Gitaarlessen
zo midden jaren 60 waren niet spannend. Veel akkoorden en saaie melodieën
zonder enige verwantschap met popmuziek waardoor de belangstelling voor
het instrument toch ontstaan was. Eigenlijk wilde ik basgitaar leren
spelen net als Paul McCartney dat deed maar daarvoor moest je toch
beginnen op een normale. Toch ruim twee jaar volgehouden en noten leren
lezen terwijl een tijdelijke
emigratie naar Afrika al gezorgd had voor een nooit meer verdwijnende
liefde voor drums. Einde
jaren 60 was het echter duidelijk dat zelf musiceren geen optie was.
Zo rond 1968 werd
de cassette recorder van mijn vader regelmatig gebruikt om stukjes
muziek van de radio op te nemen. Dit was een van de eerste types met een
knops bediening. Hoewel kwalitatief niet geweldig was dit wel een
magisch gebeuren voor een technisch ingestelde puber. Spaarde een
versterker bij elkaar en spoedig daarna een spoelenrecorder van hoge
kwaliteit. De boxen werden zelf gebouwd, uit het roemruchte
Philipsboekje luidsprekerbehuizingen voor zelfbouw. Altijd was het de
vraag wat er beter kon in die zelfbouwaktiviteit en spoedig zou er in een goede woofer geïnvesteerd
worden. Totdat er op een zondagmiddag een bezoek werd gebracht aan The
Academy of Sint Martin in the Fields onder leiding van dirigent Sir
Neville Mariner in De Doelen.
Dit
zette mijn wereld op zijn kop; het klonk thuis veel beter!
Dan
maar geen woofer maar een goede microfoon om die kant van het geluid
eens te onderzoeken. Dat werd een Sennheiser MD 411 een lookalike van de
roemruchte MD 421, spoedig gevolgd door een Shure 515 en hiermede konden
de eerste leuke opnames gemaakt worden waarvan er een aantal nog steeds
goed te beluisteren zijn. Na de verhuizing naar het oosten van het land
werden de studioaktiviteiten uitgevoerd onder de naam Studio Stokhorst
die overigens alleen aan intimi bekend was. Hier werd in 1974 de
verzameling uitgebreid met een heuse tweedehands MD 421 waardoor er
zelfs een popgroep opgenomen kon worden daar de recorder wel drie
microfoons kon mixen.
Een gedwongen
rustige periode op opnamefront werd veroorzaakt door de dienstplicht
waar wel een cursus geluidstechniek werd gevolgd. Een baan bij Fodor
maakte het mogelijk bruikbare audiospullen aan te schaffen. Zo kwamen er
meer microfoons en een eenvoudig mengpaneeltje. Door de samenwerking met
een oude schoolvriend die veel live-mixen deed
maakten we diverse demo's van bands waarvan er een het tot het
door de KRO uitgezonden Rockpalast project heeft gebracht. Soms was er
meer sprake van apparatuurleveranties dan aktief met het resultaat bezig
zijn. Toch gingen de investeringen kalmpjes aan door en aan het einde
van de jaren tachtig was er een 18 kanaals mengpaneel en een vierspoors
recorder aanwezig in de intussen tot Staircase Studio omgedoopte
aktiviteit. Tenslotte zat de mixruimte boven aan de trap en werd de
huiskamer een aantal keren gebruikt om zangers en hoorspelen op te
nemen. Ook verschenen de eerste effectapparaten waaronder
compressor-limiters en een multieffect.
Een betaalbare
achtspoors cassetterecorder werd aangeschaft waarmee ervaring opgedaan
kon worden met meerspoors opnamen. De microfoonverzameling groeide
langzaam en een grote verbetering brak aan met de komst van de eerste
echte condensator microfoons. Het werd me wel duidelijk dat er meer
behoefte was aan mobiele opnames dan aan studioruimtes en zo werd een
zangeres opgenomen met studiovrees tussen de hamster, het aquarium en
een spinnende poes. De cassette-recorder werd ingeruild op een Fostex R8
8 sporen recorder welke helaas live niet bruikbaar was door de 20
minuten maximale speelduur.
Diverse
sollicitaties begin jaren negentig leidden niet tot een baan in
een geluidsstudio daar de muziekindustrie toen de beste tijd al had
gehad. Inmiddels waren de werkzaamheden bij werkgever Fodor verschoven
van audio/video naar fotofinishing voor Fujifilm Nederland. Doordat dit
werk plaatsvond aan professionele apparatuur bood dit veel
bevrediging en besloot de studiowens te verlaten maar wel flink in de nu
audio-hobby te investeren. Dit leidde tot leuke avonturen bijvoorbeeld
in de Laurenskerk en De Doelen waaruit bleek dat mijn eerder beschreven
problemen met het geluid iets met de akoestiek te maken hadden. Door de
jarenlange opnames van vooral pop- en jazzmuziek waren de meeste reeds
aangeschafte microfoons ook niet echt geschikt voor dit soort ambiente
registraties. Dit aanpassen had samen met het gemakkelijk verplaatsbaar
maken van de apparatuur de grootste prioriteit. Na deze
aanpassingen werden er in 1993 flyers verstuurd aan alle plaatselijk
muziekgerelateerde verenigingen. Daar kwam een nog steeds voordurende
relatie uit voort.
Voorjaar 1994 begon
een voorzichtige samenwerking met Compact Studio die hiermede de
gelegenheid kreeg koren en orkesten te registreren. De hierdoor opgedane
ervaringen leidde tot de aanschaf van een Alesis ADAT digitale 8 sporen
recorder, vrij spoedig gevolgd door echte Tannoy studiomonitors daar de
monitoring een groot probleem vormde. Jarenlang is dit opgelost door met
een mix bij diverse mensen langs te gaan en zodoende een gemiddelde te
kunnen bepalen. Toen werd daar wel eens om gelachen en nu wordt gevraagd
waar ik blijf.
Een belangrijke
wijziging betrof de verhuizing naar een vrijstaande woning waar het het
mogelijk was tot diep in de nacht op niveau te mixen en doordat de
werkruimte onder aan de trap gelegen was dekte de nu meer publiekelijk
bekende naam meer dan ooit de lading. Totdat in 2003 de
HDD-recorder zijn intrede deed was er uiteindelijk 16 kanalen op 20 bits resolutie mogelijk. De
microfoonverzameling is verder aangepast door aan- en verkopen, de
mengtafel is intussen twee keer vervangen en is er een tweede aanwezig
voor mobiel gebruik. Een tweede set monitors is toegevoegd terwijl de PC
voorzien is van alles wat je nodig hebt om een goede digitale
verwerking van het geluid mogelijk te maken.
De ADAT's zijn er
nog om oude opnames te kunnen behandelen maar het werk wordt gedaan op
een HD 24 XR Digitale Harddiskrecorder zodat tot een resolutie van 96
kHz 24 bits opgenomen kan worden. De effectenvoorraad is ruim en de
laatst aangeschaft TC electronic galm degradeert de vorige welhaast tot
een effect en in dit verband moet ook de Millennia 8 voudige microfoon
voorversterker genoemd worden. Deze
blijkt in staat alle daarop aangesloten microfoons een klasse
beter te maken en maakt testresultaten van microfoons die hiermee niet
versterkt worden onbetrouwbaar. Opmerkingen over de soms kil
electronisch klinkende Sennheiser
MKH-reeks zijn dan ook niet meer van toepassing.
De economische
toestand raakte ook Staircase ongenadig, maar gelukkig werd het
werkaanbod er niet minder op. Een kleine investering kon er intussen al
weer af dankzij een eigen risico-opname en dat smaakt naar meer.
Chris
Zonneveld, 25 juli 2011, Lekkerkerk.