HAEH 


Genesis 11 20-32
  

  «      

    

     
 
20 En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
    
Duidelijk is dat de hoge leeftijden om het eerste kind te krijgen na de zondvloed
     naar de dertiger jaren zijn gegaan!
    
Serug » 1814
     

21 En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven jaren; 
     en hij gewon zonen en dochteren.

22 En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
     Nahor » 1844
23 En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren; 
     en hij gewon zonen en dochteren.

24 En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
     Terah » 1873

25 En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien jaren; 
     en hij gewon zonen en dochteren.

26 En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
    
Dit is een 'kink' in de kabel, de nakomelingen komen pas na zeventig jaar.
    
Abram, Nahor, Haran » 1943
     

27 En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; 
     en Haran gewon Lot.

28 En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, 
     in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeeėn.

29 En Abram en Nahor namen zich vrouwen; 
     de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, 
     en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, 
     een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.

30 En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.

31 En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, 
     en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, 
     en zij togen met hen uit Ur der Chaldeeėn, om te gaan naar het land Kanaän; 
     en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.

32 En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, 
     en Terah stierf te Haran.

 

 
     
  down


 
 

Genesis 11  20-32

 «