[Je browser toont deze afbeelding niet]

Damcursus voor beginners
(copyright: klik hier)

Bij deze ‘online’ damcursus heb je geen bord en schijven nodig om de lessen te volgen. Je kunt namelijk de afgebeelde dambordjes ‘afspelen’ door met de muis te klikken:

Inhoud

 

De belangrijkste spelregels in de praktijk

Schuiven moet altijd vooruit, maar slaan mag ook achteruit

 

Wit is aan zet en speelt een winnende zet. Daarna slaat zwart achteruit. Vervolgens slaat wit in één slag tweemaal vooruit en tweemaal achteruit. Klik op afb_alle_zetten om de zetten te zien.

Je krijgt alleen een dam als de schijf op de damlijn stopt

 

Wit is aan zet en slaat vijf schijven. Tijdens de slag bereikt wit de damlijn, maar de slag eindigt daar niet. Wit behaalt dus geen dam. Wie zal er dus gaan winnen? Klik op afb_alle_zetten .

Meerslag gaat voor

 

Wit is aan zet en lijkt op twee manieren te kunnen slaan. Maar meerslag gaat voor en dus moet wit de tweeslag nemen. In dit geval is dat gunstig voor zwart, want die kan daarna naar dam slaan! Klik op afb_alle_zetten .

Damslag gaat niet voor

 

Als je zowel met een dam afb_dam als een schijf afb_schijf kunt slaan, mag je kiezen. (Behalve als de meerslagregel van toepassing is.) Zou jij in dit geval met de dam of met de schijf slaan? Klik op afb_alle_zetten om de beste slag te zien.

Je mag pas na de slag de schijven van het bord nemen

Je mag tijdens een slag niet tweemaal dezelfde schijf slaan

 

Wit moet slaan en lijkt te gaan winnen. Allereerst geldt de regel dat wit de meerslag moet nemen. Hij kan met zijn dam op verschillende manieren slaan, maar is verplicht om de vierslag te nemen. Tijdens deze slag mag wit niet voor de tweede keer over de schijf slaan die hij als eerste slaat! En pas na de slag mag wit de geslagen schijven wegnemen. Door deze regels verliest wit zelfs nog! Klik op afb_alle_zetten om de slag te zien.

Een mooi voorbeeld van de regel ‘Meerslag gaat voor’

 

Wit is aan zet en lijkt te gaan verliezen. Zwart gaat immers op de volgende zet twee of drie schijven slaan. Maar door handig gebruik te maken van de meerslag-regel, wint wit op een schitterende manier. Zie je de oplossing? Zo niet, klik dan op afb_alle_zetten . Klik op de knop afb_beginstand om terug te gaan naar de beginstand, om het fragment nogmaals af te kunnen spelen.

Tot zover de belangrijkste spelregels in de praktijk.

Naar oefeningen les 1            Terug naar boven

Les 2: Openingszetjes

Als je aan het begin van de partij een onvoorzichtige zet doet, kan je tegenstander soms het ‘Haarlemmer zetje’ uithalen, waarna je vaak meteen 2 schijven verliest. Oppassen dus! Natuurlijk kun je ook zelf proberen om je tegenstander te pakken te nemen met het zetje.

Haarlemmerzet 1

 

In dit voorbeeld trapt wit in de Haarlemmer zet. Klik op afb_alle_zetten om te zien hoe. (Op de derde zet kan wit op twee manieren slaan, maar hoe hij ook slaat, de Haarlemmer zet volgt toch!) Hoeveel schijven wint zwart?

Haarlemmerzet 2

 

De Haarlemmer zet komt in vele gedaanten voor. In dit voorbeeld doet wit een andere openingszet, maar toch haalt zwart weer de Haarlemmer zet uit. Speel het fragment zet voor zet af door op de knop afb_zet_vooruit te klikken. Welke zet van wit zou jij niet spelen?

Haarlemmerzet 3

 

In de eerste twee voorbeelden werd wit het slachtoffer van de Haarlemmer zet. Gelukkig kun je ook zwart in het zetje laten trappen! In dit geval is de tweede zet van zwart de fout. Klik op afb_alle_zetten .

Haarlemmerzet 4

 

Nog een voorbeeld van een Haarlemmer zet in het voordeel van wit. Klik op afb_alle_zetten . Heb je gezien dat de Haarlemmer zet telkens door dezelfde fout ontstaat? Namelijk: als je tegenstander achter een schijf loopt en jij het ‘gat’ opvult door een schijf in dezelfde richting te schuiven als je vorige zet. Daarmee moet je dus goed oppassen, vooral aan het begin van de partij!

Groenzet

 

Wit kan zwart te grazen nemen met de Groenzet. Het leuke van de Groenzet is dat je de zet kunt uithalen als zwart juist probeert om je in de Haarlemmer zet te laten trappen! Maar wie het laatst lacht… Let bij het afspelen op de tweede zet van wit en kijk ook goed hoe wit de slag uitvoert. Klik op afb_alle_zetten . (Wit staat na het slaan 2 schijven voor!)

Haarlemmer zet in plaats van Groenzet

 

Als je wit hebt en je wilt je tegenstander in de groenzet laten trappen, moet je wel uitkijken voor een Haarlemmer zet. Speel dit fragment af om te zien waarvoor je moet oppassen. Welke zet van wit is fout? En wat gebeurt er als wit op de 6e zet de andere kant op slaat? 

De na-aapzet

 

Je hebt wel eens een tegenstander die steeds jouw zet nadoet (in spiegelbeeld dan). In dat geval moet je zeker proberen of je deze na-aapzet kunt uithalen! Klik op afb_alle_zetten .


Dat waren de meest voorkomende openingszetjes. Voor alle zetjes geldt: je moet oppassen dat je er zelf niet intrapt, maar je kunt uiteraard ook proberen om je tegenstander erin te laten trappen. Zowel met wit als met zwart kun je je tegenstander in zo’n zetje laten lopen.

Naar oefeningen van deze les            Terug naar boven

Les 3: Oppositie

Als een witte schijf recht tegenover een zwarte schijf staat, spreken we van ‘oppositie’. Degene die op dat moment aan zet is, verliest! Bij oppositie is het heel belangrijk om vantevoren al uit te rekenen of het goed of slecht voor je uitkomt.

Oppositie 1

 

Wit is aan zet. Wit heeft zijn ‘kroonschijf’ nog (de middelste schijf van de onderste rij). De kroonschijf is de ‘keeper’ van het dambord, want deze schijf kan tijdens de partij bijna alle velden van het bord bereiken, zowel op links als op rechts. De kroonschijf kun je het beste zo lang mogelijk laten staan, totdat je hem echt nodig hebt! In dit geval schuift wit de kroonschijf uiteraard naar links. Daarna staan er twee schijven recht tegenover elkaar. Dat noemen we ‘oppositie’. Wit wint dus door oppositie. Klik op afb_alle_zetten .

Oppositie 2

 

Als oppositie mogelijk is, moet je altijd eerst heel goed uitrekenen of het wel goed voor je uitkomt. Want als jij aan zet bent op het moment dat de twee schijven tegenover elkaar staan, verlies je zelfs nog! Als je zeker weet dat de oppositie gunstig voor je uitpakt, moet je je schijf steeds in de richting van de schijf van je tegenstander spelen. Pakt de oppositie echter slecht voor je uit, dan moet je de schijf van je tegenstander juist proberen te ontwijken. Als in deze stand wit aan zet is, wint wit. Maar als zwart aan zet is, wint zwart! Speel het fragment zet voor zet af om te zien hoe wit kan winnen.

Oppositie 3

 

Jij bent aan zet met wit. Probeer te berekenen of de oppositie gunstig voor jou is. Ga je de zwarte schijf opzoeken of juist ontlopen? Als je op afb_alle_zetten klikt, zie je hoe wit het niet moet doen. Als je vanuit de beginstand naar links speelt, kun de zwarte schijf ontlopen en dan wordt het remise (zowel wit als zwart haalt dan één dam).

Oppositie 4

 

Soms moet je een truc uithalen om met oppositie te winnen. In deze stand is wit aan zet, maar zwart is er al langs en loopt zo door naar dam. Of niet? Nee, wit kan toch nog winnen! Kijk eerst goed of je zelf de oplossing ziet. Klik dan op afb_alle_zetten .

Oppositie 5

 

In het vorige voorbeeld zag je dat je soms eerst een schijf moet weggeven om te kunnen winnen. Als je in deze stand zo snel mogelijk een dam gaat halen, wordt het remise, want zwart haalt dan ook een dam. Je kunt deze stand alleen winnen als je ervoor zorgt dat zwart vertraging oploopt op zijn weg richting de damlijn. Klik op afb_alle_zetten om de oplossing te zien.

Naar oefeningen van deze les            Terug naar boven

Les 4: Winnen met een ‘offer’

In de vorige les zag je al dat je soms heel verrassend kunt winnen door eerst zomaar een schijf weg te geven. Zo’n cadeautje noemen dammers een ‘offer’. Normaal gesproken ben je natuurlijk heel zuinig op je schijven. Maar als je direct kunt winnen door een schijf of zelfs een dam weg te geven, moet je dat altijd doen!

Offer 1

 

Deze stand lijkt remise, want beide spelers gaan normaal gesproken een dam halen. Maar als wit een schijf offert, wint de enig overgebleven witte schijf het van twee zwarte schijven! Speel het fragment zet voor zet af. Bekijk daarbij goed of zwart nog kan ontsnappen.

Offer 2

 

Een schijf offeren is al heel wat, maar een dam offeren om te winnen is nog leuker! In deze stand kan wit alleen winnen door (even) heel aardig te zijn voor zijn tegenstander. Zie je al hoe? Klik op afb_alle_zetten .

Offer 3

 

In het vorige voorbeeld won wit omdat na het damoffer de oppositie gunstig was. Deze stand is bijna hetzelfde. Maar kijk goed uit: als je de dam direct offert, hoe zit het dan met de oppositie? Gelukkig heeft wit nog een truc om wel een goede oppositie te krijgen. Probeer eerst zelf die truc te vinden. Speel het fragment af om de oplossing te zien.

Offer 4

 

Wit heeft al twee dammen, maar zwart is ook dicht bij de damlijn. Een gewone oppositie zit er net niet meer in voor wit. Het lukt alleen als de zwarte schijf eerst terug moet slaan via een offer. Klik op afb_alle_zetten om te zien hoe. Klik daarna op de knop afb_begin . Wit kan in deze stand op verschillende manieren winnen met een offer. Kun je dezelfde truc uithalen door met de andere dam te beginnen?

Offer 5

 

Wit is aan zet. Als zwart in deze stand een dam kan halen, wordt het waarschijnlijk remise. (Drie dammen tegen één dam is heel vaak remise). Maar wit’s schijven staan ideaal opgesteld voor een winnend dubbeloffer! Speel het fragment af.

Offer 6

 

Een bijzondere spelregel is: ‘Als je aan zet bent en niet kunt zetten omdat je vaststaat, heb je verloren’. Die regel kan heel verrassend uitpakken. Kijk maar naar deze stand: zwart heeft al een dam en wit nog lang niet. Normaal gesproken wint zwart met zo’n voordeel gemakkelijk. De zwarte dam staat echter een beetje opgesloten in de hoek. Als het wit lukt om zwart helemaal vast te zetten, wint wit toch nog! Als je even goed kijkt, zie je de oplossing vast wel. Klik anders op afb_alle_zetten . Zou wit ook gewonnen hebben zonder de kroonschijf? (Welke zet moet hij dan doen na het offer?)

Naar oefeningen van deze les           Terug naar boven

Les 5: Winnen met één of meer dammen

Als je één of meer dammen afb_dam hebt gehaald en je tegenstander (nog) niet, heb je een grote kans om de partij te winnen. Vaak gaat het echter niet vanzelf. Als je tegenstander goed oplet, kun je soms alleen winnen met een slimme truc.

De lange lijn 1

 

Zoals je weet is een dam afb_dam veel sterker dan een schijf afb_schijf. Als je de dam handig gebruikt, kun je de schijven van je tegenstander gevangen houden achter de lijn waarop je dam staat. De lijn die loopt vanaf linskonder tot rechtsboven van het bord, noemen we de ‘lange lijn’. Die lijn telt 10 speelvelden. Als wit in deze stand zijn dam op de lange lijn zet, komt zwart niet meer over de lijn, waardoor wit wint. Klik op afb_alle_zetten .

De lange lijn 2

 

Als zwart zijn schijven op deze manier neer zet, kan wit niet winnen via de lange lijn! Zwart offert dan namelijk twee schijven, zodat wit van de lange lijn afmoet. Daarna kan zwart veilig oversteken naar dam. De uitslag is dan remise. Klik op afb_alle_zetten .

De lange lijn 3

 

In deze stand is zwart met één schijf al over de lange lijn. Toch kan wit die schijf nog achter de lange lijn krijgen! Speel het fragment zet voor zet af.

De lange lijn 4

 

Nu staan er twee zwarte schijven op de lange lijn. Wit moet niet zijn dam niet tegenover de voorste schijf van zwart zetten, want dan zet zwart zijn andere schijf en dan wordt het remise. Maar als wit de dam op de lange lijn zet, kan zwart geen kant meer op. Speel het fragment zet voor zet af en kijk goed of zwart nog een andere zet kan doen.

De lange lijn 5

 

Zwart is bijna op dam, wit kan daar niets meer aan doen. Toch kan wit nog één truc proberen. Als zwart dan op het verkeerde veld dam haalt, wint wit toch nog. Als je op afb_alle_zetten klikt, zie je hoe zwart het niet moet doen. Zo zie je maar dat het niet altijd goed is om dam te halen op de lange lijn!

De lange lijn 6: Drie dammen tegen één dam

 

Als jij drie dammen hebt en je tegenstander één, is de kans groot dat het remise wordt. Als het je niet lukt om binnen 16 zetten te winnen, kan de arbiter de partij remise verklaren! Die regel is ingesteld om te voorkomen dat er eindelooos doorgespeeld wordt. Als jij een dam hebt op de lange lijn, kun je deze truc nog proberen om te winnen. Zet eerst twee dammen op de lange lijn, net zoals in deze stand. Waar je derde dam staat, maakt niet zoveel uit. Klik op afb_alle_zetten om te zien hoe je toch nog kunt winnen als je tegenstander zijn dam op een fout veld zet. Zwart kan op twee manieren slaan, maar wit wint in beide gevallen!

De trik-trak-lijnen 1

 

De lange lijn telt 10 speelvelden. De twee lijnen die van rechtsonder naar linksboven lopen tellen elk 9 speelvelden. Die lijnen noemen we de ‘trik-trak-lijnen’. Als je zelf al een dam hebt en je tegenstander moet op de trik-trak-lijn een dam halen, dus rechtsonder op het bord, kun je vaak op een leuke manier toch nog winnen. In deze stand is zwart van plan om op de volgende zet een schijf te offeren zodat de witte dam weg moet. Wit kan dat niet voorkomen, maar kan wel een trik-trak-winst boeken! Klik op afb_alle_zetten .

De trik-trak-lijnen 2

 

In deze stand heeft zwart al een dam gehaald. Toch is de zwarte dam nog een beetje ‘gevangen’ in de trik-trak-lijnen. Zwart kan op de volgende zet immers maar naar één veld. Als wit zijn dam naar de andere trik-trak-lijn speelt, komt zwart vrij en is het remise. Toch kan wit binnen twee zetten winnen! Speel de zetten één voor één af.

Twee schijven vastzetten met één dam

 

In deze stand is zwart met één schijf al over de lange lijn. Daardoor lijkt het remise te worden, want wit kan met zijn dam maar één zwarte schijf tegelijkertijd blokkeren. Heel soms kun je dan toch nog winnen door de twee zwarte schijven tegelijkertijd vast te zetten. Speel het fragment zet voor zet af en kijk goed of je voor zwart nog een betere zet ziet.

Vier dammen tegen één dam 1

 

Drie dammen tegen één is vaak remise. Vier dammen tegen één is gewonnen, maar dan moet je wel weten hoe je de dam vangt. In deze stand zie je de vier witte dammen in een vierkant staan. Dat noemen we een vangstelling. Alle vier witte dammen moeten samenwerken om de ene zwarte dam te vangen! Zwart kan zijn dam nu nergens meer neerzetten zonder te verliezen. Klik op afb_alle_zetten .

Vier dammen tegen één dam 2

 

Als je vier dammen hebt, bouw je dus rustig zet voor zet een vangstelling op. Als de vangstelling eenmaal klaar is, kan zwart geen kant meer op. In deze stand staat de zwarte dam op een ander veld dan in het vorige voorbeeld. Toch wint wit op ongeveer dezelfde manier. Klik op afb_alle_zetten .

Vier dammen tegen één dam 3

 

Als de zwarte dam op dit veld staat, win je op een andere manier. Speel de zetten één voor één af. Al kost het je drie dammen om de zwarte dam te vangen: om te winnen is geen prijs te hoog!

Vier dammen tegen één dam 4

 

Als de zwarte dam ‘ertussen kruipt’ kun je op verschillende manieren winnen. Klik op afb_alle_zetten om één van die manieren te zien.

Vier dammen tegen één dam 5

 

Dit is ook een winnende vangstelling. Je wint nu nog makkelijker omdat je dammen op de lange lijn hebt. De zwarte dam kan weer nergens heen. Klik op afb_alle_zetten .

Vier dammen tegen één dam 6

 

Alleen als de zwarte dam op dit veld staat, heb je één zet extra nodig om te winnen. Speel de zetten één voor één af. Klik op de knop afb_begin . Stel dat de zwarte dam op het veld van de witte kroonschijf staat, hoe win je dan in twee zetten?

Naar oefeningen van deze les            Terug naar boven

Oefeningen

Oefeningen les 1 (spelregels)

Voor alle oefeningen geldt: wit is aan zet. Probeer de oplossing eerst zelf te vinden, want daar leer je het meeste van. Speel het fragment pas af als je de oplossing gevonden hebt of als je het echt niet weet.

 

Eén van de belangrijkste spelregels is: Meerslag gaat voor. In deze stand moet zwart op de volgende zet twee schijven slaan. Wit kan handig gebruik maken van de meerslagregel en wint dan zelfs nog!

 

Schuiven moet altijd vooruit, maar slaan mag ook achteruit. Een slag achterwaarts is vaak verrassend. In deze stand kan wit winnen door eerst een sterke zet te doen en daarna toe te slaan met een achterwaartse slag. 

 

Je krijgt alleen een dam als de schijf op de damlijn tot stilstand komt. Wit kan zwart dus rustig de twee schijven laten slaan. Sterker nog, wit kan door de meerslagregel én een achterwaartse slag direct winnen!

 

Wit heeft een dam en zwart nog niet. Toch moet wit erg oppassen, want zwart wil op de volgende zet de dam ‘vangen’ (zie je hoe?). Wit lijkt daar niets aan te kunnen doen, want de witte dam kan nergens heen. Gelukkig herinnert wit zich de belangrijke spelregel ‘Damslag gaat niet voor’. Met een slimme zet dwarsboomt wit het plan van zwart.

Naar Les 2            Terug naar boven

Oefeningen les 2 (openingszetjes)

Voor alle oefeningen geldt: wit is aan zet. Probeer de oplossing eerst zelf te vinden, want daar leer je het meeste van. Speel het fragment pas af als je de oplossing gevonden hebt of als je het echt niet weet.

 

Wit en zwart hebben beide één zet gedaan. Welke zet speel je om te kijken of zwart het Haarlemmer zetje wel kent?

 

Ja hoor, zwart is er ingetrapt. Hoe haal je nu het Haarlemmer zetje uit? En hoeveel schijven win je ermee?

 

Het Haarlemmer zet lijkt er weer in te zitten. Maar kijk goed uit: wat gebeurt er als je het zetje probeert uit te voeren?

 

Wit en zwart hebben beide één zet gedaan. Zwart probeert het Haarlemmer zetje uit te halen, maar natuurlijk trap je daar niet in. Welke zet speel je om zwart in de Groenzet te laten trappen?

 

Zwart trapt met open ogen in de val. Nu kun je de Groenzet uithalen. Je haalt de buit met twee sterke zetten binnen. Welke zet speel je als eerste? (Als je de andere zet als eerste speelt, win je ook twee schijven, maar dan is je voordeel iets minder groot.)

Naar Les 3            Terug naar boven

Oefeningen les 3 (oppositie)

Voor alle oefeningen geldt: wit is aan zet. Probeer de oplossing eerst zelf te vinden, want daar leer je het meeste van. Speel het fragment pas af als je de oplossing gevonden hebt of als je het echt niet weet.

 

Binnen enkele zetten kan er oppositie ontstaan. Wit is aan zet. Bereken eerst hoe de oppositie uitkomt en beslis dan of je de zwarte schijf gaat opzoeken of juist ontwijken.

 

Ook nu is de vraag: schuif je, met wit aan zet, naar de zwarte schijf toe (oppositie) of juist er vanaf (om remise te bereiken).

 

Wit en zwart gaan beiden naar dam lopen. Maar wit is al veel dichter bij de damlijn. Kun je berekenen of de witte dam op tijd komt om de zwarte schijf te stoppen? Oftewel: Is het winst of remise?

 

Kan wit met zijn onderste schijf de zwarte schijf nog stoppen? Is wit met zijn voorste schijf snel genoeg op de damlijn om met de dam de zwarte schijf te stoppen? Als het antwoord op beide vragen ‘Nee’ is, heeft wit dan misschien nog een truc om te winnen op oppositie?

Naar Les 4            Terug naar boven

Oefeningen les 4 (winnen door een offer)

Voor alle oefeningen geldt: wit is aan zet. Probeer de oplossing eerst zelf te vinden, want daar leer je het meeste van. Speel het fragment pas af als je de oplossing gevonden hebt of als je het echt niet weet.

 

Wit kan de zwarte schijf niet meer op een ‘normale’ manier afstoppen. Aangezien deze les over offers gaat, kun je al vermoeden hoe wit toch nog kan winnen. Maar kijk goed uit: hoe zit het met de oppositie na het offer?

 

Als de twee witte dammen goed samenwerken, zit er nog net een oppositie-winst in. Het kan op drie manieren!

 

Als zwart de damlijn bereikt is het remise. Wit moet alles uit de kast halen om toch nog te winnen.

 

Eén zwarte schijf staat al vast en de zwarte dam heeft ook weinig bewegingsvrijheid. Kan wit zwart vastzetten? Zo ja, wat is dan de uitslag van de partij?

Naar Les 5            Terug naar boven

Oefeningen les 5 (winnen met één of meer dammen)

Voor alle oefeningen geldt: wit is aan zet. Probeer de oplossing eerst zelf te vinden, want daar leer je het meeste van. Speel het fragment pas af als je de oplossing gevonden hebt of als je het echt niet weet.

 

De twee zwarte schijven staan ver uit elkaar op één lijn. Daarvan kan de witte dam profiteren. Hoe wint wit?

 

Eén van de zwarte schijven is over de lange lijn, dus wit moet een list verzinnen om de twee zwarte schijven af te stoppen.

 

Drie dammen tegen één dam is vaak remise, maar in dit geval niet. Wit wint met behulp van de lange lijn.

 

Wit is een vangstelling aan het opbouwen om de zwarte dam te vangen. Met welke zet maakt wit de vangstelling compleet?

 

De vangstelling is af. De zwarte dam probeert nog een veilig veld te vinden. Hoe wint wit direct?

 

Met deze vangstelling vang je de zwarte dam ook altijd. Meestal hoef je dan nog maar één winnende zet te doen, maar in dit geval win je in twee zetten.

Terug naar boven

Wil je nog meerover dammen leren via internet?
Klik dan hier om te surfen naar de rubriek Dammen op Leren.nl.

Leren.nl

Op Leren.nl vind je online cursussen en links naar duizenden kennisbronnen over allerlei onderwerpen.

© Kees Spruijt, 2002-2016.
Alle rechten voorbehouden. Niet-commercieel gebruik van de inhoud is toegestaan, bv. voor het geven van een damcursus op school, maar niets van de inhoud mag gepubliceerd worden op een andere website.
Doorlinking is wel toegestaan, maar alleen als de WDV-site in een nieuw venster verschijnt, en dus niet binnen een frame o.i.d. van een andere site.
Zonder toestemming van de auteur is commercieel gebruik niet toegestaan.