| |
20 En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
Duidelijk is dat de hoge leeftijden om het
eerste kind te krijgen na de zondvloed
naar de dertiger jaren zijn gegaan!
Serug »
1814
21 En Rehu leefde, nadat hij Serug gewonnen had, tweehonderd en zeven
jaren;
en hij gewon zonen en dochteren.
22 En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
Nahor » 1844
23 En Serug leefde, nadat hij Nahor gewonnen had, tweehonderd jaren;
en hij
gewon zonen en dochteren.
24 En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
Terah » 1873
25 En Nahor leefde, nadat hij Terah gewonnen had, honderd en negentien
jaren;
en hij gewon zonen en dochteren.
26 En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
Dit is een 'kink'
in de kabel, de nakomelingen komen pas na zeventig jaar.
Abram, Nahor,
Haran » 1943
27 En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran;
en Haran gewon Lot.
28 En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah,
in het land
zijner geboorte, in Ur der Chaldeeėn.
29 En Abram en Nahor namen zich vrouwen;
de naam van Abrams huisvrouw was
Sarai,
en de naam van Nahors huisvrouw was Milka,
een dochter van Haran,
vader van Milka, en vader van Jiska.
30 En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.
31 En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon,
en
Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram,
en zij
togen met hen uit Ur der Chaldeeėn, om te gaan naar het land Kanaän;
en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
32 En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren,
en Terah stierf
te Haran.
|
|