|
Een pup wil de wereld verkennen en zal de speelwaarde van alles wat hij tegen komt willen uitproberen
De Maltezer is een lieve hond met een zacht karakter. Hij moet echter wel consequent worden opgevoed, maar niet uiterst streng . Wanneer u uw stem verheft is dit voldoende. Slaan is uit den boze. U krijgt daardoor een hond die van elke hand schrikt ook als u hem wilt aaien. U kunt de hond nooit straffen voor iets wat hij een tijd ervoor heeft gedaan. Hij zal het zich niet meer herinneren en weet dus niet waarom u met straft. Als de pup alleen blijft haal dan alles van de grond zoals schoenen sloffen en laat alleen datgene leggen wat voor hem bedoeld is zoals veilig hondenspeelgoed of kluifjes. Haal ook uw planten weg, als de pup daarvan eet kan hij ziek worden. U pup is nog niet zindelijk daar moet u voor zorgen.
Het beendergestel van de pup kan nog niet veel hebben, u mag het niet te zwaar belasten, bijvoorbeeld met trappen lopen of meelopen met de fiets. hou her het eerste levensjaar rekening mee. Als hij nog geen parvo prik heeft gehad mag hij niet naar buiten. Maak hem krantzindelijk, of als u een afgesloten tuin heeft waar geen andere honden komen, kunt u hem daar zijn behoefte laten doen. Wanneer hij moet plassen of heeft geplast zet hem dan daar waar hij mag plassen. Beloon hem flink als hij iets goeds heeft gedaan. Verhef uw stem en neem een woord zoals "foei"als hij iets doet wat niet mag. Na een paar dagen zal hij dit al begrijpen. Als de pup wakker wordt dient u hem gelijk te laten plassen. Ook midden in de nacht zal u met hem naar buiten moeten. Zorg voor een goede slaapplaats waar de pup zich veilig in voelt. Gebruik deze slaapplaats nooit om te straffen. Voor de eerste weken kunt u een plastic boodschappenmand nemen zo'n opklapbare. Deze is van boven open en is dan als een soort kinderbox. Leg op de bodem een handdoek of een dekje. U kunt er ook een bakje met water in zetten en wat speeltjes in leggen, maar let op, als de pup wakker wordt dient u hem gelijk te laten plassen. U kunt ook een bench kopen neem er dan een waar een volwassen Maltezer in kan.
Let op uw pup maar ook over het
algemeen op uw Maltezer, ze lopen altijd achter je aan, glippen nog net even
tussen de deur die je net dicht doet, het zal niet het eerste hondje zijn
met een gebroken of gewonde poot. Laat een pup ook nooit alleen op een bank,
kijk uit met tocht. Als je uitgaat van de ideale situatie, worden pups binnenshuis geboren, in een werpkist. Die kist is zo gemaakt dat de teef het nest kan verlaten, maar de jongen niet. De moederhond heeft dan de gelegenheid om het nest schoon te houden. Ze zal er alles aan doen om plasjes en hoopjes zo snel mogelijk te verwijderen. Natuurlijk heeft ze daarbij hulp nodig van de verzorger, maar het meeste van het opruimwerk zal ze zelf doen. wanneer de pups wat groter worden, kunnen ze uit de werpkist klimmen om hun behoefte buiten het nest te doen. Zo leren ze dat het nest schoon moet blijven. Bij wilde honden is dat heel belangrijk, want een vuil nest trekt de aandacht van vijanden. Eigenlijk is dat de basis van de zindelijkheidstraining. Een hondje dat zo'n start heeft gehad, zal inderdaad snel kamerzindelijk zijn. Het heeft een grote voorsprong op pups uit een "hondenfabriek". De grote honden zitten daar in kleine kenners, terwijl kleine rassen vaak in plastic bakken of kamerkenneltjes worden gehouden. De moeder kan onmogelijk weg en kan dus ook het nest niet schoonhouden. Als de pups eenmaal gaan lopen, kunnen ze ook niet bij het nest vandaan. Ze krijgen dus van jongs af aan ingeprent dat je het eigen nest mag bevuilen. Komt zo;n hondje in het nieuwe gezin, dan weet het niet beter of het mag overal hoopjes en plasjes deponeren. In het ergste geval zal het diertje zelfs zijn eigen mand of bench bevuilen. Het heeft immers nooit iets ander geleerd.
Naast aangeleerd gedrag. Dat zijn eigenschappen die de hond van zijn voorvaderen heeft geërfd. En sommige rassen zijn van nature vlugger zindelijk dan soortgenoten van een ander ras. Over het algemeen kun je stellen dat Oosterse rassen snel zindelijk zijn. De Chow_Chow is daar een goed voorbeeld van, maar ook de Akita Inu en de Shiba Inu. Vooral deze laatste heeft op dit gebied een grote reputatie. Zo werd er enkele jaren geleden een pup van tien weken uit Japan geïmporteerd, die bij aankomst op Schiphol nog helemaal droog was. Pas in de aankomsthal liep hij spontaan leeg. Ook herders zijn doorgaans vrij eenvoudig zindelijk te maken. De meeste problemen geven Over het algemeen hebben kleine rassen meer tijd nodig dan grote rassen. De voornoemde bengels hebben daar veel mee te maken. Ook heeft een klein hondje er meer moeite mee het hele huis als zijn nest te beschouwen. En pas als dat het geval is, is de hond helemaal zindelijk. De opstelling van de baas heeft ook invloed. Wanneer je de hond doorlopend als baby behandelt, moet je natuurlijk niet raar opkijken als hij zich ook als een baby gaat gedragen. Doorlopend knuffelen, op schoot nemen heeft dus absoluut een negatieve invloed op het hele proces. Behandel de kleine viervoeter als een hond en niet als een baby. Het ene plasje is het andere niet. Er zijn vier soorten plasjes. In de eerste plaats is er het plasje omdat een hondje gewoon een volle blaas heeft. Een klein pupje heeft uiteraard een kleine blaas, die al gauw overloopt. Dit zijn de plasjes die inderdaad vooral moeten gebeuren na het spelen, na het eten, bij het wakker worden. Dat is gewoon een kwestie van in de gaten houden en dan buiten zetten. Het tweede soort plasjes zul je bij een pup niet snel tegenkomen. Dat zijn de geurvlaggetjes die een hond neerzet om zijn soortgenoten te laten weten dat hij er was. Deze plasjes beginnen meestal pas als de hond geslachtsrijp is. Reuen zijn er gevoeliger voor dan teven. Elke boom, elke lantaarnpaal, elk verticaal voorwerp moet het ontgelden. Heeft een andere hond een vlag gezet? Dan moet dat van hem er meteen overheen. Geurvlaggen worden ook gebruikt om het territorium af te Engelengeduld en Salomonswijsheid.
Een goed gefokt hondje heeft van zijn moeder voldoende weerstand tegen allerlei kwalen meegekregen. Als het dan ook nog inenting heeft gekregen, kan hij echt wel tegen een stootje. Eventuele risico's van besmettelijke ziektes zijn niet zo groot dat ze opwegen tegen de geestelijke schade die een hond oploopt als hij niet met 'de buitenwereld' in contact komt. Wel kun je hondenuitlaat plaatsen beter vermijden. Ook de wachtkamer van de dierenarts is een plaats waar nogal wat bacteriën en virussen rondwaren, dus laat je nieuwe aanwinst daar liever niet los rondscharrelen. KRIEBELHALSBAND. Om veilig naar buiten te kunnen moet het hondje een halsband of tuigje en een riem om. Doe thuis een bandje (tuigje) om van zacht leer of stof, laat hem hier overdag mee lopen. Het zal in het begin jeuken en hij zal veel krabben, maar na een poosje went het vanzelf. Kies voor een lichte riem, met een niet te zware musketon haak. Een ketting maakt te veel lawaai. Verwacht niet dat het kleine ding gelijk vrolijk mee stapt. Vermoedelijk gaat het op zijn achterwerkje zitten en probeert zich uit de halsband te wurmen. De beste manier is om het hondje van het huis weg te dragen en het op de terugweg te laten lopen. Begin met een korte afstand, hij moet het huis nog goed kunnen zien. Van huis weglopen is veel moeilijker omdat de pup de veiligheid van het nest niet wil verlaten. Forceer niets, lok de hond, stapje voor stapje, met je meer. Hij moet als het ware vergeten dat hij aan de riem loopt. Soms helpt het als je een speeltje meeneemt, deze kan de aandacht afleiden van de griezelige wereld om hem heen. Geef hem de eerste dagen volop gelegenheid om stil te blijven staan om te snuffelen. Het netjes mee wandelen komt later wel. Let op dat het halsbandje, voor een Maltezer-pup kies ik meer voor een tuigje, strak genoeg zit. Want hij zal proberen zich er uit te wurmen door achteruit te lopen of zijn kop terug te trekken, En hij heeft nog echt geen benul van gevaar zoals verkeer, hij zou zo onder een auto lopen. Normaal moet je minstens een vinger tussen het riempje kunnen houden, u kunt voor de zekerheid ook thuis een beetje oefenen. SCHRIKKEN. Een jong hondje kan van de gekste dingen schrikken, een vuilniszak, een kinderwagen met een huilende baby, een rammelend winkelwagentje, een overvliegend vliegtuig, een wapperende vlag, een paard, gakkende ganzen te veel om op te noemen. Besteed niet te veel aandacht aan de schrikreacties. Laat hem zo veel als mogelijk aan deze dingen wennen, maar denk om de veiligheid van u en de pup. Ga paardjes kijken laat in ieder geval merken dat u niet bang bent, ga door de knieën zodat u op zijn hoogte komt, want dan stel je jezelf net zo kwetsbaar op als hem. Je kunt hem ook optillen als je het paard aait. Ondertussen spreek je vriendelijk tegen het paard, niet tegen de hond want dat kan hij opvatten als een poging hem gerust te stellen, en als u dat doet geeft u toe dat de situatie beangstigend is. Laat de hond snuffelen aan datgene waarmee hij kennis moet maken, maar dwing hem niet. Na verloop van tijd wint zijn nieuwsgierigheid het toch. Wandel met hem door de markt en laat hem door mensen aaien, kijk uit dat het niet te druk is zodat de mensen op hem kunnen gaan staan of struikelen. Leer hem wennen aan verkeer piepende remmen toeterende auto's. Een wandeling mag zeker het eerste half jaar, echt geen uren duren. Ga niet door als je merkt dat de pup moe wordt, draag hem of rust een poosje uit. Wissel asfalt af met zand, gras of grind. Dat laatste is trouwens heel goed voor de ontwikkeling van de voetjes. Wandel niet te lang op asfalt als het in de zomer heet is, want hij kan zijn pootjes branden. Controleer regelmatig de voetzooltjes, zeker als ze door de sneeuw hebben gelopen. Sneeuw en ijsklonten worden tussen de voetzooltjes vandaan gehaald, want die veroorzaken tijdens het ontdooien jeuk. HET ALLERBELANGRIJKSTE IS DAT DE WANDELING EEN FEEST WORDT. Een moment voor de baas en de hond, en wie van de twee geniet het meest!!!! Wandel ze.
Omgaan met andere honden moet je de pup ook leren. Stel je voor ergens o de wereld een kind gevonden dat is opgevoed door dieren. Heel leuk zo'n echt " Junglebook-kindje", maar zij spreken geen mensentaal, ze lopen op handen en voeten, kunnen niet lezen of rekenen, maar wel heel goed jagen. Niet echt geschikt voor deze wereld dus. Wij leren ook alles van andere mensen, men moet leren zich te gedragen binnen de eigen groep. Maar een hond is geen mens, dus daar ligt het probleem. Heel veel honden zijn levenslang bang voor, of agressief tegen, andere honden, omdat ze in hun vroege jeugd bij hen vandaan werden gehouden. Pups van wilden honden blijven bij hun ouders tot vlak voor de volgende worp. Minstens drie seizoenen trekken ze op met hun moeder, vader, broertjes en zusjes. Soms zelfs met meerdere familieleden. Zo leert het jonge hondje de hondentaal en alle andere dingen die een hond moet weten om te kunnen overleven. De eerste weken worden de pups voornamelijk opgevoed door de moeder, terwijl de vader op afstand zijn nageslacht bewaakt. Later gaat pa zich daadwerkelijk met de opvoeding bemoeien. Hij hardt hen een beetje, zodat ze weerbaar worden en zich niet door elke kleinigheid uit het veld laten slaan. En ondertussen leren ze hoe ze zich dienen te gedragen. Je kan bijvoorbeeld heersen of overheerst worden. Dat hangt af van je tegenstander, maar die moet je dan wel goed kunnen inschatten. Trekken we deze situatie door naar de huishond, dan zien we hoe belangrijk het is dat de pup, ook als hij het nest heeft verlaten, in contact blijft met andere honden. Zolang de inenting nog niet compleet is, is het zinvol om er op toe te zien dat er alleen kennis wordt gemaakt met gezonde, goed gevaccineerde viervoeters. Liefst dieren van verschillende rassen. Hondentaal is immers voor het grootste deel lichaamstaal, die vooral wordt gesproken door staarten en oren.. Maar honden leven in een multiculturele samenleving. Een Bouvier ziet er heel anders uit als een Teckel. De staart van een Frans Buldogje doet in de verste verte niet denken aan de pretmeter van een Newfoundlander. En de staande oren van een Herder hebben weinig te maken met de enorme luisterflappen van een Cocker spaniel. Toch moet het hondje met al die verschillende hondenlijven vertrouwd raken. De eerste kennismaking met een onbekende soortgenoot is voor de peuter van groot belang. Daarom is het hoed als je die ontmoeting zelf een beetje regisseert. Zoek een gezonde rustige lieve en sociale hond uit. Liefst een die zelf pups heeft gehad. Zo'n teefje zal zich automatisch door het kleintje laten vertederen en er zachtzinnig mee omgaan. Kom je tijdens de wandeling andere honden tegen, dan reageer dan zelf zo ontspannen mogelijk. Til de pup in geen geval op. Laat de riem zo lang mogelijk en sleur het pupje vooral niet naar je toe. Daarmee geef je namelijk een signaal dat jij, als leider, de situatie bedriegend vindt. Praat opgewekt, vooral niet sussend of troostend en veertrouw erop dat je hondje precis weet hoe hij zich dient te gedragen. Dat heeft hij immers al van zijn moeder geleerd. Stel je voor je loopt met je Maltezer van acht weken ineens een grote Boxer tegen het lijf. Ikzelf ben niet voor los lopende honden, maar mocht u ze tegen komen dan zou de pup zich op zijn rug gooien, wat in hondentaal betekend kijk ik ben een pup, ik geef mij over, ik toon je mijn hals en mijn kwetsbare buik. Soms laat de pup ook wat urine lopen, kijk ik ben nog maar een baby, ik beheer zelfs mijn blaas nog niet. Waarschijnlijk reageert de Boxer door het pupje met zijn neus te betasten, hij bijt niet al lijkt het daarop. De pup jammert en piept misschien. "LET OP EEN GOEDE GEESTELIJK GEZONDE HOND ZAL EEN PUP NOOIT WAT DOEN ". Natuurlijk zijn er uitzonderingen, daarom ben ik er op tegen om honden los te laten lopen. De Bench een veilige haven of een gevangenis Als je veel reist en de hond reist mee is een bench een uitkomst, Maar gebruik de bench juist, zorg er voor dat de hond zich echt op zijn gemak voelt, stuur hem niet als straf zijn bench in. Maar elke hond heeft ruimte nodig de bench moet u zien als de slaapplaats, of een plekje waar de hond zich kan terug trekken. Leg er een deken in of een handdoek. Ook een oud dekbed doet het goed, neem er een die je in stukken kan knippen, en doe daar een kussensloop omheen, gebruik wel iets wat heel makkelijk in de wasmachine kan, Zeker als je veel op reis bent met de caravan, de hond heeft altijd zijn eigen vast huis bij zich, en of je het nu binnen zet of met mooi weer buiten (in de schaduw) de hond kan er altijd bij zijn. Neem er een die je makkelijk kan afsluiten. De bench moet ook niet te groot zijn voor de hond, anders voelt hij zich niet veilig, het moet gewoon een lekker nest zijn. Je hebt ze met tralies maar ook zijn er de koffers die wat meer afgesloten zijn, beiden hebben ze voor en nadelen. Met tralies kan de hond alles zien, maar moet altijd op een goede plaats staan niet in de volle zon, dat mag trouwens nooit, maar ook niet in de tocht. De koffers hebben het voordeel dat ze iets meer afgesloten zijn zeker voor een pup kan dit een voordeel zijn. Antef gaat altijd in de bench mee op de achterbank hij gaat dan lekker slapen en je hoort hem niet, wel stoppen we af en toe zodat hij even wat kan plassen of drinken maar dat moet je zelf ook. De bench staat altijd
Antef was pas 6 weken jong toen hij
bij mij kwam, Lees meer bij |