![]()
Ik ben Lorieta, jullie kennen me niet, maar ik ken jullie wel van horen zeggen en vertellen hier in huis. Jullie zijn boffers dat jullie zo’n echte knusse Valentijnsdag hadden met zijn tweeën op de canapé, ik ben een eenzame vogel in mijn soort hoewel mijn baasjes altijd bij me zijn, ze laten me nooooooit alleen, niet langer dan een paar uurtjes en dan komen ze weer terug en dan roep ik: hallooooo oewédoooo en dan zing ik en fluit ik alles wat vrolijk is en wat ik zingen en fluiten kán, ik heb heel wat geleerd in al die lange jaren, ik ben al oud, hoor! Misschien wel veertig, ze weten het hier niet precies omdat ik pas 33 jaar in hun familie ben, daarvóór was ik verschillende jaren op enkele andere adressen, maar ze weten hier niet hoeveel jaartjes bij elkaar geteld dat is geweest, ik ook niet natuurlijk, nou ja, wat geeft het, ik ben blij dat ik hier woon en dat ze zo goed voor me zijn. Er waren hier nog 2 andere papegaaitjes maar die wonen nu in een chic dorp en in een ruim huis waar ze rond kunnen vliegen, dat kon hier niet meer met mij erbij, ik schrok me rot van die fladders om mijn oren en die twee wisten niet waar ze moesten kijken hoor, ze vonden me maar groot en raar, enfin. Mijn Valentijnsdag was ook heel fijn maar verschilde toch niet veel van de andere dagen, die zijn allemaal even fijn, ik zit graag op mijn trapezestok hoog boven in de kooi en af en toe stap ik op de hand of op de schouder van het vrouwtje en dan gaan we samen aan de wandel, ook klauter ik graag langs de kooi omlaag naar de grote tafel, daar stap ik dan rond en het is zoiets als een dagelijks uitje, ik moet ook in beweging blijven, net als jullie, hoor. Ze hebben vroeger mijn slagpennen gekortwiekt en nu moet ik als gevleugelcapte vogel door het leven, maar ik ben eraan gewend hoor, het gaat me heel goed en het leven is best plezierig met al die blije mensen in mijn buurt. Weet je wat er gebeurt als er visite komt? Dan staan al die lui te roepen en te lachen en hallo Lorieta te zeggen en ze proberen me te krauwen of vlug even aan te raken, in de hoop dat ik niet zal bijten, maar ik maak meestal wel een bijtbeweging hoor, ik kijk wel uit, als ze me verkeerd vastpakken ben ík de klos, ja toch? Maar ik verklap het je: mijn snavel is intussen net zo oud als ik en ik bijt niet meer zo hard, hoor, maar dat weten zíj niet! Het blijft mijn reddende wapentje, reken maar! Ja, zo hebben jullie, honden, je blaf, denk ik, dat is jullie redmiddel om mensen op afstand te houden. Ik blaf ook wel eens, hoor, dat leerde ik van al die hondjes die bij mijn baasjes hebben gewoond, maar ik blaf alleen maar een beetje als ik onder de douche moet, brrrr, vroeger vond ik het leuk maar tegenwóórdig, oewédooooo! Er is niks meer aan. Maar daarna, als ik dan weer droog ben, dan is het wel een feest hoor, dan voel ik me weer fris en frank, verstaan jullie mijn papegaaientaal eigenlijk wel? Nou ja, zo niet, dan vertalen jullie baasjes het wel voor jullie. O ja, ik heb in mijn leven in totaal 3 eitjes gelegd, vrouwtje Caterina heeft ze bewaard. Maar die woont hier niet meer en als souvenir heeft ze die eitjes van mij bewaard met enkele veertjes die ze zo mooi vond, nou zeg, oewedooooo, hebben ze nog relikwieën van me ook! Ik ga nu weer een dutje doen, mijn oude dag gebiedt het me, ja jongens, honden bedoel ik, het is hier net een bejaardenoord, ’s middags ligt iedereen hier in huis te ronken, op de bank en in de stoel, en ik zit bovenop de kooi en slaap stilletjes met ze mee, zouden jullie ook doen, hè?
Nou, Paddy & Dobby, nu kennen jullie me een beetje en ik doe jullie veel groeten. Het mag jullie goed gaan en wie weet, worden jullie nog eens net zo oud als ik nu ben, zou een wereldwonder zijn, maar je weet het niet tegenwoordig…
O ja, ik wil nog even klappen dat jullie móóie borders zijn, om verliefd op te worden, als ik dat al niet een beetje ben, hoor. Knáppe honden zijn jullie, wauwkrauw!
Dag! Oewedooooo! Hallo, dit was Lorieta,
Krauwwmm.
Nijmegen, 18 februari 2008
![]()

Het rozeje is Kipje, het geeltje is Brokje.
Lieve tante Sybil,
Omdat u jarig bent geweest en omdat oom Wil en u 40 jaar getrouwd zijn, bieden onze baasjes Frans & Ine ons aan jullie aan als symbolisch geschenk van trouw en lievigheid; en al zijn wij af en toe een beetje bijterig naar vingers toe, wij zijn toch wel heel erg lief, wij zijn agapornisjes, dat betekent: liefdesvogeltjes. Wij gaan in de late namiddag slapen, eerst kwetteren we en dan mogen we apart staan onder de rode doek, die is dik genoeg om voor ons de nacht na te bootsen, ziet u. Hoe stiller en donkerder we ’s avonds staan, hoe stiller we zelf zijn; het is onze natuur en we willen niemand tot last zijn. Ons voer is altijd erg goed geweest, het vrouwtje geeft alvast wat mee, daar zijn we zo gezond van. We worden af en toe verwend met fruitstengels en regelmatig met gierst, dat is erg gezond voor ons. We baden 1 keer per week onder de douche, lauwwarm water, en onze kooi wordt regelmatig schoongemaakt. Als er een badje is, gaan we er ook in, en als er een kraan is met een dun straaltje, dan willen we er ook wel onder spatteren, maar de douche is praktischer, zegt het vrouwtje. We eten ook kiezeltjes, dat moet om onze maagjes gezond te houden en onze darmstelseltjes.
O ja, we mogen geen tocht hebben, want dan is de kans dat we te vroeg doodgaan te groot. We hoorden de baasjes tegen elkaar zeggen dat vooral de kindertjes maar niet met hun handjes te dicht bij ons moeten komen, want we zijn altijd erg op onze hoede, maar dat zit ook in onze natuur, hoor. Tante Sybil, als u ons meeneemt, weten we dat we het goed zullen hebben bij u, en u krijgt in de plaats daarvan de vreugde in uw huis, let maar op, zeg maar de franciscaanse vreugde, en dat begrijpt u wel, hè? Hartelijk gefeliciteerd met alle feestjes die u en oom Wil te vieren hadden en hebben. En ook Zalig Kerstfeest 2007 en Gelukkig 2008 voor u en alle lieve mensen in uw kring. Hiep, hiep, hiep, hoera voor tante Sybil & oom Wil! Enne, de groeten erbij van onze baasjes Frans & Ine. En nu óp naar Vinkeveen… fijn met de auto mee… rrrrrtttt… toetoetoet, we kómen! Good luck! Is getekend,

Kipje & Brokje van de Nobelen van Wolverlei
![]()
![]()
3 juni 2007, Vinkeveen.
Lieve Ine,
Sinds 23 mei hebben wij een gansje, midden op de plassen zagen wij opeens een klein sniepend dier op de vlet afzwemmen, ik deed mijn hand buiten boord en hij zwom er zo op; ik heb hem gelijk in mijn badlaken gewikkeld en ondertussen voeren wij rond op zoek naar de ouders, maar nergens een gans te bekennen. Wat nu? Boven zijn kopje cirkelden de meeuwen al. Mee naar huis! Zo gezegd, zo gedaan. De eerste nacht heeft hij in een doosje met stro en handdoek overnacht, donderdagochtend heb ik hem even een uurtje bij mij in bed genomen. Wat een pracht: ik heb hem Joris gedoopt.
Vervolgens heeft Joris 4 nachten in bed geslapen op een handdoek naast mij, prachtig, hij reageerde gelijk op mijn stem en tweede Pinksterdag had hij 's nachts flink zijn best gedaan met zich te bevuilen, voor mij een teken dat hij voldoende voedsel tot zich neemt, maar vanaf die dag slaapt hij in de bench van Tommie, met stro en elke dag vers gras en muurt, hij eet ganzen/eendenmeel, aangemaakt met water, gaat elke dag zwemmen achter het huis, ik sta dan in de tuindersvlet en 'stuur een beetje bij' met een visnetje als hij te ver gaat en soms schep ik hem er met het netje uit. Een andere keer zwemt hij op mijn hand, wij genieten volop van het dier, hij is al 2 keer mee geweest naar de kleinkinderen in De Meern en zwemt dan bij hun in de vijver. Verder loopt hij los op het pad en graast hij gras, een pracht gezicht, ik zit dan lekker in een stoel op het pad en hij loopt al sniepend om mij heen. 's Avonds zit hij heerlijk bij mij in mijn nek, zoals jouw vogel altijd bij jou deed. Zo zijn Gerrit en ik druk met 'iets'. Ook loopt hij achter mij aan waar ik ga.
Ria Berkelaar-Wirsing
Ine schrijft:
Ik kon het niet laten, moest dit kleine, fijne verhaal doorvertellen middels de website, je ziet bijna wat er gebeurt als je het leest, het is vertederend. Vanavond hoorde ik op mijn voicemail de kleine gans piepen, Ria had me opgebeld en Joris laten ‘spreken’, ik heb ervan genoten. Dat piepen van hem wordt gakken, het mag van mij nog even duren, maar zo klein als het beestje is: hij zal een volwassen gans worden. Wat een pret, wat een geluk! Ik denk dat Ria & Gerrit & Tommie er nog veel plezier van gaan beleven. Tamme ganzen, dus huisganzen, zijn dankbare huisdieren. Wist je dat er ganzenbroekjes in de handel zijn? Omdat ze niet zindelijk te maken zijn, heeft men in Amerika originele ganzenbroekjes ontworpen. Een streling voor het oog, zo’n aangekleed gansje! Nou, zodra ik de mogelijkheid heb, wil ik Joris graag ontmoeten. Zou dat mogen van Ria & Gerrit?
![]()
Ondeugende Dobby
Moeder Rieke overstuur
Storm in een glas water
Ha die Ine,
Even een verhaal wat ik gisteren meemaakte met de kleine Dobby.
Gisteren was ik laat uit bed, dat gebeurt wel vaker op donderdagochtend. Mijn brood had ik gesmeerd in de keuken, met de bedoeling dat op te eten in de huiskamer op de bank, met m'n krantje erbijen een koffietje.
M’n medicijnen, die ik altijd 's morgens inneem, had ik boven op de boterhammen gelegd en ik droeg zo het ontbijtje naarbinnen; normaal, als ik alleen eet, leg ik dat brood op een broodplankje, maar dit keer niet. Dom achteraf, want wat gebeurde er?
Bij de tafel aangekomen viel er een medicijn op de grond en razendsnel als Dobby is, had ze het te pakken, ze kauwde het kapot en slikte het door, mijn verwoede pogingen om het uit haar bekje te halen, mislukte.
Dan ga je heel snel handelen, ik weet hoe ik op het eerst medicijn reageerde, dus ik belde meteen de dierenarts; die wilde de stoffen weten, die ik meteen door kon geven want die staan op de bijsluiter. Hij zag op de computer dat het een pup was, die het medicijn op had, dus ik moest als de wiedeweerga naar hem toe en hij zou ondertussen nagaan wat voor stof het was en hoe te handelen. Nou Ine, ik was in alle staten. Tríllen!!! Ik was nog niet aangekleed en was niet in staat om te rijden naar Rosmalen, of liever gezegd, de Kruisstraat. Dus bij de buren hard geklopt, in paniek: of de buurvrouw wilde rijden. Dat wilde ze, dus in een wildwestrit naar de Kruisstraat, ze mocht met mijn toezegging veilig door rood rijden en harder rijden dan de aangegeven snelheid. Ondertussen leek Dobby wat suffig te worden en zo kwamen we veilig, toch zeer geëmotioneerd, bij de dierenarts.
Daar werd Dobby meteen van me overgenomen, ze werd gewogen en kreeg een injectie die haar aan het braken maakte, zo moest ik met haar een kwartiertje gaan wandelen, en ja hoor, binnen een paar seconden begon ze te braken, heeeeeeel zielig. Ik had haar het liefst getroost, maar dan zou ik haar voor het leven bang maken voor het braken, dus iedere keer als ze braakte, zei ik: goed zo meisje, dat is braaf - en beloofde haar ondertussen de leukste dingen die ze niet begreep, maar het gaf mij rust.
Ondertussen belde ik Wim op zijn werk, die uiterst rustig reageerde met: Eikel! Waarop ik begon te huilen en te zeggen dat ik dat toch niet expres deed en dat ik het zo erg vond, en hij zei: lieverd dat heb ik toch niet tegen jou, maar tegen Dobby, zij is een eikeltje om die pil op te eten met alle gevolgen van dien.
Na een kwartier moesten we weer terug naar de dierenarts, daar kreeg ze een tegenspuit tegen het braken. 's Avonds moest ik met haar terugkomen en dan zou hij de vitale functies even nalopen. Onderweg bij een dierenzaak gestopt, om te kopen wat ik haar beloofd had. Ze leek wat suffig en wilde ook op m'n schoot blijven liggen, normaal wil ze dat niet in de auto. Thuisgekomen belde omi (mijn moeder) meteen op om te informeren hoe het ging. Zij houdt zo zielsveel van de puppybaby Dobby. Ze leek aardig opgeknapt, kon ik eerlijk meedelen, ze was alweer aan het spelen met Paddy, haar broertje. Ze knapte zo goed op, dat ik 's middags gewoon naar de fotograaf ben geweest zoals afgesproken, om (school)foto's van Dobby en Paddy te laten maken.
's Avonds teruggeweest, met haar en de rest van de veestapel, naar de dierenarts, ze is helemaal nagelopen, haar hartje, haar longetjes, alles is weer in orde, de poezenkinderen zijn geënt en gechipt en Paddy werd gewogen. Dus zo liep alles gelukkig met een sisser af, maar ik was flink geschrokken en de hele dag van de kaart.
Zo zie je maar, een ongeluk zit in een klein hoekje. Dit moest ik even kwijt, pfffpfffpfff. Vandaag is alles weer als vanouds en is er niks meer te merken van het gisteren meegemaakt avontuur.
Liefs, Rieke
![]()
In
het landhuis van Rieke & Wim staan honderd kaarsjes te branden,
zij houden van echt. Overal in huis is Kerstmis op komst, je
ruikt het, je proeft het, je voelt het. In deze warmhartige
kerstsfeer opereert sir Paddy, the border himself: hij is aan
het puberen. De lievigheid die hij in zich heeft, zet hij bij
tijd en wijlen opzij om te rakkeren,
te laten zien dat hij een hond is met een heel eigen wil. En wat
denk je? Hij is in deze status niet minder dan aan het stelen
geslagen. Hoezo? Kijk mee.
Paddy is gewoon een lieve hond. Knuffelig slaapt hij op vrouwtjes schoot, kijkt haar aan met zijn droomogen als zij tot hem spreekt, en doet verder wat hij wil. Hoe komt de kleine sir zó puberaal? Ik denk dit: onlangs is hij geopereerd: castratievelijk mannetje-af gemaakt. Zijn zusje is op komst en dat vergt een dergelijke preventie. Heel wijs van de baasjes, dat wel. Maar goddegudde, wat is sirretje verwend! Wat een stille lijdensweg zou zijn geweest, is hem tot een feestje gemaakt; zóveel lieve mensenaandacht kreeg hij nog nooit, en hij kreeg veel mensenaandacht, geloof me. Zelfs ík kocht een speeltje, ik dubde nog of ik het aan mijn jongste kleinzoon zou schenken, maar het is bestemd voor de veterinair geplaagde hond van Rieke & Wim.
Welnu, dit chique hondje is een gappertje, momenteel. Wie bij hen binnenkomt, ziet hem alras sjouwen met iets, doet er niet toe wát, met iets. Kijk eens wat ik kan, zie eens wat ik durf, ik doe het lekker toch… vrouwtje wordt toch niet boos op mij… lijkt hij te willen zeggen. Ja kijk, zo doen het de pubers in mensenland ook nogal eens. Ze gaan dwars tegen alle leefregels in, het hoort bij het jonge ontdekkingspatroon, denk ik.
En wat zien we in het lieve kerstlandhuis gebeuren? Af en toe komt onderling de onrust opzetten. Keppel snapt broertje hond niet en smeert ‘m naar veiliger oorden, onder de kast of erbovenop, en Fleurtje gaat stilletjes ergens liggen waar ze Paddebroer gefronst kan gadeslaan zonder te veel last van hem te hebben. Alleen de vissen in het aquarium leven in vrede, ze weten het niet, da’s meegenomen.
Onze kleine dief blijft desondanks toch lief, en dat, denk ik, is het geheim van de borderterriërs, ze blijven lief, kijken je warmhartig aan en je smelt bij de aanblik van hun koppetje weg. Er is geen kruid tegen gewassen, je kunt niet boos op ze zijn. Rieke lost het vast en zeker wel goed op met hun puberende sir. Ik ben alleen benieuwd of de tijd van Paddy’s gesteel nog lang of kort zal duren. Zal het triviale gejat de kerst halen of is hij eerder genezen? Want kijk, een hondje is eerder puber-af dan een mensenkind.
We zullen zien. Morgenmiddag ga ik op bezoek, mét het speeltje, nog voor de rakker. Een krijgertje voor hem, dus hij hoeft het niet te stelen. Hoe lost hij dit op? Ja, we zullen het wel zien. De uitkomst zal aan de kerstfeer in hun liefdevolle huis niets afdoen. Daar geloof ik heilig in. I.V.
![]()

Het beminde hondje van Rieke & Wim heeft de benen genomen, de pootjes. Hij knabbelde het lijntje los en liet de boel de boel. Sir Paddy ging op stap. In zijn onbeschadigde vertrouwen in de mensenwereld is hij welgemoed aan de wandel gegaan. Hij was 2 straten lang de hort op. Toen ging ergens een deur open en daarbinnen in het andere huis waren 4 hondjes te horen en te zien. Sir Paddy is een nieuwsgierige hond. Wat doe je als je een nieuwsgierige hond bent en ook nog vertrouwenvol en onbedeesd? Juist. Sir Paddy stapte binnen in het huis van de vrolijke hondjes en de dierenlievende mensen. Hij werd als een weggelopen vorst onthaald: met water en brokjes en wat al meer? Wat doe je met een onbekende, maar elitaire hond op bij jou bezoek?
Je wilt weten wie zijn baasje is, of hij is verdwaald of weggelopen…
Doordat sir doodgemoedereerd zijn riem én halsbandje had afgekloven vlak voor zijn pardoese vertrek, kon niemand van de vriendelijke mensen achterhalen van wie dit schattige gasthondje was, de persoonsgegevens waren er niet. Het programma voor verdwenen honden (en katten) werd daarom in werking gesteld, de instanties ingeschakeld en toen was het wachten óp.
Maar in Huize Hondjekwijt was de paniek uitgebroken. Paddy’s vrouwtje huilde van verdriet, zijn baasje was zwijgzaam en mopperde doodongerust. Stad en land werden afgezocht, de buurtjes, de vrienden, de wijkbewoners zochten mee. Sir Paddy was weg, en op alle roepen en fluiten bleef het akelig stil. Geen hondje te zien, geen spoor van hem te bekennen. Waar ben je nou? Blaf dan, blaf en kom rennen, kom terug! Wat een verdriet, angst en onzekerheid en wat een onbarmhartige machteloosheid.
Toen werd het nacht en een grote herfstspin klauterde langdradig over de arm van Paddy’s vrouwtje. Maar ze had zo’n verdriet dat ze de spin niet opmerkte, en dat moet in de krant, want ze is doodsbang voor spinnen, vooral als ze over haar arm kruipen. Ik wil maar aanduiden hoe groot het verdriet van Paddy’s vrouwtje moet zijn geweest. En dit: een spin in de nacht, brengt vreugde onverwacht. Het was hard nodig dat de vreugde, in de vorm van sir Paddy, zou weerkeren. En de spin kreeg gelijk.
Na een gebroken ontbijt, geoffreerd door goede, meelevende vrienden, kwam via de telefoon eindelijk het bericht binnen dat de kleine sir als een lief en bemind hondje afwachtend verbleef in het gastvrije huis met de 4 andere hondjes. Doodmoe maar opgelucht blij werd hij opgehaald door zijn baasjes. Sir Paddy kreeg geen beloning voor goed gedrag, maar zijn vrouwtje heeft hem bevrijd geknuffeld.
Iedereen was van slag. Ook sir Paddy himself. Er werd van moeheid geslapen tot diep in de middag en om 16.00 uur werd het ontbijt nog eens dunnetjes overgedaan. Eet smakelijk, nu kon het weer. En verder?
Paddyman krjgt een nieuwe halsband en een nieuwe lijn: alles van ijzer. De kleine bijter zal ijzer niet snel de baas zijn. Het lijkt onvriendelijk, een ijzeren ketting, maar in dit geval is het dat zeker niet.
Een weggelopen hond geeft stress, omdat een hond niet weg moet lopen maar thuis hoort te zijn, waar hij wordt bemind en verzorgd. Maar misschien, heel misschien, is het wegloopgedrag van sir Paddy gewoon het ingebouwde instinct van de mannetjeshond, sir is immers al ouder dan 1 jaar en intussen denkelijk wel geslachtsrijp. En wie weet het niet: de elitaire adel houdt nogal van snelle slippertjes, ook in deze eeuw, en dat geldt eveneens voor zulke nobele hondjes, voor de reutjes, wel te verstaan. Ik denk het maar, vanwege een onderbouwde verklaring voor het wegloopgedrag van onze geliefde hond. Hoewel, het is allemaal niet wetenschappelijk bewezen. Maar het volk wil ook wat, al is het maar een praatje. En de hond, ónze hond, is terug. Daar gaat het om in dit verhaal.
![]()
Ine Verhoeven
![]()
![]()
Op de terugweg van vakantie in Drenthe kwamen ze bij me aan, mijn 2 Bossche vrienden en hun hondje. Het beestje is een borderterriër. Hij luistert nieuwsgierig naar je als je Paddy roept.
We dronken lekkere cappuccino terwijl Paddy op onderzoek door de kamer snuffelde. In het overjarige speelhoekje voor de kleinkinderen lagen de bal en het bot, van plastic en onlangs bij de Boerenbond in Ravenstein expliciet voor hem gekocht. Slimmerik Paddy vond de bal én het bot, besloot het bot mee te slepen en speelde ermee. Knap, zei het bottenhuidje, want het was van slecht plastic gemaakt en Paddy’s tandjes zijn goed stevig. Baasje Wim redde hem van de plastic snippers en besloot het ondeugdelijke bot weg te leggen. Goed zo. Ik schotelde ons hondje water voor in een porseleinen bord met blauwe rozen. Het rijkelijke van het leven hoort bij hem, vind ik. Hij dronk gewichtig en welopgevoed, werkelijk waar. Ik klopte hem ter goedkeuring en veegde langs zijn baardje. Paddy is volgens mij een knuffel van de hoogste orde. Hij speelde heel elitair op het nieuwe vloerkleed, de Gabbeh, en paste in stijl bij het klassieke interieur. Paddy is een bontonhondje, koningin Beatrix heeft ook zulke borders. Ik kan het begrijpen, ze zijn honden van goed gedrag en hanteerbaar genoeg. Deze nobele eigenschappen, en de koninklijke eigenares van borders, hebben er wellicht voor gezorgd dat ze hondjes van standing zijn.
En o, kijk eens, Paddy oogde weer eens schattig, hij was pas geplukt. Maar Paddy oogt altijd schattig, geplukt of niet. Ook als hij een harige wolbol is en als levend pluisbeest door zijn leventje en de huiskamer dartelt, oogt hij schattig. Paddy is gewoon een schattige hond.
In de hoek naast de grote kast snuffelde hij gedreven en ontdekte de waskaars met de afdruk van Brigida van Noorbeek, de heilige voorspreekster voor vee. Hij ging eraan likken en sleepte ermee. Waar was die kaars van gemaakt? Hij was er zichtbaar opgetogen van. En de kaars werd weggezet.
We aten soep, maar Paddy niet, hij zou later zijn hondendineetje krijgen, precies zoals het hoort. Ik opperde dat sir Paddy, zo noem ik hem, misschien een plasje moest doen? Maar dat hoefde kennelijk nog niet. Baasje Wim en vrouwtje Rieke zouden nu gauw verdergaan, ze waren immers op doorreis naar huis? Maar eerst kwamen er nog cadeautjes aan te pas, vanwege vrouwtjes verjaardag op 17 augustus. Paddy en ik gingen voor haar een roze pakketje met een lila bloemetje erop uit de voorraadkamer halen. Paddy hield het houten uiteinde van het pakketje in zijn bekje en zo reikten we Rieke het cadeautje aan. In het pakketje zat een vlindervangnetje, het was rood omringd en versierd met lieveheersbeestjesstippels. Het was dus geen vlinder maar een lieveheersbeestjesvangnetje. Paddy vond het leuk, hapsnuf, en Rieke ook, zij lachte. Er kwam nog een romantisch handtasje tevoorschijn, van kant en fluweel en met ruches, twijfelachtig chic en grappig ouderwets. Sir Paddy zat nog even bij me op schoot en likte mijn oor nat. Aanhankelijk keek hij waar vrouwtje Rieke zich bevond, dat hield hij heel goed in de gaten. Vriend Frans was nog even gekomen en onze border begroette hem met vertrouwenvol enthousiasme. Terecht, Paddy heeft duidelijk kennis van zaken en mensen. Hij kreeg links en rechts een aai van Frans, en nog extra klopjes ter bemoediging. Toen zijn ze vertrokken, het driespan. We zwaaiden hen na en voorbij was de maandagse visitepret.
Op mijn Seasonstafeltje staat Bartje uit Drenthe, een lieflijk vakantiekleinood, van Rieke & Wim gekregen. Drentse Bartje zal me in de toekomst herinneren aan het korte maar heerlijke bezoek van twee lieve mensen en een dot van een hond. © I.V.
![]()
![]()
Keppel is een kat. Een kat die muizen vreest. Keppel
heeft mijn dierenvriendinnenhartje gestolen. Ik ben geen kat, maar een mens.
Ik ben ook bang van muizen. En als je bang bent van muizen, als kat of als
mens, en je moet ze tóch vangen, dan ben je een held als je het nog doet
ook. Keppel is voor mij een held. Bibberend vangt hij af en toe een muisje.
Paddy, de borderterriër, gaat er mee slepen, maar het is het vakwerk van
Keppeltje zelf geweest, hij heeft gezorgd voor die overleden muis. Nu is een
dood diertje altijd triest, ook een dood muisje. Maar in huize
wonen
alleen lieve mensen die altijd grondig nadenken als het over dieren gaat. De
dood van het gevreesde muisje maakt het beestje, na hun evaluatie, tot
praktisch dineetje voor de zwerfkatten die het in de buurt hard te halen
hebben. Dat is een goed idee, vind ik, want het onfortuinlijke muizenlijfje
is hiermee diervriendelijk besteed, ten gunste van het dier in het algemeen.
Dat is ten beste de natuur beleven. I.V.
~~~
![]()
Op een keer was in de tuin van mijn gezellige schoonzus en zwager een mooie, grote reiger neergestreken. Hij zat rustig aan de rand de vijver, hun beider trots. Ze bekeken het dier verheugd en vertelden vrolijk aan de buren en de kennissen en de familieleden dat er een grote reiger in de tuin was komen wonen, want hij verbleef er intussen alweer een dikke week. Het was een hele aanwinst en het dier kostte niets, want de reiger kwam uit zichzelf en bleef uit zichzelf.
Op een ochtend kwam ik bij de twee op koffiebezoek. Ik bewonderde hun mooie, grote tuin, vórstelijk gewoon! En dan die vijver! Móói! Hoe is het met de vissen? Karpers? Goudvisjes? En wat nog meer? Waterlelies, dotters! Ik naderde de vijver en zag dat een groot, groen net over het water was gespannen. Waar is dat voor? Ik vond een net over de vijver niet zo mooi. Truus ook niet. Maar ze verklaarde, vanwege het feit weer lichtelijk boos, dat de vijver was leeggegeten. Wat denk je? De vissen waren allemaal verdwenen in de bolle buik van de reiger! Hij heeft hier lekker gedineerd, zei Truus, maar dat is afgelopen met dit net. O, jammer, zei ik, maar ja. Het is toch niet zo erg als die reiger een visje eet? Nou. Dat was het wél, zei Truus. Och, dacht ik, wat zou het? Maar zei het niet.
Na de koffie gingen we naar
,
een uitgebreid bloemsiercentrum en een soort hofleverancier van vissen. We
wandelden daar keuvelend rond, ik genoot en zag van alles aan schoons
bloeien, maar ook bewégen. In het water van de vele, vele visbakken zwommen
allerlei soorten vissen. Ik keek mijn ogen uit. Prachtig, die beesten, die
kleuren, práchtig! Ja, zei Truus, kijk maar eens hoe mooi ze zijn en zie je
wat ze kosten?
En ik zág wat ze kostten: 35 gulden, 50 gulden, 100 gulden, 250 gulden, 480 gulden, 900 gulden… en dat ging niet per schooltje, maar PER STUK. Toen heb ik Truus en haar man begrepen. Maar o jee, ik schoot in de lach en bleef lachen, het werd de slappe lach. Truus, zei ik hikkend, Truus! Ik begrijp nu waarom je boos bent op die reiger! Die heeft á la carte in jullie tuin gedineerd! Die heeft een kapitáál aan vis opgesmuld. O Truus! Wat érg!
Ik meende het echt, want het wás erg. Maar die lach, die langgerekte lach, die was goud waard. De pret om de brutale reiger met zijn wonderbaarlijke visvangst uit hun vijver en de boosheid van Truus is er nog altijd. Ze is trouwens allang niet meer boos. En de herinnering is ook wat waard. I.V.
~~~
ORANJEKAT - LAPJESKAT
~
Kleine keizer van het huis
waar hij op kousenvoetjes gaat
en slaapt op kussens van fluweel
en op de grotemensenschoot
~
Kleine tijger van de tuin
waar hij met scherpe nageltjes
het muiske vangt en vogeltjes
en verder prooit op wat beweegt
~
Hartenvanger van de mens
oranjekat in zwerverskleed
amandelogen ambergroen
en snuffelneus van roze gom
~
Statige gevoeligheid
en schoonheid in de lapjeskat
bij elke sluipstap die hij zet
Straks snort hij op het grote bed.
© 2001 Ine Verhoeven