kennismaking van Europeanen met Indianen en Afrikanen, en die minstens zo moeilijk te overbruggen is. (Pascal Boyer, Godsdienst verklaard. De oorsprong van ons godsdienstig denken [Religion Explained. The Evolutionary Origins of Religious Thought], De Bezige Bij, Amsterdam, 2002, p. 428; Daniel C. Dennett, Het bewustzijn verklaard [Consciousness Explained], Contact, 1995, p. 498.)

Interessant is hierbij de roerende ervaring van Dr. Jill Bolte Taylor, die als hersenexpert vanwege een beroerte uit eerste hand meemaakte wat het betekent als de ervaring van de analytische en talige en ego gevende linkerhersenhelft uitgeschakeld wordt en vervangen wordt door de ervaring van synthese en integratie van de rechterhersenhelft. Zij kwam er eigenlijk mee terecht in een integraal en mystiek ervaren van de werkelijkheid, het soort ervaren dat al duizenden jaren een belangrijke bron is van religie en kunst en filosofie en wetenschap. Zie haar optreden voor bijvoorbeeld TED en zie haar website.

Interessant is het zeker ook hier te wijzen op het erudiete onderzoek ondernomen door de filosoof André Klukhuhn, naar de zeer gevarieerde expressie van de cognitieve vermogens analyse en synthese in wetenschap en kunst en mens- en wereldbeeld. In zijn boeken stelt hij steeds centraal de visie van de filosoof Bergson, die een belangrijke generalisatie heeft gegeven van beide wijzen van kennen:
"Henry Bergson heeft eens de zeer beknopte samenvatting van tweeëneenhalf duizend jaar filosofie gegeven toen hij beweerde dat, ondanks hun schijnbare meningsverschillen, alle filosofen het erover eens zijn dat er twee manieren bestaan om de wereld te kennen: de eerste manier houdt in dat men als buitenstaander om de zaak heen draait, de tweede dat men er als deelnemer in binnentreedt."

Klukhuhn wijst er op dat beide kenwijzen niet onopgemerkt zijn gebleven bij vele filosofen, en dat er al vaak geprobeerd is ze te vatten in typeringen. Zo spreekt bijvoorbeeld Plato van 'rede' versus 'mythologie', als 'bewezen' versus 'doorgegeven' (zoals hij veronderstelt dat de ideeën worden doorgegeven in de geboorte van elk nieuw mensenleven), Aristoteles heeft het over 'kennis opdoen' versus 'mysteries ondergaan', en Kant spreekt van 'de sterrenhemel boven ons' versus 'het geweten in ons' als de te onderzoeken wereld versus onze intuïtie betreffende goed en kwaad. Waarnaast soortgelijke uitspraken te vinden zijn bij bijvoorbeeld Augustinus, de Montaigne en Pascal (kennis van de rede versus kennis van het hart -- of ratio en intuïtie), bij Hegel (het objectieve an-sich versus het subjectieve für-sich), bij Heidegger (het voorstellende denken versus het wezenlijke denken), Max Weber (feiten en waarden), Wittgenstein (het rationele en uiterlijke versus het esthetische en ethische), Jung (de bewuste, logische en rationele benadering van de wereld versus het niet-bewuste, gevoelsmatige en intuïtieve begrijpen), Buber ('hebben' versus 'zijn' - van wereld), Sarte ('gericht zijn op' versus 'zijn van' - wereld), Erich Fromm ('confronterend en worstelend met' versus 'participerend aan' - de natuur), Lyotard (twee stemmen binnen en buiten de taal, de orde en de ratio), Descartes (redelijke kennis versus intuïtieve kennis) en Kierkegaard (onze 'dubbelexistentie'). (André Klukhuhn,
De geschiedenis van het denken. Filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu, 2003, p. 69 e.v.; zie ook: André Klukhuhn, Alle mensen heten Janus. Het verbond tussen filosofie, wetenschap, kunst en godsdienst, Bert Bakker, Amsterdam, 2008.)

Dergelijk typeren van beide kenvermogens is ook te vinden bij bijvoorbeeld Fritjof Capra, Christopher Markert, Robert Pirsig, Adolf Portmann, Joachim-Ernst Berendt, David Loye, Sef Kicken, Ken Wilber en Amaury de Riencourt. Waarnaast genoemde cognitieve verschillen nog vele anderen zijn opgevallen, bijvoorbeeld:
Auguste Comte: egoïsme / altruïsme; 
nogmaals Martin Buber: ik-het / ik-jij; 
Pierre Hadot: concentratie op ik / verruiming ik;
Herman Berger: het objectiverende / het intuïtieve, en: toevoegingsdenken / explicatiedenken; 
Arthur Koestler: zelfbevestiging / integratie;
Schleiermacher: denken / voelen;
Camus: solitair / solidair;
Dilthey: verklaren / verstaan;
Salk: ego / wezen;
Varela: boom / netwerk;
Edward de Bono: verticaal / lateraal;
Korsybsky: territorium/ kaart; 
Russell; objectniveau / metaniveau;
Riane Eisler: androcratie / gylanie;
Kitaro: denken en intellect / zuivere ervaring;
Buckminster Fuller: detaillistisch en analytisch / omvattende systemen; 
En nogmaals Bergson: wetenschappelijke analyse /  metafysische intuïtie).
Assagioli: intellect - intuïtie;
Bronowski: argument - ervaring;

Groei van cognitieve analyse betekent verandering in zelf- en wereldbeeld, een verschuiven van bijvoorbeeld de mystieke zelf-oplossing in de gotische architectuur, naar de gedetailleerde weergave van huiselijke piëteit in de late Middeleeuwen, naar het je ontluikende ego spiegelen aan Griekse goden, zoals dat mode werd in de Renaissance, naar de aandacht voor jezelf, subject tegelijk object, bij Rembrandt, in de beginnende moderne samenleving.


Top van deze pagina

Vervolg tekst op
volgende pagina

Top van deze pagina

Vervolg tekst op
volgende pagina

Top van deze pagina

Vervolg tekst op
volgende pagina