Odes en Lyriek
![]()

Frans bij Slott Haringe, Zweden 2008
![]()
![]()
77 is volgens mij het getal van de verwondering, de heelheid en de krachtigheid. Ik denk dat al heel lang. 77 fascineerde me vroeger al. 77 dwingt mijn respect af. 77 is bijbels getekend. 77 biedt verlossing en vergeving. 77 is dubbele volheid, is volheid ten top. 77 staat voor de hoogste wijsheid. 77 behelst de volkomen vergeving. 77 bevestigt wie je ten diepste bent.
77 jaar en 77 keer 77 verwonderlijk ben jij, lieve Frans, mens naar mijn hart, mens van heelheid, van heel maken, mens van mooiheid naar lichaam en geest, mens van wijsheid, van wikken en wegen; altijd weer ben jij in wijsheid en rechtvaardigheid bij een vraagstuk tot de humane oplossing gekomen, zoals Salomon destijds de ware rechtspreker was in wijsheid, eerlijkheid en humaniteit.
77. Die verre tweeling 77 is sneller bij ons gearriveerd dan we hadden vermoed, de tijd lijkt lankmoedig en rustig te bestaan, maar niets is minder waar, de tijd is onstuitbaar en snel. Maar eerlijk gezegd: ze staan je wel goed, die 77. Gedegen mens en priester als je bent, komt het me voor als een bekroning, als een kronende hoofdtooi van 77 glansvolle pareltjes, geschenk van God gegeven, teder denkbeeldig op je lieve hoofd geplaatst. Wat een weelde! 77 keer proficiat, Frans: één pareltje per jaar.

Woordje van Ine
![]()
![]()
De mijlpaal en het woord
Vanmiddag, lieve Ine, ben jij het stralende middelpunt. Hier in de heerlijke bossen van Walrick vieren we je vijfenzestigste verjaardag. Een hartelijk proficiat! En vooral: een hoopvolle, vertrouwenvolle toekomst!
Vijfenzestig jaar: een kernjaar. Het woordenboek Van Dale kent echter alleen het woord: de vijfenzestigpluspas. Een lichte teleurstelling! Het Groot Getallenboek is wat vrolijker gestemd. Ik lees in het boek: Numero deus impare gaudet – de goden houden van oneven getallen. Dat geeft het oneven getal 65 een prettigere waarde: de goden vinden 65 beter dan 64! En een andere uitspraak luidt: ‘De macht van de kleine luiden ligt in het getal’. Vrij vertaald mag je zeggen: hoe hoger de macht van de leeftijd, hoe sterker de mens. Mundus vult decipi, mag je ook zeggen. De wereld wil bedrogen worden.
Nu we toch aan het filosoferen zijn: mag ik een ogenblik verder stilstaan bij de ontleding van het getal 65? 65 bevat het getal zes en het getal 5.
Het getal 5: Er zijn vijf dwaze en vijf wijze vrouwen volgens de bijbel. Jou, Ine, rekenen we uiteraard tot een van de vijf wijze vrouwen. Je hebt God en je medemens evenwichtig lief, je bent een aimabele vrouw, je gedichten spreken van grote levenswijsheid.
Het getal 6: Zes verwijst naar de schepping van de mens op de zesde dag. En Jezus worden zes humane eigenschappen toegeschreven: honger stillen, dorst lessen, vreemdelingen opvangen, naakten kleden, zieken ondersteunen, gevangenen bezoeken. Dit program heb je je eigen gemaakt. Niet voor niets zet je OFS achter je naam: ten teken dat je edelmoedig aan de kant staat van de mensen die het moeilijk hebben.
6 min 5 is 1: Het getal een staat voor de ene God, voor de God die mensen wil bevrijden uit onmacht en onvermogen. Ook jij bent een van inborst en een van ziel. Compromissen sluiten ligt je niet. Je hebt je eigen visie, die handhaaf je, maar je leven wordt tevens gekenmerkt door zelfkritiek en barmhartigheid, het getuigt van levenswijsheid.
6 plus 5 is 11: Het verwijst naar de elf apostelen die met vallen en opstaan Jezus trouw bleven. Ook jij bent trouw. Trouw aan je principes, en vooral trouw aan Patricia, aan Arold, aan Asha, aan Conner en aan Flemming, trouw aan wie je lief zijn.
6 maal 5 is 30: Alle grote mensen in de bijbel worden door God geroepen als ze dertig jaar zijn, een symbolisch getal voor volwassenheid. Dan krijgen ze de nadrukkelijke opdracht om het rijk Gods ten goede te realiseren. Ook jij voelde je, toen je volwassen en zelfstandig werd, door God geroepen om op jouw wijze het rijk Gods te realiseren.
Jij bent ook door God geroepen om dichter te zijn. Je spirituele achtergrond klinkt door in veel van je gedichten. Ik las deze week nog eens in je bundels. Je gedichten zijn rijk van inhoud, gaan tot de kern van het menszijn, zijn geschreven in perfect Nederlands en in prachtig ritme neergezet. Je hebt een groot literair vermogen. Terecht zijn gedichten van je in liedvorm verschenen.
Als we 6 en 5 omkeren, krijgen we 56: Toen je 56 was - in het jaar 1999 - waren we samen eens in Kevelaar. Ik schreef toen onder andere deze impressie: ‘Al wachtende sla ik een man van ongeveer zeventig en een vrouw van even zestig gade, ik zie hoe attent ze voor elkaar zijn, hoe ze in grote tederheid met elkaar omgaan, ze maken het samen ouder worden tot iets heel moois. Maar weemoed overvalt me ofschoon het weer toch heerlijk is. Ik bedenk: over een tiental jaren zijn deze tedere mensen voorbij: hun genegenheid zal vergeten zijn, ze zullen tot niets geworden zijn. Misschien hangt er ergens nog wel een foto in het huis van de kinderen, maar die zal steeds minder frequent afgestoft worden.’ Ja, soms schrijf je over jezelf en over degene die je mag liefhebben!
Maar de allerlaatste dagen van 1999 waren we ook samen in Zweden, bij Patricia. Het was ijskoud, we liepen in de nacht van de jaarwisseling buiten in de felle kou bij het slot van de koning, we sloten ons aan bij een heel lange rij wachtenden om een warme hot dog te bemachtigen; en toen we eindelijk aan de beurt waren, bevroren de hete worstjes in no time in onze handen. Maar het was een prachtige ervaring samen de wisseling van de eeuw in Zweden te mogen meemaken.
En nu ben je 65! Van het getal 65 is weinig bekend. Nou ja: het scheikundige element met atoomnummer 65 is Terbium (Tb). En de toegangscode voor internationale gesprekken naar Singapore is 65. Hoe jouw nieuwe levensjaar wordt, weten we niet, maar wij zullen het met alle liefde naar jou toe inkleuren. Je bent het waard in alle opzichten: als mens, als vrouw, als moeder, als oma, als vriendin, als dichter.
Tenslotte: je vertelde me onlangs dat je als kind heel gelukkig was als je met je verjaardag een boek kreeg, iets anders hoefde niet, zei je. Ik wil je daarom een boek geven als significant aandenken, het laatste boek van de dichter en schrijver die jou bijzonder inspireert: Huub Oosterhuis. Het boek met de karakteristieke naam Wie bestaat moge je tot inspiratie en bemoediging zijn. Hoe het ook zij: Jij bestaat en daarom 65 maal van harte proficiat, jij, onze lieve Ine.
Frans Boddeke
Sint-Walrick, zondag 30 maart 2008.
Ine ontvangt van Frans het boek WIE BESTAAT van Huub Oosterhuis.
IN MEMORIAM TILLY TEULINGS
†
Namens de Orde van Franciscaanse Seculieren beter bekend als de Derde Orde wil ik jou nog even toespreken. En hoewel jouw stoffelijk overschot hier niet aanwezig is, omdat je uit pure naastenliefde ook na jouw dood nog iets van jou via de medische wetenschap aan de mensheid wilde schenken, spreek ik je toch graag rechtstreeks toe. Op 3 oktober 1936 werd je lid van onze orde en een jaar later deed je je professie en werd je definitief in onze orde opgenomen. In al die 72 jaar was je een trouw lid van onze orde. Vele jaren heb je ook je tijd en energie gegeven als bestuurslid en tot je 92e jaar was je een trouwe bezoekster van onze maandelijkse bijeenkomsten, die je nooit hebt overgeslagen. Je hebt je gelofte als volgeling van Franciscus van Assisie je leven lang consequent in praktijk gebracht door de sobere maar altijd blije wijze waarop jij invulling gaf aan het leven van alle dag.
De ontwikkelingen in Kerk en Maatschappij volgde je nauwlettend en ook al was je het met sommige veranderingen en opvattingen niet altijd eens, toch had je er begrip voor dat anderen er anders over dachten. In onze bijeenkomsten hebben wij jouw mening en oordeel altijd gerespecteerd want wij merkten dat jij over de onderwerpen die wij bespraken altijd goed had nagedacht. Je had er daarom veel spijt van dat je, gedwongen door je leeftijd, er niet meer bij kon zijn.
Beste Tilly, zuster in St. Frans, namens al je medezusters- en broeders danken wij jou vanaf deze plaats voor je onvoorwaardelijke trouw gedurende ruim 72 jaar en voor je vriendschap, medeleven en belangstelling, maar vooral voor je altijd blije lach en humeur.
Jij was niet bang voor de dood, je zag er zelfs naar uit. Ik wil daarom dit in memoriam graag beëindigen met het laatste vers uit het Zonnelied van Franciscus, het lied waarin Franciscus aan het eind van zijn leven God dankt voor broeder Zon en zuster Maan voor zuster water en broeder Wind en waarna hij zijn loflied op de schepping als volgt besluit:
Wees geloofd, mijn Heer door onze zuster
de lichamelijke dood
waaraan geen levend mens kan ontkomen.
Gelukkig zij die de dood zal verrassen
in Uw allerheiligste genade.
Want het oordeel kan hun niet deren.
In dankbare herinnering nemen wij afscheid van onze dierbare medezuster Tilly Teulings en wij bidden dat de Zoete Moeder en Vader Franciscus haar begeleiden naar het Paradijs.
Beste Tilly vanaf deze plaats groet ik jou namens onze orde voor de laatste maal met onze franciscaanse groet: Pax et Bonum, Vrede en alle Goeds.
Paul van Hoek, minister OFS afdeling Den Bosch
![]()
BRUGSTRAAT 7
’s-Hertogenbosch

© Foto: Patricia Viguurs 2006
Het hoge herenhuis met zijn verleden
met duizend mensen die er zijn geweest
met al z’n kinderen en hun levenswensen
hun dromerijen, hun gevrij, in stil verbod.
Het hoge herenhuis met kamers vol verhalen
met kelder en met serre, gang en trap
met glas-in-lood en deuren om te schuiven
met reliëfs uit 1890, nu nog.
Het hoge herenhuis, wat heeft het veel ervaren
aan menselijk gevoelen, lach en traan; de muren
hadden armen in die dagen, verdraagzaamheid
daar kwam het steeds op aan.
Het hoge herenhuis verwordt tot ons verleden.
Getekend zal het staan in ieders hart; herinneringen
zullen kerven tonen van jaar en dag, van leven en van God.
Wie doet de oude voordeur straks op slot?
Ine Verhoeven
7/10 februari 2007
![]()
Lieve Diny & Harrie
Bij Rembrandt, meester van Licht & Schaduw.
Veertig jaren licht en donker
Veertig jaren schaduwkant
Veertig jaren vreugd beleven
Veertig jaren hand in hand.
Veertig jaren samen lachen
Veertig jaren soms een traan
Veertig jaren alles delen
Veertig jaren samengaan.
Mag de toekomst je verwarmen
Mag de toekomst met je zijn
Mag de toekomst heilig wezen
Maak van alles een festijn:
Nu de dagen korter worden
Nu de jaren tellen gaan
Nu de trektocht door je leven
Licht en donker doet verstaan.
Wees gelukkig en tevreden
Blijf van mens tot mens bewust
Tel de zegen, niet de plagen
Weet je vriendschap, weet je rust.
Weet dat mensen van je houden
Weet de liefde van je kind
Weet dat zij je verder dragen
Weet je ook door ons bemind.
Moge tijd van licht en donker
Moge alle schaduwkant
Mogen alle zielsmomenten
Zegen brengen van Gods hand.
In dankbaarheid, 17 december 2006
Frans Boddeke & Ine Verhoeven
![]()

Ben is geboren, kleinzoon van mijn vriendin. Wat doe je als je mag vernemen dat er weer een nieuwe wereldburger in je kring is bijgekomen? Feliciteren is wel het minste, maar een extra woordje schrijven naar moeder en kind, naar papa, oma en opa, maakt jouw vreugdeaandeel een beetje mooier, dieper ook. Ik had daarom op de 4de november alvast een gedichtje geschreven voor de kleine man, want mijn vriendins nieuwsgierigheid is niet te beteugelen en ze had bij de echo van dochterliefs kindje goed gekeken en toen blij vermoed dat het een jongetje was, ik wist het dus.
~~~
Bij de olifanten komen bij een nieuwe geboorte de olifanten uit de troep beurtelings naar de boreling kijken. Dat vind ik altijd zó aandoenlijk om te zien: teder raken ze de kleine aan met hun voorzichtige slurf. Wat gaat er in ze om? Ze zijn duidelijk ontroerd, voor zover ik dat denk te kunnen ontleden. Met hun voorzichtigheid drukken ze hun welkom uit. Dat zijn dan de dieren nog maar, met hun primitieve natuur.
~~~
Bij de mensen is er de kraamvisite, om de vreugde te delen van moeder en kind, van papa, van broertje en zusje; om het nieuwe mensje te begroeten. Er gaat veel in ze om. Ze zijn duidelijk ontroerd. Welkom jij, mensenkind, welkom jij, kleine man, zo kwetsbaar pril, juist geboren; nieuwe toekomst, levensweg nog ongewis, nog veel te leren, nog veel te doen; klein nieuw leven, helemaal nieuw; het ga je goed. De menselijke tederheid voor de boreling is primitief, van vroeger uit: mensen hebben hun kinderen lief, moeders zijn verrukt met hun kroost.
~~~
Vanuit mijn eigen moederlijke herinnering en moederlijke gevoelen, intussen oud en primitief, tekende ik dit nieuwe minneliedje op, vandaag aan de kleine Ben gewijd. Met mijn allerbeste wensen.
Mijn kindeke klein
~
Mijn naasteke, mijn liefsteke
Mijn kindeke, mijn vrindeke
Mijn wezerke, mijn godeke
Mijn harteke, mijn smarteke
~
Mijn spelerke, mijn huilerke
Mijn lacherke, mijn pruilerke
Mijn slaperke, mijn dromerke
Mijn lieverke, mijn traneke
~
Mijn kindeke klein.
~
Ine Verhoeven 4/7 november 2006
![]()
![]()
![]()
75: de leeftijd begint lichtelijk verontrustend te worden.
75: de tijd gaat - als je niet goed oppast op je levensstijl - over in eeuwigheid.
75: op zijn 75ste verjaardag schreef de dichter Jan Luyken, die leefde van 1649-1712, deze gedachten:
‘Droom is ’t leven, anders niet; ’t Glijdt voorbij gelijk een vliet, die langs steile boorden schiet zonder ooyt te keeren…
Droevig! Wie kan ’t weeren?
’t Huis van vel, en vlees, en been, slaat aan het kraaken, d’oogen waaken, met de dood in duysterheen.’
Een sombere visie van Jan. Misschien heeft Jan Luyken zich met dit gedicht Air laten beïnvloeden door Prediker die de beroemde woorden schreef:
‘Lucht en leegte, lucht en leegte, alles is leegte.’
Maar Luyken was desondanks een optimistische gelovige. Zo dicht hij over God:
‘Dat God niet verre woont, in een troon hoog boven maan en sterren, maar zo dat ik u, o God, bevond te zijn den grond van mijnen grond. Dies ben ik blij dat Gy, mijn hoog beminden, mij nader zyt dan al mijn naaste vrinden… ik smolt in God, myn lief, wy wierden beide één geest, één hemels vlees en bloed.’
Dit horende heeft een 75-jarige een zonnige toekomst, loopt het leven voor hem minder slecht af dan je zou kunnen denken.
75: is een mooi afgerond getal. Het is geen bijbels getal.
75: het element met atoomgetal 75 heet rhenium (Re), is een zeer zeldzaam en hard zilverwit metaal. Of ik zeer zeldzaam ben, och waarom niet, zilverwit ben ik wel, hopelijk ben ik niet van hard metaal.
75: paus 75 was Eugenius 1. Hij werd tot paus gekozen in het jaar 654, nog voor zijn voorganger dood was. Hij had grote moeilijkheden met keizer Constans inzake de leer van de goddelijke en de menselijke natuur van Christus. Keizer Constans wilde de paus daarom hardhandig aanpakken, maar paus Eugenius voorzag de bui en ging zomaar ineens hemelen. Hij mocht net geen 75 worden. Beroering in de kerk is dus niet alleen van deze tijd.
Míjn leven was in ieder geval een leven van allerlei beroeringen. Toch leef ik graag. Ik houd van het leven. Ik houd van jullie. Ik ben gelukkig met Ine, onlangs terechte winnares van de publieksprijs van het dagblad Trouw, - zij is als het ware al jaren míjn publiekprijs - ik ben gelukkig met jullie, mijn familie, mijn vrienden en vooral ook met jullie, mijn confraters. Ik voel me paradoxaal genoeg ’n steeds meer verlost mens.
75: Mijn gezondheid is niet die van rhenium, niet van hard metaal. Maar ik kan nog steeds voortgaan en beter: voorgaan in liturgie, ik mag nog steeds het woord Gods verkondigen, ik mag nog steeds samen met Ine allerlei mooie gedichten en gedachten op schrift stellen, zoals in de maandbladen de Roerom en de Gerardusklok.
75: Velen hebben gevraagd of ik op deze leeftijd nog bepaalde wensen heb. Graag mag ik hierop als antwoord de dichter John O’Mill aanhalen:
De grijsaard heeft me laatst onthuld
Wat heel zijn leven heeft bedorven:
Zijn liefste wens werd niet vervuld:
hij was zo graag jong gestorven.
Ik dank jullie voor jullie lieve aanwezigheid. Hartelijk dank voor jullie meeleven in woord en geschenk. In het bijzonder dank aan: zuster Ferdinanda, Adelheid, Harry, Karel, Gerard, Josette, Guusje en Bets de Groot. Het waren allemaal troostrijke gedachten, die jullie gepassioneerd naar voren brachten. En jij, lieve Ine, heel hartelijk dank voor het puike organiseren van deze middag. Ik was er eerst niet voor om deze leeftijd groots te vieren, maar op jou eigen sterke, liefdevolle wijze heb je toch van deze dag iets heerlijks gemaakt. Dank je wel.
En nu:
Hoe zal de
toekomst worden? Ik denk aan Etty Hillesum, joodse vrouw van 27, die bij
alle bedreigingen – en dat waren er vele, het waren zelfs dodelijke
bedreigingen – vasthield aan de mooiheid van het leven in God. Samen met
Ine mocht ik over haar vele lezingen geven, samen mochten we zelfs twee
werkjes schrijven over Etty Hillesum.
Ik haal daarom tot slot van dit bedankwoord graag het optimistische
woord aan dat Etty Hillesum schreef tijdens de ondergang van haar en
onze Joodse zusters en broeders:
‘Enfin, ik ben toch in Gods hand (…). Ik ga een weg en ik word geleid op die weg (…). Je hebt me zo rijk gemaakt, mijn God, laat me ook met volle handen uit mogen delen.’
Het ga ons goed.
Catharinahof 24 september 2006.
![]()
![]()
JansenErvenDag
13 augustus 2006.
Met dank aan Joop & Veronica Simons ~ Jansen!
![]()
MENSEN ZIJN WE
~
Mensen zijn we, mensen.
Laten we omzien naar elkaar.
Laten we Brood zijn voor elkaar.
Laten we samen de Beker drinken.
~
Mensen zijn we, mensen.
Laten we klaarstaan voor elkaar.
Laten we bouwen met elkaar.
Laten we samen de noden verstaan.
~
Mensen zijn we, mensen.
Laten we omgaan met elkaar.
Laten we doorgaan met elkaar.
Laten we samen de vrede maken.
~
Mensen zijn we, mensen.
Laten we goed zijn voor elkaar.
Laten we feesten met elkaar.
Laten we samen de tranen drogen.
Mensen zijn we, mensen.
Laten we omzien naar elkaar.
Laten we Brood zijn voor elkaar.
Laten we samen de Beker drinken.
© 2006 Ine Verhoeven
![]()
Phily Burgerhof 65 jaar ~ 17 mei 2006
De meimaand
is bloeimaand, maand van nieuw leven.
De meimaand ontleent haar naam aan Maja de godin van alle moeders of wellicht aan Maiesta, de godin van de lente.
De meimaand is van ouds voor katholieken de maand van Maria, de moeder van Jezus.
De meimaand kent gedenkdagen, dagen van terugkijken, dagen van herinnering:
Op 4 mei memoreren we in dankbaarheid onze doden van de tweede wereldoorlog.
Op 5 mei vieren we onze bevrijding uit het oorlogskwaad.
Op 6 mei koesteren de volgelingen van Pim Fortuyn de dag van Vrije Meningsuiting.
En op iedere 17e mei gedenken we in dankbaarheid jouw verjaardag, Phily.
Op deze 17e mei denken we terug aan je geboortedag op 17 mei 1941. Op die dag kreeg je de naam Philomena Burgerhof. Philomena betekent liefhebster van kleine dieren, liefhebster van katten. En Burgerhof komt van burcht en burcht betekent bescherming, en het begrip hof is o.a. een verwijzing naar een mooie, rijke plaats van bloemen en planten.
Je draagt dus al 65 jaar een zinvolle en heel schone naam mee.
Wat gebeurde er in jouw geboortejaar 1941?
1941 staat in het teken van bezetting en oorlog. Het Duitse oorlogsschip ‘de Bismarck’ wordt tot zinken gebracht, troepen vallen Rusland binnen, het Amerikaanse Pearl Harbor wordt aangevallen, de terreur tegen het joodse volk wordt steeds kwalijker, de eerste illegale krant van het Parool verschijnt, de eerste vrouwelijke chirurg doet haar intrede, het boek ‘Ciske de rat’ van Piet Bakker komt uit, de eerste ‘Heer Bommel en Tom Poes’ ziet het levenslicht, en de Ramblers oogsten groot succes met ‘Als sterren flonk’rend aan de hemel staan’ en met het lied ‘Dag schatteboutje’, vast wel geschreven naar aanleiding van jouw geboortedag, Phily.
En de Amsterdamse jodin Etty Hillesum begint in 1941 met het schrijven van haar eigentijdse belevenissen. Haar ontroerende dagboeken zijn wereldberoemd geworden en werden in Nederland uitgegeven onder de naam ‘Het verstoorde leven’ en later onder de naam ‘De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943’.
1941 was dus een veelbewogen jaar, zoals eigenlijk alle volgende vijfenzestig jaren in vele opzichten veelbewogen zullen zijn. Je hebt in deze 65 jaar, Phily, veel meegemaakt aan lief en leed, aan vreugde en verdriet, aan licht en duisternis, aan goede en slechte tijden.
Ook heb je in deze 65 jaren de maatschappij ingrijpend zien veranderen, de religie een ander accent zien krijgen, de economie aanzienlijk zien verbeteren. Zo kwam er voor iedere 65-jarige de veelgeprezen AOW.
Ook op technisch gebied is veel veranderd. Zo is er heden ten dage voor ieder van ons digitale televisie mogelijk, eenieder heeft wel een mobieltje, de auto is algemeen bezit geworden, en vooral de computer behoort bij het dagelijkse comfort. De computer heeft in iedere geval jou een stimulans ten leven gegeven, heeft je eigenwaarde en blijmoedigheid gegeven. De computer heeft je door je interesse voor dit fenomeen meer mens gemaakt, zelfbewuster, zelfstandiger; er werd een nieuwe wereld geopend, er lag een nieuwe dimensie.
![]()
Je leven overziend bewonder ik je omdat je in vaak moeilijke omstandigheden geen kopje onder bent gegaan, je niet bent blijven steken in teleurstelling, je bent zelfstandig gebleven, niet afhankelijk ván, je hebt je eigen boontjes weten te doppen ondanks alles.
In 1941, je geboortejaar, begon Etty Hillesum, Nederlandse jodin, hoogst begaafd, hoogst sociaal en hoogst religieus haar gedachten op schrift te stellen. In elf cahiers heeft zij haar leven beschreven, haar omgaan met leven en dood, haar omgaan met God en de medemens. Miljoenen mensen over heel de wereld hebben in de loop der tijd veel kracht geput uit haar woorden. Samen met Ine mocht ik twee boekjes over haar schrijven, samen met Ine mocht ik door heel het land lezingen gegeven over deze verwonderlijk sterke vrouw, die vrijwillig naar Westerbork ging om haar volk tot steun te zijn, en die op 29-jarige leeftijd werd omgebracht in het concentratiekamp Auschwitz.
Ik wil graag dit woordje eindigen met een tekst van Etty, een tekst die veel mensen over heel de wereld bemoedigt en inspireert, en die wellicht ook jou goed kan doen in je omgaan met het leven en zijn soms ongewisse, onverhoedse verwikkelingen.
Etty schrijft:
‘En nu voel ik hoeveel het is geweest dat je me te dragen hebt gegeven. Zoveel moois en zoveel moeilijks. En het moeilijke is, zodra ik me bereid toonde het te dragen, altijd weer veranderd in iets moois. … Maar ik aanvaard alles uit jouw handen, mijn God, zoals het komt. Ik weet dat het altijd goed is. Ik heb ervaren dat men, door al het zware te dragen, het verkeren kan in het goede.’
Lieve Phily. moge deze bemoedigende kijk op het leven ook jouw deel zijn.
Moge het goede in je leven het steeds winnen van het kwade, van het nare.
Moge je de komende tijd sterk in het leven blijven staan samen met hen die je lief zijn.
Dat wens ik je van harte toe, lieve Phily. Een zonnige tijd, te beginnen op deze 17e mei.
Frans Boddeke
Vught, 17 mei 2006, Hotel Vught
![]()
Philomena
Kleine meisjes, kleine dromen, kleine zorgen, klein verdriet
Kleine meisjes, poppenmoeder, limonade met een riet
Kleine meisjes, onbekommerd spelen in de grote straat
Kleine meisjes, mooie dromen hoe het leven verdergaat.
Tienermeisjes, queeniehakjes, open schoentjes, wijde rok
Tienermeisjes, Elvis Presley, leuke jongens, klein gejok
Tienermeisjes, pettycoatjes, roze linten in je haar
Tienermeisjes, blozend lachen, kermis, braderie, vandaar.
Grote meisjes, niet te stuiten, grote mannen willen jou
Grote meisjes, mooie krullen, lief gezicht met ogen blauw
Grote meisjes, rode mondjes, chique jurkjes, foxtrot, wals
Grote meisjes, hartenkloppen, zachte kussen in je hals.
Vrouw geworden, grote dromen, kindje van je liefste mens
Vrouw geworden, toekomstplannen, huisje-boompje is je wens
Vrouw geworden, moederzorgen, weet de wereld te verstaan
Vrouw geworden, kindje sussen: mama laat het lampje aan!
Moeders die hun leven wijden aan de wens van man en kind
Moeders die vertrouwen dat hun hart de ander vindt
Moeders die hun lange dagen wachten op het lieve lot
Moeders met hun hart wijd open, moeders met hun hart op slot.
In de lengte van je dagen rust je uit van wat eens was
In de lengte van je dagen hef je af en toe het glas
In de lengte van je dagen droom je voort, maar wacht niet meer
In de lengte van je dagen doet het leven minder zeer.
Vrouw van vijfenzestig jaren, vrouw die veel vertellen kan
Vrouw van vijfenzestig jaren, kent de wereld, kent de man
Vrouw van vijfenzestig jaren, met pensioen, de klok tikt door
Vrouw van vijfenzestig jaren, dit is jóúw tijd: gá ervoor!
Kleine meisjes, kleine weetjes, leer je leven, pluk de dag!
Tienermeisjes, mooie dromen, tijd voor jou nu alles mag
Grote meisjes, toekomstplannen, toch nog steeds die kleine meid?
Moedervrouwen, grote wijsheid, rijkdom zonder ijdelheid.
Ine Verhoeven
Vught, 17 mei 2006
![]()
Jarige Flemming,
10
(op 5 april 2006)
~
Het is een dag vol feest vandaag
Omdat jij jarig bent
Je wordt zowaar alweer 10 jaar!
Je bent een grote vent!
~
Je eerste kroonjaar is bereikt
Ik zeg: proficiat!
Geniet maar van de tijd die was
Die jaren zijn jóúw schat!
~
Kijk niet te ver vooruit, mijn kind
Maar lééf en pluk de dag
En blijf nog heel lang onze vrind
Wéét, dat je kind-zijn mag!
~
Groei op, jij tienerman in spé
Kleinzoon van vuur en goud
Vergeet je hele leven niet
Hoevéél ik van je houd!
~
Je oma Ine,
met hoed en kushand! Liefs xxxx!!!!
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Verjaardag Ine, te vieren op 26 maart 2006 - lunch Pilkington’s Den Bosch.
Goede familieleden en vrienden,
Namens Ine wil ik jullie van harte welkom heten bij deze lunch aan de voet van de Sint-Jan, het majesteitelijke, culturele en religieuze monument van de Bossche hoofdstad. Het is goed om samen in deze voortreffelijke ambiance de verjaardag van Ine te vieren. Ine, allereerst jij hartelijk gefeliciteerd met de herdenking van jouw geboortedag. Een memorabele dag wensen we je toe, en ook voor dinsdag, de eigenlijke dag, aangename uren. Ik dank je voor deze royale, feestelijke uitnodiging.Jullie allen van harte welkom bij dit feest van Ine. Mag ik jullie even persoonlijk aanspreken?
Pastor Bernard Speekenbrink, jarenlange vriend van Ine en mij, voortreffelijk priester in deze Bossche regio.
Arold, de enige zoon van Ine, met Asha en de twee kleinzonen Conner en Flemming, heerlijke naaste familie.
Patrick, vriendelijke neef van Ine, met Nathalie, uit het nobele Vught.
Mijn zus Miets samen met Floor, van Amsterdammers meelevende Haarlemmers geworden.
Mijn nicht Miets samen met Wim, Miets schreef een kaartje tijdens mijn ziekte met de woorden: ‘Ik steek een kaarsje op voor jou en Ine’, het droeg bij tot het herstel.
Mijn nicht Veronica samen met Joop, vertrouwde familieleden en vrienden uit het Tilburgse land, we vieren ook een beetje de verjaardag van Veronica die evenals Ine dinsdag jarig is.
Karel van den Heuvel, gerenommeerd leraar en Bossche dirigent maar vooral trouwe vriend.
Frans en Marianne, aangename buren van Ine, en Frans is Ine’s webmaster, kijk maar eens op www.ineverhoeven.tk.
Rieke en Wim, sympathieke vrienden uit Boschveld, goei volk van a tot z, voedsterouders van ons aller Paddy.
Marioes Thuys, bekwame mededraagster van de Lucasparochie, maar vooral lieve vriendin.
Harrie en Diny, heel beminnelijke vrienden uit het prachtdorp Drunen.
Toen de dood mij begin van het jaar trachtte aan te raken, werd zij enerzijds door de kundige behandeling van de artsen verdreven, anderzijds door jullie liefdevolle meeleven. Nogmaals mijn welgemeende dank. In het bijzonder wil ik mijn soulmate Ine van harte dank zeggen. Vanaf het begin van mijn plotselinge ziekte heeft zij mij terzijde gestaan, de nodige zaken geregeld en bemoedigd, ofschoon ze het er zelf zwaar genoeg mee had, het was zichtbaar en voelbaar. Lieve Ine, jij was mijn beste geneesmiddel, jij was de beste arts ten leven.
Bij thuiskomst heb ik voor jou een gedicht geschreven uit dank voor je toewijding, je zorgzaamheid en je gevende liefde. Ik wil het graag lezen op deze dag, op deze dag van jouw verjaardag. Het gedicht heet:
Dankjewel
Ik voel me uit mijn evenwicht
ik loop daarom naar buiten
het regent een licht beetje
het is wel behoorlijk guur
al lopend vraag ik me af:
ben ik gelukkig?
ben ik ongelukkig?
wat is het perspectief?
thuis vind ik een e-mail
ik maak ze open, ze is van
mijn soulmate en dit schrijft
ze op deze druilerige morgen:
dankjewel voor de rijke jaren
dankjewel voor de wijze lessen
dankjewel voor je goede voorbeeld
dankjewel voor jóú
er is dus iemand die van mij houdt
er is dus iemand die om mij geeft
wat een rijkdom te mogen ervaren dat
de e-mail deze naam draagt: de naam Ine
vandaag zeg ik tegen jou, lieve Ine:
dankjewel voor je heerlijke medeleven
dankjewel voor je oprechte toewijding
dankjewel voor al je innige goedheid
in mijn hart leef je als het meest kostbare
dat ik in deze jaren aan genade mocht ervaren
je maakt waar wat je vanmorgen als lector las:
je daden zijn in God gedaan, jij bent van God.
mogen wij allen hier je een rijke dag bezorgen
en moge God je een gezegende toekomst geven.
© Frans B.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Voor Frans
Schildering van Jou
~
Op linnen was met fijne lijnen
Jouw wezen vastgelegd in kleur
Omdat de tijd de mensen doet verdwijnen
En de herinnering aan wie eens was
~
Geen zekerheid kan d’hand der schilder bieden
Geen overlevingskans voor mensen, ook nog niet
Maar kleine vreugde voor de blijvers om te kijken
Naar wie je was, gedegen statig, goed en zacht
~
O, nu mag jij nog van je evenbeeld genieten
Ik hoop nog lang, veel langer dan gedacht
En wie je erven wil, die mag je láter hebben
Maar niet vandaag, nu ik nog metje lach.
© 2006 Ine Verhoeven
© 2006 Frans Boddeke – Fotografie en schildering Frans van den Heuvel
Aanwezigen op 26 maart 2006, Pilkington’s Den Bosch
Frans & Ine
Dank je wel, Frans, voor al het schone dat je me hebt aangereikt in de voorbije jaren.
Je hebt mijn toekomst van tóén gekleurd naar heden met God en goedheid.
Het mag je goed gaan. Het mag ons goed gaan. Deo volente.
~
Rieke & Wim
Dank je wel, Rieke & Wim, voor alle hartelijkheid, voor de bijzondere 3de dag
van de hoogtijfeesten, voor de nieuwe inspiraties, voor de medemenselijkheid, de gastvrijheid.
Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~
Patrick & Nathalie
Dank je wel, lieve neef en nicht, voor alle vriendelijke en familiale betrokkenheid,
voor jullie open deur en open hart.
Het mag jullie goed gaan, samen met Quinten, de vijfde telg van jullie tak.
Deo volente.
~
Asha & Arold
Dank je wel, zoon en schoondochter, voor jullie warmte,
sympathie en lieve aanwezigheid in mijn leven.
Het mag jullie goed gaan in alles en alles.
Het mag jullie goed gaan, elke beproeving voorbij. Deo volente.
~
Conner & Flemming
Dank je wel, mijn kleinzoons, voor jullie genegenheid, je sprankelende kind zijn,
voor de uren met jullie aanwezigheid.
Het mag jullie goed gaan op de lange weg die voor je ligt, heel goed. Deo volente.
~
Frans & Marianne
Dank je wel, Marianne & Frans, voor jullie goede buurschap.
Als jullie zouden verhuizen, vertrek ik mee.
En dank je, Frans, voor de website die je zo puik voor me verzorgt.
Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~
Karel
Dank je wel, Karel, voor je vriendschap, je trouw en je meeleven,
dank je wel voor je vertrouwen.
Jij hebt onbeschroomd enkele van mijn teksten prachtig en meesterlijk op muziek gezet.
Ik noem het een wonder. Het mag je goed gaan. Deo volente.
~
Marioes
Dank je wel, Marioes, voor je aandeel in mijn vreugde om mensen.
Met jouw serieuze hartelijkheid heb jij mij vooral als medemens bevestigd.
Ik ervaar jou als een evangelische vrouw, iemand die de goede daad bij het goede woord voegt.
Je hebt mij gastvrijheid verleend in de Lucasparochie, het deed me onvergetelijk deugd.
Het mag je goed gaan. Deo volente.
~
Miets & Floor
Dank je wel, Miets & Floor, voor jullie lieve zuster en zwagerschap,
voor jullie vriendschap.
Miets, je schreef aan Frans: we moeten zuinig zijn op elkaar.
Dat is me uit het hart gegrepen. We moeten zuinig zijn op elkaar.
Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~
Veronica & Joop
Dank je wel, Veronica & Joop, voor jullie warme harten,
voor jullie oprechte zorgzaamheid, voor jullie familieschap.
Wat zou het leven er sobertjes uitzien zonder jullie lieve aanwezigheid.
Blijf nog heel lang bij ons, met ons. Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~
Bernhard Speekenbrink
Dank je wel, goede Bernhard, voor je ongekende trouw,
voor je gedegen vriendschap en je pastorale betrokkenheid in mijn leven.
Ik hoop van harte dat je terug ontvangt wat jij de mensen op jouw levensweg
aan goedheid hebt gegeven, en geeft. Het mag je goed gaan. Deo volente.
~
Miets & Wim
Dank je wel, Miets & Wim, voor jullie openstaan voor Frans en mij,
voor de uitnodigingen, voor de gastvrije feesten.
Dank je wel dat jullie me hebben opgenomen in jullie kring.
Heel bijzonder, heel fijn. Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~
Diny & Harrie
Dank je wel, Diny & Harrie, voor jullie heerlijke vriendschap,
jullie evangelische voorbeeld, jullie betrokkenheid bij mensen,
voor jullie trouw.
Als ik aan jullie denk, glimlach ik vanbinnen.
Het mag jullie goed gaan. Deo volente.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Anneke ~ Johanna Elisabeth ~ Verhoeven - van den Akker
* Eindhoven 29 augustus 1934 † Helvoirt 18 maart 2006
Ik lees op de kaart over Anneke:
Mooi gedaan, geconstateerd, geaccepteerd, en tot het einde prachtig doorgeleefd.
Zonder klagen, zonder vragen. Bedankt geweldige vrouw.
Ik lees op de website van Ine Verhoeven:
We hebben bij haar thuis afscheid van Anneke genomen.
Lieve Anneke, mooie vrouw, edele inborst, prachtmens.
Voor mij is ze een onbeschadigde ziel.
Ze was mooi in haar ontluistering, zoals ze daar te rusten lag.
Waar was haar ziel? Op reis misschien?
Onder het schilderij waarop God zijn heelal bestiert, lag zij neer.
Sereen is de herinnering. Sereen, precies zoals ze zelf is geweest als mens en vrouw.
Sommige mensen zijn heilig van nature. Levenskunst ten top.
Dit lezend en beschouwend zeg ik op deze 23e maart 2006:
De lente is begonnen. De lente is begonnen.
We vertrouwen Anneke toe aan moeder aarde.
Moge de aarde haar vriendelijk ontvangen en haar in Gods genade tot nieuw leven brengen.
Anneke droeg de namen Johanna Elisabeth.
Johanna betekent: God is genadig, en Elisabeth betekent: God is mijn alles.
Haar namen komen heden tot vervulling en voltooiing: God zij Anneke genadig, God zij voor Anneke alles.
.De lente is begonnen. De lente is begonnen.
Gedicht: O, als je er niet meer bent van Ine Verhoeven:
O als je niet meer bent
O als je weg zult zijn,
je geest gegaan zal zijn,
o als je ziel verdwenen is
uit je verstilde lichaam,
o als je niet meer bent,
van hier gegaan zult zijn,
dan nog zal ik je kennen,
zal ik je noemen bij je naam.
O als je weg zult zijn,
je niet meer voelbaar bent,
er nog maar tasten is en jou
niet vinden, o als je niet
meer bent, je nog maar letters
bent, je nog maar foto bent,
dan nog zal ik je kennen,
zal ik je weten met mijn hart.
O als je weg zult zijn,
je nog maar droom zult zijn,
je nog maar beelden bent die
óók vervagen, o als je ogen
niet meer lachen en hun kleur
vergeten is - gestorven mooi,
dan nog zal ik je kennen,
doe ik je leven waar ik ben.
© Ine Verhoeven
We tekenen haar met kruis van Jezus, de Christus, Hij die bevrijding geeft, Hij die tot voltooiing brengt.
In de naam van de vader, de Zoon en de heilige Geest.
Bedankt geweldige vrouw! Dag Anneke!
Pater Frans Boddeke CSsR, Nicolaaskerk Helvoirt 23 maart 2006.
OVERWEGING 22 FEBRUARI 2003 ~ RICHTING DE 60 ~ Ine Verhoeven.
1. Mijn dierbaren,
Als MENSEN ONDERWEG - Met Geloof, Hoop en Vrede is ieder van ons vandaag, 22 februari 2003, naar De Wolfsberg gekomen. We kwamen door alle ongewisse godsweder om hier samen te vieren, te breken en te delen, om elkaar met het Woord te bemoedigen. Zó het leven op een late dag te vieren: ik doe het zo graag.
Het leven te vieren. Dat houdt in, dat we niet alleen het leven van 1 mens vieren, maar meer nog elkaars leven bevestigen, elkaars bestaan gedenken; het leven te vieren betekent stilstaan bij onszelf en bij elkaar als de mens die we zijn, die we mochten worden in onze eigen jaren, in onze eigen tijd. Het leven te vieren is vanavond vooral: elkaar te vieren.
Mogen we genaderijke uren beleven bij deze maaltijd van saamhorigheid, van belangstelling en vooral van vrede met elkaar.
Laat ons stil zijn, even maar.
SLOTOVERWEGING
2. Mijn leven beslaat tot nu toe het tijdsbestek 1943 ~ 2003. Daartussenin speelt zich een indringende mensengeschiedenis af, onopvallend, onbekend. Maar terdege vindt het verhaal plaats, het gebeurde, het gebeurt. En het gebeurt aan een mensje, het gebeurt aan élk mensje, het gaat alle mensjes aan. Elk mens op zich zit vast aan zijn eigen unieke verhaal.
KIND VAN DE ANGST
Zoals gezegd: elk mens zit vast aan zijn eigen unieke verhaal. En dit geldt voor iedereen die het herkent: Je te ontworstelen aan de beschadigingen die je opliep door wat-dan-ook is een gevecht, een worsteling a.h.w. met jezelf en met je omgeving, die jou steeds met je pijnen confronteert - gewoon door niet te weten; door het onherkenbare; doordat niemand de ziel van de ander kan lezen, niemand kan ervaren wat de naaste mens doormaakt, ook al oogt die mens gezond, goed, rustig, gelaten zelfs, of vredig genoeg; er is de pijn dus doordat de mensen onwetend zijn, en strikt gezien moet dat ook. Het ten diepste lezen van de ander is zelfs voor heel grote psychologen en psychiaters nogal eens ondoenlijk. Dit, getuige de vele misvattingen bijv. bij rechtszaken, maatschappelijk werk e.d.
Mijn jaren zijn nimmer vlak gebleven, niet kleurloos, niet rimpelloos; en als ik eerlijk ben, en dat ben ik, waren het zeer boeiende en uitermate vermoeiende jaren, vol van genade maar meer nog van heel veel 'naakte waarheid'. Werd het jonge kind van anno 1943 het leven aangeprezen als een geschonken mooi sprookje, dan is dat kind (deels) bedrogen uitgekomen, want het leven is geen mooi zoethoudend sprookje, maar een ernstige opdracht, een arbeid, een strijd zelfs, en zoals ik al zei, een gevecht, vooral tegen al het ongewisse, het onbegrepene, het onbekende, het onvatbare, het onvriendelijke, alles nog zachtjes uitgedrukt. Strijd, omdat je mens bent.
Het enerverende leven is goed en vormend gebleken, in alles. En er was toch de schoonheid in mijn leven: van het kind, van het kind te krijgen, op te voeden en lief te hebben. O ja. Er was met alle jong geluk een veelbelovend gezin gesticht. Er lag een toekomst klaar met duizend goede kansen. Met liefde voor elkaar, met liefde voor de kinderen. Het bestond echt... Maar ook de mensen eromheen bestonden echt. Met invloeden op je leefwereld, die wel afbreuk moesten doen aan wat je moeizaam probeerde op te bouwen. Toch dit: Als de tijd van leven je gegund is, kom je er misschien nog tijdig uit. Dan zie je, dat alles wat je overkomt, overkwam, toch goede vruchten in zich kan dragen. Je moet ze wel leren zien, plukken, proeven, smaken. En je moet ermee aan de slag, want anders ben je álles kwijt; is je levenstalent aan je voorbijgegaan, zijn je vreugdekansen óp. Dat is regelrecht grote zonde.
DE HERFST, EN VAN GOD
Ouder worden is mooi. Is goed. Is thuiskomen. Is vrede bereiken. Ouder worden is van genade, van rustigheid, van God, en als het kan: van lieve mensen om je heen. Dat is niet iedereen gegeven, het is ook niet aan iedereen besteed, mensen om je heen. Als eenling zie ik graag de mensen, maar gepast, niet te dichtbij; als eenling ben ik graag alleen, maar ook gepast en niet altijd.
In de jaren '90 heb ik me losgescheurd van een verstikkend oud leefpatroon, van een vastgeroest en ondergeschikt bestaan. Ik heb me vrijgemaakt en ben langzaamaan beginnen te ontdekken wie ik was en waar ik stond, niet wie hij was en waar hij stond, niet wie zij waren en waar zij stonden, want dat wist ik wel, meer dan dertig jaren lang; een mensenleven lang.
Je losmaken, vrij worden, is zwaar werk, het gaat gepaard met verdriet, met lijden dat verder strekt dan psychisch geweld en fysieke pijn, het smelt beide elementen samen: tot een soms ondraaglijk somatisch ervaren. En je denkt: ik red het niet. En je denkt: ik kom er niet. En je denkt: ik kan het niet. Maar altijd weer is er die onbegrijpelijke oerkracht in je, waarmee je door de dingen heen komt, waarmee je jezelf keer op keer herschept ~ tot je begint te worden, dúrft te worden die je werkelijk bent. Er is tijd voor nodig, en geduld en liefdevolle aandacht, die je jezelf moet durven schenken. Niet als egotripper, niet als autist, maar als de mens die je zijn mag; omdat je bent. Het is wat god gericht: je bent, ik ben. Omdat je ooit leerde dat God Is. En God is: Hij Die Is, Ik Ben Die Is. Maar als je je geplaatst weet in het verderrijkende godsplan, dan mag jij, mag hij, mogen wij, mogen jullie, mogen zij, mag ik zíjn. We hebben wel de taak om onszelf te maken tot wie en wat we zijn kúnnen. En, daarvan ben ik overtuigd, we hebben de taak om onze zielen van adel te maken. Om onze geest zodanig te vormen, dat we de levensschoonheid van God uitdragen, kunnen gaan verspreiden. Onze woorden worden gekozen, onze vrienden worden uitgezocht: we hebben door de tijd geleerd te selecteren. Uit zelfbehoud, maar ook ter verfraaiing van onze eigen leefwereld en van die van de ander, die jij naar je toe wilt trekken, met wie jij verder wilt gaan - - - totdat de vluchtige levenstijd verstreken is, weg. Ik leerde mezelf dat het niet erg meer is om daaraan te denken: weg. Er komt een generatie, en nog een en nog een, na ons, zo is het van God gedacht, gepland. Dat kun je aanvaarden, alleen maar aanvaarden, niet bevechten, want het wezenlijke te bevechten, schept angst. Angst houdt je af van de rustigheid, van de vredigheid, van de lievigheid. Angst bederft je leven, de tijd die jij hebt, ongewisse tijdsduur.
Ik wil zeggen, dat het leven er niet wonderbaarlijk gemakkelijker op wordt, wel rustiger, vrediger en daarmee mooier, dieper en rijker van kwaliteit. Mildheid en barmhartigheid worden van jou; gaan bij je horen. Wijsheid is iets anders, ofschoon je die mag opzoeken, betrachten en mag durven toelaten in jezelf. Je kunt nog zoveel betekenen, nog zoveel mensen hoop geven, nog zoveel getuigen en aantonen aan goeds; nog de kinderen begeleiden naar het goede van het leven; en je kunt nog een herinnering van jezelf maken, die straks door je kinderen en kleinkinderen wordt gekoesterd. En als je eenmaal weg zult zijn, wat is er schoner dan de glimlach bij hún herinnering?
ZONDAGSKIND
Ik schreef onlangs een boek vanuit mijn zelfgevormde levensvisie; het is zo een denkbeeldige kleine kroon op mijn eigenzinnige denkwerk en leven: Het is het boek 'Van mensen onderweg - Met Geloof, Hoop en Vrede. Het is vanuit mijn ziel geschreven: een stukje geest en innerlijk.
Aan het slot van deze avond wil ik ieder van ons dat stukje geschreven ziel van harte gunnen. Ter herinnering aan ons, aan ons samenzijn, aan ons samen-onderweg-te-zijn. De titel 'Van mensen onderweg - met Geloof, Hoop en Vrede' zal je begeleiden, zal je al lezende wegwijs maken. Dat hoop ik van harte.
[[Een kleine voetnoot: De personen in het boek zijn echt, de teksten eromheen zijn waarheidsgetrouw. Als iemand zich bijvoorbeeld zou afvragen wie Leo Jacobs is: hij zit daar. Of wie mijn kinderen zijn, zie daar mijn zoon en schoondochter. Mijn andere kind woont in Zweden, zij bezoekt me rond Pasen.]]
Frans:
Ik vraag iedereen te blijven zitten. Terwijl je van de dessertkoffie of de dessertthee geniet, komt Ine bij je langs om jou haar tastbare afscheidsgroet aan te reiken. Dankjewel.
~~ Louis Nabbe: halverwege het pacem-lied zachtjes inzetten.
Als ieder het boek heeft ontvangen: We zingen op blz 125:
MENSEN KOM, KLAP IN JE HANDEN op de melodie: Zachtjes gaan de paardenvoetjes, trippel-trappel-trippel-trap.
EINDE
Kijk, lees en geniet. En als je de inhoud weet te waarderen, maak dan ook een ander blij en bestel het boek bij mij/ ons.
Ik koos de illustratie om de stenen muur en de kale takken, om het pad en de bladeren, om het schrille bos, dat toch een bos is, om het stukje hemel erdoorheen en om het bankje tegen die oude muur, dat nodigt om te rusten en te peinzen en te bekomen van je eigen geschiedenis; ik koos de foto omdat ik meende in dit beeld precies het karakter te herkennen, dat ik bedoeld heb met de inhoud van dit boek: de foto signeert het onderweg zijn en de aankomst; want waar ga je heen en wie is er bij je? Waar rust je uit en wat is in je herfst het verre perspectief?
De foto is gemaakt in Hierden (nabij Harderwijk), je ziet een stukje norbertijnenkloostermuur. De foto is door Sybil genomen, getrouwe flo-zuster en de landelijk minister van mijn zogeheten orde. Bedankt voor je geslaagde aandeel, Sybil.
Aan de achterkant zie je een lachende begijn, een uit de kluiten gewassen meidje van toen nog maar 58. Dit beeld is gemaakt door Wim van Brederode, als ik het goed heb; het was bij Wim en Roos in Sint-Michielsgestel; ik dronk toen warme thee.
VAN GELUKKIGE MEMO'S
De betere levensmomenten
waren dusdanig niet
overvloedig, dat ze bij
de terugblik op de goede
oude tijd als onschatbaar
waardevolle memo's staan
gegrift in je geest en zo
nog de herinnering kunnen
verzachten, het innerlijk
doen smelten, het gemoed
ondanks alles gelukkig doen
zijn, heel gelukkig doen zijn.
© Ine Verhoeven
In februari 2005
Jij die van liefde bent
Van zachtheid en geduld
~
Jij die van mooiheid bent
Jij die van inzicht bent
Van levensgeest vervuld
~
Jij die van mensen bent
Van tederheid en warmte
Jij die van vrouwzijn bent
Een moeder onverhuld
~
Jij die van echtheid bent
Van vriendschap en van vrede
Jij die van glimlach bent
Met wijsheid ingevuld
~
Van zusterschap doordrongen
~
Jij die ik kennen mag
En nooit meer wil vergeten
Ik ben met jou verguld.
Karel van den Heuvel: twaalfenhalf jaar dirigent Jeroen Bosch GZG-koor te ‘s-Hertogenbosch
Wij allen zijn gelijkwaardig, zegt het evangelie van vanmorgen, we zijn elkaars zusters en broeders. We hebben allen dezelfde vader in de hemel. De een is als mens niet meer of minder dan de ander. In het menszijn is er tussen mensen geen verschil.
Ook in de geloofsgemeenschap zijn allen gelijk. Op grond van het doopsel zijn we als christen gelijkwaardig. Het doopsel is het fundament waarop de gelovige gemeenschap rust, zich opbouwt en zich ontwikkelt. Er is uiteraard verschil in bediening, in ambt: er zijn priesters, diakens; er zijn religieuzen en niet-religieuzen; maar het doopsel is het fundament, de basis van aller gelijkwaardigheid. Zonder de basis van het doopsel zijn er geen bedieningen of ambten mogelijk. Allen zijn we elkaars zusters en broeders, die één en dezelfde vader hebben, die allen één en dezelfde HEER hebben.
Ook in een koor zijn allen gelijkwaardig, of men nu zanger of zangeres is, of men nu organist is of dirigent. Maar de koorgemeenschap kan niet bestaan zonder taakverdeling, zonder functieverdeling. Er is een organist, er is een dirigent, er zijn zangers nodig.
Al twaalfenhalf jaar lang is Karel van den Heuvel de bezielde koorleider van dit Grootziekengasthuiskoor, het Gemengd Koor Jeroen Bosch Ziekenhuis locatie binnenstad. Twaalfenhalf jaar is een lange tijd, maar Karel is zelfs al 32 jaar lang dirigent. Zo was Karel in de jaren dat ik pastor van de parochie O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand hier in Den Bosch mocht zijn, op inspirerende wijze dirigent van jeugdkoor Boschveld. We hebben samen met pastor Fons Clazing, met Karel, vele mooie vieringen mogen verzorgen.
Een dirigent geeft leiding, hij bepaalt de toon, hij brengt eenheid in de stemmen, hij zorgt voor de zuiverheid van het koor. Een dirigent roept emotionele en religieuze gevoeligheid op, een dirigent wil dat de luisteraars ontroering ondergaan, een dirigent probeert het diepere, het hogere in mensen naar boven te brengen, een dirigent wil samen met het koor mensen gevoelig te maken voor het hogere, ontvankelijk voor God.
Religieuze zang roept het diepere op in de mens, zoals blijkt uit een plaats als Taizé. Maar ook in deze gemeenschap zijn velen in deze twaalfenhalfjaar aangeraakt door de spirituele mooiheid van de zang. Religieuze zang geeft immers uitdrukking aan wat woorden alleen niet kunnen zeggen; religieuze zang verbindt gelovigen met elkaar en schept gemeenschap; religieuze zang maakt ontvankelijk voor het onuitsprekelijke mysterie dat we God noemen.
Vroeger werd de liturgie aangeduid met het woord cantus = gezang. Het gezongene is het dubbel gevierde woord. Zonder zang of muziek is het woord niet compleet, is het woord niet volledig.
Zang en muziek zijn wezenlijk voor de liturgie. En niet zomaar gezangen of muziekstukken, maar religieuze zang die in dienst staat van de viering, die het gesproken woord ondersteunt, die het thema van de viering uitwerkt.
Een dirigent heeft bij religieuze zang een verheven functie: onder zijn leiding mag het woord meer mens worden, mag de viering meer van God worden.
Twaalfenhalf jaar al is Karel de bezielde dirigent van dit Grootziekengasthuiskoor. Het is een hartelijke gelukwens waard van ons allen, en ik vind het fijn, Karel, om jou hier vanaf deze heilige plaats namens Ine en mij te mogen gelukwensen, vanaf deze verheven plaats waar wij zo vaak door jou en door jouw koor gestimuleerd en bemoedigd zijn.
Wij kennen je inzet, je bekwaamheid, je volhouden. Want dirigent-zijn is niet alleen leiding geven tijdens de viering, het dirigentschap vraagt veel voorbereiding thuis, het vraagt stimulerende inzet tijdens de repetities, het vraagt om bemiddeling in conflictsituaties, het vraagt om een voortdurend vooruit kijken, het vraagt inspanning om nieuwe leden te werven. Daarin ben je geslaagd: van 20 leden in het begin is het koor uitgegroeid tot 40 leden. Een grootse prestatie. Want nieuwe mensen aantrekken, zoals een vaste organist, vraagt tact, geduld en doorzettingsvermogen.
Je bent, Karel, een echte leraar voor het koor: jouw koor is als een klas op leeftijd, waarbij jij als de leraardirigent alle stemmen apprecieert en hen tot zo gaaf mogelijke eenheid brengt. Het is ook proberen een eigen stempel te drukken op de te zingen teksten, soms bijvoorbeeld door van een gedicht van Ine een eigen compositie te maken.
Als dirigent onderhoud je een prettig contact met de voorgangers, bezoek je de individuele leden bij belangrijke gebeurtenissen, roept je je mensen op om ook elders te gaan zingen, maak je de broodnodige vergaderingen mee, verzorg je de koorkrant, en regel je mede de koorreizen. Vakmanschap is meesterschap, maar meesterschap wordt slechts in volharding bereikt!
Kortom: je bent kundig, je bent accuraat, je hebt warmte voor je mensen, je bent een bewuste christen, en vooral ben je een warme vriend.
Hélène Nolthenius zegt in haar boek ‘Muziek tussen hemel en aarde: ‘Het zingen is allereerst gericht op contact met de wereld van goden of doden. Dat leert ons wat de oerbron is van de muziek: magie. Niet voor niets is het woord voor bezweren: bezingen. De Zohar, dat wonderlijke getuigenis van middeleeuwse joodse mystiek, zegt het onomwonden: ‘Er zijn in de hemel heilige plaatsen, alleen te ontsluiten door lied en gezang.’
Er zijn ook in ons mensen heilige plekken, die alleen te bereiken zijn door lied en gezang. Door te zingen kunnen we onszelf bereiken, door te zingen kunnen we elkaars zielen bereiken, kunnen we elkaar warmte en beschutting geven.
Voor dat alles danken we je vandaag, Karel. We wensen je een goed feest toe. Samen met je mensen. Want een feest hoort erbij. Zoals het gezegde luidt: Cantores amant humores: zangers houden van nattigheid.
Het moge jou en je koor nog vele jaren goed gaan!
Ine wil deze gedachte afsluiten met het gedicht: God is muziek voor mij.
Ik ben door lanen van muziek gegaan
en heb op stromen van geluid gevaren
muziek omvangt den mens met lichtende armen
muziek is een onmetelijk erbarmen. (H. Keuls)
--
God is muziek, muziek voor mij
--
De violist is in extase
zijn schoot is de viool
hij baart lichtende muziek
van onmetelijk erbarmen
--
de verzaligde violist
voelt zich verrukt
voelt zich eeuwig
voelt God in zich
--
ja, God is muziek
--
in Gods schoot ben ik geborgen
ben ik ’n zingende liefdesnoot
door hem geen valse toon
geen snijdend geluid
--
ik droom van glimlachende dingen
ik ervaar een dansende God
zijn lichtende snaren spelen
van onmetelijk erbarmen
--
ik zet mijn muts op van muziek
en heb het niet koud
God is muziek
de melodie houdt niet op
--
ja, God is muziek
muziek voor mij.
Frans Boddeke
Preek 30 oktober 2005.
Lieve zusters en broeders,
Toen ik op 16 oktober 1985 samen met Corrie en Tilly hier in de zijkapel van de capucijnenkerk mijn professie aflegde, in het bijzijn van de ordegenoten van deze afdeling Den Bosch, had ik nét een levensreddende operatie ondergaan die mijn gestel en daarmee mijn hele toekomstige leven ongekend zou beïnvloeden.
1985 was voor mij enerzijds een deerniswekkend jaar, ook mijn moeder was toen gestorven, anderzijds een beloftevol jaar met een grote levensdeur die op een kier stond, maar die opnieuw voor me openging. Of was het de sterke hand van God?
In de jaren die volgden had ik te strijden met mijn lichaam dat me door de ernstige gevolgen van de ingreep zo goed als vreemd was geworden, dat me als het ware in de steek had gelaten, en het was echt niet gemakkelijk in die tijd, want het beste van mezelf had afgehaakt. Die fysieke strijd bestaat, net als mijn professie, mijn zusterschap in de orde, twintig jaar. 1985 was een merkwaardig jaar, een jaar van volkomen ommekeer, cruciaal in fysiek en psyche.
En toch. De professie, die ik me nog tamelijk gedetailleerd herinner, was op dat tijdstip voor mij een stimulans ten goede. Ik was er gelukkig mee, ik had toekomst, er bestond, bij al het moeizame dat op mijn weg was gekomen, voor mij toch een heilig perspectief. En het franciscaanse ideaal, dat volkomen van Jezus Christus getuigt, was me lief.
Ik had niet gerekend op de consequenties van de ouderdom van veel ordeleden.
De generatiekloof die er was, was me aanvankelijk ontgaan. Ik dacht er niet aan, vooral doordat ik in die tijd een sterk gelóóf ook had in gelóvige ménsen, in de mensen van God zelf. Want zo zag ik hen. ‘Zij streven het allerbeste na, zij doen het volmaakte leven’, dacht ik, ‘zij kennen het leven in geloof.’ En ik wist toentertijd niet veel van verschil in gelovigheid, ik dacht niet aan de diverse karakters die met elkaar zouden kunnen botsen, ook in franciscaanse zin.
Dat kwam later. En het verschil was groot, te groot. Je moet jonge mensen jong laten, ze moeten hun eigentijdse weg kunnen gaan, hun oude wijsheid komt nog wel, later.
Toen ik, nog in de jaren ’80, een verontruste brief ronddeelde, met de vraag aan allen om met me mee te denken zodat de orde niet zou hoeven verdwijnen, want je zag het aankomen, zodat de orde nieuwe kansen ten leven kreeg, met nieuwe leden en nieuw elan, toen maakte ik een fout. Ik had mijn inzet echter niet als fout ingeschat. Ik wist niets van ministerschap en bestuur, men had mij niets uitgelegd. Ik wilde met mijn actie nooit iemand beledigen. Ik heb excuses gemaakt.
Het is in deze twintig jaar niet gemakkelijk geweest, het was voor beide kanten niet gemakkelijk. Mensen verschillen van structuur en aard, van denken, visie en inzicht.
En ook: het leven ís niet gemakkelijk, de mensheid ís niet gemakkelijk. Echter, we streven, als christenen, wel onverkort het goede na, het beste voor God en de wereld, we beogen de vrede onderling, de wereldvrede zelfs, maar we zijn en blijven mensen, kwetsbare mensen met gevoel en emotie. Dat mag. Dat moet zelfs, gewoon om mens te kunnen zijn.
In de vréde van Jezus Christus ligt mijn geloof. In de franciscaanse missie die aansluit op Jezus’ blijde boodschap, ligt ondanks alles mijn hoop, mijn verwachting. Hoezeer we ook hebben geleden, en nog zullen lijden, aan een elkaar misverstaan - het hoort bij het leven - altijd is er de kans op vrede, op de nieuwe start middels de vergeving, en dat is goed, dat is correct, want een mens is niet in één keer volmaakt.
Streven naar evangelische volmaaktheid kost ons, welwillende mensen, een heel mensenleven lang. We ondergaan onafgebroken de lessen van de levensschool.
Op deze morgen van blij samenzijn vraag ik jullie om vergeving voor alles wat eens misging. Op mijn beurt vergeef ik jullie wat misging naar mij toe.
Moge vandaag de twintig professiejaren van Corry, Tilly en mij bekroond worden met nieuwe vrede, met nieuw elan, en moge onze toekomst staan onder de allerheiligste zegen van onze God, met de bescherming van Franciscus, die ons de vredelievendheid van Jezus heeft voorgedaan. Ik lees tot slot nog een korte gedachte:
Mensen zijn zielen met gevoel
Ga zorgvuldig met hen om
Herken hun kwetsbaarheid
---
Je bent van hun makelij
Niet minder en niet beter
---
Mensen zijn zielen met gevoel
Het is het leven dat hen vormt
Raak niet aan hun eigenheid
---
Niet minder en niet beter
Niet lelijker en niet mooier
Je bent een ziel van hetzelfde lot.
© 2005 Ine Verhoeven Nijmegen

Lieve Ad,
Toen je me vorig jaar december in de eetzaal van klooster Wittem vooruitblikkend uitnodigde voor deze tweeledige feestdag, was ik blij. Toen je onlangs je uitnodiging schriftelijk aan mij had bevestigd, was ik bewogen. Het deed me bijzonder goed. Ik dacht: Ad nodigt zijn mensen uit. Ze mogen met hem meevieren en aanzitten aan zijn tafel van verbondenheid. Je mag deelnemen aan zijn gouden dag.
Ik heb je voor de geest gehaald en aangekeken, heel gemakkelijk hoor, want jouw gezicht, jouw wezen, jouw stem staan in mijn geheugen gegrift. Ik dacht: wat is het goed om Ad te weten.
Ad: een groot priester, een groot kenner, een groot theoloog, een groot liturg, een groot professor, maar bovenal een groot mens, puur evangelisch op natuurlijke basis. Ad: hij die bestaat vanbinnen uit.
Ad versmaadt de zijnen niet, heb ik gedacht. Ad is trouw. Ad onderscheidt de geesten.
Hij weet de mens, hij weet zichzelf.
Ik besef dat het grote gedachten waren, geen kleine bevindingen vanuit mijn diep gepeins. Maar het waren wel heerlijke inzichten, die zich naar waarheid heuglijk aan mij openbaarden.
Onze menselijke visies zijn immers overwegend gegrondvest op feitelijkheden?
Meer dan goed is het om jou te kennen, jij Ad, die oproepbaar bent.
Jij, Ad, die hoge genaden strooit, hoge genade ook van gedegen vriendschap.
Ik heb geprobeerd je litterair te vangen, je te tekenen met woorden uit de vulpen. Vergeef me mijn gestuntel, jij bent niet te vangen, niet in woorden, niet in gebaren, niet in wat dan ook. En toch:
O Jij
Gerust in wijsheid
Steeds hartelijk integer
Geen onvertogen woord
Maar adeldom in God
Mens van gevoelen en weten
Man van gedegenheid
Vriend die geen vriend zal voorbijgaan
Priester aan God toegewijd
Meester in kennis en kunde
Vaderlijk hart, zacht gemoed
Broeder van goedheid en gunnen
Apostel van vrede voorgoed
Van ‘t hart en ‘t zielenleven
Altijd attente mens
Afspiegeling van God.
Zo’n mensenvriend van God gemaakt ben jij, lieve Ad Blijlevens CSsR.
Hartelijk proficiat met je priesterschap van vijftig gouden jaren!
Hartelijk proficiat met je vijfenzeventigste verjaardag!
Mogen je levensdagen van God gezegend zijn.
Je dankbare Ine Verhoeven
Nijmegen, 25 augustus 2005/17 september 2005.
27.10..2000 - ’s-Hertogenbosch / Nijmegen / Sint-Michielsgestel
Voor Roos en Wim van Brederode
Voor Roos en Wim heb ik mij met een warm hart gebogen over mijn schrijftafel. Want zij hadden mij, weldoende, genodigd om hun feestdag van trouw en belofte mee te maken; zo'n unieke gebeurtenis, waarbij een mens, ik althans wel, al vooraf ontroerd wordt; en er kwamen beelden op die ik graag wilde verwoorden. En ik schreef een impressie, verdeeld in vijf strofen. Het is vandaag mijn ode aan twee bijzondere mensen die ik bijzonder graag mag en bijzonder waardeer. Zij zijn vorsers in veel. Zij zijn vinders in veel. Zo heb ik het gedacht.
Ik heb de bodem van mijn hart afgezocht
naar kleine sporen van geluk, naar lieve
zielenelementen; naar van die eigenschappen
om te kunnen gaan door lief en leed - met jou
Ik heb de bodem van mijn ziel afgezocht
Ik zocht naar wensen van de mensen die ik
liefheb; ik zocht momenten voor een leven in
De God, om mens en mens te zijn - met jou
Ik heb de bodem van de aarde afgezocht
en ook de hemelen beroerd met mijn gedachten;
ik heb de sterren in mijn tuin gewenst, de maan
rondom mijn woning; en wolken zacht - voor jou
Ik heb gezocht waar ik maar kon naar rode
bloemen om te feesten, ik smeekte alle geesten,
ik bad erom tot God; ik heb de dagen geteld totdat
ik jou zou vinden; om onderweg te gaan - met jou
En rode bloemen geuren zacht hun minnelied
- vandaag; en alle lieven zingen met ze mee; en
alle woorden van gebed zijn opgestuurd naar God;
want ik zocht naar zoveel goeds; en ik vond – jou.
Bij de avondwake voor Truus Neuhaus-Bernink in de kapel van Huize Rosa, Nijmegen. Bij Ine’s kaars:PRIVATE
Lieve Truus,
Om die ene bijzondere vriendin die je was, ongekunsteld gedistingeerd, vredelievend, integer, piëteitvol, rechtschapen en trouw, heel trouw; jij, in woord en daad mijn hartelijk voorbeeld, jij, prachtige icoon van al je vrienden, ik dank je.
Een blijvend licht ben je, een zonnetje van liefde, met dromen ooit samen gedeeld, knus bij thee en bonbons en je wafeltjes.
Een blijvend licht ben je, een sterretje van wijsheid, met woorden ooit samen gedeeld, uitgesproken, opgeschreven.
Een blijvend licht ben je, een hemeltje van geluk, met onze God ooit samen gedeeld bij de ernst én de vreugde van de dag.
Een blijvend licht ben je, voor al je vrienden om wie je gaf, en voor mij. We dragen je verder ten leven, juist door de onsterfelijke vruchtbaarheid van jouw voorbije leven. Wat is het goed geweest met jou.
Dankbede aan God bij de wake:
Om het leven van Truus, om de helende vrede die zij steeds in vriendschap heeft uitgedragen, om de lieve mens, die zij was voor haar naasten, danken wij u, o God. Uw goedheid heeft haar gesterkt; door háár goedheid heeft zij haar vrienden gesterkt. We zullen niet huilen, maar verheugd zijn mét haar. Want zij is van uw licht, en een blijvend licht zal zij zijn, voor ons. Amen.
Ine Verhoeven 3 mei 2003, Nijmegen.
Vinkeveen/Groesbeek,
22 februari 2003
Lieve
Ine,
Op
deze bijzondere avond, de vooravond van je eigenlijke 60e verjaardag,
wil ik graag iets tegen je zeggen. Er is een gezegde: vrienden word je niet in
één dag. Het lijkt een cliché, maar het is wel waar. Voor vriendschap is meer
nodig dan elkaar aardig vinden of dezelfde interesses hebben. Echte vriendschap
laat beide partijen de ruimte om volledig mens te zijn; ze vraagt om begrip,
geduld, respect, geeft liefdevolle aandacht aan de ander. Dat kost tijd en soms
strijd. We kennen elkaar nu bijna 6 jaar en we gingen de confrontaties bepaald
niet uit de weg. Maar we wisten en weten ons beide mensen van de vrede, altijd
weer bereid om de ander in alle eerlijkheid en openheid met liefde tegemoet te
treden. Het is deze levenshouding, die steeds weer nieuwe kansen biedt.
In
onze strijd tegen onrechtvaardigheid, onbegrip en respectloosheid wisten wij ons
zusterlijk verbonden, hetgeen ons meestal niet in dank werd afgenomen. Het heeft
jou én mij er niet van weerhouden vingers op zere plekken te leggen, op te
komen voor de mens zoals God die heeft bedoeld. Dit klinkt misschien wat zwaar,
maar jij weet wat ik hiermee bedoel.
In
september 1998 liet je Wansnuitje geboren worden in het sprookje van het
jongstgeboren draakje en de zwarte boterbloem. Ik was op slag verliefd op dat
drakenkindje met zijn puntkontje. Ik zag hem liggen op het zachte groene gras
onder het koele bladerdak van de boom. Ik was net zo vertederd als zijn moeder,
want hij is ook een beetje van mij. Je bombardeerde me namelijk tot zijn
petemoei en daar ben ik nog steeds trots op.
Eigenlijk is het een sprookje voor volwassenen, want die
zwarte boterbloem is niet mis. Het gaat –zoals in alle sprookjes- ook
hier over goed en kwaad. Over de grotemensenwereld, waarin de vrede en
vriendschap dikwijls ver te zoeken
zijn. Maar toch..altijd weer overwint het goede door de liefde voor het kleine,
het kwetsbare, het mooie in heel de schepping. Dat is de kern van je sprookje en
dikwijls van veel van je gedichten en beschouwingen.
Ine,
de vriendschap met jou ervaar ik als boeiend, liefdevol en niet kritiekloos,
zeker niet. Een uitdaging ook wel én (daarin wil ik heel eerlijk zijn) soms ook
als een leerschool. Je boeken vormen voor mij een bron van inspiratie voor mijn
geestelijk leven. Ik heb diep respect en bewondering voor je talent om je
gedachten over God, geloven, leven, dood, de mens, de hele schepping, zódanig
op papier te zetten, dat ik mij als
lezer niet alleen ontroerd voel tot
in het diepst van mijn ziel, maar
ook uitgedaagd om erover na te denken. Ik maak er vaak gebruik van, bijvoorbeeld
in vieringen. En ik houd nog steeds heel veel van Wansnuitje. Krijgt hij
misschien nog eens een zusje?
Lieve Ine, blijf die je bent, je bent een mens naar mijn hart. Ik wens je toe dat je levenspad verder geplaveid mag zijn met veel zachte steentjes van rustig geluk en lieve vrede. Ik wil deze felicitatiewens beëindigen met een gedicht, dat je mij drie jaar geleden stuurde per fax. ‘Heet van de naald, nog niet gepubliceerd’, schreef je erbij Het zegt voldoende, behoeft geen verdere uitleg. Gedicht: ‘Geen Vogel nog’. (Zie bladzijde 74, Ook de Heer in Harristweed. Ik had het gekopieerd, maar ja.) Liefs, Sybil (soms door jou Sibbie genoemd, maar dat laatste zeg ik niet).
