Spelregels van het dammen

 

 

De regels van het damspel zijn officieel vastgelegd door de FMJD, de werelddambond. In huiselijke kring worden nog wel eens verkeerde regels gehanteerd. Daarom zetten we op deze pagina de belangrijkste regels op een rijtje. Ook kun je het uitgebreide, officiële reglement raadplegen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De meest voorkomende vragen over de spelregels

Ten behoeve van huis- en schooldammers staan de belangrijkste regels van het officiële spelreglement hieronder in vraag en antwoord weergegeven.

Bij officiële wedstrijden kun je je uiteraard alleen beroepen op de meer ‘juridische’ tekst van het officiële spelreglement.

 

  1. Hoe moet het bord liggen?
  2. Geef je je tegenstander een hand voor de partij?
  3. Wie begint er?
  4. Als ik een schijf heb aangeraakt, moet ik die dan ook zetten?
  5. Is slaan verplicht?
  6. Mijn tegenstander vergeet te slaan, wat nu?
  7. Mag je ook achteruit slaan?
  8. Gaat meerslag voor?
  9. Gaat damslag voor?
  10. Hoe pak je bij een meerslag de schijven van het bord?
  11. Mag je bij een meerslag tweemaal over dezelfde schijf slaan?
  12. Tijdens een slag komt mijn schijf op de damlijn, maar de slag eindigt daar niet. Heb ik nu een dam?
  13. Mag je praten tijdens het dammen, of voorzeggen?
  14. Mogen toeschouwers praten of voorzeggen?
  15. Ik sta vast en kan niet meer zetten, is het nu remise?
  16. Ik sta heel veel schijven achter en weet zeker dat ik ga verliezen. Moet ik doorspelen tot het einde?
  17. Wanneer heb je gewonnen?
  18. Wanneer is het remise?
  19. Volgens mij is het remise, maar mijn tegenstander wil doorspelen. Wat nu?

 

 

 

Hoe moet het bord liggen?

Het dambord moet zo voor je liggen dat het veld uiterst links op de onderste rij een donker veld is. Als je er na de eerste zet van zwart achterkomt dat het bord verkeerd ligt, zul je moeten doorspelen. Kom je er eerder achter, dan draai je het bord en begint de partij opnieuw.

Geef je je tegenstander een hand voor de partij?

Voor aanvang van de partij geef je je tegenstander een hand en je wenst hem of haar ‘een prettige wedstrijd’ of iets soortgelijks. (Dit is geen officiële regel maar gewoon sportiviteit.) Ook aan het einde geef je elkaar een hand. De verliezer feliciteert dan de winnaar.

Wie begint er?

Wit begint altijd.

Als ik een schijf heb aangeraakt, moet ik die dan ook zetten?

Aanraken is zetten, behalve bij het rechtzetten van de stukken. Met andere woorden: een schijf of dam die je aanraakt terwijl je aan zet bent, moet je zetten. Maar als je bedoeling alleen maar was om de stukken recht te zetten, geldt deze regel niet. Als je stukken wilt rechtzetten, zeg je dat eerst even aan je tegenstander en vervolgens zet je ze recht.

Is slaan verplicht?

Ja, slaan is verplicht. Dit is een belangrijk verschil tussen schaken en dammen: bij schaken mag je slaan, bij dammen moet je slaan.

Mijn tegenstander vergeet te slaan, wat nu?

Als je tegenstander vergeet te slaan of onreglementair slaat, mag jij zelf beslissen wat je doet: je laat je tegenstander de foute zet terugnemen en alsnog slaan, of je speelt gewoon door. Bekijk op zo’n moment dus rustig wat het gunstigste voor je is. Degene die de fout heeft gemaakt, heeft op dit moment niets in te brengen. Let op: als je doorspeelt door zelf weer een zet te doen, kun je er niet meer op terug komen.
(Vroeger werd bij vergeten te slaan een schijf van het bord genomen, maar die regel is allang vervallen!)

Mag je ook achteruit slaan?

Ja, je mag zowel vóór- als achteruit slaan. (En tijdens een meerslag is het zelfs mogelijk dat je bijvoorbeeld eerst een keer vooruit slaat en dan achteruit.)

Gaat meerslag voor?

Ja, meerslag gaat vóór! Als je dus de keuze hebt tussen verschillende slagen, moet je de slag uitvoeren waarbij je meeste stukken slaat. (Een dam die je kunt slaan geldt ook als één stuk.)

Gaat damslag voor?

Nee, damslag gaat niet vóór! Als je zowel met een schijf als een dam kunt slaan, mag je kiezen. Dat geldt uiteraard alleen als het aantal stukken dat je kunt slaan gelijk is, want meerslag gaat vóór.

Hoe pak je bij een meerslag de schijven van het bord?

Bij een meerslag laat je eerst duidelijk zien welke stukken je slaat, door rustig stap voor stap over de schijven te slaan. Pas als de meerslag helemaal uitgevoerd is, haal je de stukken van het bord, in de volgorde dat je ze geslagen hebt.

Mag je bij een meerslag tweemaal over dezelfde schijf slaan?

Nee, dat mag niet! Als je in een meerslag dezelfde schijf voor de tweede keer ‘tegenkomt’, moet je daar stoppen. Deze regel kan tot een hele verrassende slag leiden, de zogenaamde ‘Turkse slag’. Klik hier voor een voorbeeld.

Tijdens een slag komt mijn schijf op de damlijn, maar de slag eindigt daar niet. Heb ik nu een dam?

Nee, je haalt alleen een dam als het stuk op de damlijn tot stilstand komt, door een zet of een slag. Als je tijdens een slag wel de damlijn bereikt maar moet doorslaan zodat de slag niet op de damlijn eindigt, heb je geen dam gehaald.

Mag je praten tijdens het dammen, of voorzeggen?

Bij officiële wedstrijden mag je eigenlijk niet praten, omdat anderen dan afgeleid kunnen worden. Praat in ieder geval niet tijdens de partij met anderen over de stand op je bord. Het is namelijk verboden om raad te geven of te ontvangen. En uiteraard mag je je tegenstander niet hinderen of afleiden.

Mogen toeschouwers praten of voorzeggen?

Nee, toeschouwers mogen zich op geen enkele manier met de partij bemoeien.

Wanneer heb je gewonnen?

Je hebt gewonnen als je tegenstander geen schijven meer heeft, óf als je tegenstander geen enkele zet meer kan doen omdat hij of zij helemaal vaststaat. Je kunt ook winnen doordat je tegenstander de partij ‘opgeeft’, bijvoorbeeld omdat hij/zij heel veel schijven minder heeft.

Ik sta heel veel schijven achter en weet zeker dat ik ga verliezen. Moet ik doorspelen tot het einde?

Nee, je mag de partij opgeven wanneer je wilt. Maar doe dat alleen als je stand helemaal hopeloos is! Je geeft de partij op door je tegenstander een hand te geven en hem of haar te feliciteren met de overwinning.

Ik sta vast en kan niet meer zetten, is het nu remise?

Nee, als je vaststaat en je bent aan zet, heb je verloren! Soms staan beide spelers helemaal vast. Ook dan geldt: degene die aan zet is, verliest.

Wanneer is het remise?

Sommige partijen eindigen onbeslist: remise. Bijvoorbeeld als beide spelers op het laatst alleen maar één dam hebben. Dan kun je niet meer winnen, tenzij je tegenstander een enorme fout maakt, maar het is niet toegestaan om daarop te wachten door eindeloos door te spelen. Officieel zijn er verschillende manieren om remise te bereiken:

(Bijvoorbeeld: Als beide spelers nog slechts één dam hebben, geldt de 5 zetten-regel.)

Volgens mij is het remise, maar mijn tegenstander wil doorspelen. Wat nu?

Als je tegenstander maar blijft doorspelen terwijl het volgens jou remise is, roep je de arbiter of wedstrijdleider erbij. Die kan de partij dan remise verklaren, als aan de bovenstaande regels is voldaan.

 

Terug naar boven                            Terug naar Schooldammen

 

Terug naar de damcursus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regels voor het damspel (officieel spelreglement)

 

Eerste deel: algemene regels

Tweede deel: aanvullende regels voor wedstrijden

 

 

Artikel 1 Inleiding

Artikel 10 Het spelen met de klok

Artikel 2 Het dambord en zijn inrichting

Artikel 11 Het noteren van de partij

Artikel 3 De stukken en hun opstelling

Artikel 12 Het verliezen van de partij

Artikel 4 Het spelen van de partij

Artikel 13 Remise

Artikel 5 De loop der stukken

Artikel 14 Het afbreken van de partij

Artikel 6 Het uitvoeren der zetten

Artikel 15 Ontheffing

Artikel 7 Onregelmatigheden

Artikel 16 Het gedrag van de spelers

Artikel 8 De gewonnen partij

Artikel 17 De arbiter en zijn taken

Artikel 9 De onbesliste partij (remise)

 

 

 

 

Eerste deel: algemene regels

Artikel 1 Inleiding

Het damspel wordt gespeeld tussen twee spelers - die respectievelijk de licht- ('wit') en de donker ('zwart') gekleurde stukken hanteren - op een vierkant bord, het 'dambord'

Artikel 2 Het dambord en zijn inrichting

2.1 Het dambord bestaat uit honderd vierkante velden van gelijke grootte, om het andere licht en donker gekleurd.

2.2 Er wordt gespeeld op de donkere velden, de 'speelvelden'.
Elke horizontale reeks van velden wordt 'rij' genoemd, elke diagonale reeks van speelvelden 'lijn'.

2.3 Het bord wordt zo tussen beide spelers geplaatst dat zich aan de uiterste linkerzijde van de onderste rij een speelveld bevindt.

Artikel 3 De stukken en hun opstelling

3.1 Waar in het vervolg gesproken wordt over stuk of stukken, kunnen zowel schijven als dammen worden bedoeld.

3.2 Een dampartij vangt aan met twintig witte en twintig zwarte schijven, die als volgt op het dambord staan opgesteld:

3.3 Een schijf promoveert tot dam als zij de bovenste rij ('damrij') heeft bereikt en daar tot stilstand komt. Een tot dam gepromoveerde schijf wordt door één der spelers 'gekroond' door er een schijf van dezelfde kleur bovenop te plaatsen, die vervolgens - o.a. voor de toepassing van artikel 6.6 - beschouwd wordt als onderdeel van de dam, en niet meer mag worden verwijderd. Deze handeling geldt niet als een zet (zie artikel. 4).

Artikel 4 Het spelen van de partij

De spelers doen beurtelings een 'zet' : het in één handeling verplaatsen en/of wegnemen van een of meer stukken. De speler die de witte stukken heeft begint.

Artikel 5 De loop der stukken

5.1 Een schijf gaat diagonaal vooruit naar een onbezet speelveld op de volgende rij.

5.2 Een dam gaat voor- of achterwaarts, slechts onbezette velden doorlopend, langs een lijn die zij bestrijkt naar een onbezet veld op die lijn.

5.3 Als een schijf langs één van haar lijnen een vijandelijk stuk, onmiddellijk gevolgd door een onbezet veld, direct voor of achter zich heeft, wordt de schijf over dat vijandelijke stuk heen naar het onbezette veld verplaatst. Deze verplaatsing wordt in dezelfde beurt voortgezet zo dikwijls als dat vanuit het nieuwe bezette veld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, opnieuw mogelijk is.

5.4 Als een dam langs één van haar lijnen achtereenvolgens geen of slechts onbezette velden, één vijandelijk stuk en één of meer onbezette velden voor of achter zich heeft, wordt de dam over dat vijandelijke stuk heen naar één van die onbezette velden verplaatst. De verplaatsing wordt in dezelfde beurt voortgezet, zo dikwijls als dat vanuit het nieuw bezette veld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, opnieuw mogelijk is.

5.5 Een verplaatsing als aangegeven in art. 5.3 en 5.4 wordt 'slag' genoemd.

Artikel 6 Het uitvoeren der zetten

6.1 Elke slag moet regelmatig stap voor stap worden aangetoond, waarbij wel hetzelfde veld tussentijds meermalen mag worden bezet, maar niet ten tweede male hetzelfde stuk mag worden geslagen. Na de volledige slag worden de geslagen stukken, in de volgorde waarin zij zijn geslagen, van het bord genomen.
Een slaande schijf die slechts tussentijds een veld op de damrij bezet, maar daar niet tot stilstand komt, promoveert niet tot dam (zie art. 3.3).

6.2 Slaan is verplicht.

6.3 Meerslag gaat voor: als op verschillende manieren kan worden geslagen, moet de slag waarmee de meeste stukken worden geslagen (waarbij dam en schijf als één stuk gelden; zie artikel 3.1) worden uitgevoerd.
Als op verschillende manieren een zelfde aantal stukken kan worden geslagen, voert men een slag naar keuze uit, ongeacht of het slaande stuk een dam of een schijf is.

6.4 Een zet is reglementair indien hij niet in strijd is met de artikelen 5.1. tot en met 6.3

6.5 Een speler die aan zet is mag één of meer stukken op hun velden rechtzetten, mits hij zijn tegenstander hiervan vooraf in kennis stelt.

6.6 Behoudens het rechtzetten van en stuk (zie art. 6.5) en het kronen van een dam (zie art. 3.3) geldt, dat een aan zet zijnde speler die één of meerdere stukken aanraakt, het eerst aangeraakte stuk waarmee een reglementaire zet (zie art. 6.4) mogelijk is, moet spelen.

6.7 Een zet is voltooid als het stuk na de verplaatsing is losgelaten en bovendien, als het een slag betreft, de geslagen stukken zijn weggenomen.

Artikel 7 Onregelmatigheden

7.1 Als het bord verkeerd ligt (zie art. 2.3) is de partij ongeldig en moet opnieuw worden begonnen, tenzij zulks pas blijkt nadat wederzijds een zet is gedaan.

7.2 Heeft een speler een onreglementaire zet voltooid (zie art. 4, 6.4 en 6.7; bijvoorbeeld: het spelen van een stuk van de tegenstander i.p.v. het eigen stuk, het na een slag wegnemen van te veel, te weinig of verkeerde stukken, het spelen van een andere zet dan een verplichte slag, het wegnemen van stukken zonder een slag uit te voeren), dan kan deze zet slechts op verlangen van de tegenstander, worden teruggenomen en, met inachtneming van art. 6.6., door een andere zet worden vervangen.
Een onreglementaire zet, die is beantwoord door een zet van de tegenstander, is onherroepelijk.

Artikel 8 De gewonnen partij

8.1 De partij is gewonnen voor de speler wiens tegenstander, aan zet zijnde, geen reglementaire zet meer kan doen.

8.2 De partij is gewonnen voor de speler wiens tegenstander verklaart dat hij opgeeft.

8.3 De tegenstander in de in artikelen 8.1 en 8.2 bedoelde gevallen is de verliezer van de partij.

Artikel 9 De onbesliste partij (remise)

9.1 De partij is remise wanneer beide spelers dit overeenkomen.

9.2 De partij is remise:
o na wederzijds zestien zetten in een stand van één dam tegen drie stukken waaronder een dam
o na wederzijds vijf zetten in een stand van één dam tegen maximaal twee stukken waaronder een dam.

 

Tweede deel: aanvullende regels voor wedstrijden

Artikel 10 Het spelen met de klok

10.1 Iedere speler moet in een tevoren bepaalde tijd een tevoren bepaald aantal zetten doen.
Indien een speler een bepaald aantal zetten in minder dan de daarvoor vastgestelde bedenktijd heeft uitgevoerd, komt de niet gebruikte tijd ten goede aan de voor de daarop volgende zettenreeks vastgestelde bedenktijd.

10.2 Het controleren van de bedenktijd van iedere speler geschiedt door middel van een klok.

10.3 Ten teken van het begin van de partij, wordt de klok van de zwartspeler in werking gesteld. Deze doet vervolgens, door het omzetten van de klok, de bedenktijd van de witspeler voor de eerste zet ingaan. Nadat de eerste zet van wit, respectievelijk zwart, is gedaan mag de klok niet eerder worden omgezet, dan nadat daarvan de vastgestelde bedenktijd is ingegaan. In het vervolg van de partij brengt iedere speler nadat hij zijn zet heeft gedaan, zijn klok tot stilstand en die van zijn tegenstander aan de gang, en wel met de hand waarmee hij zijn zet uitvoerde.

10.4 Het is de spelers niet toegestaan, tijdens de partij beide klokken stil te zetten, of wijzigingen aan te brengen in de door de klok aangegeven bedenktijd.

10.5 Voor het bepalen of het voorgeschreven aantal zetten binnen de beschikbare tijd is gedaan, wordt de laatste zet geacht pas voltooid te zijn nadat de speler zijn klok tot stilstand heeft gebracht.

10.6 De bedenktijd is verstreken op het moment dat dit door de klok wordt aangegeven (door het vallen van de 'vlag' of op andere wijze).
Elke aanduiding door de klok gegeven wordt als beslissend beschouwd.

Artikel 11 Het noteren van de partij

11.1 Bij het spelen met de klok is iedere speler verplicht tijdens de partij de zetten - zowel zijn eigen zetten als die van de tegenstander - zet voor zet te noteren.

11.2 Voor het noteren van de partijen en de standen worden de speelvelden geacht genummerd te zijn als in het onderstaande diagram:

zwart

wit

11.3 Een zet wordt genoteerd door achtereenvolgens het nummer van het veld van vertrek en het nummer van het veld van aankomst aan te geven. Gebruikelijk is daarbij het verbindingsteken ' - ', en in geval van een slag het verbindingsteken ' x '.

11.4 Indien tenminste één van beide spelers over minder dan 5 minuten bedenktijd beschikt (tijdnood), wordt de notatieplicht van beide spelers opgeschort.
Zodra de bedenktijd van één der spelers volgens artikel 10.6 is verstreken en de tijdnood voorbij is, dient elke speler zijn notatie onmiddellijk bij te werken.
Het bijwerken van de notatie geschiedt dus in de bedenktijd van de speler wiens bedenktijd is verstreken; indien deze de notatie echter eerder heeft bijgewerkt dan zijn tegenstander, wordt diens klok in werking gesteld totdat ook hij de notatie volledig heeft bijgewerkt.

Artikel 12 Het verliezen van de partij

12.1 Nadat de bedenktijd van één der spelers is verstreken, wordt aan de hand van de bijgewerkte notatie van beide spelers vastgesteld hoeveel zetten binnen de verstreken bedenktijd zijn gedaan.
Indien daarbij komt vast te staan, dat de speler wiens bedenktijd is verstreken niet het vereiste aantal zetten heeft gedaan, verliest deze de partij door tijdoverschrijding.
In alle andere gevallen wordt de partij voortgezet; daarbij worden, indien niet kon worden vastgesteld hoeveel zetten zijn gedaan, de spelers geacht in de verstreken bedenktijd precies het aantal zetten te hebben gedaan.

12.2 Indien een speler één uur na aanvang van de partij nog niet aanwezig is, wordt de partij voor hem verloren verklaard.

12.3 De partij is verloren voor de speler die weigert zich te onderwerpen aan de Regels voor het Damspel.

Artikel 13 Remise

13.1 Een voorstel tot remise als bedoeld in artikel 9.1 dient door een speler te worden gedaan, onmiddellijk nadat hij een zet heeft gedaan. Pas na aldus remise te hebben voorgesteld, brengt hij de klok van de tegenstander aan de gang.
Deze kan het voorstel aanvaarden of - hetzij mondeling, hetzij door het doen van een zet - verwerpen.
In de tussentijd kan de speler die het voorstel heeft gedaan, het niet intrekken.
Een voorstel tot remise, dat niet op de voorgeschreven wijze is gedaan, is wel geldig en blijft van kracht tot het is verworpen of tot één der spelers een zet heeft gedaan.

13.2 De speler van wie een voorstel tot remise door de tegenstander is verworpen, mag niet opnieuw een remisevoorstel doen, tenzij de tegenstander inmiddels eveneens een dergelijk voorstel heeft gedaan.

13.3 De partij is remise indien een speler, aan zet zijnde, aan de hand van zijn notatie aantoont
a. dat hij reeds tweemaal eerder in de partij in dezelfde stand aan zet is geweest, of
b. dat hij door een reglementaire zet een stand kan doen ontstaan die reeds tweemaal eerder in de partij door een zet van zijn kant ontstaan is, of
c. dat aan weerszijden de laatste 25 opeenvolgende zetten zijn gedaan zonder dat er een stuk is geslagen of een schijf is verplaatst.

13.4 In de gevallen, bedoeld in artikel 13.3, wordt de gegrondheid van de remise-eis onderzocht in de bedenktijd van de eiser.
Blijkt zijn eis correct, dan is de partij remise, ook al zou de eiser inmiddels de tijd overschreden hebben.
Blijkt de eis incorrect, dan wordt de partij voortgezet, in het in art. 13.3 sub b. bedoelde geval met de uitvoering van de reglementaire zet waarop de remise-eis berustte.
Als na het onderzoeken en ongegrond bevinden van de remise-eis de bedenktijd van de eiser inmiddels verstreken is, is art. 12.1 normaal van toepassing, met dien verstande dat in het art. 13.3 sub b. bedoelde geval de aangewezen reglementaire zet geacht wordt gedaan te zijn.

13.5 In het wedstrijdreglement of in de wedstrijdvoorwaarden kan worden bepaald dat een partij waarin remise is overeengekomen vóór dat wederzijds 40 zetten zijn gedaan, voor beide spelers verloren kan worden verklaard.

Artikel 14 Het afbreken van de partij

14.1 Indien een partij na het verstrijken van de beschikbare speeltijd niet beëindigd is, worden beide klokken stilgezet en de volgende gegevens genoteerd:
a. de namen van de spelers,
b. de stand en het door iedere speler gedane aantal zetten,
c. de door iedere speler gebruikte tijd, en
d. de naam van de speler die aan zet is.
Er wordt voor gezorgd dat deze gegevens bewaard blijven totdat de partij is beëindigd.

14.2 De wijze waarop de afgebroken partij kan worden beëindigd, wordt in het Wedstrijdreglement geregeld.

Artikel 15 Ontheffing

Indien van een speler, wegens lichaamsgebreken of anderszins, de nakoming van een bepaling in de Regels voor het Damspel niet in redelijkheid kan worden gevergd, wordt hem ontheffing van deze bepaling verleend of worden bijzondere voorzieningen voor de nakoming ervan getroffen. Van een dergelijke maatregel wordt ook de tegenstander voor de aanvang van de partij in kennis gesteld.

Artikel 16 Het gedrag van de spelers

16.1 De spelers worden geacht bekend te zijn met de Regels voor het Damspel en met de voor de betreffende wedstrijd geldende bepalingen, en zij dienen deze strikt na te leven.
Het is de spelers verboden
o gedurende het spel geschreven of gedrukte aantekeningen te gebruiken of de partij op een ander bord te analyseren;
o gebruik te maken van de raad of de mening
van anderen, gevraagd of ongevraagd, in de speelzaal gedurende het spel of tijdens een onderbreking te analyseren;
o de tegenstander, op welke wijze dan ook, af
te leiden of te hinderen.

16.2 Overtreding van het bepaalde in artikel 16.1 kan bestraft worden en zelfs het verlies van de partij tot gevolg hebben.

Artikel 17 De arbiter en zijn taken

Met de leiding van de wedstrijd wordt een arbiter belast. Deze heeft recht op strikte gehoorzaamheid en een welwillende houding te zijnen opzichte van alle aanwezigen.
De taken van de arbiter zijn:
a. het toezien op de strikte
naleving van de Regels voor het Damspel en de voor de betreffende wedstrijd geldende wedstrijdbepalingen;
b. het toezien op het verloop van de wedstrijd en de omstandigheden waaronder wordt gespeeld; als een onregelmatigheid het
ingrijpen van de arbiter vereist, heeft hij het recht de beide klokken daartoe tijdelijk stil te zetten;
c. het uitvoeren van de volgende in de Regels voor het Damspel genoemde taken: het voor de wedstrijd aan de spelers bekend maken van de beschikbare speeltijd (art. 14.1) en verleende ontheffingen (art. 15), het doen aanvangen van de partij door de klok van de zwartspeler in werking te stellen (art. 10.3), het vaststellen of de spelers in de voorgeschreven bedenktijd het vereiste aantal zetten hebben gedaan (art. 12.1), het verloren verklaren van de partij voor een niet opgekomen speler (art. 12.2), het onderzoeken van de gegrondheid van een remise-eis volgens art. 13.3 (art.13.4), bij digitale klokken minimaal eenmaal per uur de resterende bedenktijd van beide spelers noteren en controleren of een Nederlandstalige handleiding in het
speellokaal aanwezig is;
d. het toezien op de uitvoering van
de beslissingen die hij genomen heeft ten aanzien van geschillen tijdens de wedstrijd;
e. het opleggen van straffen aan de
spelers voor elke inbreuk op of overtreding van de Regels voor het Damspel;
f. het uitvoeren van alle overige taken die hem door reglementen worden toebedeeld.

 

BRON OFFICIEEL SPELREGLEMENT: www.kndb.nl