| |
26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze
gelijkenis;
en dat zij heerschappij hebben over de vissen
der zee, en over het gevogelte des
hemels, en over het vee, en over de gehele
aarde, en over al het kruipend
gedierte, dat op de aarde kruipt.
Hier staat mensen, meer
dan één, zij krijgen de heerschappij over de aarde.
26 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep
Hij hem;
man en vrouw schiep Hij ze.
En inderdaad worden een
man en een vrouw gemaakt, hier wordt nog niet
gesproken over welke man en vrouw , dat komt later
aan de orde.
28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest
vruchtbaar, en vermenigvuldigt,
en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en
hebt heerschappij over de vissen der
zee, en over het gevogelte des hemels, en over
al het gedierte, dat op de aarde
kruipt!
Dit is pas gebeurt
nadat, Adam en Eva uit het Paradijs verdwenen waren!
29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven,
dat op de
ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk
zaadzaaiende boomvrucht is;
het zij u tot spijze!
Hier wordt min of
meer gezegd dat het dieet vegetarisch is.
30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des
hemels, en aan al
het kruipende gedierte op de aarde, waarin een
levende ziel is, heb Ik al het groene
kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
Dat gaat
ook op voor de wilde dieren! Dat betekent dat het gedrag na de
zonde ook
voor dieren drastisch is veranderd want de
aarde is dan vervloekt.
31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen
was het avond
geweest, en het was morgen geweest, de zesde
dag.
|
|