Met de motor een midweek door Schotland: het is een verademing. Wie van het
buitenleven houdt - en niet alleen bij mooi weer - kan zijn hart ophalen
in dit dunbevolkte, bergachtige land aan de
rand van Europa. En voor de
motorrijder zijn hier de mooiste bochten. Dat wil niet zeggen dat er geen
toeristenfuiken zijn, maar daaraan kun je gemakkelijk ontsnappen en binnen
een kwartier ben je weer in de mooiste natuurgebieden.
Als
het doel het noorden van Schotland is, de Highlands, wordt als eerste
het regenpak in de koffer gedaan. Maar het kan meevallen: wij hadden de hele
week prachtig weer voor schotse begrippen. De
DFDS Seaways Ferries
bracht ons vanuit IJmuiden in vijftien uur naar
Newcastle. Dus al een half uur na vertrek uit
Purmerend begint de vakantie. In de haven hebben we vis
gegeten, voordat we aan boord gingen. ´s Avonds hebben we een biertje
gedronken en zijn we vroeg de kooi ingegaan.
Om
negen uur ´s ochtends rijden we weg, in de richting van Edinburgh. Via
allerlei binnenwegen arriveren we in Carter Bar , dat op de Schotse grens ligt.
Hier komen we erachter dat de Schotten in één ding niet verschillen met de
Engelsen: ze rijden ook aan de verkeerde kant van de weg. Maar zeg het niet,
Schotten kun je niet dieper beledigen dan door ze als Engelsen aan te
spreken. We rijden verder in de richting van
Edinburgh,
eenmaal aangekomen op de
ringweg
lieten we de hoofdstad van Schotland aan ons
voorbij gaan omdat we verleden jaar daar al waren
geweest en vervolgde onze wegen naar Stirling,
waar we zullen lunchen.
Dan verder naar het noorden naar Forth Williams, waar we de eerste bergen
van de Highlands tegenkomen, nog niet zo hoog, maar
wel steil. De berghellingen
zijn
bedekt met heide en bossen, ertussen blauwe meren: het
lijkt wel een ansichtkaart. Voor we het wisten waren we in Forth Williams.
Daar blijven we twee nachten om de Highlands te verkennen. We werden
gastvrij ontvangen, de eigenaar ging zelf zover dat hij zijn auto uit de
garage haalde zodat onze motoren erin konden staan. We sloten de eerste dag
af met een lekker Schotse maaltijd en een Schotse malt whisky.
De
tweede dag ging onze rit over prachtige singletracks-roads waar de
lammeren en schapen langs de weg lopen.
De smalle wegen vereisen een grote
oplettendheid, want de schapen en lammeren hebben de gewoonte om plotseling
de weg op te lopen. En schapen hebben in het verkeersarme Schotland absoluut
voorrang. Van belang is altijd genoeg benzine in de tank te hebben, want je
kunt mijlen rijden voordat je een pomp tegenkomt. Meestal doet zo´n
tankstation ook dienst als postkantoor en winkel, waar de lokale bevolking
bijeenkomt om een praatje te maken.
Het eerste gedeelte van de rit, een van de mooiste trips, gaat van
Forth William naar Mallaig.
Daar tussen in stopten we even bij het
Glen Finnan
Monument (ter herinnering aan de Jacobijnse opstand in 1745) met een
prachtig uitzicht over Loch Shiel, waar de stress zo van ons afgleden.
In het schilderachtige visserdorpje Mallaig namen we een kop koffie en
broodje in de kantine van de vissers. Hier kun je ook een boottocht maken
naar het eiland Sky, helaas waren we net te laat en besloten langs de
Atlantische Oceaan te gaan rijden, met opnieuw verbluffende mooie uitzichten
op binnenmeren en bergen. Daarna weer landinwaarts, door het via weer
prachtige kleine weggetjes met smalle beekjes, kwamen we uiteindelijk uit
aan de andere kant van Loch Linnhe het meer waar Forth Williams ligt, met
uitzicht op de hoogste berg van Schotland, de
Ben Nevis. (1343m) Het land van de adelaar,
bergklimmer en skiër. Eenmaal terug in Forth Williams ging
de zon onder en liet de Schotse maaltijd zich goed smaken.
De
vierde dag gingen we weer richting Newcastle. Eerst
langs de westkust met
schitterend uitzicht op de vele rotseilandjes. Even voor Glasgow stopten we
voor een kop koffie en een uitsmijter. Dan verder naar
het zuiden waar het
landschap vlakker werd en we de snelweg namen. Via
allerlei omwegen kwamen we aan in
Wark (Northumberland), waar we onze laatste nacht zullen doorbrengen
in Hotel Battlesteads. Het hotel bleek helemaal leeg te zijn,
omdat de (wandel)toeristen weg zijn gebleven i.v.m. de
MKZ-crisis. Wij kwamen niet voor de wandeltochten, maar voor de
motortochten. Mieke de hoteleigenaresse - een Friezin - vertelden ons dat
nog geen vijf mijl hier vandaan de MKZ was ontstaan.
Op
de laatste dag hebben we de
Hadrian’s Wall gevolgd.
In drie dagen tijd hadden we 1200 km er op zitten.
Na een nacht op de boot weer naar de files en de dagelijkse sleur. Maar
we komen zeker terug.