De Sierkanlezingen

 

Convocaties worden maandelijks gezonden aan onze donateurs (minstens € 8,00  per jaar storten op girorekening 814715 van de Stichting Vrienden van het Indische Boek).
Correspondentieadres: Talingstraat 15, 1531 VH Wormer, tel 075-6420028.

e-mail: e.verhoeff@quicknet.nl

SIERKANLEZING
Zaterdag 22 november 2003
Plaats: De Sierkan
Aanvang 15.00 uur
Toegangsprijs € 4,00

WIES VAN GRONINGEN
vertelt over haar nieuwste boek

´HOLLAND LIGT NIET DICHT BIJ DE HEMEL´


Met deze interviews worden de Molukse vrouwen in diaspora zichtbaar. Zo blijft hun geschiedenis, die toch ook Molukse geschiedenis is, in de herinnering voortleven. Samen met Christien Hetharia bezocht de auteur eenentwintig vrouwen die haar hun verhaal vertelden.

Over zichzelf:
´Ik ben geboren in Blangkedjerèn, op Sumatra. Mijn Molukse moeder en mijn vader, een totok, hebben daar vijf jaren gewoond met hun kinderen. We hebben overal gewoond, in Batavia, Tjimahi, later ook in Bandoeng. Tussendoor gingen we naar Holland met een half jaar verlof. Zo ook in 1939, althans dat was de bedoeling. Maar in verband met de oorlogsdreiging besloot mijn moeder dat zij met haar kinderen in Holland zou blijven.´
Wies van Groningen werd in 1929 geboren als Louise Metaal, een meisje in een KNIL-kampement in het binnenland van Atjeh. Tien jaar was ze, toen zij in Delft moest gaan wonen. Dat beviel niet zo, vertelt ze: ´Ik was op m'n hoede. Ik dacht dat de mensen boos op me waren, ze keken altijd zo streng. Het was natuurlijk ook oorlog. Mijn gevoel voor de schoonheid van Delft, haar grachten.... dat heeft me in Nederland gered van verdriet, van eenzaamheid.´
Later, veel later, ging Wies op zoek naar wat Indisch zijn betekende. ´Als je aan mij vraagt, ben je Indisch, dan zeg ik: ja, ik heb een Hollandse vader en een Molukse moeder. Maar ik ben niet in een Indische gemeenschap opgegroeid, ik ben niet in een Molukse traditie opgevoed. In je belangrijkste jaren, van je 10e tot je 17e, leefde ik vrij geïsoleerd in Nederland, in een westerse wereld.´
Sinds haar 60ste jaar schrijft ze, vooral over haar moeder Clara Hukom en daardoor indirect over de dochter van Clara die zij zelf is: ´Over het KNIL is genoeg geschreven, maar weinig over al die vrouwen met hun kinderen. Ze waren afhankelijk van het dienstbevel van hun man. Ook zij moesten de dagmarsen van Kotadjané naar Blangkedjerèn maken. Wat heeft dat voor mijn moeder betekend dat ze daar terechtkwam, in zo'n kleine militaire gemeenschap?´
 

“ Zelfportret met Moeder. Een familiekroniek ”
Martin Schouten
Zaterdag 25 oktober 2003, 15.00 uur
Plaats: De Sierkan
TOEGANGSPRIJS € 4,00
(Adres: Hoek Stadhouderslaan en A.Heinsiusstraat, tegenover het Haags Gemeentemuseum. Te bereiken vanaf Centraal Station met bus 4 of tram 17, vanaf Hollands Spoor met tram 10.)

In Martin Schoutens nieuwste boek "Zelfportret met Moeder. Een familiekroniek” kunt u naast een aantal andere verhalen ook lezen over het dramatische leven met zijn Indische vrouw en zijn zoektocht met zijn twee dochters naar haar verleden.
Deze reportage over zijn reis naar het oorlogsverleden van zijn overleden ex-vrouw in Cimahi en Bandung, samen met zijn twee dochters, stond vorig jaar in de Haagse Post.
“ Zelfportret met Moeder. Een familiekroniek ” Uitgeverij L.J. Veen. ISBN 90 204 0554 3.
 

 ´INDISCH IN DE AANBIEDING´

 Lilian Ducelle

Zaterdag 20 september 2003, 15 uur


 Lilian Ducelle schreef de volgende inleiding: 

Is ´Indisch´ een gewone aanduiding, is het een aanbeveling of juist bedoeld als waarschuwing niet teveel van prestaties te verwachten? Blijft de vraag of je als Indo goed kan/mag presteren zónder het etiket Indisch op je voorhoofd te plakken?
Zijn we na een halve eeuw in Nederland nu eindelijk zo ver geïntegreerd dat we kunnen functioneren en presteren zonder eeuwig en altijd het vaandel van ´Indisch zijn´ te zwaaien?
Ligt hier niet een vleugje zelfdiscriminatie aan ten grondslag?
´Zo zie je maar weer wat een Indo kan, al is hij maar een Indo´.
Komt dat omdat we in Nederland nog altijd over het hoofd worden gezien? Wanneer komt een Indisch gezicht op televisie, musici, wetenschappers, kunstenaars?
Nederland kent maar tien bekende Indische Nederlanders en daar houdt het mee op.
Door gebrek aan goede kritiek, aan waardering, aandacht van buitenaf, ontstaat devaluering van het begrip ´Indisch´.
Waar blijft een Indisch Centrum waar streng geselecteerd en goed geëvalueerd wordt? Zolang dat uit onze eigen kring niet mogelijk is, stouwen we een pakhuis vol met Indische artikelen.
Tijd om eens uitverkoop te houden, dat schept ruimte en lucht op.
Vandaar de titel van deze discussie ´Indisch in de aanbieding´!
Niet alleen trots, maar ook zelfkritiek en goede prestaties, dát zijn we aan al de volgende generaties verplicht.

´Indisch zijn´ is echt niet genoeg

Zaterdag 17 mei 2003, 15 uur
 

 Drs Nico van Horn

´Tijd voor een tussenbalans, het Breed Historisch Onderzoek´

In 1998 startte, onder het Ministerie van VWS, een onderzoek naar bank- en verzekeringstegoeden van Indische Nederlanders, als gevolg van verliezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In nauwe samenwerking met het Nederlands Instituut en andere belanghebbenden, ook uit de Indische kring, werd een begeleidingscommissie samengesteld die vervolgens onderzoekers de opdracht gaf een rapport te produceren.

Dit rapport verscheen in 2000. Uit dit rapport bleek dat er door Japanners amper banktegoeden in beslag waren genomen. De grote problemen met het opnemen en overmaken van geld deden zich na de oorlog voor, als gevolg van de uiterst strenge deviezenbepalingen van de Indische overheid, en, na 1949, van de Indonesische regering. Daarbij kwamen de regelmatige devaluaties van de Indonesische munteenheid.

Mede op aanbeveling van de conclusies uit dit rapport zijn tot dit jaar twee rapporten uitgebracht die tot doel hadden te inventariseren of er een mogelijkheid bestond verdergaand onderzoek te doen naar andere financiële aspecten van de Japanse bezetting, zoals kluisjesroof, rechtsherstel,reparatie door Japan, teruggave van goederen enz. De twee rapporten hebben de archieven zowel in Nederland als in Engeland, Verenigde Staten, Indonesië, Maleisië en Singapore beschreven. Op basis van deze laatste twee rapporten wordt thans, binnen het brede historische onderzoek naar de lotgevallen in Indië en Indonesië - een project dat door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie wordt uitgevoerd, onderzoek gedaan naar tal van onderwerpen zoals: kluisjesroof, backpay, restitutie en reparatie. De verwachting is dat in 2005 dit brede historisch onderzoek wordt afgerond.


drs. N.A. van Horn is onderzoeker en mede-auteur van de eerste drie rapporten geweest en zal zijdelings betrokken zijn bij het nu lopende project van het NIOD. Hij is thans verbonden aan het Nationaal Archief in Den Haag.


zaterdag 21 juni Esther Captain,
De Indische Derde Generatie in de Letteren

Zaterdag 18 januari 2003, aanvang 15.00 uur
Gebouw de Sierkan

Stef Scagliola
Last van de oorlog
De Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië en hun verwerking

 De Indische doofpot

Over de juiste interpretatie van de dekolonisatieoorlog die Nederland van 1945 tot 1949 met Indonesië voerde heerst in ons land nog steeds verdeeldheid. De vier groepen die het debat al jaren domineren - politici, historici, journalisten en veteranen – hanteren dikwijls de begrippen doofpot, taboe en trauma alsof er sprake is van geheimhouding, verdringing en traumatisering. Stef Scagliola verrichtte er uitgebreid onderzoek naar. De verwerking van deze verloren koloniale oorlog staat centraal in haar dissertatie Last van de oorlog

De studie begint met een uiteenzetting over de strijd in Nederlands-Indië. De nadruk valt daarbij op de spanning tussen de zeer uiteenlopende ervaringen van Nederlandse militairen tijdens de strijd en de wijze waarop achteraf het conflict in historische overzichtswerken is beschreven. Omdat de geschiedschrijving over het conflict tot nu toe is uitgegaan van een nationale politieke context – er zijn immers overheidsbronnen in overvloed - hebben historici lange tijd de verhalen aan de onderkant van de militaire hiërarchie, over de hulp aan de lokale bevolking, over de verminking van kameraden, over ‘tropenkolder’, over de frustratie dat men tegen zijn wil moreel verwerpelijke orders moest uitvoeren, genegeerd. Dit vormde op zijn beurt weer een obstakel voor de erkenning dat niet de Indië-militair, maar de Indonesische bevolking het ultieme slachtoffer was in het conflict, en wel door de overmacht aan Nederlands technisch geweld.Na jarenlange stilte kwam de Indië-militair door een tv-uitzending van VARA’s actualiteitenrubriek Achter het Nieuws over oorlogsmisdaden in Indonesië in januari 1969 weer volop in de schijnwerpers. De politici gingen zich met de kwestie bemoeien. De regering gaf naar aanleiding van Kamervragen ambtenaren de opdracht documenten over ‘geweldexcessen’ uit relevante ministeries te inventariseren. Dat resulteerde al na drie maanden in een doortimmerd rapport, de zogenaamde Excessennota.
Een officiële bronnenpublicatie door historici van de Nederlands-Indonesische betrekkingen tijdens de strijd zou nog volgen. De 885 brieven echter die de VARA naar aanleiding van de vermaarde tv-uitzending had ontvangen werden als bron over het hoofd gezien. De promovenda heeft deze in het Omroepmuseum bewaarde correspondentie wel opgenomen in haar onderzoek.Ondanks het regeringsrapport, een wetenschappelijke bronnenstudie en tal van publicaties over het dekolonisatieconflict in het algemeen (waaronder het omstreden deel 12 van Lou de Jongs geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog) bleef een waas van geheimzinnigheid hangen. Mevrouw Scagliola verklaart dat onder meer door de afhandeling van de Excessennota. De regering De Jong liet de zaak in 1969 niet grondig genoeg uitzoeken. De behandeling van de zaak kwam neer op het toedekken van het verhaal ‘achter’ de oorlogsmisdaden. Dat werd overigens een jaar later in de sociologische studie van Van Doorn en Hendrix Ontsporing van geweld: over het Nederlands/Indisch/Indonesisch conflict uit de doeken gedaan, maar bleef voor het grote publiek onopgemerkt.De steeds terugkerende publiciteit en discussies over de geweldsexcessen door de jaren heen hebben er toe bijgedragen dat het verhaal ‘achter’ de oorlogsmisdaden de overstap heeft gemaakt van individuele belevenis naar herinneringsliteratuur en uiteindelijk naar een collectief historisch bewustzijn.

Een handelseditie van dit proefschrift is verschenen bij uitgeverij Balans in Amsterdam (ISBN 9050185932). Mevr. dr Stef Scagliola werd in Engeland geboren, is van Italiaanse afkomst en woont sinds 1968 in Nederland. Na een loopbaan in de museumwereld studeerde zij maatschappij-geschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daar werkte zij vanaf 1997 als onderzoeker aan dit proefschrift en promoveerde vrijdag 18 oktober 2002 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Volgende Sierkanlezingen:
zaterdag 15 februari
zaterdag 19 april
zaterdag 17 mei
zaterdag 21 juni

KERSTSIERKAN

Zaterdag 21 december 2002, 15 uur
Plaats: De Sierkan
TOEGANGSPRIJS € 8,00

Marc Argeloo

Marc Argeloo is bioloog en kreeg o.m. van het Wereldnatuurfonds de opdracht om de maleo op Sulawesi voor uitsterven te behoeden. Het onderzoek daar strekt zich nu uit over een periode van tien jaar, maar de oorspronkelijke opdracht kreeg steeds meer aanvullende kantjes. Het hamerhoen, het Molukkenboshoen en het Bruijn's boshoen uit Indonesië zijn de hoofdrolspelers in het verhaal 'Maleo, de kip met de gouden eieren'.

Argeloo ontrafelt de geschiedenis over de relatie tussen deze (grootpoot-)hoenders en de mens en stuit daarbij op de rol van rotankappers, gouddelvers en vleermuisvangers in het leefgebied van deze vogels. Wat in de ogen van Argeloo begon als een 'uit de hand gelopen zakkenrollerij' (het (illegaal) rapen van de kolossale eieren van deze vogels) mondt uit in een kat-en-muisspel tussen uiteenlopende partijen waarbij de schrijver zelfs bij voormalig president Habibie belandt om voor het voortbestaan van deze vogels te pleiten.

 Hans Vervoort

Leest voor uit zijn in januari 2003 te verschijnen nieuwe boek ´Geluk is voor de dommen´ (Nijgh en van Ditmar)

 

´Hoe kom je aan een beetje geluk? Of het nu doortrapte zwendelaars zijn of juist naïeve slachtoffers, de personages in de verhalenbundel Geluk is voor de dommen blijven het antwoord schuldig. Ze proberen hun leven tegen de klippen op richting te geven, getrouw aan wat Hans Vervoort zelf eens schreef: 'Het leven is zinloos, maar verder kun je er alles van maken.'

Hans Vervoort werd in 1939 geboren in Magelang (Indonesie). Zijn eerste jeugdherinneringen deed hij op in een Japans interneringskamp. In 1953 kwam het gezin naar Nederland, waar hij het Ignatiuscollege bezocht. Na het behalen van zijn HBS-A diploma werkte hij enkele jaren als assistent-accountant. Hij vervulde zijn dienstplicht en ondernam een poging tot een wereldreis, die echter al bij de eerste heuvels in Noord-Frankrijk strandde. In 1961 kwam hij in het marktonderzoek terecht, in 1967 richtte hij met drie collega's zijn eigen bureau op: bureau Inter/View. Van 1975 tot 2000 was hij werkzaam in de tijdschriftenuitgeverij, eerst als marktonderzoeker, van 1988 tot 1996 als directeur/uitgever.

 

Wij bieden u deze middag een klein kerstmaal aan en zullen Indische liedjes spelen.
Het is nodig van tevoren te reserveren (telefoonnr. 075-6420028) i.v.m. de beperkte plaatsruimte in de Sierkan

Edgar du Perron genootschap
Dubbellezing

Zaterdag 16 november 2002
aanvang 14.00 uur, toegang  € 5,00
Indisch Huis, Javastraat 2b Den Haag

 
 We zijn blij u deze dubbele Sierkanlezing aan te bieden in samenwerking met de Edgar Du Perronstichting

 ‘Manhavte Heeren’ en rijke erfdochters: het voorgeslacht van Eddy du Perron op Java

Kees Snoek.

 In deze lezing worden de belangrijkste voorouders van de schrijver E.du Perron behandeld, allereerst de energieke Europeanen die omstreeks het einde van de Napoleontische tijd roem en avontuur zochten op Java en gestaag klommen in hun beroep. Door plichtsbetrachting en ambitie, als militair of gerechtsdienaar, veroverden zij zich geld en aanzien, door huwelijken met rijke erfdochters kwamen zij in het bezit van landgoederen en herenhuizen.
Tegen het einde van de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste kwam het koloniaal patriciaat echter onder druk te staan van nieuwe ontwikkelingen en raakte het trotse bezit langzamerhand versnipperd. De ouders van Eddy du Perron voerden niettemin nog een grootse staat. 

Over Indo’s en kazen

 Frank Okker

 Welk beeld had Walraven van Du Perron, toen hij voor het eerst met diens werk in aanraking kwam? En in hoeverre veranderde dat na hun eerste ontmoeting? Walraven had zeer uitgesproken opvattingen over Indo-europeanen. Heeft dit zijn relatie met Du Perron beïnvloed? Een korte vergelijking tussen twee critici van de Indische samenleving

Wederzijds geïnspireerd:
Eigentijdse kunst uit Nederland en Indonesië

Mevr. Dr Corma Pol
Zaterdag 26 oktober 2002
aanvang 15.00 uur, toegang  € 5,00
Indisch Huis, Javastraat 2b Den Haag

Moderne kunst in Indonesië dateert van de dertiger jaren van de twintigste eeuw en ontwikkelt zich onder invloed van het dan groeiend nationalisme. Kunstenaars gaan op zoek naar hun eigen identiteit. Zij gebruiken daarvoor beeldende middelen die hen uit de traditie ter beschikking staan, zoals figuren uit het wayangspel en de batik. Maar ook laten zij zich inspireren door wat hen in het steeds intensiever wordende contact met het Westen vanuit die cultuur wordt aangereikt: de mogelijkheid om zich als individu op een vrije manier uit te drukken in vorm en kleur.     Westerse kunstenaars bezoeken Indonesië al sinds de negentiende eeuw. Maar in onze tijd is niet het landschap en de nog steeds fascinerende cultuur het belangrijkste doel van hun reizen. Meer worden zij getroffen door wat daarachter schuil gaat aan diepere betekenis, een zingeving die in de Westerse wereld verloren lijkt te gaan.     In een dergelijke situatie kunnen kunstenaars met een zo verschillende achtergrond elkaar tot inspiratie zijn. En zo groeit een mondiaal ´netwerk´ van kunsten, een weefsel met patronen uit Oost en West, uit Nederland en Indonesië.
In de lezing zal deze wederzijdse beïnvloeding aan de hand van dia's nader worden bekeken en toegelicht.  

Corma Pol is kunsthistorica. Ze is de auteur van een studie over het werk en de positie van Indonesische kunstenaressen;  Discourse on the frame : the making and unmaking of Indonesian women artists (1998). Tot voor kort was zij verbonden aan de academie voor beeldende kunsten Minerva in Groningen en richt zij zich nu als intuïtief counselor op de begeleiding van kunstenaars.

Karel van der Hucht

"Het beeldverhaal van de Indische dames en heren van de thee".
Zaterdagmiddag 21 september 2002
15.00 uur, toegang € 4,-
Indisch Huis, Javastraat 2b, den Haag

De STICHTING INDISCH THEE- EN FAMILIE-ARCHIEF VAN DER HUCHT C.S. heeft tot doel de geschiedenis te achterhalen van familie- thee- en kina-ondernemingen op West-Java: Parakan Salak, Sinagar, Panoembangan, Waspada, Goenoeng Mas, Ardja Sari, Gamboeng, Malabar, Taloen en Negla.
 Met goedvinden van hun nakomelingen zijn gegevens uit de familie-archieven door Hella S. Haasse in romanvorm verwerkt. ´Heren van de thee´ is de geschiedenis van het echtpaar Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop, en hun gezinsleven op de afgelegen thee-onderneming Gamboeng in de Preanger.
Een andere bekende theefamilie is die van Karel Frederik Holle. In 1899 werd in Garoet, op West-Java, een monument onthuld ter ere van de zogenoemde ‘Heren van de thee’: Karel Frederik Holle. Hij was een zeer eigenzinnig man. Tegen alle gewoonten in zette hij zich in voor het lot van de Soendanese bevolking. Hij sprak de taal en was innig bevriend met de lokale leiders.

Met ´Karel Frederik Holle. Theeplanter in Indië (1829-1896)´ schreef Tom van den Berge zijn kleurrijke levensverhaal. Het boek geeft een fascinerend beeld van een idealist in het negentiende-eeuwse Indië, die op zoek was naar het grootst mogelijke geluk voor iedereen, maar zelf berooid in Buitenzorg stierf.

dr Karel van der Hucht, conservator van bovengenoemde stichting zal de Sierkanlezing houden, getiteld "Het beeldverhaal van de Indische dames en heren van de thee". Hij zal zijn verhaal toelichten aan de hand van illustraties.

Sierkanlezing
zaterdag 17 augustus 2002, 15.00 uur
Toegang € 4,00
Plaats: Het Indisch Huis, Javastraat 2b Den Haag
Ruud Greve
Nyai Ratu Kidul
Lezing met dia´s

(Deze lezing en de hierna te noemen vertelling komen in de plaats van een eerder aangekondigde discussie over ´Amerikaanse buitenlandse politiek en het Indonesisch nationalisme (1920-1939) door prof. Frances Gouda, die momenteel in het buitenland zit)

Koningin van de Zuidzee
Niet alleen op Java, ook in Nederland (en dan vooral in Indische kringen) bevinden zich heren die in de ban zijn van Nyai Loro Kidoel. Deze mythische, onsterfelijke koningin van de Zuidzee heeft met iedere sultan een bijzondere relatie, “die volgens de meeste verhalen niet slechts spiritueel is”…. Ruud Greve heeft diverse keren langs een aantal plaatsen in Midden- Java gereisd waar de Koningin wordt vereerd. Hij vertelt tijdens zijn causerie de verhalen die hij van de ‘gelovige’ Javanen heeft gehoord — en die gaan verder dan het schrikbeeld dat de meeste Java-reizigers wel zullen kennen, namelijk dat Nyai Loro Kidoel de mannen verslindt (lees: doet verdrinken), die in groen badkostuum haar zee aan de zuidkust van Java durven betreden.
Maria Gemser
Leest verhalen van Tjalie Robinson in Petjoh


zaterdag 25 mei 2002, 15.00 uur
Corrie A. Bos
Papua Kelam
Uitgave in eigen beheer, 2002; 192 blz
ISBN 90 801168 5 8

Met Papua Kelam keert Corrie A. Bos terug naar haar reisverslagen.
Ditmaal trekt zij in een groep door Indonesië met als einddoel de Baliem-vallei in Irian Jaya. Een reis die anders verliep dan het oorspronkelijke programma aangaf.
Via het eiland Biak, naar de Padaido-eilanden, Manokwari, het eiland Japen waar de paradijsvogels ver van de bewoonde wereld in het dichte oerwoud op de boomtoppen in de vroege ochtend stoeien, vervolgens naar Sentani en Jayapura (het vroegere Hollandia).
Ongewild werd de schrijfster tijdens deze reis geconfronteerd met de onafhankelijkheidsstrijd van de Papua's. Door de politieke situatie in het toenmalige Irian Jaya (nu Papua) werd het onmogelijk naar de Baliem-vallei te gaan. In plaats van een trekking door het gebied van de Dani's werd de reis voortgezet op de eilanden Flores, Sumbawa, Rinca en Bali.

WEBSITE VAN CORRIE BOS
http://www.corrieabos.nl/

 



Zaterdag 27 april 2002, 15.00 uur
Toegang Euro 4,-

Het Indisch Huis, Javastraat 2 b, Den Haag
(Vanaf Centraal Station tramlijn 17 of buslijn 4. 
Vanaf het station Hollands Spoor met tramlijn 17 en 8)

Frances Gouda
Amerikaanse buitenlandse politiek en het Indonesisch nationalisme (1920-1949)

Professor Gouda is verbonden aan het Belle van Zuyleninstituut van de UvA en ze schreef - samen met Thijs W. Brocades Zaalberg - het boek American Visions of the Netherlands East Indies/Indonesië; ISBN 90 5356 479 9
In een interview voor de Haagsche Courant zegt mevrouw Gouda o.m.: 'Het plan dat prins Bernhard in 1961 op eigen houtje heeft aangeboden aan de Amerikaanse president Kennedy voor de overdracht van Nieuw-Guinea, was precies wat de Amerikanen wilden horen. In Amerika, dat Nieuw Guinea wilde overdragen aan Indonesië, vond men de opstelling van Luns star. Ik heb Amerikaanse archiefstukken gelezen waarin door de Kennedyregering niet aardig over Luns werd gesproken'.
Frances Gouda over haar boek

Zaterdag 23 maart
Papieren liefde levensgroot; Indische liefdespoëzie en liedteksten

Omdat het eind maart Boekenweek is, wordt in plaats van de gebruikelijke Sierkanlezing in samenwerking met Het Indisch Huis op de Javastraat 2b, Den Haag. een boekenbeurs gehouden,
tussen 13.00 en 17.00 uur  
Het omlijstende programma zal zijn afgestemd op het thema van de boekenweek 2002:
Hebban olla vogal a nestas  

Verhalen en gedichten over de liefde.  
Het motto is ontleend aan de eerste tekst in de Nederlandse taal: 'Zijn alle vogels met hun nest begonnen, behalve ik en jij, waar wachten we nog op?'
Er worden deze middag korte voordrachten/inleidingen worden gehouden door verschillende auteurs.De volgende inleiders zullen aparte thema’s behandelen, die te maken hebben met Indische poëzie:Rudy Kousbroek: ‘Indonesische dichters in Indië’; Joop van den Berg: ‘Cabaretliedjes in Indië’; Bas Kist: ‘Nagelaten gedichten van Maria Dermoût’; Ralph Boekholt ‘Krontjongteksten’; Karin Ottenhof: ‘Gedichten van Resink’

Dit zijn, in willekeurige volgorde, de dichters:
Jo Uneputty, Madeleine Gabeler (onder voorbehoud), Humphrey Ottenhof , Roy Piëtte, Eddie Lie, Youetta de Jager Djodjie Rinsampessy , Poldi Saueressig, Emmy Verhoeff, Huib Deetman.   

Het precieze programma van de dichters wordt op de middag zelf bekend gemaakt. Er worden een paar stands ingericht met zowel nieuwe als tweedehandboeken.
Muziek door het Trio Blimbing-Hilversum

Zaterdag 23 februari 2002
aanvang 15.00 uur, toegang € 4,-

Joop van den Berg
Over het tijdschrift
'd'Oriënt'

Wij zijn verheugd Joop van den Berg als gastspreker te mogen begroeten
In het voormalig Nederlands-Indië was het geïllustreerde weekblad "d 'Oriënt" (vergelijkbaar met een blad als 'Panorama', hier) bijzonder populair.
Het blad verscheen zonder onderbreking ruim twintig jaar lang en is zodoende een bron van veel 'Indisch leven', in woord en vooral beeld.
Journalist Joop van den Berg zal een beschouwing wijden aan de bewogen geschiedenis van het blad en zijn licht laten schijnen over de inhoud.
Na de pauze zullen teksten worden voorgelezen uit het weekblad. Te weten artikelen, verhalen, beschouwingen en cabaretliedjes.
          

FOTO'S

Bekijk de Fotoreportage die Peter de Ridder maakte van de eerste Sierkanlezing die in het Indisch Huis werd gehouden




Zaterdag 26 januari 2002
aanvang 15.00 uur, toegang € 4,-

Paul Koetsier
Javaans bloed
Op zoek naar een verloren liefde reist een Nederlandse advocaat af naar het van politieke woelingen vergeven Java.
Indonesië staat aan de vooravond van de benoeming van een nieuwe president. Als de beoogde opvolger wordt vermoord en studenten de straat op dreigen te gaan, lijkt de chaos compleet. In deze periode arriveert een groep Nederlandse oud-studenten op Java. Ze zijn door de schatrijke Bert Wiersma uitgenodigd voor een reünie. Stuk voor stuk hebben ze een goede reden om terug te keren naar de plek waar tien jaar eerder een studiegenoot, de mooie en exotische Eline, met een zeldzame kris werd vermoord.

SIERKANLEZING

Zaterdag 24 november 2001

ANNIE BOS

‘DE RODE AARDE’

Uitgeverij De Prom te Baarn.

ISBN 90-6801-696-2

 ‘In mijn leven heeft de aanval van Japan op Pearl Harbour een belangrijke rol gespeeld. Tijdens die Pacificoorlog was ik nog klein. Later wist ik ook nog niet eens precies wat er toen allemaal was gebeurd. Pas in 1995, na de dood van mijn moeder, ging ik op zoek naar feiten.

Aan de hand van een nagelaten koffertje met documenten, brieven en aantekeningen begint mijn speurtocht.

In de zomer van 1939 vertrokken mijn ouders naar Solo op Midden-Java. Ik was hun oudste kind, een baby van een half jaar. In Solo werden nog drie kinderen geboren. Mijn vader was bioloog. Hij stierf in de eerste week van maart 1942 tijdens de gevechten bij de Ciaterstelling in de buurt van Bandung. Die week werd de belangrijkste week in de oorlog rondom Nederlands-Indië en zou van beslissende betekenis worden voor het verloop van de geschiedenis van Nederland als land met koloniën. Maar dat lees ik pas vele jaren later, in het boek van Nortier, Kuyt en Groen (1994), De Japanse aanval op Java, maart 1942, Amsterdam: De Bataafsche Leeuw. In het koffertje vind ik slechts een krantenknipsel uit 1946, waarin gesproken wordt van ‘een verpletterende nederlaag’ van het Nederlandse leger en waarin het leger verweten wordt nauwelijks gevochten te hebben.

In 1995 wil ik weten wat er gebeurde bij de Ciaterstelling, maar niet alleen dat: ik wilde ook weten wat er vooraf ging aan die gebeurtenissen en wat er daarna volgde. Ik wilde zo dicht mogelijk bij de waarheid komen en mijn eigen herinneringen toetsen aan de bronnen, die ik kon vinden. In het begin zag ik geen enkele samenhang, maar toch ontstond die langzamerhand. Ik vond antwoorden op de vragen uit het begin, maar er kwamen steeds weer nieuwe vragen. De zoektocht strekte zich uit over een aantal jaren. Langzaam voegden zich de puzzelstukjes.’

Annie Bos ontdekt dat ze bij de officiële geschiedschrijvers niet kan achterhalen waar en hoe precies haar vader is omgekomen. Met behulp van andere bronnen en eigen onderzoek weet zij minutieus zijn laatste dagen en tevens haar eigen geschiedenis te reconstrueren.

Sierkanlezing

Zaterdag 20 oktober 2001, aanvang 15.00 uur, toegang fl. 7,50

Xaviera Hollander

Leest uit haar juist verschenen boek 'Kind Af'

Dick Rompas

Vertelt Indische Verhalen 

Een aangrijpend relaas over de schokkende ervaringen van haar en haar familie in de Jappenkampen. KIND AF is net als de Happy Hooker op een bijzonder openhartige manier geschreven. Het drukt ons met de neus op rauwe emoties, triomfen en de overwinning van drie zeer uitzonderlijke mensen Xaviera verdeelt haar tijd tussen Amsterdam en Marbella. Ze treedt geregeld in TV programma's op, zowel in de Verenigde Staten als in Europa en ze reist de hele wereld over. Haar ambitie is op dit moment het produceren van theater waartoe ze een klein theater in Amsterdam heeft. 

Xaviera Hollander, auteur van onder meer the Happy Hooker, heeft sinds 1971 nog 18 andere boeken op het gebied van erotiek gepubliceerd. Deze zijn in 14 talen vertaald.

Haar nieuwe autobiografie KIND AF gaat over de relatie tussen haar ouders en haarzelf. Het boek opent met het stervensproces van haar moeder, gevolgd door flashbacks naar de jappenkampen en haar adolescentie tot de aftakeling van haar ouders. Het boek is in feite een ode aan haar moeder. Het is bijzonder emotioneel en aangrijpend en wordt half oktober bij uitgeverij Luitingh ~ Sijthoff in groot paperback formaat, met vele niet eerder gepubliceerde foto's uitgegeven.

 

DICK ROMPAS

vertelt verhalen uit Indonesië, waar zijn roots liggen

Mijn vader, geboren op Celebes, Menado, oorlogsslachtoffer was tijdelijk met zijn gezin in Rotterdam. Daar is Dick toen geboren. Terug naar Indonesië is tijdens de Bersiap zijn vader bij aankomst overleden. Moeder is nog twee jaar met kinderen in Indonesië gebleven, daarna weer naar Holland vertrokken. Dick Rompas's moeder vertelde hem altijd verhalen die hij al enige jaren doorvertelt.

Zaterdag 22 september 2001, aanvang 15.00 uur, toegang fl. 7,50
 Hans Vervoort

over zijn nieuwste boek
‘Eerlijk is vals’

 Hans Vervoort werd in 1939 geboren in Magelang (Indonesië). Zijn eerste jeugdherinneringen deed hij op in een Japans interneringskamp. In 1953 kwam het gezin naar Nederland, waar hij het Ignatiuscollege bezocht. Na het behalen van zijn HBS-A diploma werkte hij enkele jaren als assistent-accountant. Hij vervulde zijn dienstplicht en ondernam een poging tot een wereldreis, die echter al bij de eerste heuvels in Noord-Frankrijk strandde. In 1961 kwam hij in het marktonderzoek terecht, in 1967 richtte hij met drie collega's zijn eigen bureau op: bureau Inter/View. Van 1975 tot 2000 was hij werkzaam in de tijdschriftenuitgeverij, eerst als marktonderzoeker, van 1988 tot 1996 als directeur/uitgever. Alhoewel hij al sinds zijn veertiende jaar schreef kwam er van geregeld publiceren pas iets toen hij in 1966 redacteur werd van het weekblad Propria Cures. Dat werd de start van een schrijversloopbaan naast zijn werkzaamheden in marktonderzoek en uitgeverij.

Eerlijk is vals
(Uitgeverij Nijgh&van Ditmar, ISBN 9038874448)

Wat doe je als je naaste collega beschuldigd wordt van seksuele intimidatie op de werkvloer? En je tegelijkertijd te horen krijgt dat je mogelijk een Indonesisch halfzusje hebt? Precies, dan begin je aan een dubbele zoektocht naar de waarheid. Maar wil je die wel weten?Henk Vermeulen, de hoofdpersoon van de roman Eerlijk is Vals, beweegt zich afwisselend in twee werelden - de slangenkuil van het Hollandse kantoorbestaan en de herinneringen en naweeën van een jeugd in Indonesië. Hij ontdekt dat niets is wat het lijkt, en soms zelfs dat niet.

 Andere boeken van Hans Vervoort:  Zonnige perioden (1994) - Het tekort (1988) - Een zomer apart (1982) - Met stijgende verbazing (1981) Sicco Roorda van Eijsinga. Zijn eigen vijand (1979) - Oud zeer (1978) - Zwarte rijst (1977) - Vanonder de koperen ploert (1975) Zonder dollen. Een avontuur in Budapest (1974) - Heden mosselen morgen gij (1973)

Hans Vervoort over Schrijven

`Ik situeer mijn verhalen graag in situaties die ik uit eigen ervaring ken. Ik schrijf bij voorkeur in de ik-vorm omdat dan in elk geval één personage niet verzonnen hoeft te worden.'
`Wat mij ontzettend ergert zijn boeken die uitgelegd moeten worden, alsof je dan pas kan begrijpen waar het over gaat. Dat vind ik zoiets belachelijks. Als symboliek gebruikt is, waarvoor een criticus nodig is om die te duiden, dan heeft die schrijver het niet goed gedaan.'
`Ik wil mijn werk ontdoen van alle literaire franjes. Het liefst schrijf ik een verhaal zonder dat de lezers merken dat er woorden gebruikt zijn.'

`En wat de manier van schrijven betreft, ga ik altijd van het standpunt uit dat alles wat er in een verhaal gebeurt, vanuit de hoofdpersoon moet worden geschreven en verder geen geëmmer. Ik beschrijf dus alleen de dingen die de ikfiguur kan zien of horen of denken of voelen.'

 

 Search: Enter keywords... 

Amazon.com logo

BLIMBING

IS NU VERKRIJGBAAR IN GEDRUKTE VORM BIJ

BOEKHANDEL VAN STOCKUM/Den Haag 

Beperkte oplage!

OPROEP

Om niet het gevaar te lopen dat bij zo'n opzet in een kringetje van bekenden wordt rondgekeken, volgt hierbij een oproep voor eenieder die denkt iets bij te kunnen dragen aan de vele vormen van discussie over Nederlandse & Indische & Indonesische thema's.

Inzendingen naar BLIMBING

EMAIL

OUDE LEZINGEN

Tjelana Monjet
Vijftig Indische/Indonesische liedjes, met teksten, notenvoorbeeld en illustraties