GOUDEN VOGEL OPGESTAAN

 

Toen ik een kind was, mocht ik spelen

in de tuinen van mijn hart

~ daar was geen zeer

Ik danste er tussen wel duizend bloemen

en ik had een kleine blonde beer

.

Die in een herenhuisje woonde met

stoeltjes en een potje thee

~ wie doet er mee?

En ik danste er tussen wel duizend bomen

zo samen met mijn kleine beer

.

Maar dat was in de tuinen van mijn hart

Toen was ik nog een kind en ik mocht

het leven spelen

~ buiten en binnen, alles verzinnen

Maar dat was in de tuinen van mijn hart

.

Toen kwam de tijd van alle mooie mensen

Weg was de kleine blonde beer

~ wie doet me zeer?

En ik plukte toen wel duizend bloemen

voor hem, voor haar, voor God de Heer

.

En mensen gingen dood ~ en juist de liefste

Weg gleed hun ziel, weer een de hemel in

~ wat doet dat zeer

En ook de mooiste bloemen zouden sterven

En dat was bij de graven van mijn hart

.

En bij de graven van mijn hart zat ik neer

en ik peinsde daar van God en goed en mens

en ik peinsde van een kleine gouden vogel:

mijn eigen ziel, die recht van God gekomen

was ~ zomaar om niet

.

En bij de graven van mijn hart

was ik weer even dat kind

dat danste met de kleine blonde beer

~ en zie: mijn lachroep wekte daar

wel duizend dode bloemen!

.

Toen ben ik opgestaan, toen kon ik leven gaan

En ik wuifde naar de kleine blonde beer.

.

Ine Verhoeven 2000

 

In de zon van de ziel zal mijn leven zijn

 

Een paasgedachte

 

 

 

~~

Ik zag de narcissen onder het ijs

en sneeuw bedekte de huid van de lelie

en schrale rozen taanden op rotsen

nog voor de zon van de ziel verscheen

 

~

En de zon van de ziel kwam vanachter de wolken

en de zon van de ziel verscheen met een lach

en de zon van de ziel bewoog mensen en volken

en de zon van de ziel gaf zijn licht aan de dag

 

~

Ik zag de sneeuwklokjes zachtjes trillen

en witte kamille klom op uit de grond

blauwe violen in kil zongen warm

toen daar de zon van de ziel verscheen

 

~

En de zon van de ziel droeg de vogels op handen

en de zon van de ziel verwarmde het lam

en de zon van de ziel droogde tranen van harten

en de zon van de ziel gaf het lief aan de mens

 

~

Ik zag verkleumden in moeizaam gestrompel

en verstukten gingen gebroken hun weg

en doden wilden doden begraven

tót daar de zon van de ziel verscheen

 

~

En de zon van de ziel lichtte op in de ogen

en de zon van de ziel genas alle pijn

en de zon van de ziel straalde op naar de hemel

en de zon van de ziel hief de armen naar God

 

~

Ja, in de zon van de ziel zal mijn leven zijn.

 

~

Ine Verhoeven

in: Zalig de Niemanden, 1996

 

Ik zeg het maar even

Waar de een sterk is,

kan de ander zwak zijn.

We willen graag gezond zijn.

De een werkt eraan, traint ervoor,

de ander kán ‘t gewoon niet.

Er zit vaak 'n wereld van verschil

tussen de ene mens en de andere.

Wie 'n sterk gestel heeft, is schatrijk.

Wie zich tevreden redt met

minder kracht, is net iets rijker.

Vind ik.

 

Ine Verhoeven 2012

Van streek

 

Vanmorgen kwam het voorjaar op bezoek.

Hij streelde, vleugend geurend naar de aarde,

langs mijn gezicht, langs mijn bestaan; ik schrok,

hij was te vroeg, de winter moet nog komen,

of is de winter doodgewoon voorbijgegaan aan

d’ oude bomen in de hof, aan tere bloesems die

eigenlijk pas bloeien als de sneeuw gesmolten is?

 

Ik weet het niet. Maar d’ aarde geurde lustig

alsof er niets vergeten was aan kou en ijs,

aan sneeuw; en de kleine rozen voor het huis

staan pronkerig te bloeien, de regen slaat

maar ‘t deert ze niet, ze zijn, daar gaat het om;

alsof ik naar mezelf kijk, toen ik de tijd niet

leven mocht die me was toebedeeld, als kind.

 

Ine Verhoeven

9 januari 2012

 

 

Onze gewaardeerde vriend Frans de Maeseneer CSsR

schreef een sterk gedicht over klagen, zuchten en zaniken,

waarop ik hem het volgende antwoord gaf:

Klagers geen nood, zegt het spreekwoord.
Ik klaag, zucht noch zanik, want daar worden

anderen alleen maar moe van en ikzelf nog het meest.

Wie, op zijn beurt, tegen mij klaagt, zucht of zanikt,

laat ik al snel links liggen, heb ik gemerkt. Ja, klagen,

zuchten en zaniken, kan ons vriendschappen kosten.


Maar wel is het goed om hier eens bij stil te staan.
Gelukkig Nieuwjaar voor jou en jou en jou,

met omringende en innerlijke liefde en gros, en detail.

 

 

 

 

Onder elkaar

 

 

Hoopvol leven zonder glorie

Knap is hij die het presteert

Met lach en hoon en minne streken

wordt menig leven fel onteerd.

-

Wie de ander wil ontkronen

Is een duivel in kwadraat

Lieve woordjes, zachtjes veinzen

Een omhelzing, mooi gepraat.

-

't Zal de ander slechts beloven

Wat niet is noch komen zal

Laat je hart zien als een engel

Breng het kwaad in je ten val.

-

Mat en moeizaam wordt het leven

voor wie wordt beratelslangd

Steeds elkaar het beste geven

is wat elke mens verlangt.

-

Wat gij niet wilt dat u geschiedt

Doe dat ook de ander niet

Maar help elkander overeind

Waar het leven prangend schrijnt.

-

Weet wat je doet en waar je staat

Als je met anderen samengaat.

-

Ine Verhoeven

 

 

 

 

Akkoord

 

Je moet het doen met wie je bent

Met wat je kunt en wat je kent

Met wat je wilt en wat je zult

Met wat je hoopt, met wat je kult.

 

Of je heel mooi bent of lala

Ligt niet aan jou maar aan papa

Aan mama, aan d’oude stam

Waaruit jij tevoorschijn kwam.

 

Het lot is echt niet altijd fair

De een heeft lef, de ander flair

Hij is charmant, zij is een slons

Wie rijk is, slaapt op zwanendons.

 

Ik rijd een kia, soms een fiets

Soms doe ik alles, soms ook niets

Soms schijnt de zon op mijn balkon

Soms drink ik uit een regenton.

 

Wat ik wil zeggen met dit lied:

Vergeet vooral het goede niet

Je dagen zullen steeds verschillen

Al zou je dat soms anders willen.

 

Maar alle dagen taartjes eten

Is heel slecht, dat moet je weten

Wie met het leven accordeert

heeft van alles wát geleerd.

 

Je moet het doen met wie je bent

Met wat je kunt en wat je kent

Met wat je wilt en wat je zult

Met wat je hoopt, met wat je kult.

 

Ine Verhoeven, 2011

 

 

Indian Summer

Als de herfst eraan komt, betovert de zon na de eerste
nachtvorst het landschap; er heerst een zeldzame sfeer.
Het is ‘Indian Summer’:

De ziel van de zonnegloed
streelt het land dat koper en
zilvertin kaatst in de middag;
een huppelend kind met
mama aan haar zij zingt ijl.

Vurig is de hemel achter
de zon, loom roest het loof
aan bomen en struiken; mild
is Gods geest die in de luwte
voortdoet; schaduw genoeg.

Geuren van appels en noten
dringen zich lokkend op;
rozenbottels vallen af uit
wellustige rijpheid; spinnen
raggen in haast en honger.

Een late roos bloeit fier
alsof het lente was, maar
de bijen gonzen niet meer, de
raten druipen van ongerepte
honing; het werk is gedaan.

Nog gloeit het land na in de
zon, neemt de mensheid Gods
kracht in zich op, verbaasd
over het leven in deze gouden
najaarsdrift; veel te mooi.

Ine Verhoeven

 

 

 

 

Klets'kwa

 

Er huppelden schaapjes langs mijn gordijn

omdat ik niet kon slapen; ik heb ze geteld

met alle geweld, mijn ogen vielen toe.



Er mekkerden schaapjes in mijn oor, ze

lieten me niet slapen, ze bouwden samen 

een liedjesfestijn, o jee, wat was ik moe.

 

Er graasden schaapjes op mijn platdak, ze

vraten ecologisch; ik breide mijn sokjes van

hun wol, 'k viel om van de slaap, ja en hoe.

 

Er kwam ook nog een ezel langs toen ik plotseling

zat te spinnen, hij keek vooruit, niet op of om,

hij keek niet eens naar binnen, joehoe.

 

Hij sjokte voort met ogen droef, hij liep zich te

vervelen, er waren geen andere ezeltjes

waarmee hij fijn kon gaan spelen, ach toe.

 

Toen kwam er een boer op klompen voorbij,

ik schrok van het lawaai; klits, klats, klits, klats,

wat doet hij nou? Hij wekt de hele straat, oe-oe.

 

Achter hem sjokte een kudde voort van allemaal

bonte koeien; ze flatsten en ze hobbelden en

zwiepten hun staart bij het loeien, boe, boe.  

 

Daar ging ook een ganzenhoedstertje, ze droeg

een muts met bloemen; ze leidde de ganzen om

de tuin en gaf ze een tikje toe, nou moe.

 

Ik duik nog even de keuken in voor een handje rode kersen;

de veestapel helpt me niet in slaap, misschien de boerenhof;

kersen tellen is geen doen, maar ze eten, dat is tof, doedoe!

 

Vorig jaar juni 2010. Kersen kopen en opeten, en wachten op pont Appeltern/Megen.

24 juni 2011 

 

Zomer op de dijk

 

Er liepen ganzen langs de weg

Niet waggelend maar statig in hun gang

Zij gingen daar met opgeheven kop

Alsof zij koning waren in het boerenland.

 

Het water glansde in de Maas

Het blonk alsof de stroming was gepoetst

Door duizend noeste handen van weleer

Door duizend werksters, slavernij der adelstand.

 

De kersenbomen negen neer

In diep ontzag, de regen sloeg hun loof

Zij waren onderdanig want hun tooi

Droeg kersen rood als bloed in stervend oorlogsland.

 

Er stegen ganzen naar de lucht

Zij vlogen sierlijk in een V van vree

En toonden aan de wereld onder zich

Hoe vrede verder trekt in vogels, onbemand.

 

Ine Verhoeven, 12 juli 2009 15.51 uur.

 

 

 

 

We leven

 

Het zijn niet de raadselen

die een mens doen geloven

Het zijn de momenten waarop

jij en ik elkaar ontmoeten

Van die momenten die ons

doen huiveren van geluk

Van die momenten die ons

doen duizelen van ontzag

Van die momenten

die ons doen beseffen:

 

Ik besta met jou

Ik ben met jou

Wij zijn in JHWH De God

Kind van de mensen

Kind van de Vader

Jij en ik tot leven gewekt

 

Het zijn niet de raadselen

die een mens doen geloven.

Het zijn de godsmomenten in de tijd

waardoor een mens geloof­t.

 

Ine Verhoeven

In: Ook de heer in Harristweed 2000

 

 

Mijn oude hart

 

In mijn oude hart

heeft zich een lach gegroefd

en mijn stramme lichaam

daalt - heel licht - van alle

trappen, met van die treden

die hun sporen van de tijden

afgetekend ingekrast achterlieten

in bijna opgesleten steen van toen

 

En in mijn oude hart

heeft zich een lach gegroefd

die tijd en God en mooie allemensen

er kerfden; ik ga voorbij

- ook aan mijn stramme lijf -

en voor ik aankom bij mijn

God en Schepper, nog voor ik

binnenga in Zijn eeuwigheid

kijk ik nog éven om en zie de

nieuwe stoet van mensen, de jongsten

in het hart van God en medemens

- ná mij; hoe schoon zijn zij! die

jongsten in de tijden, die nieuwen

die daar wachten, die ook wachten,

die nog wachten moeten op -

hun oude hart, waarin de lach zich

groeft na alles; en zich kerft in

het mooi van oud, dat mooi van oud.

 

In mijn oude hart

heeft zich een lach gegroefd.

 

Ine Verhoeven in De muren hebben armen 1999

 

 

 

 

Bloesem in je koffie

 

Samen aan de koffie

In de morgenstond

Samen aan de keuvel

In een lief verbond.

 

Samen in een stoeltje

Zitten in de tuin

Roeren in het kopje

Koffie donkerbruin.

 

Dwarrelt zacht een blaadje

Van de bloesemboom

In je kopje koffie

Haast bezwerend vroom.

 

Stil verdronken leven

Teder in de dood

Bloesem in je koffie

Sterven hoeft niet groot.

 

Titelgedicht in het boek 'Bloesem in je koffie' van Ine Verhoeven, 2011.

Te bestellen bij Ine via de e-mail. Adviesprijs € 12,50.

 

 

Zolang we bestaan

 

Mijn verleden ben ik

Mijn heden ben ik

Mijn ervaring ben ik

Mijn inzicht ben ik

 

Vanuit mijn bestaan

 

Mijn vrede ben jij

Mijn liefde ben jij

Mijn troost ben jij

Mijn steun ben jij

 

Vanuit jouw bestaan

 

Zo zijn we brood

En wijn voor elkaar

Zo houden we

Elkaar in leven

 

Zolang we bestaan.

 

 

Ine Verhoeven, 6 mei 2011

 

In je eigen ronde kring

Weet je wat? Ik stuur je

duizend vredessterren.

Je zult ze zelf moeten plaatsen

en nergens anders dan dáár

waar jij bent, gaat en staat.

 

Zo schep je een kostbare plek

van vrede en liefde.

Als dit je in het klein lukt,

ben je een bolleboos

en verdien je een lintje.

 

Ik heb gemakkelijk praten,

dat weet ik best. Want praktijk

en theorie werken graag

langs elkaar heen of botsen

knetterend op elkaar stuk.

 

Als dat gebeurt, ben je

echt (even) uitgepraat.

Ik in ieder geval wel.

Moge het ons niet afhouden

van de goedheid onderling.

 

Ine Verhoeven

 

 

Relevant

 

 

 

 

 

Kun je uit de grijsheid bloemen plukken?

Kun je uit het duister vreugde putten?

Kun je in de broosheid voortgaan met begrip?

Kun je kleuren onderscheiden in het zwart van de nacht?

 

Wat is, dat is - en anders is het niet.

Het leven is jongleren met verdriet.

Vreugde voedt je geest in je bestaan.

Zoals het met je gaat, zo zal het gaan.

 

Ine Verhoeven 17 maart 2010 – 1 maart 2011

 

 

Mensen voor mensen

 


Ik heb mijn geloof gezet

op mensen; zonder geloof

in mensen ben ik niets.

 

Ik heb mijn hoop gezet

op mensen; zonder hoop

op mensen ben ik niets.

 

Ik heb mijn liefde gezet

op mensen; zonder liefde

voor mensen ben ik niets.

 

Ik heb mijn vertrouwen  gezet

op mensen; zonder vertrouwen

in mensen ben ik niets.

Toen ik een kind was, was er

de lach van mijn vader en moeder,

van mijn zuster en broeder.

 

Nu ik oud ben, weet ik dat

de ultieme vreugde van mensen

nog steeds van mensen afkomstig is.

 

Zij die goed zijn, maken God.

Zij beleven Gods evenbeeld.

Zij leven en geloven in de Liefde.

 

(Geďnspireerd op 1 Korinthiërs 13)

 

Ine Verhoeven

 

 

 

 

De mensen van elkaars vrede

We worden niet als koningskind geboren
geen mens doet ons een koningskleedje aan
we wonen niet in een ivoren toren
en nergens groeit vanzelf het gouden graan.


We gaan als broze mensen door het leven
en wat we dragen komt er niet op aan
we wonen op de markt en langs de wegen
en zullen onze buren goed verstaan.

We pogen slechts de mensheid te begrijpen
we willen met de ander samengaan
we kleuren onze dagen met de vrede
we trekken ons het lot van mensen aan.


Ine Verhoeven

 

LEVEN AAN DE OVERKANT

We hebben niets te vrezen liefste

Het land van God is heel dichtbij

We hebben niets te vrezen liefste

Ik ben bij jou, jij bent bij mij.

 

Wij zijn vanaf ons prilste kindschap

Met God en goed bekend geraakt

Wij wisten van Zijn eeuwigheid

Van altijd leven na de dood.

 

We hebben niets te vrezen liefste

Het land van God is heel dichtbij

We hebben niets te vrezen liefste

Ik zorg voor jou, jij zorgt voor mij.

 

Wij wisten heel ons lange leven

Dat onze dagen eindig zijn

Wij wisten van de Overkant

Van vredig slapen in Gods schoot.

 

We hebben niets te vrezen liefste

Het land van God is heel dichtbij

We hebben niets te vrezen liefste

Ik sterf met jou, jij sterft met mij.

 

Wij wisten van de grote hemel

Beminden onze lieve God

Wij wisten van Zijn milde hart

Van niet te sterven in de dood.

 

We hebben niets te vrezen liefste

Het land van God is heel dichtbij

We hebben niets te vrezen liefste

Ik leef in jou, jij leeft in mij.

 

© Ine Verhoeven

 

 

Pompoenen op de muur

-

't Is herfst en waar denk je aan? De dood

gaat door je dagen. De tuinen en de parken

staan klaar voor halloween, met lampjes

in het takkenhout, pompoenen op de muur.

-

De moeders kleden kindjes aan als spookjes

zonder tranen, wat is er toch voor aardigs aan?

De oma's lopen met hen mee in optocht door

het bos. 't Is toch de dood die wordt omhelsd?

-

't Is halloween, waar denk je aan? Het volk

viert spook en plagen. Men zoekt het duister

op vannacht, met hoog gegier en eng plezier

gaan ribben onbevleesd ín tegen wat bevreest.

-

Een doodshoofd dient als lampion, gesneden

uit pompoenbast; rode pepers dansen mee als sieraad

aan een muts; de liedjes die ik hoor, heb ik nog

nooit gezongen, ze zijn gemaakt van ‘t halloween.

-

't Is herfst en waar denk je aan? De dood

gaat door je dagen. De tuinen en de parken

staan klaar voor halloween, met lampjes

in het takkenhout, pompoenen op de muur.

-

© Ine Verhoeven

Nijmegen 27 oktober 2009 / okober 2010

 

Oud zeer zal slijten in het nieuwe van je dagen

 



Ik wil mijn hart vertragen in het gemoed
Mijn lach verkleinen en mijn tranen stillen
Ik wil mijn voelen vlakken en mijn willen
Ik wil de eenvoud doen, maar zeg me hoe het moet.
~
Vannacht heb ik gedroomd van heel de aarde
Van alle mensen die ik ooit eens tegenkwam
Van iedereen die het leven vulde met gezwam
Het was een nachtmerrie voor mij van hoge waarde.
~
Ik zocht naar woorden voor de mis in een gebed
Papieren lagen in een kluis verward te wachten
Toen stond de priester op met andere gedachten
Hij drukte op een knop en een lied werd ingezet.
~
De mensen die ik kende, zwegen eenduidig voort
Ze zaten allemaal verstard naar hem te kijken
Toen kwam een stoet van mensen en de stommen moesten wijken
De nieuwe stoet zong mee, ik had iets mooiers nooit gehoord.
~
Toch wil ik echt mijn hart vertragen in het voelen
Ik wil mijn lach beheersen en 't verdriet mag niet bestaan
Ik wil het leven leven zonder mij te laten gaan
Misschien dat dat die droom van mensen wil bedoelen.

~

Het gaat om de vernieuwing, alle dagen
Niet blijven stilstaan bij het oude dat eens was
Slechte bagage tijdig wegdoen uit je tas
En reizen met de mensen die je werkelijk willen dragen.
~
Ine Verhoeven 24juli2010

 

 

 

1 juli 2007:

Het is juli vandaag in alles. Het is juli vandaag in de lucht en op de grond, in de aardegeur en in de kleur van het water in de sloot. Bij Oortjeshekken zag ik de boten varen over de Waal, de bloemen bloeien in de Bisonbaai, de schapen grazen in de weilanden iets verderop - en de mensen gingen over de hoge dijk en waren als sierlijke silhouetten tegen de avondzon in. Een ballonvaarder trotseerde de regenbuien die de zonnestralen tartten: het was kermis in de hel. We zaten op het terras tegen de hoge heg en onder de dichte bomenpartij, maar de regen verdreef ons tóch, we vluchtten onder een parasol die op dat moment tot paraplu werd. Over de dijk ging een vrouw met een hond, het was, ja echt waar, een borderterriër, een blauwe, zoals dat heet in die kleur. Er waren veel paartjes die lief deden, verliefd deden, het viel op, maar het is dan ook juli en vakantie en zomer toe.

1 juli 2010:

Vanmorgen is er de zon, gekleed met grauwsluiers als draperie langs de blauwe hemel; er zijn de vogels die zwieren en de bomen die zachtjes wuiven. Ik zie mensen op de fiets en mensen in de auto, vaak met de raampjes open. Ik zie de wereld bestaan zoals altijd, maar het verschil is juli. Het grasveld ligt er verbleekt bij, dat is juli. Alles wordt minder, alles wordt zwaarder, alles wordt ‘over de top’. Het landschap oogt nog fris genoeg maar lang zal het niet duren. Het is juli. Al het groen op de aardegrond verbleekt, het gras wordt hooi. Juli. Doortastend en eigengereid. Juli.

I.V.

 

 

Juni vieren

 

In juni staan de elfen met de mensenwereld in verbinding, zegt de sage, het gebeurt tijdens het midzomerfeest. Het natuurgeloof is hoog in deze dagen wanneer de zon wordt verafgood om zijn licht en warmte. Ter ere van godin Juno worden bloemen geplukt en gevlochten tot kransen, men tooit het hoofd en feest met elkaar. Het zijn oude, grotendeels Keltische gewoontes die wij, christenen, hebben verlaten. Wij vertrouwen op onze heiligen, onze heiligste vrouwe is Maria en onze God kunnen we niet bevatten, hij is te groot; wij stervelingen zouden het niet aankunnen hem te ontmoeten, nu nog niet. Toch laat hij zich zien, kwetsbaar en krachtig tegelijk, in het Brood dat uit de aarde is, in de Drank die van de wijntros is, maar ook in de ontmoeting met elkaar, in het Woord doen, in het goede dat gebeurt tussen mensen. Zo verbindt hij zich met ons op aarde, tot aan de voltooiing.

 

Ine Verhoeven

 

Zie ook bij ‘Opstekertjes’ : www.redemptoristen.nl

 

 

 

 

Foto van internet

Maar de bloesem blijft verdronken

Tere bloesem hard verregend
witte blommen grauw vernield
roze knoppen bruin gesleten
Ei, het is de maand van mei.

Regendruppels op de ramen
harde wind die striemend slaat
langs de takken van de struiken
Ei, het is de maand van mei.

Plassen liggen in de straten
 mensen worden nat geplensd
haastig in hun regenpakken
Ei, het is de maand van mei.

Appelbloesems zijn als strooisel
neergedwarreld op de grond
seringen geuren droefenis
Ei, het is de maand van mei.

Morgen wil de zon verschijnen
in ons sleetse kikkerland
maar de bloesem blijft verdronken
Ei, het is de maand van mei.

Ine Verhoeven, 2 mei 2010

Klik aan en kijk ook op http://inebegijn.web-log.nl

en op http://ineverhoeven.web-log.nl

en op http://fboddeke.web-log.nl

 

 

Kijken in april

 

 

Bij het prille van het leven

Schouwen we de wereld in

Jonge mensen, jonge wensen

Alles heeft nog zin.

 

Bij het lieve van het voorjaar

Denken we aan sterven niet

Leven we de nieuwe dagen

Nergens nog verdriet.

 

Bij het schrijden van de uren

Blijven we vertederd staan

Denken dat de dag blijft duren

Niets voorbij zal gaan.

 

Maar de tijd heeft geen clementie

Trekt ons door de maanden heen

Naar het einde van de jaren

- Wat ondenkbaar scheen.

 

Bij het tere van het leven

Kijken we nog even rond

Oude mensen, oude wensen

Dood is grijs, niet blond.

 

Ine Verhoeven, 2 april 2010

 

 

 

Zeg niet dat ik geloven moet

-

Wat vermag een mens te maken in zijn dagen?

Is hij niet aangewezen op het toeval dat hem wacht?

Zoals de voorjaarsbloemen uit de grond ontluiken, dra

neigend naar de ondergang, hun bloeitijd snel ontkracht.

-

Een mens wil leven, maar zodra de zomer nadert,

dan is de herfst alweer in aantocht, vliedt voorbij;

en in de winter maakt de mens zijn nieuwe plannen:

het jaar dat komen gaat, dat pluk ik, ’t wordt van mij.

-

En zo is februari alweer half voorbijgegaan, met

nieuwe hoop en perspectief, waarop dan wel?

Je kunt je dagen willen snijden als een maatpak:

aanvaard wat komt, dan zit je lekker in je vel.

-

Als ik zo rondkijk op de straat en in de winkels

en de gezichten bestudeer van wie ik zien mag en

passeer, dan denk ik wel eens stilaan bij mezelf:

zijn wij geschapen naar het beeld van God de HEER?

-

Ik weet het niet, jij wel? Dan mag je ’t zeggen.

Maar zeg nooit meer dat ik geloven moet, want dat

vind ik goedkoop. Stuur me een stukje God opdat

mijn hart zal weten: houd moed, menslief, houd hoop.

-

Want ergens gloort het licht dat uitkomst biedt - dat moet,

dat ons de weg wijst naar een beter oord, waar heelheid

is; gerechtigheid en vrede heel normaal zijn; geen

rechters meer bestaan, geen nijd, alleen het juiste woord.

-

Ine Verhoeven

Nijmegen, 15 februari 2010.

 

 

 

Het jaar is als een dag gegaan

 

 

In de rust slaapt de geest van de goedheid.

Hoe moe was ons hart vandaag van de dingen!

In de rust zijn Gods vogels stil, zonder zingen,

tot in de vroegte het licht ons wekt, opnieuw.

~

Het jaar is als een dag gegaan, sneller dan wind.

Weergoden hebben hun wezen bezworen en

regenden, sneeuwden en joegen hun geest ver

over de aarde de wereld door, en diep in ons hart.

~

Koud en verlaten, met tranen als stenen, zwoegden

de mensen het eind tegemoet, de dagen gekort,

met uren vergleden als doodse stippen zonder ziel;

toch is alle tijd geleefd, zonder staccato aaneen.

~

In de rust slaapt de geest van de goedheid.

Hoe verkwikt is ons hart in de morgenstond!

Uit de rust zijn Gods vogels ontwaakt en

zingen het jaar als een dag tegemoet.

~

Ine Verhoeven 9 december 2009.

 

 

 

Novembers beeld

 

Vanuit het raam zie ik de straat

glanzend strak staan van de regen,

‘n fietser glijdt omlaag,

klimt weer omhoog,

de Wolfskuil heet het hier.

-

‘n Witte bus en ‘n grijze wagen

passeren het verkeerslicht,

de bus draait terug en stopt,

waar moet hij heen?

-

Het straatbeeld is

toch altijd weer uniek,

steeds bewegen mensen

zich voort, ze gaan

op het ritme van de tijd,

 op het ritme van de fysica,

het is boeiend bestuderen,

het gaat maar door,

in stad en land,

in dorp en buurtschap

overal ademen mensen

dezelfde problemen,

dezelfde interesses,

dezelfde belangen;

het is heel gewoon

maar

het blijft verwonderlijk,

waar dient alles voor?

-

Ik zie de bomen in de straat

schraal staan zonder bladertooi,

ze ogen iel en armetierig

en tegelijk zijn ze

verschrikkelijk mooi.

I.V. 11.2007

 

Pompoenen op de muur

-

't Is herfst en waar denk je aan? De dood

gaat door je dagen. De tuinen en de parken

staan klaar voor halloween, met lampjes

in het takkenhout, pompoenen op de muur.

-

De moeders kleden kindjes aan als spookjes

zonder tranen, wat is er toch voor aardigs aan?

De oma's lopen met hen mee in optocht door

het bos, 't is toch de dood die wordt omhelsd?

-

't Is halloween, waar denk je aan? Het volk

viert spook en plagen. Men zoekt het duister

op vannacht, met hoog gegier en eng plezier

gaan ribben onbevleesd ín tegen wat bevreest.

-

Een doodshoofd dient als lampion, gesneden

uit pompoenbast; rode pepers dansen mee als sieraad

aan een muts; de liedjes die ik hoor, heb ik nog

nooit gezongen, ze zijn gemaakt van ‘t halloween.

-

't Is herfst en waar denk je aan? De dood

gaat door je dagen. De tuinen en de parken

staan klaar voor halloween, met lampjes

in het takkenhout, pompoenen op de muur.

-

© Ine Verhoeven

Nijmegen 27 oktober 2009

 

 

 

 

 

Weemoed om de voorbije dingen

 

Ik zit en kijk naar het kleine bos

Twee duiven vliegen af en aan

Bevoorraden hun broos bestaan

Een hond rent met een stukje hout

De wind waait zacht, het is niet koud.

 

Ik zie de neergang van het jaar

De herfst voert stilaan naar zijn top

De paddestoelen rijzen op

De bramenstruiken worden kaal

Overal naaktheid, alles oogt vaal.

 

Stil treur ik met de bomen mee

Om dorre blaadjes op de grond

Die ritselspookjes, grauw en blond

Die uitgeleefde lijfjes in het zand

Los van hun getakte en van Gods hand.

 

Ine Verhoeven, 2 oktober 2009

 

 

 

 http://cirkel-der-natuur.skynetblogs.be

 

 

EERDER NIET

 

O hoe schoon is de avond in de rust voor de nacht

Hoezeer is de duisternis als balsem voor mijn moede ogen

 

Achter de maan wacht de hemel, fonkelen de sterren als bloemetjes van vuur

Wakker tot de ochtend voor de zielen onderweg naar God

Maar, niemand heeft haast óp te gaan naar waar de goden samenkomen

Geen mens verlangt te gaan naar waar de priesters God beloven

Profeten hebben voorspeld en gesproken in geloof, geen zekerheid

Wie zou de hemel willen zoeken?

 

Waar mensen leven en lijden en wachten op erbarmen

Waar ons mensenvolk huilt, daar moet de hemel komen

De hemel waar de stumpers worden bevrijd

De dommen wijsheid vergaren

De rijken hun bezit verdelen

De armen eindelijk gelukkig zijn

 

O hoe schoon is de avond in de rust voor de nacht

Hoezeer is de duisternis als balsem voor mijn moede ogen

 

Ik slaap gerust vannacht, jij slaapt gerust vannacht

De hemel komt nog wel, wie weet wanneer en hoe

Maar hij zal zijn voor alle naties, alle rassen, alle talen

Wij zullen samen opgaan naar het land van God in eeuwigheid

Als deze wereld is voltooid in volmaaktheid, eerder niet

Amen. Amen.

 

Ine Verhoeven

6 september 2009

 

 

 

 

September

September, daar ben je weer. De negende maand van het jaar, voorheen was je nummer zeven. Goedemorgen op de eerste dag. Heerlijk dat je terug bent gekomen, op je beurt hebt gewacht in de beschaving die in de natuur zit ingebouwd. Ja, ik zie altijd naar je uit. Wat is het geheim? Ik weet het niet. Misschien is het door je fijnheid van structuur, door je zachte overgang van links naar rechts of andersom, wie weet, ik weet het niet. Tussen augustus en oktober staaf jij je waarden, het zijn er veel. Je bent van de zomer en van de herfst. Mensen die in jou zijn geboren, dragen beide in zich mee. Mensen van september zijn me lief. Ze zijn de maagden en de weegschalen, ze zijn de verfijnden met hun klankvolle stemmen en hun nauwkeurigheid, met hun nieuwsgierigheid en hun alles willen weten, met hun zachtheid en hun strengheid, met hun levensdrang en hun realiteitszin, met hun rechtvaardigheid en hun barmhartigheid. Zo zie ik de meeste mensen van september geboren, karaktervol als ze zijn. September. We zullen zien en afwachten wat je ons dit jaar weer brengt. In een weinig lyriek zal ik je dichten, ik had je al gedicht in vorige jaren, maar ik vang je opnieuw in woord en cadans. Ik kan niet anders, omdat ik van je houd.

September

Tijdspanne van goud

Van alle elementen

Met de zon aan de hemel

Heet over het land

Met de wind in de flanken

Van fietsers op tocht

Met de stroom van rivieren

En boten gesluisd

Met de regen van boven

En het land gedrenkt

Met het vuur in de kachel

Die ’s avonds weer brandt

Met de hoop op de mildheid

Van de herfst gestreng

Omdat we mensen zijn

Van ijver en inzet

Van werken en bidden

Van geloven dat....

God met ons zal zijn

In de duur van ons leven

Met voorjaar en najaar

Met zomer en winter

En de duur van september

Tijdspanne van goud.

I.V. 31 augustus 2009

 

Augustus

 

Maar is er ons credo dan niet?

 

Door de rijpheid van ‘t bomenloof

Jaagt de wind met najaarszucht

Ongeduldig zachtjes; hij wil stormen.

 

In de luwte van de zomer

Regent het zwerk druppels voort

Om alles te laven wat dorstig is.

 

In de zachte kiezelgronden

Drenkt het water langs de dood

Het gras ten leven; wie zal het eten?

 

Bloemen zullen altijd sterven

Vogels gaan op wintertocht

Mensen blijven thuis; veilig geborgen.

 

Nooit zal er rust zijn, maar leven

Een voor een zullen wij gaan

Naar nergensland, waar niemand zal wonen.

 

Augustus laat me geloven

Dat alles over zal zijn

zodra de seizoenen zijn verdwenen.

 

Maar is er ons credo dan niet?

 

Ine Verhoeven 3 augustus 2009.

 

 

Voor Frans B.

 

 

-

HET LAND VAN MIJN ZIEL

--

De vlinderbomen op het erf met

paars getinte clusters, en bloemen

in de koperkleur naast besjes blauw

te keur, als fijnspijs voor de vogels.

--

Het timbre van de bijengons, een

hond die spelend blaft; twee mensen

gaan van hoog naar laag het rulle

zandpad af; het hooi is pas gemend.

--

De bramen kleuren glanzend zwart,

in ijdelheid verbeidend, en kleine

vingers van een kind plukken ze

naarstig af; de moeder maakt de jam.

-

De zoete geur van appels en de lokroep

van een eend; het stalen wateroppervlak

dat kabbelt in de wind; een boot dwaalt

deinend mee; wie heeft erop gevaren?

-

De zomer rept zich herfstwaarts en

de bessen kleuren rood als bloed,

de rozenbottels prijken in de lanen

van komaf, de zomer zwoelt voorbij.

-

Het was in Niftrik aan de Maas

en thuis in Wolverlei, twee beelden in een,

op 17 juli 2009. © I.V Nijmegen.

 

 

 

 Juli

 

Juli met je donderslag

Je hete bliksem en je lach

Die van de zon gemaakt is.

 

Juli met je ongemak

Je droge hitte, zon die vlak

En strak te schijnen staat.

 

Juli met je veldjuweel

De maďskolf in de hoge steel

De oude korenaren.

 

Juli met je zwaluwvlucht

Het muggenspel tot in de lucht

De spin die altijd voortdoet.

 

Juli, niet geëvenaard

Het zwemfestijn, de rit te paard

De kleuters in de speeltuin.

 

Juli met je mensenkind

De zomerrokjes in de wind

De meisjes met hun lokken.

 

Juli met je kermistijd

De suikerspin, muziek, jolijt

Wie zal er nog van dromen?

 

Juli -.

 

© Ine Verhoeven

 

 

 

 

 

JUNI

 

Juni, maand van zomerzon

met licht vervuld van God

met nevel en met zonnestraal

met regen en met droogte

met stormwind en met lichte bries.

 

Juni, maand van zomerzon

met bloei en groei van allerlei

in kleuren van het leven

met gonzen en met hoog gezang

van God gebenedijd.

 

Juni, maand van zomerzon

en goddelijk verlangen

met vogels langs het hemelspan

en langs de malse weiden

met mens en dier op goede voet.

 

Juni, maand van vrolijkheid

van groeten en van afscheid

met dagen vol realiteit

met leven en met sterven

van God gebenedijd.

 

© Ine Verhoeven

25 juni 2005

 

 

 

 

PINKSTEREN

 

Er is geen zonnemaand zo rijk

aan geest van vrijelijk verheugen

als die wanneer het Pinksteren wordt;

ik heb de dood gevierendeeld,

ben uit het winters web bevrijd:

mijn ziel verlangt naar God

 

En telkens als het Pinksteren wordt,

raak ik vervuld van lente, van

zomer, vogels, bloemen, wind;

mijn geest verlangt naar ruimte,

naar hogerop, de heuvels in:

mijn ziel ziet uit naar God

 

En telkens als het Pinksteren wordt,

bloeit in mijn oog de aarde; trilt

de grond verlangen uit naar witte

zonmargrieten; zuchten de bomen in

de bloei hun leven door het land:

mijn ziel springt op naar God.

 

© Ine Verhoeven

Uit: Van mensen in gebed – Bidden en Geloven 2002. Ine Verhoeven Nijmegen.

 

 

 

Met de vrienden van vandaag

 

Als je kostbare tijd nu zou worden

opgesoupeerd aan nonsens, onvruchtbaar

gezwets en negativisme, dan zou het

weggegooide tijd zijn, verloren tijd.

 

Daarom wil ik vrij zijn, bevrijd;

wil ik geen ketens voelen, geen

klemmende greep; maar vrij zijn,

helemaal vrij; en dansen wil ik

met wie ik liefheb; praten met wie

ik waardeer; wandelen met wie ik

nog gaan kan; lachen met wie ik

geloof; reizen met wie met me mee

wil gaan; de vrienden van vandaag.

 

Gisteren is voorbij, de vrienden van

gisteren ook; het wuiven ten afscheid

hoort bij het leven; alles wat aan je

gebeurt, hoort bij het hele leven, dat

zo mooi kan zijn en zo goed; dan ben

je in wezen gelukkig, dan is het leven

aan jou geslaagd; het kan ook ernstig

zijn, pijnlijk, kwalijk, dat zal te

versmaden zijn, al kun je het lijden

ten goede keren, want de vrucht die

je oogst heb jij zelf in de hand; zal ze

zoet zijn, is ze bitter, het ligt aan jou.

 

Het bittere wordt zoet, zegt Frans van

Assisi; en het zoete uit het lijden is van

God gekleurd, zeg ik uit mijn diepste

ervaring, omdat je de goede vrucht ervan

plukt; en nee, ik hang het lijden niet aan,

wél de wijsheid die voortkomt uit het

lijden en die je kwetsbaarheid verzoet.

 

Wat is het menszijn gecompliceerd,

maar steeds de moeite van beleven waard;

als je maar geduld opbrengt en leert van

wat je overkomt, in alles; als je de vrienden

van vandaag maar koestert en liefhebt

in de geest die je voor jezelf hebt gewenst,

in de tijdspanne die je misschien nog beleeft.

 

Ine Verhoeven

 

‘n Lentegroet

 

Laat het lente worden,

ze zit in de lucht!

Ga de lente vangen,

voordat ze vlucht!

 

Laat de lente komen,

neem haar apart!

Laat de lente binnen,

en in je hart!

 

I.V.

 

 

 

 

 

 

 

 

Streel mijn leven, kus mijn dood

 

Lieve Aarde, Moede Leven

zachtjes rustend in jouw schoot

die mij baarde, Moeder Aarde

streel mijn leven, kus mijn dood

 

In de stormen, bij het maanlicht

zachtjes rustend aan jouw hart

dat mij wekte na mijn slapen

aan jouw borsten, doorheen zwart

 

Draag mij, schuil mij, Moeder Leven

zachtjes rustend in jouw stond

dode nerven zullen beven

‘k zweef geworteld boven grond

 

Lieve Aarde, Moeder leven

Zachtjes rustend in jouw nacht

die mij dromend heeft gedragen

door de kilte naar het zacht

 

van de Aarde, van het Leven

zachtjes rustend in jouw maan

die mij voerde naar het zonlicht

voorbij dood op leven aan

 

Is de dageraad gekomen

dansen beend’ren loof en loot

met de smeekbee naar mijn Gode:

streel mijn leven, kus mijn dood.

 

© 1995 Ine Verhoeven

Uit: Streel mijn leven, kus mijn dood;

Dabar Luyten ISBN 90-6416-280-8


 

 

 

 

 

 

Herkend in wintergrond

~

Mijn hazelaar, je houdt mijn ziel

gevangen tussen je grillige naaktheid

en je zachte bloesemtrossen naar benee

hangend boven zwarte aarde in mijn

doodstille tuin die zwijgend wacht

in siddering voor de koude grond

waaronder het warme zaad zich broeiend

beweegt naar nieuw leven.

~

Ik had je nog maar pas geplant, zo teer

al weerstond je wiegend klappende vlagen

van winden en stormen, buigzaam als ik.

~

Ine Verhoeven

in: Witte koekoek en roomse kamille, 1997.

 

 

 

 

 

 

FEBRUARI

 

Februari komt alras

met hazelaars in bloei gezet

bij teder zonlicht, lentedag;

de helleborus torst volop

een witte rozenkroon ten top;

de krokus biedt zijn tinten aan

met stampertjes van goudsaffraan.

 

Februari, februari,

sneeuw en regen, wind en zon.

Februari, voorjaarsbode,

winterkind en ijscocon.

Februari, februari,

prille bloemen, heesterpracht.

Februari, februari,

twinkelster en maan bij nacht.

© Ine Verhoeven 29 januari 2008

 

 

 

 

 

De wijze uiltjes

(Voor Arold)

 

Ik kan de wijsheid niet voor je maken.

Ik kan de wijsheid niet voor je zijn.

Je zult in het leven je dingen bewaken

en altijd hanteren het mijn en het dijn.

 

Jij, mens van formaat, van grootheid,

van goedheid, jij mens van karakter, van

eeuwige trouw; geloof in het leven, bewaarheid

je dromen, de tijd is rap, dus doe het maar gauw.

 

Ik kan het leven niet voor je maken.

Ik kan het leven niet voor je zijn.

Je zult alle dagen het leven zelf maken

en telkens beseffen kwetsbaar te zijn.

 

Jij mens van vreugde, van ijver, steeds

deugdzaam, jij mens van zorgen, van

inzicht, van eer; geloof in jezelf en weet dat

je goed bent, vandaag en altijd, elke keer weer.

 

©Ine Verhoeven, Nijmegen, 10 januari 2009.

 

 

 

 

Waar zijn de doden?

 

Nacht o nacht,

heilig en zacht,

leeg van zwijgen;

even geen angst

maar mededogen.

 

Wij zijn stil,

ons hoofd wil niet denken

en ons hart is doof –

tot de dageraad komt

met vogels

 

Die met gezangen

Gods ziel begroeten,

jong in de vuurgloed

over het land.

Licht o licht.

 

Een nieuwe dag,

op zonlicht geënt

en tot leven gewekt.

Waar zijn de doden

die van ons zijn geweest?

 

De nacht

slaapt met hen;

in Gods woord en

het licht van eeuwigheid

wachten zij bedaard.

 

Nacht o nacht,

vergetelheid,

oude kracht waarin

wij rusten om te leven,

opnieuw.

 

© Ine Verhoeven

Geplaatst in Gerardusklok november 2008.


 


 

 

 

DE ONTMOETING

(Meditatie in oktober)

In de stilte van mijn levensdagen ontmoet ik mezelf.

Als ik de voorbode van mijn eeuwigheid zie komen,

kijk ik mijn ziel aan; en ik streel de lijnen van

mijn gelaat, het getekende door mijn leven, signaturen

van liefsten.

 

In de stilte van mijn levensdagen ontmoet ik mezelf.

Als ik de voorbode van mijn eeuwigheid omhels,

kijk ik achterom; en ik zie wat ik aan wel deed;

ik streel de herinnering, en ween om de teloorgang,

het ver­driet.

 

In de vreugde van de stilte ontmoet ik mezelf.

Als ik de voorbode van mijn eeuwigheid nawuif,

kijk ik vooruit; en ik kus de rust van het land van de

doden; ik mag erin meegaan: geen lijden nog, een vredig

voor­bijzijn.

 

In de vreugde van de stilte ontmoet ik mijn God.

Als ik de drempel overga van het schoonste land,

kijk ik mijn ziel aan; en ik streel de lijnen van mijn

gelaat; het getekende door mijn leven is over, de dood

voorbij.

© Ine Verhoeven

In: Geschreven Tweeluik, eeuwige drempelverhalen 2000.

 

 

 

 

 

September - oude pracht

 

De zomer weer voorbij

Seizoen van zonnevreugd

Van windenwaai en warmtespel

Van God en goed en deugd.

 

September in de zon

September in de wind

September in de oude mens

September in het kind.

 

De huizen wachten stil

De bomen deinen hoog

De lach van God waart door het land

Tot in de regenboog.

 

September op het strand

September in het bos

September laat de kruisspin gaan

September koost de vos.

 

De beken stromen voort

De eikels rijpen snel

De eekhoorns knagen vliegensvlug

De bottels kleuren fel.

 

September overdag

September in de nacht

September in de mensenziel

September - oude pracht.

 

De zomer weer voorbij

Seizoen van zonnevreugd

Van windenwaai en warmtespel

Van God en goed en deugd.

 

Ine Verhoeven

27/29.08.2008

 

 

AUGUSTUS

Gouden vogel opgestaan

- Zomerdroom in God -

 

Toen ik een kind was, mocht ik spelen

in de tuinen van mijn hart

- daar was geen zeer

Ik danste er tussen wel duizend bloemen

en ik had een kleine blonde beer

 

Die in een herenhuisje woonde met

stoeltjes en een potje thee

- wie doet er mee?

En ik danste er tussen wel duizend bomen

zo samen met mijn kleine beer

 

Maar dat was in de tuinen van mijn hart

Toen was ik nog een kind en ik mocht het

leven spelen

- buiten en binnen, alles verzinnen

Maar dat was in de tuinen van mijn hart

 

Toen kwam de tijd van alle mooie mensen

Weg was de kleine blonde beer

- wie doet me zeer?

En ik plukte toen wel duizend bloemen

voor hem, voor haar, voor God de Heer

 

En mensen gingen dood - en juist de liefsten

Weg gleed een ziel, zomaar de hemel in

- wat doet dat zeer

En ook de mooiste bloemen zouden sterven

En dat was bij de graven van mijn hart

 

En bij de graven van mijn hart zat ik neer

en ik peinsde daar van God en goed en mens

en ik peinsde van een kleine gouden vogel:

mijn eigen ziel, die recht van God gekomen was

- zomaar om niet

En dat was bij de graven van mijn hart

 

En bij de graven van mijn hart

was ik weer even dat kind

dat danste met de kleine blonde beer

En zie, mijn lachroep wekte daar de dode bloemen!

Toen ben ik opgestaan, toen kon ik leven gaan

En ik wuifde naar de kleine blonde beer.

Ine Verhoeven, 1999

 

 

 

HONDERD ROZEN JONG

EN DIE DANS

 

Honderd kleine wilde rozen jong

staan beperkt volop te geuren

en kleuren de straat rozerood.

De kerk rijst majesteitelijk

boven de huizen uit en dringt

zich penetrant naar de hemel.

Twee herenhuizen leunen scheef

tegen elkaar en lachen met even

scheve monden, waarin de mannen

met honden verdwijnen, en ’n kat.

Ganzen hebben Rome gered en met

oude harten dansen twee mensen

jonge passen in het rond en op

het plein, waar grasjes groeien.

Nergens wordt onweer verwacht

en op de houten plankenbankjes

zitten zij neer en rusten tot

alles lichter wordt om te dragen

en verder te gaan in dag en nacht.

Zo heeft de wilde roos de straat

versierd en een kloostermuur

staat fier in grijs en onbevlekt.

Een priester heeft een hart gekust

en de kleine rozen leven, en sterven

als honderd grote mensen aan elkaar.

 

Wie wil er met de veerman dansen?

Nergens staan antwoorden klaar op

vragen – ze zijn er niet – en

alles gaat door en niemand ziet om.

Wie wil er met de veerman dansen?

De eeuwenoude stenen dragen voeten.

Ook klanken sterven weg.

Maar die ene dans blijft jong, jong.

© Ine Verhoeven

Ravenstein juli 1998.

Uit: De muren hebben armen, 1999

 

 

Juli

 

Juli met je donderslag

Je hete bliksem en je lach

Die van de zon gemaakt is.

 

Juli met je ongemak

Je droge hitte, zon die vlak

En strak te schijnen staat.

 

Juli met je veldjuweel

De maďskolf in de hoge steel

De oude korenaren.

 

Juli met je zwaluwvlucht

Het muggenspel tot in de lucht

De spin die altijd voortdoet.

 

Juli, niet geëvenaard

Het zwemfestijn, de rit te paard

De kleuters in de speeltuin.

 

Juli met je mensenkind

De zomerrokjes in de wind

De meisjes met hun lokken.

 

Juli met je kermistijd

De suikerspin, muziek, jolijt

Wie zal er nog van dromen?

 

Juli -.

 

Ine Verhoeven, 2008

 

 

JUNI

 

Juni, zoet van zomerzon,

van roos in bloei en boomgedruis,

van witte wijn en tuingeluk,

van vogels in de sparren.

 

Juni, vol herinnering

aan hoe het vroeger zalig was,

de appelboom te geuren stond,

de waakhond naar je blafte.

 

Juni, toen je moeder zong

als zij de was te drogen hing,

de koffie maalde, groente sneed,

haar naaimachien liet gonzen.

 

Juni, met hortensia’s,

de rododendron haast voorbij,

het rulle zandpad, regenbui,

de paraplu van vader.

 

Juni ---.

 

© Ine Verhoeven 2008

 

   

MEI

 

Mooie meimaand

Vogellied

Bloesems, bloemen

Teer en niet

Struik met takken in de bloei

Lichtgroen gekleurde blaadjes.

 

Mooie meimaand

Lenteklank

Stemmen, zangen

In gebed

Ranke populieren hoog

De wind die biddend voort ruist.

 

Mooie meimaand

Jonggekleurd

Kind van mensen

Opgewekt

De voetjes in de laarsjes

Stappen langs de smalle sloot.

 

Mooie meimaand

Riet en gras

Eenden, zwanen

Statigheid

Snavels in het groene kroos

Van vijvers bij kastelen.

 

Mooie meimaand

Hemelblauw

Wolken dragen

God voorbij

Zon en regen strelen hem

De mensen blijven dromen.

 

© Ine Verhoeven

 

 

Nieuw leven in april

 

Er kan geen lente zijn

waar oude pijnen bloeden.

Er kan geen lente zijn

waar ‘t leven is verdrukt.

 

Telkens weer bloeien de bloemen

en de bomen en het gras.

Telkens weer kleuren de mensen

straten, pleinen en terras.

 

Telkens vliegen nieuwe vogels

in en uit, zij broeden voort.

Telkens hopen zij op toekomst

in een wereld onverstoord.

 

Er kan wél lente zijn

waar nieuwe kansen leven.

Er kan wél lente zijn

waar ’t leven mag bestaan.

© Ine Verhoeven

31 maart 2008.

 

MAART

Maart ~ stond van het prille begin

Van de lente, de regen, de wind

Van het zonlicht op huizen en daken

Van de nieuwheid in God, van het kind.

~

De treurwilg bloeit op langs de sloot

De vogels verblijven in soorten

Een roodborstje, eenzaam, pikt kruimels op

De wereld is in hergeboorte.

~

Maart ~ grillig van aard en van ziel

Het hagelt van hoog uit het grauwe

De bliksem slaat glans langs het wolkendek

De aarde wacht af, vol vertrouwen.

~

De mensheid doet voort in gezucht

Het kind laat de wereld gebeuren

De weide lacht groen, de kieviet tjoewiet

De bloesems van God zingen geuren.

© Ine Verhoeven

Nijmegen, 20 maart 2007.

 

FEBRUARI

~

Februari komt alras

met hazelaars in bloei gezet

bij teder zonlicht, lentedag;

de helleborus torst volop

een witte rozenkroon ten top;

de krokus biedt zijn tinten aan

met stampertjes van goudsaffraan.

~

Februari, februari,

sneeuw en regen, wind en zon.

Februari, voorjaarsbode,

winterkind en ijscocon.

Februari, februari,

prille bloemen, heesterpracht.

Februari, februari,

twinkelster en maan bij nacht.

© Ine Verhoeven 29 januari 2008

 

December

In de nacht

met maan en wolken,

overdag

met wind en regen;

lege bomen,

natte straten,

hoor je niet

de boeman praten?

 

December

Leegte hangt

over de stad

en op de markt

zuchten de kroegen;

theetje drinken,

neutje pakken,

heb je zin om

door te zakken?

 

December

Mensen zoeken

sparren uit met

naalden die niet

mogen prikken;

kerstgeblink en

arrenslee;

zing Jingle bells

en zing Avé!

 

December

Tijd van rust

en tijd van heimwee,

tijd van wachten

op een kind;

tijd van oudjes,

jonge mensen,

tijd van post

met vredeswensen.

Ine Verhoeven 2007

 

 

HERFST IN DE OOIJPOLDER

 

De zondagmiddag was van ons

in het land bij de oude Waal

We gingen langs de bizons

en werden nagekeken door

zo’n grote zwarte koe, traag

opgestaan toen ze ons hoorde

en met haar onvervroren blik

op ons gericht stond zij daar

log en aanwezig te zijn

bovenop de grasheuvel

terwijl wij opwaarts staarden

naar de overvliegende ganzen

die jagend langs de hemel

zich manifesteerden aan ons

Plotseling streek een ooievaar

neer in gracieuze vleugelslag

Hij landde voor onze verbaasde

voeten naast distels dor en grauw

maar hij was wit van zichzelf

Wat een pracht.

 

© Ine Verhoeven C.T.M.

28 oktober 2007

 

OKTOBER

 

Oktober heeft haar kleuren uitgedaan.

Van bladeren slordig op de grond geworpen

heeft zij tapijten over paden heen gelegd

omdat de avond in het land is aangekomen

omdat de tijd het kille landschap heeft gehard.

Oktober heeft haar kleuren uitgedaan.

 

En in de oudste tinten brons, amandelgoud

ligt zij verliefd te wezen, staat in naakt te wachten

hangt zij te dromen boven bladderend getakte

zweeft zij in onrust, zwoel en vruchtbaar, door de nacht

waar wolken spelen, en bedreven naar haar grijpen

waar misten haar omhullen met een sluierige jas.

 

Maar als slagregen de aarde heeft doordrongen

en alle leven stilaan weggestorven lijkt

- ook als de dondergoden nog niet willen zwijgen -

dan zijn de krachten van oktober ingegaan

dan zijn de krachten van oktober uit de kleuren ingetreden;

rust zij in zwanger trots, oktober, en zij wacht.

© Ine C.Th.M. Verhoeven Nijmegen

 

 

Alles is verheugd

 

In mijn buitentuin zie ik

de mooiste bloemen staan.

Ze vieren met de bijen mee

dat ik 'n jaartje ouder word.

 

En alles in mijn dagen is

verheugd: mijn man, mijn kind,

mijn bloementuin; mijn buurtjes

en mijn verre vriend, mijn zus.

 

Ik ben in mijn genadetijd,

de tijd van rustig peinzen,

van wijsheid en van dingen doen,

van goed voor jou te zijn.

 

Ik zie de telgen komen, ik

zie de oudste dromen; ik zie

het leven verdergaan, het

kind op eigen benen staan.

 

En zachtjes heeft mijn ziel

gehuild om wat verloren ging.

En stilaan is mijn hart verheugd

om wat behouden blijft.

 

In mijn buitentuin zie ik

de mooiste vogels gaan.

Ze vliegen op en zingen

voort van God gebenedijd.

 

© Ine Verhoeven

 

 

Moederdag

 

Mijn moeder ~ teder broze schat

 

Als ik naar mijn moeder kijk

dan maakt ze me bewogen en denk ik

aan de tijd dat zij er voor me was:

 

Mijn moeder is van goedheid en van zorgen.

Mijn moeder is van goud en van granaat.

Mijn moeder is van bloemen en van schoonheid.

Mijn moeder is van zachtheid en van raad.

 

Mijn moeder heeft haar leven lang gebeden.

Mijn moeder heeft gemind, gewerkt, gebaard.

Mijn moeder heeft haar kinderen gedragen.

Mijn moeder was de ziel van huis en haard.

 

Mijn moeder is de spil waarom het draaide.

Mijn moeder is de lach van ons gezin.

Mijn moeder is het lied ~ nooit afgezongen.

Mijn moeder is een vrouw die ik bemin.

 

Mijn moeder zingt niet meer zoveel.

Mijn moeder zit en wacht ~ op wat?

Mijn moeder hoeft niet meer te doen.

Mijn moeder ~ teder broze schat.

 

© Ine Verhoeven

 

 

Kijk ook eens op www.ineverhoeven.tk en lees er vrijblijvend

Ine’s verhalen, sprookjes en gedichten - en nog veel meer, alles van deze tijd.

 

DE BLOESEMVROUW

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems staan te dromen

zag ik een vrouwe komen

een vogelijn vloog mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zijn ontloken

heb ik een vrouw gesproken

de meiboom deinde mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zachtkens trillen

zag ik een vrouw verstillen

de meiboom treurde mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

met bloesems boven stenen

heb ik een vrouw zien wenen

de graven zuchtten mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

met bloesems boven zanden

daar zegenden haar handen

de graven wachtten mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

zag ‘k bloesems in haar ogen

een moeder droeg bewogen

haar dood kind met zich mee.

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zachtkens zingen

van leven, dood en dingen

daar zong de moeder mee.

 

Zij zong van leven en van dood

van hemel en van aarde

zij zong van toen zij baarde

zij zong van dood is nee.

 

De vogelijn zong mee.

 

Ine Verhoeven

© Uit: Van mensen onderweg – met Geloof, Hoop en Vrede, Ine Verhoeven 2003

 VOOR MEER TEKSTEN zie in de zijlijn van de frontpage bij: DE MUREN HEBEN ARMEN

 

 

 

De Morgen Van God

Leegte, alles is leegte

Uit de leegte klinkt de lach

Iedereen wil leven en liefhebben

Maar niemand heeft door hoe het moet

Want alles is leegte, zegt Prediker.

~

Laat de bloemen maar bloeien

De vogels maar vliegen

De wereld maar draaien

Je hebt de oude zon zien ondergaan

Maar eerst was ze verrezen

In de morgen van God.

~

Volheid, alles is volheid

Uit de vreugde klinkt de lach

Iedereen mag leven en liefhebben

En ieder heeft door hoe het moet

Want alles is volheid, vertelt mijn hart.

~

Laat de kinderen komen

De jongste de oudste

De wereld zal draaien

Je zult de nieuwe zon zien ondergaan

Maar steeds zal ze verrijzen

In de morgen van God.

~

© Ine Verhoeven

 

 

Nota Bene. Wie mijn website bezoekt, verplicht zich bij overname of citeren van teksten het copyright te respecteren en altijd de naam van de auteur te vermelden, in dezen Ine Verhoeven.

~~~

 

 

Gedichten door Ine Verhoeven

 

ENGEL VAN GOD

~

Wie gaat er met me mee op weg

Naar overzee, naar nergensland

Wie wil me leiden, geeft een wenk

Wie duwt mij voort met zachte hand?

~

Wie wil me raden op mijn weg

Naar overkant en wijder land

Wie draagt mijn ziel de grens voorbij

Wie schut mij naar de goede kant?

~

Wie wil me hoeden op mijn weg

Voor onverhoeds gevaarlijk lot

Wie laaft mijn dorstige gemoed

Wie voedt mijn ziel, mijn hart met God?

~

Wie is mijn drager op mijn weg

Naar vaders land, naar hemelland

Wie kust mijn onrust weg, in slaap

Wie schrijft mijn voetstap in het zand?

~

Wie gaat er met me mee op weg

Naar hemelhoog, naar ergensland

Wie doet me opstaan van de grond

Wie zegent mij met wijze hand?

~

Het is de engel van het lot

De veerman van de Overkant

De bode die de zielen vaart

De eeuwigheidkoetsier van God.

~

© Ine Verhoeven, Nijmegen

28 oktober 2006

Wie mijn site bezoekt, verplicht zich bij overname en/of citeren van teksten onverkort het copyright te respecteren en altijd de bron en minstens de naam van de auteur te vermelden. Misbruik wordt wettelijk getsraft. I.V.

 

 

 

 

Fotografie: Sybil van der Maat / 24.09.2006

In de hoftuin van Catharina & Rosa, Nijmegen

~

Durf leven in de vreugd’

 ~

Het zijn de jaren van je leven die je kleuren

Het zijn de mensen die je meedraagt in je hart

Het zijn de dagen die van goed en slecht getuigen

Het zijn de droefenis, de blijdschap, wit en zwart.

~

Nooit kan een mens zijn eigen lot bestieren

Nooit kan een mens zijn eigen toekomst zien

Nooit kan een mens zijn levensdraad geleiden

Nooit kan een mens in zekerheid voorzien.

~

Maar wel kun je je eigen vrede maken

Maar wel kun je je eigen goedheid doen

Maar wel kun je de mensenzielen raken

Maar wel kun je van lief zijn en fatsoen.

~

Wees blij en wijs, het zal je wezen sieren

Wees vrij en frank, je doet de mensheid deugd

Wees goed en gul, er zal je niets ontbreken

Wees wie je bent, durf leven in de vreugd’.

~

Het zijn de jaren van je leven die je kleuren

Het zijn de mensen die je meedraagt in je hart

Het zijn de dagen die van goed en slecht getuigen

Het zijn de droefenis, de blijdschap, wit en zwart.

~

© Ine Verhoeven 2006

 

 

 

 

 

ZOMER

~

Zomer en herinnering

Aan dingen die voorbij zijn

Aan mensen die eens waren

Aan dagen vol van feest.

~

Zomer en herinnering

Aan kinderlach en blijdschap

Aan plonsen in het zwembad

Aan varen op de plas.

~

Zomer en herinnering

Aan geur van zoete rozen

Aan wolken in de avond

Aan dromen in de tuin.

~

Zomer en herinnering

Aan samen aan de wandel

Aan lopen langs de heide

Aan thee op een terras.

~

Zomer en herinnering

Aan polderland en slootjes

Aan rusten bij het water

Aan kussen in het gras.

~

Zomer en herinnering

Aan blauwe glanslibellen

Aan lieve veldboeketten

Aan dansen in de wei.

~

Zomer en herinnering

Aan fietsen langs de paden

Aan snoepen van een ijsje

Aan stilstaan in het bos.

~

Zomer en herinnering

Aan lang vervlogen tijden

Aan liefde die zal blijven

Aan hoe het vroeger was.

~

© 2006 Ine Verhoeven

 

 

© Wie mijn site bezoekt, is bij overname en/of citeren verplicht het copyright te respecteren van álle teksten.

Vergeet bij gebruik nooit de naam van de auteur te vermelden, in dezen Ine Verhoeven.

Misbruik wordt wettelijk gestraft.

 

Je draagt een jurkje en een hoed

 

Je bent een mens, je weet je kwetsbaar in gemoed.

Je doet aan liefde, samen delen, God en goed.

Je proeft het leven elke dag, in zuur en zoet.

Je bent een mens, en weet je kwetsbaar in gemoed.

~

Je hebt een man met wie je alle dagen doet.

Je kookt zijn eten, wast zijn kleren, strijkt zijn goed.

Je doet hem leven, keert zijn zorgen, maakt ze zoet.

Je hebt een man met wie je alle dagen doet.

~

Je hebt een kind, je weet het leven onvermoed.

Je leert het liefde, samen delen, God en goed.

Je droomt het leven van je kind, je droomt het zoet.

Je hebt een kind, en weet het leven onvermoed.

~

Je bent een vrouw, je draagt een jurkje en een hoed.

Je peinst je tijd door: doe ik het als vrouw wel goed?

Je denkt aan zuinigheid en vlijt, je taak wordt zoet.

Je bent een vrouw, en draagt een jurkje en een hoed.

~

Je wordt steeds ouder, weet wat leven met je doet.

Je geeft je liefde, doet aan delen, God en goed.

Je kent het leven in facetten, zuur en zoet.

Je wordt steeds ouder, weet wat leven met je doet.

~

Je bent alleen, je leeft je dagen zo het moet.

Je kijkt naar vroeger: deed ik het als vrouw wel goed?

Je denkt aan moederschap en vlijt, je kind was zoet.

Je bent alleen, en leeft je dagen zo het moet.

~

Je hebt de eenzaamheid geleerd, niet onvermoed.

Je liefsten zijn niet meer, ze zijn van God en goed.

Je sterft je dagen aan jezelf, ooit was het zoet.

Je hebt de eenzaamheid geleerd, niet onvermoed.

~

Je bent een mens, je weet je kwetsbaar in gemoed.

Je doet aan vrede, samen delen, je bent goed.

Je kent het leven en het lot van zuur en zoet.

Je bent een mens, en weet je kwetsbaar in gemoed.

 

© Ine Verhoeven

Nijmegen 3/7 januari 2006

 

 

 

“Van kleine knoppen uit de treurwilg ontloken”

 Dommel, Den Bosch (© Fotografie S. van der Maat)

 

De lach van de stad

 

Over de markt klinkt de lach

Van het lied van de beiaard

O, gouden klank die mensen leven doet!

Daar gaan ze voort, in rappe pas,

De lieden van de stad

En door de straten druist geroezemoes.

 

In smalle stegen dragen keitjes voeten

En kroegen geuren koffie, taart en gin

De bank Van Lanschot staat vol trots te imponeren

Maar ING laat ook gewóne mensen in

Chique winkels bieden stijl en curiosa

Soms kleine puien, prul en romantiek.

 

Doorheen de stad klinkt de lach

Van het lied van de beiaard

O, gouden wijsjes van weleer, zo schoon!

Daar zijn de mensen in het zwart

Die ter kerke trekken

Er wacht een dode op begrafenis.

 

In de haven liggen honderd kleine boten

Het water langs de wallen kleurt lichtgroen

- Van kleine knoppen uit de treurwilg ontloken -

Langs d’oude vaart wandelt een heer in goeden doen

Richting bejaardenhuis, paleis voor d’alleroudsten

Want alles gaat voorbij, is nu en toen.

 

Langs de hemel klinkt de lach

Van het lied van de beiaard

Ook in de nacht luidt hij zijn liefdeslied!

Stil slapen mensen naar de dag

Van morgen; en weten

Van geen stad die bruisend zucht, kust en wacht.

 

© 28 februari 2006 Ine Verhoeven Nijmegen

 

 

De lach zegent het leven

 

Lach dan, mensenkind, lach!

Want de lach van het hart

is een goddelijke ode

aan het grootse leven

van toen en van nu en van ooit.

Want de lach van het hart

is een kleinood van God

dat hoog opstijgt uit het lieve.

Want de lach van het hart

is het kostbare goed van de mens.

De lach zegent het leven.

© Ine Verhoeven

 

 

Oudejaarslied

TEL JE ZEGENINGEN

 

Ben je eenzaam in je dagen en bedroefd

Lijkt de tijd genadeloos, word je beproefd

Tel je zegeningen, tel ze een voor een

En je zegt verwonderd: ik sta nooit alleen!

--

Tel je zegeningen, tel ze een voor een

Tel ze alle en vergeet er geen

Tel ze alle, noem ze een voor een

En je ziet Gods liefde dan door alles heen

--

Zijn je uren zonder uitzicht in de nacht

Zijn de sterren weg, is er geen maan die lacht

Tel je zegeningen en zing God ter eer

Slaap gerust vannacht, Hij wekt je morgen weer!

--

Tel je zegeningen, tel ze een voor een

Tel ze alle en vergeet er geen

Tel ze alle, noem ze een voor een

En je ziet Gods liefde toch door alles heen

--

Reik God je handen en je hart: gá met Hem.

Ken het kruis en ken de vreugde, ken Zijn stem.

Tel je zegeningen, wéét dat God jou kent,

jij van harte in Zijn zorg geborgen bent!

--

Tel je zegeningen, tel ze een voor een

Tel ze alle en vergeet er geen

Tel ze alle, noem ze een voor een

En je ziet Gods liefde weer door alles heen.

 

(© 2003 tekst bewerkt en veranderd door Ine Verhoeven Nijmegen

 

DOORGAAN

Kom lief, ik omhels je

Ik geef je een kus

Weet je bemind in je dagen

Vraag niet waarom het leven gebeurt

Waarom mensen elkaar niet verstaan.

Kom lief, ik begroet je

Ik geef je een hand

Wees niet beducht in je uren

Zie om je heen, je dag is gekleurd

Je hart laat je alles beleven.

Kom lief, ik versta je

We hebben de kans

Laten we samen ons best doen

Kijk niet meer om, vergeet wat er was

Dan kunnen we allebei doorgaan.

Kom lief, wil vergeven

Dan zijn we bevrijd

Van ballast en domme reden

Schep perspectief uit de goede wil

Van mensen die om elkaar geven.

 

Ine Verhoeven

 

© 2005 Ine C.Th.M. Verhoeven Nijmegen

7 september 2005

 

Mensen weten

 

Mensen van alle slag en

mensen van alledag

gaan alle momenten

van nu, dan en straks

voorbij aan elkaar

passeren elkaar

verdringen elkaar

negeren elkaar.

 

Mensen van alle slag en

mensen van alledag

benutten momenten

van nu, dan en straks

en zien naar elkaar

bezoeken elkaar

omhelzen elkaar

beseffen elkaar.

 

Ine Verhoeven

© Uit: Ook de Heer in Harristweed,  Ine Verhoeven 2000

 

 

Jij kleine bruid van God

 

De klaproos en de korenbloem

de gouden aar en de lupine

de lelie en de leeuwenbek

de ridderspoor, de akelei

het kruidgewas, het halmgras

Een bloemenkrans gevlochten

rondomheen het mensenkind

dat dromend in Gods liefde

nog geloven mag

in hem en haar, in mensenras

met hart

met ziel

bij aardegrond

vanwaar de bloemen zijn geplukt

alwaar het leven is ontstaan

en waar haar voeten stappen gaan

over wegen en die weg

van hoop en grenzeloos verlangen

Zonder angst en onbevangen

zo droomt zij weg en wiegend

klemt zij zich in ene krans

en houden bloemen haar gevangen

 

Droom, ja droom maar mensenkind

en laat je wiegen door jouw God

die jou omarmd heeft

met zijn krans; spring op en dans

en neem je krans en tooi je

hoofd voor hem; en maak je mooi

voor hem; jij kleine bruid van God

je zult je wegen gaan en eenmaal

zal een laatste krans van bloemen

met je gaan; voortgegaan je weg gegaan;

dan zal jij voor jouw Gode staan

slaapdromend opgetild uit dood

bevrijd naar hemellicht

 

Droom, ja droom maar mensenkind.

 

Ine Verhoeven

© Uit: Witte koekoek en roomse kamille, Ine Verhoeven 1997.

 

~~~

 

De bloesemvrouw

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems staan te dromen

zag ik een vrouwe komen

een vogelijn vloog mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zijn ontloken

heb ik een vrouw gesproken

de meiboom deinde mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zachtkens trillen

zag ik een vrouw verstillen

de meiboom treurde mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

met bloesems boven stenen

heb ik een vrouw zien wenen

de graven zuchtten mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

met bloesems boven zanden

daar zegenden haar handen

de graven wachtten mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

zag ‘k bloesems in haar ogen

een moeder droeg bewogen

haar dood kind met zich mee

 

Daarginder waar de meiboom bloeit

waar bloesems zachtkens zingen

van leven, dood en dingen

daar zong de moeder mee

 

Zij zong van leven en van dood

van hemel en van aarde

zij zong van toen zij baarde

zij zong van dood is nee

 

De vogelijn zong mee.

 

Ine Verhoeven

© Uit: Van mensen onderweg – met Geloof, Hoop en Vrede, Ine Verhoeven 2003.

 

~~~

 

De nieuwe bundel In het land waar mensen wonen van Ine Verhoeven is uit!

Direct bestelbaar bij: C. Verhoeven, Floraweg 159, 6542 KP Nijmegen. Tel: 024-3787608.

E-mail: ine.verhoeven@chello.nl. 80 pagina’s met 66 gedichten voor de prijs van € 10,50.

Een schitterende bundel om zelf van te genieten én om cadeau te geven. Gewoon doen! I.V.