De internationale redemptoristendag, op 21 juni 2005 te Wittem, stond in het teken van de fusie per 1 augustus a.s. van de vier CSsR-provincies Nederland, Vlaanderen, Duitsland/Keulen en Zwitserland. De vier gaan samen om meer redemptie te kunnen uitstralen. Het is een magnifieke dag geworden, materieel en spiritueel prima verzorgd.
Laus Wittem!
Tegen de avond liep ik buiten. Ik zag een groot weiland waarin, lichtelijk van elkaar gescheiden door prikkeldraad, schapen, koeien en enkele paardjes liepen. Ze bevonden zich op dezelfde grond en ze aten in alle rust van hetzelfde gras. De kalme schapen, de heldere koeien, de drie dartele paardjes vormden een vrolijke drie-eenheid! Alle dieren hadden hun eigenheid, maar waren tevens één in mooiheid.
Het tafereel riep de redemptoristen van de vier regio’s op. Allen zijn ze lichtelijk gescheiden van elkaar, maar allen zijn ze ook één, want ze behoren tot dezelfde congregatiegrond: een waarlijke vier-eenheid! En de drie ijverige paardjes zijn het trappelend beeld van de vitale redemptoristen, die de nieuwe uitstraling van verlossing willen behartigen.
In zijn homilie van die morgen sprak pater generaal Tobin gepassioneerd over compassie, over copiosa redemptio, over medemenselijkheid, over barmhartigheid: een hoog gegrepen ideaal in deze tijd van ieder voor zich. Maar voor de schreeuw in nood mag de redemptorist van 2005 geen ideaal te hoog zijn.
Frans Boddeke
Tel uw zegeningenPRIVATE
Als op zondagmorgen de zon luchtigjes schijnt
zit ik al vroeg te ontbijten in de refter
van de gastvrije communiteit van Roosendaal.
Er is van alles veel:
eitjes, ontbijtkoek, kaassoorten,
vleeswaren, jam, tomaten, kiwi's, appels,
bruine en witte en krentenbollen.
Tel uw zegeningen.
Ik kijk naar de grote levensboom
in het midden van de tuin.
Een maand geleden was hij nog helemaal kaal,
nu draagt hij een chique groene bladerentooi
nu is hij van goddelijke pracht
nu is zijn stam met de dikke armen onzichtbaar.
Hoeveel bladeren heeft de boom?
Het lijkt me zo'n honderdduizend.
En onmiddellijk vraagt mijn hoofd zich af:
Hoe kom ik het juiste aantal te weten?
Hoe bereken ik het precieze getal?
Wat neem ik als uitgangspunt?
Welke formule pas ik toe?
Ondertussen vergeet ik te genieten
van de honderdduizendvoudige tooi.
Ondertussen vergeet ik te genieten
van het knusse ontbijtje.
Ook zie ik de twee vogeltjes niet
die ijlings de binnenkant van de boom verlaten.
De rekensom belet me me af te vragen
waarom de vogeltjes zo rap verdwijnen,
verhinderte me me af te vragen
of ze soms op zoek zijn
naar een stukje brood, een brokje kaas,
een hapje kiwi, een schilletje appel.
Mijn hoofd is bij het tellen en dat
staat mijn hart niet toe te genieten
van de pracht om me heen.
Dadelijk mag ik voorgaan
in de eucharistieviering.
Ik zal preken over de tekst:
'Ik zal u een andere Helper geven.
De Helper, de Geest, de Drager van alles.'
De Roosendaalers zullen luisteren
maar wellicht bij zichzelf denken:
'Dat van de Geest weten we toch allang.
En straks gaan we buiten wandelen
en genieten. De zon schijnt.'
Tel uw zegeningen.
Tel de zegeningen van het leven.
Frans Boddeke
Redemptoristenklooster Roosendaal, mei 1999.
OMGAAN MET
GEBROKENHEID
Impressie
In het
diocesaancentrum GROENHOVE te Torhout is van 25 tot 29 augustus 2003 de
gemeenschappelijke retraite der Redemptoristen van Vlaanderen en
Nederland gehouden. 34 deelnemers waren er samengekomen teneinde een
verbond te snijden, gelijk Patrick Perqui, priester te Brugge, het bij
zijn derde inleiding, zij het vanuit een andere context, zou laten zien.
De dag van
aankomst voelde broeierig warm van de krachtige nazomerzon - half Europa
wachtte nog altijd op regen. Velen waren van verre gekomen en op de wegen was
het druk geweest. De heilige rust rondom het kloosterlijke landhuis der
zusters van Virgo Fidelis werkte weldadig op me in. En dit zou het begin zijn
van een lange reeks zegeningen. Ik wist het toen nog niet.
Ik had
tevoren gevreesd: 'Je weet maar nooit. Ik ben een buitenstaander, geen
religieuze in de strikte betekenis.' Ik was dus beducht op weerstand. In
mijn eerdere retraites, het waren er vele, ontmoette ik nogal eens
verdeeldheid. Er was niet altijd een bevrijdende geest. Priester en
lekenmens kunnen in de bekoring komen Gods jas aan te trekken; ook een
gelóvige macht is handig om te hebben. Ja, ik had tevoren gevreesd.
Maar de
deuren van het centrum en van het gastenverblijf werden gastvrij geopend,
die zonnige maandag in het diocesaancentrum, en medemenselijkheid kwam
me tegemoet. Niet alleen de hulpvaardige zusters, ook de deelnemende
gasten zetten direct de positieve toon. Er werd allerhartelijkst
begroet. Er heerste een ongedwongen sfeer door lachende mensen met
open gezichten. De druk van de vermoeiende reis en de onrust van de
onzekerheid vooraf vielen bij me weg. Mijn retraite kon beginnen.
Blikvanger in
de kapel
Na het
avondbrood begon de vesperdienst. In de ruime kapel kwam het avondlicht wat
aarzelend naar binnen en kleurde de merkwaardige bisschop in het
middenraam tot een nar. Hij wekte aanvankelijk enige verwarring. Nar of bisschop? Allebei, dacht ik. De buitenkant van zijn muts
was paars, de binnenkant was groen - en daarmee werd de malle muts in ene een
ernstige mijter. Toen ik dat had ontrafeld, verdween de onruststoker in
het raam en verscheen de bisschop van de vrolijke vroomheid. Ik weet niet
wie hij voorstelde, ik vond geen naam. Hij oogde wel ontzettend modern. Én
hij glansde opvallend transparant.
In de
vesperdienst lag de openheid klaar naar de mensen, maar ook de heilige rust
die nodig was om deze dagen door te komen. Met een gerust gemoed mocht ik de
nacht ingaan. En deze nieuwe tijd. Ik deed het ook.
Voor altijd
geschonden?
De volgende
ochtend, het was dinsdag, kwam Patrick Perqui, een markante man die kracht en
wijsheid uitstraalde; en ook veel mannelijkheid. Ik zou derhalve aan hem
moeten wennen, dacht ik. Hij opende de inleiding over het thema 'Omgaan met
gebrokenheid' met een lied van Huub Oosterhuis en allen zongen,
ondersteund door zijn sterke stem en maatslag:
Liefde,
wanhoop, droeve woede
getemd, niet
uitgewoed -
opgehouden
bloeden, zwartrood
geronnen
bloed…
Patrick
Perqui doceerde aan de hand van de bibliografie van Lytta Basset (Averbode). Zij schreef
de delen:
1.
Ik oordeel niemand.
2.
Voor altijd geschonden.
3.
Het wonder van de verzoening.
Ook het boek
Job beval hij aan, juist om door het verhaal van Job naar de eigen
kwetsuren te zullen kijken, ze te herkennen. Daarnaast was 'Het gevecht van
Jacob met de engel' eveneens een troost voor het diepste zeer, want de
confrontatie aangaan met de waarheid van zijn woede, geneest de gekwetste
mens.
Om te kunnen
komen tot verzoening, vergeving, moet ik eerst mijn eigen verwondingen
hebben doorleefd. Ik moet, bedenk ik, als het ware zelf ter helle willen
gaan om te kunnen komen tot de rijpheid van mijn menszijn, van mijn
bewuste-mens-te-zijn, van mijn voltooiing. De machtige diepgang wordt dan
als het ware een loutering om vanuit mijn eigen hel te komen tot
bevrijding. Niet expliciet voor mezelf, maar ook om de ander in zijn
kwetsbaarheid, zijn zwakte te zullen kunnen verstaan. Alleen door mezelf ten
diepste te kennen, kan ik met de ander mee-lijden: de ander vergeven dus. Zo
had ik de lessen van Patrick Perqui in eerste instantie vertaald.
Transparantie
en geen wantrouwen
Wij vierden
eucharistie in de kapel met de veelkleurige bisschop in het raam. Hij
bleef voor mij een transparante figuur - in abstractie. Later in de week
zou Patrick Perqui vertellen hoe belangrijk het is transparant, dus
doorschijnend te zijn om het visioen van vrede waar te kunnen maken. Want de
transparantie, dus de waarachtigheid, is dé basis van elke goede
relatie, en nooit de tegenstelling ervan: het wantrouwen, zo heb ik
het begrepen. Toch een bijzonder raam daar in die kapel!
'We hebben
grote woorden nodig', had Patrick Perqui ons gezegd. Ik denk dat het
grotendeels wel waar is. Omdat het te grote aan de grote woorden er in de
praktijk vanzelf wel afvalt. De kern van het woord - de bedoeling - blijft
staan en dringt krachtiger in betekenis door. Het is als met een schone
herinnering die langzaam maar zeker vervaagt, soms ook wel verdwijnt. Maar
de kern van zo een schone herinnering zal doorgaans overeind blijven,
die onthoud je. Zo kan het ook gaan met de grote woorden die we nodig hebben
om te troosten, te bemoedigen, te beloven.
Vooral op
herderlijk gebied komt de pastor in aanraking met de mensen die in een
onomkeerbaar leed zijn gedompeld. Perqui attendeerde de toehoorders op
'het verdriet dat in de gordijnen hangt'. Het is het verdriet waarover
níét wordt gesproken. Het is het verdriet dat angstvallig wordt genegeerd.
Je ontmoet het overal. Het is van groot belang hóé men omgaat met
blessures, kwetsuren, met verdriet: Het opruimen, het verdringen ervan
of een schuldige ervoor te zoeken of aan te wijzen, zijn heilloze wegen. Het
gaat erom als pastor mede-stander te zijn in het lijden van mensen. Om dat te
kunnen, moet een mens eerst zijn eigen kwetsuren verwerken. Hij moet eerst
'volwassen' zijn, dus de dingen doorleefd hebben, om te kunnen
begrijpen. Hij moet eerst zichzelf leren verstaan om de ander in zijn
kwetsbaarheid te zullen kunnen verstaan en begeleiden. Hij moet dus eerst
voor zichzelf transparant zijn, zijn innerlijk doorschouwen.
Na het
avondmaal - hoe heerlijk was het Vlaamse voedsel! - keken we naar de film 'Le
fils'. We zagen hoe een vader de moordenaar van zijn zoon op de voet volgde
en hem dan tegemoet trad, teneinde hem door alle innerlijke strijd en
tegenstrijd heen zijn bizarre misdaad te kunnen vergeven. De film was
adembemend indringend. Het was muisstil in de ontmoetingsruimte, ik weet
niet meer hoe lang. Perqui verklaarde ons de dag erna hoe de vader
stapsgewijs bij zijn innerlijk terechtkwam en pas daarna de dader zijn
gruweldaad kon vergeven. Een wonderschoon maar taai gegeven: Wie kan zo'n
louteringsproces daadwerkelijk doorstaan? Wellicht een christenmens of
een overtuigde humanist, dacht ik. Ofschoon ik het niet hardop zou durven
beweren. Maar het thema van lijden en vergeving in deze film gaf mij het
verhaal van de gedode Jezus, gezien in relatie met zijn abba, zijn lief
vadertje, opnieuw te overdenken.
Groepsessie -
heilzame ingreep
Die eerste
actiemiddag waren we groepsgewijs uiteengegaan. Per groep was één vrouw
geplaatst: vier groepen, vier vrouwen. Het klopte mooi. Ik had geboft, vond
ik, want provinciaal Walter Corneillie leidde onze sessie. Walter is een
aimabele man van wijsheid en tegelijkertijd is hij relativerend
goedlachs. Ik kan mij niet onttrekken aan de indruk dat redemptoristen
van het leven zijn gekneed in God. Zij zijn, bedenk ik, getekend in Gods
goedheid. Vanuit dit stigma leven, spreken en handelen zij. Dit
redemptoristische beeld bestond reeds bij mij en was me terecht bijgebleven.
Er hingen
indringende afbeeldingen aan de muur. Mensen, geschonden en zoekend naar
heelheid, zoekend bij elkaar naar verstaan te worden, zoekend naar herkenning,
bevestiging, zoekend náár. Het waren beelden die mijn netvlies niet snel
zullen verlaten. Ik zie ze voor me terwijl ik dit neerschrijf. Ze maakten
veel los, die beelden, vertedering, maar pijn en woede ook. Mensen zijn mensen
en niemand heeft de bevoegdheid zijn medemens te beschadigen. In de
statuettes was de menselijke hunkering naar heelheid voor mij het
ontroerendst, en zó herkenbaar. Kwetsbaar zijn mensen. Kwetsbaar ben
jij en kwetsbaar ben ik. De persoonlijke confrontaties gedurende die
middag waren licht schokkend en zeer verrijkend tegelijk. Ook al omdat we
van elkaar een stukje ziel mochten zien: bijzonder en kwetsbaar en in
tederheid heel mooi. Er was transparantie en geen wantrouwen aanwezig
geweest. Niet in mij, tenminste.
Opgebouwd
vanuit het leven
Grote mannen,
broeders en priestermensen met hun ongekende innerlijkheid en hun bewogen,
lange levens kwamen elke dag samen om eucharistie te vieren. Vrouwen met
diverse achtergronden deelden mee, vierden mee en baden mee. Elkeen mocht
ongecompliceerd aanwezig zijn. Geen hiërarchie belette dit samengaan van
gewijde en ongewijde mensen, geen wet was bij machte het liefdesgebod van
Jezus van Nazaret te hinderen. De eucharistievieringen waren alle piëteitvol
opgebouwd vanuit het leven. Én ze waren gemaakt van levensechte dankbaarheid.
Ieder zong: O Heer God, erbarmend genadig lankmoedig / rijk aan liefde rijk
aan trouw / bewarend liefde tot het duizendste geslacht (tekst Huub
Oosterhuis, muziek Antoine Oomen).
Ik had het
die dagen al mogen horen: Men is welkom in de kring, dus in de
eucharistieviering. Het bijbelse mensbeeld is: er zijn met de anderen.
We zijn anno 2003 wereldburgers geworden. We zijn 'gesneden' met elkaar,
we staan allemaal ín het verbond. En het was wáár, wat Perqui ons had
voorgehouden: Zčlf te gast mogen zijn bij 'de anderen', is
levenwekkend.
De
conferenties van Patrick Perqui boden verruiming van geloof en visie, maar
offreerden ook nieuwe hoop, nieuwe zingeving; ze waren van een hoog
kwaliteitsgehalte. Ik bewonderde zijn doortastende manier van spreken,
zijn heldere betoogvoering, zijn rijke kennis die we zomaar mochten delen.
Maar ook de inleiding van Achiel Neys uit Leuven over het
gevangeniswezen en zijn gewonde bevolking die kampt met ernstig leed,
met kwetsuren, met dor perspectief of helemaal géén, was ijzingwekkend
en onthullend. De werkelijkheid moet transparant zijn in veel: om te
kunnen komen tot verbetering van de kwaliteit ten leven. Voor ŕllen, ook
voor de gekwetste ziel die de gevangene, de crimineel, de veroordeelde, in
oorsprong is. Hierom ook was de leerstof in deze dagen ijzersterk: ze
was neergezet, opgebouwd uit het 'hele' leven. 'Alleen het onvergeeflijke
is het vergeven waard', zei Perqui. Een snedige relativering, die ik graag
wil vasthouden doorheen de drukke praktijk van het leven.
Teneinde
Vanaf de
riante balustrade keek ik neer op de idyllische binnentuin, een kleine rotonde
met witte rozen die in de zomerhitte nog niet waren verdord; ze stonden
geschikt rond een fontein die fris water gaf. Verderop waggelden de ganzen:
Wat zijn ze mooi! Twee zwanen paradeerden in het water van een vijver. Ze
bewegen te statig om te zeggen dat ze zwemmen, dacht ik. Er moest spoedig
regen komen, de hele natuur ademde in schorre droogte, hoe lang nog? De
liefelijkheid van het landgoed leek waarachtig te zijn. Maar ook het lieve
vecht zich voort om te overleven. In een voličre in het bos had ik de vorige
dag zeven witte duiven ontdekt. Zeven unieke vogels in witte vederjasjes
gestoken. Zeven levende symbolen van vredigheid. Ze leken op zeven witte
monnikjes in een transparant kloostertje. Die duiven bekeken elkaar,
warempel! Was hier een minimale hiërarchie gevestigd? Ik zag de duif
die de andere schuwde. Ik zag de duif die zijn plaats afstond. Ik zag de duif
die apart ging zitten, achteraan op de stok. Ik dacht: Tedere vredigheid met
strenge structuur, vertaald naar respect dat nodig is voor schepselen om
heilzaam te kunnen voortbestaan. En ik dacht: Pas als ik gestorven ben aan
mezelf, kan ik vruchtbaar zijn. Pas als ik leeg ben aan mezelf, kan ik de
gebrokenheid tegemoet gaan. In de ander.
De vijfde en
laatste dag was aangebroken. Iedereen zou huiswaarts keren. Maar eerst
zouden we maaltijd houden. Met God en met elkaar. In de kapel had de
transparante bisschop in het raam alles met ons meegevierd. Wat zag hij?
Keek hij naar God? Opwaarts ging zijn blik. Onder hem stond het blinkende
tabernakel met de wakende godslamp: een klein heiligdom met dichte gouden
deurtjes. Kijk, aan het altaar middenin was telkens het godsbrood
gebroken, was de beker gezegend. Hier was maaltijd gehouden met de
kostbare kring van broze mensen eromheen geschaard, alle dagen weer. We
hadden samen in woord en daad gedeeld. We hadden samen gedachten
uitgesproken en elkaar de hoogste vrede gewenst. Het waren dagen en uren
van genade geweest. Geen moment was onheilig voorbijgegaan, niet aan mij,
zo heb ik het beleefd. Als kwetsbare mensen, afhankelijk van elkaars
gemoed en welwillendheid, waren we bijeengekomen. Zo ook hadden we
geluisterd, geleerd, gedeeld en gevierd. Walter Corneillie had in zijn
knappe synthese de vruchtbare winst van dit helende, unieke samengaan
dankbaar verwoord: 'Het was een geloofsgesprek geworden waarin wij
medemensen werden voor elkaar. Met respect en eerbied. We gingen van elkaar
houden.'
De regen was
eindelijk gekomen en had in de laatste dagen van de retraite de gewassen van
het landgoed gezegend en opgebeurd. Overal was verademing en een jonge
nieuwheid stond op. De geur van het bos was indringender dan opstijgende
wierook: 'Mens, ruik je het gezegende seizoen? Het is de tijd van de oogst en
van de rust. De gebrokenheid van het volle leven is over.'
In alles kan
een mens de symboliek hervinden van het eigen gemoed. Terwijl ik dit
neerschrijf, schijnt de septemberzon.
Ine Verhoeven
Nijmegen, 3
september 2003.
ZOMAAR VAN
DIE TEDERHEID
In de tedere
ontmoeting komt
ongezien een
kleine mooiheid
los, en
boven; zomaar van die
tederheid op
een gewone dag
Ze heeft op
de bodem van de ziel
klaarwakker
liggen wachten
totdat ze
opgeroepen werd
door niemand
minder dan God zelf
Want het
leven, het lieve leven wil
wel opstaan
na de nacht; en doorgaan
en zijn,
omdat hij is van God
Overal waar
mensen lachen en
huilen en
delen en goed zijn
en vrede
hebben met elkaar,
in
vreedzaamheid wel willen
met elkaar,
daar is de kleine
mooiheid - en
God
Overal leeft
De God, leeft
óp De God,
telkens weer, na
van die
nachten, van die tijden
met
liefdeloos in angstigheid
Wie kent het
niet?
In de tedere
ontmoeting
komt ongezien
een kleine liefde
los, en
boven; zomaar van Gods
tederheid op
een gewone dag.
Ine Verhoeven
Uit: Van mensen onderweg - met Geloof, Hoop en
Vrede, Ine Verhoeven 2003.
Verschenen bij gelegenheid van het grote jaarfeest 2004-2005 rond Gerardus
