Algemene info
Start ALLES OVER ANTEF Snefroe Afscheid van Antef DE VERZORGING DE PUP Maltezer fotoalbum Voeding LEVERSHUNT HONDENTAAL TIPS LINKS Algemene info Vlooien,teken,wormen Dagboek van Snefroe Snefroe.hyves

Loopsheid    De dracht    Een hond in het verkeer   Spelen met de hond    Honden en katten besluit   Honden en katten ???      Oormijt   Alleen thuis Uw hond laten chippen

Als de hersenen van slag zijn.
(Epilepsie)

Epilepsie is het abnormaal elektrisch ontladen in delen van de hersenen, hetgeen een soort onweer in de hersenen veroorzaakt. In vergelijking met honden lijden katten minder vaak aan de zogenaamde primaire epilepsie, waarvan de oorzaak onbekend is. De secundaire epilepsie, die wordt veroorzaakt door een organische stoornis of stofwisselingsstoornis, komt bij honden en katten ongeveer even vaak voor. Het belangrijkste verschil is dat katten vaak aan een vorm lijden die geen krampen veroorzaakt. Dit is de reden dat epilepsie bij katten dikwijls niet wordt ontdekt. Men maakt onderscheid tussen algemene en partiele epileptische aanvallen. De klassieke algemene aanval wordt bij honden vaker gezien. Honden krijgen epileptische aanvallen als ze slapen of zich in en ontspannen toestand bevinden. Soms kunnen ook opwinding of bijzonder emotionele gebeurtenissen aanvallen veroorzaken. Het verloop van een aanval kan in drie fasen worden verdeeld. Allereerst zijn er aanwijzingen voor een aanval die voornamelijk in de verandering van het gedrag te zien zijn, waar de eigenlijke aanval op volgt die vervolgens met de fase na de aanval, met verschillende verschijningsvormen, wordt beŽindigd. Een aanval begint wanneer het dier plotseling omvalt, bewusteloos raakt en wanneer zijn  hele lichaam verkrampt. De fase gaat gepaard met het maken van geluiden, het produceren van speeksel, het opzetten van de haren, uitscheiding van ontlasting  of urine, kauw- en loopbewegingen en het tijdelijk stoppen van de ademhaling. Zo'n aanval duurt tussen een halve minuut en twee minuten. Na een aanval kunnen de dieren zich of heel normaal gedragen, enkele uren slapen of zelfs uren later nog problemen met hun zenuwen hebben, zoals wanneer ze in een toestand van verbijstering verkeren, rondlopen, abnormale honger hebben, geen interesse voor wat dan ook tonen. Als de aanval niet uit zichzelf stopt of meerde aanvallen elkaar opvolgen verkeert het dier in de levensgevaarlijke 'status epilepticus'. Deze status kan zich uit alle vormen van epilepsie (partiŽle, algemene, al dan niet met krampen gepaard gaande epilepsie) ontwikkelen. Als men er niet in slaagt de reeks aanvallen met behulp van medicijnen te doorbreken, staat het dier er slecht voor. Onopvallende aanval; Deze milde aanvallen gaan gepaard met bewustzijnsstoornis, aan weerzijden van het lichaam verminderende activiteit van de spiergroepen zonder het vermogen te kunnen staan, vergrote pupillen en stuiptrekkingen in het gebied van de kop (oogleden, snorharen en oortjes). Hierbij komt het ongecontroleerde bewegen van de kop op het hele lichaam. In dit stadium vindt het uitscheiden van speeksel en urine minder vaak plaatst. Bij een plaatselijke beschadiging van den deel van de hersenen, bijvoorbeeld door trauma, een tumor, of een infectie, kunnen partiele aanvallen optreden. De klinische verschijnselen zijn zeer gevarieerd. Men onderscheidt eenvoudige en complexe partiŽle aanvallen. Bij de eerste soort blijft het dier bij bewustzijn en treden krampen van afzonderlijke spiergroepen op of trekt het lichaam krampachtig naar een kant. Bij de complexe vorm, kunnen naast het samentrekken van afzonderlijke spiergroepen ook stoornissen zoals bijvoorbeeld jeuk, verandering van het bewustzijn en het gedrag zelfs hallucinaties optreden. Het gevolg; wezenloos staren, het achtervolgen van denkbeeldige voorwerpen, het happen naar vliegen, plotseling opschrikken en rondlopen etc. Soms gaan dit soort aanvallen over in de algemene vorm van epilepsie. De oorzaken van epilepsie zijn zeer veelzijdig; men onderscheidt tussen primaire en secundaire epilepsie als er geen organische verandering in de hersenen of stofwisselingsstoornissen zijn. Primaire epilepsie komt bij honden voornamelijk voor het eerst voor het eerste en derde tot vijfde levensjaar, Bij de secundaire vorm kunnen stoornissen in de hersenen of stoornissen buiten de hersenen de oorzaak zijn. Als de oorzaak in de hersenen zit, dan kunnen trauma, tumoren, hersenabcessen, bloedziekten, speekselziekte, infecties of parasieten de veroorzaker zijn. Ook kan een stofwisselingsstoornis zijn als er bijvoorbeeld sprake is van een beschadiging van de nieren of de lever een te lage suikerspiegel. Dierenarts; Het dier moet naar de dierenarts bij zijn eerste aanval, als de aanval langer duurt of er meer dan twee aanvallen per dag optreden. Hij zal vragen wanneer de aanvallen optreden, hoe lang ze duren met welke symptomen ze gepaard gaan en hoe snel het dier daarna weer bijkomt. Daarna volgt een algemeen onderzoek en een bloedanalyse waarbij wordt vastgesteld of misschien andere zieke organen de aanvallen veroorzaken. Tenslotte zal neurologisch onderzoek aangeven of er nog andere gebreken zijn die op een beschadiging  van de hersenen wijzen. In speciale gevallen, bijvoorbeeld bij verdenking van hersenvliesontsteking, zal een onderzoek van hersenvocht worden gedaan. Moderne diagnosemethoden zoals CT of MRI kunnen  helpen, deze zijn echter erg kostbaar. Een EEG is bij dieren meestal weinig zinvol omdat dit onderzoek onder verdoving plaatsvindt waardoor het onderzoekresultaat vervalst wordt. Een behandeling is in ieder geval noodzakelijk omdat iedere aanval een hersenbeschadiging kan veroorzaken. Bij epilepsie die niet wordt behandeld, zullen de aanvallen en zodoende de beschadiging verergeren. Medicijnen; Het spreekt van zelf dat het effect van de medicijnen afhangt van de oorzaak. Voor primaire epilepsie staan anti-epileptici. Meestal lukt het met deze medicijnen het aantal en de hevigheid van de aanvallen te verminderen. Genezen doen ze echter niet.

Loopsheid

Wat houdt de loopsheid in? De loopsheid is de vruchtbare periode van de teef. Deze periode kenmerkt zich doordat het geslachtsdeel meer is opgezwollen als normaal en de teef hieruit druppeltjes bloed verliest. Tijdens deze periode kan ze gedekt worden. Eerste keer loops. De eerste loopsheid treedt op tussen de 5-18 maanden leeftijd. Hoe groter de hond, hoe later de loopsheid begint. Indien in huis meerdere teven leven, wordt een jong teefje meestal pas de eerste keer loops als zij ca. 14 maanden is. Verschijnselen. - de vulva zwelt op.- de reuen raken erg geÔnteresseerd in de teef (wat de teef niet leuk vindt)- na enkele dagen begint de teef te vloeien (= 1ste dag van de loopsheid, de pro-oestrus). deze uitvloeiing is in het begin bloederig en gaat later over in een bruin waterige uitvloeiing.- tussen de 9e-12de dag van de loopsheid is de hond vruchtbaar, de oestrus: is de periode waarin ze drachtig kan worden. In deze periode worden reuen niet meer door de teef weggejaagd. De teef probeert zelfs te ontsnappen om op zoek te gaan naar de reu !- na de vruchtbare periode stopt de uitvloeiing , de vulva gaat weer slinken en de teef snauwt weer de reuen af: de meetoestrus is begonnen. - 3 weken na het begin van de loopsheid stopt de loopsheid, de meetoestrus is beŽindigd. Tijdens de loopsheid zwelt de baarmoeder (uterus) op, ook de bloedvaten van de baarmoeder zwellen op. Pas 8-10 weken na het einde van de loopsheid is de baarmoeder weer tot rust gekomen. Soms treedt er dan nog wat taaie melkachtige uitvloeiing uit de baarmoedermond op ged. 1-2 dagen. Wanneer wordt mijn teef loops? Een teef wordt voor de eerste keer loops tussen de 5-18 maanden leeftijd. Wanneer ze voor het eerst loops wordt hangt van veel factoren af:- de grootte. Hoe groter een hond wordt, hoe later ze loops wordt.- erfelijkheid. De fokker kan vaak goed vertellen wanneer uw teef voor het eerst loops wordt.- als er een loopse teef bij u in huis of in de buurt is stimuleert dat uw teef om ook loops te worden. De eerste loopsheid kan normaal verlopen maar kan ook kort duren of juist erg lang. Het vloeien kan praktisch afwezig zijn of juist heel erg heftig. Honden worden om de 5-8 maanden loops, dit kan steeds b.v. om de 6 maanden zijn maar kan ook voortdurend veranderen. De ongewenste dekking. Het kan gebeuren dat uw hond op de een of andere manier gedekt wordt.Teven zijn erg vindingrijk om te ontsnappen of er kan een reu bij u over de schutting klimmen. Ook al hebben ze niet "vastgezeten", er is een behoorlijke kans dat uw hond gedekt is en dus ook bevrucht. Of uw hond gedekt is nooit met 100% zekerheid vast te stellen. Om te verkomen dat uw hond drachtig wordt bestaat er de zogenaamde "morningafter prik". Deze morning after prik dient op de 3-de en 5-de dag na de dekking gegeven worden Loopsheid voorkomen Loopsheid is op zich iets heel natuurlijk, mocht de loopsheid voor de hond en U geen probleem zijn: dan hoeft U natuurlijk niets te ondernemen. Mocht u willen dat uw hond niet meer loops wordt, dan moet er actie worden ondernomen. Wat zijn de mogelijkheden? 1) de prikpil .Door middel van een injectie krijgt Uw hond elke 5 maanden een hormoon toegediend Voordeel: - Geen operatie, - Minder risico op incontinentie (kan na een operatie op latere leeftijd gaan optreden) Nadeel: -Soms ontstaat op de injectie plaats een vachtverkleuring of een kale plek. -Schijnzwangerschap treedt soms toch nog op. - De kans op baarmoeder ontstekingen neemt na langdurig gebruik aanzienlijk toe. - De kans op borstkanker (melkkliertumoren) neemt aanzienlijk toe - Is op den duur veel duurder dan sterilisatie 2) Sterilisatie: Strikt medisch gezien is steriliseren het onvruchtbaar maken: het onderbinden van de eileider/ zaadleider. Dit wordt eigenlijk alleen nog bij rammen gedaan en een enkele keer bij de reu. Castreren is het verwijderen van inwendige geslachtsorganen: bij de teef de eierstokken/baarmoeder en bij de reu de testikels. In het normale spraakgebruik echter "castreren we de reu" en "steriliseren de teef". Door middel van een operatie worden de eierstokken en de baarmoeder verwijderd. Deze operatie vindt plaats onder algehele anesthesie. Door de moderne gas verdoving en goede narcose bewaking is het operatie risico erg klein. Voordeel: -De teef wordt niet meer loops of schijnzwanger, -Doordat de eierstokken verwijderd zijn kunnen deze organen zowel direct als indirect geen problemen meer opleveren zoals baarmoederontsteking en eierstokkanker. - Minder kans op melkkliertumoren (borstkanker). Hoe jonger een teef gesteriliseerd wordt hoe minderkans op melkkliertumoren. ! - Sterk verminderde kans op suikerziekte. - Is eenmalig - Is bij levenslange loopsheid preventie veruit de goedkoopste methode. Nadeel: - elke operatie heeft een erg klein risico. - de teef kan soms gemakkelijker dik worden, dit is niet altijd te voorkomen. - kleine kans op urine-incontinentie, met name als de teef oud wordt, dit is meestal met medicijnen goed te verhelpen. - soms kan de vacht veranderen. Wanneer steriliseren ?. Het beste is het om de teef te laten steriliseren voor (!) de eerste loopsheid. Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat bij teven die voor de eerste loopsheid al gesteriliseerd worden, de kans op het ontstaan borstkanker op latere leeftijd met een factor 100-1000 doet afnemen. Na de 1e loopsheid steriliseren verminderd de kans op borstkanker nog met een factor 4-5. Heeft de hond al een aantal loopsheden doorgemaakt dan heeft sterilisatie nauwelijks nog preventieve werking op het ontstaan van melkkliertumoren. Wij adviseren om teefjes te laten steriliseren zodra ze 5-6 maanden zijn. Bij jonge dieren is de ingrijp eenvoudiger en ze herstellen vaak (nog) veel sneller 3). De pil in tabletvorm. Deze laatste methode heeft als voordeel dat op elk gewenst moment gestopt en begonnen kan worden. Met name om de loopsheid uit te stellen, bijv. tot na een vakantie, is het geven van "de pil" een prima methode. Voordeel: -mits op tijd begonnen maar kleine doses hormonen nodig -je hoeft niet met de hond naar de dierenarts -werkt snel en kort. Nadeel:- kans op vergeten - bij langdurig gebruik: ook hier verhoogde kans op borstkanker en melkklier ontstekingen.

                                                              De dracht

Als een reu op het juiste tijdstip de teef dekt, dan zal zij drachtig worden. De dekking kan lang duren, als ze "koppelen" kan het een tijdje duren voor ze weer los komen, soms wel een half uur. Tussen de 24e en de 32e dag kan men vast stellen of de teef drachtig is, door met de handen de inwendige van de buik te betasten, laat dit liever door een dierenarts doen, u kunt de vruchten dood knijpen. Pas na de 42e dag kunnen de vruchten op een rŲntgenfoto gezien worden. of met een echoscoop. Natuurlijk word de hond dikker en gaat ze meer eten. Meestal komen de jonge tussen de 59e en de 64e dag, hoe groter de worp des te korter de draagtijd. Bij een duidelijk verlengde draagtijd kan er sprake zijn van 1 op 2 pups. Bij een dracht langer dan 67 dagen moet u zeker de dierenarts er bij halen. De geboorte begint bij het oplopen van de lichaamstemperatuur van de teef, ze gaat rillen wordt onrustig gaat nestbouwen, krabben met de voorpoten. Enkele dagen daarvoor kan er al melk uit de melkklieren komen. Op de dag van de geboorte heeft ze niet veel eetlust en moet vaker plassen en poepen. De ontlasting is ook meestal dunner. Als ze begint te persen, dan weet u dat het geboorteproces aan de gang is. Meestal gaat het goed zorg voor een rustige en schemerige omgeving.
 

Oormijt

ls je door de ogen van een mijt kijkt, is er geen betere plaats om te leven en je te voeden dan in een oor. In de gehoorgang zijn de parasieten, die tot de spinachtige behoren , beschermd tegen weer en wind en uiteraard ook tegen de nagels van hun gastheer, een hond ?. Oormijten (otodecten) maken piepkleine scheurtjes in de tere huid in de gehoorgang en voeden zich met het weefselvocht. Op het moment dat schimmels en bacteriŽn zich in deze kleine wondjes gaan zitten, kan dit leiden tot ontstekingen. Een dier met een oorontsteking krabt zijn oren, schudt zijn kop en houdt deze schuin. Honden janken soms van de pijn terwijl ze zicht krabben. Zwarte bolletjes in en rondom het oor zijn typerend voor een besmetting met oormijten. Het gevolg kan zijn dat het trommelvlies wordt beschadigd. Dit heeft doofheid tot gevolg. Bovendien kunnen de hersenen worden beschadigd. Want na de vernieling van het trommelvlies kunnen ziekten veroorzakers via het midden en binnenoor de hersenen binnendringen. Laat de oren regelmatig door de dierenarts nakijken en zo nodig schoonmaken. Hij kan zalf meegeven die u zelf in het oor moet in masseren. Na ongeveer 2 weken moet u terug voor controle.

                                            Een hond in het verkeer

Stel voor op een dag word je zomaar bij je moeder , broertjes en zusjes weggehaald. Dan zit ineens in een auto die lawaai maakt en stinkt, met vreemde mensen. "Fijn een stukje rijden", dit is de eerste ervaring van de pup, bomen flitsen voorbij hij wordt er draaierig van, hij gaat kwijlen en hijgen, en moet spugen. Een paar dagen later komt er weer zo'n "Fijn een stukje rijden" maar dan naar de dierenarts "Hoezo een hekel krijgen aan die auto", je wordt op een tafel gezet, er wordt in je geknepen, het stinkt daar ook zo erg naar angst en ziekte, en je krijgt ook nog een prik. Nee de volgende keer wil je niet meer in die auto. (Soms komt een dierenarts ook thuis, u moet er alleen wat meer voor betalen.)

Dat eerste ritje is niet te voorkomen, maar neem een handdoek mee, en probeer de pup af te leiden. Laat hem zeker niet naar buiten kijken, en ga voorin zitten, met de pup op uw schoot. Praat opgewekt tegen hem. Loop af en toe is met hem naar de auto en ga er zo maar eens in zitten zonder de motor te laten draaien, speel wat met hem knuffel hem eens, ga dan eens een klein stukje rijden, bijvoorbeeld naar een park of strand. Er zijn autogordels te koop ze kunnen gewoon aan de gordel worden bevestigd. Zo'n gordel voorkomt dat je hond bij een ongeval als een los projectiel door de wagen schiet.

Ook als je met de hond loopt is hij een weggebruiker, laat hem daarom als pup aan diverse soorten verkeer wennen. Bijvoorbeeld een druk kruispunt, of stap eens in de tram of trein, hij de hond wel aangelijnd. Probeer hem dingen bij te brengen zoals de stoeprand is "stoppen", en bij het woord "over" gaat u weer lopen.

                                              Spelen met de hond

Speelgoed kun je in twee groepen verdelen; dingen waarmee de hond alleen kan spelen en dingen waarmee je samen kunt spelen. Beide soorten speelgoed zijn nodig voor een goede ontplooiing van de hond. Omdat onze huishonden zich niet meer de hele dag moeten bezighouden met het veroveren en verorberen van voedsel, hebben ze heel veel tijd over. Tijd die door ons moet worden ingevuld. Gebeurt dat niet, dan verkommert de hond. Wilde honden nemen voor hun jongen de staarten, de oren en eventueel de horens van hun prooidieren mee. Daarmee wordt naar hartenlust gespeeld. En al spelend leert het pupje zijn eigen rangorde en die van de roedelgenoten kennen. Spel is bovendien een goede voorbereiding op de jacht. En daarmee zijn we meteen bij de kern van de zaak; goed speelgoed moet een element uit de jacht in zich hebben. Een wegrollende bal lijkt op een wegvluchtende prooi. Met een flos (touw met knopen) kun je samen met de baas je krachten meten. Je vecht als het ware samen om de prooi. En uiteraard wint de baas deze machtsstrijd. Verantwoord speelgoed is in de eerste plaats veilig. Menige hond is gestikt in een tennisbal. Kies voor een bal met een koord of knoop een sok om de bal. Ook een kong is een uitstekende vervanger, die bovendien veel meer mogelijkheden biedt. Een kong is cilindervormig en hol. Als je hem weggooit, stuitert hij alle kanten op. Pas op met pieppoppetjes, sommige honden van grote rassen herkennen daardoor geen klein spelend hondje, onder het motto hoe harder ik bijt, hoe harder het piept. Elke hond moet kunnen beschikken over kauwmateriaal. Pensstaafjes, koeienhoefjes, gerookte varkensoren of speciale kauwbeentjes, dit is een goede afleiding en bevordert de spijsvertering. Als u pup zijn tanden in iets zet wat niet mag roep dan foei, en geef hem zijn eigen knuffel of speelgoedbeest. Gooi kapot speelgoed gelijk weg, het kan maag en darm beschadigingen veroorzaken. Gooi een flos een pluche speeltje af en toe in de wasmachine.

Natuurlijk is een maltezer een kleine hond die nauwelijks een tennis bal in zijn bek kan houden. Gebruik ook speelgoed voor buiten, zo heb ik een felgroene draak die piept voor alleen voor buiten. Als ik hem klein maak in mijn hand en hem dan weggooi dan hoor je een langgerekte piep. Snefroe holt er dan gelijk op af. Ik heb ook een veldje in de buurt waar bijna geen hondenpoep ligt. Daar gaan we dan een kwartiertje met de draak spelen, hij loopt dan rondjes om me heen, aan zijn loopriem, met de draak in zijn bek. Hij draagt hem ook mee naar huis. Voor thuis heb ik een stuiterbal in een sok gedaan, de sok kan je wassen of vervangen, leg wel een knoop in de sok. Binnen een week wist hij tussen al zijn speelgoed de sok er tussen uit te halen. Geef het speelgoed een naam, en elke keer als je het speelgoed weggooi zeg je gaat de sok halen. Doe dit een tijdje "wel" met elke keer het zelfde speelgoed. Als hij het goed weet neem je een ander speelgoed, geef het wel korte namen zoals muis, ook al is het geen muis, dat weet de hond toch niet. of piep, ofzo. Wissel wel af met het speelgoed waarvan hij de naam al weet. Zo kan je de hond ook leren zich voor de deur uit te schudden. Maar dat is met heel veel dingen, als de hond zich buiten uitschud zeg dan elke keer goed zo lekker schudden, schudden maar. Stimuleer hem om de schudden geef hem desnoods een snoepje. Ook poepen kan je hem leren op commando, elke keer als hij of zij iets uit zich zelf doet roep je hem toe goed zo lekker poepen, en leg de nadruk op poepen. Of lekker schudden, gebruik wel elke keer dezelfde termen. Sommige honden zullen als u voor de deur staat en u zegt goed zo lekker schudden maar, vooral als u daarbij ook zelf nog bewegingen maakt die voor hem herkenbaar zijn, zich op dat moment uit gaan staan te schudden. Sommige dingen pakken ze vanzelf op, als ik beneden kom en even met de hond hebt gespeeld, dan loop ik gelijk naar de lamellen om deze open te doen. Snefroe loopt dan al voorop, omdat hij dit zo gewend is, en precies weet wat er gaat gebeuren. Ga maar eens bij u zelf na, of er ook dit soort herkenbare dingen zijn, die je niet met de hond hebt geoefend maar die zo zijn gegroeid.  Ik heb ook een speelkleed op de grond liggen, hij gaat daar ook altijd op spelen, terwijl we dat niet bewust hebben aangeleerd. Ook doe ik hem altijd met een handdoek af in de gang, hij gaat dus niet de kamer in voordat hij is afgedroogd. Zo kan je vooral met spelen, en zeker als de hond een beloning krijgt allerlei dingen leren. Leer de hond te blijven zitten, terwijl u een brokje of snoepje verstopt in de kamer, let op de hond moet wel blijven zitten, en pas al u terug komt en u laat aan uw hand ruiken, en zegt ga het snoepje zoeken, dan mag de hond pas van zijn plaats af.


                                 Honden en katten besluit

Honden (en katten) besluit treedt eindelijk in werking.
Op 1 maart 2002, is eindelijk het honden (en katten) besluit 1999 (HKB) in werking getreden. Het vervangt het oude HKB'81. Het HKB, dat gebaseerd is op de Gezondheids en welzijnswet voor dieren (GWWD) werd al op 17 maart 1999 door de Tweede Kamer aangenomen. Het bevat bepalingen voor honden en katten in asiels, pensions, crŤches, kennels en catteies, de (tussen)handel en sommige dierenspeciaalzaken. Dit zijn allemaal bedrijven waar (ver)koop, opvang of fokken als hoofdactiviteit plaatsvindt. Deze bedrijven zijn georganiseerd in verenigingen, zoals DIBEVO (pensions en dierenspeciaalzaken), Dierenbescherming (asielen), Raad van Beheer op kynologisch gebied (rasverenigingen, hondenfokkers) en OP (overlegplatform). Zij hebben de minister jarenlang geadviseerd over het nieuwe HKB en zitten dan ook al geruime tijd (vanaf 1999) te wachten tot het nieuwe HKB van kracht werd. Om diverse redenen werd dat steeds uitgesteld maar nu is het dan eindelijk zo ver. In het HKB wordt niet exact aangegeven wanneer iemand bedrijfsmatig is. Om een indicatie te geven, wat zeker van belang is bij controles, is in de toelichting van het besluit een richtlijn vastgelegd.
:- KOPEN, AFLEVEREN, IN BEWARING NEMEN; Iemand is bedrijfsmatig als er per 12 maanden in totaal circa 20 honden (of katten) worden verkocht, afgeleverd of in bewaring genomen.
:- FOKKEN; Met betrekking tot het fokken gelden dezelfde aantallen. Dit betekent dat van bedrijfsmatig fokken van honden sprake is als als bij een fokker circa 4 nesten (circa 20 pups) binnen 12 maanden worden geboren. Als norm in het besluit is daarbij wel aangegeven dat honden binnen 12 maanden worden geboren. Als de norm in het besluit is daarbij wel aangegeven dat honden binnen een periode van 12 maanden hooguit een nest mogen krijgen.
:-CENTRALE REGISTRATIE BIJ HET BUREAU I&R-HKB; Wanneer duidelijk is dat iemand bedrijfsmatig bezig is, dan moet hij zich aanmelden bij het Bureau I&R-HKB (I&R staat voor identificatie en registratie). De beheerder van het bedrijf (asiel, kennel, etc.), moet een speciaal op dieren gerichte opleiding gevolgd hebben en dit kunnen aantonen met een bewijs van vakbekwaamheid.
:- REGISTRATIES; Asiels en fokkers moeten 4 keer per jaar aan het Bureau I&R-HKB melden op welke dagen er zich veranderingen hebben voorgedaan. Onder de veranderingen vallen; verkoop of aflevering van dieren, in ontvangstneming van dieren. geboorte van pups, sterfte van honden. Bovendien moeten ze opgeven hoeveel dieren er op de laatste dag van het kwartaal gehouden worden. Pension en crŤchedieren hoeven niet elk kwartaal gemeld te worden.
:-INENTINGEN; In het HKB is een inentingverplichting opgenomen. Honden moeten worden ingeŽnt tegen hondenziekte en parvo virusinfectie.
:-IDENTIFICATIE VAN DE DIEREN; In het HKB is ook een verplichting tot het identificeren van honden opgenomen. Die verplichting geldt voor asiels, kennels, en dierenspeciaalzaken, voor zover sprake is van bedrijfsmatig handelen. Dus niet voor de eigenaar die eens een nestje met zijn hond fokt. Het identificeren wordt bij voorkeur elektronisch gedaan waarbij onder de huid een transponder (chip) wordt aangebracht. Het is ook nog mogelijk om de hond te laten tatoeŽren, maar dan moet dat speciaal worden aangevraagd bij het Bureau I&R-HKB. Een belangrijk verschil met het oude HKB'81 is dat bij het nieuwe HKB deze identificatieplicht niet geldt voor honden die in een pension of crŤche worden ondergebracht.
:-SOCIALISATIE; Het HKB stelde eerst geen voorschriften die betrekking hebben op socialisatie van honden. Gezien de problematiek omtrent agressieve en slecht gesocialiseerde honden heeft de Minister met de wens van de Kamer ingestemd om dergelijke voorschriften in het HKB op te nemen.
:-HUISVESTINGSEISEN; Het nieuwe HKB heeft beduidend meer concrete en aangescherpte normen voor de afmetingen van zowel binnen als buitenverblijven dan het oude. Er worden minimale afmetingen genoemd voor de vloeroppervlakte en de hoogte van kennels, buitenverblijven en speelweides.
:-MET MEERDERE DIEREN BIJ ELKAAR; Uitgangspunt van het HKB is groepshuisvesting waarbij is vastgelegd dat honden in principe niet alleen mogen zitten, maar dat ze in groepen van 2 tot 20 soortgenoten gehuisvest moeten worden. Er zijn echter situaties denkbaar waarin het af te raden is dieren samen in een verblijf te houden. In die gevallen mogen dieren apart gehouden worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij ziekte, loopsheid en agressief gedrag.
:-KLIMAAT; Aan binnenblijven worden extra eisen gesteld die moeten zorgen voor een juiste temperatuur en hoeveelheid licht. Buitenverblijven zonder open verbinding naar binnenverblijven moeten gedeeltelijk overkapt zijn, zodat de dieren in de schaduw kunnen liggen of kunnen schuilen bij regen.
:-DRINKWATER; Elke hond moet binnen of buiten, tenzij dit om gezondheidsreden van het dier niet verantwoord is, direct en voortdurend over vers drinkwater kunnen beschikken.
:-Andere regel geving-: Er zijn bepalingen die wel betrekking hebben op honden die bedrijfsmatig gehouden worden, maar die al in andere regelgevingen zijn vastgelegd. Het gaat daarbij onder meer om het "Ingrepenbesluit", waarin staat welke ingrepen zijn toegestaan. Voor het HKB is het belangrijk dat een chip of tatoeage bij honden toegestaan is.
:-Couperen-: Het couperen van de hondenstaart en oren is ook verboden op grond van het "Ingrepenbesluit".

                                                Honden en katten ?

Durft u uw hond bij een kat in de buurt te laten komen, of wilt een kat aanschaffen, gaat dit samen met de hond.
Het beste zou het zijn als je beide dieren gelijktijdig in huis haalt. Dan vindt de toenadering vanzelf plaats. Maar meestal is er al een hond of kat in huis. Dan moet je op een paar belangrijke dingen letten. Houd de kat nooit vast, altijd alleen de hond, katten die zich in het nauw gedreven voelen raken snel in paniek en veranderen dan vaak in een agressief dier. Geef de kat altijd de kans uit zichzelf de eerste stap te zetten. De hond daarentegen kent het gevoel vastgehouden te worden. Hij zal zich veiliger voelen als je hem aan zijn halsband vasthoudt. De nieuwkomer kan beter een jong dier zijn. Een jonge hond zal automatisch proberen zich bij een mens, een andere hond of een kat aan te sluiten. Hij heeft tenslotte net zijn gezin verloren en zoekt als roedeldier immers altijd contact. De jonge kat is nog niet bang, zijn opvallendste kenmerk is zijn nieuwsgierigheid, die hem o magische wijze in de buurt van elk warm wezen brengt. Ook hij zoekt een reservemoeder en heeft er geen probleem mee als hij niet onmiddellijk wordt verwelkomd. Tenslotte heeft zijn eigen moeder hem in de steek gelaten. Wind je niet op, hoe rustiger en relaxter de sfeer is als de twee dieren elkaar leren kennen, hoe minder groot de vooroordelen waarmee ze op elkaar zullen reageren. De spanning van een zenuwachtig mens wordt op de dieren overgebracht, die onmiddellijk met afweer reageren en bereid zullen zijn zich te verdedigen. Het beste kun je niets doen, maar ontspannen op een stoel gaan zitten. Geef elk dier de kans zijn nieuwe partner te besnuffelen als deze slaapt. Dat doet echt wonderen.

Alleen thuis (Zonder problemen)

Soms willen ze het niet leren, terwijl je er al die tijd mee bezig bent. Je kunt nauwelijks de deur uit of hij gaat al zitten piepen of blaffen. Hij sloopt ook nog je halve huiskamer. Als je dan thuis komt is je huiskamer veranderd in een chaos, en hij denkt creatief bezig geweest te zijn. Geef hem iets waar hij creatief mee mag zijn, zodat hij niet de gordijnen neemt of meubels. Als hij het NIET opeet, en er alleen maar mee op zijn manier mee speelt, geef hem dan een kartonnen doos of lege rolletjes wc-papier, waarop hij zijn frustraties kan afreageren. Stevige dozen met iets lekker erin, zodat hij zijn best moet doen om het eruit te krijgen. Leg oude handdoeken of een deken op een hoop neer waar hij iets onder kan begraven. Hiermee voorkom je ook dat je ineens een plakkerig bot in je bed of op de bank, tegenkomt. Er zijn ook ballen te koop waar je iets lekkers in kan verstoppen. Zorg voor voldoende afleiding. Ook de radio aan laten staan wil wel eens helpen. Of leen een hond, zorg er wel voor dat het klikt, gedeelde smart is halve smart. Natuurlijk spreekt het voor zich dat je de hond goed moet uitlaten, maak een lange wandeling, speel met hem, maak hem moe. Zodat hij lekker gaat slapen. Ook kun je hem voeren vlak voor dat je weg gaat, hier worden ze ook slaperig van. Het zijn enkele tips, die u zelf even moet uitproberen. Maar het beste is om de pup bij de eerste weken al te leren alleen thuis te blijven.

Uw hond laten chippen

Ik heb Antef op 28-6-2004 laten chippen ook omdat hij mee naar Frankrijk gaat, hij heeft ook zoals elk jaar zijn cocktail prik gehad alleen kwam daar nu ook nog hondsdolheid bij. Ik heb een wormenkuur gekregen, omdat er in Frankrijk hartwormen zijn, en een goede vlooien/tekenband heb ik meegenomen de prijs voor alles 131,00 euro. Wil je meer weten over chippen kijk dan op deze site. http://www.chipdatabase.nl/

 

Vorige Volgende

 

wilt u mijn gastenboek tekenen.