| |
7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde,
en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens;
alzo werd de mens tot een levende ziel.
De mens, die straks Adam
genoemd wordt, is geschapen.
8 Ook had de HEERE God een hof geplant in Eden, tegen het oosten,
en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had.
Het lijkt wel dat God zelf de
hof geplant heeft speciaal om de mens te laten zien
wat onderhouden van de schepping betekent. Ook hier weer
lijkt het dat God zelf
de mens daar heeft neergezet, niet daarheen heeft laten
lopen.
9 En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten,
begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze;
en den boom des levens in het midden van den hof,
en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
Wat wij nu vinden, de
schoonheid van de natuur moet toen nog grootser zijn
geweest. Er is voldoende te eten, dat is duidelijk. Er
wordt hier over twee bomen
gesproken, één van
het leven en een andere boom van kennis.
Vertaald zou het kunnen zijn dat de boom van het
leven het verouderingsproces
te niet doet en dat de boom van kennis symbolisch was,
namelijk door van de vrucht
te eten, het doet er niet toe welke, het een daad van
ongehoorzaamheid zou zijn.
10 En een rivier was voortgaande uit Eden, om dezen hof te bewateren;
en werd van daar verdeeld, en werd tot vier
hoofden.
Uit Eden ontsproten vier rivieren, en dat
moeten best grote, lange rivieren
geweest zijn als je kijkt hoever ze wel liepen
uit het hof vandaan.
11 De naam der eerste rivier is Pison; deze is het,
die het ganse land van Havila omloopt, waar het
goud is.
De rivier bestaat niet meer evenals het land
maar daar was goud bekend.
12 En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen
sardonix.
Het goud is goed zal betekenen dat de kwaliteit
hoog is en er weinig moeite
voor nodig is om het te delven.
13 En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het,
die het ganse land Cusch omloopt.
Nogmaals, de rivieren en het land bestaan door
de zondvloed niet meer,
net zo min als de bron, dit is een beschrijving
van de toestand toen.
14 En de naam der derde rivier is Hiddekel;
deze is gaande naar het oosten van Assur. En de
vierde rivier is Frath
Het is altijd mogelijk dat de rivieren
ongeveer liepen waar nu die landen liggen,
dan heeft de Hof van Eden ook daar in de buurt
gelegen.
|
|