HAEH 


Genesis 1  26-31
  

  «      

    

     
 
26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; 
     en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des
     hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend 
     gedierte, dat op de aarde kruipt.
   
Hier staat mensen, meer dan één, zij krijgen de heerschappij over de aarde.

26 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem;
     man en vrouw schiep Hij ze.
    En inderdaad worden een man en een vrouw gemaakt, hier wordt nog niet 
    gesproken over welke man en vrouw , dat komt later aan de orde.

28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt,
     en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der
     zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde
     kruipt!
    
Dit is pas gebeurt nadat, Adam en Eva uit het Paradijs verdwenen waren! 

29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de
     ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; 
     het zij u tot spijze!
    
Hier wordt min of meer gezegd dat het dieet vegetarisch is.

30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al
     het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene
     kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
    
Dat gaat ook op voor de wilde dieren!  Dat betekent dat het gedrag na de zonde ook
     voor dieren drastisch is veranderd want de aarde is dan vervloekt.

31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond
     geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
    

 
     
  down


 
 

Genesis 1  26-31

 «