GEBROKEN LENTEBROOD
Verhalen en Gedichten
INE VERHOEVEN & FRANS BODDEKE
Copyright
1999 Ine Verhoeven & Frans Boddeke
Uitgever:
VERBOD Writers & Publishers - Nijmegen
Druk:
DAJA-stichting - Den Dungen
Lay-out:
Jos Kruunenberg
ISBN:
90-76576-01-7
Niets
uit deze uitgave mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt worden
door middel van druk, microfilm, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op
welke andere wijze dan ook en evenmin in een retrieval system worden opgenomen
zonder nadrukkelijke bronvermelding te weten de naam van de auteur(s).
Wij
herinneren ons in lieve deugd onze levensjaren in de 20e eeuw. Blij dankbaar,
ook met ernst, hopen wij over de drempel te gaan naar AD 2000; eerst doorleven
wij AD 1999, hopen wij.
Eerste
druk:
Januari
1999
400
exemplaren
ISBN:
90-76576-01-7
WOORD
VOORAF
Wanneer
het winterse is voorbijgegaan, de boomtakken hun knoppen laten vieren, de
sneeuwklokjes en krokussen alweer rusten tot hun volgende bloeiseizoen en de
blauwe regen volop hangt te geuren langs pergola's en muren, dan wil de mens
de lente weten; het paasfeest arriveert en de mei hangt in april al in de
lucht te zíjn; de vogels doen mee, zingen en lokken om te paren; ze nestelen
in bomen en struiken zoals ze dat ieder voorjaar doen om het leven te
vermenigvuldigen, om de vreugde door te geven; want nazaten zijn opvolgers van
wie nu mogen zijn, daarna komen weer andere erven, erfgenamen van het leven
dat vreugde én verdriet meedraagt, gewoon omdat beide samengaan ten leven
compleet; wéér is het lente, het seizoen van nieuw leven, van leven opnieuw,
van opstaan, gaan en doen.
Met
het ontluiken van de lente plukte de oecumenische groep VERBOD Writers &
Publishers haar nieuwste, zopas ontloken zinnen en voegde deze samen tot 'n
bundeling verhalen en gedichten als bloesems; geurige en kleurige bloesems;
fiere en sterke bloesems; maar ook tere, broze en heel zachte bloesems.
GEBROKEN
LENTEBROOD is geschreven en samengesteld in het licht van Pasen, voorafgegaan
door de Goede Week. Met zorgvuldigheid werd gekozen voor interessante
wetenswaardigheden, vrolijke paasgedachten, voor serieuze overwegingen, serene
poëzie.
De
VERBODgroep hoopt een gezonde spirituele bijdrage te zullen leveren door
middel van dit lenteboekje vol woorden ten leven, sacraal en profaan, steeds
níét schuwend de levende realiteit.
Namens
VERBOD Writers & Publishers,
Ine
Verhoeven, eindredacteur.
EXPLICATIE:
De
Verbod-groep stimuleert de literaire ambitie van schrijvers, dichters en
denkers; zij mogen hun filosofieën in boekwerken samenvatten en deze
publiceren tegen de kostprijs, dus zonder winstbejag.
Beoogd
wordt een zo breed mogelijke bereikbaarheid van de karakteristieke
Verbod-werken te realiseren. Verbod biedt schrijvende belangstellenden de
mogelijkheid tot participatie.
Wilt
u de missie van de groep Verbod Writers & Publishers steunen, stort dan uw
vrijwillige bijdrage op banknummer 1378.84.486 t.n.v. Stichting Verbod
Publishers - Nijmegen o.v.v. Verbod Steunfonds Publicaties. U ontvangt
voortaan bericht over nieuwe publicaties en bijzondere activiteiten.
Namens
Verbod Writers & Publishers,
Frans
Boddeke, voorzitter.
Ine
Verhoeven, secretaris.
Info:
Postbus
40014
6504
AA Nijmegen
Telefoon
024-3788904 (beantwoorder aanwezig)
Banknummer
1378.84.486
TOEN
HEEFT EEN MENS AAN MIJ GEDACHT
Door
Ine Verhoeven
Aan
de hemel stond de zon
Voor
mij;
Ik
zocht de luwte op
waar
bladerschutse wachtte
Op
mij;
De
zon scheen mild
De
zon scheen fel
Aan
de hemel stond de zon
Voor
mij;
Nog
had geen god aan mij gedacht
Mijn
tranen stroomden hemelwaarts
Nog
had geen mens aan mij gedacht
De
vogels lagen dood
Maar
de hemel gaf de zon
Aan
mij;
Ik
zocht genezing op
waar
mensenhanden wachtten
Op
mij;
Mijn
hart was mild
Mijn
hart was fel
Maar
de hemel gaf de zon
Aan
mij
Toen
heeft mijn God aan mij gedacht
Mijn
tranen stroomden hemelwaarts
Toen
heeft een Mens aan mij gedacht
De
vogels vlogen hoog
ROND
DE GOUDEN WEEK
Van
bijzondere dagen geschreven en wat erover wordt verteld.
Door
Frans Boddeke
Een
van de meest opvallende weken in het christelijk-religieuze leven is ieder
jaar de Goede Week, de week die duurt van Palmzondag tot Paaszondag, de week
waarin Jezus' lijden en opstanding herdacht wordt.
Deze
Goede Week kent benamingen als:
De
Heilige Week
De
Lijdensweek
De
Boeteweek
De
Aflaatweek
De
Grote Week
De
Gouden Week
de
Stille Week.
DE
PALMZONDAG
Palmzondag
krijgt ook wel de naam Bloemenzondag of Zondag der Verzachting, omdat op deze
dag vroeger de straf van de boetelingen -
van degenen die hun zonden betreurden - verminderd werd. Zij kregen een
mildere penitentie opgelegd. Ook wordt Palmzondag Hosannazondag genoemd, omdat
de menigte destijds Jezus met hosannageroep binnenhaalde in de stad Jeruzalem.
Een andere benaming was Ezelenweek, omdat Jezus tijdens zijn intocht de
tempelstad op een ezelin binnentrok.
Op
Palmzondag vindt in de geloofsgemeenschappen de palmwijding en de
palmprocessie plaats. Deze vieringen vinden hun oorsprong in de
evangelieverhalen van Matteüs, Marcus, Lucas en Matteüs. In Matteüs 21,
1-10 wordt bijvoorbeeld
beschreven hoe Jezus te Jeruzalem op een ezelin wordt binnengehaald. De
tekst: 'Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen, en
Hij ging erop zitten. Zeer veel mensen spreidden hun kleren uit op de weg,
anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg. Zowel de menigte
die voor Hem uit ging als die Hem volgde, schreeuwde: 'Hosanna, de Zoon van
David. Gezegend is Hij, die komt in de naam van de Heer. Hosanna, in de
hoogste hemel.' De jubelzang gaat terug op psalm 118, 25-26. Matteüs verbindt
graag het Tweede (=Nieuwe) Testament met het Eerste (=Oude).
De
palmwijding dateert van het einde van de zevende eeuw.
De
palm duidt op de strijd tegen het kwade en op het openstellen van het hart
voor de algoede God. Dit openstellen behoort gepaard te gaan met het
verrichten van goede werken. De palm is echter vooral het symbool van Jezus'
lijden, én van zijn opwekking door God.
De
palm is een afweermiddel tegen het kwaad, zoals ook andere takken dat in
vroegere tijden waren. Zo vonden onze voorouders in de tijden van olim dat
boomtakken de kracht in zich hadden om naderend onheil af te weren. Ze waren
ervan overtuigd dat bijvoorbeeld laurier en hagedoorn het jonge zaad tegen
onweer beschermden. De christenen op hun beurt geloofden dat de gewijde
palmtakken (of de takken van buxus, hulst en wilgen in landen waar men geen
palm kenden) hun huis bij onweer
in naam van de Heer beschermden. De palm werd bewaard in de huiskamer
achter het Corpus Christi op het kruis.
In
Noord-Brabant hadden boeren de gewoonte om 'de rog te palmen'. Ze maakten op
de hoeken van het veld, dat vol stond met jong gewas, met de palm een kruisje,
en zetten vervolgens de palm op het snijpunt van het kruisje. Op iedere hoek
van het veld kwam een palm ter afwering van het kwade.
Nog
altijd wordt in onze tijd de palm gebruikt. Tijdens de ziekencommunie of
tijdens de toediening van de ziekenzalving wordt de zieke besprenkeld met het
wijwater waarin de palm gedoopt werd.
DE
PALMPAAS
De
palmpaas, die de kinderen op Palmzondag maken, slaat op de meiboom. De meiboom
werd vroeger bij het begin van de lente rondgedragen als teken dat het
opkomende voorjaarsgroen de winter had overwonnen. De rondtrekkende kinderen
werden getrakteerd op versnaperingen.
Later
in de tijd werd de palmpaas beeld van Jezus' lijden en opstanding. Een
verticale tak werd verbonden met een horizontale tak zodat een kruis ontstond.
De takken werden geschild, omdat men geloofde dat onder de bast de boze
geesten verborgen zaten. Het broodhaantje op de top van de palmpaas herinnerde
aan het brood van het Laatste Avondmaal, maar verwijst tevens naar het verraad
van Petrus. Als Petrus Jezus verloochent, kraait de haan. Zo komt uit
wat het evangelie vertelt: 'Jezus zei tegen Petrus: 'Ik verzeker je, in
deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je Me driemaal verloochenen'. De
twee gekruiste stokken verwezen uiteraard naar het kruis van Jezus, en de
lekkernijen op de palmpaas waren een herinnering aan de verrijzenis van Jezus.
Men noemde de palmpaas vanwege deze lekkernijen ook wel: de zoete Jezus.
Soms
zongen de kinderen dit lied:
Pallem,
Pallem Pasen
hei
koerei (verbastering van Kyrië eleison)
over
enen zondag
dan
hebben we een ei
één
ei is geen ei
twee
ei is een half ei
drie
ei is een paasei.
Het
ei staat voor het graf van Jezus, waar Hij levend uit te voorschijn kwam.
HAAN
EN GANS
Op
katholieke kerken staat vaak een haan en op Lutherse kerken een zwaan. Het
schijnt dat Jan Hus (1370-1415) gezegd heeft, toen hij op de brandstapel stond
vanwege beweerde ketterijen: 'Jullie verbranden nu een gans (in het Tsjechisch
betekent het woord hus: zwaan), maar eens zal een zwaan oprijzen.' Maarten
Luther (1483-1546) werd als deze nieuwe zwaan gezien.
DE
WOENSDAG
Woensdag
in de Goede Week wordt ook wel Schorselwoensdag genoemd. De naam hangt samen
met schorsen of opschorten. Vanaf woensdag in de Goede Week
(eigenlijk vanaf Witte Donderdag in de morgen) tot paaszaterdag wordt
immers het luiden van de kerklokken opgeschort uit droefenis voor de lijdende
Jezus.
Witte
Donderdag, Goede Vrijdag en paaszaterdag worden ook wel de festa paschalia, de
kruispasen, genoemd. Paaszondag en de paasoctaafweek worden Verrijzenispasen
genoemd.
Palmzondag
wordt ook wel Ontloken Pasen genoemd en de zondag na Pasen
Beloken Pasen. Beloken Pasen begint liturgisch met de zang Quasi modo
geniti infantes, alleluia = als pasgeboren kinderen, alleluia. Beloken
betekent gesloten.
DE
WITTE DONDERDAG
Witte
Donderdag is een heilige dag omdat op deze dag het Laatste Avondmaal van Jezus
met zijn twaalf apostelen herdacht wordt. Op deze dag schonk Jezus volgens de
traditie de geloofsgemeenschap de sacramenten van de Eucharistie en van het
Priesterschap. Zo zegt Marcus 14, 17-24: 'Toen de avond gevallen was, kwam Hij
met de twaalf.() Tijdens de maaltijd nam Hij een brood, sprak de zegenbede
uit, brak het brood, gaf het hun en zei: 'Neemt het, dit is mijn lichaam.' Ook
nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hen de beker; ze dronken
er allen uit. En Hij zei hun: 'Dit is mijn bloed van het verbond,
uitgeschonken voor velen.' De evangelist Lucas voegt aan de
instellingswoorden de woorden toe: 'Blijft dit doen om Mij te gedenken.'
-Lucas 22,19 -.
Na
het Gloria tijdens de eucharistieviering zwijgen de klokken tot de Paaswake.
Dit zwijgen beeldt de verlatenheid van Jezus uit.
Op
Witte Donderdag
gaan
de klokken naar Rome
al
over hagen en bomen
en
paasavond komen ze thuis.
Ook
vindt tijdens de viering van Witte Donderdag de voetwassing van twaalf
gelovigen plaats. De voetwassing wordt ook wel Mandatum genoemd naar het woord
van Jezus: 'Mandatum novum da vobis: een nieuw gebod geef Ik jullie.' De
voetwassing is teken van gevende liefde naar het voorbeeld van Jezus. Het
verhaal over de voetwassing staat in het het evangelie van Johannes hoofdstuk
13.
Paus
Gregorius de Grote waste zelfs íedere dag van twaalf armen de voeten. Op
zekere dag telde de paus dertien gasten. De dertiende was een engel om de paus
te tonen hoe godevallig zijn werk was. Sommigen zagen in deze dertiende gast
de Zaligmaker Jezus zelf.
De
Fransen spreken van Jeudi Saint, de Italianen van Giovedi Santo. De Duitsers
noemen Witte Donderdag Gründonnerstag, dat van de Latijnse woorden dies
viridium, dag der groenen, komt. Een groen was iemand die vrij was van zonde.
Want op Witte Donderdag ontvingen de openbare boetelingen kwijtschelding van
zondeschuld en zondestraf en werden zij weer opgenomen in de gemeenschap van
de gelovigen. Daarom heet Witte Donderdag ook wel Jeudi absolu, terwijl de
Zweden spreken van Reine Donderdag.
Vroeger
kregen ter dood veroordeelden op Witte Donderdag zelfs gratie. De koning sprak
de woorden: 'Dat God mij vergeve, gelijk ik hun vergeef.'
Mogelijk
komt de naam Gründonnerstag van grijnen en grienen: Weendonderdag. Een andere
naam voor Witte Donderdag is Soppedoppedonderdag. Op die dag kregen de armen
brood, dat in witte wijn was gedompeld/gesopt.
Op
Witte Donderdag wordt het bed niet opgemaakt. Men behoort te waken met de
lijdende Jezus. In Frankrijk eet men op Witte Donderdag hanen ter herinnering
aan de haan die kraaide tijdens de verloochening van Jezus door Petrus.
In
Duitsland bakt men broodjes die gezoet worden met honing: Judasoren geheten!
DE
GOEDE VRIJDAG
Op
deze dag wordt de dood van Jezus herdacht. Bij Matteüs 27,33 staat: 'Ze
kwamen bij een plaats, die Golgota heet, wat Schedelveld (= Calvarie)
betekent.'
Jezus
sterft rond het negende uur, rond drie uur 's-middags. Op het schedelveld zou
volgens de legende ook de schedel van Adam, de eerste mens, begraven zijn. Op
vrijdag, de vijftiende nisan, sterft op het schedelveld de nieuwe Adam, Jezus.
Soms heeft een kruisbeeld ter herinnering hieraan een schedel aan de voet. Ook
zou het hout van het kruis waaraan Jezus hing komen van de boom die boven de
plaats van Adams graf groeide.
Op
Goede Vrijdag wordt het kruis van Jezus geëerd. De priester en de gelovigen
kussen het kruis en leggen er bloemen bij. In Engeland spreekt men van
to-creep-to-the-cross: naar het kruis kruipen.
Soms gaven gelovigen tijdens deze ceremonie creeping silver,
kruipersgeld. En men deelde op Goede Vrijdag cross buns uit, broodjes in
kruisvorm die warm gegeten moesten worden. In Duitsland heet Goede Vrijdag
Karfreitag, Treurvrijdag. Men spreekt ook wel van Stille Vrijdag, omdat op
deze dag alle handel stil ligt/lag.
Goedevrijdagkinderen
zijn gevangenen die op deze dag gratie kregen van de vorst. Vandaar dat men
sprak van Grote Vrijdag, dag van Grote Genade.
Op
Goede vrijdag buigen de dieren hun hoofd en laten de bomen hun takken hangen.
Alleen de populier bleef onbewogen op het moment van Jezus' sterven. Daarom
werd de populier veroordeeld tot rusteloosheid. Sinds die tijd heet zij
sidderaar.
Op
de mostroze viel een druppel van Jezus' bloed en daarom brengt zij voortaan
rode rozen voort. En Maria van Magdala (=Magdalena) weende zozeer onder het
kruis, dat rode rozen wit werden. Zij heten magdalenarozen.
Op
Goede Vrijdag behoort de mens te vasten op water en brood. Vasten werd
eertijds tevens beschouwd als een heilzaam middel tegen oogziekte en
epilepsie. Ook water had gezegende kracht. Te middernacht veranderde zelfs
alle water in bloed. Een hele troost is dat als degene die op Goede vrijdag
sterft, automatisch tot de kring van de zaligen behoort. En kinderen, die op
goede vrijdagmiddag om drie uur worden geboren, kunnen later in de toekomst
kijken.
PASEN
De
opstanding van Jezus is de centrale gedachte van de vier evangelies. Zo zegt
de bode Gods bij Matteüs 28, 7-10: 'Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen:
'Hij is uit de doden opgewekt en zie, Hij gaat voor u uit naar Galilea; daar
zult u Hem zien. Dit had ik u te zeggen.'
Het
christelijk Paasfeest dient gezien te worden in samenhang met het joodse
Pesach. Tijdens Pesach viert het joodse volk het einde van de slavernij in
Egypte en het begin van leven in vrijheid in het beloofde land. Men neemt deel
aan een maaltijd waarbij iedere handeling en ieder gerecht doet denken aan de
nacht waarin God zijn volk naar de vrijheid bracht.
Voor
christenen is Pasen de dag van hoogste vrijheid. Zij herdenken dat Jezus
verrezen is, dat Hij bij God is en dat zijzelf als het volk Gods mogen delen
in de opstanding van de verrezen Heer. De slavernij is voorbij en de vrijheid
lonkt. God zelf is het beloofde land.
DE
PAASKAARS
Tijdens
de paaswake staat de mooi opgemaakte paaskaars centraal. De kaars is beeld van
de verrezen Heer die als het licht de duisternis overwint. Haar blanke was
duidt op het zuivere lichaam van Jezus. De vijf gaten in de paaskaars staan
voor de vijf wonden van Jezus. De pit van de kaars betekent de ziel van Jezus,
de vlam beeldt Jezus' goddelijke verrijzenis uit.
De
priester zegent de paaskaars met de tekst: 'Christus, gisteren en heden, begin
en einde, Alfa en Omega. Hem behoren de tijden en de eeuwen. Hem zij de eer en
heerschappij door alle eeuwen der eeuwen. Amen.'
In
de vijf gaten van de paaskaars worden wierookkorrels gestoken, terwijl de
priester bidt: 'Door zijn heilige en glorierijke wonden bescherme en beware
ons Christus de Heer.' De paaskaars wordt onstoken en de gelovigen ontsteken
hun kaarsje aan de paaskaars. Zo verspreidt zich het licht van de verrijzenis.
Een van de hoogtepunten tijdens de paaswake is het Exsultet: verheug u, want
de Heer is waarlijk opgestaan!
DE
PAASEIEREN
Tot
ongeveer 1965 begon Pasen op paaszaterdagmorgen. De priester, gekleed in het
wit, was vroeg ter kerkplekke om het alleluia te zingen en de koster liet de
klokken fortissimo beieren tijdens het Gloria. De misdienaars sloegen hard op
de paarse paramenten, die tijdens de herdenking van Jezus' lijden gebruikt
waren. Kinderen bonsden op de deuren met de kreet 'De vasten der uit! Pasen
der in!' De paasklokken keerden terug uit Rome en brachten de paaseieren mee,
die zij dropten op diverse plaatsen op het land en in de huizen. Kinderen
gingen zoeken, bonsden op de deur, maar gaven de bewoners niets dan zongen ze:
'Daar zit een gaatje in de deur, daar kijkt een gierige duvel deur.' Uit
ongenoegen bonsden ze nog eens extra hard op de gesloten deur.
Tijdens
de vastentijd van weleer, die eindigde zaterdagmiddag om 12.00 uur, mochten er
geen eieren gegeten worden, dus waren de eieren met Pasen een gezochte
lekkernij. Reeds op maandag in de Goede Week gaven de gelovigen echter aan de
pastoor, de huishoudster en de koster eieren. Zo staat in een oud document:
'Omtrent Pasen zal de pastoor laten rond gaan om eieren. Die paarden heeft zal
acht eieren geven, de arbeidsman vier, te weten iedere woning of huis.' Men
zei ook wel: 'Zo zeker van iets zijn, als de koster van sien paaseier.'
Het
luiden van de paasklokken en het komen van de paaseieren deed het liedje
ontstaan:
Bim,
bam, beieren, de koster lust geen eieren
wat
lust hij dan? Spek in de pan
daar
wordt de koster vet van.
Het
verbergen en het vinden van eieren beeldt de graflegging en de opstanding van
Jezus uit. Men zag in het ei het symbool van het graf des Heren, waaruit Hij
levend te voorschijn kwam. Daarom werden de eieren vaak rood geschilderd,
omdat rood de kleur was van het onschuldig vergoten bloed van Jezus. Overigens
kenden onze germaanse voorouders dit beschilderen van eieren al. Zo was voor
hen bruin de kleur van de aarde, geel de kleur van de godin van de lente en
rood de kleur van de god Wodan.
In
de zeventiende eeuw voerde paus Paulus V een eierzegening in. Eieren werden
beschilderd met teksten als 'Jezus is opgestaan' of 'Jezus is het Lam Gods'.
In
kloosters was het gebruik om met Pasen eitje te tikken. De jongste der
kloosterlingen tikte op het ei van de Overste. Bleef zijn ei heel, dan moest
de Overste een van tevoren bedongen eis inwilligen. Het waren onschuldige
eisen: een keer extra roken of een extra wandeling.
In
de negentiende eeuw gaven de Russische tsaren eieren cadeau van ivoor, goud en
diamant. De peperdure eieren werden gemaakt door Carl Fabergé. Zo maakte hij
het hennenei, het opstandingsei, het lentebloemei, het rozenknopei, het
kroningsei. Vermaard was het koekoeksei dat bestond uit goud, diamanten,
parels, robijnen, emaille, smaragd en vogelveren. Kosten destijds drieënhalf
miljoen gulden, 1.59 miljoen aan euro.
In
protestantse kringen vond men de paashaas uit daar de door de paus gezegende
klokken en eieren hen smaakten.
HET
PAASLAM
Het
lam met Pasen doet denken aan de lammetjes, die bij gelegenheid van het joodse
paasfeest in de voorhof van de Tempel werden geofferd.
Ook
Jezus wordt het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt, genoemd. Het
paaslam roept de tekst van Jesaja 53,7 op, waarin over de Dienaar van Jahwe
gezegd wordt: 'Hij werd mishandeld, maar hij onderging het zonder enig
protest; als een lam dat ter slachting geleid wordt.'
DE
PAASHAAS
De
paashaas staat symbool voor vruchtbaarheid en nieuwheid. Daarom werd Jezus ook
wel uitgebeeld als haas, de haas als zachtmoedig dier. Maar soms is een haas
ook teken van angst. Zwangere vrouwen waren eertijds bang dat hun kinderen een
hazenlip zouden krijgen, als ze een haas gezien hadden. Men dacht namelijk
dat heksen in hazen konden veranderen.
HET
PAASVUUR
In
het oosten van het land werden op de avond van Pasen paasvuren aangestoken.
Deze paasvuren zijn in wezen lentevuren om de vruchtbaarheid te bevorderen aan
het begin van de lente. De mensen trokken naar de paasweide, waar een grote
brandstapel was opgericht. Men zong het weinig fijnzinnige lied 'Christus is
opgestanden vanuit de Joden haer handen'. Men hield elkaar vast als een lange
keten op weg naar de brandstapel (vlöggelen). 's-Avonds werd onder het zingen
van het alleluia het vuur ontstoken.
OP
Z'N PAASBEST
De
gewoonte om met Pasen nieuwe kleren aan te trekken ontstond bij de overgang
van de winter naar de lente. Men wilde iets nieuws aanschaffen en koppelde dit
aan het paasfeest, dat immers praktisch samenvalt met het begin van de lente.
Zo liep men er op z'n paasbest bij.
Andere
uitdrukkingen rond Pasen zijn:
Zijn
Pasen houden: tijdens de eucharistieviering in de paastijd de eenmaal per jaar
verplichte Communie ontvangen na eerst gebiecht te hebben.
De
Pasen naar de zieken dragen: de zieken ontvangen thuis het Heilige Brood.
Als
hij lacht is het Pasen achter zijn oren: hij lacht zelden.
Als
Pasen en Pinksteren samenvallen: iets dat nooit gebeurt.
Zijn
Pasen en Pinksteren laten zien: naakt over straat lopen.
DE
TWEEDE PAASDAG
Op
paasmaandag werd oorspronkelijk het evangelie van de Emmasgangers gelezen.
Twee leerlingen van de vermoorde Jezus ontmoeten op weg naar het dorp Emmaüs
de verrezen Heer. Emmaüs ligt volgens de tekst van het evangelie zestig
stadiën van Jeruzalem, is een twaalf kilometer. De leerlingen herkennen de
Heer echter pas bij het breken van het brood. Het Emmaüsverhaal staat bij
Lucas, hoofdstuk 24 , 13-35.
De
gelovigen waren de zware preken van de Goede Week beu, daarom werden op tweede
paasdag sprookjes voorgelezen vanaf de kansel. Men moest er vaak hard om
lachen, en dat lachen noemde men risus paschalis, de paaslach.
Het
gezegde naar-Emmaüs-gaan betekent het bezoeken van kerken en kerkhoven of het
maken van uitstapjes in de natuur.
DE
THOMASZONDAG
De
zondag na Pasen wordt Thomaszondag genoemd omdat men dan de ongelovige Thomas
herdenkt, van wie paus Gregorius de Grote gezegd heeft dat Thomas in zijn
ongeloof de kerk méér baat gebracht heeft dan het geloof van de andere
apostelen dat deed.
In
sommige streken doen kinderen op deze dag hun eerste Communie. De zondag wordt
daarom ook wel Witte Zondag of Kinderzondag genoemd.
DE
NAAM PASCHALIS
Tot
slot zijn er mensen die Paschalis, Pasquale, Paschal, Pascal, Pascalle heten.
Hun naam betekent: op Pasen geboren.
Er
heeft ook een Paschalis Baylon geleefd te Aragon van 1540-1592. Hij werd
geboren op eerste pinkersterdag! Vandaar zijn naam: Pascua de Pentecostes.
Pasen
en Pinksteren vallen althans bij hem samen. Overigens was hij een vrome
herder, die besloot om franciscaan te worden. Tijdens zijn religieuze leven
was hij portier van het klooster, zodat hij toch nog genoeg frisse lucht naar
binnen kreeg. Op 17 mei wordt hij herdacht.
HIJ
HEEFT MIJ GEWEKT
Door
Ine Verhoeven
De
Heer heeft mij lief
hij
maakte mij vrij
hij
heeft mijn boeien geslaakt
geen
macht houdt mij gevangen
geen
woord maakt mij tot prooi
van
hen die slechts letters lezen
en
onderrichten in de god van de dood
De
Heer heeft mij lief
hij
leidde mijn pad
langs
bomen met bloemen en vruchten
zijn
macht tilt mij op naar het lief
zijn
woord geeft mijn hart het ritme
aan
van mijn tred over zijn weg
en
mijn pas vertraagt niet als ik verder ga
De
Heer heb ik lief
hij
toonde het land
van
belofte met groene weiden
zijn
macht gaf mij zijn voedsel aan
zijn
woord heb ik blij vernomen
en
mijn hart is verheugd om hem
die
mijn ik heeft gewekt in bevrijdend licht
Vrij
naar psalm 116.
EN
HET GRAFKE ZAL ROOSKENS DRAGEN
Van
'n oude stad en 'n oud lied, van mensen en onsterfelijkheid.
Door
Ine Verhoeven
Als
we door het Brabantse Heusden wandelen in de voorzichtige voorjaarszon, af en
toe 'n plas ontwijkend van zo'n plensbui in april, horen we hoog over de
architectuur van het oude vestingstadje heen de klanken die de al of niet
kunstmatige beiaard ten gehore geeft; en de wijsjes van Kortjakje en het wuuf
dat spon tot en met de vier weverkens, die ter botermarkt zouden gaan, dansen
over en tussen de oude stenen, die bijna nieuw zijn gezet en gelegd in huis en
straat en langs de korte stoepjes. Heusden heeft iets, bedenk ik, Heusden
heeft hét: mensen, kinderen, honden, katten, huizen, straten, stegen,
terrasjes, pannenkoeken, schilderijen, kunst- en kitschwinkeltjes en quasi
antiekbordeeltjes; maar ook en vooral water met boten, veel boten om ver
weg te varen, zover over de grote brede Maas, zover vanuit de kleine
binnenhaven langs de uiterwaarden en onder de bruggen door. En het muiske in
de lege provisiekast van de vier weverkens heeft ondertussen het vermoede
loodje gelegd en de laatste klanken klinken en we weten de woorden nog wel,
een beetje dan, en zacht neuriën we ons verleden mee, wetend dat als er het
muiske gestorven zal zijn, het er ook zal worden begraven; en het gemoed van
mensen past zich aan want met een dikke keel brengen we het met 'n halve snik
naar buiten: en het grafke zal rooskens dragen ...
Daar
krijg je beelden bij: en het grafke zal rooskens dragen. Haast een
verrukkelijk perspectief, wil ik ook zo'n grafke met rooskens, rode of roze of
witte rooskens? Of gele? Waarvandaan komt die hebberigheid, die zucht, het is
immers een grafke? Een grafke, dat een steentje draagt dat dient als de
laatste deur voor de dode mens, die niet verder zal gaan. Een grafke, dat het
stenen slaaphuis is voor altijd en voor voorgoed, 'n vergrendeling boven
zo'n bed met satijn en van hout. Misschien hebben we medelijden met dat kleine
beestje, dat muiske, redeneren we, want onze tranen worden verlegen
weggelachen tussen het nostalgisch gesnik door en we moeten iets zeggen,
denken we; alles is verklaarbaar, menen we ook. We strijken neer bij de
bakker, die ook aan terrasje doet, en drinken thee en décafé; ik eet 'n
schuimkoek, geel, het is Pasen.
De
bootsmannen dragen een bootpet, sommige hebben 'n goudkoord, andere zijn sober
zwart. Daar gaat 'n heer met een hoed van vilt, bruin en met zwarte galon.
Zijn tekkel dartelt naast hem voort zo snel zijn pootjes hem kunnen dragen. We
lachen en staan stil bij de olieverf van Bol, hij is goed, die schilder. Over
de Botermarkt gaan we langs de pomp, we lachen om de clowns van Adrie, een
schilderes die we kwalitatief niet kunnen plaatsen, maar de kleuren zijn
vrolijk, helder en fris. Bij de snoepwinkel draal ik, kijk naar de zuurstokken
van roze, kersen, en hunker naar de uitdagende kaneelstokken, die zacht zouden
zijn. De schuimkoek van zojuist doet me doorlopen, we gaan richting haventje.
Hóór, daar klinken de wijsjes alweer: Kortjakje is weer altijd ziek en
jawel, bij het witte bruggetje komen de weverkens weerom; en het muiske dood
zal er in zijn rozengrafke rusten als wij er voorbij de molen gaan.
'n
Mooie paasgedachte, opper ik, bloeiende rozen op het grafke, blijft dat muiske
zo niet altijd leven? De bottekens zullen verteren, ze zijn te broos om te
verstenen. Of toch? hoop ik hardop.
Vanaf
een aangemeerde boot in de jachthaven dendert Duitse popmuziek, een
motorrijder scheert rakelings langs de huizen en enkele wandelaars kijken
verschrikt om; Leonard Cohen laat Jezus over het water lopen vanuit een BMW,
hard klinkt over het binnenwater zijn Jesus was a sailor; twee gapende
gevelkijkers kijken míj aan, 'n kind eet patat van Ad. Achter de Maas zien we
de koeien, paaskoeien die jong gras grazen; enkele struiken tonen teer groen,
langs het water staan kleine madelieven op tussen halmgras.
Dat
muiske, het leeft nog steeds; het kwartier is alweer om en de wijsjes lachen
weer hard en helder door het stadje. Ritme, ritme. Zou dat die opstanding
zijn, dat altijd leven? Die madeliefjes blijven komen, steeds opnieuw, altijd
terug en in de aarde weer. Kinderen die straks mannen worden en mannen die
stoer en sterk zijn en bootsman. Kinderen die straks vrouwen worden en vrouwen
die krachtig en sterk zijn en bootsvrouw. De bakker bakt altijd door, de zoon
volgt hem op in de zaak met terras, de bakkersvrouw doet haar plicht als
voorheen en ooit.
Toen
ik grootmoeder werd, zag ik mijn kleinzoon, daar bij zijn moeder lag mijn
bloed, ook; en ik hield hem vast en ik droeg hem en ik lachte. Ik wist zo en
toen, dat ik onsterfelijk was. Door dit kind. En ik koesterde hem zeer.
Leven doet leven, dood doet leven, doet opstaan in het kind, altijd weer.
Ik
stap door, plotseling sneller, alsof ik haast heb gekregen; waarom ga ik
eigenlijk zo snel? Mijn metgezel bestudeert mijn gezicht, tempert met zijn arm
mijn haast: Wat heb je?
Dat
grafke zal rooskens dragen, zeg ik.
In
de onsterfelijkheid van alle verlijden, decideert hij.
Ik
ben blij met deze wijsheid, erken de cirkel van het leven, het ritme in alles
en allen, herken daarin de vruchtbaarheid en het eeuwige liefdesspel om te
komen tot voltooiing van alles wat ademt, van alles wat leeft en de dood is
een met het leven, een geheel, volmaakte eenheid. Het geheim is simpel en heet
aanvaarden. Eenvoudig aanvaarden: leven en dood is een. Alleen zo bestaat alle
leven, gaat alles door, altijd en perfect. Ik denk aan mijn kleinzoons, het
zijn er twee. Leren zij dat liedje van de weverkens nog en zullen ze ook
zingen van het muiske en z'n rozengrafke? Wat zingen de kinderen van nu?
Ik
kijk naar mijn glimlachende metgezel en zie achter hem een oude bekende gaan.
'n groet veraf. Even later eten we mosselen. Cohen horen we niet meer, de BMW
is weg. Ik breek het wittebrood in brokken, we drinken witte wijn en we
toosten.
Op
het grafke, zeg ik, ik wil begráven worden.
In
'n grafke met rode rooskens? vraagt hij geduldig.
Ach,
zeg ik, leg mij neer in een wilde tuin, tussen kleur en geur van allerlei
bloemen, waar hommels en bijen en vlinders komen die nectar halen, waar leven
is dat leven doet; leg me dáár neer en mijn grafke, ja mijn grafke zal
rooskens dragen.
WANT
ALLES IS VOLBRACHT
Door
Ine Verhoeven
De
massa was verdwenen in de donkere stonde van zijn dood.
En
bij de martelpaal was zij de vrouw, die naar haar liefde zag: het moede hoofd,
zijn lichaam stuk en zijn gebroken hart.
Hij
werd van het hout genomen en stil gedragen naar het graf
want:
alles
is volbracht.
En
bij het eerste haangekraai wist zij haar hart te volgen,
verliet
haar huis en droeg de kruik met nardus en lavendel.
Zij
bracht de balsem naar haar Heer en volgde de paden,
en
ging voorbij de egelantier, de hibiscus, de papavers
want:
alles
is volbracht.
En
bij het graf gekomen, daar was de stenen toegang weg
en
rustten er twee boden; hun wit gewaad verblindde haar.
Zij
vroeg: waar is mijn Heer? Wees niet bevreesd, werd haar gezegd, de Heer is
immers opgestaan, verrezen uit de doden
want:
alles
is volbracht.
Een
vreemdeling trad op haar toe. Maria, sprak hij zacht.
Haar
hart sprong op, haar lach was jong: Rabboeni mijn, gij zíjt het! Toen is hij
nogmaals heengegaan, verdwenen bij de graven. Maar ze wist hem weer ten leven
en ze droeg hem in haar hart want:
alles
is volbracht.
Maria
Magdalena - Paasmorgen
WANT
DOOD IS NEE
Door
Ine Verhoeven
Ik
heb mijzelf van het lijdenskruis genomen
en
rond het ruwe hout vlocht ik een bloemenkrans
en
groene takken van laurier- en bessenbomen
gaf
ik mijn handen en mijn armen, ik omarmde;
en
de glans van alle ogen die in leven stralen
en
schitteren in de witte levenszon heb ik
geschouwd
en in me opgenomen; geen dood leeft
voort;
in mij mag niemand komen behalve dan
die
ene, die leeft voor mij en altijd leven
zal;
geen houten kruis in dood beheerst mijn
dromen,
geen vastgenageld corpus krijgt nog van
mij
een kus; en ik zal zijn zoals ik werd geboren:
dat
pure mensenkind; niet langer ben ik stuk,
geslagen
noch aan kruisenhout genageld; niet
langer
leeft mijn lijf de donkerbruine haat;
In
zacht gedruis en windevlagen wiegen ja
alle
bloemen die ik vlocht rond 't ruwe
houten
kruis; de kransen van de passie en
van
koren, van blauwsering, lavendel, madelief
omringen
nu mijn levendige corpus: ik leef
en
weet: ik heb het leven lief; dag lijden en
dag
kruis en dag onlieven, dag alle pijne pijnen
alle
zeer, dag alle onbewogen houten kruisen,
mijn
hart beweegt in klop, in klop steeds weer
en
tussen groen en volle sappentakken ga ik
mijn
weg alleen, de weg van hem, maar zonder zeer;
want
hij, hij is gegaan, allang, hij is niet meer;
hoor
hoe de vogels twinkeleren, roepen, zingen
hoor
hoe de bijen zoemen, gonzen zacht verteer
en
over landen, over heiden, weiden, akkers
zet
ik mijn voet en ik dank God, mijn lieve Heer;
geen
dorre bloemen en geen ruwe houten zal ik nog
adoreren,
o nee; ik draag de groene sappentakken
in
mijn hand en armen; ik draag het leven in zijn
glanzen
voort en vurig mee; ik leef het leven dat
mij
is gegeven; want dood is nee, want dood is nee
ZONDER
SCHULD
Door
Ine Verhoeven
De
Heer ontneemt mij elke schuld
Hij
verstaat de klop van mijn hart
Langs
alle wegen ben ik gegaan
maar
de paden heb ik bewandeld
die
de Heer mij wees; wolven
en
gieren belaagden mij maar
géén
heeft mij verslonden;
mijn
levensduur was mijn offer
mijn
leed was al wat ik had;
maar
niets daarvan heeft mijn
Heer
behaagd; de Heer wilde
slechts
mijn lief, wat Hij mij
vroeg
was mijn levend lief
en
ik gaf het Hem, dag en nacht;
De
Heer wenste van mij om te
zijn
wie ik ben, en ik heb mij
gevoed
alle dagen met de raad
van
mijn Heer; en zijn stap
en
zijn stok en zijn warme stem
hebben
mij behoed voor de afgrond
De
Heer ontneemt mij elke schuld
Hij
verstaat de klop van mijn hart
Ik
beluister de wetten maar volg
zijn
stem die mij in mijn hart
mijn
weg wijst; die mij zegt waar
te
gaan, wat te doen op elk moment
van
alle dagen; en zo zal ik doen
om
de wolf te weerstaan en zo zal
ik
gaan en de gier negéren; want
aan
de Heer geef ik mijn lief,
mijn
eigen lief geef ik aan Hem,
aan
de Heer die mij lieft en mij
verstaat;
Hij verstaat het lieve
boven
de wetten; Hij geeft mij rust
en
in mijn leven verzacht Hij hard;
Hij
wenkt, en voert mij -en ieder-
langs
wegen en paden, zonder schuld
De
Heer ontneemt mij elke schuld
Hij
verstaat de klop van mijn hart
Vrij naar Matteüs
12,1-9
GELOVEN
WIL IK
Door
Ine Verhoeven
De
stem van mijn hart zal ik volgen
want
de weg van de Heer wil ik gaan
beelden
van duister zal ik verjagen
het
woord van de Heer wil ik verstaan
Geen
tweede dood zal mijn deelgenoot worden
want
trouw wil ik zijn aan de ene Heer
de
eerste dood zal ik ooit overwinnen
het
leven belijd ik in lief en in zeer
Bedrieglijke
redenen zullen verdwijnen
geen
ontrouw is nog aan de stem van de Heer
mijn
hart zal kloppen -in vrede getrouw-
het
ritme van waarheid, altijd en weer
Geloven
wil ik met mijn hart;
met
mijn ziel vertrouwen op de Heer
Vrij
naar Matteüs 5,27-33
TERWIJL
DE ZANGVOGEL ZINGT
'n
Speelse paasimpressie.
Door
Ine Verhoeven
Jatze
ging door de velden. De verrukkelijke zomer zorgde voor prachtig groen tapijt
met de mooiste bloemen doorweven. Hij floot zijn lievelingsdeuntjes en voelde
zich beter dan ooit.
Ook
de zangvogel zong.
Jatze
sprong over alle slootjes en liep langs de oevers. Hij keek naar de dieren,
die zich vertoonden. De meeste waren schuw. Konijnen huppelden weg, muizen
schoten versneld in hun holletjes terug, adders hielden zich schuil. Alleen de
vlinders, de bijen en de hommels zweefden onbelemmerd door het heldere ruim en
gingen van bloem tot bloem. Ze dronken gulzig van de nectar en elk insect had
voldoende.
Jatzes
blik verscherpte zich, hij tuurde nu, want hij zocht naar de ratten. Om de
mensen te beschermen tegen de ziektes, die deze dieren verspreidden, was Jatze
een actief rattenvanger geworden. Hij verdiende zo zijn brood.
De
slimme ratten kenden Jatze. Instinctief voelden de beesten, dat hij hun
bestaan bedreigde. Eenmaal in Jatzes vangroede ontkwam geen rat aan de dood.
Maar
ook ratten moeten leven. Het was niet alleen tijdens de nachtelijke uren dat
zij hun voedsel verzamelden. Overdag kwam menige rat uit het beschermende hol
naar buiten: er waren altijd jongen en die wilden gevoed.
Drie
jaren lang ging Jatze al rond en ving ratten bij de vleet. Hij was 'n
gerenommeerd rattenvanger.
Maar
er was iets, wat de mensen niet wisten. Een geheim, dat niemand kende: Jatze
doodde de ratten niet echt. Nee. Hij nam hen voor dood mee naar huis. De
nekslag liet Jatze altijd achterwege. Eenmaal thuis gingen de beesten
gezamenlijk in een ruimte, die Jatze voor hen had ingericht.
En
daar gebeurden de meest verwonderlijke dingen. Jatze sprak met de dieren. Hij
vertelde hun van een grote Meester in het heelal. Van een wondere wereld met
goede wezens. Hij wees naar de hemel en onderrichtte zijn gevangen dieren dat
zij niet bang hoefden te zijn. De dood die hij voorwendde naar de buitenwereld
bestond niet. Had Jatze dit niet allang bewezen aan de ratten, die hij tot nu
toe gevangen had? Immers, zoveel ratten en ratjes hadden elkaar bij Jatze
weergezien ...
Helaas.
Het geheim van Jatze lekte uit. Twaalf hele grote mannen van belang hadden hem
drie jaren lang gadegeslagen. Zij wilden nu weten wat Jatze bewoog om zo de
ratten te vangen. Waarom spaarde Jatze het ongedierte?
Met
de hogere moed, die bij hen paste, stapten ze naar Jatzes huis. 'Wij weten wat
je doet, Jatze. Maar vertel ons 'ns het geheim van je rattenliefde, dan kunnen
wij je helpen!' zo verklaarden zij hun bezoek aan Jatze. Maar Jatze schudde
zijn hoofd en zei: 'Jullie begrijpen het niet. Ik heb geen hulp nodig. Ik zorg
voor de beesten. Zij kunnen niet helpen, dat zij ziektekiemen dragen. Zo zijn
ze geschapen door de Meester in het heelal. Als ik jullie mijn uitleg geef,
zal mijn methode worden vernietigd. Er zullen mensen komen, die hun brood
willen verdienen als rattenvanger en de beesten dan werkelijk doden. Dat is
niet de intentie van de Meester en ik wil Hem gehoorzamen. Ik zal zijn
schepping eerbiedigen. Wel vertel ik jullie de sleutel van mijn geheim:
Liefde. Liefde onbegrensd.'
De
twaalf mannen gingen heen. Ze voelden zich dwaas. Liefde onbegrensd! Wat dacht
Jatze wel? En ze smeedden een plan. Alles, wat ze van hem hadden afgekeken,
zouden ze op papier zetten. Het opgeschrevene moest een boek worden dat de
mensheid voor altijd zou boeien. Zo zouden ze middels de rattentherapie van
Jatze de mensen in hun handen kunnen kneden naar het beeld, dat zij zich
daarbij voorstelden. En ze zouden daarvoor het beeld van de Meester in het
heelal gebruiken, precies zoals Jatze dat deed bij de ratten.
Het
boek werd geschreven: een overlevering, die van generatie op generatie
blijvend zou moeten worden doorgegeven. En de mannen gingen ermee naar de
koning. Zij dwongen hem zijn macht aan te wenden om de inhoud van hun
geschrift in de grondwet op te nemen. De mensen op de aardbol moesten voortaan
naar de regels van dit boek leven. En door die regels waren de grote mannen
van belang zeker van hun adelmacht, hun hoge aanzien.
En
zo geschiedde het. De rattenvanger Jatze was door de openbaring van zijn
geheim in het gevang gegooid. Het dorp zag hem als tovenaar en de mensen
dachten aan duivels addergebroed. Op een middag leidde een menigte Jatze naar
het schavot. 'Dood de rattenvanger!' schreeuwde het mangepeupel. De stevige
smid van het dorp hing Jatze op. Onderwijl onweerde het. Niet voor de moord
maar voor de bliksem rende de massa naar huis. Veilig.
De
ratten in Jatzes huis waren ontredderd. Jatzes beschermende handen hadden zich
van hen afgewend door zijn dood. Ze werden
teruggeworpen
op zichzelf. Maar ze gaven niet op: ze zouden moedig doorgaan nu Jatze dood
was. Ze knaagden en knaagden net zolang tot ze buiten de schutsmuren waren.
Terug in de natuur.
Daar
ging een man door het veld. Het zachte voorjaar zorgde voor jong groen gras en
voor heel kleine bloemetjes in de wei. De man floot zijn lievelingsdeuntjes.
Zijn ogen straalden.
De
ratten hielden zich stil. Was het waar? Daar liep 'n rattenvanger langs de
sloten. De man keek naar de ratten, hief zijn hand omhoog en wuifde. De
zonnenstralen tilden hem op en met een glimlach om de mond verdween hij. De
Meester in het heelal had hem voorgoed bij zich genomen ... De ratten staarden
naar de hemelsblauwe lucht. De zangvogel zong.
En
wie goed oplet, ziet soms een man door de groene velden gaan. Hij fluit zijn
lievelingsdeuntjes terwijl de zangvogel zingt. Als vredesteken uit 'n wereld
met liefde onbegrensd.
GEEN
VOGEL NOG
Door
Ine Verhoeven
Ik
had de stormen getrotseerd enkel voor jou,
vanaf
de bodem van de zee was ik omhoog gestegen
om
jou te strelen langs je lief gelaat, je ziel
Als
ik een vogel was geweest, een vogel met
het
spel van God
Ik
was gegaan met jou over de hoge ronde maan
en
heel de wereld had ik schuddend laten tollen
van
opwinding en feest, en van geluk
Als
ik een vogel was geweest, een vogel met
de
lach van God
Ik
had je over de wolken heen getild
en
langs de sterrenhemel met me meegedragen
en
langs de zonnen was ik met je meegegaan
Als
ik een vogel was geweest, een vogel met
de
geest van God
Maar
nu ik mens mag zijn, een mens mag zijn,
zal
ik een mens zijn van gedachten, doen en geven
Nu
ik mens mag zijn, geen vogel nog zal zijn,
zie
ik je aan en weet en ken je met mijn hart,
mijn
mensenhart, en anders niet; en het is goed
'n
MEERGEBED bij DE WAKE
Door
Ine Verhoeven
Hij,
voor wie de armen van het graf zich ontsloten, voor wie de aarde verstilde,
voor wie de hemel openging; Moge Hij -Jezus, de Christus- in onze harten
oplichten als Gods grootste zegening -in deze geheiligde nacht.
Hij,
die mensen troostte, zieken genas en doden opwekte in naam van Abba, zijn
Vader die leven geeft en leven doet; Moge Hij -Jezus, de Christus- in onze
harten het leven zaaien dat Hij oogstte uit de dood als Gods grootste zegening
-in deze geheiligde nacht.
Hij,
die de dood heeft gezien en haar heeft getart door uit haar op te staan; Moge
Hij -Jezus, de Christus- in onze harten levend zijn als Gods grootste zegening
-in deze geheiligde nacht.
Gij,
Vader van Jezus de Christus;
Gij,
Vader van ons;
Gij,
Ik Ben Die Is onze God
leef
op in ons;
maak
heel in ons;
wees
onze ogen en handen en voeten;
wees
onze oren en harten en zielen;
vervolmaak
toch dat wat Gij eens bent begonnen;
maak
ons tot levende mensen op een levende aarde
en
draag ons in Uw hart als Uw grootste zegening.
Amen.
WANT
TEER IS DE MENSENZIEL
Door
Ine Verhoeven
Mensen
en wij -jij en ik- keren om
en
zien elkaar voortaan, elkaar,
niet
enkel ik; en jij wordt opgetild
uit
stof en as, vergetelheid;
en
jij wordt opgetild, gezien,
en
ik groet jou met mijn hart;
jij
bent en mag er zijn als ik
en
géén ontkent jouw hart; ik ben,
jij
bent; gelijk mijn God er ís,
Hij
is; en weten zullen wij
van
onze ziel, die is
Maar
teer is de mensenziel
zo
teer is de mensenziel
waarmee
mensen liefhebben,
elkaar
liefhebben en jou,
want
liefhebben is de
opdracht
van de mens
Mensen
en jou liefhebben
gaat
vanzelf en kennen mag
ik
jou, maar nooit zonder
het
kwetsbare, het weten
van
het kwetsbare in jou
Want
teer is de mensenziel
DE
NEERGELEGDE LEEFT
door
Frans Boddeke
In
de aanvang
was
Hij als Woord
was
Hij als Mens
was
Hij in de Stilte
na
jaren van volmaakte rijping
krijgt
hij haast
wordt
hij een gehaast man
predikt
hij:
vlaggen
uit, deuren open, straatjes versierd
want
God
komt eraan
God
laat zich zien
God
zijn eerste passie
nu
geen tijd voor onderonsjes
nu
geen tijd voor het borreluur
nu
geen tijd voor boeken lezen
want
God
komt eraan
God
laat zich zien
God
zijn grootste passie
nergens
tijd voor vrouw en kroost
nergens
tijd voor dreamcarrière
nergens
tijd voor overlevingsstrategieën
want
God
komt eraan
God
laat zich zien
God
zijn liefste passie
geen
passiviteit
geen
verloren momenten
altijd
haasten, haasten, haast
want
God
komt eraan
God
laat zich zien
God
zijn laatste passie
De
rustige bode Gods:
de
Neergelegde
hij
is niet hier
hij
is opgestaan
hij
leeft in God
zijn
blijvende passie
ZE
ADEMT LENTE, DIE VROUW
door
Frans Boddeke
Een
man is dood. De man heet Harry Lime. Hij heeft slechts één vriend. Deze
vriend vliegt van Londen naar Wenen om de begrafenis van Harry bij te wonen.
Maar er is iets vreemds aan de hand met Harry Lime. De politie zegt dat hij in
de drugshandel zat, dat hij in feite doden op zijn geweten heeft en dat hij
door zijn plotselinge dood net op tijd de dans ontsprongen is.
Op
een nacht dwaalt de vriend door de Weense binnenstad. In een verlaten straat
ziet hij twee slecht gepoetstse schoenen uit een portiek steken. Hij blijft
staan. De schoenen verroeren niet. De vriend roept: 'Zeg, laat eens zien wie
je bent.' De bovenbuurman, wakker geschrokken van het luide roepen, knipt boos
het licht aan. Het licht valt op...Harry Lime.
Als
de vriend van zijn eerste verbazing bekomen is, is Harry Lime verdwenen. Later
zal blijken dat hij door de riolen is ontkomen. Evenzeer blijkt dat hij
zichzelf door middel van een ander dood heeft laten verklaren.
Je
kunt dit verhaal - verbeeld in de film The third Man - de wederopstanding van
Harry Lime noemen. Hij is dood, maar het staat tevens vast dat hij leeft.
Een ander is in zijn plaats begraven. Een nepverrijzenis derhalve.
Ook
Jezus van Nazaret laat zich na zijn dood zien. Hij komt op uit de dood, eet en
drinkt met vrienden en loopt zelfs zo'n tien kilometer mee met mensen, die hem
niet herkennen.
Is
Jezus' wederopstanding een schijngebeuren? Heeft Jezus voortreffelijk toneel
gespeeld? Is hij even dood gaan liggen om vervolgens onder luid applaus weer
op te staan?
Het
evangelie bestrijdt de gedachte aan een nepverrijzenis van Jezus van Nazaret.
Jezus is volgens de evangelisten werkelijk gestorven. De verslagenheid bij
zijn vrienden is oprecht. Ze hebben hem zelf in een rotsopening neergelegd met
een bijzonder grote sluitsteen voor de dodeningang. Doder kon het niet. Meer
dood was onmogelijk.
Temidden
van alle treurnis gaan op de derde dag na Jezus' dood dan vrouwen naar diens
rustplaats voor een laatste groet. Aangekomen ervaren ze een mysterie. Een
bode Gods kondigt welgemoed aan dat Jezus leeft. Een even opzienbarende als
vreugdevolle tijding. En de vrouwen haasten zich terug, vertellen hun verhaal,
worden niet geloofd, worden wel geloofd. Bij Jezus' vrienden groeit
aarzelend de overtuiging dat Jezus bij God is, dat Hij ook bij hen is, dat hij
leeft. Hun liefde doet hen aanvoelen dat Jezus niet in de dood door God
gelaten kán zijn. Dan zou God toch geen gave liefde kunnen zijn? Zij ervaren
dat God als bovenbuurman in alle welwillendheid het licht heeft doen schijnen
op de levende Jezus. Zij zien in - op grond van hun liefde, op grond van de
Schrift - dat de jaren die Jezus geleefd heeft kostbare jaren waren. Zijn
leven lang blijkt Jezus naar deze verrijzenis toegewerkt te hebben. Zijn
leven lang heeft hij in gevende liefde deze hemel opgebouwd. Dat ze dat niet
eerder gezien hebben!
Zo
wil de wijsheid van hun joodse traditie het toch ook: 'De Heilige, de Enige,
gezegend zij Zijn naam, laat de rechtvaardige nooit langer dan drie dagen in
de dood.' Zo verkondigt de profeet Hosea toch ook: 'De Eeuwige zal ons na twee
dagen doen herleven, ten derde dage zal Hij ons oprichten en wij zullen voor
zijn aangezicht leven.'
Op
grond van hun liefde, op grond van hun Schriftkennis gaan Jezus' vrienden
geloven in Jezus' opstanding. En die opstanding willen ze verkondigen. Maar ze
vinden amper de goede woorden. En daarom gebruiken ze parabels om het
onverbeeldbare te verbeelden. Het onbenoembare gieten ze in parabelvorm met
als flonkerende inhoud: Jezus leeft!
Zo'n
parabeljuweeltje heeft de evangelist Johannes opgetekend. Het verhaal van
Maria van Magdala. Het is nog donker als Maria bij het graf van Jezus komt.
Zal de donkerte licht worden? Het is mogelijk, want eerder toch werd een
blindgeborene van zijn duisternis verlost toen hij met zijn ik-geloof Jezus
als het licht erkende. De blinde had de balsemende woorden van Jezus
opgevangen: 'Als een licht ben ik in de wereld gekomen, opdat alwie in mij
gelooft, niet in de duisternis blijft.' En hij - de niet-ziende mens -had deze
woorden in zijn ziel geëtst en zie, en zie: hij kón kijken, hij kón zien.
En nu schreit Maria in de donkerte om haar dode Jezus. Het is duister in haar
binnenste. Hoe vindt zij Jezus terug? En
zie, en zie: Twee in het wit geklede boden Gods gaan bij haar zitten, als twee
cherubs, als twee wachters die staan voor het Heilige der Heilige. Even denkt
Maria dat het Mozes en Elia zijn, de mannen van wie God -Zijn naam zij
geprezen - niet wilde dat zij de dood zouden zien.
De
boden Gods geven haar een vloed van licht. En in dat licht ziet zij Jezus.
Maar wat lijkt hij op de tuinman! Is hij soms de tuinman? De tuinman? De
tuinman van de tuin van het paradijs, van de tuin van de schepping, van de
tuin van Adam en Eva? Ja, de tuinman ís Jezus. En zij is vrouwe Eva. Samen
zijn zij de nieuwe Adam en Eva. In hen herschept God de donkerte tot licht.
In
een waas hoort zij hoe Jezus haar bij haar naam roept. Zij keert zich om, zij
wil zijn lichtende stem zien. 'Rabboeni, jij heerlijke Mens', zegt ze teder.
De vonk van de liefde springt over. Ze vliegt naar hem toe, maar hoort zijn
warme stem fluisteren: 'Ik ben bij God. Ik houd van je, méér nog dan eerst.
Ik wacht op je bij onze God.'
Ze
ondergaat verwardheid, ze zou zo graag de tijd van vroeger terughebben. Maar
wat het lichaam niet kan, doet het hart: ze neemt Hem met zich mee in de ziel.
Dan
ijlt ze weg om van haar Stem te getuigen, de Stem van Hem, die zij bemint. En
zij denkt aan de vrouw van het Hooglied, de vrouw, die haar zielsbeminde in
diepe nacht gaat zoeken, die twee wachters tegenkomt, die hun vraagt: Hebben
jullie hem gezien, mijn beminde?, die dan bij het opgaan van de zon haar
zielsbeminde vindt, hem stevig omarmt en hem niet meer loslaat. Ze ademt
lente, die vr
DE
EEUWIGE EN DE TIJDELINGEN
Door
Frans Boddeke
De
boodschap van het evangelie is helder: de gekruisigde Jezus is door God
opgewekt. Maar deze opwekking wordt door de vier evangelisten verschillend
weergegeven. Daardoor is het moeilijk om het historisch gehalte van Jezus'
opstanding vast te stellen. De vier schrijvers belijden allen dat God de
gekruisigde Jezus van Nazaret uit de dood heeft opgewekt. Maar Matteüs ziet
het verrijzenisgebeuren anders dan Marcus, en Johannes schetst andere details
dan Lucas. En ook brievenschrijver Paulus heeft in deze zijn eigen visie voor
zijn lezerskring. Maar Jezus is waarlijk opgestaan, zo is de unanieme
belijdenis, al heeft geen van hen allen de verrijzenis zelf waargenomen.
Het
graf van Jezus is leeg, concluderen de vrouwen. Maar wat zegt een leeg graf?
Het toont niet meer aan dan dat het niet onmogelijk is dat Jezus verrezen is.
De blik van de vrouwen wordt door de bode Gods ook niet gefixeerd op het lege
graf van Jezus. Integendeel, er klinkt: 'Wat zoek je de levende bij de doden?'
Men moet als gelovige niet in de leegte turen, maar uitzien naar waar de
verrezen Heer wel te ontmoeten is.
Jezus'
verrijzenis is niet vergelijken met de opwekking van Lazarus. Lazarus bleef na
zijn tenlevenopwekking gewoon op aarde als een gewoon mens. Bij Jezus'
verrijzenis gaat het echter niet om een gewone terugkeer op aarde, maar om een
nieuwe zijnswijze, om een vanuit God bij de mensen zijn.
Jezus
herstelt niet als aardse mens van de dood. Hij staat niet op uit een diepe
coma met behulp van geloofsEHBOgrepen. Hij is na zijn opstanding immers
enerzijds de man van vroeger: hij eet, hij loopt, hij wordt aangeraakt,
anderzijds heeft hij een geestelijk lichaam. Zo gaat hij door deuren,
verdwijnt hij mysterieus, is hij nu eens hier dan weer daar. Hij is het wel,
maar toch weer anders dan eerst op aarde.
Jezus
is na zijn opstanding geen zuurstofrijk marsmannetje, dat af en toe eens op
aarde komt rondneuzen. Hij is na zijn dood geen piloot van een
eenpersoonsvliegtuig dat bij tijd en wijle even op aarde landt en dan weer ten
hemel stijgt. Zijn verschijning op aarde was ook niet vast te leggen met
telelenzen. Of om een ander beeld te gebruiken: Jezus stapte bij zijn dood
niet over van het ene perron naar het andere. Zijn opwekking was anders dan
(bloed)geld bijbetalen om zich in plaats van in de tweede klas in een
comfortabele stoel van de eerste klas trein te kunnen neervlijen. Jezus is van
een nieuwe werkelijkheid, die niet aards is, maar toch ook wel weer
aardegebonden is.
Maar
hoe lijfelijk Jezus ook lijkt te verschijnen, er is bij zijn vrienden altijd
de dimensie van ongeloof en twijfel. Ze vertrouwen hun eigen ogen niet.
Blijkbaar is Jezus' verschijnen geen verschijnen, zoals een man na gedane
arbeid thuis komt en zijn vrouw een kus geeft. Het is een verschijnen in
geloof en liefde, alleen door het mensenhart waar te nemen.
Zo
zegt de verrezen Jezus tegen Maria van Magdala: 'Houd me niet vast, ik moet
nog opstijgen naar de vader. Ga liever naar mijn broeders en zeg hun: 'Ik
stijg op naar mijn vader, die ook jullie vader is, naar mijn God, die ook
jullie God is.' Jezus bevindt niet in een soort tussentoestand, tussen aarde
en hemel. Jezus' dood, zijn opstanding en zijn opstijgen naar de Vader zijn
één ondeelbaar gebeuren. Hij is bij God en bij ons, zoals God bij ons is.
Het
evangelie van Johannes stelt: 'Ze wisten toen nog niet wat de Schrift zei: dat
hij uit de doden móest opstaan.' Als de vrienden van Jezus de Schrift beter
gekend hadden, hadden ze niet eens naar het graf hoeven te gaan. Want wie de
Schrift in liefde bemediteert, bemerkt dat heel Gods Woord licht laat schijnen
op het leven, de dood en de opstanding van Jezus.
Tja!
Maar we zijn in excellent gezelschap. Bijbelkenner Paulus komt er ook niet
uit. Hij spreekt van een soma pneumatikon, van een geestelijk lichaam. Met die
paradox, met dat cryptogram, met dat geestelijk lichaam moeten wij leven. Onze
denkcategorieën zijn niet toereikend om de zijnswijze van de Verrezene te
bevatten.
Geloven
in Jezus' verrijzenis ligt niet zozeer in het rationele, maar veeleer in de
beleving, in de intuïtie, in de geloofsdimensie. Alleen de gelovige liefde
ontmoet de Verrezene. De verrezen Heer wordt enkel herkend door zijn intimi,
door hen die hem liefhebben.
Van
de andere kant komt Jezus' verrijzenis ook niet tot stand door het geloof en
de liefde alleen. Jezus'verrijzenis is geen smaakvol produkt uit het schap van
door ons mensen neergelegde geloofsartikelen. De verrijzenis van Jezus is ons
gegeven door God zelf. Híj wekt Jezus ten leven, want Jezus is immers Zijn
liefste zoon, de man naar zijn hart.
De
opstanding is niet ergens boven mij, zij is rond mij, ze is in mij. De
opstanding niet voor mij alleen, ze is voor alle mensen, ze is niet voor
later, maar voor heden. De verrijzenis heeft een sociale dimensie. Jezus houdt
na zijn opstanding geen praatje van hoe fijn het is in de hemel bij God. Nee,
hij vraagt om zijn goede boodschap zo veel mogelijk op aarde waar te maken:
hier en nu.
En
zijn boodschap is geen andere dan die hij tijdens zijn leven verkondigde:
Heb God lief, heb je evenmens lief zoals jezelf en je zult leven.
De
evangelist Johannes:
Wie
in Mij gelooft, wie Mij liefheeft, hééft nu al eeuwig leven. Wie lief heeft,
ís als van de dood overgegaan naar het blijvende leven.
De
Eeuwige behoede zijn tijdelingen.
ALLELUIA!
Door
Frans Boddeke
Het
verhaal over de opwekking van Jezus is voor zijn volgelingen niet helemáál
uit de lucht komen vallen. Herhaaldelijk had Jezus al aangekondigd dat God op
de derde dag zijn macht zou tonen en dat Hij hem -Jezus- uit de dood zou
redden.
De
verrijzenis van Jezus is een gebeurtenis die ruimte en tijd overstijgt. De
opstanding zelf wordt niet verhaald. Zo rolt de bode Gods, de wachter bij Gods
mysterie, de steen niet weg om het Jezus mogelijk te maken het graf te
verlaten. Hij wil de twee vrouwen, die op deze zondagmorgen - zij waren
eerder, op de vrijdagmiddag, aanwezig bij Jezus' ternederlegging - bij Jezus'
rustplaats staan, verhalen van Jezus' opstanding. De bode Gods wil hen
doordringen van het verwonderlijke dat Jezus zich niet langer in het graf
bevindt. De engel zegt daarom in een zekere gehaastheid dat Jezus uit de dood
is opgewekt. Hij zegt niet veel, maar zijn woorden zijn als flitsende
zonnestralen op deze zondagmorgenvroeg. Na zijn geheimnisvolle mededeling
verlaten de vrouwen ijlings de plaats van het omgekeerde onheil. Al lopend hun
hart vasthoudend krijgen ze Jezus zelf te zien. Ze vallen hem te voet. Weer
opgestaan verhalen zij de andere leerlingen van het hun meegedeelde geheim. De
een gelooft, de ander twijfelt.
Jezus
zelf twijfelt niet. Hij geeft als opdracht mee dat allen het evangelie behoren
te verkondigen. Hij is verrezen. Niemand ter wereld zal meer omvallen.
Verkondig dat! Alleluia.
'n
VRAAGGEBED
Goede
God, op uw grote dag
hebt
Gij de toegang geopend
tot
het ware leven.
Overwonnen
is de dood door uw Zoon.
Wij
vragen u om
op
grond van Jezus' opstanding
ons
zo vol liefde te maken
dat
we u en elkaar
bij
licht en donker
bij
vreugde en dood
in
toegenegenheid
benaderen
zodat
het leven
tot
alleluia wordt.
MIRIAM
EN DE VROUWEN
Door
Ine Verhoeven
Moederworden,
moederzijn
heeft
God de vrouw gegeven
alleen
de vrouw weet leven
en
pijnen om haar kind
Moederleven,
moederzijn
weet
slechts de vrouw te geven
alleen
de vrouw trilt even
om
pijnen van haar kind
Moeders
komen, moeders zijn
de
steun en toeverlaten
zijn
moeders en bepraten
de
pijnen van hun kind
Vrouwen
bidden, vrouwen zijn
met
Miriam verbonden
bebidden
het geschonden
de
pijnen om het kind
Vrouwen
denken, vrouwen zijn
als
moeder Gods daarboven
in
wijsheid en beloven
geen
pijnen voor haar kind
Moeders,
vrouwen, zusters zijn
in
Christus en verenigd
in
lief, geen hart gestenigd
noch
pijnen aan het kind
WAAR
ZAL IK GAAN
Door
Ine Verhoeven
Alles
heb ik al gezegd, Heer
wat
ik u zeggen wilde
alles
heb ik al gevraagd, Heer
wat
ik u vragen zou
Alles
zeggen, alles vragen
woorden
horen, woorden dragen
woorden
spreken, woorden doen
Waar
zal ik gaan
Langs
de wezens en de dingen
is
mijn levensweg gegaan
ik
zag, ik hoorde en ik voelde
leven
in me, om mij heen
En
alles heb ik al gezegd, Heer
wat
ik u zeggen wilde
en
alles heb ik al gevraagd, Heer
wat
ik u vragen zou
Alles
zeggen, alles zingen
woorden
weten, woorden geven
woorden
lachen, woorden huilen
Waar
zal ik gaan
En
de wezens en de dingen
zagen
mij verwonderd aan
ik
streelde, kuste en ik minde
leven
in me, om me heen
En
alles is allang gezegd, Heer
en
ik zeg niet weer
en
alles is allang gevraagd, Heer
en
ik vraag niet meer
Alles
zeggen, alles willen
woorden
maken, woorden breken
woorden
stukken, woorden sterven
Daar
zal ik gaan
Daar
zal ik gaan, daar gaan
daar
zal ik op ten leven gaan
daar
zal uw woord mij dragen
Naar
u, Heer, zal ik gaan
Vrij
naar Johannes 6,60-69
VRIENDEN
IN DE VRUCHT
Door
Ine Verhoeven
Daar
stonden ze de twaalf
met
rode konen opgewonden
en
ogen vol van levensdrift
met
luisterend hart en oor
hun
verlegenheid voorbij
hun
zending in hun ziel gegrift
van
lief, als leedpassanten
in
het meesterlijk weten van hoe
te
doen aan de naaste mens
in
naam van de Vaderzoon
Daar
stonden ze de twaalf
met
eigen hart en eigen aard
met
eigen vruchten van de rank
in
helderrode druivenwijn
en
hoorden de bevestiging
van
altijd vrienden zijn
Daar
gingen ze de twaalf
gedragen
door de hoogste zin
verrukt
in één begrip: heb lief
in
naam van de Vaderzoon
Vrij
naar Johannes 15,12-18
'n
MEERGEBED om SAMENGAAN
Door
Ine Verhoeven
Goede
God, niet willen wij omzien naar wat achter ons ligt, niet willen wij najagen
teleurstelling of wrok; in vreedzaamheid willen wij voortgaan, de weg gaan die
Gij ons wijst, die Gij ons hebt bereid door Jezus, de man van Nazaret, Woord
van U gedoopt.
Moge
het zijn.
Goede
God, niet willen wij hechten aan de beslommering, niet aan de materie zonder
ziel; in goedheid willen wij samengaan, willen wij werken voor het beste, in
vrucht voor het rechtvaardige land van U, onze God.
Moge
het zijn.
Goede
God, niet willen wij kwetsen waar mensen samenzijn, niet tekortdoen waar
honger naar liefde is; in evenwaardigheid willen wij troosten waar ziekte
mensen velt, waar dood gewonnen heeft.
Moge
het zijn.
Goede
God, in het voetspoor van Jezus van Nazaret gingen wij -eens- onbevangen op
weg.
Onvermoed
leerden wij al gaandeweg ontdekken, hoe moeizaam het voortgaan, de levenstocht
is naar Uw land van de rechtvaardigen.
Maar
wij willen volharden op de ingeslagen weg om te voltooien al wat wij -toen-
zijn begonnen om dat heerlijke land te bereiden voor wie na ons komt -en gaat
over de weg naar U -met Jezus, de gezalfde; Woord van U gedoopt.
Moge
het zijn.
INHOUD
Opdracht
Woord
vooraf
Explicatie
De
gouden week - Frans Boddeke
Want
alles is volbracht - Ine Verhoeven
-
Frans Boddeke
-
Ine Verhoeven
-
Frans Boddeke
-
Ine Verhoeven
-
Ine Verhoeven
-
Frans Boddeke
-
Ine Verhoeven
Bestellijst
1999 Verbod Writers & Publishers - Nijmegen
Ter
informatie
VERBOD
WRITERS & PUBLISHERS offreert:
De
treinman - poëzie, Frans Boddeke
'n
Bloembak blauwe begonia's - sprookjes/poëzie, Frans Boddeke & Ine
Verhoeven
Zo
betoverend mooi, Etty Hillesum en de Goede - proza, Frans
Boddeke,
Zalig
de niemanden - verhalen/poëzie Frans Boddeke & Ine Verhoeven
Streel
mijn leven, kus mijn dood - poëzie, Ine Verhoeven,
Witte
koekoek en roomse kamille - poëzie, Ine Verhoeven,
Miriam
- mijn adem bidt - proza, Ine Verhoeven,
Wansnuitje
en de zwarte boterbloem - sprookje, Ine Verhoeven,
12
tekstkaarten - poëzie, Ine Verhoeven,
Het
wordt kerst, dacht ik - proza/poëzie, Ine Verhoeven & Frans
Boddeke,
Gebroken
lentebrood - proza/poëzie, Ine Verhoeven & Frans Boddeke,
Info/bestellen
bij:
VERBOD
PUBLISHERS - POSTBUS 40014 - 6504 AA NIJMEGEN
Ook
telefonisch: 024-3788904 (beantwoorder aanwezig)
Rabobank
nummer: 1378.84.486
Ter
informatie:
Verbod
Writers & Publishers - Nijmegen is een oecumenische groep schrijvers en
dichters; zij heeft als missie haar geestelijke en profane filosofieën
literair te verwoorden en te bundelen in betaalbare werken zonder winstbejag.
Daja-stichting
- Den Dungen is een groep vrijwilligers, die een brug wil slaan naar
mensen en/of groeperingen, die in onze maatschappij niet gehoord worden,
waaronder verstandelijk- en lichamelijk gehandicapten, maar ook
maatschappelijk gehandicapten, zoals gedetineerden, asielzoekers,
woonwagenbewoners, daklozen etc.