| |
21 Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij
sliep;
en Hij nam een van zijn ribben, en sloot
derzelver plaats toe met vlees.
Was het bij de dieren opzet, het
vermenigvuldigen, en daardoor mannetjes en
vrouwtjes geschapen, bij de mens was het
anders. Nu opnieuw schept God een
mens met behulp, zouden wij zeggen van
het DNA van Adam, of zoiets dan.
22 En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had,
tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.
De vrouw is voor ons iets 'normaals' , voor
Adam moet het een ongelofelijke
ervaring zijn geweest. Ook deze vrouw kwam
'volwassen' tot leven, kon dus
al goed denken en praten! Net zomin Adam
hoefde ze het praten niet te leren.
23 Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van
mijn vlees!
Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den
man genomen is.
Niet de gehele vrouw
is uit de man genomen, slechts het basisgegeven
is gekopieerd om beide volmaakt aan elkaar
aangepast te kunnen zijn.
24 Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw
aankleven;
en zij zullen tot een vlees zijn.
Zij zullen als het ware weer één zijn en de
schepping herhalen.
25 En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich
niet.
De temperaturen in het
Paradijs waren natuurlijk optimaal, kleding zou in
principe helemaal niet nodig zijn. Maar de
dieren dan, met hun pelsen?
We hebben nauwelijks idee welke dieren in wat
voor condities leefden.
|
|