10 augustus 2009

Familiaal apart - een dagje samen naar de roots

 

Na licht geharrewar met mezelf over de tweeërlei vraag of ik wel of niet naar Ede zou kunnen gaan vanwege een recente Menière-aanval en of ik een jurk zou dragen met of zonder hoed of liever een andere snit zou kiezen, konden we met de KIA Picanto naar Ede vertrekken, spannend genoeg. Olivier (Frans Boddeke, zoon van Margarete Jansen en Theodorus Boddeke) had de dominicanessen en de andere bewoners van Huize Rosa en Catharinahof in de vroege morgen al getrakteerd op geestelijk schoons, zoals hij dat altijd doet als hij daar voorgaat, elders trouwens ook. In ieder geval waren we voorzien van de nodige spirit van Godswege en die zouden we nodig hebben, dat wisten we uit ervaring. Als je met niet direct gelijkgezinden omgaat, zul je je moeten sterken tegen af en toe weerstand, er is altijd wel iemand in het beminde gezelschap die tegensputtert, ik verwachtte het wel.

Daar reden we, Olivier in aangepaste vrijetijdssnit en ik in mijn linnen pantalon en de Graafse zomerset van een aantal jaren oud, deze keer zonder bijpassende hoed. De felroze pet met de brede rand lag in de auto klaar, voor tegen de zon als die sterk zou zijn; het viel mee want het regende licht. Olivier verkneukelde zich op deze dag, hij zei het niet maar ik ken hem een beetje, Olivier is een genieter zonder uitleg. We hadden de route al eens gereden, om voor te proeven en het gebied rond Ede te toetsen, het is er mooi. Ik bedoel niet de centra van Ede en al die dorpen, daar vind ik niets aan, maar de omgeving ervan. Bos en hei en veel ruimte is het pluspunt van dit mooie stukje Gelderland.

Toet toet toeterdetoet, daar gingen we, daar reden we, en toen kwamen we aan, door de hoge bomenbossen draaiden we klein en nietig als mensenmiertjes de Verlengde Arhemseweg op, reden hem een eindje af en stopten, wat een gehannes hier om linksaf Planken Wambuis aan te kunnen doen. Ik zag, in gedachten, al iemand zwaaien vanaf het terras, natuurlijk was het Veronica, die zwaait altijd. Achter haar kwam geheid José gepiept, guitig lachend, ook zoals altijd. En ze waren er allemaal, en het deed me goed de hele Jansenclub weer te zien, ik houd van de nazaten van de oude grootpa Jansen; algemeen als de naam is, zo uniek zijn zij.

Mijn gedachten waren ijdel, er was geen Veronica te zien, ook José was er niet, er was nog helemaal niemand van de onzen. Het was kwart over twaalf, net middag geworden, we waren de eersten en we settelden ons in de Planken-Wambuistuin. De ontmoeting die ik als een welgemoed begin had ingeschat, was er niet. Het oogde aan de hemel grauw en dreigend en dit tweeluik zou nog een poosje aanblijven. We bleven opgeruimd, vooral Olivier, maar die is bij dergelijke bezigheden altijd goed gemutst, zeker als zijn familie in zicht is.

Thee. Ik was er aan toe. Ik ben een theedrinker. Thee dus. Maar nog niet met iets lekkers erbij, al is het feest. Dat lekkers-erbij komt straks wel, als we in Hoenderlo het befaamde appeltaartje van Veronica en Joop gaan proeven. Eerlijk gezegd is het tegenwoordig alle dagen feest, maar bij wijze van genegenheid voor de familie is dit een uitgesproken feestdag, niet alledaags, maar uniek.

Ik had mijn boekjes bij me om uit te delen, ze zaten in de grijze tas uit Beek, gemerkt AHA, te duur bij aanschaf en oorspronkelijk te koop bij de plaatselijke bakkerij aldaar. Ik had die tas met liefde van Olivier gekregen, of kocht ik deze zelf, misschien? Nee, die tas was van Olivier, vast en zeker. De boekjes die erin zaten, worden jaarlijks door mij gemaakt ter familiale herinnering voor het archief, het is een traditie geworden die ik alsnog had gevolgd.

De eerste familieset Miets en Wim kwam binnen, schoof bij ons aan en we babbelden en gaven, op hun vraag naar de algehele gesteldheid, uitleg over de recente vrijdagnachtse aanval van Ménière die ik had ondergaan, wat een hel. Kort daarna arriveerde set twee, Miets en Floor, zij waren vroeg gekomen en hadden alvast lekker gewandeld in het bos. Heerlijk, dacht ik, zo’n puur moment op de Veluwe op de zondagmorgen.

We waren nu met zessen, we hadden nog vier aanverwanten te verwachten. Het duurde en duurde, het werd één uur, de afgesproken tijd dat de lunch zou aanvangen, maar de vier waren er niet.

Ik werd kregelig, omdat er rekening gehouden moest worden met de regelmaat vooral voor Olivier, maar ook met mij, ik was nog niet in orde. Bovendien zijn we al een dagje ouder en dan heb je de regelmaat hard nodig, wij wel. Maar het ging erom dat Olivier nu niet in een hypo zou belanden, maar niemand weet kennelijk wat dat is, niemand had de ernst door.  

We waren in ieder geval met zessen alvast in Planken Wambuis. Wat een rotnaam, eigenlijk. Is die naam niet de schaduw van deze familiedag? Ik heb een morbide indruk als ik die naam hoor. De beboste streek nabij Ede heet zo gezien de grootscheepse houthandel via de uitgebreide bossage en vanwege de doodskisten die destijds daar werden gemaakt; het gebeurde precies op de locatie van het huidige restaurant waar we samenkwamen als familie en waar we zouden lunchen. Ja, die ambiance was de plek van de doodskisten, daar werden ze, echt waar, gemaakt, klop klop. Daar krijg je toch sferen bij te vermalen? Het kan heel goed zijn dat de vroegere familie er veel voetstapjes heeft gezet, zoals Veronica het placht te zeggen, maar ik vind het een akelig idee, veel te doods, zelfs luguber. Enfin.

De koffie en de thee die we dronken waren lekker op dat tijdstip en lunchtrek had ik dus ook. Maar we wachtten nog even tot iedereen er was, dat moest wel. We zaten intussen op het terras onder een afdak aan de gereserveerde tafel voor tien.

Eindelijk, een dik kwartier te laat, kwamen ze binnengedruppeld. Ze keken onschuldig en hadden een vreemde snuiter bij zich, een neef van Veronica’s kant. Hij moest rijk zijn en een welgesteld leven leiden. En hij was  ziekelijk. Hij was naar Planken Wambuis gekomen om ons te ontmoeten, maar ik betwijfelde of het zijn intentie was. Hij ging namelijk weer weg. Toen was ook Veronica weer weg. Ook Joop was weer verdwenen.

We waren nu met achten, José en Louis incluis. Maar lunchen konden we niet omdat we niet compleet waren en het werd intussen half twee, kwart voor twee... Veronica kwam terug en Joop ook, gelukkig, maar hij verdween alwéér. En zo verstreek bijna een uur en we hadden om twee uur nog niets gegeten ondanks de afspraak.

Het is waar, ik mopperde. Ik vond het geen stijl, dit was niet de bedoeling van deze dag en die neef had niets met ons te maken en wij niets met die neef, hij was van Veronica’s kant. Er was te veel gehaper gaande, de familiedag begon verkeerd voor ons allemaal en de familiale lunch, waar zeker een half jaar lang naar was uitgekeken, liep in de soep, figuurlijk.

Ik had grote trek. Miets bood lief haar stukjes appel aan, in een plastic builtje gebundeld, maar ik weigerde omdat ik me niet wilde volproppen met liflafjes, ik wilde lunchen zoals was gepland en afgesproken, en het was mijn goed recht.

Tegen half drie hadden we eindelijk te eten. Ik bibberde, dat heb ik altijd als ik te laat eet. Het komt door de broodnodige regelmaat en dat is me niet aan te rekenen, maar daar is wel rekening mee te houden. Maar wie dit feestje georganiseerd had, had vrijaf, zal ik maar zeggen, en de etiquette telt niet voor jou, maar voor de ander. Zo gaat het. Maar ach, na de eenvoudige hap knapte ik weer wat op, ook Olivier kreeg weer een kleurtje. Ik kon gelukkig de ergernis van me af laten glijden. Ik wist het leven weer te relativeren. Het is nu eenmaal zo.

Bij de aldoor dreigender wordende lucht keek ik rond en zag de slordige zijtuin waar vlier stond te rijpen, nog niet vol genoeg. Verder zag ik enkele beelden, sculptuurtjes te noemen, die ik nogal cliché vond; en toch ook wel weer aardig.

We schertsten wat, we oreerden wat, het koningshuis werd niet vergeten en de ergernis over de nepprinsessen van Oranje en over de bouwlustige kroonprins met zijn vakantiehuis in Afrika was helder genoeg. De dames Jansen, erven, stemden voor Juliana, ik deed mee. Maar Juliana is niet meer. En Bernhard was een sluwe vos, een schuinsmarcheerder die zijn leven volop heeft geleefd en dat van Juliana ook. Wat dacht je van zijn mannelijke driften en zijn buitenechtelijke kindertal?

Ik keek de kring rond, of liever, de tafel langs.

Wat is Veronica toch altijd leuk gekleed, heel eigentijds, een beetje speels ook. Ze droeg een fleurig jurkje dat slanker maakt. Het staat haar goed. Maar alles staat haar goed, ook outfits in uniekleuren als rood, groen en geel, oranje, roze en blauw, in wit en zwart. Haar kleding is altijd modieus, heeft steevast iets olijks en chics tegelijk.

In het ontwerp van deze jurk zat een hart verborgen. Ze toonde het ons. Feitelijk heeft Veronica de trekken van haar tante Greetje; zij was altijd perfect gekleed, de opsmuk bijpassend gecombineerd, tot de oorbellen toe. Het moest samen kloppen anders droeg ze het niet, ook doordeweeks. Zo ook Veronica. Zou het modieuze kleedgedrag een Jansentrek zijn? De nichten Miets en José gaan ook modebewust door hun dagen; en Miets Boddeke heeft ook haar eigen stijl, iets minder trendy, meer beschaafd artistiek, ietwat alternatief, maar altijd smaakvol.

Een ding is jammer, vind ik. Nu is de familiedag geënt op een intussen in herinnering vervaagde opa en oma, ze staan nogal veraf. Ik zelf zou eerder een familiedag organiseren rond recenter mensen, zoals tante Greetje die meer dan honderd werd en pas vorig jaar gestorven is. Zij was van alle Jansens iets én zij had ze allemaal gekend, vanaf de opa en de oma tot en met de ooms en tantes, ze wist zelfs nog van de voorouders van verder terug. Ze zijn nu allemaal dood. Maar Greetje Jansen is nog helder in beeld. Als spil van de familiedag ware zij een heerlijk karakter om aangenaam over te praten. Dat is mijn idee. Maar ik ga er niet over. Kouwe kant, noemen ze dat. Nou, zelfs dat ben ik niet. Ik mag erbij zijn vanwege Olivier, die echt niet meer alleen op stap gaat als het einddoel verder weg is dan de binnenstad van Nijmegen of het hart van Dukenburg, daar fietst hij van tijd tot tijd vrolijk heen, zeg. Wat een kei! Ik doe het hem niet na, ik rijd in mijn kiaatje rond en dat is het.

Hoe zou moeder Margarete, ofwel tante Greetje het hebben gevonden dat we allemaal samenkomen, elk jaar in augustus? Volgens veel primitieve gelovigen zal ze vanaf een wolkje toekijken of op iemands schouder zitten en aanwijzingen geven hoe zo’n dag verlopen moet. Er zijn van die dodenzoekers die het televisiekanaal, met de grote sommen geld aan verdiensten, hebben ontdekt om hun bedrog te benutten en de mensen gek te maken met woorden en boodschappen van hun geliefde overledene(n); er klopt geen hout van, want de doden zijn dood en niet bij machte zich te manifesteren via wie dan ook. Hoe intelligent moet je zijn om iemand met doden oproepen te kunnen inpalmen?

Ik had ook zo’n helderziende broer, hád, hij is nu zelf dood en wat me tegenvalt van hem is dat hij nooit meer iets heeft laten horen, weten of zien. Maar ik heb dan ook nooit in hem geloofd, dat scheelt misschien. Hij had er een broertje aan dood dat ik hem niet serieus nam in die kwakzalverij van hem. Hoe verwonderlijk het soms ook overkomt dat iemand een boodschap ontvangen zou hebben van gene zijde, het is bedrog, slim uitgedacht bedrog en anders niets. Er zit een zekere psychologie aan vast, enige levenservaring en een enorm inzicht in anderen als je dit vak wilt uitoefenen. Want je brood verdienen met gespook is óók een vak. Daar houd ik het maar op. Als troost. Want bedrog is erg, en zulk bedrog zeker.

Tante Greetje, daar is ze weer. Zoals we aan haar terugdenken, is ze nog lang niet overleden. Op deze manier houden we haar liefdevol bij ons, misschien wel voor onszelf, uit eigenbelang. Maar zij is leuk om aan terug te denken. Zij had een levensstijl en een humor die je niet snel vergeet; het was haar karakter en dat is te sterk geweest om te laten verdwijnen, het suddert nog na in onze herinnering en daardoor ís het er.

Margarete was wel een vrouw van nuchterheid. Ze had geen last van te veel emotie, ze stond met beide benen op de grond: ‘Niks geen getreur, vooruit met de geit.’ Ze zei het en ze meende het. Dat heeft haar denkelijk zo hoogbejaard doen worden, het was haar realiteitszin. Ik denk graag aan haar en weet lessen uit haar voorbeeld te trekken.

Dank je wel, moedertje van Olivier. Ik brand een kaarsje voor je, al weet ik dat je het beslist niet nodig zult hebben. Jij redt je wel, dat heb je altijd gedaan. ‘Vooruit met de geit.’

Wat denkt een mens veel. Eigenlijk denkt een mens altijd. Je bent nooit zonder gedachten.

Toen was er weer Planken Wambuis, het ging over de naam. Het had met doodskisten niets te maken, volgens Veronica. Het had te maken met lange werkhemden uit vroegere tijd. ‘Ja, zei ik, ‘dat klopt. Een wambuis is een lang werkhemd en een planken wambuis is een lang houten werkhemd dat je niet meer uittrekt. En dat is in dit begrip alleszins de doodskist.’ Maar ze stemde niet in en ik begreep dat ze het niet eens wilde zijn met deze uitleg, die is te somber, te doods. Maar ik kan er niets anders van maken, het is hoe het is.

De stoet vertrok niet aaneensluitend maar apart naar Hoederlo, we zouden daar de unieke appeltaartjes gaan proeven. Dat was leuk en ik kon het opbrengen verder te rijden, dus gingen we. Het was gezellig in Hoenderlo, eigenlijk maar een piepklein gat; er was nog kermis ook, een heel boertige kermis, vond ik, met vlaggetjes voor de leut als versiering langs de omliggende huizen en wat stukken straat. Maar zoiets geeft eenheid onder de mensen; dat is iets wat ik niet direct herken, wel ambieer.

De familie kwam aan bij Het Deelerhof. Olivier en ik zaten er al en laafden ons; we zorgen goed voor ons. Op het terras was het gezelschap aan tafeltjes aangeschoven en tussen de regendruppels door dronken we, smulden we en lachten we; de aanbevolen appeltaartjes waren klein maar fijn; toch miste ik een zekere grandeur in de kwaliteit. Veronica en Joop hadden hooglijk gejuicht over deze dingskes, maar ik vond er niet veel bijzonders in terug, behalve dat de vanillesaus erlangs gedrapeerd naar sterke drank proefde in de nasmaak. De uitbater beaamde de alcoholische tik en beweerde dat er vieux in zat, hij deed trots. Hij was een hilarisch mannetje om te zien, een fat met lokjes gekruld tegen zijn voorhoofd geplakt.

Het verbaasde me een beetje dat een extra autotrip van Ede naar Hoenderlo voor een dergelijk snoephapje was gemaakt, ik vond het nogal overdreven; maar smaken verschillen, dat moet en dat mag. En de route over de Veluwe was mooi, dat maakte weer veel goed.

Ik rekende af, de eerste ronde van drankjes en taartjes, ik wilde trakteren uit sympathie. Maar het sloeg niet echt aan en er was nog een rondje koffie besteld. Ook goed. De boekjes werden uitgedeeld als souvenir en ter vermaak, dat hoopte ik dan maar. Ik had mijn aandeel geleverd. De dag is goed geweest op een paar minpuntjes na, maar dat houd je altijd, niets is volmaakt, niemand is perfect. Ook ik niet.

De Jansendag 2009 zit erop. We zijn weer veilig en blij thuisgekomen met nieuwe herinneringen. De Jansens zitten goed in elkaar. ●

Ine Verhoeven Nijmegen 09.08.2009

 


 

Voorbeden

 

n.a.v. het drama van Koninginnedag 2009:

 

God, Gij licht bij uitstek, gij zorger, gij goede herder,

wees ons nabij in lief en leed, in vreugde en verdriet.

 

Bidden we voor hen die getroffen zijn door de aanslag,

voor de zeven doden, voor de gewonden, voor hun familie,

dat zij deze zinloosheid aan kunnen;

om troost in leegte en gemis.

 

Voor de koninklijke familie, nu zij de kwetsbaarheid van

het bestaan aan den lijve hebben ervaren;

om koninklijke kracht bij dit onmachtig gebeuren.

 

Voor de familie en de kring van Karst Tates,

zij hebben niet gevraagd om deze zinloze daad;

om troost en mededogen in leed en beproeving.

 

Voor een gezonde Nederlandse samenleving,

dat normen en waarden geen tevergeefse begrippen zijn;

om evenwichtigheid en evangelisch respect naar elkaar toe.

 

Bidden wij voor elkaars intenties.

Bidden wij in stilte voor wat ons innerlijk bezighoudt.

 

God, gij die barmhartig zijt,

wees allen, wees ons genadig.

Amen.

 

p. Frans E. Boddeke CSsR

 

 

Paasontmoeting

© Ank, 12 april 2009

In de lichte woestenij van het landschap

is nog de nawinter te bespeuren, en dan

staat daar plotseling een boompje te

wuiven met zijn bloesems als één grote

witte paasvlag van lente en vrede.

~

Over Pasen gesproken.

 

 © Ine Verhoeven 2009

 

 

12 april 2009

WIE ZICH ERIN HERKENT

Onderweg naar Pasen is in deze veertigdagentijd dit gebed vooral bestemd voor wie zich erin herkent. Je mag het van me lenen, het bidden en het overwegen. Je mag het ook met anderen delen. I.V.

©Aad de Haas, Christus staat op uit de dood - kruisweg parochie Wahlwiller.

 

 

HERSCHEP MIJ

Vandaag ben ik de mens nog die ik ben;

maar HEER, ik vraag u, herschep in mij

dat pure en dat mooie, dat wat aan mij

verloren ging door geesten van de tijd;

herschep mij HEER,

maak mij vandaag weer mooi.

Vandaag ben ik de mens nog die ik ben;

met het gezicht en met het hart van toen,

toen ik vervormd, en vervormd ben gaan

leven omdat, omdat, en anders nergens om;

herschep mij HEER,

maak mij vandaag weer mooi.

Vandaag ben ik de mens nog die ik ben;

maar HEER, ik vraag u, herschep in mij

het licht, leg in mijn hoofd een hart neer

van gedachten en win mijn ogen nieuw;

herschep mij HEER,

maak mij vandaag weer mooi.

 

© Ine Verhoeven, Nijmegen

 

 

KARAKTER

Mensen met karakter zijn vaak het mikpunt van onbegrip, achterklap en hoon. Eerlijk gezegd maken ze het er wel eens naar, maken ze het soms te bont met hun visies en scherptes, zo ook met een bepaalde hardheid in de toonzetting, zie maar naar pastoor Mennen uit Oss bij diens Vrijmoedig commentaar op www.mennenpr.nl. Hij krijgt er tegencommentaar op, gelukkig wel, want hij máákt het onzalig te bont, zonder gêne.

Maar ook ikzelf kom er niet altijd onderuit dat mensen me ‘bespreken’, ik denk omdat ik vrouw ben en hoe dan ook de eerlijkheid staaf. Vooral mannen hebben daar een hekel aan, maar ook vrouwen spuwen hun gal als je karakter toont en weet wat je wilt en zegt.

Mensen met karakter botsen vooral omdat ze confronterend zijn, ze houden de spiegel voor aan wie erin wil kijken, ze leggen de vinger op de wond, ze wijzen de zere plek aan, het zijn de dingen waar niemand echt van houdt. Toch mag je niet verzaken aan je karakter. Je mag, en moet zelfs, schaven aan eventuele mankementen,  jezelf voltooien in het goede, in het beste; maar verzaken aan je karakter kun en mag je niet. Je zou vals worden, een valse toon krijgen en ten slotte een vervalste persoon zijn. Dat wil geen mens. Daarom zullen we elkaar blijven ontmoeten, blijven verdedigen, blijven bemoedigen, blijven vertrouwen; en trouw blijven aan hoe we ten diepste geworteld zijn. Dan toon je karakter. Dan heb je karakter. Dan is je karakter perfect. Het gaat om vergeving, onverkort, dus altijd. En houd van elkaar. Daar draait het hele leven  om.  Is dit actueel genoeg om te beschouwen aan de vooravond van december 2008?

Ine Verhoeven

 

 

Onderweg naar PasenJe vraagt je wel eens af, wat Pasen daadwerkelijk aan betekenis inhoudt. Is het een religieuze ervaring die we herkennen vanuit de overlevering, een soort heilige oppepper uit de bijbel om door te zullen gaan waar je feitelijk mee bezig was? Is het een eeuwenoud overgeleverd bewijsstuk van eeuwig leven? We leerden hoe Jezus met Pasen was opgestaan uit de dood en uit zijn graf verrezen weer in de bewoonde wereld aanwezig was; weg dood, weg graf, weg vernietiging. In de klassieke joodse leer staat overeind dat de graven zich op het einde der tijden zullen openen en alle gestorven mensen dan zullen opstaan uit de dood. Dat geweldige Schriftgegeven was reeds na zijn dood en begrafenis aan Jezus geschied, en het laat ons zien dat het geloof in eeuwig leven een joods en later ook een christelijk item is; het jodendom draagt immers het christendom vanuit de oudste geloofswortels.

Pasen, nieuw leven om ons heen, bloemen en bloesems overal en jong leven in de wei, alles is nieuw, vernieuwd, alles begint weer te leven, nieuw te leven; na de lange winterslaap staat de wereld nieuw op. Het is een prachtige symboliek op het jaarlijkse paasgebeuren: de diepe slaap van de onwetendheid is overwonnen door het licht van Jezus de Christus, door het licht van de hemel, door God de vader, de albeheerder, de zorger bij uitstek, de hoogste wijsheid. Het goede zaad was gestorven om nieuw te kunnen leven, om blijvend leven te kunnen doorgeven, dus de dood ging noodzakelijkerwijs aan het nieuwe leven vooraf: zonder dood was er geen nieuwheid mogelijk. De levenscirkel van alles en allen behelst leven en dood. Wij leven om te sterven en sterven om te leven, cirkel na cirkel, het mysterie houdt niet op. Daarom zullen we ons in onze dagen altijd afvragen wat Pasen daadwerkelijk inhoudt. Ons geloof in eeuwig leven is een geloof, geen zekerheid, al zou je het nog zo graag als zekerheid willen bezitten. Maar ons credo, ons diepste geloof en verlangen, is voor ons, mensen, van groot belang, is hooggegrepen maar zalig, is zoet als honing voor onze ziel; ons credo is aan God gerelateerd, ons credo belooft ons eeuwig leven, opstaan uit de dood. En ja, de aardse symboliek van het voorjaar is mooi en troostend, en ons eigen hart vertelt ons dat ons credo waarlijk heilig is, ons grote goed, een stempel uit de hemel die ons er op een goed moment toegang verschaft: helemaal nieuw voor eeuwig. Amen. Amen.

Ine Verhoeven, 2 maart 2008

 

Vrede & Alle Goeds

Adventgeschrift 2007

Lieve Medemens,

Het wordt Kerstmis binnenkort, tijd van nieuwheid, tijd van hoop op ommekeer. Tijd ook van bezinning en van werken aan jezelf, aan je ziel, aan je geest. Werken aan jezelf, ja, want de bekering die we als gelovige mensen keer op keer nodig hebben, moeten we zélf tot stand zien te brengen, die kan een ander niet voor ons doen. Ik bedoel: je moet zélf omkeren, zélf de eerlijkheid aanhangen, zélf de waarheid aanzien, zélf de confrontatie aangaan met de dingen die gebeuren. Blijf er gerust en rustig bij, wees mild voor jezelf en voor de ander. Boos worden op de waarheid houdt geen bekering in, dat is je ziel verzwakken en je geest geweld aan doen tegen beter weten in. Houd je verre van boosheid, houd jezelf in de hand en ga liever te werk met de goddelijke hoop vanuit het geloof en de liefde:

Hoe groot en stralend zal zijn wie zijn fouten inziet en ze toegeeft, wie omkeert en het goede omhelst, wie de waarheid getrouw is en de verzoening zoekt. Zo iemand is van adel in God. Zo iemand heeft het evangelie, de goede boodschap van de hoogste hemel, begrepen. Keer om, lief mens, het wordt Kerstmis voor alle mensen, ook voor jou. Keer om en word nieuw, het zal je ziel en je zaligheid goed doen, heel goed. Je zult gezegend zijn in God, onze HEER, en in de mensen, in álle mensen van goede wil. Ik wens je een gelukkige Advent toe!

Ine Verhoeven OFS

November 2007

   

  

23 augustus 2007

Herfst in augustus

Regenslag en windenwaai

Grauwe hemel, natte straat

Wie is het die daar buiten gaat?

~

Vrouwtjes blijven thuis

Zetten koffie in een kan

Lezen in een damesblad

Wat is het kil, wat is het nat!

~

Ginder gaat de bus

De ramen zijn beslagen

Mensen kijken naar elkaar

Maar niemand weet van wie, wat, waar.

~

Wie is onderweg?

Je lief komt je bezoeken

Je hart mag zich verblijden

Vriendschap is van alle tijden.

~

Herfst in augustus

Lichte hemel, zonneschijn

Tanend daglicht, oude maan

De herfst staat klaar, hij komt eraan!

~

Ine Verhoeven

23 augustus 2007

 

 

 

 

Het Herenhuis

Brugstraat 7

~

Doorheen de hoge kamers waart

een oude zucht van leven; hij die er

gestorven was, vertrok er niet.

~

Daarachter stond een hoge struik

met rode rozen tegen de linkermuur

geplant, vanuit het huis gezien.

~

Nu staat een seringenboom te

pronken over stenen heen en bloesemt

jaarlijks witte kelken vol geluk.

~

De tuin verwerd tot binnenplaats.

De auto kreeg een kluis met groene

roldeur en een uitrit naast de kerk.

~

In kieren van het kolenhok was de

klimop ontsprongen; hij bloeide

lachend geel langs het platdak van zink.

~

‘s Mans grove knuisten, die soms

teder waren, trokken uit alle macht

de takken met de bloesems weg.

~

Ze gingen dood en bij het afval

neergezet, was het karwei geklaard.

Maar hechte wortels sterven niet.

~

De zucht die door de kamers waart,

verlaat niet wat hij heeft gezaaid ten

leven, en jonge takjes zijn ontsproten.

~

Ine Verhoeven

© 2005 Nijmegen tekst 18 februari./foto 2007

 

 

 

Verwegland,  december 2006

 

 

 

Bovenstebeste kinderen,

lieve pa en moe,

~

Een hele rare oude man

Met een baardje en een jurk an

Die ging uit winkelen in de stad

Hij dacht, hij zocht: o, vind ik wat?

~

Hij was allang een beetje dovig

Een beetje kippig, en ongelovig

Hij liep wat krom, met een blauwe stok

De literaire jokkebrok

~

Hij smulde graag bananensoes

Hij was wat dikker dan dat moes’

Maar niks ging hem een deur te ver

Hij toverde een witte ster

~

Met magische talenten

Al had hij niet veel centen

Hij kocht een varken met een gleuf

Of wat was het voor ‘n beestje?

~

Het leek op ome Reesje

Die dikbuik met zijn geldteveel

Door zijn rijkdom vreet dat ventje méél

Maar ja, dat doen die centen

~

Ze maken gierige krenten

En ze strooien suiker in de pap

Zo worden ze vet bij elke hap

Enfin, die ventjes zien het maar

~

En dít mannetje oud is ook al zo raar

Hij heeft dus dagen lang gelopen

Hij wist maar niet wat hij moest kopen

Het is een hele klus geweest

~

Toen hij alles had, was dat ‘n feest

Al was hij al weer vergeten wát

Hij in al die pakjes voor iedereen had

Hij was toen snel naar huis gestoven

~

Hij zeulde de buitjes mee naar boven

Hij dacht: wie wil er nog geloven

In Sinterklaas en Zwarte Piet?

En hij deed zijn jurkje uit

~

Hij deed zijn baardje af

Hij zakte op zijn canapé

Hij bad: wie helpt mij heden mee?

Hoe krijg ik alles binnen daar?

~

En kijk eens! Het is hem gelukt!

Wees blij en een beetje verheugd verrukt

Met wat dat mannetje had vergaard

Met bril en stok en witte baard

~

Tot volgend jaar!

Dag kinderen, grote mensen!

Behoud je goede wensen!

En wees maar blij met wat je hebt

~

Het gaat niet om de grotigheid

Maar om de lieve gezelligheid

Dat schatten! Dit was mijn gebaar

In de laatste maand van het oude jaar.

~

I.V. alias Maatje O.

 

DE HERFST, EN VAN GOD

~

Vandaag heb ik de herfst aangezien

Ik had de laatste roos gesnoeid ~ nog

van de zomer ~ en toen heb ik de

herfst in mijn huis gehaald;

daar zat hij in de armstoel van

mijn vader; hij sprak van God, van

leven en van dood; van mensen,

dingen, klein en groot; en toen

viel hij in slaap, de wijze ziel

~

Ik heb toen heel lang naar de herfst

gekeken, en hem bewonderd om zijn

broze kleurenpracht, zijn late lichaam

en de lijnen rond zijn ogen en zijn mond,

die sensueel was en zo mild nog had

gesproken, ook; ik dacht: wat is het goed

dat er de jaargetijden zijn en dat de

herfst nu is gekomen in mijn woning; hij

is de tijd van bidden en van dromen

~

Van eten, drinken, slapen, van nog even

te bestaan, van toch nog verder willen gaan;

de tijd van kleinkind en van zijn, van hoge

kerken bezoeken, pianospelen, bridgen en

van port ~ of wil je sherry? liever koek?

Hij is de tijd van weten en van geven, want

nemen hoeft niet meer; de tijd van luisteren

naar jou en van de liefste brieven schrijven

De herfst, de tijd van weemoed, en van God

~

© Ine Verhoeven

~

Uit: Van mensen onderweg - Ine Verhoeven 2003.

ISBN 90-76576-15-7.

 

 

Wie mijn site bezoekt, verplicht zich bij overname of citeren van teksten het copyright te respecteren

en altijd te vermelden minstens de naam van de auteur, in dezen t.w. Ine Verhoeven.

~~~

 

 

Wat wil het mensenhart bereiken?

In oktober is de zomer voorbij en de winter staart je aan in de nabije verte. De bomen zijn nog groen genoeg, er bloeien nog volop bloemen. Je staat met je ene voet treuzelend in de zomertuin, met je andere voet stap je opwaarts, je betreedt het pad naar de warme, inpandige huiskamerzit. Het seizoen verandert je gedrag, je behoefte, je verlangen.

~

Ik keek mijn ogen uit bij Intratuin: het was vorige week, einde september, en de kersttafels waren al klaargemaakt. Overal pronkten kerstspullen, kerstpoppen en kerstbomen, kerstballen en kerststerren, kerstkaarsen en kerstservetten, te veel om op te noemen. Ik was verbaasd en tegelijk teleurgesteld: Kerstmis is pas over 3 maanden, een heel seizoen te gaan. Moet ik dit kersttoneel nu al ondergaan? Het voelde niet goed, ik was afkerig, ik wil de herfst beleven, fris en onbelemmerd, ik wil wandelen in het bos, paddestoelen zien, eikels rapen en beukennootjes, ik wil het graf bezoeken van mijn ouders als het november wordt, ik wil Allerheiligen en Allerzielen vieren, en Cecilia, Lucia en in december de Advent. Daarna komt Kerstmis, pas dán.

~

Ik kocht een prachtige pot met herfstbloemen, bruin en geel, en een nieuwe deurmat, voor mijn herfstbezoek, 2 potten kleine blauwe bloempjes die de winter kunnen verdragen, en een zak potaarde van 10 kg. Mijn balkon staat in eenvoud te fleuren, de geraniums zitten vol nieuwe knop, de rozen staan gebotteld, de hortensia’s staan passend verdroogd mijn stekje te sieren, de heide biedt haar paars vervagend aan; ik voel me rijk met de herfst, met zijn schrale kleuren en karakteristieke geuren, met zijn vogels op trek. Gisteren zag ik bij Oortjeshekken ontelbaar veel mussen, druk en doenerig en hongerig, ze wonen daar, en het deed me goed deze ouderwetse beestjes gade te slaan; de mus is terug, heb ik gedacht en ik heb ze gevoerd met mijn koekje. Hemel en aarde passen zich aan aan de herfst, je voelt het, het hangt in de lucht. Het zal regenen, het zal sneeuwen, het zal hagelen, het wordt koud. Maar daar heb je dit jaargetijde voor. Het is onze Moeder Natuur die haar werk doet, perfect en alles op haar tijd. Kerstmis komt, Kerstmis komt vanzelf. Ik ga voorlopig niet meer naar Intratuin. Hoewel… we hebben tegenwoordig ook nog Halloween, overgewaaid uit Amerika. Maar ja, wat waait er nou niet over uit Amerika? Zij, de Amerikanen, hebben in oude pionierstijden onze Kerstmis meegenomen naar hun nieuwe stek. En wij op onze beurt krijgen hun Halloween. Een griezelspektakel, een kant-en-klaar herfstfeest. Wat wil het mensenhart bereiken? Het is de sfeer van de tijd. Het zit in je, in je genen, je bent ermee aangemaakt. Oktober. November. Herfst. Heerlijk.

© Ine Verhoeven, 2006

 

 

O augustus, ijdelheid

~

O augustus, ijdelheid.

De zomer is te allen tijd

Met jou verenigd, onbeschroomd.

~

Je bomen dragen vruchten.

Je bloemen zijn verzadigd,

Je tuinen loom en uitgeput.

Je jaargetij wordt oud.

Je bent nog wel bekoorlijk

Al oog je niet meer frank en jong.

Je bent door wijsheid aangeraakt.

Je houdt van grijze luchten,

Van rust en kalmte, rozenrood,

Van waterglans en ganzenpraat,

Van kroos op brede sloten.

~

O augustus, ijdelheid.

De zomer is met jou gemaakt,

Met al je oude tinten groen.

Met je verwaaide lovers.

Met meren die zijn afgekoeld.

Met boten die nog varen gaan.

Met dijken in het zonlicht.

Met oudjes op hun wandeling.

Met hondjes trouw als geen.

~

O augustus, ijdelheid.

Met druiventros die rijpend’ is.

Met wijnkaraf die smachtend staat

Te wachten op de rode drank

Om hem straks uit te schenken.

~

O augustus, ijdelheid.

De steden gaan hun oude gang.

De ijscoman verkoopt zijn ijs.

De marktlui keren weder.

Hun kramen worden aangekleed

Met nieuwe stof en materiaal

Uit ‘t land en verre streken.

~

O augustus, ijdelheid.

Straks als de winter er weer is,

Gaan pa en moe de zomer doen

Waar zonlicht wordt beloofd.

Daar raken ze weer bruinverbrand

Met buikjes zeer geconserveerd

En keren pas rond Pasen terug

Omdat hier dan weer zonlicht is.

~

O augustus, ijdelheid.

Aan jou zal het niet liggen.

© 2006 Ine Verhoeven

 

 

© Illustratie via Internet

 

De juli en een dag eraf

 

De juli streelt met zonlicht

langs de velden en in de bomen

klinkt van hoog het krassen van

de kraai; de ekster hipt en pikt

zijn voedsel op uit gronden en

langs de vaart klapwiekt een

reiger langs een mees, eraf, eraf

 

De juli bleekt met zonlicht

de gewassen en uit de zanden

rijst hoog op het groenrijpende

graan dat even nog mag wachten

op voltooiing in rijp om dan

te verdwijnen, door kapslag van

het veld gehaald, eraf, eraf

 

De juli speelt met zonlicht

langs de daken en alle muren

staan strak van 't witte heet;

en de klimop versiert de binnen-

plaats van huizen en groeit met

speelse slag hun kamerogen toe;

'n mens wacht op de nacht, eraf.

 

© Ine Verhoeven

Uit: De Muren Hebben Armen

Zomeravondherinnering Ravenstein 1998.

 

JUNI

 

Juni met je hemels blauw

Je zonneschijn, je maanlicht

Juni met je wolkenspel

En regendruppels nat.

 

Juni met je bloementuin

Je rozen in de perken

Juni met je eg’lantier

Die langs de muren klimt.

 

Juni met je zwoel gemoed

Je warme zomeravond

Juni met je kortste nacht

Van alle nachten lang.

 

Juni met je wandelaar

In bos en duin, langs dreven

Juni met je maritiem

En jutters bij de zee.

 

Juni met je vogelhart

Je lokroep van de koekoek

Juni met je zwanenkroost

En nachtegaalgezang.

 

Juni met je hete zon

Je donder en je bliksem

Juni met je kille kou

Wie maakt de kachel aan?

 

Juni met je boomgedruis

Je broeierige dagen

Juni met je bronstigheid

En kikkers in de poel.

 

Juni…

© 2006 Ine Verhoeven

Nijmegen 8 juni om 06.25 uur.

 

 

 

MEI

 

Mooie meimaand

Vogellied

Bloesems, bloemen

Teer en niet

Struik met takken in de bloei

Lichtgroen gekleurde blaadjes.

~

Mooie meimaand

Lenteklank

Stemmen, zangen

In gebed

Ranke populieren hoog

De wind die biddend voort ruist.

~

Mooie meimaand

Jonggekleurd

Kind van mensen

Opgewekt

De voetjes in de laarsjes

Stappen langs de smalle sloot.

~

Mooie meimaand

Riet en gras

Eenden, zwanen

Statigheid

Snavels in het groene kroos

Van vijvers bij kastelen.

~

Mooie meimaand

Hemelblauw

Wolken dragen

God voorbij

Zon en regen strelen hem

De mensen blijven dromen.

 

© 2006 Ine Verhoeven

 

 

 

© WACHTEN Geertje van der Zijp(1960)

 

April

 

April, jij maand van jong gemoed

Van wijde lucht en wolken grauw

Van regen, sneeuw en hagel.

~

April, jij maand van gras en groen

Van zon en maan en lentekou

Van tere sluierbloesem.

~

April, jij maand van aardegeur

Van struiken nog niet aangekleed

Van treurwilg en ranonkel.

~

April, jij maand van grilligheid

Van ijs nog in het polderland

Van nachten zonder zwoelte.

~

April, jij maand van veulens klein

Van lammetjes en boterbloem

Van klavers langs de sloten.

~

April, jij maand van perspectief

Van oude dood en pril begin

Van opgestane vreugde.

~

April, jij maand van overgang

Van land van God en eeuwigheid

Van nieuwheid in de mensen.

~

April, jij maand van levensmoed

Van vrolijkheid en gulle lach

Van zonneschijn en bloesjes.

~

April, jij maand van tederheid

Van kindertijd en hoogbejaard

Van jong en oud in vreugde.

~

April, jij maand van allerlei

Van donderkop en blauwe lucht

Van zon en Gods genade.

 

© 2006 Ine Verhoeven

 

 

Herkend in wintergrond

~

Mijn hazelaar, je houdt mijn ziel

gevangen tussen je grillige naaktheid

en je zachte bloesemtrossen naar benee

hangend boven zwarte aarde in mijn

doodstille tuin die zwijgend wacht

in siddering voor de koude grond

waaronder het warme zaad zich

broeiend beweegt naar nieuw leven

~

Ik had je nog maar pas geplant, zo teer

al weerstond je wiegend klappende vlagen

van winden en stormen, buigzaam als ik.

 

© Ine Verhoeven

(In: Witte koekoek en roomse kamille, 1997, pagina 12. Uitgever Dabar/Luyten.)

 

Januarivogeltjes

 

Ik heb de januarivogeltjes gehoord

en op het flinterdunne ijs

zag ik de witte meeuwen

~

In de hoge, kale bomen

zaten de zwarte kauwen

- groot als raven -

en de zwarte schapen

graasden iel groen wintergras

~

Bij de sappenloze bessenstruik

mekkerde een grijze geit.

I.V.

 

***

Witte winterwandeling

 

Ik zie vogeltjes met witte borstjes

en denk: dragen zij hun witte zielen

zichtbaar op hun veren winterjasjes mee?

~

Naast zwartgeschubde bomen ligt

het witte meer als een bevroren ziel

en staart me ijzig aan in een harde

naakte waarheid waar ik zó van houd.

I.V.

 

Uit ‘Witte koekoek en roomse kamille’, Ine Verhoeven 1997, uitgever Dabar-Luyten.

 

Liefhebben, opnieuw

Door Ine Verhoeven

 

Je voelt in deze dagen de adventsbelofte zinderen, zozeer dat a.h.w. alles om je heen ermee wordt aangeraakt. Het gaat in deze tijd om de komst van de goedheid, om het prille licht dat ons na de donkerste uren van het jaar verschijnen zal; het gaat om de heilige ontmoeting met de hoogste liefde die ons, mensen, geneest; het gaat om het nieuwe innerlijk van mensen, dat gestalte krijgt met de geboorte van het pure kind van Betlehem; het gaat om donker en licht, om oud en nieuw. Je bent in de laatste maand van het jaar. Wat wil je er mee doen? En wat betekent Kerstmis voor jou? Misschien dit: Je legt de oude mens af, je wordt met de nieuwe mens bekleed. Je wordt in je hart opnieuw geboren, mét de kentering wordt je oude ziel vernieuwd.

~

Dat zou mooi zijn. Godsvruchtige theorieën laten zich lezen, of horen in liederen. O, je kerstfeest mag mooi zijn, vol van genade en waarheid. Maar je moet er iets voor doen. Niets komt je zomaar aangewaaid. Je moet denken en doen zien te verenigen.

~

Ik vermoed dat veel mensen in de donkerte van de winter hunkeren naar een sprankeltje aandachtigheid, naar een sterretje gezien worden, naar een puntje medemenselijkheid. O, je hoeft niet in het groot bemind te zijn, of te beminnen. Als je maar steeds weet dat jij en ik en alle mensen het absolute bestaansrecht hebben, dat iedereen recht heeft óók op een leven vol van hoogstaande liefde; zonder de werkelijkheid van je lot geweld aan te doen, want het leven laat zich niet dwingen.

Ik heb mijn liefdesgedicht uit 1998 opgezocht, ter bemoediging voor wie het verstaat.

 

Waar ga je heen? Waar ga je?

 

Doof en blind en stomgeslagen

vind ik geen weg, hoor nergens klank

nergens waarheid, nergens waarheid

Ik raak vermoeid, mijn hart is moe

~

Mijn hoofd weet van de straten niet

waardoor de liefde schreiend wandelt

Ik zie haar niet, ik weet haar niet

Ik leg mij neer, mijn hart is moe

~

En met mijn ogen stil gesloten

rust ik van het zoeken uit en

'k slaapdroom ongerust mijn dromen

Ik zoek niet meer, mijn hart is moe

~

Plotseling ga ik door de straten

waar ook de liefde schreiend wandelt

langs huis en kerk, langs hart van steen

Geen ziet haar aan, mijn hart is moe

~

Dan keert de liefde, ziet mij komen

strekt haar armen naar mij uit

Ik zie, herken, ik weet en hunker:

Waar ga je heen? mijn hart was moe

~

Nu waakt het op, ik kus de liefde

haar tranen wassen mijn bestaan

Niet doof, niet blind, niet stomgeslagen

zie ik ménsen door de straten gaan

~

Waar ga je heen? Waar ga je?

 

Naar Matteüs 9,27-31; Lucas 1,1-4 en 4,14-21

Uit: De muren hebben armen, 1999, Ine Verhoeven

 

Liliane

 

Kind van de wereld

Kind van God

Getroffen in je menszijn

Kind van zorgen

Kind van het lot

De mensheid denkt aan jou

~

Mens van de wereld

Mens van God

Strek uit je gulle handen

Mens van zorgen

Mens van het lot

Ontken gekwetstheid niet

~

Draag elkander door de wereld

Draag elkander voort naar God

Draag elkander in de liefde

Verlicht elkanders levenslot

~

Zie de dappere kinderen voortdoen

Zie de mens, gekwetst, gewond

Zie hoe allen gaan door het leven

Zie hun broze levensstond --

~

Maak geschade mensen heel

Maak de kinderen zorgeloos

Wend je blik niet af

Maar strek je lieve handen uit

Naar de kleine mensen groot

Naar élk kind van God --.

 

© Ine Verhoeven

Nijmegen, augustus 2005.

Geschreven voor Lilianefonds.

 

Hemelgangers

De bergweg naar God

is mistig en glad

heel mistig en heel glad

ik rijd voorzichtig

ik heb de tijd om bij God te komen

maar kijk toch eens even:

daar scheuren heiligen voorbij

ze hebben haast, heel veel haast,

die heiligen, om bij God te zijn

hun liefdemeter slaat ver uit

heel ver, boven de zeven maal zeventig

turend door de mist denk ik:

zijn míjn geliefden veilig aangekomen?

© Frans Boddeke De Treinman 1997.

 

OKTOBER

 

Oktober heeft haar kleuren uitgedaan.

Van bladeren slordig op de grond geworpen

heeft zij tapijten over paden heen gelegd

omdat de avond in het land is aangekomen

omdat de tijd het kille landschap heeft gehard.

Oktober heeft haar kleuren uitgedaan.

 En in de oudste tinten brons, amandelgoud

ligt zij verliefd te wezen, staat in naakt te wachten

hangt zij te dromen boven bladderend getakte

zweeft zij in onrust, zwoel en vruchtbaar, door de nacht

waar wolken spelen, en bedreven naar haar grijpen

waar misten haar omhullen met een sluierige jas.

 Maar, als slagregen de aarde heeft doordrongen

en alle leven stilaan weggestorven lijkt

- ook als de dondergoden nog niet willen zwijgen -

dan zijn de krachten van oktober ingegaan

dan zijn de krachten van oktober uit de kleuren ingetreden;

rust zij in zwanger trots, oktober, en zij wacht ~~.

 

Ine Verhoeven

© 2000 Ine C.Th.M. Verhoeven Nijmegen.

 

Septemberlief

 

O september, met je aardegrond

warm van de herfstzonnegloed,

met je vogeltrek, appelrood, mist;

met je vlierbes zwart en je bronzen blad

aan de bomen in oud en verleen;

was het Gods stem in jou, september,

die door jouw najaarswinden trilde en

plots, langs de huizen, weer verdween?

 O september, met je dauw en je nevelgroen,

met je spel in het jong en het oud;

o lief met de ogen van God in je wolken,

met Zijn melodie in je wilde wind;

was het Gods traan om jou, september,

die daar blonk in de frêle ochtendzon,

waar de spin nog spon tussen halm en stam,

waar de tor, juist, werd opgetild door een kind?

 Of was het de hand van God, september,

die strelend nog langs de aarde ging?

 Ik zie je, september, ik weet het wijze van

Hem in jou; ik weet het zijn van Hem in jou.

Ik bemin je, september, ja ik bemin mijn God

die beweegt in jou, o ja mijn God, Hij leeft in jou.

 

© Ine Verhoeven

 

15 augustus 2005 Maria Tenhemelopneming

 

 

Heilige Madonna van Rocamadour Frankrijk

 

Maria mijn

 

Vroeger was u mijn Maria

In de maand van mei

En met uw Stille Ommegang

Was ik uw bruidje blij

 

Ik zie u nu alleen nog maar

Als ik ter beevaart ga

Ik spreek u nu alleen nog maar

Als ‘k bij uw beeldje sta

 

Vroeger plukte ik seringen

Voor bij uw beeltenis

En anjelieren nam ik mee

naar ‘t Lof en naar de Mis

 

Ik zie u nu alleen nog maar

In mijn herinnering

Ik weet u nu alleen nog maar

Als ik uw Lofzang zing

 

Vroeger bad ik het weesgegroet

Voordat ik slapen zou

En door mijn kleine rozenkrans

Was u mijn Lieve Vrouw

 

Maar

 

Nu zing‘k van harte u ter eer

Als ik ter beevaart ga

Nu spreek‘k van harte u ter eer

Als ’k bij uw beeldje sta

 

Geen mens heeft ooit mijn hart ontroerd

Als u, Maria mijn

En waar u in de hemel bent

Daar wil ik later zijn.

 

Ine Verhoeven

IN DE ZOMER

 

In de zomer is het goed

toeven met je vrienden,

in de zomer is het goed

met Jou op weg te zijn.

 

In de zomer is het goed

buiten theetje drinken,

lekker lui zijn in de zon

bij zoete witte wijn.

 

In de zomer is het goed

korenbloemen plukken

en margrieten uit ‘n wei

waar enkel God kan zijn.

 

In de zomer is het goed

geurig land te ruiken;

appelrood, ligustergroen

dat alles vol doet zijn.

 

In de zomer is het goed

mensen te ontmoeten,

kleur en ras van allerlei,

zoals de bloemen zijn.

 

In de zomer is het goed

toeven met je vrienden,

in de zomer is het goed

met Jou op weg te zijn.

 

© Ine Verhoeven Nijmegen 2004.

Dagje strand

 

Strandnimfen strooien bloemen langs de duinpan

In wolken speelt een god met zijn godin

De wind stoeit langs het strand met paarlemoeren

Twee honden dansen met een zeemeermin

 

Hollandse ganzen rusten op een stoomboot

Een platvis zwemt zijn hemel tegemoet

Verliefde kreeften krabbelen een zeepaard

Een anemoon deint mee op eb en vloed

 

En aan dit zeebeeld kan ik niet voorbijgaan

zonder mijn woord te schrijven in het zand:

Ik heb een hart getekend met twee pijlen

- en luid gezongen van mijn Nederland.

 

Ine Verhoeven

Uit: © In het land waar mensen wonen 2005, Ine Verhoeven.

 

Afbeelding: Zonnelied van Franciscus van Assisi

 

 

JUNI

 

Juni, maand van zomerzon

met licht vervuld van God

met nevel en met zonnestraal

met regen en met droogte

met stormwind en met lichte bries.

 

Juni, maand van zomerzon

met bloei en groei van allerlei

in kleuren van het leven

met gonzen en met hoog gezang

van God gebenedijd.

 

Juni, maand van zomerzon

en goddelijk verlangen

met zwaluwen langs het hemelspan

en langs de malse weiden

met mens en dier op goede voet.

 

Juni, maand van vrolijkheid

van groeten en van afscheid

met dagen vol realiteit

met leven en met sterven

van God gebenedijd.

 

© Ine Verhoeven

25 juni 2005